Genesis (boek) - Wikipedia
Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Genesis
Adam en Eva
eten van de
boom van de kennis van goed en kwaad
geschilderd door
Lucas Cranach de Oude
Auteur
toegeschreven aan
Mozes
, zie ook
Documentaire hypothese
Taal
Hebreeuws
Categorie
Religieus, Wet
Hoofdstukken
50
Andere naam
בראשית
, Beresjiet
1 Mozes
Volgende boek
Exodus
Zeventiende-eeuwse voorstelling van het Midden-Oosten. De afbeeldingen linksboven en rechtsboven geven de
zondeval
en de verdrijving uit het
Paradijs
weer. Veel plaatsen uit Genesis zijn weergegeven: rechts het Paradijs,
Babel
en
Ur
. Uiterst rechts de berg
Ararat
met de
ark van Noach
. Iets boven het midden ligt
Haran
. Links aan de
Middellandse Zee
het land Kanaän, met de namen van diverse volken. In dit gebied liggen onder andere
Sichem
en
Bethel
. De
Dode Zee
is niet weergegeven, op de plek daarvan liggen
Sodom en Gomorra
. Linksonder
Egypte
met het land
Gosen
De
schepping
van de
sterren
en
planeten
zoals
Michelangelo
deze schilderde in de
Sixtijnse Kapel
, in het
Vaticaan
Een
rabbijn
bezig met het schrijven van Genesis in het Hebreeuws in de deels verwoeste synagoge van
Massada
in Israël
Genesis
Grieks
: Γένεσις, "ontstaan") is het eerste boek van de
Hebreeuwse Bijbel
. De
Hebreeuwse
aanduiding בראשית,
Beresjiet
betekent "in het begin" en volgt de traditie om de boeken aan te duiden met het eerste woord ervan; in het Nederlands begint het boek met de zin: "In het begin schiep
God
de
hemel
en de
aarde
".
Genesis vormt het eerste deel van een nog grotere vertelconstructie, die de boog van de
schepping
tot aan het einde van het
koninkrijk Juda
en de
Babylonische ballingschap
omspant — Genesis tot en met
2 Koningen
. Binnen deze samenhangende verhalen vertelt Genesis het verhaal van het begin, de schepping, via de
aartsvaders
van de
Israëlieten
tot aan de ballingschap van
Jakobs
familie met aanhang in
Egypte
Traditioneel wordt Genesis toegeschreven aan
Mozes
, maar in de hedendaagse
Bijbelwetenschap
wordt het werk gezien als een product van de 6e en 5e eeuw v.Chr.
Auteurschap
bewerken
brontekst bewerken
Zie
documentaire hypothese
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Volgens de traditie schreef
Mozes
Genesis en de vier hierop volgende boeken, die daarom samen de
Pentateuch
, "vijf boeken" worden genoemd. In de 17e eeuw ontdekten geleerden en wetenschappers dat er allerlei passages in staan die alleen konden zijn geschreven nadat Mozes was overleden en die hij dus niet zelf kon hebben opgeschreven (zoals de passage in Genesis 12:6 "... en de Kanaänieten waren toentertijd in dat land", die impliceert dat de auteur leefde in een tijd dat de Kanaänieten niet meer in dat land waren). Bovendien wees het feit dat er soms meerdere keren dezelfde informatie op een iets andere manier wordt verteld op een samenstelling van meerdere bronnen met een verschillende oorsprong. De reconstructie van de oorspronkelijke tekst en datering van de verschillende elementen heet de
documentaire hypothese
en is in de wetenschap de gangbare opvatting over het ontstaan van Genesis.
Structuur
bewerken
brontekst bewerken
In Genesis worden gewoonlijk twee hoofddelen onderscheiden: de oergeschiedenis (Genesis 1:1-11:26) en de vertellingen over de aartsvaders (Genesis 11:27-50:26).
Vaak worden de verhalen over
Jozef
(Genesis 37-50) niet als onderdeel van de vertellingen over de aartsvaders beschouwd. De held van die verhalen is geen representant van heel Israël, maar een losstaand figuur. Vanaf het begin is de geschiedenis van Jozef een hoofdverhaal, zeker vergelijkbaar met de geschiedenis van Jakob. Qua vorm komen ze dichter in de buurt van de
wijsheidsliteratuur
dan de andere verhalen van Genesis. De verhalen roepen op tot een positieve instelling bij het leven in den vreemde: ook in de grootste chaos blijft God op de achtergrond zorgvuldig de regie houden.
Indeling naar genealogie: de Toledot-indeling
bewerken
brontekst bewerken
De tekst van Genesis bevat een web van tien Toledot-formules. Het in deze formule gebruikte Hebreeuwse woord תּוֹלְדֹת,
toledot
kan met "
genealogie
" of "ontstaansgeschiedenis" worden vertaald. "Toledot van X" betekent dan regelmatig de opvolgingsgeschiedenis of de geschiedenis van de nakomelingen van X. De formule werkt als een soort opschrift en geeft de samenhang van de verhalen weer:
Vers
Opschrift
Toelichting
1:1 - 2:3 vormt een eenheid. De tekst heeft geen opschrift en vormt een soort voorwoord.
2:4
Toledot van hemel en aarde
De schepping van de mens, de zondeval en de eerste moord vormen een eenheid. Het is een nageschiedenis van de schepping van hemel en aarde (1:1 - 2:3).
5:1
Boek van de Toledot van Adam
De eerste genealogie wordt voorafgegaan door de aanduiding "boek". Het begin van de geschiedenis mondt uit in de verderfelijkheid van de mensheid.
6:9
Toledot van Noach
De geschiedenis van de vloed loopt vooruit op het onderscheiden lot van de nakomelingen van Noach.
10:1
Toledot van Noachs zonen
Het verschillende lot van de zonen van Noach leidt tot ruimtelijke scheiding van de volken.
11:10
Toledot van Sem
Overbrugging naar de verhalen over aartsvader Abraham.
11:27
Toledot van Terach
De geschiedenis van Abraham voegt de geschiedenis van de andere afstammelingen van Terach in (Lot, verwante in Mesopotamië).
25:12
Toledot van Ismaël
De genealogie sluit de andere afstammingslijn van Ismaël verteltechnisch af.
25:19
Toledot van Isaak
De geschiedenis van Jakob is de gemeenschappelijke geschiedenis van Jakob en Esau.
36:1 en 9
Toledot van Esau
De genealogie sluit de andere afstammingslijn van Esau verteltechnisch af.
37:2
Toledot van Jakob
De zogenoemde Jozefverhalen omspannen de gemeenschappelijke geschiedenis van Jakobs zonen.
Samenvatting van de oergeschiedenis
bewerken
brontekst bewerken
Zie ook
Genesis 1:1
Schepping (Gen 1 - 2:3)
bewerken
brontekst bewerken
Genesis begint met twee
scheppingsverhalen
. Het eerste verhaal vertelt hoe
God
de hemel, aarde, planten, dieren en uiteindelijk de mens in zes dagen schiep. De zevende dag rustte Hij.
Paradijsvertelling (Gen 2:4 - 3:24)
bewerken
brontekst bewerken
Engel met zwaard verdrijft
Adam
en
Eva
uit het
Hof van Eden
nadat ze van de
boom
gegeten hebben. Hier geschilderd door
John Roddam Spencer Stanhope
(ca. 1900).
In de paradijsvertelling schiep God na de aarde met
planten
en
dieren
uit
aarde
de eerste
mens
Adam
, en plaatste hem in een prachtige
tuin
, het
paradijs
(de
Hof van Eden
). God verbood Adam te eten van de
Boom van de kennis van goed en kwaad
. Hij bracht alle dieren naar Adam om hen een naam te geven. Daarna liet God Adam in
slaap
vallen en maakte uit een van zijn
ribben
de
vrouw
Eva
. Eva werd door een
slang
verleid om een
vrucht
te eten van de verboden
boom
en op haar beurt verleidde zij Adam hiertoe. Op dat moment beseften ze dat ze
naakt
waren en
schaamden
zich daarvoor, waarna ze zich bedekten met
vijgenbladeren
. Om te voorkomen dat Adam en Eva ook van de
levensboom
zouden eten en zo het eeuwig leven zouden verwerven, verdreef God hen uit de tuin van Eden.
Het verhaal van het paradijs heeft een
etiologische
functie en legt uit waarom slangen geen poten en een slechte verstandhouding met mensen hebben.
Ook verklaart het de barenspijn van de vrouw als straf van God en stelt - tevens als afstraffing - de man aan als hoofd van de vrouw.
Tot slot verklaart het ook waarom het leven de mens niet komt aanwaaien; moeten werken voor je brood is de straf die God de man oplegt.
De eerste moord (Gen 4)
bewerken
brontekst bewerken
Noach laat de duif los die in een later stadium een olijftak zal meebrengen om aan te tonen dat de zondvloed op haar eind loopt. De duif werd hierdoor, net als de regenboog, een symbool van het christendom. De duif zou later ook met de
Heilige Geest
geassocieerd raken.
Mozaïek van de
Basiliek van San Marco
in
Venetië
Geslachtsregister (Gen. 5)
bewerken
brontekst bewerken
Hoofdstuk 5 vermeldt de opeenvolgende geslachten van Adam tot
Noach
. Zoals in veel
mythes
werden de mensen buitengewoon oud, tot bijna 1.000 jaar. De oudste genoemde persoon is
Metusalem
, waar de uitdrukking 'zo oud als Metusalem' vandaan komt.
De zondvloed (Gen. 6 - 9)
bewerken
brontekst bewerken
Na de zondeval ontwikkelde de mensheid zich van kwaad tot erger. Daar kwam bij dat de zonen van God (volgens sommigen gevallen
engelen
) trouwden met menselijke vrouwen en
reuzen
verwekten, die
nephilim
werden genoemd. God besloot de mensheid te straffen door een
zondvloed
. Alleen Noach en zijn gezin (zijn vrouw, drie zonen en hun vrouwen) zouden behouden blijven door op Gods bevel een
ark
te bouwen en daarin alle dieren mee te nemen (van alle reine dieren zeven paartjes, van de onreine één). Noach was toen 600 jaar oud. Toen zond God de vloed: 40 dagen en nachten
regende
het. Uiteindelijk zakte het water en belandde de ark op de berg
Ararat
God beloofde nooit meer een zondvloed over de aarde te brengen en bevestigde dit met het teken van de
regenboog
. Hierna gaf God de opdracht om zich te verspreiden en de aarde te vullen met nakomelingen.
Volkenlijst (Gen. 10)
bewerken
brontekst bewerken
Hoofdstuk 10 bevat een geslachtsregister van de nakomelingen van Noach, de
volkenlijst
. Het beschrijft hoe de toenmalig bekende aarde verdeeld werd onder de nakomelingen van de zonen van Noach,
Jafet
(wiens nakomelingen naar het noordelijke deel van het
Midden-Oosten
trokken),
Sem
(wiens nakomelingen naar het zich rond de
Eufraat
en de
Tigris
uitstrekten) en
Cham
, wiens nakomelingen naar noordelijk Afrika trokken. De plaatsing van Chams nakomelingen in Afrika in combinatie met het voorgaande hoofdstuk (Genesis 9:18-9:27) waarin Cham vervloekt wordt door zijn vader Noach nadat hij Noach beneveld en naakt in zijn tent zag liggen en dit vertelde aan zijn broers, zou de basis worden van de
Chamitische vloek
die in latere tijden gebruikt werd om de
tot slaafmaking van Afrikanen
een theologische basis te geven.
Torenbouw van Babel, schilderij van
Pieter Bruegel de Oude
1563
Toren van Babel (Gen. 11)
bewerken
brontekst bewerken
De mensen bleven toch bij elkaar wonen en bouwen een stad in de vlakte van
Sinear
en wilden daar een toren die tot de
hemel
reikte, om daarmee de eenheid te behouden en roem te vergaren, de
Toren van Babel
. God kwam naar de aarde om verwarring in de
taal
te stichten, waardoor men elkaar niet meer verstond en men zich ten slotte opsplitste in verschillende
volkeren
. Dit verklaart de verspreiding van de mensheid over de aarde.
De rest van dit hoofdstuk bevat geslachtsregisters van de nakomelingen van
Sem
en
Terach
. Opvallend in deze geslachtsregisters is dat de ouderdom van de opeenvolgende geslachten snel afnam. Dit moet waarschijnlijk gezien worden in de context van Genesis 6:3-4, waarin God besluit de mensen niet ouder dan 120 jaar te laten worden.
Samenvatting van de verhalen over de aartsvaders
bewerken
brontekst bewerken
Abraham (Gen. 12-25)
bewerken
brontekst bewerken
Lot en zijn dochters vluchten weg uit het brandende
Sodom
. In het midden zijn vrouw. Mozaïek uit de 12e eeuw, onderdeel van de
Dom van Monreale
Rebekka treft Abrahams knecht bij de put en zal hem en zijn kamelen te drinken geven. Dit wordt door de knecht opgevat als teken van God dat zij Isaaks vrouw moet worden. Hier verbeeld door
Giovanni Antonio Pellegrini
(1708-1713)
Abrahams
vader Terach vertrok uit
Ur
naar
Haran
en nam zijn zoon die op dat moment nog Abram heette mee. In Haran kreeg Abraham de opdracht van God zijn land te verlaten. Samen met zijn neef
Lot
trok hij naar
Kanaän
, waar God hem vertelde dat zijn nageslacht daar zou wonen. God beloofde Abraham dat hij tot een groot volk zou worden. Omdat er op dat moment honger was in dat gebied, trok Abraham naar
Egypte
, waar Sarai, die zijn halfzuster was, haar huwelijk ontkende en zich voor zijn zuster uitgaf om hem te beschermen tegen mannen die hem zouden doden om met haar te kunnen trouwen. De farao trouwde haar, sliep met haar en stuurde haar, toen hem duidelijk werd dat het ongeluk dat hem vanaf dat moment ten deel viel, uit huwelijk met haar, weg. In Genesis 20 herhaalt deze geschiedenis zich met koning
Abimelech
. Abimelech gelooft echter in God en wordt op tijd gewaarschuwd over het huwelijk tussen Sara en Abraham. Hij stuurt haar terug naar Abraham en nodigt hen uit om in zijn land te blijven wonen.
Na frictie tussen de
herders
van Abraham en die van Lot, trok Lot richting
Sodom en Gomorra
, terwijl Abraham richting
Hebron
trok. Na een herhaalde belofte van God aan Abraham dat zijn nakomelingen het land
Kanaän
zouden beërven, sliep Abraham met de slavin
Hagar
, omdat zijn vrouw
Sara
te oud was om zelf nog een kind te krijgen. Daaruit werd
Ismaël
geboren. Hierna sloot God een verbond met Abraham, met de
besnijdenis
als teken.
Zie ook
seksueel geweld in de Hebreeuwse Bijbel § Genesis 19
Lot was intussen in Sodom gaan wonen. God wilde Sodom en Gomorra vernietigen vanwege de slechtheid van de inwoners. Hoewel Abraham bij God pleitte om de steden te sparen, bleef God bij zijn besluit. Twee engelen waarschuwden Lot, zodat hij kon ontsnappen aan de vernietiging. Zijn vrouw veranderde in een
zoutpilaar
toen ze omkeek. Lots dochters voerden hun vader dronken, sliepen met hem en baarden beiden een zoon,
Moab
en
Ben-Ammi
Abraham kreeg weer een zoon, ditmaal van zijn vrouw Sara. Hij noemde hem
Isaak
. Sara zette Abraham ertoe aan Hagar en haar zoon weg te sturen. Een engel redde hen net op het moment dat zij in de woestijn op het punt staan om te komen.
God gaf Abraham de opdracht Isaak te offeren. Een engel greep in op het moment dat Abraham zijn zoon wil doden. Na het overlijden van Sara stuurde Abraham een knecht eropuit om een vrouw voor Isaak te vinden. Hij keerde terug met
Rebekka
, een zus van
Laban
en een nichtje van Isaak. Hierna brak een hongersnood uit en trok Isaak naar de
Filistijnse
stad Gerar. God beloofde daar ook aan hem dat hij het land Kanaän aan zijn nakomelingen zal geven.
Nadat Abraham overleed, werd hij begraven door zijn zonen Isaak en Ismaël.
Jakob (Gen. 25-37)
bewerken
brontekst bewerken
Isaak kreeg twee zonen, een tweeling:
Esau
en
Jakob
. Esau was een jager en verkocht zijn eerstgeboorterecht aan Jakob voor een bord
linzensoep
. Toen Isaak ouder was geworden werd hij slechtziend. Hij riep Esau bij zich op hem te zegenen en daarmee aan te stellen als zijn erfgenaam. Jakob deed zich op initiatief van Rebekka echter voor als Esau en ontving de zegen. Hij vluchtte naar Laban. Onderweg had hij een droom over de
Jakobsladder
. Ook hoorde hij de stem van God die hem de belofte deed dat zijn nakomelingen het land Kanaän zouden krijgen.
Bij Laban ging Jakob als
schaapherder
werken. Hij werd verliefd op Labans dochter
Rachel
. Na zeven jaar werken mocht hij met haar trouwen, maar Laban misleidde hem en hij trouwde met
Lea
, de oudste dochter van Laban. Volgens de traditie moest de oudste dochter eerder trouwen dan de jongste. Jakob trouwde vervolgens ook met Rachel, maar als bruidsschat moest hij weer zeven jaar voor Laban werken. In deze tijd kreeg Jakob twaalf zonen bij zijn twee vrouwen, en twee bijvrouwen
Bilha
en
Zilpa
. God zegende Jakob en zijn kudde groeide snel. Hij werd een rijk man. Jakob was bang dat Laban jaloers was en besloot hem in het geheim te verlaten en terug te keren naar zijn vader Isaak. Laban achterhaalde hem echter omdat hij dacht dat Jakob zijn godenbeelden heeft meegenomen, wat Rachel had gedaan. Laban achterhaalde Jakob, vond de beelden niet en sloot een verbond met hem.
Bij de terugkeer was Jakob bang voor Esau en stuurde hem daarom voor hun ontmoeting veel geschenken. Esau was echter niet boos meer.
Zie ook
seksueel geweld in de Hebreeuwse Bijbel § Genesis 34
Jakob sloeg zijn tenten op bij stad
Sichem
Dina
, de dochter van Jakob, werd daar verkracht door Sichem, de zoon van Hemor, de koning van de stad. Daarna wilde deze met Dina trouwen. De zonen van Jakob adviseerden hun vader akkoord te gaan, maar wel te eisen dat alle mannen van de stad zich zouden laten besnijden. Dit gebeurde en toen de mannen wondkoorts hadden, moordden de zonen van Jakob de hele stad uit. Jakob trok hierna richting
Betel
Jozef (Gen. 37-50)
bewerken
brontekst bewerken
Jozef verklaart de dromen van de bakker en de schenker (mogelijk van
Jan Mostaert
Jozef
was de oudste zoon van Jakobs geliefde vrouw Rachel en werd door zijn vader voorgetrokken. De broers haatten hem hierom en verkochten hem als slaaf en vertelden hun vader dat Jozef door een wild dier verscheurd was. Jozef werd naar
Egypte
gevoerd en kwam als slaaf in het huis van
Potifar
, een
hoveling
van de
farao
, waar hij het volledige vertrouwen van zijn meester opbouwde.
Zie ook
Jozef en de vrouw van Potifar
en
seksueel geweld in de Hebreeuwse Bijbel § Genesis 39
De vrouw van Potifar probeerde Jozef te verleiden, maar deze verzette zich daartegen. De vrouw beschuldigde Jozef vervolgens van een poging tot
verkrachting
. Potifar gooide Jozef in de
gevangenis
. Op een dag werden de opperschenker en de
opperbakker
van de farao in de
gevangenis
geworpen. Daar hadden ze een droom en Jozef kan hen die droom uitleggen. Hij voorspelde dat de schenker in zijn ambt hersteld zou worden maar dat de bakker de doodstraf zou krijgen. En zo gebeurde het.
Twee jaar later had de farao een
droom
die niemand hem kon uitleggen. De schenker wees hem op Jozef, die nog steeds in de gevangenis zat. Jozef werd gehaald. Hij legde de droom van de farao uit: er zouden eerst zeven jaar overvloed komen en daarna zeven jaar hongersnood. Bovendien gaf Jozef adviezen. De farao benoemde Jozef tot onderkoning en liet alle staatszaken aan hem over.
Jozef zorgde ervoor dat de graanschuren in de jaren van overvloed gevuld worden. Daarna begon de tijd van
hongersnood
. Deze heerste ook in het land Kanaän, waar Jakob woonde. Na twee jaar kwamen Jozefs broers naar Egypte om
graan
te kopen. Voor de zekerheid bleef Jakobs lievelingszoon
Benjamin
thuis. Jozef herkende zijn broers, maar de broers herkenden hem niet en Jozef maakte zich niet bekend. Hij beschuldigde de mannen van
spionage
Simeon
werd gevangengezet. Jozef beval de anderen terug te gaan naar huis en de volgende keer hun kleine broertje Benjamin mee te brengen.
Toen het voedsel op was, moesten de broers weer naar Egypte. Jakob stond met tegenzin toe dat Benjamin ook meeging. Jozef liet Simeon uit de gevangenis halen en ontving de broers hartelijk. Daarna stuurde hij ze met gevulde graanzakken naar huis, maar liet zijn beker in de zak van Benjamin verbergen. Kort na hun vertrek stuurde Jozef zijn huismeester achter de broers aan om de beker te zoeken. De beker werd in de zak van Benjamin gevonden, dus hij werd gevangengenomen. Juda hield voor Jozef een pleidooi, waarin hij zijn eigen leven aanbood als Benjamin maar tot zijn vader mocht terugkeren. Nu was het Jozef duidelijk dat het
karakter
van zijn broers veranderd was. Hij maakte zich bekend en nodigde Jakob uit om in Egypte te komen wonen, in de streek Gosen, waar het beste van het land Egypte voor hem zou zijn.
Historische interpretatie
bewerken
brontekst bewerken
Oergeschiedenis
bewerken
brontekst bewerken
De verhalen van de oergeschiedenis dienen
symbolisch
te worden geïnterpreteerd en niet als werkelijk historisch.
Vrijwel geen enkel personage in de eerste elf hoofdstukken van Genesis wordt in de rest van de Hebreeuwse Bijbel genoemd, een aanwijzing dat deze verhalen laat werden toegevoegd aan Genesis als een soort introductie.
10
Hoe laat dit gebeurde, is omstreden. Sommige onderzoekers suggereren de
hellenistische periode
(vroege
4e eeuw v.Chr.
).
11
Vanwege het hoge gehalte
Babylonische
mythologie
waarvan de verhalen zijn afgeleid of door zijn geïnspireerd, dateren anderen ze op de periode van de
Babylonische ballingschap
6e eeuw v.Chr.
).
12
13
Scheppingsverhaal
bewerken
brontekst bewerken
Traditioneel werd in joods-christelijke kringen het Bijbelse scheppingsverhaal gezien als een
historische
beschrijving van het ontstaan van het universum en het leven op aarde. Pas ten tijde van de
Verlichting
ontstonden interpretaties die de tekst als
allegorisch
of symbolisch opvatten, of als een
poëtische
weergave van de grootsheid van Gods scheppingsdaden.
Mede vanwege wetenschappelijke inzichten zoals de
evolutietheorie
beschouwt tegenwoordig vrijwel iedere
exegeet
en historicus het verhaal van de scheppingsweek als een zuiver
theologische
tekst die spreekt over de relatie tussen God en de schepping. Binnen die opvatting is de vraag naar de historiciteit, vanuit de tekst gezien, niet de belangrijkste vraag.
Niettemin kent de (vrijwel) letterlijke interpretatie nog steeds een aanzienlijk aantal aanhangers. Het aanhangen van een (vrijwel) letterlijke interpretatie wordt
creationisme
genoemd en is een vorm van
christenfundamentalisme
Overige verhalen
bewerken
brontekst bewerken
Eenzelfde scheiding geldt ook voor de overige verhalen: hoewel vrijwel alle exegeten en historici deze als allegorisch beschouwen, geloven
christenfundamentalisten
ook van deze verhalen dat ze als letterlijke geschiedenis moeten worden geïnterpreteerd.
Er moet - zoals in het algemeen voor Bijbelse teksten geldt - onderscheid worden gemaakt tussen de periode die wordt beschreven en de periode waarin de gebeurtenissen zijn opgeschreven. Als het bijvoorbeeld gaat om de verhalen over de aartsvaders is het verschil tussen de tijd waarover wordt geschreven en de tijd waarin het verhaal definitief vorm kreeg meer dan duizend jaar.
Archeologische
vondsten in
Mari
en
Nuzi
werpen licht op de levenswijze,
ethiek
, rechtsgebruiken en religieuze voorstellingen uit de tijd die Genesis beschrijft, maar geven geen bewijs voor een tastbaar bestaan of niet-bestaan van mensen als Noach, Abraham, Jakob en Jozef. De levenswijze die de Bijbel beschrijft, komt soms overeen met de beschrijvingen buiten de Bijbel van de zogenoemde randnomaden, niet nader omschreven groepen, die op zoek naar weidegronden soms in contact kwamen met bepaalde stadsbewoners of zichzelf permanent vestigden.
14
In zoverre geven buitenbijbelse bronnen een wereldbeeld dat zich in grote lijnen verhoudt tot het beeld dat de schrijver(s) van Genesis voor ogen stond. Voor sommige steden, titels of personen die worden genoemd, bestaat archeologisch bewijsmateriaal. Maar de weergave is op onderdelen niet correct. Als bijvoorbeeld wordt getracht de rijkdom van de aartsvaders te illustreren door het bezit van
kamelen
, is dit een projectie uit een latere tijd. De kameel werd namelijk pas tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. getemd en werd in het oude Oosten pas ver na 1000 v.Chr. als lastdier in gebruik genomen.
Terugkerende verhaalelementen
bewerken
brontekst bewerken
Er zijn sterke aanwijzingen dat Genesis een collage is van diverse (mondelinge) overleveringen. Sommige verhaalelementen komen meerdere keren voor, in verschillende verhalen:
De vrouwen van drie aartsvaders gingen door voor hun zuster: Genesis 12:13, Genesis 20:2 en Genesis 26:7;
Drie aartsvaders trokken vanwege een hongersnood naar Egypte: Genesis 12:10, Genesis 26:1, Genesis 41:54-57 en 42:5;
De vrouwen van drie aartsvaders waren eerst onvruchtbaar (soms zelfs door God veroorzaakt), maar baarden na Gods hulp de erfgenaam: Genesis 11:30 versus 17:19, Genesis 25:21 (beide situaties in één vers) en Genesis 29:31 versus 30:22-24.
Andere verhaalelementen worden letterlijk herhaald:
Jakob ontfutselde Esau zijn eerstgeboorterecht: Genesis 25:29-34 en Genesis 27;
God hernoemde Jakob tot Israël: Genesis 32:28-29 en Genesis 35:10;
Jakob veranderde de plaatsnaam Luz in Bethel: Genesis 28:19 en Genesis 35:15.
Zie ook
bewerken
brontekst bewerken
Creationisme
Documentaire hypothese
- een theorie over het auteurschap van de eerste 5 Bijbelboeken
Oorsprong van de Wereld
- alternatieve versie van Genesis
Scheppingsverhaal in Genesis
Trivia
bewerken
brontekst bewerken
Het Nieuwe Testament opent met de zin Βίβλος γενέσεως Ἰησοῦ Χριστοῦ (Grieks:
Biblos geneseoos Iesou Christou
: Het boek van het geslacht van Jezus Christus (
Matteüs
1:1)). Terwijl van het woord Βίβλος (
Biblos
, geschrift) het woord 'bijbel' is afgeleid, is γενέσεως (
geneseoos
) de
genitief
van γένεσις (
genesis
).
In de videoclip van
Jesus, He knows me
(1992) van de rockband
Genesis
is een bord te zien met de tekst
Genesis 3:25
. Dit zorgde voor veel opschudding, omdat Genesis 3 maar 24 verzen heeft. Dit bord slaat echter op het feit dat de band uit 3 leden bestond en destijds 25 jaar bij elkaar was.
Externe links
bewerken
brontekst bewerken
nl
Statenvertaling van Genesis
nl
Genesis in Bijbelencultuur.nl
en
Noah's three sons
online
, door Arthur C. Custance (1910 - 1985) over de nakomelingen van Noach gezien vanuit evangelisch-orthodox standpunt (
gearchiveerd
Bronnen, noten en/of referenties
John Van Seters (1998):
The Pentateuch
, in Steven L. McKenzie, Matt Patrick Graham:
The Hebrew Bible today: an introduction to critical issues
, Westminster John Knox Press, pag. 5
G.I. Davies (1998):
Introduction to the Pentateuch
, in John Barton:
Oxford Bible Commentary
, Oxford University Press, pag. 37
Genesis 3:14-15.
Genesis 3:16.
Genesis 3:18 en 19.
Viergever, J.M.
De duif met een olijfblad
Hervormde Gemeente Onstwedde.
Geraadpleegd op
21 april 2026
Genesis 8:4
Soest, van, Aaldert
De vloek van Cham: hoe een giftige theorie tot op vandaag wordt doorverteld aan kinderen
Nederlands Dagblad
29 juni 2023
).
Joseph Blenkinsopp (2011):
Creation, Un-creation, Re-creation: A Discursive Commentary on Genesis 1-11
, New York: Bloomsbury T&T Clark, pag. 2
J.H. Sailhamer (2010):
The Meaning of the Pentateuch: Revelation, Composition and Interpretation
, InterVarsity Press, pag. 310
R.E. Gmirkin (2006):
Berossus and Genesis, Manetho and Exodus
Bloomsbury, pag. 240-241
R.E. Gmirkin (2006):
Berossus and Genesis, Manetho and Exodus
Bloomsbury, pag. 6
R. Kugler; P. Hartin (2009):
An Introduction to the Bible
, Eerdmans, pag. 53-54
U. Worschech (1983):
Abraham. Eine sozialgeschichtliche Studie
(EHS 23, Theologie 255), Frankfurt/München
Bijbelboeken
Oude Testament
(christelijke volgorde)
Thora
Genesis
Exodus
Leviticus
Numeri
Deuteronomium
Historische boeken
Jozua
Rechters
Ruth
1 en 2 Samuel
1 en 2 Koningen
1 en 2 Kronieken
Ezra
Nehemia
Tobit
Judit
Ester
1 Makkabeeën
2 Makkabeeën
Poëzie en wijsheid:
Job
Psalmen
Spreuken
Prediker
Hooglied
Wijsheid (van Salomo)
(Wijsheid van Jezus) Sirach
Profetenboeken
grote profeten
Jesaja
Jeremia
Klaagliederen
Baruch
Ezechiël
Daniël
kleine profeten
Hosea
Joël
Amos
Obadja
Jona
Micha
Nahum
Habakuk
Sefanja
Haggai
Zacharia
Maleachi
De
deuterocanonieke boeken
zijn cursief weergegeven. In moderne uitgaven worden ze vaak na Maleachi geplaatst.
Oude Testament
(joodse volgorde)
Torah
Genesis
Exodus
Leviticus
Numeri
Deuteronomium
Vroege profeten:
Jozua
Rechters
1 en 2 Samuel
1 en 2 Koningen
Late profeten:
Jesaja
Jeremia
Ezechiël
Kleine profeten
Hosea
Joël
Amos
Obadja
Jona
Micha
Nahum
Habakuk
Sefanja
Haggai
Zacharia
Maleachi
Poëzie:
Psalmen
Job
Spreuken
Feestrollen:
Ruth
Hooglied
Prediker
Klaagliederen
Ester
Historie:
Daniël
Ezra
Nehemia
1 en 2 Kronieken
Nieuwe Testament
Evangeliën
Matteüs
Marcus
Lucas
Johannes
Handelingen
Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus
Romeinen
1 Korintiërs
2 Korintiërs
Galaten
Efeziërs
Filippenzen
Kolossenzen
1 Tessalonicenzen
2 Tessalonicenzen
1 Timoteüs
2 Timoteüs
Titus
Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven
Jakobus
1 Petrus
2 Petrus
1 Johannes
2 Johannes
3 Johannes
Judas
Apocalyptiek
Openbaring van Johannes
Mediabestanden
Zie de categorie
Book of Genesis
van
Wikimedia Commons
voor mediabestanden over dit onderwerp.
Overgenomen van "
Categorieën
Genesis (boek)
Boek uit de Hebreeuwse Bijbel
Genesis (boek)
Onderwerp toevoegen