| Stammen van zelfstandige naamwoorden en uitgangen | ||||
|---|---|---|---|---|
| ↓ stam-klassen ↓ | ↓ de stam en invloed ↓ | Voorbeelden meervouden | ||
| niet-verlagend | verlagend | niet-verlagend | verlagend | |
| -a/-e stam (standaard) |
eindklinker -a/-e → -á/-é | kutya→kutyák lecke→leckék | ||
| onveranderlijke stam (standaard) |
met eind- medeklinker |
verlagende stam |
nap→napok kert→kertek bőrönd→bőröndök |
fal→falak szög→szögek |
| met eindklinker niet -a/-e | holló→hollók kocsi→kocsik fésű→fésűk | |||
| alternerende stam | tussenklinker-verliezend | dolog→dolgok eper→eprek köröm→körmök |
sátor→sátrak érzelem→érzelmek | |
| letterverwisseling | pehely→pelyhek teher→terhek | |||
| tussenklinker- verkortend |
madár→madarak egér→egerek tűz→tüzek | |||
| eindklinker lang +v |
mű→művek | |||
| eindklinker- verkortend +v |
ló→lovak fű→füvek | |||
| eindklinker ontrondend +v |
hó→havat tó→tavak | |||
| eindklinker veranderend →v |
falu→falvak tetű→tetvek | |||
Zelfstandige naamwoorden zijn woorden voor dingen en begrippen waar je een lidwoord voor kunt zetten. Ze geven in een zin personen of voorwerpen aan, maar ook een toestanden, handelingen, ideeën of instellingen. Eigennamen (György, Budapest, ABC) zijn bijzondere zelfstandige naamwoorden, waarvoor je geen lidwoord zet. In het Hongaars bestaan zelfstandige naamwoorden uit een stam, die gecombineerd kunnen worden met voorafgaande woorden en achtervoegsels en achterzetsels.
De stam van een zelfstandig naamwoord is gewoonlijk stabiel wanneer er uitgangen achter worden geplaatst. De opvallende afwijkingen zijn als volgt in te delen:
- verlagende stammen hebben invloed op de vorm van bepaalde uitgangen, met name op de drie-harmonische uitgangen met instabiele beginklinker.
- alternerende stammen zijn veranderlijk, afhankelijk van de uitgang. Er kan onder andere klinkerverkorting, klinkerverlies, of verandering van eindklinker optreden. Veel alternerende stamtypen zijn daarnaast ook verlagend.
Zelfstandige naamwoorden bestaan uit een stam, vaak met een of meer uitgangen (achtervoegsels, suffixen) volgens de regels van de klinkerharmonie. Als er meer dan een harmonische vorm is van de betreffende uitgang, moet een keuze gemaakt worden op grond van de regels voor de klinkerharmonie. Bij enkelvoudige woorden bepaalt de klinker van de stam of van de laatste lettergreep gewoonlijk de vorm van de uitgangen.
De stam van het zelfstandig naamwoord is in de meeste gevallen onveranderlijk (stabiel), maar in uitzonderingsgevallen is de stam 'alternerend' bij toevoeging van een uitgang, en zijn bijvoorbeeld de meervoudsvormen onregelmatig. Daarnaast heeft een aantal stammen weer invloed op de vorm van de uitgangen.
| Stammen van zelfstandige naamwoorden, uitgangen en klinkerharmonie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| ↓ stammen van naamwoorden | ↓ uitgang of suffix | voorbeelden | |||
| begint met medeklinker |
begint met beginklinker | ||||
| -é, -ig, -ért | instabiele beginklinker of verlagende stam | ||||
| voorbeelden → | -nál/-nél -val/-vel -hoz,-hez,-höz -ban,-ben |
-é -ig -ért |
-ot,-et,-öt→-at,-et→-t -ok,-ek,-ök→-ak,-ek→-k -om,-em,-öm→-am,-em→-m -on,-en,-ön→-an,-en→-n | ||
| op -a/-e eindigende stam (aanpassing naar -á/-é) |
aangepaste -a/-e stam + uitgang |
stam + uitgang |
aangepaste -a/-e stam + ingekorte uitgang |
kutyával, kutyaé, kutyám, kutyát4 | |
| niet verlagende stam |
op klinker eindigende onveranderlijke stam |
stam + uitgang | stam + ingekorte uitgang |
kesztyűnek, kesztyűért, kesztyűk, kesztyűm | |
| op medeklinker eindigende onveranderlijke stam |
stam + uitgang | stam + uitgang | királlyal, királyé királyok, királyt1 | ||
| tussenklinkerverliezende stam |
stam + uitgang | ingekorte stam + uitgang |
bokorban, ökörig bokrok, ökröt | ||
| verlagende stam |
onveranderlijke stam | stam + uitgang | stam + verlaagde uitgang |
falnak, tökhöz fogam, fület | |
| tussenklinkerverliezende stam |
stam + uitgang | ingekorte stam + verlaagde uitgang |
forgalomban forgalmat teherben, terhek | ||
| eindklinker verkortende en v-toevoegende stam |
stam + uitgang | aangepaste stam + verlaagde uitgang |
lónak, csővel, fű, mű lovak, csövek, füvet | ||
| ontrondende en v-toevoegende stam |
stam + uitgang | aangepaste stam + verlaagde uitgang |
hónak, szóval, tóban havat, szavak, tavat | ||
| eindklinker in v-veranderende stam |
stam + uitgang | aangepaste stam + verlaagde uitgang |
darúhoz, falúban, tetűvel darvak, falvak, tetvek | ||
| tussenklinkerverkortende stam |
stam + uitgang | klinkerverkorte stam + verlaagde uitgang2 |
nyárnak, tűzben nyarak nyáron, tüzet | ||
| alternerende stam bij bezitsuitgang 3de persoon enkelvoud |
eindklinkerveranderend en ontrondend |
stam + uitgang | aangepaste stam + uitgang |
erdőnek, ajtónak erdeje, ajtaja | |
| eindklinkerverliezend | stam + uitgang | ||||
| stam + meervoud stam + bezitsuitgang |
verlagende "stam" | stam + meervoud + uitgang stam + bezitsuitgang + uitgang |
stam + meervoud/bezitsuitgang + verlaagde uitgang |
barátoknak, barátunkhoz barátokat, barátunkat | |
Stammen:
|
Uitgangen:
| ||||
| Telwoorden | ||||
|---|---|---|---|---|
| hoofd- telwoorden |
rang- telwoorden |
breuk- getallen |
nummer- telwoorden | |
| 1 | egy | első | egész | egyes |
| 2 | kettő, két | második | fél | kettes |
| 3 | három | harmadik | harmad | hármas |
| 4 | négy | negyedik | negyed | négyes |
| 5 | öt | ötödik | ötöd | ötös |
| 6 | hat | hatodik | hatod | hatos |
| 7 | hét | hetedik | heted | hetes |
| 8 | nyolc | nyolcadik | nyolcad | nyolcas |
| 9 | kilenc | kilencedik | kilenced | kilences |
| 10 | tíz | tizedik | tized | tízes |
Het Hongaars kent verschillende typen telwoorden:
- hoofdtelwoorden: egy, kettő, három, négy, öt, hat, hét, nyolc, kilenc, tíz
- rangtelwoorden: első, második, harmadik, ötödik, hatodik, hetedik, nyolcadik, kilencedik, tizedik
- breukgetallen: egész, fél, harmad, negyed, ötöd, hatod, heted, nyolcad, kilenced, tized
- nummertelwoorden: egyes, kettes, hármas, négyes, ötös, hatos, hetes, nyolcas, kilences, tízes
Telwoorden worden gewoonlijk voor een zelfstandig naamwoord geplaatst maar kunnen ook zelfstandig gebruikt worden en dus verbogen worden. Na een hoofdtelwoord staat het daaropvolgende zelfstandige naamwoord steeds in het enkelvoud.
Van de hoofdtelwoorden worden de andere typen telwoorden regelmatig afgeleid door middel van een uitgang, maar er zijn enkele uitzonderingen, zoals kettő = twee, fél = half, második = tweede.
Sommige telwoorden hebben een verlagende stam en/of hebben een verkorting van de klinker, zoals bij három = drie, négy = vier, nyolc = acht, húsz = twintig. Geheel regelmatig gaan öt = vijf en kilenc = negen. Bij de afleidingen van tíz = tien wordt soms de í lang geschreven, maar desondanks kort als i uitgesproken.
De eerste Hongaarse hoofdtelwoorden, de tientallen en enkele grotere getallen zijn:
- 0-9: nulla, egy, kettő, három, négy, öt, hat, hét, nyolc, kilenc
- tientallen 10-90: tíz, húsz, harminc, negyven, ötven, hatvan, hetven, nyolcvan, kilencven
- 100, 1000, 1 miljoen: száz, egyezer, egymillió
Het getal twee is kettő als het zelfstandig voorkomt en két als het een bepaling is bij wat er volgt.
In het Hongaars komt het meest significante altijd eerst, dus is bijvoorbeeld 482 négyszáznyolcvankettő.
Bij het schrijven van grote getallen wordt de spatie als duizenscheider gebruikt (niet de punt zoals in het Nederlands), bijvoorbeeld 17 000 000 voor 17.000.000 (17 miljoen).
In beginsel worden rangtelwoorden gemaakt door achter het hoofdtelwoord de uitgang -odik, -edik, -ödik, bij een verlagende stam -adik,-edik te plaatsen. De eerste tien rangtelwoorden zijn:
- 1e-10e: első, második, harmadik, negyedik, ötödik, hatodik, hetedik, nyolcadik, kilencedik, tizedik.
Rangtelwoorden worden vaak aangegeven als een cijfer met een punt erachter, bijvoorbeeld 1. = eerste, 873. = 873ste.
In beginsel worden nummertelwoorden gemaakt door achter het hoofdtelwoord de uitgang -os, -es, -ös, bij een verlagende stam -as,-es te plaatsen. De eerste tien "nummertelwoorden" zijn:
- 1, 2-10: egyes, kettes, hármas, négyes, ötös, hatos, hetes, nyolcas, kilences, tízes.
De "nummertelwoorden" gebruikt men als een attribuut, soms te vertalen met "nummer n", bijvoorbeeld "kamer nummer 8" is: "nyolcas szoba".
Tijdstippen worden benoemd in vergelijking met vier tijdstippen binnen het uur waarmee men bezig is: een kwart, half (= tweekwart) en driekwart van het uur. Steeds wordt er uitgegaan van het komende hele uur. Bijvoorbeeld: het eerste uur loopt van middernacht tot 1:00 uur 's nachts; het 11de uur loopt van 10:00 uur tot en met 11:00 uur. Bij de verdere tussenliggende tijdstippen wordt vergeleken met het dichtstbijzijnde van de vier vergelijkingstijdstippen. Enkele voorbeelden worden gegeven in onderstaande tabel.
| vergelijkingstijdstippen | 3 minuten vóór .. | 2 minuten over .. | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| hele uur | 10:00 | tíz óra | 9:57 | tíz (óra) lesz három perc múlva 10 uur wordt het met 3 min. verstrijkend |
három perc múlva tíz (óra) | 10:02 | tíz (óra) múlt két perccel 10 uur is verstreken met 2 min. |
két perccel múlt tíz (óra) |
| kwart over hele uur |
10:15 | negyed tizenegy ¼ van het elfde uur |
10:12 | negyed tizenegy lesz három perc múlva kwart elf(-de uur) wordt het met 3 min. verstrijkend |
három perc múlva negyed tizenegy | 10:17 | negyed tizenegy múlt két perccel kwart elf(-de uur) is verstreken met 2 min. |
két perccel múlt negyed tizenegy |
| halve uur | 10:30 | fél tizenegy ½ elf |
10:27 | fél tizenegy lesz három perc múlva half elf wordt het met 3 min. verstrijkend |
három perc múlva fél tizenegy | 10:32 | fél tizenegy múlt két perccel half elf is verstreken met 2 min. |
két perccel múlt fél tizenegy |
| kwart voor hele uur |
10:45 | három negyed tizenegy ¾ van het elfde uur |
10:42 | három negyed tizenegy lesz három perc múlva driekwart elf(de uur) wordt het met 3 min. verstrijkend |
három perc múlva három negyed tizenegy | 10:47 | három negyed tizenegy múlt két perccel driekwart elf(de uur) is verstreken met 2 min. |
két perccel múlt három negyed tizenegy |
Datums worden van links naar rechts geschreven en gelezen in de volgorde jaar-maand-dag. Jaartallen en andere getallen van groot naar klein: duizendtallen, honderdtallen, tientallen, eenheden. Zo wordt 24 oktober 1956 in het Hongaars: ezerkilencszáz ötvenhat október huszonnegyedike, in cijfer 1956-10-24. of 1956 X 24 (maanden vaak ook wel met een Romeins cijfer).
Officiële feestdagen in Hongarije zijn:
| 1 | (én) | Várok | ik wacht |
| 2 | (te) | Vársz | jij wacht |
| 3 | (ő) | Vár | hij/zij wacht |
| Ön | vár | u wacht | |
| Maga | vár | u wacht | |
| 11 | (mi) | Várunk | wij wachten |
| 22 | (ti) | Vártok | jullie wachten |
| 33 | (ők) | Várnak | zij wachten |
| Önök | várnak | u (mv.) wacht | |
| Maguk | várnak | u (mv.) wacht |
Bij de persoonlijke voornaamwoorden (személyes névmás) én=ik, te=jij, ő=hij, zij, mi=wij, ti=jullie, ők=zij komen twee beleefdheidsvormen voor Maga/Maguk en Ön/Önök=U. Er zijn subtiele verschillen in het gebruik: vaak wordt Ön als het meest "beleefd" ervaren.
In het Hongaars worden de persoonlijke voornaamwoorden weinig gebruikt, omdat de persoon al blijkt uit de uitgangen van de persoonsvorm[28] en uit het zinsverband. Meestal laat men het persoonlijk voornaamwoord weg. Zo zegt men "Tanár vagyok" om uit te drukken Ik ben leraar; maar alleen bij sterke nadruk op ik wordt het: "Én tanár vagyok".
Maar let wel: in de derde persoon enkelvoud zoals bij "Ő tanár" Hij/Zij is leraar en bij "Ön tanár" U bent/is leraar wordt het koppelwerkwoord juist weggelaten.
De persoonlijke voornaamwoorden worden in de verschillende naamvallen, in combinatie met suffixen en met postposities gebruikt. Vaak wordt een zelfstandige vorm van de vervoeging of achterzetsel gebruikt in combinatie met een persoonsuitgang.[29] In onderstaande tabel staan enkele voorbeelden.
| Vormen van het persoonlijk voornaamwoord | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| nominatief, 1ste naamval |
datief, 3de naamval |
accusatief, 4de naamval |
suffix voorbeeld: inessief -ban/-ben |
postpositie voorbeeld: mögött |
zelfstandig bezitsaanduiding (enkelvoudig/meervoudig bezit) -é/-éi | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De gewoonlijke aanwijzende voornaamwoorden (mutató névmás) in het enkelvoud zijn ez = dit, deze en az = dat, die in het meervoud ezek = deze en azok = die. Bij de aanwijzende voornaamwoorden gebruikt men altijd het bepaald lidwoord a/az = de, het. Zo zegt men ez a ház = dit huis en az a ház = dat huis, of ez az ágy = dit bed en az az ágy = dat bed.
In het meervoud zijn de aanwijzende voornaamwoorden ezek = deze en azok = die. Voorbeelden: ezek a házak = deze huizen en azok a házak = die huizen, of ezek az ágyak=deze bedden en azok az ágyak=die bedden.
De uitgangen voor de naamvallen worden zowel achter het aanwijzend voornaamwoord gezet als achter het daarop volgende zelfstandig naamwoord. Voorbeelden: ezekben a házakban = in deze huizen en azok mögött a házak mögött = achter die huizen, of ezeknél az ágyaknál = bij deze bedden en azokat az ágyakat = die beddenaccusatief.
| Gebruik van het aanwijzend voornaamwoord | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| nominatief, 1ste naamval |
datief, 3de naamval |
accusatief, 4de naamval |
suffix voorbeeld: inessief -ban/-ben |
postpositie voorbeeld: mögött | ||||||||||
|
|
|
|
| ||||||||||
Doordat men in het Hongaars in de derde persoon enkelvoud of meervoud van de tegenwoordige tijd het werkwoord "zijn" weglaat, kunnen deze constructies ook een andere betekenis hebben. Zo kan ez a ház ook "dit is het huis" en azok az ágyak ook "dat zijn de bedden" betekenen. In dit geval is er een impliciet koppelwerkwoord "is" of "zijn" en gaat het om volledige zinnen, in tegenstelling tot de eerdere uitdrukkingen, die slechts fragmenten zijn.
Verder aanwijzende voornaamwoorden zijn: ilyen, olyan, emez, amaz, ennyi, annyi, emennyi, amannyi. Deze worden niet gecombineerd met een bepaald lidwoord.
In het woordenboek staat voor de werkwoorden de stam opgenomen. De stam van het werkwoord komt gewoonlijk overeen met de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Uitzondering wordt gevormd door de -ik werkwoorden, waar de uitgang -ik staat achter de stam. De meest uitgangen zijn er in twee vormen, vaak ook in drie vormen, waaruit dan een keuze gemaakt moet worden op grond van de regels voor de klinkerharmonie.
De werkwoordvervoeging maakt gebruik van uitgangen voor de personen. De persoonlijke voornaamwoorden (én=ik, te=jij, ő=hij/zij, mi=wij, ti=jullie, ők=zij (meervoud)) worden in het Hongaars nauwelijks gebruikt omdat de uitgang al duidelijk maakt over wie het gaat. Grammaticaal geslacht wordt niet aangegeven in het Hongaars.
De uitgangen geven verschillende zaken tegelijk weer:
- Met de persoonsuitgang wordt aangegeven:
- de persoon:
- de 1ste, 2de of 3de persoon
- het getal:
- de aard van het lijdend voorwerp:
- subjectieve, eerste of onbepaalde vervoeging bij onovergankelijke werkwoorden of bij een onbepaald lijdend voorwerp
- objectieve, tweede of bepaalde vervoeging bij een bepaald lijdend voorwerp
- gecombineerde persoon: eerste persoon inclusief: spreker (1ste persoon) met aangesprokene (2de persoon, 4de naamval).
- de persoon:
- Met een "teken" (zoals -t, -na, -j) worden de werkwoordstijden en de wijzen aangegeven.
- indicatief of aantonende wijs:
- bij de voorwaardelijke wijs is het teken -ná/-né
- bij de aansporende (gebiedende) wijs is het teken -j
- andere tijden en wijzen worden niet met een teken, maar anders aangegeven:
- voor de toekomende tijd wordt het hulpwerkwoord fog (zullen) of het bijwoord majd (dan) gebruikt
- voor de verleden tijd van de voorwaardelijke wijs wordt het woord volna (zou zijn) achter de verleden tijd geplaatst
De onbepaalde wijs (infinitief) wordt gevormd uit de werkwoordstam + ni. De werkwoorden staan in het Hongaarse woordenboek niet als het hele werkwoord (infinitief; bv. gaan, komen, werken), maar in de hij/zij-vorm (3de persoon enkelvoud bv. jön=hij komt, megy=zij gaat, dolgozik=hij werkt. Deze vorm is gewoonlijk de stam van het werkwoord, maar is bij ik-werkwoorden verlengd: werkwoordstam + ik. Sommige werkwoorden hebben meer dan 1 stam. Ook de infinitief kan worden vervoegd met persoonsuitgangen.
De stam van het werkwoord kan worden verlengd met een of meer achtervoegsels om de betekenis van het werkwoord aan te passen. Het achtervoegsel -at/-tat/-et/-tet, het achtervoegsel -hat/-het en het achtervoegsel -gat/-get kunnen (al of niet gecombineerd) gebruikt worden.
- Met het achtervoegsel -at/-tat/-et/-tet wordt het werkwoord causatief, wat aangeeft dat het onderwerp van de zin de handeling door een ander laat verrichten en dus niet zelf verricht. In het Nederlands wordt het hulpwerkwoord laten daarvoor gebruikt. Voorbeeld: csinál=maken, csináltat valakivel=laten maken door iemand.
- Met het achtervoegsel -hat/-het wordt een mogelijkheid aangegeven. Voorbeeld: csinál=maken, csinálhat=kunnen maken, csináltat=laten maken, csináltathat=kunnen laten maken.
- Met het achtervoegsel -gat/-get. Voorbeeld: beszél=spreken, beszélget=praten, babbelen, beszélgethet=kunnen praten
Bepaaldheid Werkwoordvervoegingen zijn mede afhankelijk van het lijdend voorwerp. Alle tijden en wijzen zijn er in twee vormen:
|
De aard van het lijdend voorwerp is belangrijk voor de vervoeging, maar het lastig toe te passen. Naast de "gewone", onbepaalde, eerste of subjectieve vervoeging is er een bepaalde, tweede of objectieve vervoeging die wordt gebruikt als het lijdend voorwerp bepaald is; het is dan specifiek en (soms impliciet) duidelijk waarover het gaat. Voorbeeld van een impliciet bepaald lijdend voorwerp: azt nem értem!=ik begrijp dat niet! Het is niet nodig azt=dat te zeggen, omdat het in het gesprek wel duidelijk is waarover het gaat.
De vervoeging van het werkwoord (de werkwoordsvorm) is afhankelijk van de aard van het lijdend voorwerp (en natuurlijk of het onderwerp enkelvoud of meervoud is en welke persoon het onderwerp is). Er wordt onderscheid gemaakt tussen "onbepaalde" werkwoordvervoeging en "bepaalde" werkwoordvervoeging:
De onbepaalde werkwoordvervoeging (tárgyatlan igeragozás) komt voor in zinnen
- waar het werkwoord onovergankelijk (intranzitív ige, tárgyatlan ige) is,
- waar geen lijdend voorwerp is, of
- waar het lijdend voorwerp is "onbepaald"; dit is het geval als:
- persoon in de eerste en tweede persoon
- er geen bezitsaanduiding is of geen aanwijzend voornaamwoord
- er geen verwijzing is naar een al eerder genoemd lijdend voorwerp
De bepaalde werkwoordvervoeging (tárgyas ige, igeragozás ige) komt voor in zinnen waar het lijdend voorwerp "bepaald" is:
- als er een bepaald lidwoord voor staat: a, az = de, het,
- als er een aanwijzend voornaamwoord staat voor het lijdend voorwerp (ezt=dit, deze, azt=dat, die, ezeket, azokat)
- als er een bezitsuitgang achter het lijdend voorwerp staat (mijn, jouw, ...),
- als het lijdend voorwerp al eerder ter sprake is geweest en het bekend wordt verondersteld.
- als het lijdend voorwerp een 3de persoon betreft (őt=hem, haar, Önt=u, őket=hen, ...).
- als het lijdend voorwerp gaat om een naam, zoals van een persoon of plaats (Pétert, Budapestet)
- als er verwezen wordt naar een al eerder genoemd lijdend voorwerp
Een aparte veelvoorkomende derde type vervoeging bestaat er bij de 1ste persoon enkelvoud (ik) als het lijdend voorwerp 2de persoon (jou, jullie) is. Voorbeeld: Szeretlek=Ik houd van jou; Látlak beneteket=Ik zie jullie.
Voorbeelden:
- látok=ik zie (onbepaald)
- látom=ik zie hem/haar/het (bepaald)
- látlak=ik zie jou (ik → jouaccusatief)
Tijden en wijzen De volgende enkelvoudige tijden wijzen komen voor in het Hongaars:
|
De belangrijkste wijs is de aantonende wijs (kijelentő mód), die voorkomt in 2 tijden:
- De tegenwoordige tijd (jelen idő) heeft geen teken voor de persoonsuitgangen,
- De verleden tijd (múlt idő), de -t is het teken voor de verleden tijd en staat voor de persoonsuitgangen, in sommige gevallen is het -ott/-ett/-ött.
Naast de aantonende wijs komen nog twee wijzen voor (beide in de tegenwoordige tijd):
- De voorwaardelijke wijs (feltételes mód) heeft -na/-ne als teken voor de persoonsuitgangen. De voorwaardelijke wijs wordt onder andere gebruikt voor (zeer) beleefde verzoeken.
- De gebiedende of aansporende wijs (parancsoló/felszólító mód) heeft -j als teken voor de persoonsuitgangen en kan gebruikt worden voor alle personen.
Voorbeelden: írjak? - "zal/moet ik schrijven?", írj(ál) - "schrijf", írjunk - "laten we schrijven".
In enkele gevallen worden hulpwerkwoorden gebruikt, zoals:
- De verleden tijd van de voorwaardelijke wijs (irrealis van het verleden) wordt gevormd met de verleden tijd plus het hulpwoord volna.
Voorbeeld: írtam volna - "ik zou geschreven hebben" - Voor toekomstige tijd kan het hulpwerkwoord fog "zal" gebruikt worden.
Voorbeelden: fogunk írni - "wij zullen schrijven"; fogom elolvasni - "ik zal het uitlezen".
| wijs mód → |
aantonende wijs kijelentő mód |
voorwaardelijke wijs aanvoegende wijs feltételes mód |
gebiedende wijs parancsoló mód = aansporende wijs felszólító mód | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| tijd idő → |
tegenwoordige tijd jelen idő |
verleden tijd múlt idő | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| teken jel → | ø | -t; -ott/-ett/-ött | -ná/-né | -j | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Er is geen aparte toekomende tijd. De toekomst wordt met een hulpwerkwoord (fog = "zal") aangegeven, maar men kan daarvoor ook de tegenwoordige tijd eventueel met een bijwoord (majd = dan) gebruiken.
Tegenwoordige tijd Afhankelijk van de werkwoordstam worden er naast de regelmatige (standaard-) vervoeging nog drie regelmatig vervoegde groepen van werkwoorden onderscheiden:
|
Voor gebeurtenissen en handelingen in het heden wordt de tegenwoordige tijd gebruikt.
Voorbeeld: Megyek.=Ik ga..
Ook wordt de tegenwoordige tijd wel gebruikt voor de toekomst met behulp van het bijwoord majd=dan.
Voorbeeld: Majd megyek.=Ik zal gaan (letterlijk: Dan ik ga.).
Er is een standaard werkwoordvervoeging voor de tegenwoordige tijd met twee regelmatige varianten, op grond van het eind van de stam.
Het hoofdtype van de regelmatige vervoeging met voorbeelden staat in onderstaande tabel:
1. regelmatige werkwoordvervoeging tegenwoordige tijd - jelen idő Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő Voorbeelden tegenwoordige tijd - jelen idő: Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Stam
werkwoord
met:Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers zonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondinginfinitief: → -ni látni
zienkérni
verzoekentörni
brekenpersoon:↓ 1 ev. (én) -ok -ek -ök -om -em -öm látok kérek török látom kérem töröm 2 ev. (te) -sz -od -ed -öd látsz kérsz törsz látod kéred töröd 3 ev. (ő) ø (stam!) -ja -i lát kér tör látja kéri töri 1 mv. (mi) -unk -ünk -juk -jük látunk kérünk törünk látjuk kérjük törjük 2 mv. (ti) -tok -tek -tök -játok -itek láttok kértek törtök látjátok kéritek töritek 3 mv. (ők) -nak -nek -ják -ik látnak kérnek törnek látják kérik törik - De werkwoorden waarvan de stam eindigt op een sisklank (-s, -sz, -z) vormen de eerste kleine variant van de werkwoordvervoeging van de tegenwoordige tijd. De drie mogelijke uitgangen in de 2de persoon enkelvoud zijn: -ol/-el/-öl, afhankelijk van de klinkerharmonie. Voorbeeld: olvas=hij leest wordt olvasol=jij leest. Zie tabel:
2. werkwoordvervoeging bij stam eindigend op een sisklank Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Voorbeelden: Stam
werkwoord
met:Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers zonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingInfinitief: → olvasni
lezennézni
kijkenfőzni
kokenpersoon:↓ 2 ev. (te) -ol -el -öl olvasol nézel főzöl
- De werkwoorden waarvan de stam eindigt op twee medeklinkers of stam eindigt op lange klinker + t vormen de tweede kleine variant van de werkwoordvervoeging in de tegenwoordige tijd. De twee mogelijke uitgangen in de 2de persoon enkelvoud zijn: -asz/-esz, afhankelijk van de klinkerharmonie. Daarnaast heeft de 2de persoon meervoud drie harmonische vormen: -otok/-etek/-ötök en de 3de persoon meervoud twee harmonische vormen: -anak/-enek
3. werkwoordvervoeging bij stam eindigend op 2 medeklinkers of -ít Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Voorbeelden: Stam
werkwoord
met:Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers zonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondinginfinitief: → -ani -eni tartani
houdensegíteni
helpentölteni
vullenpersoon:↓ 2 ev. (te) -asz -esz tartasz segítesz töltesz 2 mv. (ti) -otok -etek -ötök tartotok segítetek töltötek 3 mv. (ők) -anak -enek tartanak segítenek töltenek
- De ik-werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de stam (3de persoon enkelvoud) verlengd is met -ik. In de 1ste persoon ev. wordt de uitgang -om/-em/-öm, die ook gebruikt worden in de bepaalde vervoeging (II). Voorbeeld: de stam lakik=hij woont, wordt in de 1ste persoon e.v.: lakom=ik woon.
4. werkwoordvervoeging van de ik-werkwoorden Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Voorbeelden Stam
werkwoord
met:Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers zonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingInfinitief: → lakni
wonenkövetkezni
volgenfürdeni, fürödni
badenpersoon:↓ 1 ev. (én) -om -em -öm lakom következem fürdöm 3 ev. (ő) -ik lakik következik fürdik
- Onregelmatige werkwoorden
Er zijn enkele veel gebruikte onregelmatige werkwoorden, zoals in onderstaande tabel.
enkele veelgebruikte onregelmatige werkwoorden tegenwoordige tijd stam: van lesz megy jön eszik iszik alszik fekszik is wordt gaat komt eet drinkt slaapt ligt infinitief: → lenni menni jönni enni inni aludni feküdni persoon:↓ 1. ev. (én) vagyok leszek megyek jövök eszem iszom alszom fekszem 2. ev. (te) vagy leszel mész jösz eszel iszol alszol fekszel 3. ev. (ő) van lesz megy jön eszik iszik alszik feszik 1. mv. (mi) vagyunk leszünk megyünk jövünk eszünk iszunk alszunk fekszünk 2. mv. (ti) vagytok lesztek mentek jöttök esztek isztok aludtok feküdtek 3. mv. (ők) vannak lesznek mennek jönnek esznek isznak alszanak fekszenek
Verleden tijd Afhankelijk van de werkwoordstam worden er naast de standaardvervoeging nog twee regelmatig vervoegde groepen van werkwoorden onderscheiden:
|
Waar het Nederlands een onvoltooid verleden tijd en voltooid verleden tijd kent, heeft het Hongaars slechts één verleden tijd (múlt idő), bijvoorbeeld: Mentem=Ik ging / Ik ben gegaan.
Het teken -t voor de verleden tijd wordt achter de stam van het werkwoord voor de persoonsuitgang geplaatst. Gewoonlijk is dit teken een -t, maar het teken -ott/-ett/-ött wordt gebruikt in de 3de persoon enkelvoud van de onbepaalde vervoeging. Hiervoor zijn regels, maar ook kan het woordenboek geraadpleegd worden.
Groep 1 heeft de meest voorkomende wijze van vervoegen; deze is gemengd en staat in onderstaande tabel:
Groep 1 Tijd en Groep: Verleden tijd, Groep 1 - Múlt idő Voorbeelden verleden tijd, Groep 1 - Múlt idő Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Stam
werkwoord
met:Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers zonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondinginfinitief: → látni
ziennézni
kijkenüldözni
vervolgenpersoon:↓ 1 ev. (én) -tam -tem -tam -tem láttam néztem üldöztem láttam néztem üldöztem 2 ev. (te) -tál -tél -tad -ted láttál néztél üldöztél láttad nézted üldözted 3 ev. (ő) -ott -ett -ött -ta -te látott nézett üldözött látta nézte üldözte 1 mv. (mi) -tunk -tünk -tuk -tük láttunk néztünk üldöztünk láttuk néztük üldöztük 2 mv. (ti) -tatok -tetek -tátok -tétek láttatok néztetek üldöztetek láttátok néztétek üldöztétek 3 mv. (ők) -tak -tek -ták -ték láttak néztek üldöztek látták nézték üldözték
Groep 2 en Groep 3 zijn geheel regelmatig en de uitgangen zijn verder gelijk aan die in Groep 1. In Groep 2 is het teken -t in alle personen,
Groep 2 Tijd en Groep: Verleden tijd, Groep 2 - Múlt idő Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Stam
werkwoord
met:Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers zonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingStam-einde: → -j, -l, -n, -r; 2 lettergrepen +ad, +ed Persoon:↓ 1 ev. (én) -tam -tem -tam -tem 2 ev. (te) -tál -tél -tad -ted 3 ev. (ő) -t -t 1 mv. (mi) -tunk -tünk -tuk -tük 2 mv. (ti) -tatok -tetek -tátok -tétek 3 mv. (ők) -tak -tek -ták -ték
In Groep 3 is het teken -ott/-ett/-ött in alle personen.
Groep 3 Tijd en Groep: Verleden tijd, Groep 3 - Múlt idő Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Stam
werkwoord
met:Voor-
klinkersAchterklinkers Voor-
klinkersAchterklinkers zonder
liprondingmet
liprondingzonder
liprondingmet
liprondingStam-einde: → -ít; -medeklinker+t; 1 lettergreep +t Persoon:↓ 1 ev. (én) -ottam -ettem -öttem -ottam -ettem -öttem 2 ev. (te) -ottál -ettél -öttél -ottad -etted -ötted 3 ev. (ő) -ott -ett -ött -otta -ette -ötte 1 mv. (mi) -ottunk -ettünk -öttünk -ottuk -ettük -öttük 2 mv. (ti) -ottatok -ettetek -öttetek -ottátok -ettétek -öttétek 3 mv. (ők) -ottak -ettek -öttek -ották -ették -ötték
De toekomst kan worden uitgedrukt:
- met behulp van het bijwoord majd=dan + de tegenwoordige tijd: Majd megyek.=Ik zal gaan. (letterlijk: Dan ik ga.)
- met het hulpwerkkwoord fog: Fogok menni=Ik zal gaan; Fogsz menni?=Zal je gaan?
Vaak kan ook de tegenwoordige tijd gebruikt worden voor iets in de toekomst, net als in het Nederlands: Horgászni megyek.=Vissen ga ik.
| vervoeging van lenni | ||||
| stam: | van | lesz | ||
|---|---|---|---|---|
| is | was | wordt zal zijn |
werd | |
| persoon:↓ | ||||
| 1. ev. (én) | vagyok | voltam | leszek | lettem |
| 2. ev. (te) | vagy | voltál | leszel | lettél |
| 3. ev. (ő) | van | volt | lesz | lett |
| 1. mv. (mi) | vagyunk | voltunk | leszünk | lettünk |
| 2. mv. (ti) | vagytok | volttatok | lesztek | lettetek |
| 3. mv. (ők) | vannak | voltak | lesznek | lettek |
Het werkwoord van=is hoort bij het hele werkwoord lenni=zijn, worden. Het werkwoord van=zijn heeft twee wijzen van gebruik:
- zijn in de betekenis van zich (op een plaats) bevinden. Dan is de vervoeging in overeenstemming met het gewone gebruik van werkwoorden. Voorbeeld: Otthon van.=Hij/Zij/Het is thuis.
- zijn als koppelwerkwoord. In de 3de persoon wordt is weggelaten in het Hongaars. Voorbeelden: Ő tanár
van.=Hij/Zij is leraar, Rosz az idő = Het weer is slecht.
Bij lenni = zijn, worden, zullen zijn hoort nog een tweede stam: lesz=wordt, zal zijn (een soort toekomende tijd). Er wordt dan een andere vervoeging gebruikt. Het is ook in de derde persoon tegenwoordige tijd aanwezig. Gewoonlijk wordt het persoonlijk voornaamwoord weggelaten. Voorbeeld: tanár lesz "hij/zij wordt leraar" of "hij/zij zal leraar zijn".
Er is een expliciete vorm van het werkwoord lenni in het geval van plaatsaanduidingen en in een aantal andere gevallen: ő itt van = hij/zij/het is hier, ők itt vannak = zij zijn hier, nyolc fok van = het is acht graden.
Bij het werkwoord zijn bestaat er een ontkennende vorm in de derde persoon met de betekenis (er) niet zijn: nincs = hij/zij/het is (er) niet en nincsenek = zij zijn (er) niet. In alle andere personen gebruikt men een vorm van lenni, bijvoorbeeld (én) nem vagyok itt = ik ben niet hier.
Voor het werkwoord hebben is er in het Hongaars geen apart werkwoord. De constructie die gebruikt wordt maakt gebruik van een meewerkend voorwerp (3de naamval, datief) en een bezit met bezitsuitgang. Het komt ongeveer overeen met Aan/voor [de bezitter] is [zijn bezit]. Dit betekent dan: [De bezitter] heeft (een) [bezit]. Het geheel wordt meestal korter en eenvoudiger gezegd door weglating van het meewerkend voorwerp. Voorbeelden:
| hebben | bezitting (enkelvoud!), met bezitsuitgang |
Korter gezegd: | Vertaling in het Nederlands: | |
|---|---|---|---|---|
| meew. voorw. 3denaamval |
is | |||
| Nekem Aan/voor mij |
van is |
kertem. mijn tuin. |
Kertem van. | Een tuin heb ik. Ik heb een tuin. |
| Neked Aan/voor jou |
van is |
sok labdád veel jouw bal. |
Sok labdád van. (In het Hongaars in het enkelvoud!) |
Jij hebt veel ballen. (In het Nederlands in het meervoud!) |
| Neki Aan/voor hem |
van is |
fehér autója zijn witte auto. |
Fehér autoja van. | Een witte auto heeft hij. Hij heeft een witte auto. |
| Nekünk Aan/voor ons |
van is |
kis lakásunk onze kleine woning |
Kis lakásunk van. | Wij hebben een kleine woning. |
| Nektek Aan/voor jullie |
van is |
két bőröndötök. twee jullie koffers. |
Két bőröndötök van. (In het Hongaars in het enkelvoud!) |
Jullie hebben twee koffers. (In het Nederlands in het meervoud!) |
| Nekik Aan/voor hun |
van is |
nagy házuk. hun groot huis. |
Nagy házuk van. | Een groot huis hebben zij. Zij hebben een groot huis. |
| Vilmosnak Aan/voor Willem |
van is |
biciklije. zijn fiets. |
Vilmosnak biciklije van. | Willem heeft een fiets. |
| Vilmosnak Aan/voor Willem |
volt was |
biciklije. zijn fiets. |
Vilmosnak biciklije volt. | Willem had een fiets. |
| Vilmosnak Aan/voor Willem |
lesz zal zijn |
biciklije. zijn fiets. |
Vilmosnak biciklije lesz. | Willem zal een fiets hebben. Willem krijgt een fiets. |
Er is ook nog een werkwoord birtokol = bezitten, hebben, dat slechts weinig gebruikt wordt.
Naast de aantonende wijs is er de voorwaardelijke wijs (feltételes mód): de voorwaardelijke wijs wordt onder andere gebruikt voor (zeer) beleefde verzoeken
| voorwaardelijke wijs feltételes mód |
onbepaalde vervoeging | bepaalde vervoeging | |||
|---|---|---|---|---|---|
| stam + -ná/-né met: | lage klinker | hoge klinker | lage klinker | hoge klinker | |
| persoon: | |||||
| 1 | (én) | -nék | -ném | ||
| 2 | (te) | -nál | -nél | -nád | -néd |
| 3 | (ő) | -na | -ne | -ná | -né |
| 11 | (mi) | -nánk | -nénk | -nánk | -nénk |
| 22 | (ti) | -nátok | -nétek | -nátok | -nétek |
| 33 | (ők) | -nának | -nének | -nák | -nék |
| 1→2 | (én→téged) | -nálak | -nélek | ||
De derde wijs is de gebiedende of aansporende wijs (parancsoló/felszólító mód) in de tegenwoordige tijd. De gebiedende wijs kan gebruikt worden voor alle personen, bijvoorbeeld írjak? "zal/moet ik schrijven?", írj(ál) "schrijf", írjunk "laten we schrijven".
| gebiedende wijs aansporende wijs |
onbepaalde vervoeging | bepaalde vervoeging | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| stam + j met: | lage klinker | hoge klinker | lage klinker | hoge klinker | ||
| persoon: | met lipronding |
zonder lipronding |
||||
| 1 | (én) | -jak | -jek | -am | -em | |
| 2 | (te) | -j(ál) | -j(él) | -jad | -jed | |
| 3 | (ő) | -jon | -jen | -jön | -ja | -je |
| 11 | (mi) | -junk | -jünk | -juk | -jük | |
| 22 | (ti) | -jatok | -jetek | -játok | -jétek | |
| 33 | (ők) | -janak | -jenek | -ják | -jék | |
| 1→2 | (én→téged) | -jalak | -jelek | |||
Werkwoordvoorvoegsels (verbaal prefixen) kunnen de betekenis van werkwoorden (net zo als in het Nederlands) enigszins veranderen.
De wijziging in betekenis is enigszins voorspelbaar, maar niet met alle voorvoegsel gaat dat op. Het voorvoegsel meg- geeft vaak een voltooidheid van de handeling aan, maar dat kan ook met andere voorvoegsels. Voorbeelden: Megcsináltam.=Ik heb het gemaakt. / Ik maakte het., Elolvastam.=Ik heb het uitgelezen. / Ik las het uit.
| be- | in-, naar binnen | ki- | uit-, naar buiten |
| el- | weg- | haza- | thuis-, naar huis |
| ide- | hierheen | oda- | daarheen |
| fel- | naar boven | le- | naar beneden |