Geselecteerde taalcolumns van neerlandistiek.nl Henk Wolf 1 Dit is een selectie van columns die zijn verschenen op het Inhoud onlinetijdschrift neerlandistiek.nl. De columns gaan allemaal over ‘Ga jij dan even van terugbrengenstein?’: een Nederlandse aspecten van de taalkunde van het Nederlands. Het zijn antipassief? .......................................................................................................... 4 hoofdzakelijk columns die nieuwe feiten of inzichten presenteren op het gebied van woordenschat, uitspraak, woordvorming, zinsbouw, Het meisjemeisje was thuisthuis ..................................................................... 6 betekenis of pragmatiek. Voor het eerst veertig ........................................................................................ 7 Hoe(zo) ben je zo dik? Miratieve modaliteit in het Nederlands en Fries De oorspronkelijke verschijningsdatum van elke column staat steeds ................................................................................................................................ 9 onder de titel. Voor referenties kan die worden gebruikt. Een enkele keer verschilt de hier opgenomen tekst op detailniveau van de op Waarom laat ons taalgevoel ons in de steek bij de voltooide tijd van neerlandistiek.nl gepubliceerde tekst. ‘verblijven’? ..................................................................................................... 12 D’r zij licht ........................................................................................................ 14 Henk Wolf, 19 juni 2019 Nieuwe betekenissen van ‘officieel’............................................................. 15 Stilgeboren ........................................................................................................ 16 Het as.................................................................................................................. 17 ‘Het zout’ en ‘de zout’ ................................................................................... 18 Studeren aan ‘Dinges Instelling’ ................................................................. 23 Morgen een week zijn je schoenen klaar.............................................. 25 Heel erg nerd: woorden die bijvoeglijknaamwoordje spelen ............... 26 Pablo is enorm een god in het diepst van zijn gedachten ...................... 29 De checkout en het uitchecken ................................................................ 30 Zijn studentes ook studenten?...................................................................... 31 Sik, soekie, noede: een gat in het Standaardnederlands ........................ 33 De geit heeft last van z’n/d’r uier: horen dieren bij de mensen of bij de dingen?............................................................................................................... 34 In dit ons land ................................................................................................. 37 Jou schelm! ....................................................................................................... 39 2 Ze vonden haar een eindje verderop liggen .............................................. 40 Veels te interessant om erover op te houden ............................................ 42 ‘De man’ als voornaamwoord ...................................................................... 43 Doorsneden met dammen.............................................................................. 45 Wat is de onbepaalde tegenhanger van ‘die’? .......................................... 46 Een voorhene interesse................................................................................... 47 Een voorhene interesse .............................................................................. 48 Hulke .................................................................................................................. 48 Ga lekker genieten! ...................................................................................... 49 Hij heeft de foto’s zien gelaten ..................................................................... 51 Ik boei me niet voor de poppetjes................................................................ 53 Ik zei er van Jaap ............................................................................................ 54 Aan het roer / bij het roer ............................................................................. 56 3 ‘Ga jij dan even van terugbrengenstein?’: een Linda leest haar boek. (actieve vorm) Linda leest. (antipassieve vorm) Nederlandse antipassief? . Geplaatst op 17 juni 2019 16:00 door Henk Wolf Linda leest haar boek uit. (actieve vorm) Door Henk Wolf Linda leest uit. (erg raar klinkende antipassieve vorm) De meeste Nederlandstaligen zijn op school de termen actieve (of bedrijvende) vorm en passieve (of lijdende) vorm Een andere manier om de antipassief te maken is door voor het wel tegengekomen. Als je een zin omzet van de actieve naar de lijdend voorwerp een voorzetsel te plaatsen. Het staat dan nog wel in passieve vorm, dan doe je iets waardoor het oorspronkelijke de zin, maar het is geen lijdend voorwerp meer. Dat kan in het onderwerp van de zin niet langer het onderwerp is. Als opfrisser een Nederlands ook, al verandert de betekenis wel een beetje. Zo kun je voorbeeld met dezelfde zin in beide vormen: zeggen: De boer slaat de ezel. (actieve vorm, de boer is onderwerp) Linda leest in haar boek. (antipassieve vorm) De ezel wordt geslagen. (passieve vorm, de boer is weggelaten) De ezel wordt door de boer geslagen (passieve vorm, de Een strengere definitie boer staat wel in de zin, maar niet als onderwerp) Raina Heaton noemt al die constructies, niet voor het Nederlands, Nou kwam ik recent het proefschrift van Raina Heaton tegen, A maar wel voor talen die het op ongeveer dezelfde manier doen. Ze Typology of Antipassives, uit 2017. Zij beschrijft daarin een veel schrijft dat die constructies in de literatuur allemaal wel minder bekende vorm die zinnen ook kunnen krijgen, de als antipassief zijn benoemd, maar ze vindt dat dat begrip eigenlijk zogenaamde antipassieve vorm. Daarin doe je eigenlijk precies het in een te brede betekenis wordt gebruikt. Dat is ook wel een beetje omgekeerde van wat je bij de gewone passief doet: je verwijdert niet logisch: in het Nederlands is het heel helder hoe je zinnen van de het onderwerp uit z’n functie, maar het lijdend voorwerp. actieve vorm in de (gewone) passieve vorm omzet. Daar heb je twee vaste hulpwerkwoorden voor en het hoofdwerkwoord heeft ook Voorbeeld van de antipassieve vorm altijd de vorm van het passieve deelwoord. Zo’n helder systeem voor de antipassief heeft het Nederlands niet, dus zou je dat begrip voor Sommige Nederlandse zinnen kunnen ook van de actieve in de die taal eigenlijk niet moeten gebruiken. antipassieve vorm worden omgezet. Daar zijn verschillende manieren voor. De simpelste is om het lijdend voorwerp gewoon Een echte antipassieve vorm moet ook zo’n vaste formule voor het weg te laten. Dat kan soms wel, soms niet, zoals de onderstaande uiterlijk van de werkwoorden hebben, vindt de schrijfster. Ze heeft zinnen laten zien: ook een heleboel talen gevonden waarin dat het geval is, zoals het 4 Nenets. van Heaton voldoet? Misschien is er nog één – volgens mij nauwelijks beschreven – kandidaat. Het is een Nederlandse Incorporatie in het Fries constructie die ik pas een paar jaar geleden voor het eerst heb gehoord en die me sindsdien geregeld opvalt. Mijn heel voorzichtige Het Fries wordt in het boek niet genoemd. Dat heeft een constructie indruk is dat ze typische studententaal is en een wat melig- die in de literatuur ook vaak als antipassief wordt genoemd, humoristische interpretatie moet krijgen. Ik heb zelf geen namelijk incorporatie. Daarbij wordt het lijdend voorwerp ‘gestript’ betrouwbare intuïties over dit zinstype, maar een informante die die van de meeste ballast, zoals het lidwoord, bijvoeglijke naamwoorden wel heeft, vertelde me dat de volgende zinnen voor haar allemaal en de meervoudsuitgang – de verkleinwoorduitgang kan wel blijven mogelijk zijn: staan. Het restant wordt opgenomen in het werkwoord, zodat je een zin zonder lijdend voorwerp krijgt. Een paar voorbeelden: Straks gaan we van slapenburg. Ga jij dan even van terugbrengenstein? Heit siet te boekjelêzen. Ga maar even van dichtdoenenstein. (‘vader zat te boekjelezen’) Doe jij vandaag van kokenstein? = Vader was een boek (of boeken) aan het lezen. Wil jij straks van opruimenstein doen? Juster wienen wy oan it toarnbeisykjen. Ik doe van regelenstein. (‘gisteren waren we aan het braamzoeken’) De kat doet van slopenburg. = Gisteren waren we bramen aan het zoeken. De hond gaat van slopenburg. Se sei dat se mar wer ris te artikelskriuwen gong. (‘ze zei dat ze maar weer eens te artikelschrijven ging’) Het werkwoord wordt ingepakt tussen van en een van de = Ze zei dat ze maar weer eens ergens een artikel (of artikelen) achtervoegsels –burg en -stein. Achter eenlettergrepige ging schrijven. werkwoorden zoals doen komt nog -en-. Aan de zin wordt een van de werkwoorden doen of gaan toegevoegd. Eventueel kunnen er nog Heaton noemt incorporatie wel als een constructie die erg op de hulpwerkwoorden worden toegevoegd. Een vaste formule voor de antipassief lijkt, maar omdat het haar te doen is om constructies die vorming van de constructie is er dus. het lijdende voorwerp van de actieve zin helemaal kunnen verwijderen, beschouwt ze incorporatie en de antipassief toch als Ook aan Heatons criterium dat de voorwerpen helemaal uit de zin verschillende fenomenen. moeten kunnen verdwijnen voldoet de ‘van …burg/stein’- constructie. Eventuele lijdende (en ook meewerkende) voorwerpen Van terugbrengenstein worden rücksichtslos verwijderd. Zelfs behoorlijk strikt overgankelijke werkwoorden als terugbrengen en regelen raken hun Hebben we in de Lage Landen dan niets wat aan de strenge eisen lijdende voorwerpen kwijt. Mijn informante vertelde me dat de 5 volgende zinnen niet kunnen: Het meisjemeisje was thuisthuis Geplaatst op 1 april 2019 16:00 door Henk Wolf Ga jij dan even het boek van terugbrengenburg? <onmogelijk> Door Henk Wolf Ga jij dan even het boek van terugbrengenstein? <onmogelijk> Ik doe dat van regelenstein. <onmogelijk> Afgelopen week was ik bij een lezing van Maximilian Frankowsky, De kat doet het gordijn van slopenstein. <onmogelijk> die onderzoek doet naar woorden zoals meisjemeisje. Een meisjemeisje is een meisje, maar geen meisje dat in bomen klimt Voor wie er meer over wil weten hierbij een volledige referentie met en met raceautootjes speelt. Ze speelt liever prinses en draagt graag link: jurkjes. Heaton, Raina (2017), A Typology of Antipassives, with Special Reference to Mayan. Diss. University of Hawai’i. Manoa. Ik ken woorden zoals meisjemeisje nog maar een paar jaar en ze bestaan ook nog niet zo lang. Wel zijn ze blijkbaar in vrij korte tijd in verschillende talen opgedoken, waaronder naast het Nederlands ook het Engels en het Duits. Ze worden gevormd door het proces van reduplicatie (‘verdubbeling’) en ze geven dat weer wat meestal het prototype van het verdubbelde woord wordt genoemd, het meest typische voorkomen ervan. Wat ik interessant vond, is dat Maximilian erop wees dat dit proces van reduplicatie woorden scalair maakt: door de introductie van meisjemeisje kan een individu plotseling ‘meer of minder meisje’ zijn. Scalaire woorden hadden we altijd al: iemand kon al ‘een enorme viespeuk’ of ‘een tamelijke onbenul’ zijn, maar bij meisje was die nuance er niet: ‘Zij is een meisje’ was altijd óf helemaal waar (als de spreker naar een meisje wees), óf helemaal niet (als de spreker naar een jongen, een bejaarde of een paardenbloem wees). Nu kun je zeggen dat ‘zij is een meisje’ ‘gedeeltelijk waar’ is, want de spreker kan dan wel naar een meisje wijzen, maar niet naar ‘een meisjemeisje’. Interessant is ook dat taalkundigen het type reduplicatie in meisjemeisje niet zo goed begrijpen. Wat de klemtoon betreft lijkt 6 het wat op samenstellingen zoals kindermeisje, maar in normale Voor het eerst veertig samenstellingen met meisje als eerste lid krijg je altijd de Geplaatst op 15 juni 2019 16:00 door Henk Wolf tussenklank -s- (meisjesfiets, meisjesschool), terwijl dat Door Henk Wolf in meisjemeisje niet zo is. Bovendien heb je reduplicaties van dit Vindt u de onderstaande zin onlogisch? type waarin beide leden in het meervoud staan (‘het zijn geen nazi’s- nazi’s’) en dat kan bij gewone samenstellingen ook niet. Opvallend Toen ze voor het eerst veertig was, heeft ze een auto gekocht. is ook dat scalaire reduplicatie vooral bij korte, niet-samengestelde woorden wordt toegepast: iets als kindermeisjekindermeisje komt Er zullen Nederlandstaligen zijn die deze zin raar vinden. Voor hen bijna niet voor. kan voor het eerst alleen ‘de eerste van diverse malen’ betekenen. Bijzonder is dat scalaire reduplicatie op allerlei woordsoorten En omdat een mens doorgaans maar één keer veertig wordt, is de zin toegepast kan worden. Er zijn flink wat zelfstandige naamwoorden voor hen inhoudelijk vreemd. waarbij het kan, zoals meisjemeisje, omaoma en vriendvriend. Thuisthuis (‘in het ouderlijk huis’, wat een Er zullen ook Nederlandstaligen zijn, vermoedelijk een minderheid, graadje meer thuis is dan op de studentenkamer) is een bijwoord die de zin wel zo interpreteren dat die een voor de hand liggende en eteneten (‘een maaltijd gebruiken’, dus geen tussendoortje betekenis heeft. Voor hen betekent voor het eerst in deze zin ‘net’, oppeuzelen) is een werkwoord. ‘nog maar even’. Ook interessant is dat je dit soort scalaire reduplicaties niet zomaar Deze laatste groep is vermoedelijk niet zo groot, want in de tussen neus en lippen door kunt gebruiken. De zin Het meisjemeisje betekenis ‘net’ is voor het eerstvrij zeldzaam. Een paar voorbeelden was thuisthuis heb ik als aandachttrekker boven dit stukje gezet, van internet: maar die zin zal in de praktijk niet snel worden gebruikt. Je vindt scalaire reduplicaties namelijk bijna altijd in de kern van de En toen de wereld voor het eerst geschapen werd, vulde JHWH mededeling, in zinnen die worden geuit om te vertellen dat iets of haar met heilig licht iemand aan het uiteinde van een schaal zit en niet ergens midden op Toen de maan voor het eerst werd gevormd, was de die schaal. Je komt ze dan tegen in zinnen als ‘Maartje maakte zich rotatiesnelheid heel anders dan nu. het liefst zo vuil mogelijk, maar Julia was een echt meisjemeisje’ en grote schulden door verkeerde beslissingen als ze voor het eerst ‘Alfons slaapt in de weekenden het liefst thuisthuis’. meerderjarig zijn Ook erg mooi is het gebruik van voor het eerst geboren it dit fragment uit Opgang van P.N. van Eyck, waarin we volgens mij niet hoeven aan te nemen dat Van Eyck het over reïncarnatie heeft: 7 Maar deze hadden de stad in hun midden als de dorre, steenige strakte gevoeld welke zij voor menschen en dieren zijn moet, en in een rilling van ontferming hadden zij de armen om haar heen gestrekt, haar aan hun borst getrokken, zoodat er geen gescheidenheid van land en stand meer bestond, doch een verzadigde eenheid van kleur en warmte, een versche rijkdom, voor het eerst geboren, zich er rekte op de siddering van zijn geneuchte. Ook in het Fries komt foar it earst in de betekenis ‘net’ voor. Een voorbeeld uit het volksverhaal De âlderdom fan ‘e minske en fan de dieren, opgetekend door Ype Poortinga: Oan it begjin fan ‘e skepping, doe’t der foar it earst minsken en dieren op ‘e wrâld wienen … Het is apart dat deze betekenis in de woordenboeken niet te vinden is. Het grote Woordenboek der Nederlandse Taal geeft als betekenissen van voor het eerst: Het Groot woordenboek der Nederlandse taal van Van Dale (twaalfde druk) maakt ons ook niet wijzer. Dat schrijft bij het lemma eerst: voor het eerst, niet eerder geschied zijnd, voor de eerste keer En het Woordenboek der Friese Taal schrijft ook alleen: 8 Hoe(zo) ben je zo dik? Miratieve modaliteit in Hoe ben je zo jong? het Nederlands en Fries Nou kom je in het Fries toch vaak hoe tegen in zinnen met als enige Geplaatst op 11 juni 2019 16:00 door Henk Wolf Door Henk Wolf werkwoord een vorm van zijn. De leterlijke vertaling van de hierboven genoemde wat rare Nederlandse zin is in het Fries Het vraagwoord hoe komt in zowel het Nederlands als het Fries helemaal niet zo raar: voor, maar er is een subtiel verschil, dat ik nog nooit beschreven heb gezien. Hoe bist sa grou? (‘Hoe ben je zo dik?’) Eerst de overeenkomsten. In beide talen kom je zinnen tegen als de volgende: Nog een paar internetvoorbeelden van dit type zinnen: Hoe ben je zo dik geworden? O Hear, hoe binne Jo sa fier? (‘O Heer, hoe bent U zo ver?’) Hoe bist sa grou wurden? Hoe binne jo sa treurich? (‘Hoe bent u zo treurig?’) Hoe bist sa let op in paed? (‘Hoe ben je zo laat op (een) pad?) Daarin is hoe dubbelzinnig. Het kan vragen naar de oorzaak en is dan ongeveer synoniem aan waardoor. In dat geval is het antwoord Die zinnen hebben geen tegenhangers in het moderne Nederlands – op de vraag zoiets als ‘Ik heb te veel bier gedronken’. Hoe kan ook of die zijn op hun best erg zeldzaam. Ze hebben ook niet de wat betekenen als ‘op welke manier’ en dan is het antwoord op de betekenis die de bovengenoemde zin ‘Hoe ben je dik?’ heeft. Het vraag iets in de trant van ‘Ik kreeg er elk jaar een kilootje bij’. In woord hoe bevraagt niet de manier waarop het onderwerp datgene is beide gevallen is hoeeen bijwoord bij het hele gezegde ‘dik wat onderstreept staat (zo dik, zo ver weg, zo treurig, zo laat op pad). worden’. Je zou misschien kunnen denken dat het Fries dan het Enigszins moeizaam is het als je hoe gebruikt voor het bevragen van werkwoord geworden gewoon heeft weggelaten en dat je dat erbij alleen dik. Je vraagt dan: moet denken. Alleen zou dat inhouden dat er sprake zou zijn van een verandering: in ‘Hoe ben je zo dik geworden?’ wordt stilletjes Hoe ben je dik? <beetje raar> aangenomen dat de aangesprokene ooit een slank postuur had. Die stille aanname ontbreekt in ‘Hoe bist sa grou?’ Op zo’n vraag zou een antwoord kunnen komen als ‘Peervormig’, Ook in de Bijbelse zin ‘O Hear, hoe binne Jo sa fier?” hoeft de Heer maar dat blijft een beetje raar. niet eerst dicht bij de spreker geweest te zijn. In een zin als de volgende is zo’n verandering zelfs uitgesloten: 9 Hoe bist sa jong? (‘Hoe ben je zo jong?’) Voor zover ik dat kan nagaan, ligt het Friese hoe wat in de buurt van Zo’n vraag kun je bijvoorbeeld stellen aan iemand die een functie het Afrikaanse hoekom, dat in vergelijkbare contexten voorkomt. heeft die meestal door veel oudere personen wordt bekleed. De Een paar internetvoorbeelden: aangesprokene zou kunnen antwoorden met: ‘Ik heb snel carriere gemaakt’ of ‘Ik heb het bedrijf van m’n jong overleden moeder Hoekom is julle so dom? geërfd’ of iets dergelijks. Hoekom is jy so lui? Hoekom is jy op aarde? Betekenis: miratieve modaliteit De eerste en de tweede zin hebben een hoog retorisch karakter: de Het Friese hoe in deze voor Nederlandstaligen gekke zinnen vraagt sprekers stellen geen echte vraag, maar kritiseren eigenschappen van dan ook niet naar de manier waarop een proces is verlopen of naar de gesprekspartners. De derde stelt een metafysische vraag naar de de oorzaak ervan. Het is hoofdzakelijk een uiting van verbazing. zin van het bestaan. In alle drie de zinnen zit een element van echte Daarin kan een verzoek om verklaring liggen, maar dat hoeft niet dan wel voorgewende verbazing. eens. ‘Hoe bist sa let op in paed?’ vraagt niet naar een beweegreden, maar drukt verbazing uit: de aangesprokene doet iets wat gezien de Constructies waarin het uitdrukken van verbazing is opgenomen, ervaringen van de spreker gek is, namelijk laat op pad zijn. De vraag worden in de vakliteratuur miratief genoemd. Mirativiteit is een ‘Hoe bist sa grou?’ drukt verbazing uit over iemands omvang, vorm van modaliteit – een vage term voor allerlei gevoelens die de bijvoorbeeld omdat die een zeer uitzonderlijk postuur heeft. ‘Hoe spreker over de inhoud van de zin uitdrukt. Het Fries heeft dan ook bist sa jong?’ drukt verbazing uit over een leeftijd die niet past bij in hoe een miratief vragend bijwoord. Ik heb geen idee of iemand dat het beeld dat de spreker heeft van personen in een functie. al eerder heeft beschreven, ik kon er niets over vinden, maar een mens mist weleens wat. Wie er meer van weet, mag het zeggen. Je kunt de betekenis van dit Friese hoe ongeveer weergeven met het Nederlandse hoezo, maar dat heeft een nogal informele en ook wat vijandige of verwijtende connotatie, die het Friese hoe in deze zinnen niet heeft. Je kunt de betekenis in het Nederlands ook ongeveer uitdrukken door het modale hulpwerkwoord kunnen toe te voegen: O Heer, hoe kunt U zo ver weg zijn? Hoe kun je zo dik zijn? Hoe kun je zo jong zijn? 10 Ben je nog altijd zo gek op van dat witte spul? Ken ik nog effe van uw tijd roven? Er liggen daar van die lekkere wafels. Geplaatst op 10 juni 2019 16:00 door Henk Wolf door Henk Wolf Ook van de komt wel als delend lidwoord voor. Zo vind ik op internet: Franstaligen zeggen niet ‘Mon père mange petits pois’, mar ‘Mon père mange des petits pois’, met des als een in Nederlandstalige oren Het heeft van de prachtigste gedichten opgeleverd. volkomen overbodig extraatje. In het Nederlands hebben zelfstandige naamwoorden in het meervoud helemaal geen lidwoord Ik kon dat van de zo snel niet vinden in m’n grammatica’s, maar ik of ander bepaalwoord nodig, maar in het Frans staat er dan altijd iets heb ook niet heel goed gezocht. Mogelijk is de constructie ook voor wat lijkt op een lidwoord en wat in andere contexten ‘van de’ minder gewoon dan van die. In mijn oren is ze in elk geval prima. of ‘van het’ zou betekenen. Dat extraatje wordt delend Heel gewoon is verder van alles, waarin de betekenis ‘een deel van lidwoord genoemd. De betekenis ervan komt een beetje in de buurt alles’ te herkennen is: van ‘enkele’ of ‘enige’ of ‘een zekere hoeveelheid’. Het komt trouwens niet alleen bij meervoudige zelfstandige naamwoorden Ik heb van alles gedaan. voor, maar ook bij ontelbare zelfstandige naamwoorden (stofnamen), zoals in de l’eau en du fromage. Als we even buurten bij het Fries, vinden we iets bredere mogelijkheden voor delende woordjes, bijvoorbeeld fan in Het delend lidwoord combinatie met een persoonsaanduiding: Rond die delende lidwoorden zijn allerlei theorieën gebouwd. Er zijn Der rinne fan buorman syn hinnen op it hiem. taalkundigen die aannemen dat ze in het Nederlands ook bestaan en (‘Er lopen van buurman z’n kippen op het erf’) zelfs verplicht zijn, maar dan in een onhoorbaare vorm. En er is zelfs = Er lopen kippen van de buurman op het erf. een wel hoorbare Nederlandse variant die je in wat uitgebreidere grammaticaboeken tegenkomt, namelijk van die. Hoe je die precies Delend bezittelijk voornaamwoord zou moeten benoemen, weet ik niet. Delend aanwijzend voornaamwoord ligt misschien wel voor de hand. Willy Ik heb lang gedacht dat van die en van de de enige Nederlandse Vandeweghe kiest in zijn prachtige Grammatica van de Nederlandse constructen waren die je je als delende bepaalwoorden of partitieve zin voor het wat bredere begrip partitieve determinator (‘delend determinatoren zou kunnen benoemen. Maar toen bekeek ik een bepaalwoord’) en hij geeft als voorbeeldzinnen: video met de bekende sketch De kroketten van Wim Sonneveld, waarin die een kantinebeheerder speelt. In die rol zegt ie een paar Heb je nog van die lekkere wafels? keer: ‘Ken ik nog effe van uw tijd roven, meneer Sonneveld?’ 11 Waarom laat ons taalgevoel ons in de steek bij Van uw tijd. Van uw. Dat klinkt prima. Van is het eerste woord van het zinsdeel van uw tijd. De betekenis is zoiets als ‘enige tijd van u’ de voltooide tijd van ‘verblijven’? Geplaatst op 8 juni 2019 16:00 door Henk Wolf of ‘een zekere hoeveelheid van uw tijd’. Dit kon weleens een delend Door Henk Wolf bezittelijk voornaamwoord zijn, of op z’n minst eentje in wording. Bij verreweg de meeste voltooide deelwoorden kiezen Komt ie vaker voor? Ik heb even gegoogeld en ‘Mag ik even Nederlandstaligen feilloos uit een van de twee (of: effen) van uw tijd roven’ komt nog een paar keer op internet hulpwerkwoorden hebben en zijn. Ik denk niet dat iemand zegt dat ie voor. Ook vond ik: ‘een boek is gelezen’ of dat ie ‘heeft gearriveerd’. Ik […] vraag daarna nog even van uw aandacht […]. Er zijn wel wat werkwoorden die beide hulpwerkwoorden van de Mag ik even van jullie aandacht? voltooide tijd toestaan, doorgaans met een verschil in focus of betekenis. Zo zeggen Nederlandstaligen doorgaans ‘ik heb door de De conclusie lijkt me onontkoombaar: het Nederlands heeft een stad gelopen’ als ze de vraag ‘Wat heb je gedaan?’ beantwoorden, delend bezittelijk voornaamwoord. terwijl ze ‘ik ben door de stad gelopen’ antwoorden op de vraag ‘Hoe ben je hiernaartoe gekomen’. In ‘Parijs is aan de Seine gelegen’ en ‘De handdoek heeft aan aan de Seine gelegen’ is de tijdelijkheid van het liggen vermoedelijke de factor die het hulpwerkwoord bepaalt – als isin de eerste zin nog een hulpwerkwoord is, tenminste. Wat vrije variatie is er ook. In allerlei regio’s komt bij geweest bijvoorbeeld zowel hebbenals zijn voor, zonder betekenisverschil. En vrij algemeen is de variatie in ‘het is me goed bevallen’ en ‘het heeft me goed bevallen’. Noch hebben, noch zijn Een gemeenschappelijk kenmerk van al die variatie is dat voor het gevoel van de spreker hebben en zijn allebei kunnen. Er zijn ook werkwoorden waarbij ze geen van beide lijken te kunnen. Het voltooid deelwoord gezuld is het duidelijkste voorbeeld. Dat komt 12 hier en daar wel met hebben voor, maar voor veel Nederlandstaligen kan het simpelweg niet worden gebruikt: niet met hebben en ook niet met zijn. En dan is er nog verbleven, het voltooid deelwoord van verblijven. Dat is een apart woord. Gezuld is een werkwoord met een vreemde, onduidelijke betekenis, dat wat op de grens van een zelfstandig en een hulpwerkwoord lijkt te zitten en simpelweg niet voor iedereen De link naar Taalpost doet het helaas niet meer en ik kon het makkelijk in de voltooide tijd kan voorkomen, maar verbleven is een bijbehorende taaladvies ook niet vinden. Wel vond ik in de heel gewoon zelfstandig werkwoord met een duidelijke betekenis, onlineversie van Van Dale bij verblijven als enige mogelijkheid voor die zich prima leent voor een voltooide tijd. En toch wil het maken de voltooide tijd heeft verbleven. daarvan niet bij iedereen goed. Hoe kan het nou dat mensen zo twijfelen over het hulpwerkwoord M’n eigen intuïties lieten me laatst ook in de steek toen ik een zin bij verblijven? Ik vermoed dat dat komt doordat er twee zaken met verbleven wilde maken. Ik haalde iemand op uit een hotel en een concurreren: het werkwoord blijven trekt ons naar zijn toe, terwijl de medewerkster vroeg me of ik een prettig verblijf had gehad. Ik betekenis ons juist de kant van hebben op stuurt. antwoordde: ‘Ik heb hier niet verbleven’, verbeterde mezelf meteen met ‘ik ben hier niet verbleven’ en gaf toen toe dat ik er even niet uit Concurrerende neigingen kwam hoe ik het onder woorden moest brengen, maar dat ik hier alleen was om iemand op te halen. We herkennen in verblijven natuurlijk blijven en doorgaans hebben afleidingen en samenstellingen hetzelfde hulpwerkwoord als het Twijfel grondwerkwoord. Vanwege ‘ik ben gebleven’ zou je dus ook ‘ik ben verbleven’ verwachten. Alleen is blijven een beetje een raar Het Woordenboek der Nederlandse Taal meldt dat verbleven vroeger werkwoord: de betekenis past niet zo goed bij het met zijn en nu vooral met hebben voorkomt. Wie even googelt, vindt hulpwerkwoord zijn. We gebruiken zijnnamelijk maar bij relatief weinig vindplaatsen. Met hebbenkomt het het vaakst voor, maar er weinig werkwoorden, die bepaalde overeenkomsten in betekenis zijn ook vindplaatsen met zijn. Ik vond op de site pretwerk.nl een hebben. Veel van die werkwoorden drukken uit dat het onderwerp kop boven een artikeltje en die luidde zo: ‘Wanneer heeft u voor het iets afrondt: ‘Jan is gearriveerd’ betekent dat Jan zijn reis heeft laatst bij de concurrent verbleven?’. Blijkbaar had er in plaats afgerond en ‘Marie is genezen’ betekent dat Marie haar ziekte achter van heeft eerst bent gestaan, want onder het artikeltje had iemand het zich heeft gelaten. Maar blijven is misschien wel het duidelijkste volgende commentaar geschreven: werkwoord dat nou juist géén afronding uitdrukt. Bijna-synoniemen zoals duren en voortbestaan gaan ook met hebben. 13 D’r zij licht Omdat het hulpwerkwoord gebleven zoveel voorkomt, onthouden Geplaatst op 7 juni 2019 16:00 door Henk Wolf we wel dat we er zijn bij moeten gebruiken, maar bij de veel minder Door Henk Wolf gebruikelijke afleiding verblijven krijgt de neiging om het hulpwerkwoord van blijven te gebruiken waarschijnlijk veel Er zijn veel Nederlandstaligen die het woordje dat we concurrentie van de neiging om het hulpwerkwoord te gebruiken dat als er schrijven net zo uitspreken als het woordje d’r, dus met een beter bij de betekenis past en dat we ook vinden in bijna-synoniemen [d] aan het begin, dan eventueel een sterk gereduceerde klinker (de als bivakkeren en vertoeven, namelijk hebben. Die concurrentiestrijd sjwa) en daarna een [r]. Die begin-[d] is historisch, want in veel tussen twee hulpwerkwoorden is in ons hoofd vermoedelijk zo fel contexten is erontstaan uit daar. dat het ons taalgevoel niet lukt een optimale keuze te maken. Ook de uitspraak waarbij er rijmt op ver (zonder [d], maar met een duidelijke klinker) komt voor. Ik let er weleens op en mijn heel voorzichtige indruk is dat het vooral jonge vrouwen zijn die die uitspraakvariant gebruiken. Ongetwijfeld wisselen veel Nederlandstaligen tussen beide uitspraakvarianten, maar dat kan niet in alle contexten. Zo merk ik dat ik in ‘er komt een man bij de dokter’ alleen de d’r-uitspraak kan gebruiken, terwijl ik in ‘er was eens een meisje dat Roodkapje heette’ die d’r-uitspraak kan gebruiken, maar er ook op ver kan laten rijmen. Dat is niet zo gek. In die laatste verbinding is vermoedelijk sprake van spellinguitspraak: de schrijfwijze er stimuleert ouders en leerkrachten die sprookjes voorlezen ertoe om dat woord op ver te laten rijmen. Wie vaak genoeg voorleest of wordt voorgelezen, onthoudt dan zo’n verbinding als één geheel. Dat eens in diezelfde verbinding wordt uitgesproken als rijmwoord van ‘iets gemeens’ is extra steun voor het idee van spellingsuitspraak, want in spontane spraak wordt dat woord doorgaans ongeveer als us of is uitgesproken. 14 Verplicht zijn de spellingsuitspraken in ‘er was eens’ niet. Misschien Nieuwe betekenissen van ‘officieel’ komt dat doordat er genoeg ouders, juffen en meesters zijn die de Geplaatst op 12 september 2018 10:46 door Henk Wolf normale uitspraken d’r en us gebruiken, maar het is natuurlijk ook Door Henk Wolf mogelijk dat sprekers die een zin met die woorden willen zeggen, hem zelf maken door de woorden d’r, was en us achter elkaar te Ik word er altijd een beetje blij van als ik denk dat ik een zetten. En die hebben dan hun normale uitspraak en niet de taalverandering heb gevonden die nog niet in de woordenboeken is spellingsuitspraak. opgenomen. Af en toe denk ik dat ik er een gevonden heb en daar schrijf ik dan een stukje over. Een zo’n verandering is de Toch is er een context waarin voor mijn taalgevoel de betekenisuitbreiding van het woord officieel. spellingsuitspraak verplicht is. Dat is in de verbinding ‘Er zij licht’. Toen mijn vrouw laatst op een ochtend de gordijnen opendeed, zei ik In officieel herkennen we natuurlijk het Franse office of het dat en toen hadden we het even over de mogelijke uitspraken Latijnse officium, die allebei verwijzen naar het van er in die zin. We waren het er over eens dat de uitspraak ‘der/d’r ‘ambt’. Officieel betekent in het Nederlands dan ook al heel allerlei zij licht’ niet mogelijk was. dingen die met het ambtelijk apparaat of – wat breder – met de overheid te maken hebben. En daaruit komen weer nieuwere Hoe kan dat, als in andere zinnen d’r altijd wel mogelijk is? Wel, ‘er betekenissen als ‘volgens de regels’, ‘vormelijk’, ‘deftig’, ‘statig’, zij licht’ is natuurlijk kanseltaal en ouderwetse bijbelse boekentaal. ‘traditioneel’ voor, die allemaal in de woordenboek terug te vinden Daarbij ligt spellingsuitspraak voor de hand. Een spreker kan uit z’n zijn. eigen woordenschat zelf nog wel de verbinding ‘d’r was us’ vormen, maar niemand zal meer spontaan de aanvoegende wijs zij gebruiken. Recenter lijkt officieel er nog twee betekenissen bij te hebben In spontane spraak is ‘er zij licht’ verder vaak als grap gebruikt, gekregen. Die beschrijf ik hieronder. zoals bij het openen van de gordijnen, en de humor ontstaat mede door de plechtige, onnatuurlijke spellingsuitspraak. Eigenlijk Als eerste is dat de betekenis ‘eigenlijke’, ‘wezenlijke’. Die betekenis vinden we in de volgende internetcitaten: Een jaar of tien later was de officiële betekenis bij onze oosterburen al iets verruimd: de schwalbe kon nu ook buiten het strafschopgebied worden toegepast 15 Dan kun je natuurlijk ook transparant tape gebruiken. Officieel is Stilgeboren dat geen duct-tape, omdat de rubber kleeflaag nooit doorzichtig kan Geplaatst op 8 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf zijn. Door Henk Wolf Dit gebruik van officieel hoort bij een essentialistische visie: wie het Begin 2016 kwam ik voor het eerst het woord stilgeboren tegen. Het gebruikt constateert dat mensen een begrip gebruiken op een manier betekent ‘doodgeboren’. Toen ik er in die tijd op googelde, vond ik die afwijkt van wat volgens de spreker de essentie van dat begrip is. een handjevol vindplaatsen. In juli 2016 schreef ik er een artikeltje Wie meent dat essenties in regels te vangen zijn (of moeten zijn), over. Toen waren het er al honderddertig. Nu, in oktober 2018, geeft vindt deze betekenis van officieel vast een voor de hand liggende Google zo’n vierhonderdvijftig pagina’s waarop het woord uitbreiding van de al eerder aanwezige betenis ‘volgens de regels’. voorkomt. Geautoriseerd Nieuw woord Mogelijk een andere nieuwe betekenis van officieel vinden we in de Voor zover ik dat heb kunnen nagaan, zijn alle teksten met het frase ‘officiële website’, die op Wikipedia veel gebruikt wordt. Ook woord stilgeboren erin in de afgelopen tien jaar gepubliceerd en dan in het volgende internetcitaat zit officieel in die betekenis: hoofdzakelijk in de tweede helft daarvan. In mijn woordenboeken is het woord niet te vinden. We lijken dus een gloednieuw Nederlands Hij sloot zijn officiële tournee af met drie avonden in een uitverkocht woord te pakken te hebben gekregen. Het is ook een woord met oude Luxor Theater in Rotterdam en een uitverkocht Paradiso. potentie, als je kijkt naar de naam van de stichting Stil, die foto’s maakt van doodgeboren kindjes. Officieel lijkt hier zoiets als ‘door de eerstbetrokkene geautoriseerd’ De ontstaansgeschiedenis laat zich makkelijk raden. Dood is een te betekenen. Zo kan iedereen wel websites van schrijfster X maken, taboewoord. Iedereen kent wel het spreekwoord ‘In het huis van de maar er is maar één officiële website, namelijk die waaraan zij gehangene spreekt men niet van de dood’, dat dat principe illustreert. expliciet haar naam verbonden heeft. En zanger Y kan wel op We hebben sterk de neiging taboewoorden te vermijden. allerlei plaatsen een liedje zingen, maar zo’n plaats hoort pas bij zijn Waarschijnlijk heeft het Engelse stillborn model gestaan voor de tournee als ie hem zelf als zodanig heeft bestempeld. Die betekenis nieuwvorming stilgeboren. zit natuurlijk niet heel ver van de essentialistische af. Verwante woorden Naast stilgeboren komt ook het woord stilgeboorte een paar keer op internet voor. Het is moeilijk het aantal voorkomende gevallen te 16 tellen, want veel van de vindplaatsen die Google geeft, zijn Het as geschreven in het Afrikaans, waar stilgeboorte waarschijnlijk al Geplaatst op 5 oktober 2018 15:00 door Henk Wolf langer naar voorbeeld van het Engelse stillbirth in gebruik is. Door Henk Wolf Opvallend is dat de website www.babyvibes.nl het neologisme zelfs Een paar dagen geleden bekeek ik op nu.nl een video over cremeren. definieert: ‘Bij het verliezen van je kind na 20 weken van je In die video had de voice-over het een paar keer over ‘het as’. Dat zwangerschap wordt het echter geen miskraam meer genoemd, maar vond ik opvallend, want voor mij is asuitsluitend een de-woord. stilgeboorte.’ Ik vermoed dat de makers van de website die definitie zelf hebben bedacht, maar misschien is er een medicus die beter Ik heb eerst op de online-woordenboeken WNT en Van Dale weet. Stilbaren komt op internet niet in de bedoelde betekenis nagekeken of die as als het-woord kennen. Dat bleek niet zo te zijn. voor. Stillbearing precies één keer, in een gedicht. Toen heb ik op meldpunttaal.nl een melding van de vondst gemaakt. Dat kan ik iedereen die iets aparts hoort of leest, aanraden, want daar Andere talen onstaat een mooi databankje van opvallende vernieuwingen in het Nederlands. Hulde aan de bedenkers! Het woord stillborn komt al sinds de 16e eeuw in het Engels voor. Stillbirth is waarschijnlijk nieuwer, dat wordt pas rond 1800 Toen ben ik gaan googelen. Op internet komt ‘het as’ 267 keer voor. voor het eerst op schrift gebruikt. Tot in de 20e eeuw Daar zitten wel wat valse treffers bij, waarin ‘as’ de afkorting was stillborn alleen een bijvoeglijk naamwoord, maar tegenwoordig van aanstaande is of waarin het een Afrikaanse werkwoordsvorm is, wordt het woord in het Engels ook als zelfstandig naamwoord maar de overgrote meerderheid van de treffers zijn wel degelijk gebruikt: ‘a stillborn’ is dan een doodgeboren kindje. teksten waarin over as wordt gesproken. En opvallend is dat in alle teksten die ik kon vinden ‘het as’ de specifieke betekenis van Het Duits gaat ook mee. Het online-woordenboek van Duden geeft ‘restant van verbrand mensenlichaam’ heeft. Ik kon geen als vertaling van het Engelse stillborn alleen ‘tot geboren’, voorbeelden vinden waarin ‘het as’ verwees naar bijvoorbeeld maar stillgeboren komt toch zo’n honderdvijftig keer op internet sigarettenas of as uit de barbecue of de kachel. Ook as in de voor, hoofdzakelijk of uitsluitend in recente teksten. Het Fries heeft betekenis van ‘stang waar iets omheen draait’ kwam ik niet tegen. het neologisme nog niet overgenomen: de vormen stilberne, stilgeboaren, stilberte en stilgeboarte komen geen Het gebeurt weleens vaker dat er in vaktaal een ander lidwoord bij van alle op internet voor. een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt dan in de algemene taal. Voorbeelden daarvan zijn microscoop(‘het’ voor onderzoekers, ‘de’ voor de meeste mensen) en ree (‘het’ voor jagers, ‘de’ voor de meeste anderen). Mogelijk speelt dat verschil bij as ook een rol. 17 Opvallend veel van de vindplaatsen van ‘het as’ zijn namelijk ‘Het zout’ en ‘de zout’ websites van crematoria. Geplaatst op 9 augustus 2018 14:30 door Redactie Neerlandistiek Nu nu.nl blijkbaar zonder erg ‘het as’ gebruikt, zou het me niet Door Henk Wolf verbazen als we het begin van een betekenisspecialisatie zien, waarbij ‘het as’ langzaam de betekenis ‘mensenas’ naar zich toe Onzijdige zelfstandige naamwoorden zijn woorden die als regel het trekt. Over twintig jaar maar eens kijken of die voorspelling uit is bepaalde lidwoord hetkrijgen, niet de. De meeste Nederlandse gekomen. woorden zijn heel duidelijk wel of niet onzijdig. Het is bijvoorbeeld altijd ‘het huis’ en nooit ‘de huis’. En het is ook altijd (niet-onzijdig) ‘de aap’ en nooit ‘het aap’. Nou is het gekke dat een klein groepje onzijdige woorden tegen de verwachting in soms toch ‘de’ krijgt. Het bekendste voorbeeld van zo’n woord is zout. In “de strooiwagen strooide het zout over de weg” is dat nog een gewoon onzijdig woord, maar in “wil je me de zout even aangeven?” duikt opeens het onverwachte lidwoord de op. Metonymie Wat de systematiek achter die lidwoordwisseling is, is nooit goed opgehelderd. Het Genootschap Onze Taal verwees vandaag in een Facebookbericht naar een advies uit 2011, waarin gesteld wordt dat ‘de zout’ in plaats van ‘het zout’ gebruikt zou worden door mensen die ‘de zoutstrooier’ bedoelen en dus de inhoud (‘zout’) gebruiken voor de bevatter van die inhoud. Dat is een vorm van metonymie. Het advies is hier te vinden. Dat het gebruik van ‘de zout’ metonymisch zou zijn, heb ik wel vaker gehoord, maar ik zie er eigenlijk geen enkele aanwijzing voor. Het lijkt me zelfs ronduit incorrect. Niet-telbaar 18 maar zelfs uitgesloten: niemand zal die zin interpreteren alsof de Als eerste is het zaak om te noemen dat de vervanging schotel verplaatst moet worden. van het door de alleen voorkomt bij zogenaamde niet-telbare zelfstandige naamwoorden. Zulke woorden kun je niet in het Eetbaar meervoud zetten en je kunt er geen verkleinwoord van maken doordat ze niet daar aparte dingen verwijzen, maar naar stoffen. De Het gebruik van ‘de zout’ is soms ook nog heel goed mogelijk als je lidwoordwisseling is onmogelijk bij telbare zelfstandige iets verder van de etenstafel af gaat. “De zout is op” komt op internet naamwoorden zoals kaasje. Niemand zegt bij mijn weten “wil je me een paar keer voor en klinkt voor mij heel gewoon, althans als het de kaasje even aangeven?”, ook niet als dat kaasje heel metonymisch gaat om tafelzout. Wie dat zegt, staat waarschijnlijk met een lege in een doosje zit. zoutstrooier in z’n hand en constateert dat er geen (niet- metonymisch) zout meer in zit. Ik denk niet dat een gemeentewerker Deel van de maaltijd die met een beteurd gezicht constateert dat hij de strooiwagen niet kan vullen, “de zout is op” zal zeggen. Als hij mijn taalgevoel deelt, We komen het lidwoord de bij anders meestal onzijdige woorden zal ie ‘het zout’ zeggen. vaak tegen als die woorden verwijzen naar iets eetbaars en als dat eetbare deel uitmaakt van de maaltijd. Natuurlijk zitten onderdelen van de maaltijd vaak ergens in en natuurlijk kun je “geef me de Nog een (voor mij welgevormd) internetvoorbeeld: “de bier is zout” interpreteren als ‘geef me de zoutstrooier’. Wezenlijk is echter duur/goedkoop”, waarbij bier volgens mij alleen als stofnaam dat de keuze voor het lidwoord de met de gebruikscontext gelezen kan worden. samenhangt. Wie de zoutstrooier pakt om z’n tuinpaadje ijsvrij te maken, zal niet zo snel zeggen dat ie dat ‘met de zout’ doet. Kan dat wel? In de context van de etenstafel is ook lang niet altijd sprake van een Het gebruik van de bij onzijdige woorden lijkt bepaald te worden mogelijke metonymische interpretatie. Googel maar eens op ‘de door de combinatie van het betekenisaspect ‘(potentieel) onderdeel rookvlees’. Dan vind je zinnen als ‘de rookvlees is in dunne plakjes van de maaltijd’ met de formele eigenschap ‘ontelbaar zelfstandig gesneden’ en ‘beleg het broodje met de spinazie, daarna met de naamwoord’. Ik heb daar wel eens met iemand over gesproken die rookvlees’. Ook voor mijn taalgevoel zijn dat volstrekt normale veel meer verstand van semantiek heeft dan ik en die het heel zinnen en in geen van beide is ‘de rookvlees’ metonymisch te lezen. vreemd vond dat ons brein een eigenschap als ‘onderdeel van de Ik kan ook heel makkelijk zeggen: ‘Schuif de rookvlees even aan de etenstafel’ zou gebruiken om woorden afwijkende eigenschappen te kant, dan is er op die schotel nog ruimte voor de kaas’. Een geven. Waarschijnlijk is dat ook waar, maar toch is dat blijkbaar hoe metonymische interpretatie is daarbij niet alleen onwaarschijnlijk, het hoofd van Nederlandstaligen werkt. 19 Van Oekraïne naar het Ameland Geplaatst op 18 juni 2019 16:00 door Henk Wolf Door Henk Wolf Van welk land is Kiev de hoofdstad? Sommige Nederlandstaligen zullen zeggen: van Oekraïne, terwijl anderen van de Oekraïne zullen zeggen. De landsnaam komt zowel mét als zónder lidwoord in het Nederlands voor. Een journalist vertelde me dat hij de lidwoordloze vorm gebruikte, omdat dat duidelijk maakte dat er sprake was van een onafhankelijke staat. Toen ik even zocht, vond ik bij het Genootschap Onze Taal de observatie dat de namen van landen doorgaans geen lidwoord krijgen. Onze Taal baseert daar het volgende advies op: "Hoewel sommige naslagwerken de Oekraïne al verouderd noemen, is dit niet in overeenstemming met de praktijk. Maar om recht te doen aan de onafhankelijke status van het land, verdient de aanduiding Oekraïne zoals gezegd de voorkeur." Je kunt je afvragen of je het grillige karakter van taal wel recht doet als je adviseert om vormen te vermijden omdat ze uitzonderingen op een geobserveerd patroon vormen. Verder vroeg ik me af of het wel waar is dat landnamen nooit lidwoorden krijgen. Lidwoorden in aardrijkskundige namen De ANS geeft aan dat verschillende categorieën aardrijkskundige namen doorgaans zonder lidwoord voorkomen. Daaronder zijn naast landnamen ook namen van werelddelen, deelstaten, eilanden, provincies, steden en dorpen. Daarbij noemt de ANS meteen een reeks systematische uitzonderingen, namelijk meervoudige namen 20 (de Verenigde Staten en de Wadden), en namen waarin de - in de Islamitische Staat: 3x / in Islamitische Staat: 2x / weet staatsvorm voorkomt (de Bondsrepubliek). niet: 2x - in de Oekraïne: 6x / in Oekraïne: 1x Toen ik even nadacht, kwam ik erachter dat ook aardrijkskundige - in de Congo: 3x / in Congo: 4x namen die uit een letterwoord bestaan, doorgaans een lidwoord krijgen: de DDR, de VS, de USSR. Maar ik kon ook verschillende In elk geval in mijn talige omgeving lijkt het waar te zijn dat onsystematische uitzonderingen bedenken, zoals de deelstaat het meervoudige landnamen en namen die uit een letterwoord bestaan Saarland, de eilanden de Burd, de Engelsmanplaat en de Hamburger een lidwoord moeten krijgen. Dat er bij (de) Islamitische Staat Hallig, de provincie de Westkaap en talloze dorpsnamen waaronder twijfel is, begrijp ik wel, want dat is natuurlijk geen echt land, maar de Wilp, de Veenhoop, de Linde en het Reidland. de naam van een bezet gebied én van de terroristische organisatie die dat gebied bezet hield. De Oekraïne en de Congo komen zowel mét Volgens Onze Taal is de Oekraïne nog een uitzondering op de regel, als zónder lidwoord in mijn talige omgeving voor. maar de ANS noemt de vorm met lidwoord 'verouderd'. Onze Taal en de ANS noemen de Congo allebei verouderd. Toch is mijn indruk Nog meer praktijk dat beide landnamen in de praktijk nog steeds met een lidwoord voorkomen. Omdat zo'n heel klein groepje informanten natuurlijk niet representatief is voor de Nederlandstaligen als geheel, heb ik ook De praktijk nog even gegoogeld: Omdat ik ook benieuwd was of de andere generalisaties over Meervoudige landnamen krijgen inderdaad vrijwel altijd een landnamen klopten, heb ik via Facebook een kleine rondvraag lidwoord: gedaan. Daar reageerden zeven mensen op, allemaal hoogopgeleide "in de verenigde staten woonde": 132x / "in verenigde staten inwoners van Leeuwarden of Groningen. woonde": 0x "via de nederlandse antillen": 30x / "via nederlandse Zij gaven aan de volgende vormen te gebruiken: antillen": 11x (waarvan niet één keer in zinsverband) - via de Nederlandse Antillen: 7x / via Nederlandse Antillen: 0x Afgekorte landnamen krijgen ook bijna altijd een lidwoord: - in de Filipijnen: 7x / in Filipijnen: 0x "in de vs woonde": 157x / "in vs woonde": 17x (waaronder - in de Verenigde Arabische Emiraten: 7x / in Verenigde een aantal krantenkoppen) Arabische emiraten: 0x "in de ddr woonde": 55x / "in ddr woonde": 0x - in de Verenigde Staten: 7x / in Verenigde Staten: 0x - in de DDR: 7x / in DDR: 0x 21 Namen met staatsvormen krijgen ook inderdaad bijna altijd een In bijvoorbeeld Den Helder en De Meern is het lidwoord volgens de lidwoord: ANS geen echt lidwoord meer, maar is het opgenomen in de naam. "gewest van de republiek": 107x / "gewest van republiek": 0x Dat dat bij de Friese namen niet het geval is, is makkelijk na te gaan: "ten tijde van het ottomaanse rijk": 154x / "ten tijde van Friese lidwoorden kunnen namelijk na een voorzetsel een andere ottomaanse rijk": 2x vorm krijgen en dat geldt ook voor bijvoorbeeld op 'e Gordyk. Ook kunnen de Friese lidwoorden in krantenkoppen makkelijk Voor het gebruik van het lidwoord bij Oekraïne en Congo heb ik de verdwijnen: 'Lemmer ferliest fan Gordyk'. Ik heb daar een paar jaar Google-resultaten gefilterd op het datumbereik 2005-nu. De vormen geleden een stukje over geschreven: link. met en zonder lidwoord lijken allebei nog in gebruik te zijn: "uit de Oekraïne": 140x / "uit Oekraïne": 128x Andere Germaanse talen "uit de Congo": 133x / "uit Congo": 113x Interessant is dat in het Gronings het lidwoord bij plaatsnamen aan Lidwoordgebruik in het Fries het verdwijnen is. Siemon Reker, Eline Brontsema en Abel Darwinkel hebben daar een paar jaar geleden onderzoek naar Ook in het Fries en Gronings hebben de meeste namen van landen, gedaan. Bij bijvoorbeeld de Muzzel (Musselkanaal) en 't Scheemte eilanden en plaatsen geen lidwoord, maar er zijn er veel meer dan in (Scheemda) is het alleen na voorzetsels nog gebruikelijk, terwijl het het Standaardnederlands die er wél een hebben. Mijn informanten dertig jaar geleden nog algemeen was. Mogelijk zijn de Groningers staan natuurlijk onder invloed van die regionale talen, dus wie weet toch onbewust bezig de uitzonderingen uit hun taal te verwijderen. hebben ze daardoor minder dan andere Nederlandstaligen de neiging om in hun Nederlands lidwoorden te laten vervallen. Nog even een kijkje bij de grote Germaanse buurtalen: in het Duits lijken in alle door mij afgevraagde gevallen lidwoorden verplicht. Een paar Friese voorbeelden (waarvan sommige historisch): it Een Duitse taalkundige bevestigde dat. Het Duits gebruikt bij Ongerslân (Hongarije), it Belzelân (België), de Ynjes (Indië), it landnamen sowieso vaker lidwoorden dan het Nederlands: in der Amelân (Ameland), de Like (Leek), it Hearrenfean (Heerenveen), de Schweiz, in der Türkei, im Libanon. Wel heeft het Duits naast in den Jouwer (Joure), de Lemmer (Lemmer), de Gordyk (Gorredijk) en de USA ook een lidwoordloos in USA. In het Engels komt vrijwel Pein (Opeinde). En waar Duitsland in het Nederlands schertsend- dezelfde variatie voor als in het Nederlands. Verder laten pejoratief wel Moffrika of Moffenland wordt genoemd, wordt of verschillende Engelstalige media het lidwoord van Ukraine bewust werd er in Friesland wel van it Poepelân of het Poepenland ('het weg op verzoek van de Oekraïense overheid, die, net zoals Onze Buben-land') gesproken. Sommige Friese namen met lidwoorden Taal dat voor het Nederlands deed, voor het Engels aannam dat zijn ook in het Nederlands in gebruik. De Burd is een voorbeeld, net landnamen in principe geen lidwoord kunnen krijgen. als It Heidenskip. 22 Studeren aan ‘Dinges Instelling’ bijvoorbeeld vanaf 2008 tot dit jaar Stenden Hogeschool. Nu zijn de Geplaatst op 23 september 2018 14:10 door Henk Wolf beide buren gefuseerd tot een instelling met hetzelfde Door Henk Wolf naamtype: NHL Stenden Hogeschool. Tien jaar geleden stond aan de Rengerslaan in Leeuwarden nog Ook de Landbouwuniversiteit Wageningen heeft zichzelf in 2001 de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, afgekort: NHL. In 2009 omgedoopt tot Wageningen Universiteit en je hebt in Nederland ook werd de naam gewijzigd in NHL Hogeschool. Dat is in veel nog Zuyd Hogeschool, Avans Hogeschool en HAS Hogeschool, op opzichten een raadselachtige naam. Het opvallendste raadsel is hun websites allemaal zonder lidwoord genoemd. Vlaanderen heeft natuurlijk waarom het woord Hogeschool nog eens gebruikt wordt met dit naamtype Groep T Hogeschool en Artesis Plantijn als dat ook al in de afkorting zit. Raadselachtig is ook de aanwijzing Hogeschool Antwerpen. Wikipedia neemt het lidwoordloze gebruik van de pr-afdeling om vóór ‘NHL Hogeschool’ geen lidwoord te over en schrijft: zetten. Studenten volgden in de folders college aan NHL Hogeschool, niet aan ‘de’ NHL Hogeschool. AP, of voluit Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen, is een hogeschool in de Belgische stad Antwerpen, ontstaan als een fusie Een nog groter raadsel vind ik dat ik niet weet hoe ik NHL tussen Artesis Hogeschool Antwerpen en Plantijn Hogeschool. Hogeschool moet uitspreken. Immers, waar ligt in die vreemde naam de klemtoon? In een gewone samenstelling (met lidwoord, zonder Het nieuwe naamtype valt ook op in dit citaat uit het artikel Artesis spatie) als ‘de Beatrixschool’ of ‘het ANWB-lid’ ligt de klemtoon op Hogeschool Antwerpen, waar alle andere onderwijsinstellingen nog het eerste lid van die samenstelling, dus op ‘Beatrix’ of ‘ANWB’. In wel een lidwoord krijgen, maar Artesis Hogeschool niet: een lidwoordloze naam zoals ‘PTT Post’ en ‘Unicef Nederland’ (met spatie) krijgt juist het laatste stukje de klemtoon, alleen lijkt dat Samen met de Universiteit van Antwerpen, de Plantijn laatste stukje daar steeds de naam van een afdeling binnen het eerste Hogeschool, deKarel de Grote-Hogeschool … en de Hogere stukje te zijn. Dat is bij NHL Hogeschool natuurlijk niet zo. Zeevaartschool, vormde Artesis Hogeschool de Associatie van Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA). ‘Dinges Instelling’ (De vetdruk komt van mij, HW.) Sorbonne Université Een raadselachtige naam dus, NHL Hogeschool. Nou kun je die naam schouderophalend afdoen als het compromisproduct van pr- Vorig jaar las ik over plannen voor een fusie van twee grote Parijse medewerkers met weinig taalgevoel, maar dan ga je eraan voorbij universiteiten; de Université Paris-Sorbonne en de Université Pierre dat het naamtype ‘Dinges Instelling’ (met hoofdletters en spatie, et Marie Curie wilden samengaan en dan de naam Sorbonne zonder lidwoord) in het hoger onderwijs de afgelopen jaren op veel Université gaan gebruiken. Ook in het Franse taalgebied duikt plaatsen opduikt. De buurman van NHL Hogeschool heette 23 ‘Dinges Instelling’ dus op en in het Frans zijn samenstellingen met zoeken die je een-op-een in het Engels kunt vertalen, zonder het erg die volgorde helemaal onmogelijk. te vinden dat er daardoor in de eigen taal wel een heel vreemd product ontstaat? Dat de Leeuwarder hogescholen zich in De nieuwe instelling is ondertussen een feit en op haar website lezen Engelstalige publicaties NHL University en Stenden we: University noemden (en nu NHL Stenden University gebruiken) is daar wel een aanwijzing voor. Les 13 et 14 octobre, Sorbonne Université réunit ses chercheurs au cœur du campus Pierre et Marie Curie pour y célébrer la fête de la Daarbij is het wel grappig dat juist in het Engelse taalgebied de science. Découvrez le programme ! voormalige London University haar naam al lang geleden heeft veranderd in University College London. Dat naamtype komt in Engeland veelvuldig voor, net als het naamtype University of Exeter. Er wordt volgens dat citaat wat gevierd door Sorbonne Université en Die laatste twee naamtypen kun je probleemloos in het Nederlands niet door ‘la’ Sorbonne Université. Ook in het Frans treedt ‘Dinges gebruiken, zoals in Rijksuniversiteit Groningen en Hogeschool van Instelling’ dus zonder lidwoord op. En ook in het Frans is dat raar. Antwerpen. Engels model? Uiteraard was er meteen na de bekendmaking kritiek op de naam. Zo schreef iemand op Facebook het volgende: Zou het werkelijk, zoals de schrijver van het bovenstaande Facebookberichtje aanneemt, gaan om een naam naar Engels model? Dat zou wel een verklaring voor deze naamgevingsmode zijn. In het Verenigd Koninkrijk heb je inderdaad Cardiff University, BPP University en nog heel wat andere hogeronderwijsinstellingen met zo’n naamtype. Zouden al die niet-Engelse hogescholen een naam 24 Friestalige Facebookcontacten bevestigt die indruk. Niemand van Morgen een week zijn je schoenen klaar hen vindt de volgende Nederlandse zin acceptabel: Geplaatst op 21 september 2018 12:00 door Henk Wolf Morgen een week zijn je schoenen klaar. <uitgesloten> Door Henk Wolf Het is wat apart dat in het Nederlands over verplicht is en in het In het Nederlands kun je zeggen dat er ‘over een week’ iets staat te Fries oer niet, want de grammatica’s van het Fries en Nederlands gebeuren. In het Fries kan dat net zo goed: ‘Oer in wike is it klear’. zijn onderling nogal besmettelijk en zeker in informeel gebruik glipt Je kunt ook het woord vandaag of hjoedtoevoegen om aan te geven er nogal eens iets uit de ene taal de andere in. dat die week begint op de dag dat je de zin uitspreekt. Je krijgt dan In het verleden moet de constructie zonder over ook eigen zijn zinnen zoals de volgende: geweest aan het Nederlands. Zo kwam ik in een oud kinderliedje de volgende regel tegen: Vandaag over een week zijn je schoenen klaar. Hjoed oer in wike binne dyn skuon klear. Lou, Lou, trek aan ’t touw, vandaag een week is ’t kermis. Je kunt de week ook op een ander tijdstip laten beginnen. Als Het liedje staat op de website van het Meertens Instituut en de je morgenof moarn toevoegt, dan vindt je gebeurtenis acht dagen na onderzoeker die het heeft opgeslagen, heeft er als modern- het uitspreken plaats: Nederlandse vertaling bij geschreven: ‘Louw, Louw, trek aan het touw. Over een week is het kermis.’ Die vond de zin uit het liedje Morgen over een week zijn je schoenen klaar. dus zo raar dat ie een variant met over erin heeft bedacht. Moarn oer in wike binne dyn skuon klear. Het Engels heeft een constructie die erg op de Friese lijkt. Als je wilt vertellen dat iets acht dagen na het spreekmoment gaat gebeuren, Veel sprekers kunnen in het Fries het woordje oer (‘over’) in zulke dan kun je zeggen ‘a week tomorow’ of ‘tomorrow week’. zinnen makkelijk weglaten. Ze spreken dan zinnen uit als de Voorbeeldzinnen van internet zijn: volgende: The parcel will arrive a week tomorrow. Hjoed in wike binne dyn skuon klear. The parcel will arrive tomorrow week. Moarn in wike binne dyn skuon klear. De Friese constructie is niet beperkt tot de toekomst; net Mijn indruk was al dat dat in het Nederlands niet wil, ook niet in het als oer kunnen veel sprekers ook het woordje foar (‘voor’) weglaten Nederlands van Friezen. Een mini-onderzoekje onder mijn dat een gebeurtenis in het verleden plaatst: 25 Heel erg nerd: woorden die Juster (foar) in wike wienen myn skuon al klear. Hjoed (foar) in wike wienen myn skuon al klear. bijvoeglijknaamwoordje spelen Geplaatst op 1 september 2018 09:05 door Redactie Neerlandistiek Door Henk Wolf Het Engels doet ook hier met het Fries mee. Een paar internetvoorbeelden: Met de volgende zinnen is iets vreemds aan de hand: They gave me the assignment a week yesterday. A. This Company met yesterday week at Manchester. Meneer Jansen is een enorme wegwerker. Mevrouw Pietersen is een dikke matrone. B. Meneer Jansen is een enorme geldwolf. Mevrouw Pietersen is een dikke schat. In de A-zinnen heeft het onderstreepte woord z’n woordenboekbetekenis: meneer Jansen is een wegwerker die enorm is, mevrouw pietersen is een matrone die dik is. In de B-zinnen is die woordenboekbetekenis ook mogelijk, maar die ligt daar niet meer zo voor de hand. Vermoedelijk lezen weinig mensen de B-zinnen alsof meneer Jansen een geldwolf is die enorm is, of alsof mevrouw Jansen een schat is die dik is. Het is in de B-zinnen zelfs heel goed mogelijk dat meneer Jansen een klein kereltje is, en mevrouw Pietersen zo mager als een lat. Bijvoeglijke naamwoorden met een bijwoordfunctie De onderstreepte woorden in de B-zinnen (enorme, dikke) zijn natuurlijk bijvoeglijke naamwoorden, maar het zijn wel bijzondere bijvoeglijke naamwoorden. Ze versterken namelijk de betekenis van 26 een eigenschap die niet genoemd wordt, maar die typisch hoort bij gedaan. Er staat ook geen lidwoord in de het wel genoemde zelfstandige naamwoord. Bij geldwolf is dat zinnen. Nerd en pauper dan ook niet meer heel duidelijk zelfstandige zoiets als vrekkig, bij schat is dat zoiets als lief. Als je voor die naamwoorden. Het lijkt wel alsof ze bijvoeglijke naamwoorden zijn bijvoeglijke naamwoorden een versterkend bijwoord zet (heel, vet), geworden: je kunt ze zonder aan de zin te hoeven sleutelen dan kun je ze zelfs heel goed in plaats van ‘een enorme geldwolf’ en vervangen door echte bijvoeglijke naamwoorden, ‘een dikke schat’ gebruiken. Kijk maar: zoals nerderig of vulgair. Meneer Jansen is een enorme geldwolf = meneer Jansen is heel Nerd en pauper in de bovengenoemde zinnen zijn zelfstandige vrekkig. naamwoorden die op bijvoeglijke naamwoorden zijn gaan lijken. Mevrouw Pietersen is een dikke schat = mevrouw Pietersen is Ook andere woordsoorten krijgen soms die mogelijkheid, vet lief. telwoorden bijvoorbeeld: met jaartallen ben ik veel constructies tegengekomen zoals deze: Je hebt dus bijvoeglijke naamwoorden die op een bepaalde manier ook een beetje bijwoord zijn, zoals enorm en dik. En je hebt Dat is zó tweeduizend zestien! zelfstandige naamwoorden waarin een eigenschap verstopt zit die je kunt versterken, zodat ze iets van een bijvoeglijk naamwoord Het bijwoord zó wordt hier gebruikt om een eigenschap te versterken hebben. Geldwolf en schat zijn daar voorbeelden van. Tot zover die de spreker typisch vindt voor het jaar 2016. niets wat onder neerlandici onbekend was. Bijvoeglijknaamwoordje spelen Zelfs hele woordgroepen kunnen op die manier een soort bijvoeglijk naamwoord worden. In modern Nederlands kom je bijvoorbeeld Nu iets wat mogelijk wat minder bekend is. Zie daarvoor deze zinnen zoals de volgende tegen: zinnen, allebei op internet gevonden: Dat is wel heel erg vorige eeuw. Ben ik nou heel erg nerd als ik dit mooi vind? Zien wij er zo pauper uit? Daarin wordt de woordgroep vorige eeuw door de bijwoordgroep heel erg versterkt. Net als bij ‘een enorme geldwolf’ en ‘een dikke schat’ in de B- Nog opvallender is dat zelfs woordgroepen met een lidwoord in hun zinnen wordt een niet-genoemde typsiche eigenschap van het geheel bijvoeglijknaamwoordachtig worden. Een paar voorbeelden zelfstandig naamwoord versterkt. Alleen gebeurde dat in de B- van internet: zinnen met bijvoeglijke naamwoorden (enorme, dikke), terwijl het hier met bijwoorden en bijwoordgroepen (heel erg, zo) wordt 27 De studiebegeleider is wel heel erg een nerd. woorden en woordgroepen tijdelijk zelfstandignaamwoordje laten Ik ben heel erg een stadsmeisje. spelen, zoals de onderstreepte stukken in de volgende zinnen doen: Dat is behoorlijk een open deur. Het is behoorlijk een ritueel geworden. Dat eeuwige ik-heb-geen-zin van jou moet eens uit zijn. Haar welterusten klonk erg slaperig. Echte bijvoeglijke naamwoorden? Mag ik jouw Terug naar Eden even lenen? Dat woorden van andere woordsoorten bijvoeglijke naamwoorden worden, is niets nieuws. Luxe, van oorsprong een zelfstandig naamwoord, heeft die overstap al lang geleden gemaakt. Paranoia is een nieuwer, maar vergelijkbaar geval en burn-out lijkt de stap naar een bijvoeglijk naamwoord ook te zetten, al kom je dat nog niet vaak vóór het zelfstandig naamwoord tegen. Geldt dat ook voor de woorden in de bovenstaande voorbeeldzinnen? Zijn daarin de woorden nerd, pauper, tweeduizend zestien, vorige eeuw, een nerd, een stadsmeisje, een open deur en een ritueel echte bijvoeglijke naamwoorden? Ik vraag het me af. Ik heb namelijk het idee dat er maar een paar bijwoorden of bijwoordgroepen voor kunnen staan, zoals zo, heel erg en behoorlijk. Zouden ze echte bijvoeglijke naamwoorden zijn, dan zou je ook ‘uitermate nerd’ en ‘zeer vorige eeuw’ verwachten. Daar heb ik geen voorbeelden van gevonden en het staat me ook niet bij dat ik ze gehoord heb. Wat zijn deze woorden en woordgroepen dan wel, als ze geen echte bijvoeglijke naamwoorden zijn? Ik vermoed dat ze dat zijn wat een beetje grappend in de titel staat: dingen die bijvoeglijknaamwoordje spelen. Ze hebben een beperkt gebruik en lijken vaak deel uit te maken van een studentikoos woordspel, waarbij in een beperkt aantal vaste contexten bijvoeglijke naamwoorden vervangen kunnen worden door iets anders. Op dezelfde manier kunnen we ook 28 Pablo is enorm een god in het diepst van zijn Dit enorm doet me denken aan het voorvoegsel extrem-, dat ik in de jaren negentig vaak bij leeftijdsgenoten in Duitsland hoorde. Het gedachten was grappig bedoeld en werd ook gebruikt in gevallen die eigenlijk Geplaatst op 3 juni 2019 16:00 door Henk Wolf door Henk Wolf geen versterking toelaten, zoals in extremschlafen. Mijn informante zei dat ze zich ervan bewust was dat dit gebruik Weet u wat hip is? Het schaalbaar maken van het Nederlands! Van van enorm geen gewoon Nederlands was: het was een taalspel, maar alles wat geen gradaties kende, wordt langzaam op een schaal gezet. wel een taalspel dat al redelijk genormaliseerd was. Volgens haar Zo schreef ik een poosje terug over woorden als meisjemeisje, die versterkte het iets wat niet genoemd, maar wel geïmpliceerd was. In het woordje meisje schaalbaar maken: dankzij het ‘ik ben enorm naar de supermarkt geweest’, betekende het dat ze erg woord meisjemeisje kan iemand meer of minder ‘meisje’ zijn. veel dingen had gekocht. Ze kende ook een variant met Nederlandse Kortgeleden hoorde ik iemand over een nuffige kat zeggen: woorden in een Engelse constructie: extreme uitslaping en extreme kokkerelling. Pablo is enorm een god in het diepst van zijn gedachten. Daarmee is de schaalbaarheidsmode nog niet af. Ik heb er al eens een stukje over geschreven dat mensen zelfstandige Dezelfde spreekster had ik al vaker betrapt op een ongewoon naamwoorden, jaartallen en tijdsbepalingen schaalbaar maken: gebruik van enorm. Zo zei ze ook: Ben ik nou heel erg nerd als ik dat mooi vind? Ik ga enorm slapen. Dat is zó 2018! Ik ben enorm naar de supermarkt geweest. Dat is wel heel erg vorige eeuw. Het woord enorm versterkt hier dingen die normaal gesproken niet En toen ik mijn informante vroeg of ze de enorm-constructie van versterkt kunnen worden. Er zijn meer mensen die dat doen. Zo vind thuis uit had meegekregen, zei ze lachend: ‘Zó niet!’, met een ik op internet bijvoorbeeld: schaalbaar gemaakt bijwoord van ontkenning. En dat om half 6 ’s ochtends als je niets liever wil dan enorm slapen! Thuis moet ik weer enorm slapen, én woest dromen, én weer ben ik opgenomen, omdat ik het niet trek. Hij heeft misbruik gemaakt van jouw ‘flow’, jouw naïviteit jouw vertrouwen en is enorm jouw grenzen over gegaan. Dat kratje is zo enorm van plastic. 29 De checkout en het uitchecken Onze onbewuste afkeer van scheidbaar samengestelde werkwoorden met nieuwe elementen als niet-werkwoordelijk stukje kan trouwens Geplaatst op 1 juni 2019 16:00 door Henk Wolf verschillende resultaten geven. Bij uitchecken is het Engelse door Henk Wolf element out door z’n Nederlandse tegenhanger vervangen, maar Een poosje geleden zat ik in een hotel in Duitsland. Zoals alle hotels bij workouten is het blijven staan en is het werkwoord niet- had ook dit hotel een tijdstip vastgesteld waarop de gasten op hun scheidbaar gemaakt: ‘Ik probeer te workouten’ en niet ‘ik probeer laatste dag aan hun verplichtingen moesten hebben voldaan (sleutel out/uit te worken’. Inchecken is wel weer een scheidbaar werkwoord inleveren, afrekenen etcetera). Al die verplichtingen heetten volgens met z’n originele niet-werkwoordelijke stuk, maar daar is dat geen het informatieboekje de Checkout en het bijbehorende werkwoord probleem, omdat het overeenkomt met het al in het Nederlands was auschecken. aanwezige in. Dat lijkt in Duitse hotels een patroon te zijn: het zelfstandig Als de beide stukjes van het werkwoord direct naast elkaar staan, naamwoord is ook weleens Auscheck, maar zeker zo vaak is het dan is er voor mijn gevoel nog net iets meer mogelijkheid om een helemaal Engels, terwijl het werkwoord doorgaans verder wordt anderstalige vorm te gebruiken dan wanneer ze van elkaar worden verduitst. gescheiden: ‘we moeten outchecken‘ klinkt wel slecht, maar het wil bij mij toch nog net ietsjes beter dan ‘we zijn al outgecheckt‘ en ‘het In Nederlandse hotels lijkt er wat meer variatie te zijn is tijd om out te checken‘. tussen checkout en uitcheck, maar het werkwoord is ook in het Nederlands naar mijn indruk veel vaker het deels vertaalde uitchecken dan outchecken. Ik vermoed dat de groep van scheidbaar samengestelde werkwoorden maar een beperkte mogelijkheid tot uitbreiding heeft; we hebben erg sterk de neiging om daarin het niet-werkwoordelijke stukje te kiezen uit een kleine groep ingeburgerde woordjes (zoals uit, in, af). Zolang je uit die woordjes kiest, kun je heel makkelijk goed klinkende nieuwe werkwoorden maken: nachecken, uitprinten, afkicken. In het Duits werkt het mutatis mutandis vast hetzelfde. Vandaar liever auschecken dan outchecken. En in het Fries gaat het ook zo: niet outtsjekke, maar úttsjekke. 30 Zijn studentes ook studenten? Er waren geen studenten bij, alleen docenten. <normaal> Geplaatst op 28 mei 2019 16:00 door Henk Wolf Er waren geen honden bij, alleen katten. <normaal> door Henk Wolf Er zijn minimaal twee verklaringen mogelijk. De eerste is de Een tijdje terug hoorde ik dat een Duitse onderzoekster vertelde dat simpelste. ze zo weinig mannelijke studenten had. Op een congres had ze een aantal studenten bij zich gehad en dat waren allemaal vrouwen. Ze Verklaring 1 verwoordde dat zo: Verklaring 1: in het Nederlands kun je het woord studenten voor Es waren keine Studenten dabei, nur Studentinnen. zowel mannen als vrouwen gebruiken. Wie alleen vrouwen ziet en zegt: ‘er waren geen studenten bij’, zegt iets onwaars, wat in tegenspraak is met het tweede deel van de uiting. Waarom werkt de zin dan wel met een contrastaccent? Omdat je dan voor de Dat klonk mij heel vreemd in de oren. Het Nederlandstalige gelegenheid studenten als woord voor alleen mannelijke studenten equivalent is voor mij in elk geval niet goed: gebruikt. Als de context ons ertoe dwingt, dan nemen we zo’n betekenisverschuiving voor lief, dankzij het zogenaamde Er waren geen studenten bij, alleen studentes. <raar> ‘samenwerkingsbeginsel’, dat zoveel zegt als dat we altijd aannemen dat onze gesprekspartner iets zinvols probeert over te brengen. Die Contrastaccent betekenisverschuiving is alleen zo bijzonder dat je een heel specifieke intonatie moet gebruiken. Voor mij kan die zin alleen als je een contrastaccent gebruikt. Ik vermoed dat Nederlandstaligen die als meervoud Een probleem met die verklaring is dat een zin als de volgende toch van student doorgaans studente zeggen, omwille van het sterke een beetje raar klinkt: contrast in deze zin zelfs studenten zeggen met een langgerekte of anderszins opvallend gemaakte [n] aan het einde. En op schrift zou Jeanine is een aardige student. <beetje raar> je zo’n zin begrijpelijk maken door iets met de opmaak te doen, bijvoorbeeld met hoofdletters: ‘geen studenteN … alleen studenteS’. Deel van het samenwerkingsbeginsel is ook dat we altijd zoveel Van zo’n contrastaccent was in de uitspraak van de onderzoekster informatie geven als nodig is. En omdat het woord student bij veel echter geen sprake. mensen vermoedelijk als eerste een plaatje van een jongeman oproept, het zogenaamde ‘prototype’, vinden we dat we te weinig Waarom is zo’n zin nou raar? De volgende zinnen zijn immers informatie krijgen als we in deze zin student zeggen en niet studente. volstrekt normaal: Dat dat zo werkt, zie ik geregeld in reacties op stukken in de 31 Volkskrant. De redactie van die krant heeft als beleid Gendern vervrouwelijkte beroepsaanduidingen te mijden. Dames zijn er vaak schrijver, dichter of filosoof in plaats Gendern wil zeggen dat je voortdurend expliciet maakt dat je zowel van schrijfster, dichteres of filosofe en lezers schrijven van tijd tot mannen als vrouwen bedoelt. Wie weleens Duitse politici of tijd dat dat tegen hun taalgevoel ingaat. wetenschappers hoort praten, weet wat ik bedoel. Je krijgt dan formuleringen als: Verklaring 2 Die Bürgerinnen und Bürger Münsters wählen alle sechs Jahre Verklaring 2: student en studente zijn varianten van hetzelfde woord, den/die Oberbürgermeister/in (website gemeente Münster) zoals ook wel en niet verkleinde vormen dat zijn. Je zegt ook niet: Informationen für Patientinnen und Patienten (website Leverkusener Ärzte) Er stonden geen boeken in de kast, alleen boekjes. <raar> Op schrift zijn er allerlei manieren om die dubbelvorm kort te Woorden met uitgangen als het vervrouwelijkende -e en het noteren, zoals het hierboven gebruikte Oberbürgermeister/in en de verkleinende -je zitten wat in een schemergebied tussen afleidingen binnen-I (BürgerInnen). Op Nederlanders en Vlamingen komt dat (die echt nieuwe woorden zijn) en flexievormen (die alleen een consequente verdubbelen erg ambtelijk en omslachtig over, maar ik variant vormen van het stamwoord). En doordat flexievormen merk dat ik het in mijn Duitse PowerPoints soms ook doe. eigenlijk vormen van hetzelfde woord zijn, kunnen hun betekenissen In het Nederlands zou iets als ‘informatie voor schrijfsters en elkaar niet goed uitsluiten. schrijvers’ erg vreemd klinken, alsof dat twee verschillende doelgroepen zijn in plaats van één. Maar bij een deel van de Voor de Duitse onderzoekster waren Student en Studentin in het Duitstaligen is de niet-vervrouwelijkte beroepsaanduiding blijkbaar Duits blijkbaar geen varianten van één woord, maar werkelijk exclusief mannelijk. verschillende woorden. Is het Duits dan zo anders dan het Nederlands? Zijn Studenten altijd mannen? Ik heb twee taalkundige Duitstalige kennissen gevraagd of zij dat zo Het lijkt er trouwens op dat het gebruik van dubbelvormen vooral in ervoeren. Allebei zeiden ze van niet. Ze vonden de zin van de Duitse schriftelijk en formeel Duits voorkomt, zoals in PowerPoints, onderzoekster ook vreemd en konden die alleen met het (niet geschreven teksten en voorgelezen verhalen. In de spontane gebruikte) contrastaccent interpreteren. Een van hen zei dat ze “ook spreektaal bestaan die verdubbelingen wel, maar komen ze naar mijn niet echt mee[deed] met dat ge-gender”. Ze schreef erbij: “Maar ik indruk veel minder voor. Ik heb er bij een paar Duitse lezingen die ik denk dat mensen die meer ‘gendern’ dit anders ervaren.” recent heb bijgewoond eens op gelet en het viel me op dat het verdubbelen op schrift duidelijk meer voorkwam dan in spontaan 32 gehouden praatjes en in de informele gesprekken tijdens de lunch. In Sik, soekie, noede: een gat in het informele situaties betekende Studenten wel vaak ‘studenten van beiderlei kunne’ en was iedereen in een ziekenhuisbed een Patient. Standaardnederlands Geplaatst op 21 februari 2019 16:00 door Henk Wolf Dat sluit aan bij de intuïties van de twee moedertaalsprekers Door Henk Wolf waarover ik het hierboven had. Van Schiermonnikoog tot Poperinge delen mensen een standaardtaal Dat Duitstaligen de wel en niet vervrouwelijkte vorm als varianten waarin ze vrijwel dezelfde woorden gebruiken, van één woord kunnen beschouwen, werd ook nog mooi bijvoorbeeld: brood, straat, rotzak, mispunt, groen, geïllustreerd door iemand die zei: wit, veertien, achtendertig, combineren en zwemmen. Wie op Schier is opgegroeid, kan door die gemeenschappelijke taal zonder veel Die eine Linguistin war ich, der andere Linguist war X. moeite als journalist in Poperieng aan het werk en omgekeerd. Dat neemt niet weg dat er in het Duits in bepaalde contexten wel Die standaardtaal die mensen in Nederland en Vlaanderen (en degelijk reden is om aan te nemen dat Student niet synoniem is met uiteraard ook op de Antillen en in Suriname) zich naast of in plaats het Nederlandse student, maar ‘mannelijke student’ betekent. Zeker van de plaatselijke of regionale taal eigen maken, is het resultaat van wie veel gegenderde dubbelvormen tegenkomt, kan die conclusie een standaardiseringsproject dat in de zestiende eeuw begonnen is. trekken. En als Student ‘mannelijke student’ betekent, dan is de Dat project is uiterst succesvol: hoewel we relatief veel aandacht uitspraak waarmee ik dit stukje begon, natuurlijk goed verklaarbaar. geven aan het beetje variatie in die standaardtaal (de kwestie pinpas of bankkaart, bijvoorbeeld), is er in alle levensdomeinen toch vooral eenheid van taal. Toch is er een uitzondering, zo ontdekte ik kortgeleden. Er is één groep woorden die niet meegestandaardiseerd is. Allerlei vrij kleine regio’s gebruiken er verschillende woorden voor, die uitsluitend in die regio bruikbaar zijn, terwijl gebiedsoverstijgende woorden ontbreken. Dat zo’n groep woorden zou bestaan, had ik niet verwacht. Het gaat om de roepwoorden voor dieren. Ik kwam daarachter toen ik bij het vertalen van een Friese tekst een vertaling moest vinden voor sjúp (uitspraak ‘sjuup’), een roepwoord voor schapen. Ik dacht dat dat makkelijk te vinden zou zijn, maar dat viel tegen. Daarom 33 vroeg ik op de Facebookgroep Leraar Nederlands om vertalingen. Er De geit heeft last van z’n/d’r uier: horen dieren kwamen er een boel, maar die waren allemaal anders. bij de mensen of bij de dingen? Geplaatst op 25 februari 2019 16:00 door Henk Wolf Er reageerden vrij veel Friezen. Die riepen hoofdzakelijk sik als ze Door Henk Wolf hun schapen bij zich wilden hebben. Uit Overijssel kwam ook Ik vermoed dat vrijwel alle Nederlandstaligen naar Mark Rutte een sik. Groningers kwamen met taai of varianten daarop. Er verwijzen met de voornaamwoorden hij, ie, hem, ‘m, zijn, z’n. En ik kwamen ook wat meldingen van kies en van soekie en noede (en vermoed ook dat zo goed als al die Nederlandstaligen naar Angela varianten daarop). En allerlei mensen verbaasden zich over de Merkel verwijzen met de voornaamwoorden zij, ze, haar, ‘r, haar, woorden die anderen aandroegen. d’r. Jan Stroop wees me erop dat het Meertens Instituut een kaartje heeft Voor mannelijke referenten gebruiken we dus andere gemaakt waarop dialectvormen staan van roepwoorden voor voornaamwoorden dan voor vrouwelijke. Dat is in elk geval waar bij schapen. Dat kaartje is hier te vinden: link. mensen. Maar ik geloof niet dat er veel Nederlandstaligen zijn die dat onderscheid toepassen op planten: is een mannelijke wilg hij en Of je de woorden op het kaartje nou alleen als dialectisch moet een vrouwelijke wilg zij? Waarschijnlijk niet. Naar planten wordt in benoemen of dat je ze ook kunt beschouwen als een heel erg variabel het zuiden van het taalgebied meestal verwezen met hun stukje Standaardnederlands of als regiolect of als nog iets anders, dat grammaticale (woord)geslacht en in het noorden met hij. Wat dat weet ik eigenlijk niet. Wel is het een stukje Nederlands dat is betreft worden planten net zo behandeld als dingen. overgeslagen bij de standaardisering. Iemand uit Poperieng kan niet zomaar als agrarisch redacteur op Schier aan de slag, maar moet Bezieldheidsschaal bijleren. Maar dan de dieren. Dat is een groep die op de zogenaamde bezieldheidsschaal tussen de mensen en de planten in zit. Die bezieldheidsschaal is een indeling van alles om ons heen op basis van hoezeer het op mensen lijkt. Die mensen staan bovenaan, dan komen dieren die op mensen lijken, dan dieren die minder op mensen lijken, dan planten, dan dode dingen, dan abstracte woorden zoals duisternis. Dat is grofweg, trouwens. Je ziet die bezieldheidsschaal in veel talen terug. In het Nederlands ook. Wat voornaamwoorden betreft sluiten de dieren zich namelijk bij sommige sprekers aan bij de mensen en bij andere sprekers bij de planten en de dingen. 34 verwijst, staat op de site van de Taalunie, maar die schrijft daarover: Jenny Audring van de Universiteit Leiden heeft uitgebreid “In verzorgde schrijftaal zijn zulke verwijsvormen niet aan te onderzoek gedaan naar de manier waarop Nederlandstaligen uit de raden”. Randstad hun voornaamwoorden gebruiken. Ik heb haar gevraagd welk patroon ze bij dieren tegenkwam. Het bleek dat de overgrote Het Genootschap Onze Taal sluit daarbij aan. Dat schrijft: “Toch meerderheid van de sprekers in haar onderzoekscorpus naar dieren is een moederschaap en zijn lam een vreemde combinatie: het verwees met de voornaamwoorden die we ook voor mannen woordgeslacht botst hier te sterk met het biologische geslacht. In gebruiken: hij, z’n enzovoort. Het biologisch geslacht speelde zulke gevallen laten we het biologische geslacht voorgaan. Een daarbij geen rol. Wat dat betreft worden dieren dus over één kam moederschaap en haar lam heeft daarom de voorkeur. Om dezelfde geschoren met planten en dingen. Jenny vertelde dat ze ongeveer reden is het ook ‘Het meisje voerde stiekem haar brommer op.” vijftig zinnen heeft gevonden waarin met een voornaamwoord naar een dier werd verwezen: maar twee keer werd er een ‘vrouwelijk’ Grappig genoeg komt in Jenny Audrings prachtige boek Reinventing voornaamwoord voor gebruikt, tegen zo’n vijftig keer een Pronoun Gender ook een voorbeeld voor van iemand die het door de ‘mannelijk’. Bij die ‘mannelijke’ verwijzingen zaten er ook naar Taalunie gepropageerde systeem gebruikt en een ander erop duidelijk vrouwelijke dieren. corrigeert. Die persoon zegt over een kip: “En dan blijft ie wel binnen de ruimtes die je ‘m geeft”. De gesprekspartner reageert Dat is trouwens ook mijn eigen ervaring, maar ik weet dat er daarop met: “Een kip is ze.” Nederlanders zijn die het anders doen. In mijn jeugd woonde er in de buurt een aardige oude dame, ik geloof Haags van achtergrond, met Ik weet niet op welke gegevens de Taalunie en het Genootschap hetzelfde accent als koningin Beatrix en met een hond. Naar die Onze Taal zich baseren. Misschien verdient hun norm wat hond verwees ze altijd met ze en ‘r. Dat vonden wij als kinderen erg aanpassing, want niet alleen in de Randstad, maar ook in het zuiden vreemd. Het klonk alsof de hond een figuurtje uit de Donald Duck van het taalgebied en in Friesland zijn er nauwelijks mensen te was in plaats van een echte hond. Voor ons was ze en ‘r beperkt tot vinden die het biologisch geslacht een rol laten spelen bij de keuze vrouwen en meisjes – inclusief Katrien Duck. van de voornaamwoorden om naar dieren te verwijzen. Norm van Taalunie en Onze Taal Het zuiden van het Nederlandse taalgebeid De Taalunie onderkent dat er verschillen zijn in de manier waarop In het zuiden van het taalgebied, ruwweg Vlaanderen en Nederland Nederlandstaligen met voornaamwoorden naar dieren verwijzen, ten zuiden van de grote rivieren, is het wel gewoon om over een koe maar gek genoeg is het een genormeerde kwestie. Dat het noorden of een geit te praten als ze of d’r. Nou kan dat zijn omdat die beesten van het taalgebied (ongeveer Nederland benoorden de grote rivieren, vrouwelijk zijn, maar ook omdat de woorden grammaticaal vermoed ik) ook met woorden als hij en z’n naar vrouwelijke dieren vrouwelijk zijn. Daar is in de literatuur wel over geschreven, onder 35 andere door Guido Geerts. In een artikel uit de jaren zestig met de Ik heb via Facebook maar eens wat kennissen gevraagd wat zij titel Hij geeft melk beschrijft Geerts dat de woorden ze en d’r zowel zeiden. Er waren wel wat mensen die dieren wat voornaamwoorden worden gebruikt voor grammaticaal vrouwelijke woorden als voor betreft als mensen behandelden, maar die waren in de minderheid. woorden die naar vrouwelijke personen verwijzen, maar dat dat niet Zeker de Friezen gebruikten bijna allemaal hij, hem, z’n en meer van geldt voor het woord zij. Dat zou vrijwel alleen worden gebruikt om die ‘mannelijke’ woorden voor alle dieren, ongeacht hun biologisch over vrouwelijke personen te praten. Ook de ANS wijst erop geslacht. Iemand gaf als illustratie dat geit Klaas ‘last van z’n uier dat zij alleen voor personen wordt gebruikt. had’ en een oud-veearts vertelde in het Fries wat het betekende als een koe liboaitsk is: ‘dan hat er in fersakking fan ‘e baarmoeder’. De Volgens Geerts wordt ‘Zij geeft melk’ ook in het zuiden van het Friezen gebruikten in hun Fries en in hun Nederlands steeds taalgebied niet van koeien gezegd. Dat wijst erop dat de koe en de hetzelfde systeem van voornaamwoordelijke verwijzing. geit daar niet op één lijn met mensen worden geplaatst, maar dat een koe of een geit er ze wordt genoemd, zoals ook de tafel er ze is: Dat dieren soms één groep met voorwerpen vormen in het Fries en omdat die woorden grammaticaal vrouwelijk zijn. Ook in het zuiden het Friese Nederlands, wordt misschien ook wel geïllustreerd door word er naar dieren blijkbaar op dezelfde manier verwezen als naar het gebruik van ding om naar dieren te verwijzen. Ik hoorde laatst planten en dingen. een oude Friese dame (in het Nederlands) over een aangereden kat zeggen: “Nou is het een raar ding” (een verminkte kat). Ik kan me Friesland ook voorstellen dat, als bijvoorbeeld de kippen ontsnapt zijn, ik zou zeggen: “Waar zijn die dingen?”. Het Woordenboek der Friese In het Fries horen dieren wat voornaamwoordelijke verwijzing Taal noemt ook als een van de betekenissen van ding ‘huisdier’. betreft vanouds vaker bij de planten en de dingen dan bij de mensen. In het Woordenboek der Friese Taal staat by liif (‘baarmoeder’) als Met dank aan Jenny Audring voor haar gegevens en de uitgebreide voorbeeldzin: ‘Hy hat it liif ôfskood (fan ko)’ (‘hij heeft de toelichting. baarmoeder afgeschoven (van koe)’ = hij heeft z’n baarmoeder eruit hangen). En de Grammatica Fries van Jan Popkema zegt: “Hoewel vrouwelijke dieren normaliter met hyworden aangeduid, komt toch ook verwijzing met hja/sy voor.” Dat lijkt overigens bij de jongste generatie te veranderen. Mijn collega Aant Mulder heeft een tijdje geleden een column geschreven over het opkomen van vrouwelijke voornaamwoorden voor dieren in het Fries van jongeren. Hij merkte op dat z’n kleinkinderen de kat sy noemde en verbaasde zich erover. De column staat hier. 36 Opvallend is natuurlijk het gebruik van zowel een aanwijzend als In dit ons land een bezittelijk voornaamwoord bij hetzelfde zelfstandige naamwoord (‘dit ons’). Die woorden zijn allebei zogenaamde Geplaatst op 20 februari 2019 16:00 door Henk Wolf determineerders. Dat is een groep woorden zoals de, het, dit, deze, Door Henk Wolf welke, alle, geen, zulke etcetera. Ze hebben als gemeenschappelijke eigenschap dat ze voor een zelfstandig naamwoord staan, en zelfs Het Nederlands is ergens in de twintigste eeuw een grammaticale nog voor de bijvoeglijke naamwoorden die daarbij horen. En bij elk mogelijkheid kwijtgeraakt. Hieronder wordt die geïllustreerd: zelfstandig naamwoord kan tegenwoordig maar één determineerder staan: “We hebben in dit ons Dichtwerkje, dat reedts voor die tyt afgedrukt was, met de Opdragt deszelfs, onder anderen, hartelyk gewenscht, dit huis <gewoon> dat …” ons huis <gewoon> (Johannes van Boskoop, Het in Beginselen verhoogde Nederlandt, dit ons huis <raar> 1748) Dat er maar één determineerder voor een zelfstandig naamwoord kan “Hoe zalig is dit myn besluit!” staan, is een regel die wel voor het allermodernste Nederlands geldt, (lied ‘Het gelukkig buitenleven’, Betje Wolff en Aagje Deken, 1781) maar dus niet voor ietsjes ouder Nederlands. Er zijn wel moderne talen die dubbele determineerders hebben. Het Catalaans is een voorbeeld (hier met een lidwoord en een bezittelijk “… de algemeene zaken in dit ons Vaderland voleindigen my geheel voornaamwoord): te verpletteren.” (brief van Willem Bilderdijk, 1837) el teu projecte (“het jouw project” = jouw project) “Gij gaaft aan deze uwe vinding den schilderachtigen naam van Onderaardschen Schietblaasbalg” (brief van Hildebrand, 1871) In het Nederlands komen dubbele determineerders in de tweede helft van de twintigste eeuw nauwelijks meer voor. Als dat al gebeurt, dan “Een symbool van roomse aanspraak op de macht in dit ons is het vaak in de woordgroep ‘in dit ons land’, die een soort ironisch- Nederland …” archaïserend idioom is geworden, zoals in de onderstaande citaten: (Ch. J.G., archief Protestants Nederlands, 1955) “Maar in dit ons land zijn moslims niet allemaal Charlie.” (column van Mellouki Cadat op kis.nl, 2015) 37 “Doch neen hoor, als een doctorandus dan hebben de makers de constructie óf niet meer opgemerkt, óf ze in dit ons vaderland de hand es vonden haar zo marginaal dat ze er niets over wilden schrijven. slaat aan de lier van ’t luchte lied, dan héérst hij in ons rijksgebied.” (gedicht van Nelis Klokkenist over Drs. P, 1986) In het Fries lijkt de constructie in de tweede helft van de twintigste eeuw nog iets productiever te zijn dan in het Nederlands. Uit de jaren vijftig zijn er in elk geval nog vrij makkelijk een paar Friese citaten te vinden: “Dy brekt troch alle seadd’ en fuorge hinne Fan dizze ús bêste, mar sa taeije klaei, Om need’rich groeijend ûnder wyn en sinne To wurden koarn en klaver, blom en raei.” (“van deze onze beste, maar zo taaie klei”, gedicht ‘Eale losbandigens’ van Douwe H. Kiestra, 1953) “Mar hie it dan wol sin, fersen fan sok in libbenswysheit oer to bringen yn dit ús Frysk?” (“in dit ons Fries”, boekbespreking door Eeltsje Boates Folkertsma, De Tsjerne, 1956) “Boergonje en Frankryk, prinsen, fûl stykjend om ús jongste dochters hert, ha lang, út leafde, toeve oan dit ús hof.” (“vertoefd aan dit ons hof”, vertaling van King Lear door Douwe Kalma, vermoedelijk geschreven in de jaren vijftig, uitgegeven in 1969) Ik heb in moderne Friese grammatica’s geen verwijzing naar de constructie kunnen vinden. Als ik niets over het hoofd heb gezien, 38 Jou schelm! Deense ‘fy, din slemme dreng’ (‘foei, jij stoute jongen’, letterlijk Geplaatst op 9 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf ‘foei, jouw stoute jongen’). In die talen is het bezittelijk Door Henk Wolf voornaamwoord niet alleen bij scheldwoorden in gebruik, maar ook in koosvormen als ‘din lille engel’ (Deens voor ‘jij kleine engel’, Wie een ander wil uitschelden, die kan dat doen met alleen een letterlijk ‘jouw kleine engel’). scheldwoord, zoals lummelof rotzak. Hij kan daarvoor ook het Kern vermoedt dat de oorsprong van de constructie ligt in zinnen als voornaamwoord jij zetten. Dan krijg je uitspraken als ‘jij lummel!’ ‘zal ik jouw duivelskop eens afrossen?’, waarin duivelskop een en ‘jij rotzak!’. scheldwoord was voor het hoofd van de aangesprokene, maar waarin het werd opgevat als scheldwoord voor de hele persoon. In wat ouder Nederlands vind je in plaats van dat jij ook vaak de vorm jou. Zo laat Bredero bijvoorbeeld in De klucht van de koe een In het Nederlands ken ik de constructie alleen uit oudere literatuur. boef schelden met ‘jou kinckel’ en ‘jou schelm’. E. du Perron laat In het Westerlauwerse (Nederlandse) Fries ken ik haar helemaal niet, in Nutteloos verzet schelden met ‘jou schoelje!’. Zelfs in de moderne maar uit het Duitse Noord-Fries is ze me zeer bekend, met een tijd duikt die vorm af en toe nog op. Taalkundige Cornelis de Vooys onmiskenbaar bezittelijk voornaamwoord voorop. Een goede noemt in de jaren vijftig in zijn Nederlandse spraakkunst ‘jou bekende die het Noord-Friese dialect Mooring spreekt, begroet me rakker’ nog als dan hedendaags taalgebruik. Wie googelt op ‘jou vaak met ‘dan üülje hün’ (‘jij oude hond’, letterlijk ‘jouw oude schoft’, vindt verschillende treffers uit de jaren zeventig. En wie op hond’). Ook hoor ik in Noord-Friesland vaak ‘dan stååkel’ (‘jij ‘jou lummel’ googelt, vindt een heleboel voorbeelden uit het stakker’, letterlijk ‘jouw stakker’) als blijk van medeleven. Afrikaans van de twintigste eeuw. Waar dat jou vandaan komt, is al lang onderwerp van discussie. In de jaren twintig opperde de taalkundige Moritz Schönfeld dat de vorm onstaan was in de constructie ‘o jou schelm!’, waarin de uitroep o als een soort voorzetsel werd opgevat. En na voorzetsels krijg je de vorm jou, niet jij. Een andere taalkundige, J.H. Kern, was het daar niet mee eens. Hij gaf een alternatieve verklaring. Volgens hem was de vorm van oorsprong niet jou, maar jouw. Hij wees erop dat ook de Scandinavische talen voor scheldwoorden een bezittelijk voornaamwoord gebruiken. Als voorbeelden noemt hij onder andere het Zweedse ‘din åsna’ (‘jij ezel’, letterlijk ‘jouw ezel’) en het 39 Ze vonden haar een eindje verderop liggen Nou verschilt het per persoon en per regio welke werkwoorden zo’n Geplaatst op 7 februari 2019 16:00 door Henk Wolf beknopte bijzin als lijdend voorwerp kunnen krijgen. Door Henk Wolf Met zien en horen lukt het bij mijn weten overal. Met voelen en vinden is het voor sommige sprekers al wat lastiger. Nog minder goed wil het met ruiken, maar ook bij dat werkwoord komt het voor. Ze zag [de dode begraven worden]. In de grammatica’s van het Fries wordt We horen [de doofstomme beul haar neus breken], meestal fernimme (‘bemerken’) expliciet genoemd als werkwoord Iedereen hoorde [het hard waaien]. dat in die taal wel zo’n beknopt lijdend voorwerp bij zich kan Ik vind [het hier stinken]. hebben, maar in het Nederlands niet. Een Friese zin als de Hij voelde [een vuist vlak langs zijn oor suizen]. onderstaande is dan ook niet letterlijk in het Nederlands te vertalen (althans voor de meeste Nederlandstaligen): De bovenstaande zinnen laten zien dat de werkwoorden zien, horen, vinden en voelen als lijdend voorwerp een Se fernaam de ynbrekker de trep op kommen. beknopte bijzin kunnen nemen. Dat zijn de stukjes tussen vierkante (“ze merkte de inbreker de trap op komen”) haken. Wie iets van de klassieke talen weet, herkent in deze zinnen de infinitivus cum accusativo (of accusativus cum infinitivo). Hierboven noemde ik vinden als voorbeeld van een Nederlands werkwoord dat vrij algemeen een beknopte lijdendvoorwerpszin kan Je kunt die beknopte bijzinnen steeds met minimaal krijgen. Dat is dan het werkwoord vinden in de betekenis ‘van betekenisverschil vervangen door een gewone bijzin. Dan krijg je: mening zijn’. In de Friese grammatica’s tref je dat werkwoord doorgaans niet aan, vermoedelijk omdat dat werkwoord in die Ze zag [dat de dode begraven werd]. betekenis als hollandisme wordt beschouwd. We horen [dat de doofstomme beul haar neus breekt]. Iedereen hoorde [dat het hard woei]. Vinden Ik vind [dat het hier stinkt]. Hij voelde [dat er een vuist vlak langs zijn oor suisde]. Wat je in het Fries wel tegenkomt, maar wat ik in de moderne grammatica’s niet heb aangetroffen, is dat het Ook in die zinnen staat het lijdend voorwerp tussen vierkante haken. werkwoord fine (‘vinden’) in de betekenis ‘aantreffen’ er zo’n beknopte lijdendvoorwerpszin kan krijgen. Ik werd me er pas bewust Variatie van toen ik kortgeleden in de volksverhalenverzameling van Ype Poortinga het verhaal Bloedplakken op ‘e skuordoarren las. 40 Poortinga heeft het verhaal in 1977 opgetekend uit de mond van Pyt Idzinga. In het verhaal staan de volgende zinnen: Den uitvreter, dien je in je bed vond liggen met zijn vuile schoenen … Se hienen dy âld boer by de skuordoar lizzen fûn en syn húshâldster fûnen se in eintsje fierder lizzen. En in een volksliedje uit de zeventiende of achttiende eeuw: (“ze hadden die oude boer bij de schuurdeur liggen gevonden en zijn huishoudster vonden ze een eindje verder liggen”) Al op een wegetje onbedagt vond ik een magetje zitten verborgen onder de boomtjes daer ’t soo groene was. Toen ik even verder zocht, vond ik in de Rimen en teltsjes van de gebroeders Halbertsma nog: Yn syn âlde lapekoer haw ik jit ek in rymke op Gysbertom lizzen fûn. (“in zijn oude lappenmand heb ik nog ook een rijmpje op oom- Gijsbert liggen gevonden”) … dêr in boer it harterke kritende lizzen fûn. (“waar een boer het kind huilend liggen vond”) Ik geloof niet dat ik dit fine in de zin van ‘aantreffen’ zelf zo vlug met zo’n beknopte bijzin erbij zou gebruiken, maar de zinnen klinken me ook niet raar in de oren. Opvallend is wel dat een variant met een gewone bijzin niet lijkt te kunnen: Se fûnen dat syn húshâldster in eintsje fierder lei. <klinkt niet goed> Nederlandse voorbeelden In het Nederlands heb ik ook even gezocht. Recente gevallen heb ik niet kunnen vinden, maar wel een paar uit ietsjes ouder Nederlands. In de DBNL vond ik onder andere het volgende voorbeeld uit De uitvreter van Nescio: 41 Veels te interessant om erover op te houden gevallen, maar er zijn er veel meer. Een paar voorbeelden: ‘toch’ in Geplaatst op 1 november 2018 16:00 door Henk Wolf het Fries kan doch zijn, maar ook dochs. En ‘vaak’ is faak of faaks. Door Henk Wolf ‘Evenwel’ is lykwol of lykwols. ‘Zometeen’ is daalk of daalks. ‘Eigenlijk’ is einlik of einliks. ‘Gewoonlijk’ Ruim een jaar geleden schreef Marc van Oostendorp een stukje over is gewoanlik of gewoanliks. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden. het -s‘je achter veel in woordgroepen als ‘veels te interessant’. Hij Een paar van die bijwoorden met -s hebben zelfs nieuwe ging in op twee vragen waar taalkundigen al een hele tijd over betekenissen ontwikkeld. Zo betekent faaks niet alleen ‘vaak’, maar nadenken: waar komt het -s‘je vandaan en hoe zit een constructie als ook ‘misschien’. ‘veels te interessant’ in het hoofd van moderne sprekers? Misschien Kornelis ter Laan (1953) heeft in z’n Proeve van een Groninger kan ik met wat Noord-Nederlandse streektaalgegevens een klein spraakkunst zelfs een apart hoofdstukje ‘De bijwoordelijke s’. Hij beetje aan de beantwoording van die twee vragen bijdragen. noemt daarin onder andere eerlieks (‘eerlijk’), lopens (‘lopend’) en verledens (‘onlangs’) als Groningse bijwoorden waaraan een De bijwoordelijke -s extra -s is geplakt. Ook ‘veuls te swoar’ komt in het hoofdstukje voor. Om met de afkomst te beginnen: hoogstwaarschijnlijk is de - s begonnen als een naamvalsuitgang. Marc verwijst naar een stuk Het is heel waarschijnlijk dat de -s in het Nederlandse veels ook is van H. Kern uit 1860 waarin die verklaring wordt gegeven. Kern blijven bestaan als bijwoordmarkeerder, lang nadat schrijft dat woorden zoals veel, die een afstand uitdrukken, in de naamvalsuitgangen op bijwoorden waren verdwenen. middeleeuwen in de tweede naamval stonden. Eén woord of twee woorden? Nou is die oude naamvals-s in verschillende Nederlandse streektalen een ander leven gaan leiden. Hij werd namelijk een soort Over hoe ‘veels te interessant’ nu in het hoofd van sprekers zit, kan bijwoordmarkeerder. Allerlei bijwoorden konden zo’n -s aan het het Fries mogelijk ook wat verraden. Marc verwijst naar de einde krijgen. In het Standaardnederlands zien we in het onlinegrammatica Taalportaal, waar veels en te als aparte woorden paar onverwacht – onverwachts nog de mogelijkheid om een worden beschouwd, maar het zou ook best kunnen dat veelste één bijwoord met een -s te markeren en er zijn vast wel meer woord is. voorbeelden, maar de meeste bijwoord-s‘jes hebben de standaardtaalvorming niet overleefd. In de streektalen zijn er echter Waarom zou dat kunnen? Wel, in het Fries wordt in de constructie nog een boel van over. ‘veel(s) te’ niet het woord voor ‘veel’ gebruikt, maar het woord voor ‘ver’: fier. Nou heeft het Fries een hele interessante eigenschap: Douwe Tamminga (1973) beschrijft in het stukje ‘Is doch(s) by ús ek breking. Wat versimpeld gezegd is breking een klankverandering die in bynwurd?’ in het boek Op ‘e Taelhelling een aantal Friese vooral optreedt als woorden langer worden gemaakt. Zo klinkt het 42 meervoud van jier(‘jaar’) als jirren. En ‘verte’ klinkt niet als fierte, ‘De man’ als voornaamwoord maar als fjitte. Geplaatst op 30 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf In het Fries schrijf je de vertaling van ‘veels te interessant’ als Door Henk Wolf ‘fierste nijsgjirrich’, maar je zegt ‘fjiste nijsgjirrich’. Er is dus klankverandering opgetreden in fier. Dat is natuurlijk geen keihard Voor sommige sprekers van het Nederlands heeft de woordgroep ‘de bewijs, maar het is er wel een aanwijzing voor dat fiers en te samen man’ een functie die hij voor anderen niet heeft. Dat zie je aan het één woord fierste zijn gaan vormen. Dat de combinatie als één volgende fragment: woord wordt ervaren, is ook te zien op Taalweb, de Friese tegenhanger van het Groene Boekje. Daar wordt fierste als één Mijn vader kon op geen enkele manier een gesprek voeren. De trefwoord opgenomen, zonder spatie. man sprak geen woord Engels. Als fierste in het Fries als één woord wordt ervaren, dan is er natuurlijk reden om eens te kijken of het zeer vergelijkbare ‘veels te’ In dat fragment kan ‘de man’ worden geïnterpreteerd als een in het nauw verwante Nederlands niet ook één woord zou kunnen willekeurige mannelijke gesprekspartner van de vader. In die zijn. Eén extra aanwijzing daarvoor zou kunnen zijn dat je wel ‘veel interpretatie spreekt de vader vermoedelijk wel Engels, maar zijn en veel te mooi’ kunt zeggen, maar dat ‘veels en veels te mooi’ toch gewenste gesprekspartner zeker niet. Die gesprekspartner is dan óf al wat gek klinkt. bekend, óf er is sprake van een vertelling die in medias res begint. Die interpretatie is voor dit stukje verder niet zo interessant. Daarnaast zijn er sprekers van het Nederlands voor wie ‘de man’ juist de vader van de spreker is. De gedachtegang van de spreker loopt dan door van de eerste zin naar de tweede en ‘de man’ wordt gebruikt om te verwijzen naar de persoon over wie in de eerste zin al iets werd medegedeeld. ‘De man’ heeft dan dezelfde functie als het persoonlijk voornaamwoord hij. De woordgroep ‘de man’ lijkt hier dus zelf een beetje op een voornaamwoord. Voor mijn gevoel is er wel een verschil in gebruikswaarde: ‘de man’ klinkt informeler dan hij. De man / de vrouw 43 Het aparte is nu dat ‘de man’ die voornaamwoordfunctie wel heeft, dat daar een stilistisch voldoende neutrale tegenhanger van in het maar ‘de vrouw’ niet. In het onderstaande verhaaltje kan ‘de vrouw’ Nederlands bestaat. niet naar ‘mijn moeder’ verwijzen: Zoals het Friese voorbeeld laat zien, kun je in het Fries ‘de man’ ook Mijn moeder kon op geen enkele manier een gesprek voeren. De naar een persoon laten verwijzen die niet genoemd is, maar die vrouw sprak geen woord Engels. aanwezig is bij het gesprek. In vaktaal: de woordgroep wordt dan deiktisch gebruikt. Zo kun je tegen (of over) een man of een De enige mogelijke interpretatie is dat de moeder vermoedelijk wel jongen die de ruimte betreedt, zeggen: Engels spreekt, maar een persoon met wie ze wil praten niet. Ook woordgroepen als ‘de jongen’ en ‘het meisje’ kunnen de Dêr hast de man! (‘Daar heb je de man!’) voornaamwoordfunctie niet krijgen. Verder is het ook bij ‘de man’ Dêr wie de man al! (‘Daar was de man al!’) niet goed mogelijk om woorden toe te voegen: ‘de aardige man’ of ‘de belezen man’ kunnen in het genoemde verhaaltje niet op ‘mijn vader’ slaan. Ook daar zijn groepen als ‘de vrouw’ en ‘de aardige man’ uitgesloten. De uitspraken hebben in het Fries een sterk idiomatisch Wel zijn er een paar langere woordgroepen die stilistisch niet karakter en de taalgrenzen zijn bij zulk idioom in Friesland nogal neutraal zijn, maar die wel een vergelijkbare voornaamwoordelijke poreus, waardoor ik het moeilijk vind om uit te maken of ze in het functie lijken te kunnen vervullen. Ik kon ‘de beste man’, ‘de brave Nederlands ook mogelijk zijn. borst’ en ‘de goede ziel’ bedenken. Ook inherent pejoratieve woordgroepen zoals ‘de etterbak’ en ‘de trut’ kunnen verwijzen naar Verspreiding de persoon over wie het gesprek op dat moment gaat, maar dan natuurlijk met een sterke negatieve lading. Ik heb bij collega’s en via Facebook wat rondgevraagd naar de aanvaardbaarheid van het voornaamwoordelijke ‘de man’. Dat is Fries natuurlijk geen heel betrouwbare methode, maar ik krijg in elk geval In het Fries bestaat het gebruik van ‘de man’ als voornaamwoord een beetje het beeld dat het in Friesland heel gebruikelijk is. ook. Ik werd me er laatst bewust van, toen een Drentse kennis laatst Sommige Friese kennissen zeiden dat ze het in zowel het Fries als voor de grap iets in het Fries op Facebook schreef. Een Friezin het Nederlands gewoon vonden, sommige zeiden dat ze het vooral in reageerde daarop met ‘De man praat Frysk, nea witten doe’t er noch het Fries gebruikten, andere juist vooral in het Nederlands. Een myn baas wie’ (‘De man spreekt Fries, nooit geweten toen ie nog Groningse collega vond het voornaamwoordelijke gebruik van ‘de mijn baas was’). In het Fries heb je wel een vergelijkbare man’ wat ongebruikelijk, maar ‘de vrouw’ volledig uitgesloten. woordgroep voor vrouwen, namelijk ‘it minske’, maar ik geloof niet Iemand uit Nijmegen noemde het “iets dat je in een oud boek kunt 44 tegenkomen”. Uit de rest van Nederland en Vlaanderen heb ik geen Doorsneden met dammen reacties gekregen. Geplaatst op 28 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf Door Henk Wolf In hoeverre andere talen vergelijkbare woordgroepen hebben, weet ik niet, maar ik krijg de indruk dat in het Engels ‘the guy’ en ‘the Een tijdje terug kwam ik in een boek de volgende zin tegen: bloke’ op dezelfde manier kunnen worden gebruikt als in het Nederlands ‘de man’. Zo vond ik op internet de volgende Het voormalige kanaal werd doorsneden met dammen. fragmentjes: Die zin fascineerde me – niet alleen omdat ie tegen m’n taalgevoel I spoke with Garmin, the guy thought I was telling him that I was inging, maar ook omdat ik hem eerst niet kon ontleden. Ondertussen having a communication problem between the chartplotter and denk ik dat me dat wel gelukt is, maar m’n benoeming is wat the VHF !! onorthodox. Wie het beter weet, moet het zeggen. I’ve said this before but there are players, some players, who for reasons you can’t entirely put your finger on, get right up your Bij de ontleding heb ik als volgt geredeneerd: nose – like Arjen Robben. Clearly the bloke is a top footballer, despite possessing a right foot that couldn’t be guaranteed to – We hebben te maken met de lijdende vorm van een kick a stationary space-hopper. werkwoordelijk gezegde. Het alternatief zou zijn dat doorsneden een bijvoeglijk naamwoord zou zijn dat diende als naamwoordelijk deel van het gezegde. Dat is niet zo plausibel, onder andere omdat bijvoeglijk gebruik van doorsneden (‘uitermate doorsneden’) vreemd is en omdat werdhier geen verandering van staat aangeeft: de zin drukt niet uit dat het kanaal eerst nog niet doorsneden was en toen wel. Zou werd een koppelwerkwoord zijn, dan had het dat betekenisaspect in de zin gebracht. Blijft over dat werd een hulpwerkwoord van de lijdende vorm moet zijn. – Dan is de vraag: wie of wat zou in de bedrijvende vorm van de zin dat doorsnijden doen? Dat is niet iemand die (of iets wat) daar dammen voor gebruikt. Het zijn die dammen zelf. Die kun je ook in een door-bepaling plaatsen: ‘De rivier werd doorsneden door dammen’. 45 Wat is de onbepaalde tegenhanger van ‘die’? – Nou is het scheidbaar samensgestelde dóórsnijden doorgaans een Geplaatst op 22 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf agentief werkwoord: het drukt een actieve handeling uit, zoals in ‘Ze Door Henk Wolf sneed het touwtje rond het cadeautje door’. Maar het niet- scheidbare doorsníjden (met de klemtoon op snijden) is niet zo Als ik Nederlands schrijf, mis ik vaak een categorie actief. Als dammen een rivier doorsníjden, dan zit daar geen voornaamwoorden. Die zouden dan moeten staan op de plaats van de handeling in. Vermoedelijk heeft de schrijver mede daarom gekozen woorden tussen vierkante haken in de onderstaande zinnen: voor een ander voorzetsel dan door, namelijk met. Het zinsdeel ‘met dammen’ is dus eigenlijk een apart soort door-bepaling. Taalveranderingen van het eerste type zijn minder makkelijk te herkennen dan [taalveranderingen] van het tweede type. – Zijn er meer gevallen waarin met een bepaling inleidt die aangeeft Volgens mij zijn vliegende vogels typischer dan [vogels] die wat in de bedrijvende variant van de zin het onderwerp zou zijn? alleen maar lopen en zwemmen. Ja, die zijn er. Denk aan: ‘Het grasveld was omzoomd met bomen’ In het Fries kun je taalveranderingen en vogels in beide zinnen en ‘Haar gezicht werd met zonlicht beschenen’. Ook in die zinnen vervangen door sokke(n). In het Duits kun je welche gebruiken. In leidt met een bepaling in die aangeeft wat in een bedrijvende zin het het Nederlands is zo’n mooi voor de hand liggend woord er niet. onderwerp zou zijn. En ook in die zinnen is het hoofdwerkwoord niet agentief. Er is dus een patroon en ‘doorsneden met dammen’ Natuurlijk kun je in het Nederlands soms wel ad-hocoplossingen past in dat patroon. vinden. Je kunt in de eerste voorbeeldzin bijvoorbeeld sommige of veel gebruiken, maar daarmee moet je al Dan de vraag waar die met-bepaling vandaan komt. Een informatie toevoegen. Zo suggereert (voor mij) sommige een kleine mogelijkheid is dat ie ontstaan is in zinnen van het type ‘het deelverzameling en veel een grote, terwijl sokke en welche op de bloemperk werd bedekt met koemest’. Die zin is dubbelzinnig. Hij hele categorie slaan. Of je kunt die gebruiken, maar daarmee kan de lijdende vorm zijn van ‘mijn tante bedekte het bloemperk met verandert de betekenis van generiek in specifiek en dat past ook niet koemest’. Daarin is ‘met koemest’ een bijwoordelijke bepaling van altijd. middel of iets dergelijks. Maar de zin kan ook worden gelezen als de lijdende vorm van ‘koemest bedekte het bloemperk’. Dan is het niet Gek genoeg is er in het Nederlands geen probleem als de vervangen zo gek als ‘met koemest’ de interpretatie van een door-bepaling woordgroep bepaald is. Dan kun je de bepaalde krijgt. voornaamwoorden dit, dat, deze of die gebruiken of de bepalingaankondigende voornaamwoorden hetgene/degene(n) gebruiken. 46 De taalveranderingen van het eerste type zijn minder makkelijk Een voorhene interesse te herkennen dan die van het tweede type. Geplaatst op 18 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf Volgens zijn de vliegende vogels in die dierentuin populairder Door Henk Wolf dan degene die alleen maar lopen en zwemmen. Recent omschreef een uiterst fatsoenlijke Friese wetenschapper op In gesproken en niet al te formeel geschreven Nederlands gebruik Facebook het woord neuken als ‘in foarhinne taboewurd’. Dat is in ik zulke ook nog wel. Het is dan een nuttig regionalisme. Maar in het het Fries net zo gek als in het Nederlands, waar voorheen ook algemeen Nederlands hebben de bepaalde voornaamwoorden dit, normaal niet als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt. dat, deze en die blijkbaar geen gebruikelijke onbepaalde (en Normaal niet, maar ook niet helemaal niet. Toen ik ging googelen, generieke) tegenhangers. En het is best een beetje gek dat vond ik negen vindplaatsen met ‘een voorhene’. Voorbeelden zijn: Nederlandstaligen die niet heel hard missen. ‘een voorhene interesse’, ‘een voorhene versie’ en ‘een voorhene kerk’. Doordat voorheen in de overgrote meerderheid van de gevallen als bijwoord wordt gebruikt, is het niet zo eenvoudig na te gaan hoe vaak het als bijvoeglijk naamwoord voorkomt. Toch zijn er wel wat voorbeelden van te vinden. Voorbeelden van internet zijn ‘een (voorheen) olie vat’, ‘een voorheen politicus’ en ‘jouw voorheen partner’. Het WNT noemt het gebruik van voorheen als bijvoeglijk naamwoord wel, maar schrijft erbij dat het alleen ‘incidenteel’ voorkomt en bovendien niet in literaire teksten is aangetroffen, maar alleen in een paar zakelijke teksten. Het woordenboekartikel met die informatie dateert van 1985. In mijn dikke Van Dale uit 1992 wordt voorheen als bijvoeglijk naamwoord helemaal niet genoemd. Wie weet maken we nu een oplevinkje van het gebruik ervan mee? 47 Hulke Een voorhene interesse Geplaatst op 23 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf Door Henk Wolf Geplaatst op 18 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf Door Henk Wolf In de column Wat is de onbepaalde tegenhanger van 'die'? had ik het erover dat het Nederlands geen voornaamwoord heeft om Recent omschreef een uiterst fatsoenlijke Friese wetenschapper op generieke onbepaalde zelfstandige naamwoorden te vervangen. Facebook het woord neuken als ‘in foarhinne taboewurd’. Dat is in Vandaag wil ik wijzen op een ander gaatje in het Nederlands. het Fries net zo gek als in het Nederlands, waar voorheen ook normaal niet als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt. De meeste aanwijzende voornaamwoorden hebben in het Nederlands een vragende tegenhanger. Een paar voorbeeldjes: Normaal niet, maar ook niet helemaal niet. Toen ik ging googelen, vond ik negen vindplaatsen met ‘een voorhene’. Voorbeelden zijn: Die man is boos – Welke man is boos? ‘een voorhene interesse’, ‘een voorhene versie’ en ‘een voorhene Dat huis is wit – Welk huis is wit? kerk’. Zo’n auto wil ze ook – Wat voor auto wil ze ook? Zulke stekkers zijn aan te raden – Wat voor stekkers zijn aan te Doordat voorheen in de overgrote meerderheid van de gevallen als raden? bijwoord wordt gebruikt, is het niet zo eenvoudig na te gaan hoe vaak het als bijvoeglijk naamwoord voorkomt. Toch zijn er wel wat Van die vier vraagzinnen kun je in de eerste twee zonder probleem voorbeelden van te vinden. Voorbeelden van internet zijn ‘een het zelfstandig naamwoord weglaten: (voorheen) olie vat’, ‘een voorheen politicus’ en ‘jouw voorheen partner’. Welke is boos? Het WNT noemt het gebruik van voorheen als bijvoeglijk Welk is wit? naamwoord wel, maar schrijft erbij dat het alleen ‘incidenteel’ voorkomt en bovendien niet in literaire teksten is aangetroffen, maar alleen in een paar zakelijke teksten. Het woordenboekartikel met die In de derde zin wil dat niet. Daar moet je het woordje een toevoegen: informatie dateert van 1985. In mijn dikke Van Dale uit 1992 Wat voor een wil ze ook? wordt voorheen als bijvoeglijk naamwoord helemaal niet genoemd. Wie weet maken we nu een oplevinkje van het gebruik ervan mee? In de vierde vraagzin lukt het helemaal niet om het zelfstandig naamwoord (stekkers) weg te laten. Bij wat voor wil dat blijkbaar niet zo makkelijk. In het Duits kan het makkelijker. Daarin heb je: 48 Was für welche sind zu empfehlen? Ga lekker genieten! Het Fries lost het probleem iets anders op, maar daar kan het ook: Geplaatst op 10 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf Hoe’nent binne oan te rekommandearjen? Door Henk Wolf Verder heeft het Fries het woord hokker, dat zowel ‘welk(e)’ als Recent plaatste iemand in de Facebookgroep ‘Leraar Nederlands’ ‘wat voor’ betekent en dat in elke van de vier Nederlandse een foto van een reclamebord met het opschrift ‘geniet van onz voorbeeldzinnen het vraagwoord kan vervangen. Het kan ook zonder Strandbok Bier’. Ik denk dat de plaatser vooral op de gekke spelling zelfstandig naamwoord voorkomen: van onz of de onconventionele omgang met spaties en hoofdletters wilde wijzen, maar ik vond de gebiedende wijs geniet het Hokker binne oan te rekommandearjen? opvallendst. Waarom? Omdat die op een bord bij de ingang van een restaurant stond. Ik zou een zin als ‘geniet van ons bier’ alleen Ik weet dat we als kinderen in het Nederlands ook een oplossing gebruiken tegen mensen die al een biertje voor zich hebben. hadden. Toen gebruikten we hulke als vragende tegenhanger van zulke. En dat leende zich prima voor zo’n constructie zonder De zin op het bord is dan ook geen wens zoals ‘slaap lekker’, ‘wees zelfstandig naamwoord: gezegend’, ‘krijg de pip’ of ‘kom veilig thuis’. Hij is eigenlijk een oproep om zelf genot op te roepen door een biertje te gaan Hulke zijn aan te raden? kopen. Geniet is dus een aansporing tot actie en voor mijn taalgevoel kan dat niet. Bij mij is genieten namelijk geen werkwoord dat een Misschien was dat ingegeven door de vormovereenkomst met het actie uitdrukt, maar een zogenaamd ervaringswerkwoord – en Friese hokker. Misschien ook was het gewoon woordspel, ik weet ervaringen kun je mensen alleen maar toewensen. het niet. Ik heb wat zitten googelen, maar ik heb hulke niet op internet kunnen vinden, dus ik denk niet dat het een algemenere Als je in het Nederlands van de negentiende en twintigste verbreiding heeft gekregen. Jammer, want het zou zo’n handig eeuw geniet als gebiedende wijs tegenkwam, dan was dat wel een woordje zijn. aansporing, maar nog geen heel actieve. De luisteraar werd ertoe aangespoord om acht te slaan op iets wat hem voor de voeten kwam, om zich open te stellen voor een ervaring. Voorbeelden zijn: Geniet de dag Geniet van ’t lenteschoon Geniet van het leven! 49 Vanouds komt genieten altijd overgankelijk voor, dus met een Dat genieten in eenentwintigste-eeuws Nederlands een actiever grammaticaal voorwerp erbij. In wat ouder Nederlands was dat vaak werkwoord wordt, zie je ook aan zinnen zoals ‘ik ga lekker van mijn een lijdend voorwerp (‘geniet de dag’), in wat jonger Nederlands diner genieten’, die op internet veelvuldig voorkomen. Het meestal een voorzetselvoorwerp dat met van begint (‘geniet van het hulpwerkwoord gaan wordt in het Nederlands van Nederland leven’). Het WNT geeft genieten nog alleen als overgankelijk (minder in dat van Vlaanderen en Suriname) hoofdzakelijk gebruikt werkwoord (in een lemma uit 1887). Mijn dikke Van Dale uit 1992 bij werkwoorden die een bewust ondernomen activiteit uitdrukken. noemt genieten wel als onovergankelijk werkwoord, maar in de voorbeeldzin is het ontbrekende voorwerp nog wel steeds makkelijk Dat zie je het duidelijkst als gaan ook nog in de gebiedende wijs in te vullen: ‘het was een heerlijke reis, ik heb echt genoten’. staat. Kijk maar: In zinnen als ‘ga lekker genieten’ en ‘ik wil met je genieten’ is de Ga lekker een eindje fietsen! <gewoon> ontwikkeling nog een stapje verder gegaan. Daarin is niet meer te Ga lekker een pakje ontvangen! <raar> raden wat of waarvan er genoten moet worden. Het Ga toch schrikken! <raar> werkwoord genieten is daarin echt onovergankelijk geworden. De nu actieve betekenis komt daardoor erg dicht bij die van ‘plezier Toch vind je op internet veel zinnen van het type ‘ga lekker van je maken’ te liggen. pensioen genieten’, waarin genieten blijkbaar voldoende actie uitdrukt om met zo’n gebiedend ga te worden gecombineerd. Ook kom je genieten op internet vaak tegen met het hulpwerkwoord willen (bijvoorbeeld in ‘ik wil met je genieten’), dat ook niet zo goed samengaat met werkwoorden die geen bewuste activiteit uitdrukken: Ze wil een eindje fietsen. <gewoon> Ze wil verlangen naar vrede. <raar> Ik wil de stilte waarderen. <raar> Genieten wordt dus steeds meer een activiteit. Dat is niet de enige verandering die het werkwoord ondergaat. Het treedt nu ook vaak als onovergankelijk werkwoord op, bijvoorbeeld in zinnen als ‘ga lekker genieten’ en ‘ik wil met je genieten’. 50 Hij heeft de foto’s zien gelaten Geplaatst op 1 oktober 2018 08:48 door Henk Wolf Het voorkomen van een voltooid deelwoord is daardoor een soort Door Henk Wolf taalkundige lakmoesproef voor de eenwoordstatus van werkwoorden. Een collega van me schrijft ‘sjenlitten’ altijd aan elkaar, alsof de Friese woorden sjen(‘zien’) en litten (‘gelaten’) samen één woord Ook scheidbaar samengestelde werkwoorden krijgen, als ze het vormen. Dat is ook niet zo gek, want het is in het Fries niet meteen enige werkwoord vormen dat in de voltooide tijd gezet wordt, de duidelijk of je nu met één of met twee werkwoorden te maken hebt. vorm van het voltooid deelwoord: Ik kan me best voorstellen dat ‘laten zien’ als betekeniseenheid Ik heb het toetje opgegeten. <gewoon> wordt opgevat. Immers, die twee woorden samen betekenen vrijwel Ik heb het toetje opeten. <uitgesloten> hetzelfde als het ene werkwoord ‘tonen’. Dan is het niet zo gek om ze als één werkwoord te gaan zien. De schrijfwijze van mijn collega Zien gelaten verraadt dat zij in het Fries vermoedelijk zo denkt. Ik heb het voor de zekerheid nog even nagevraagd en inderdaad ervaart ze de twee als één woord. Of er mensen zijn die ‘laten zien’ in het Nederlands ook als één woord beschouwen, is makkelijk te zien, want dan krijgen ze de Het voltooid deelwoord als lakmoesproef vorm van een voltooid deelwoord. En dat blijkt inderdaad te gebeuren. Ze zien er dan uit als scheidbaar samengestelde In het Nederlands kun je veel makkelijker nagaan of je met één werkwoorden. Dat gebeurt wel niet heel vaak, maar toch. Op internet werkwoord te maken hebt of met twee. Anders dan in het Fries heeft kom ik tegen: het aantal werkwoorden namelijk invloed op de vorm van de voltooide tijd. Heb je in het Nederlands één werkwoord dat je in de … hij heeft de foto’s zien gelaten … voltooide tijd zet, dan krijgt dat de vorm van het voltooid deelwoord. … de gang van zaken word je zien gelaten … Heb je twee werkwoorden, dan hebben ze allebei de vorm van de infinitief (het ‘hele werkwoord’). Zie het volgende voorbeeld: Bij één van de internetcitaten vraagt de schrijfster zich expliciet af of haar zin wel correct is. Ik heb haar gezien. <gewoon> Ik heb haar zien. <uitgesloten> Ik heb haar zien lopen. <gewoon> Dat ‘zien gelaten’ geen twee werkwoorden meer zijn, zie je niet Ik heb haar gezien lopen. <uitgesloten> alleen aan het voltooid deelwoord, maar ook aan de volgorde. Ik heb haar lopen gezien. <uitgesloten> Normaal gesproken is de volgorde ‘laten zien’. De reeks ‘zien 51 gelaten’ lijkt sterk op ‘op gegeten’ en andere scheidbaar Ook gaan kan met een ander werkwoord tot één werkwoord samengestelde werkwoorden. versmelten. Een paar internetvoorbeelden: Kennen geleerd ben ontmoedigd toen mar zitten gegaan. Tot die storm en die tegenwind zijn liggen gegaan. ‘Leren kennen’ is ook zo’n betekeniseenheid en ook die twee En liggengegaan langs de landweg … werkwoorden worden door sommige sprekers van het Nederlands als Ben van elende slapen gegaan. één woord beschouwd. Zo vind je op internet onder andere: En iedereen is slapen gegaan. ik ben dan slapengegaan en … … wij hebben elkaar al bij andere gelegenheden kennen geleerd. Men leert een vrouw pas kennen lang nadat men haar heeft Zitten gebleven kennen geleerd. … die hij tijdens opnamen voor een wasmiddelreclame had Blijven is ook een werkwoord dat zich met andere werkwoorden tot kennen geleerd, … een nieuw werkwoord kan verbinden. Een paar internetvoorbeelden: Hebben wij deze methode kennen geleerd, dan … … en kan het echte, authentieke Portugal goed kennen geleerd Misschien kan je ook eens afvragen, dat wanneer je de oude stijl worden. hebt gehad, wel niet was zitten gebleven op de 5de klas … Hij is twaalf jaar, kan nog niet lezen en is zitten gebleven in P4. En zelfs zonder spatie komt voor: En dan hoor ik verhalen van 3x zittengebleven Omdat ik veel moeders heb kennengeleerd met soortgelijke Hier zelfs een paar voorbeelden waarin het voltooid deelwoord als problemen, … bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt: Bovendien heb ik door het internet mensen kennengeleerd die ik normaal nooit kennengeleerd zou hebben, … Nu ik fulltime werk is het zicht op de activiteiten van In de vakantie heb ik en meisje kennengeleerd, waarvan … de zittengebleven jongste, vanwege zijn niet studieze houding weg. In het Duits is ‘kennenlernen’ zelfs helemaal tot één werkwoord De zittengebleven bestuursleden Herman Ensink, Egbert geworden. Daar hoor je nooit ‘ich habe sie kennen lernen’, maar Kleinhorsman en Mark Ros hebben de lopende zaken goed altijd ‘ik habe sie kennengelernt’. verwerkt en Rood Zwart draaiende … Zitten gegaan 52 Ik boei me niet voor de poppetjes Mir ist nach Bier. Geplaatst op 28 september 2018 10:00 door Henk Wolf Door Henk Wolf Dat is letterlijk ‘mij is naar bier’ en betekent ongeveer ‘ik heb zin in bier’. In een reactie op geenstijl.nl van een paar maanden geleden schrijft iemand ‘ik boei me niet voor de poppetjes’. Dan volgt er wat Onpersoonlijke zinnen met onderwerp onsmakelijk geweldpraat, maar het gaat me hier ook niet om de inhoud. ‘Ik boei me voor’ is namelijk een constructie waarvan ik het Wat in het Nederlands nog wel bestaat, is een ander zinstype, dat ontstaan verwacht had. Af en toe googelde ik erop, afgelopen ook wel als ‘onpersoonlik’ wordt aangeduid, en waarin een mens iets woensdag voor het laatst. En de verwachting is nu dus uitgekomen. meemaakt, maar waarbij die mens niet het onderwerp van de zin is. Die mens is een ander zinsdeel, zoals lijdend of meewerkend Waarom verwachtte ik die constructie? Wel, dat zou passen in een voorwerp. Iets anders is het onderwerp, vaak een ding. trend die al eeuwen bezig is: de Germaanse talen maken een ontwikkeling door waarbij personen het onderwerp van de zin Ook die constructies verliezen langzaam terrein: in de Nederlandse worden. omgangstaal wordt al lang niet meer het onpersoonlijke ‘dat dunkt me’ gezegd, maar altijd ‘ik denk dat’, met ikals onderwerp. Ook ‘die Onpersoonlijke zinnen zonder onderwerp schoenen passen me niet’ wordt vaak ‘ik pas die schoenen niet’. ‘Mij mankeert niets’ wordt vandaag de dag vaak ‘ik mankeer niets’. In ouder Nederlands kwamen zinnen voor zonder grammaticaal In dezelfde trend zien we recent dat ‘dat lawaai irriteert me’ onderwerp, zogenaamde ‘onpersoonlijke zinnen’. Een voorbeeld is verandert in ‘ik irriteer me aan dat lawaai’ (waarbij ‘zich ergeren dit bekende Middelnederlandse zinnetje uit het Egidiuslied: aan’ waarschijnlijk als voorbeeld heeft gediend). mi lanct na di, gheselle mijn In de groep van twaalf studenten Fries aan wie ik momenteel syntaxis geef, zijn er nog twee van wie de ouders ferjitte (‘vergeten’) Letterlijk vertaald is dat ‘mij verlangt naar jou, vriend mijn’. Er onpersoonlijk gebruiken. Zij kunnen zinnen als de volgende komen in de zin alleen maar niet-onderwerpsvormen gebruiken: voor: mij en jou. Een vertaling in modern Nederlands is zoiets als ‘ik Dat adres is my fergetten. verlang naar jou, mijn vriend’. In modern Nederlands komen zulke onderwerpsloze zinnen niet Dat is letterlijk ‘dat adres is mij vergeten’ en betekent ‘ik ben/heb meer voor. Het Duits heeft er nog wel een paar, bijvoorbeeld: dat adres vergeten’. Het Fries loopt daarmee iets trager dan het 53 Nederlands, waar alleen ‘ik ben/heb het adres vergeten’ nog Ik zei er van Jaap voorkomt. Geplaatst op 18 september 2018 10:00 door Henk Wolf Door Henk Wolf Verwachting Over het woordje er is heel veel te zeggen en dat is dan ook gedaan. Ik verwachtte in het licht van die trend dat de constructie ‘dingen Het heeft een boel functies en het is nog niet zo makkelijk om die boeien iemand (niet)’ een keer zou meegaan en dat die constructie allemaal te onderscheiden. Een paar veelvoorkomende concurrentie zou krijgen van ‘iemand boeit dingen (niet)’, dus met gebruikswijzen zijn: de persoon als onderwerp. En die verwachting is uitgekomen, ook al is er tot nu toe nog maar één vindplaats. als eerste woord van de zin, bij een onbepaald onderwerp: Er staat een taart in de vensterbank. ‘Ik spijt me’ komt ook al een paar keer op internet voor. Ik verwacht als vervanger van woorden die bij een los telwoord horen: nu ook een keer ‘ik kan dat niet schelen’ en ‘zij bevalt dat wel’ tegen Jij hebt vier rode appels en ik heb er drie. te zullen komen. als bepaling van plaats: Kom je ook naar het station? Ik ben er al. als vervanger van andere woorden die je na een voorzetsel verwacht: Daar staat mijn chocomel. Het kleutertje kijkt er verlekkerd naar. Een gebruikswijze die stilletjes uit het Nederlands lijkt te verdwijnen, vinden we in een bekend kinderliedje: Ik zei er van Jaap, ik zei er van Jaap, ik zei er van Japie, sta stil. Waarom moet ik stille staan? Ik heb van mijn leven geen kwaad gedaan. Dit er staat steeds direct na de persoonsvorm. Het voegt weinig of geen betekenis aan de zin toen, maar lijkt vooral in de zin te staan omdat het metrum een extra onbeklemtoond lettergreep vereiste. Het 54 opvallende is dat, als je op zinnen gaat zoeken met dit er erin, je opgevat: er en is (geschreven als eens). In het Fries komt het nog vooral liedjes en gedichten tegenkomt. voor als ris. Ik kan me voorstellen dat wie de ‘smid’-zin vaak hoort, het idee krijgt dat je na de persoonsvorm een betekenisloos Nog een liedje: woordje er kunt gebruiken, een optie die dan vooral zou worden gekozen als het metrum om een extra woordje vroeg. Maar och moeder, zo sprak er het knaapje. ’t Was een kind van pas zes jaren oud. En och moeder, laat ons leven En zolang als onze adem gaat. En een liedje uit de achttiende eeuw: Jan, koopt me een kermis. Mooi meisje, ik heb er geen geld. Ik zou u wel een kermis kopen, maar ’t geld is door mijn broek gedropen En uit een gedicht van Willem Wilmink: ‘Grootvader, ge zijt zo gebogen, en uit uw oog loopt een traan,’ Zo sprak er het kleine ventje, En de oude zag teder hem aan. Waar dit er vandaan komt, weet ik niet, maar moest ik een gokje wagen, dan zou ik eerst eens proberen na te gaan of het niet ontstaan is naar analogie van constructie met ‘er eens’, zoals in deze zin die je vaak in liedjes en aan het begin van sprookjes tegenkomt: Er was er eens een smid. Dit ‘er eens’ is via een paar stappen ontstaan uit de woordgroep ‘een reis’. De woorden versmolten tot het woord ereis. Dat werd eerst verbasterd tot eris en dat werd weer als twee woorden 55 Aan het roer / bij het roer manier om ‘het schip besturen’ te zeggen. Verder is het een metafoor Geplaatst op 25 juni 2018 12:00 door Redactie Neerlandistiek voor ‘de macht uitoefenen’. De idiomatische betekenis zowel als de Door Henk Wolf machtsmetafoor is afwezig in ‘bij het roer staan’. Het gedicht ‘De moeder de vrouw’ van Martinus Nijhoff staat Wij zijn een generatie van autorijders, niet van schippers. Aan een opeens volop in de belangstelling. Een deelonderwerp van de autostuur moet je voortdurend draaien, daarnaast moet je schakelen, discussie is het woordje bij in ‘bij het roer’. De vrouw op het schip remmen, noem maar op. Het besturen van een auto is een actief in Nijhoffs gedicht staat ‘bij het roer’, terwijl ze in een conceptversie proces. We hebben dan al snel de neiging om ‘aan het roer staan’ als ervan ‘aan het roer’ stond. Nijhoff kan die verandering simpelweg even actief te beschouwen, waarbij de metaforische macht zou hebben aangebracht omdat er in dezelfde regel ‘aan dek’ stond en liggen in de handeling. Het besturen van een schip vraagt alleen veel twee keer aan niet zo mooi is, maar er zijn ook mensen die er minder actie dan het besturen van een auto. De machtsmetafoor van betekenis in lezen. Mijn collega Coen Peppelenbos heeft daar op ‘aan het roer’ was oorspronkelijk waarschijnlijk meer aan de Tzum dit stukje over geschreven. potentie van een koerswisseling ontleend dan aan die van het voortdurend sturend handelen. Ik denk dat je niet te veel betekenis moet willen lezen in de tekstuele wijziging. Daarvoor is het zaak om te beseffen dat aan en bij in de Ietsjes ouder Nederlands verschillende variëteiten van het Nederlands nogal eens synoniem zijn en dat de mogelijkheid om die woordjes te verwisselen per Wie nu ‘bij het roer’ zou schrijven, zou met opzet afwijken van de streek en per periode nogal eens verschillend kan zijn. Je kunt nu in idiomatische manier van zeggen. Zo’n opzet zou om een verklaring het hele gebied zonder al te veel betekenisverschil ‘bij het water’ en vragen en het zou dan inderdaad niet vergezocht zijn om te denken ‘aan het water’ staan. In het hele taalgebied kun je ‘bij de bank dat de schrijver passiviteit wilde benadrukken of zich distantieerde rechts afslaan’, in Vlaanderen ook ‘aan de bank’. In het hele van de machtsmetafoor. Of dat in 1934 ook zo was, kun je je echter taalgebied kun je ‘aan de tafel’ zitten te eten, in het noorden ook ‘bij afvragen. Ik heb heel wat Friese volksverhalen gelezen en daarin de tafel’. De een zet z’n afval ‘aan de weg’, de ander liever ‘bij de staan voortdurend schippers, schippersvrouwen en weg’. Nu kopen we stof ‘aan de meter’, in de achttiende eeuw ‘bij de schipperskinderen ‘by it roer’. Ook in wat ouder (en zelfs sporadisch el’. in redelijk modern) Nederlands komt die combinatie wel voor. De passiviteit en het ontbreken van een werkelijk stuurmanschap die wij Machtsmetafoor mogelijk in Nijhoffs tekstuele wijziging lezen, kan wel eens liggen aan onze wat gebrekkige kennis van ietsjes ouder Nederlands. Het is Natuurlijk kunnen bij en aan idiomatische verbindingen aangaan. helemaal niet uit te sluiten dat Nijhoff niet meer deed dan een Dat is bij ‘aan het roer’ het geval. Meer dan alleen een woordcombinatie inruilen voor een iets beter klinkende synonieme plaatsaanduiding is ‘aan het roer staan’ in 2018 een idiomatische woordcombinatie. 56 Op den hemel “n Wichtje staait bie t rouer.”, “n Voel wief staat bie t rouer, moar Siet zigt heur nait.” (J. de Graaf, rond 1950) Illustratief voor de vrije variatie is het Groninger Columbuslied. Dat is rond 1890 door Laurens Huizinga geschreven. Hij zegt in het lied “De stuurman, Palinurus, hoog bij ’t roer, over Columbus: ‘Hai gong dou zulf aan ’t rouer stoan / En kwam riep: “Wat betekent dit omfloerste zwerk? […]” (A. Rutgers van der doar mit gain stok vandoan’. Het is een algemeen bekend volkslied Loeff, 1954, vertaling Aeneis) geworden, met allerlei kleine variaties in tekst. Wie even op internet zoekt, vindt diverse varianten waarin Columbus ‘bie t rouer’ ging staan. “Us Feike stie by ’t roer, sa wyt as in deaden.” (volksverhaal, opgetekend door Dam Jaarsma in 1968) Een paar Nederlandse, Friese en Groningse voorbeelden van ‘bij het roer’ uit de literatuur die ik op internet heb gevonden: “De skipper dy’t by it roer stien hie – hy hie himsels fêstboun om net fuortspield to wurden – tocht oars net as: ús ûren binne teld, wy geane mei man en mûs nei de djipte.” (Ype Poortinga, 1976, “[…] vermoedelijk een opgetekende en licht geredigeerde versie van een De Minnaar by syn Lief, de Zee-man by het roer, mondeling overgedragen volksverhaal) De Bruygom by de Bruyt en ik by Teuntje moer, […]” (Jan van der Veen, 1642) “Linse, dy’t by it roer stie, seach fan boppen op him del en sei: “Ja jonge, it skip wie net langer, hen”.” (L.d.J., 1981) “Hy, die d’ongemacken sust, zet zich by ’t roer, daer hy in Forbus schijn quam zweven, […]” (Joost van den Vondel, 1660) “As er rjochtop by it roer stie, seach se har heit.” (Riek Landman, 2005) “Ik zie de Hoop by ’t roer, daar ze op den hemel staart” (1747) “De matrozen mochten hem graag vanwege zijn bereidwilligheid om “t Was deur hum ook by ekoomen, iets voor hen te doen, zoals bij het roer staan als het mooi weer Dat men Mourik nam by ’t roer, was.” (Dick Wortel, 2007, vermoedelijk op basis van historisch Krek veur Robbert wierd genoomen, materiaal) En mit ons as Schipper voer.” (Betje Wolff, 1766) “PETRUS BY IT ROER” (Willem Tjerkstra, 2017, titel van een “De schipper alleen, waar ik niets van begrijp, gedicht bij een gravure van Gustave Doré) Staat zwijgend by ’t roer met een brandende pijp.” (Jacob van Lennep, 1852) 57 “Wetter blinkt yn sinneskyn. Stap ús boatsje yn! Efkes skowe, efkes driuwe, stjoerman sit al by it roer.” (Fries kinderliedje) 58
US