Karl Marx - Wikipedia
Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Karl Marx
Marx in 1875
Persoonsgegevens
Naam
Karl Heinrich Marx
Geboren
Trier
5 mei
1818
Overleden
Londen
14 maart
1883
Land
Duitse Bond
(aangehecht aan Pruisen, want tijdperk van Duitse eenwording 1815-1871)
Beroep
econoom
journalist
historicus
filosoof
, socioloog, revolutionair,
dichter
politicus
schrijver
Functie
filosoof
Oriënterende gegevens
Stroming
Marxisme
Levens
beschouwing
Atheïsme
Belangrijkste werken
1848-1891
Manifest van de Communistische Partij
1867-1894
Das Kapital
Handtekening
Portaal
Filosofie
Jenny von Westphalen
Karl Heinrich Marx
Trier
5 mei
1818
Londen
14 maart
1883
) was een
Duits
denker die de (politieke)
filosofie
, de
economie
, de
sociologie
, de
journalistiek
en de
historiografie
sterk heeft beïnvloed. Hij was een grondlegger van de
arbeidersbeweging
en een centraal figuur in de geschiedenis van het
socialisme
en het
communisme
. Marx woonde en werkte in
Duitsland
, in
Frankrijk
, in
België
, en
Engeland
. Zijn bewogen leven deelde hij met zijn vrouw
Jenny von Westphalen
en met zijn vriend
Friedrich Engels
, die hem zijn hele leven steunde – ook financieel – en die na Marx' dood zijn werken persklaar maakte.
Als Marx' belangrijkste werk wordt meestal
Das Kapital
(of in het Nederlands:
Het Kapitaal
) beschouwd. Daarnaast is zijn
Communistisch Manifest
(met
Friedrich Engels
) wereldberoemd.
Op het werk en de denkbeelden van Karl Marx (en
Friedrich Engels
) is het
marxisme
gebaseerd.
Biografie
bewerken
brontekst bewerken
Karl Marx werd geboren op 5 mei 1818 in
Trier
als zoon van de advocaat Heinrich Marx (1782 - 1838) en
Henriëtte Presburg
Henriëtte Presburg was geboren en getogen in
Nijmegen
. Marx' ouders waren oorspronkelijk
joods
en stamden beiden uit
rabbijngeslachten
. Heinrich Marx heette voorheen Hirschel Mardochai, maar bekeerde zich tot het
protestantisme
en veranderde zijn naam. De bekering was voor vader Marx geen grote stap; hij was
liberaal
, beïnvloed door de
Franse Revolutie
, geen belijdend jood en achteraf waarschijnlijk ook geen belijdend christen.
Karl Marx' geboortehuis is sinds 5 mei 1968 als museum ingericht: het
Karl Marx-huis
herbergt een permanente tentoonstelling, gewijd aan het leven en werk van Karl Marx.
Karl groeide op in een gezin dat een zekere welstand genoot, maar niet rijk was. Karl voltooide het gymnasium in Trier in 1835. Het voor zijn examen geschreven opstel "Beschouwing van een jongeling over de keuze van een beroep" is bewaard gebleven.
Trier gold als de meest
kosmopolitische
streek van Duitsland, omdat het tot 1814 bij het
Eerste Franse Keizerrijk
had gehoord. In de streek heerste een economische terugval, door de slechte prestaties van de lokale wijngaarden. Een vierde van de bevolking leefde van de armensteun, en
socialistische
theorieën als die van
Saint-Simon
en
Fourier
vonden aanhang.
Gootspook van Karl Marx in Zaltbommel, met zijn boek Das Kapital.
Marx in Nederland
bewerken
brontekst bewerken
Dat Marx ten minste een keer daadwerkelijk in
Nijmegen
was, blijkt uit een brief van zijn ouders uit 1836. Hij was toen 17 jaar en studeerde rechten in
Bonn
Via zijn tante
Sophie Presburg
, de zus van zijn moeder
Henriëtte Presburg
was hij verwant aan de familie
Philips
Sophie was getrouwd met
Lion Philips
. Marx verbleef regelmatig bij de
Philipsen
gedurende zijn verblijf in
Nijmegen
en later in
Zaltbommel
, en schreef hen brieven.
De familie woonde aan de
Gasthuisstraat
12.
Marx ging onder andere naar hen toe om hen om geld te vragen.
In deze periode werd hij gekweld door
steenpuisten
10
Het huis waar Marx verbleef stond in 2025 te koop.
11
Een
gootspook
herinnert aan het bezoek van Karl Marx.
In 1865 en 1875 logeerde Marx in
Maastricht
bij zijn zuster Sophia (1816-1886), de weduwe van de in
Vaals
geboren jurist Willem Robert Schmalhausen (1817-1862).
12
Studententijd
bewerken
brontekst bewerken
In oktober 1835 ging Marx rechten studeren aan de
universiteit van Bonn
. Daar kwam van studeren niet veel terecht omdat hij meer tijd besteedde aan het studentenleven als lid van Corps Palatia Bonn. Na een jaar besloot Karls vader dat het beter voor hem was, in
Berlijn
te gaan studeren, aan de
universiteit van Berlijn
, die wat beter aangeschreven stond dan die van Bonn. Ondertussen verloofde Karl zich (aanvankelijk in het geheim) met
Jenny von Westphalen
. In Berlijn kreeg de jonge Marx meer belangstelling voor intellectuele zaken, en stapte hij over van rechten naar filosofie. Hij verdiepte zich in de ideeën van
Immanuel Kant
en
Johann Gottlieb Fichte
, maar raakte vooral zeer sterk onder de invloed van
Georg Hegel
. Hegel zelf was in 1831 overleden, maar zijn filosofie beheerste de universiteit na zijn dood nog sterker dan bij zijn leven. Er tekenden zich onder zijn
leerlingen
verschillende stromingen af. Sommige waren zeer conservatief (de hegeliaanse filosofie gold in die tijd nog als de Pruisische staatsfilosofie), maar er waren ook linkse leerlingen. Aan deze laatste, die wel de
jong-Hegelianen
genoemd worden, voelde Marx zich verwant:
Bruno Bauer
, Arnold Ruge. Zij waren vooral kritisch wat betreft de religie.
Marx besloot om niet in Berlijn op zijn proefschrift te promoveren, omdat het slecht ontvangen zou worden, vanwege zijn negatieve reputatie als jong-hegeliaan. Hierom ging Marx naar de
Universiteit van Jena
en promoveerde daar in 1841 op "Het verschil tussen de natuurfilosofie van Democritus en Epicurus". Na het beëindigen van zijn studie verhuisde Marx naar Bonn. Hij hoopte hier op een aanstelling als universitair docent. Dat lukte hem in het conservatieve Bonn echter niet. Marx werd toen journalist.
1842 - 1843: Keulen, de
Rheinische Zeitung
bewerken
brontekst bewerken
De
Rheinische Zeitung
(Rijnlandse Courant) was een
radicaaldemocratische
krant die vanaf 1 januari 1842 in Keulen werd uitgegeven.
Moses Hess
vroeg Marx medewerker te worden van het blad waar ook Bruno Bauer voor werkte. In oktober 1842 werd Marx hoofdredacteur. De krant ontwikkelde zich tot spreekbuis voor jonge kooplieden, bankiers en industriëlen. Marx verhuisde naar Keulen. De krant werd steeds radicaler en de oplage steeg aanzienlijk, maar de censuur werd ook steeds strenger. In 1843 werd de krant verboden. Marx gaf zijn redacteurschap op maar dat kon de krant niet meer redden en in maart 1843 werd zij opgeheven. Marx publiceerde onder andere over de persvrijheid en over de armoede van de wijnboeren in de Moezelstreek.
Een reportage over houtdiefstal tilde Marx' sociaaleconomisch en historisch bewustzijn op een hoger plan: de Pruisische overheid besloot op te treden tegen het sprokkelen van hout in de bossen, waar het vrije sprokkelen eerder als gewoonterecht van de armen gold; Marx analyseerde dit als het optreden van de staat voor het belang van private eigenaren en tegen het belang van de armen.
19 juni 1843 trouwden Jenny von Westphalen en Karl Marx, nadat ze elkaar al vanaf hun jeugd hadden gekend en zeven jaar verloofd waren geweest. Het huwelijk vond plaats in
Kreuznach
, waar ze enkele maanden bleven wonen.
Inmiddels had Marx kennisgemaakt met het werk van
Ludwig Feuerbach
. Vooral diens in 1841 verschenen
Het wezen van het christendom
droeg belangrijk bij aan de ontwikkeling van het materialistische gezichtspunt bij Marx.
1843 - 1844: Parijs, de
Deutsch-Französische Jahrbücher
bewerken
brontekst bewerken
Marx werd gevraagd als redacteur van de
Deutsch-Französische Jahrbücher
(Duits-Franse Jaarboeken). Daartoe diende hij te verhuizen naar Parijs. In de herfst van 1843 arriveerden Jenny von Westphalen en Karl Marx in Parijs.
Van de Jaarboeken zal slechts één (dubbel-)nummer verschijnen, in februari 1844. In dat nummer treffen we twee artikelen van de hand van Marx aan:
Karl Marx –
Kritiek op Hegels rechtsfilosofie. Inleiding
Karl Marx –
Over godsdienst, staat en het Joodse vraagstuk
Zur Judenfrage
Het tweede artikel is een polemische reactie op Bruno Bauer, die had gesteld dat emancipatie van de Duitse Joden pas zou kunnen plaatsvinden als zij hun religie zouden afwerpen. Marx' reactie is omstreden vanwege het gebruik van
antisemitische
stereotypen (herhaald in latere werken en brieven, maar nooit zo uitgebreid als hier). Op de vraag of Marx zich een antisemiet betoont, wordt verschillend geantwoord. Haegens, bijvoorbeeld, meent van wel en vindt in dit geschrift een voorbeeld van blindheid op links voor een antisemitisch element in eigen gelederen.
13
Daar staat tegenover dat delen van
Over godsdienst
, inclusief de gelijkstelling van jodendom aan geldzucht, zijn overgenomen uit een stuk van de Moses Hess. McLellan concludeert onder andere hieruit dat Marx een woordspeling uithaalt op
Judentum
(jodendom, maar ook handel) en Bauers anti-Joodse stellingen ombuigt tot een aanval op het kapitalisme waarmee de Joden geassocieerd werden.
14
Verder verschenen in het enige nummer van de Duits-Franse Jaarboeken twee artikelen van
Friedrich Engels
Friedrich Engels – Schets van een Kritiek der Politieke Economie (
Umrisse zu einer Kritik der Nationalökonomie
Friedrich Engels – Bespreking van
Thomas Carlyles
Verleden en heden
Ten slotte bevat het Jaarboek nog een aantal brieven van Marx.
De levenslange samenwerking tussen Karl Marx en Friedrich Engels heeft in dit Jaarboek voor het eerst vorm gekregen. Ze hadden elkaar in 1842 al ontmoet, maar die kennismaking bleef oppervlakkig. De "Schets" heeft mede Marx' belangstelling voor de klassieke politieke economie aangewakkerd. Marx werkte tussen april en augustus 1844 aan zijn
Parijse manuscripten
(ook wel
Economische en filosofische manuscripten
), die een voorwerk vormden voor zijn latere economische werk. Deze werden pas postuum gepubliceerd in 1932.
Tijdens zijn verblijf in Parijs maakte Marx voor het eerst uitgebreid kennis met de Franse socialisten.
Théodore Dezamy
maakte hem bekend met hun werken en bekeerde hem in een paar maanden tijd tot het communisme.
De activiteiten en publicaties van Marx bleven niet onopgemerkt. Na een positief artikel over een (mislukte) aanslag op
Frederik Willem IV
, diende Pruisen een aanklacht tegen Marx in wegens
majesteitsschennis
en
hoogverraad
en vroeg de Franse regering hem uit te wijzen.
1845 - 1847: Brussel, het
Communistisch Manifest
bewerken
brontekst bewerken
Begin 1845 verhuisde Karl Marx naar
Brussel
, nadat hij afstand had gedaan van zijn
Pruisisch
staatsburgerschap
. Hij schreef een afscheidsbrief aan
Heinrich Heine
, met wie hij in Parijs vriendschap had gesloten. Hij verbleef er op vijf verschillende adressen, waaronder het pension Le Bois Sauvage op het
Sint-Goedeleplein
. Via een (Duitse) huisarts kwam Marx in contact met de jurist
Gustav Mayntz
, die zijn aanvraag tot verblijfsvergunning formuleerde. Hij moest hiervoor echter instemmen om in België niet te publiceren over actuele politiek. Tevens kwam hij er in contact met een kring van ca. drie- tot vierduizend Duitsers (in
ballingschap
) die toen in de stad verbleven waaronder een groep dynamische (precisie)arbeiders met wie hij de 'ontwikkelingsclub' de
Deutscher Bildungsverein für Arbeiter
oprichtte. Deze groep kwam tweemaal per week samen, eenmaal om te discussiëren, studeren en de kranten door te nemen en eenmaal om zich te amuseren.
15
Ook was hij betrokken als ondervoorzitter bij de
Association Démocratique, ayant pour but l’union et la fraternité de tous les peuples
(opgericht 27 september 1847
16
) van de advocaten
Lucien Jottrand
en
Charles-Louis Spilthoorn
. Ook waren er veel in België wonende buitenlanders bij de oprichting betrokken, onder meer
Polen
Zwitsers
Fransen
en Duitsers. Deze groep trof elkaar onder meer in het
café De Zwaan
op de
Grote Markt
te Brussel.
17
Tijdens de drie jaar dat hij in Brussel verbleef verschenen enkele van zijn belangrijkste werken. In februari 1845 verscheen
De Heilige Familie
, het eerste gezamenlijk werk met
Friedrich Engels
, en betrof een kritiek op
Bruno Bauer
en de zijnen. In hetzelfde jaar begonnen Marx en Engels met het schrijven van
De Duitse Ideologie
– een kritiek op
Ludwig Feuerbach
, Bruno Bauer en
Max Stirner
-, met daarin opgenomen de beroemde
Stellingen over Feuerbach
. Een uitgever werd echter niet gevonden, waardoor de eerste volledige publicatie dateerde van 1932. In 1847 verscheen
De armoede van de filosofie
, een kritiek op
De filosofie van de armoede
door
Pierre-Joseph Proudhon
. Anders dan de titel deed vermoeden, was dit vooral een economische uiteenzetting, waarin de
waardetheorie
uitgebreid aan de orde kwam: de
arbeidsdeling
wordt besproken en het
concurrentie
-principe en het boek bevat ook een hoofdstuk over
grondrente
. Eind 1847 vond een bijeenkomst plaats van de
Bond der Rechtvaardigen
(later:
Bond der Communisten
) in
Londen
waarbij onder meer Engels aanwezig was. Aldaar kregen Marx en Engels de opdracht een programma te schrijven, het op 21 februari 1848 verschenen
Communistisch Manifest
met als motto:
Proletariërs aller landen, verenigt U!
De beroemde beginregel van dit Manifest luidde:
"Een spook waart door Europa – het spook van het communisme."
1848
bewerken
brontekst bewerken
Het jaar 1848 wordt wel "
revolutiejaar
" genoemd. In Frankrijk, Italië en Oostenrijk braken opstanden uit. Toen Marx in zijn
Deutsche Brüsseler Zeitung
van 27 februari 1848 de Parijse
februarirevolutie
loofde, vaardigde de Belgische overheid een verbod uit op de krant, arresteerde Marx wegens ordeverstoring en zette hem het land uit. Hij ging eerst terug naar Parijs en in april naar het Rijnland, waar hij zich in juni – samen met Engels – op de
Neue Rheinische Zeitung
stortte. Ook dit blad stond onder grote druk en bracht op 18 mei 1849 zijn laatste nummer uit, in vlammend rood. Marx was dan net weer uitgewezen. Na een nieuwe passage in Parijs, waar hij voor de keuze werd gesteld tussen het land verlaten of internering in
Bretagne
, vertrok hij in 1850 met zijn familie naar
Londen
1850: Londen
bewerken
brontekst bewerken
dochter Eleanor Marx
De rest van zijn leven leefde Marx in Londen. Hij stortte zich op zijn economische studies, in de leeszaal van het
British Museum
. Financieel ging het hem lange tijd erg slecht: in maart 1850 werd hij met zijn gezin met vier kleine kinderen uit zijn woning gezet en werden zijn bezittingen verbeurd verklaard. Een bron van inkomsten waren voorschotten op zijn moeders erfenis, die hem door zijn oom
Lion Philips
werden verstrekt. In 1851 werkte hij kortstondig voor de
New York Herald Tribune
18
Pas einde jaren zestig werden de financiële zorgen iets minder: bij het overlijden van zijn moeder viel hem een flinke erfenis ten deel.
Zijn vrouw Jenny heeft hem bij zijn activiteiten altijd loyaal ondersteund en verrichtte vaak ook secretaressewerk voor hem. Hun huwelijksleven was echter niet vrij van spanningen. Het gezin leefde in armoedige omstandigheden, ook al kwam Marx' vriend Friedrich Engels niet zelden te hulp als de nood hoog werd. Vier van de zeven kinderen overleden al op jonge leeftijd. Alleen zijn dochters Jenny (1844-1883), Laura (1845-1911) en Eleanor (1855-1898) bereikten de volwassen leeftijd.
Eleanor Marx
volgde haar vaders voetsporen en ging de politiek in.
De verhouding tussen de twee echtelieden werd er niet beter op toen Marx een buitenechtelijk kind verwekte, een zoon genaamd Frederick (1851-1929), bij de - uit Duitsland met het gezin meegekomen - inwonende dienstbode Helene Demuth. Of hij werkelijk vader was van het kind is overigens omstreden.
19
Titelpagina van de eerste uitgave van
Das Kapital
Marx' graf te Londen. Het hoofd is een latere toevoeging.
Ondertussen verschijnen:
1850:
De Klassenstrijd in Frankrijk
– een historisch materialistische interpretatie van de gebeurtenissen in het revolutiejaar.
1852:
De Achttiende
Brumaire
van Lodewijk Napoleon
- eveneens een onderzoek naar de periode 1848 - 1851 in Frankrijk.
1859: Bijdrage aan de kritiek der politieke economie (
Zur Kritik der Politischen Őkonomie
) – een voorstudie bij
Het Kapitaal
, met het bekende voorwoord en de veelgeciteerde inleiding.
Politiek bracht Marx een aantal jaren in betrekkelijke afzondering door. Aan dit isolement kwam pas een einde met de oprichting van de
International Working Men's Association
op 28 september 1864 (later bekend onder de naam:
Eerste Internationale
).
In 1867 verscheen eindelijk het eerste deel van
Das Kapital
(Het Kapitaal), Marx' "magnum opus". De volgende delen zouden niet meer tijdens Marx' leven verschijnen.
De laatste jaren
bewerken
brontekst bewerken
Gedurende de jaren na 1867 verschenen nog enkele belangrijke werken, waaronder in 1871:
De Burgeroorlog in Frankrijk
. In 1872 woonde Marx het
Haags congres van de Eerste Internationale
bij. Pas in 1970 werd de volledige tekst gepubliceerd van een stuk dat Marx in 1875 schreef naar aanleiding van de oprichting van de Duitse sociaaldemocratische partij: de
Kritiek op het Program van Gotha
Zie
Kritiek op het program van Gotha
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Toen op 2 december 1881 zijn vrouw Jenny overleed, was Marx zelf te ziek om haar begrafenis bij te wonen. Friedrich Engels sprak aan haar graf:
"Ik behoef niet van haar persoonlijke eigenschappen te spreken. Haar vrienden kennen haar en zullen haar niet vergeten. Zo er ooit een vrouw geweest is, wier grootste geluk het was, anderen gelukkig te maken, dan was het deze vrouw."
En Engels voelde het goed aan toen hij op die sterfdag van Jenny Marx zei:
"De Moor is ook gestorven"
("De Moor" was een bijnaam van Marx).
Op 11 januari 1883 overleed plotseling Marx' dochter Jenny. Die klap kwam hij niet meer te boven: op 14 maart overleed Karl Marx. Toen de huisvrouw aan Marx op zijn sterfbed vroeg wat zijn laatste woorden waren, antwoordde die: "Maak dat je wegkomt, laatste woorden zijn voor idioten die nog niet genoeg gezegd hebben!". Op 17 maart werd hij bijgezet in het graf op
Highgate
, aan de noordkant van Londen. Ook nu sprak Engels aan het graf:
"....Want Marx was voor alles revolutionair. Mede te werken, op deze of gene wijze, aan den val van de kapitalistische maatschappij en de door haar geschapen staatsinrichtingen, mee te werken aan de bevrijding van het moderne proletariaat, aan wie hij het eerst het bewustzijn van zijn eigen positie en zijn behoeften, het bewustzijn van de voorwaarden voor zijn bevrijding gegeven had – dat was zijn werkelijke roeping. De strijd was zijn element. En hij heeft gestreden met een hartstocht, een taaiheid, een succes als weinigen....."
"En daarom was Marx de meest gehate en meest belasterde man van zijn tijd. Regeringen, absolute zowel als republikeinse, wezen hem uit, bourgeois, conservatieve en uiterst-democratische, logen als om strijd hun lasteringen over hem. Hij schoof dat alles opzij als spinrag, sloeg er geen acht op en antwoordde slechts als er volstrekte noodzaak bestond. En hij is gestorven, vereerd, bemind, betreurd door miljoenen revolutionaire medearbeiders, die van de Siberische mijnen af over heel Europa en Amerika tot in Californië toe wonen en ik kan het ronduit zeggen: hij had wellicht nog menige tegenstander, maar nauwelijks nog één persoonlijke vijand."
"Zijn naam zal door de eeuwen voortleven en zo ook zijn werk."
Denken
bewerken
brontekst bewerken
Marx' denken beslaat uiteenlopende gebieden:
filosofie
geschiedenis
politiek
en
economie
. In zijn werk integreerde Marx op originele wijze de gedachten van diverse grote denkers vóór hem. Marx zelf stelde al zijn filosofisch en wetenschappelijk werk in dienst van één politiek-filosofisch doel: de
bevrijding van de onderdrukte klassen
in het kapitalisme, en daarmee de opheffing van de
vervreemding
die dit systeem in stand zou houden.
In zijn manifest geeft hij een historische beschouwing van, wat hij ziet, als een eeuwenlange klassenstrijd. In de overgang van de
Middeleeuwen
naar de moderne tijd zijn met de
Bourgeoisie
of
burgerij
en de arbeiders nieuwe maatschappelijke klassen ontstaan. Daarbij zag Marx een enorm toegenomen welvaart als gevolg van de
Industriële Revolutie
bij de Burgerij die door het bezit van, vaak grote, ondernemingen veel economische macht en rijkdom kenden. Marx zag dat vooral de machines steeds vaker arbeiders vervingen.
Invloeden op zijn werk
bewerken
brontekst bewerken
Marx werd onder andere beïnvloed door
Hegel
Feuerbach
Spinoza
Proudhon
Stirner
Smith
Voltaire
Ricardo
Vico
Rousseau
Diderot
Goethe
Shakespeare
Helvétius
d'Holbach
20
Liebig
21
Darwin
Fourier
Robert Owen
Guizot
Pecqueur
22
Aristoteles
Epicurus
Democritus
en
Lucretius
G.W.F. Hegel
Filosofie
bewerken
brontekst bewerken
Marx' vroege werk was vooral filosofisch van inslag, en is sterk beïnvloed door het
dialectische
denken van de Duitse filosoof
Hegel
. Hegel combineerde
Verlichting
en
romantiek
, en stelde daarbij het verloop van de geschiedenis centraal: deze is volgens hem het ontvouwen van de
rede
, die hij als een reële kracht buiten de mens beschouwde. De geschiedenis van de rede voltrekt zich bij Hegels
geschiedfilosofie
in stadia van langzame kwantitatieve groei, onderbroken door dialectische sprongen, waarin kwalitatieve verandering optreedt. Elke nieuwe kwaliteit draagt echter de kiemen van haar eigen ondergang in zich, en zal hierdoor uiteindelijk opgeheven worden.
Deze filosofie krijgt een politieke neerslag in de ontwikkeling van de
staat
. Deze is, volgens Hegels
Lezingen over de filosofie van de geschiedenis
, een afspiegeling van de rede en de belichaming van de wet. De laatste grote dialectische sprong was de
Franse Revolutie
geweest, die voor het eerst politieke vrijheid had gebracht. Deze had echter de kiemen in zich gedragen van de
Terreur
, die op de grenzen van de vrijheid had gewezen. Het beste bewind, volgens Hegel, was een compromis van vrijheid en repressie. Hij vond dit compromis, en daarmee de culminatie van de wereldgeschiedenis, in de
Duitse natie
en de staat Pruisen. De
paradox
in Hegels denken tussen enerzijds vooruitgang als centraal begrip en anderzijds het "einde van de geschiedenis" bij de repressieve Pruisische staat verdeelde zijn volgelingen in de
liberale
jong- of links-hegelianen
en de
conservatieve
oud- of rechts-hegelianen
Marx nam van Hegel het denken in termen van proces en ontwikkeling over en bleef altijd schrijven in het filosofische jargon van de hegelianen, maar hij verwierp de
metafysische
en
mystieke
elementen in Hegels filosofie. Voor Marx bestond er geen rede onafhankelijk van het menselijk
subject
, waarmee hij zich een
seculiere
humanist
betoont:
De geschiedenis is niet iets als een individueel persoon dat mensen gebruikt om zijn doelen te bereiken. De geschiedenis is niets anders dan de daden van mensen die worden gebruikt om hun doeleinden te bereiken.
— Marx en Engels,
De heilige familie
, 1845
Ludwig Feuerbach
was de voornaamste materialist onder de jong-hegelianen en een sterke invloed op Marx.
Materialisme
bewerken
brontekst bewerken
In plaats van Hegels
idealistische
opvatting van de geschiedenis ontwikkelde Marx een
materialistische
visie. Niet een strijd van ideeën of "de rede" waren de (voornaamste) drijvende kracht van de geschiedenis, maar economische en technologische ontwikkelingen. De diverse stadia in de geschiedenis koppelde Marx niet aan ideeën, maar aan
productiewijzen
: maatschappijvormen gekenmerkt door een dominant technologisch en organisatorisch principe van economische productie. In zijn eigen tijd wees hij de kapitalistische productiewijze, de
industriële
productie binnen een kader van contractvrijheid, ondernemingsvrijheid en
marktverhoudingen
, aan als het dominante principe. Dit had in Europa de eerdere
feodale
productie vervangen, waarin het organiserende principe dat van de
horigheid
was.
Materialisme betekende voor Marx vooral het volgen van de principes van de (natuur-)wetenschap, niet een
reductie
van het menselijk handelen tot natuurkundige wetten of een ontkenning van de
vrije wil
23
Bij Marx zijn maatschappelijke verhoudingen en bepaalde economische concepten
objectief maar immaterieel
: de waarde van een bepaald product op de markt, bijvoorbeeld, is meetbaar en kan een waarneembare uitwerking op de maatschappij hebben, hoewel de waarde zelf onstoffelijk is.
24
Daarnaast is zijn materialisme altijd ingebed in een historische context (
historisch materialisme
): hij probeerde de werking van de kapitalistische maatschappij wetenschappelijk te begrijpen, zonder de pretentie om algemene, eeuwigdurende 'wetten' van het menselijk bestaan op te stellen.
25
Marx' denken wordt vaak
deterministisch
genoemd, hoewel dit omstreden is; in sommige geschriften spreekt hij over 'onvermijdelijkheid' van bepaalde historische ontwikkelingen (
Communistisch manifest
) of over wetten waaraan de deelnemers aan een maatschappij niet lijken te kunnen ontkomen (zoals de wet van concurrentie in
Het kapitaal
). In andere geschriften is van dit determinisme geen spoor te bekennen (bijv.
De achttiende brumaire van Lodewijk Napoleon
). De economische en maatschappelijke wetmatigheden die hij aan het werk zag waren het gevolg van de maatschappijorganisatie en konden door (collectief) handelen doorbroken worden.
26
Forschung
en
Darstellung
bewerken
brontekst bewerken
Marx schiep een
synthese
van Hegel, Feuerbach en de oude materialisten, en plaatste zichzelf zo buiten beide stromingen. Zijn filosofie was origineel in haar nadruk op de
creativiteit
van menselijke
arbeid
en gedrag in het algemeen. Marx "draait Hegel om" door de menselijke activiteit als motor van de geschiedenis te zien, en niet andersom.
Die Dialektik steht bei ihm
[Hegel]
auf dem Kopf. Man muß sie umstülpen, um den rationellen Kern in der mystischen Hülle zu entdecken.
— Marx,
Das Kapital. Band I
, 1873.
27
Over Marx' relatie met Hegels dialectiek bestaan verschillende opvattingen: de traditionele marxistische lezing, gebaseerd op het bovenstaande citaat en andere passages in het nawoord van de Engelse uitgave van
Das Kapital
, is dat zijn filosofie slechts dialectisch is in presentatie. Marx stond in een lange Duitse traditie die onderscheid maakte tussen
Forschung
, onderzoek, en
Darstellung
, presentatie. Zijn onderzoek, vooral voor zijn economische werk, was sterk
empirisch
van karakter, maar hij presenteerde de resultaten ervan in Hegels termen om de weg te wijzen naar verandering, naar een
neue Darstellung
28
Marx schreef zelf dat de hegeliaanse
Darstellung
diende als eerbetoon aan zijn oude leermeester Hegel, die naar zijn idee in de jaren 1870 niet het respect kreeg dat hij verdiende: hij werd als een 'dode hond' behandeld, voor Marx aanleiding om met Hegels uitdrukkingswijze te "koketteren".
27
Het idee van
klassenstrijd
in het bijzonder moet dan niet gezien worden als een materialistische vertaling van economische conflicten in Hegels kader. Deze ontleende Marx, zoals hij zelf aangaf, aan historici als
Guizot
en Thierry, en aan economen als
Smith
en
Ricardo
29
Is deze lezing correct, dan doet zich hier een verschil voor tussen Marx en Engels: waar Marx dialectiek zag als een instrument in de analyse van sociale verhoudingen, hield Engels er mogelijk andere ideeën op na. Diens precieze opvatting over de status van dialectiek als 'wetmatigheid' blijft open voor interpretatie.
29
Een andere opvatting is dat Marx veel sterker door Hegel beïnvloed was dan hij zelf wilde toegeven. Zijn distantiëring van Hegel zou dan een manier zijn om aan kritiek, inclusief zelfkritiek, te ontsnappen.
30
Vervreemding
bewerken
brontekst bewerken
Vervreemding
is een concept van Hegel. De Jong-Hegelianen namen dit concept over, met name Feuerbach, en Marx bouwde daarop voort. Hij veranderde het echter van een filosofisch fenomeen, waar individuen direct invloed op hebben, in een
sociaal
fenomeen. Bij Marx treedt vervreemding (
Entfremdung
of
Entäußerung
) op wanneer het product van arbeid niet
eigen
is, in economische zin: arbeid wordt in het kapitalisme
verkocht als een waar
, waarna het product wordt
onteigend
door de kapitaalbezitter, die de
meerwaarde
als winst incasseert of herinvesteert. Arbeid geeft dan geen bevrediging meer, geen idee van controle over de materie.
31
De vervreemding uit zich in de aanbidding van een zelf geschapen macht buiten de mens, zij het in de vorm van religie (zoals bij Feuerbach; de "
opium van het volk
") of als
warenfetisjisme
In latere jaren zou Marx kiezen voor preciezere en politiek effectievere termen als '
uitbuiting
'.
29
Claude Henri de Saint-Simon
Saint-Simon
bewerken
brontekst bewerken
Saint-Simon
was midden jaren 1840, bijna twintig jaar na zijn dood, nog altijd de belangrijkste
socialist
van Frankrijk, en had grote invloed op Marx. Het was
Moses Hess
die Marx, op dat moment nog
radicaal-liberaal
maar teleurgesteld in Feuerbach, wees op het belang van de Franse socialisten. Mogelijk was Marx ook in zijn jeugd al in aanraking gekomen met de ideeën van de saint-simonisten, aangezien die rond Trier zo talrijk en actief waren dat de plaatselijke
aartsbisschop
zich gedwongen zag tegen hun
ketterij
op te treden.
29
In Saint-Simons theorie spelen
industrie
en
wetenschap
een belangrijke rol bij de vestiging van de heerschappij van de industriële
bourgeoisie
, die volgens hem de
feodale
orde volledig zou vervangen. Dit zag hij ook als de oorzaak van de
Franse Revolutie
. Marx trok de lijn door tot de val van het
kapitalisme
door de opkomst van het klassenbewustzijn van de arbeiders. Hij had echter ook kritiek op Saint-Simon, omdat die als productieve klasse allen beschouwt die werken, bezitters en bezitlozen gelijk. Engels prijst Saint-Simon later om zijn inzicht, al in 1802, dat de Franse Revolutie een klassenstrijd was geweest.
32
David Ricardo
De Engelse klassieke economen
bewerken
brontekst bewerken
Vanaf zijn ontmoeting met Engels in 1844 begon Marx zich onder diens invloed steeds meer te verdiepen in de economie. Al in de
Parijse manuscripten
van dat jaar zijn vele verwijzingen naar
The Wealth of Nations
van
Adam Smith
te vinden. Ook had Marx sporadisch
Ricardo
gelezen, die een grote invloed zou worden, en
Mill
. Vrijwel al het empirische bewijs dat hij later, in ballingschap te Londen, gebruikte, was eveneens afkomstig uit Engelse bronnen: met name het financiële gedeelte van
The Economist
en de rapporten van de
Royal Commissions of Inquiry
. De auteurs na Ricardo beschouwde Marx echter als te ideologisch en te weinig objectief.
29
In tegenstelling tot zijn voorgangers integreerde Marx economie en sociale omstandigheden. Smith en Ricardo hadden eerder de neiging om deze te proberen te scheiden. Marx nam Ricardo's idee van drie klassen (grondbezitters, kapitaalbezitters en arbeiders) over en gebruikte deze in
Das Kapital
. Ricardo zag overigens, in zijn latere werk, wel de negatieve sociale gevolgen van industrialisering in. Hij werd daarop door liberalen aangevallen omdat hij klassenstrijd zou aanwakkeren.
Zijn economisch onderzoek overtuigde Marx van de mogelijkheid tot vooruitgang: de voortschrijdende technologie dreef de arbeidsproductiviteit tot zulke hoogten dat in ieders noden voorzien kon worden.
Socialisme
of
communisme
, de heerschappij van de arbeiders, was nodig om tot de juiste verdeling te komen. De politieke omwenteling had echter uiteindelijk nog steeds tot doel de vervreemding op te heffen.
Klassenstrijd en revolutie
bewerken
brontekst bewerken
Zie
klassenstrijd
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Om de vervreemding/onteigening op te heffen moet de arbeidersklasse volgens Marx een strijd voeren die uitmondt in een
socialistische
revolutie
. Over de precieze vorm en inhoud van de revolutie, laat staan de toestand die daarna ontstaat, is bij Marx geen uitgewerkt plan te vinden. Hij ontwikkelde geen theorie van de staat, behalve voor zover hij de verstrengeling van staat en bedrijfsleven in het kapitalisme analyseerde. Dit is te verklaren doordat Marx niet in de val van zijn
utopische
voorgangers wilde trappen, die blauwdrukken ontwikkelden voor toekomstige maatschappijen zonder een helder idee over hoe die tot stand moesten worden gebracht.
Alleen in het
Communistisch manifest
(1848) is een aantal specifieke politieke eisen te vinden, waaronder onteigening van de kapitalistische klasse door 'zware
progressieve belasting
' en het in staatshanden plaatsen van banken en het communicatie- en transportwezen (zie ook
dictatuur van het proletariaat
). In
Het Kapitaal
deel I (1867) heet het nog slechts dat de '
associatie van vrije arbeiders
' de markteconomie kan vervangen in de productie en verdeling van goederen, zonder dat die een specifieke politieke organisatievorm krijgt toegewezen. Hier grijpt Marx terug op de Franse utopisten en met name op zijn oude rivaal
Proudhon
, zonder die bij naam te noemen.
33
Marxisme
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Marxisme
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het marxisme is een levensbeschouwing die voortbouwt op de ideeën van Karl Marx. Het is een theorie over
filosofie
economie
en
politiek
en vormde de grondslag voor de
ideologie
van de
arbeidersbeweging
. Vrijwel iedereen zal erkennen dat de invloed van deze theorieën enorm is geweest, ook al zijn er heel verschillende opvattingen over de vraag of deze invloed - in balans genomen - heilzaam of rampzalig is geweest.
Marx heeft bij de ontwikkeling van zijn filosofische denkbeelden onder meer invloed ondergaan van de
dialectiek
van
Georg Hegel
, de economische inzichten van
Adam Smith
, de
atheïstische
denkbeelden van
Ludwig Feuerbach
en de ideeën van de Franse socialisten van de eerste helft van de 19e eeuw, zoals
Proudhon
en
Saint-Simon
, die door Marx, die weinig respect had voor mensen die met hem van mening verschilden, overigens geringschattend "
utopische socialisten
" werden genoemd.
Deze invloeden verwerkte Marx op "dialectische" wijze. Daardoor heeft Marx ook scherpe kritiek op met name Hegel: die ging er in zijn dialectiek van uit dat ideeën de geschiedenis van de mens bepalen ('idealistische filosofie'), terwijl Marx van mening was dat deze ideeën niet van fundamentele betekenis waren, maar afgeleid waren van 'materialistische' verhoudingen, namelijk de door de mens ontwikkelde productie en de daaruit voortvloeiende productieverhoudingen (bijvoorbeeld tussen loonarbeid en kapitaal). "Bewustzijn is bewust zijn", schreef hij, of anders gezegd: "De mens maakt wel zijn eigen geschiedenis, maar niet onder zelfgekozen verhoudingen." Dat denken paste hij toe op de sociale vraagstukken van zijn tijd.
Nog fundamenteler was Marx' kritiek op Adam Smith, die van mening was dat het "vrije spel der maatschappelijke krachten" uiteindelijk voor iedereen de beste resultaten zou opleveren. Marx was ervan overtuigd dat grote delen van de bevolking hierbij aan het kortste eind zouden trekken. Hij was van mening dat aan het
proletariaat
(degenen die in loondienst zijn, en die dus met hun arbeid de winst produceren) ook de winst (of nauwkeuriger gezegd de "
meerwaarde
") moest toevallen. Alleen zo zouden deze werkelijke producenten meester kunnen worden van de
productiemiddelen
, die door het eigendom van de kapitaalbezitters nu als vreemde, onteigende ("vervreemde") macht boven hen staan en hen zo beheersen. De kapitaalbezitters bezitten door die "uitbuiting" (toe-eigening van "meerwaarde") de kapitaalgoederen zoals: machines, fabrieken, maar ook de (landbouw)grond enz.: de productiemiddelen die nodig zijn om onze bestaansmiddelen voort te brengen. Marx vond dat het proletariaat in opstand moest komen om de politieke en economische macht weer bij het volk te brengen. Daarvoor was een revolutie nodig, waarin de proletariërs (met organisatorische steun van hen welgezinde intellectuelen) de macht zouden overnemen van de kapitaalbezitters.
Volgens Marx zou het kapitalisme "zijn eigen grafdelver" zijn, doordat het - vanwege de tendens tot vorming van supergrote ondernemingen en monopolies - in snel tempo de middenklasse van kleine ambachtslui en winkeliers zou vernietigen, die tot dusverre een belangrijke steunpilaar vormde voor de feodale en kapitalistische heersende klasse, omdat zij net als de boven haar gestelde klassen beducht was voor het proletariaat. De steeds toenemende industrialisatie en grootschaligheid leidt tot overproductie. Dit zal leiden tot een toename in de werkloosheid waardoor de koopkracht daalt en er meer productoverschot is. Zo wordt een spiraal opgewekt waarbij overproductie en werkloosheid steeds verder toenemen. Dit fenomeen staat in de marxistische economie bekend als
economische crisis
Marx was van mening dat de "burgerlijke samenleving" uiteindelijk omver zou worden geworpen door een "
revolutie van het proletariaat
" en dat er daarna een "klasseloze samenleving" zou komen.
Hoe Marx zijn ideeën uitdroeg
bewerken
brontekst bewerken
Om zijn ideeën over een ruim publiek uit te dragen, schreef Marx daarover een aantal boeken en pamfletten. De bekendste twee daarvan zijn
Das Kapital
en het
Communistisch Manifest
Medeauteur van het
Communistisch Manifest
was
Friedrich Engels
, die ook na Marx' dood de laatste twee delen van
Das Kapital
zou redigeren en enkele werken van hem
postuum
zou uitgeven, waaronder zijn
Kritiek op het program van Gotha
, waarin Marx enkele aanwijzingen gaf over hoe volgens hem een toekomstige klasseloze maatschappij eruit zou zien.
Het Communistisch Manifest is bedoeld als politiek programma voor de arbeidersbeweging, in het algemene Europese
Revolutiejaar 1848
uitgegeven door de
Bond der Communisten
Das Kapital
is een lijvig werk over economische theorie in drie delen. Het is een analyse van de veronderstelde economische wetten van het kapitalisme en de (sociale) gevolgen daarvan. In het
Communistisch Manifest
wordt de geschiedenis geanalyseerd als bepaald door klassenstrijd en wordt de kapitalistische
kapitaalaccumulatie
geanalyseerd. Dit welbewust opruiende pamflet heeft als belangrijkste conclusie: de
productiemiddelen
moeten onder controle van de hele maatschappij worden gebracht in plaats van die van een steeds verder slinkende groep kapitalisten, die ieder voor zich over steeds groeiende vermogens beschikken. Daarvoor moeten de arbeiders zich organiseren om macht over de regering te krijgen.
In de vraag hoe de arbeiders deze productiemiddelen zouden moeten beheren, verdiepte Marx zich nauwelijks. Hij vond dat een detailkwestie, die wel geregeld kon worden wanneer de arbeiders eenmaal de macht in handen zouden hebben. Als voorbeeld van de daartoe noodzakelijke
dictatuur van het proletariaat
beschouwde Marx de
Parijse Commune
Karl Marx heeft Engels leren kennen toen Marx in Parijs bij het tijdschrift
Die Deutsch Französische Jahrbücher
werkte en een spottend artikel schreef over de politiek in Frankrijk. Engels reageerde op dit stuk en daarna werden ze vrienden voor het leven.
Invloed
bewerken
brontekst bewerken
Het werk van Marx beïnvloedde onder meer
Engels
Lafargue
Lenin
Stalin
Trotski
Mao
Tito
Hoxha
Castro
Guevara
Hồ
Sartre
de Beauvoir
Barthes
Merleau-Ponty
Luxemburg
Gorter
Romein
Lukács
Roland Holst
Gramsci
Korsch
Bloch
Kropotkin
Marcuse
Tillich
Mills
Deleuze
Debord
Negri
Taussig
Laclau
Bourdieu
Mandel
Aflaq
Hobsbawm
Althusser
Braudel
Lévi-Strauss
Lefebvre
Kruithof
Elster
Williams
Berger
Singer
Frankfurter Schule
Habermas
Harvey
Karl-Marx-Stadt
bewerken
brontekst bewerken
Een plaatsnaambord van Karl-Marx-Stadt
Om Marx te eren besloot de Communistische regering van de
DDR
in
1953
om een stad naar hem te vernoemen. De stad
Chemnitz
werd omgedoopt in
Karl-Marx-Stadt
, daarmee de in de
Sovjet-Unie
al bekende traditie imiterend: waar steden werden genoemd naar haar grootste communistische leiders,
Lenin
en
Stalin
Sverdlov
en zelfs
Brezjnev
(die op den duur weer teruggedraaid werden). In
1990
werd na een referendum besloten dat met ingang van 1 juni 1990 de stad in het vervolg weer
Chemnitz
zou heten. Het enige dat nog herinnert aan de vroegere naamgever is een gigantische buste van Marx.
Literatuur en links
bewerken
brontekst bewerken
Recente Nederlandstalige literatuur over Marx
bewerken
brontekst bewerken
K. Trompert, Marx voor niet-economen, Groenlo, in eigen beheer, 2007. 163 p.
Onderstaande (algemene) werken over Marx zijn in elke boekhandel verkrijgbaar:
Peter Singer
Marx
in de reeks "Kopstukken van de Filosofie" van
Lemniscaat
(in samenwerking met Oxford University Press), Rotterdam 1999
Inleiding op het denken van Marx uit 1980, door de filosoof Singer. In dit werk is veel plaats ingeruimd voor een uiteenzetting van Marx' theorie van de
vervreemding
. Dat hangt samen met het feit dat Singer sterk de nadruk op de betekenis van Marx als filosoof legt, eerder dan als econoom of socioloog.
Wat oudere Nederlandstalige bronnen
bewerken
brontekst bewerken
Enkele belangrijke werken over Marx die alleen nog tweedehands te krijgen zijn:
Franz Mehring
Karl Marx, geschiedenis van zijn leven
Een van de eerste uitgebreide biografieën over Marx. De eerste uitgave (in het Duits) verscheen in 1918. De Nederlandse vertaling van 1923 was van de hand van
Jan Romein
. Verschillende herdrukken (onder andere:
Socialistische Uitgeverij Nijmegen (SUN)
, 1975).
Nog steeds zeer lezenswaardig.
Robert Heiss
Die grossen Dialektiker des 19. Jahrhunderts. Hegel, Kierkegaard, Marx
. Vertaald door
Maurits Mok
als:
Hegel
Kierkegaard
, Marx. De grote dialectische denkers van de negentiende eeuw
. Utrecht, Het Spectrum, 1966
Ger Harmsen
Marx contra de marxistische ideologen
Den Haag, eerste druk 1968, tweede druk 1972
Ger Harmsen was een van de grootste kenners van Marx in het Nederlands taalgebied in de tweede helft van de twintigste eeuw. Deze bundel artikelen bevat een aantal hoofdstukken die nog steeds heel leesbaar zijn.
Jevgenia Stepanova
Marx, biografische schets
Uitgeverij Progres, Moskou 1988
een aardig geïllustreerd, maar nogal propagandistisch werk.
Nederlandse vertalingen van het werk van Marx
bewerken
brontekst bewerken
Uitgeverij L.J.C. Boucher (Den Haag) heeft in de reeks "Manifesten" verschillende delen uitgebracht met teksten van Marx (en Engels):
Karl Marx
Klassieke teksten
(1968)
Vertalingen door J. de Reus en
Herman Gorter
van: Kritiek op Hegels rechtsfilosofie. Inleiding, Het vraagstuk der Joden, Het Communistisch Manifest, Voorwoord bij de Kritiek der Politieke Economie en delen uit Het Kapitaal.
Karl Marx
Parijse Manuscripten
, en andere filosofische geschriften (1969)
Geselecteerd door
Erich Fromm
; vertaling:
Paul Rodenko
Voornamelijk delen uit de 'Economisch-filosofische manuscripten' van 1844. Te lezen in combinatie met:
Erich Fromm
Marx visie op de mens
(in dezelfde reeks; 1968)
Bij de SUN (Socialistische Uitgeverij Nijmegen) verscheen onder andere:
De Duitse Ideologie
In
Moskou
werden in de Sovjet-tijd (bij de uitgeverij Progres) een aantal werken van Marx (en Engels) in Nederlandse vertaling uitgegeven, onder andere:
Karl Marx
De armoede van de filosofie
(1986)
Uitgeverij
Pegasus
in Amsterdam (de uitgeverij van de gewezen Communistische Partij van Nederland, CPN) bracht ook een groot aantal werken in Nederlandse vertaling uit, vaak in samenwerking met uitgeverij Progres in Moskou
Uitgeverij EPO
gaf in 1998 ter gelegenheid van 150 jaar
Communistisch Manifest
, in de reeks Marxistische Studies, als nr. 41, het Communistisch Manifest opnieuw uit, met een historische toelichting van
Ludo Martens
: "Het
Communistisch Manifest
- Het Manifest, 150 jaar jong in een geschiedenis die meet met eeuwen"
ISBN 90-6445-078-1
Voor (tamelijk) recente en oudere Nederlandstalige uitgaven van
Het Kapitaal
zie aldaar.
Externe links
bewerken
brontekst bewerken
Karl Marx en Friedrich Engels-archief
De leer van Karl Marx
door
Lenin
Karl Marx-archief
Portretten van Karl Marx
Het Communistisch Manifest
Mediabestanden
Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina
Karl Marx
op
Wikimedia Commons
Wikisource
Originele werken van of over deze auteur zijn te vinden op de pagina
Karl Marx
op
Wikisource
Bronnen
Willem Banning
(1960).
Karl Marx
. Het Spectrum.
Michael Hardt
en
Antonio Negri
(2005).
Multitude: War and Democracy in the Age of Empire
. Hamish Hamilton.
David Harvey
(2010).
A Companion to Marx's Capital
. Londen: Verso.
R.C. Kwant (1975).
De visie van Marx
. Meppel: Boom.
Karl Marx (1844/2004).
Parijse manuscripten
. Marxists Internet Archive.
Karl Marx (1873/1969). Voorwoord bij de Engelse editie van
Das Kapital. Band I: Der Produktionsprozes des Kapitals
. Berlijn: Dietz Verlag.
David McGregor (1998).
Hegel and Marx after the fall of communism
. Cardiff: University of Wales Press.
David McLellan (1973).
Karl Marx. His Life and Thought
. Londen/Basingstoke: Macmillan.
34
David McLellan (1995).
Karl Marx: A Biography
. Londen/Basingstoke: Macmillan.
Maximilien Rubel (1975).
Marx Without Myth. A Chronological Study of his Life and Work
. Edinburgh: Blackwell.
ISBN 0-631-15780-8
Bertrand Russell
(1946/1990).
Geschiedenis van de westerse filosofie
. Servire.
Erik Olin Wright (2006).
Compass points
. New Left Review 41. geraadpleegd op 21 november 2006.
Irving M. Zeitlin (1967).
Marxism: A Re-Examination
. D. Van Nostrand Company.
Karl Marx (1848). "Manifesto of the Communist Party".
Noten
Een Duitse natie zonder rijk
Gearchiveerd
op
3 september 2021
Geraadpleegd op
3 september 2021
Vgl. ook
Rijnland (Duitsland)#Rijnprovincie
Kwant 1975, p. 15
Kwant 1975
Gearchiveerd
op 8 december 2022.
McLellan 1973
Russell 1946/1990
Denijmeegsestadskrant.nl. mei 2009
Kwant, Remigius C.
De visie van Marx
. Boom
[1975].
ISBN 9060091841
Geraadpleegd op
17 april 2026
Archief.ntr.nl,
Hoe Nederlands was Marx
, bezocht 19 december 2022.
Gearchiveerd
op 8 december 2022.
André Valkeman
Het huis in Zaltbommel waar Marx zijn beroemde ‘Das Kapital’ schreef, kan je kopen (tenminste, als je zelf kapitaal hebt)
Brabants Dagblad
25 september 2025
).
Geraadpleegd op
27 september 2025
Hier gebeurde het: Karl Marx bezoekt zijn familie in Zaltbommel
www.nd.nl
12 oktober 2019
).
Geraadpleegd op
27 september 2025
Huis waarin Marx deel van Het Kapitaal schreeft staat te koop in Zaltbommel
NPO Radio 1
Geraadpleegd op
27 september 2025
Marx' verblijf in Maastricht
Koen Haegens
Antisemitisme, een oude bekende van links
De Fabel van de Illegaal
(mei/juni 2003).
Gearchiveerd
op
10 november 2020
McLellan (1995)
Edward de Maesschalck over Karl Marx in Brussel
BRUZZ
; 13 maart 2005
NICOLAIEVSKY, Boris & MAENCHEN-HELFEN, Otto;
Karl Marx: Man and fighter
(p.131); Routledge; 2015;
ISBN 978 11 388 5502 1
Gearchiveerd
op 7 april 2022.
SEIFFERT, Sebastian;
Marx in Brussel
; Goethe Institut Brussel; november 2010.
Gearchiveerd
op 14 augustus 2022.
Speech van John F. Kennedy
Gresham's Law in the World of Scholarship by Terrell Carver
Mehring, Franz,
Karl Marx: The Story of His Life
(Routledge, 2003) pg. 75
John Bellamy Foster. "Marx's Theory of Metabolic Rift: Classical Foundations for Environmental Sociology",
American Journal of Sociology
, Vol. 105, No. 2 (September 1999), pp. 366-405.
Allen Oakley,
Marx's Critique of Political Economy: 1844 to 1860
, Routledge, 1984, p. 51.
Al in zijn
proefschrift
, waarin hij de natuurfilosofie van
Epicurus
en
Democritus
vergeleek, had hij een positiever oordeel over de eerste, omdat alleen die een ruimte voor de wil openliet in zijn
atomentheorie
. Later verwierp hij de theorie van
Karl Vogt
, die inhield dat al het menselijk handelen te verklaren zou zijn als een complex
biochemisch
proces.
Harvey 2010, pp. 32-33.
Harvey 2010, p. 199.
Zeitlin 1967; Banning (1960) schrijft hierover: "Marx moge deterministisch gedacht hebben, mechanistisch stellig niet". Volgens Wright (2006) combineert Marx een deterministische theorie van de ontwikkeling van het kapitalisme met een grotendeels
voluntaristische
theorie over de opbouw van het alternatief.
Marx 1873/1969
Hardt en Negri 2005, pp. 64-65.
Zeitlin 1967
McGregor 1998
Marx 1844/2004
Engels (1880)
De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap
Gearchiveerd
op 7 april 2022.
Harvey 2010, p. 51.
Nederlandse vertaling:
McLellan, David
Hans Kraan (vert.)
(1975).
Marx' leven en werk
Uitgeverij Van Gennep
, Amsterdam.
ISBN 90 6012 252 6
Bibliografische informatie
Bibsys
90051270
Biblioteca Nacional de Chile
000039902
Biblioteca Nacional de España
XX949564
Bibliothèque nationale de France
cb11914934t
(data)
Catàleg d'autoritats de noms i títols de Catalunya
981058521418106706
CiNii
DA00034578
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
marx007
Gemeinsame Normdatei
118578537
International Standard Name Identifier
0000 0001 2279 6570
KulturNav
f790d039-2387-448b-ad61-8c6551d8b6a2
Library of Congress Control Number
n79006935
Nationale Bibliotheek van Letland
000042318
MusicBrainz
22aff6e2-a76c-4511-a116-1f0905272e6f
National Archives and Records Administration
10580373
National Central Library
000058273
Bibliotheek van het Japanse parlement
00449037
Nationale Bibliotheek van Tsjechië
jn19990005454
Nationale bibliotheek van Australië
35331985
Nationale Bibliotheek van Israël
987007265013405171
Nationale Bibliotheek van Polen
a0000001004037
Nationale Bibliotheek van Roemenië
000138554
Nationale en Universitaire bibliotheek Zagreb
000100073
Nederlandse Thesaurus van Auteursnamen
068428421
Istituto Centrale per il Catalogo Unico
CFIV000882
LIBRIS
205490
SNAC
w6fr00h5
Système universitaire de documentation
027329305
Museum of New Zealand Te Papa Tongarewa
55259
Trove
914696
Union List of Artist Names
500234949
Virtual International Authority File
49228757
WorldCat
E39PBJfx6GbPC3qqr4JhVm4THC
Overgenomen van "
Categorieën
Karl Marx
19e-eeuws econoom
19e-eeuws filosoof
Duits atheïst
Balling
Economisch historicus
Duits communist
Duits econoom
Duits filosoof
Duits revolutionair
Duits socioloog
Geschiedfilosoof
Politiek filosoof
Rechtsfilosoof
Marxisme
Politiek econoom
Auteur in het publiek domein
Karl Marx
Onderwerp toevoegen