Nederlands - Wikipedia
Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nederlands
Gesproken
in
Nederland
België
en
Suriname
, ook op
Aruba
Bonaire
Curaçao
en
Sint Maarten
Zuid-Afrika
Namibië
, daarnaast vooral in de
Verenigde Staten
Canada
Frankrijk
Duitsland
Australië
Indonesië
Zie
Nederlands taalgebied
Sprekers
25 miljoen (moedertaal)
Rang
37-48 (afhankelijk van telwijze)
3 (binnen de Germaanse taalfamilie)
Taalfamilie
Indo-Europees
Germaans
West-Germaans
Nederfrankisch
Nederlands
Varianten
Standaardnederlands
belangrijkste nationale variëteiten:
Nederlands in Nederland
Belgisch-Nederlands
/Vlaams,
Surinaams-Nederlands
Dialecten
Hollands
West-Fries
Brabants
West-Vlaams
Oost-Vlaams
Zeeuws
Zuid-Gelders
en
Kleverlands
Creoolse talen
vrijwel allemaal uitgestorven
zie
Nederlandse creoolse talen
Dochtertaal
Afrikaans
7 miljoen (moedertaal)
15–24 miljoen (totaal)
Alfabet
Latijns
Officiële status
Officieel
in
Aruba
België
Curaçao
Nederland
Sint Maarten
Suriname
Internationale organisaties:
Europese Unie
Benelux
UZAN
Caricom
PROSUR
Taal
organisatie
Nederlandse Taalunie
Taalcodes
ISO 639
-1
nl
ISO 639-2
dut (B), nld (T)
ISO 639-3
nld
Portaal
Taal
Nederlands
Een Nederlandse spreker
Het
Nederlands
is een
West-Germaanse taal
, de meest gebruikte taal in
Nederland
en
België
, de
officiële taal
van
Suriname
en een van de drie officiële talen van
België
. Binnen het
Koninkrijk der Nederlanden
is het Nederlands ook een officiële taal van
Aruba
Curaçao
en
Sint-Maarten
. Het Nederlands is na
Engels
en
Duits
de meest gesproken
Germaanse taal
In de
Europese Unie
spraken in 2019 ongeveer 24 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende acht miljoen als tweede taal. Het Nederlands is daarmee kwantitatief de achtste taal binnen de
EU
In het Caribische deel van het Nederlandse koninkrijk wordt Nederlands als een 2de of 3de taal gesproken. De
Franse Westhoek
en de regio rondom de
Duitse
stad
Kleef
zijn van oudsher Nederlandstalige gebieden, waar
Nederlandse dialecten
mogelijk nog gesproken worden door de oudste
generaties
. Ook in de voormalige
kolonie
Indonesië
kunnen in sommige gebieden de oudste generaties nog Nederlands spreken. Het aantal sprekers van het Nederlands in de
Verenigde Staten
Canada
en
Australië
wordt geschat op ruim een half miljoen.
Het
Afrikaans
, een van de officiële talen van
Zuid-Afrika
, is een
dochtertaal
van het Nederlands en beide talen zijn onderling verstaanbaar.
Geschiedenis
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Geschiedenis van het Nederlands
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Oorsprong
bewerken
brontekst bewerken
Wanneer precies het Nederlands is ontstaan als op zichzelf staande taal is onbekend. Het Nederlands in zijn vroegste bekende vorm is het weinig gedocumenteerde
Oudnederlands
(voor 1170), dat eerst overloopt in het
Middelnederlands
, ook wel
Diets
genoemd (1170-1500), en daarna in het
Nieuwnederlands
De
Franken
hebben als belangrijkste
Germaanse
stam na de
Romeinse tijd in Nederland
in de
delta
van
Rijn
Maas
en
Schelde
, veel sterker hun stempel gezet
bron?
op de vorming van wat later de Nederlandse
standaardtaal
is geworden dan verwante West-Germaanse
stammen
als de
Friezen
en de
Saksen
, die respectievelijk in de
kuststreken
en oostelijk van de
IJssel
woonden. De grote verwantschap van het Nederlands en het
Duits
is voor een belangrijk deel op het
Frankisch
terug te voeren, met name wat betreft de
woordvolgorde
De scheiding tussen de continentale varianten en de kustvarianten van het
West-Germaans
liep vóór de
5e eeuw
dwars door wat nu Nederland en Noordwest-Duitsland heet. De kusttaal (in de wetenschappelijke literatuur vanouds
Ingveoons
genoemd) verspreidde zich aan de hand van
Ingveoonse klankverschuivingen
in afnemende mate in zuidoostelijke richting. De Friese en Saksische dialecten hebben op het vasteland het meest onder invloed ervan gestaan. In mindere mate hebben ook het West-Vlaams en het Hollands, dialecten die aan de basis hebben gestaan van het huidige
Standaardnederlands
, Noordzeegermaanse kenmerken.
Oudnederlands
bewerken
brontekst bewerken
Talenkaart 8e eeuw
Zie
Oudnederlands
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
In Engeland werd het
Angelsaksisch
, ook een van de Ingveoonse talen, na de
Normandische verovering van Engeland
(1066) sterk
geromaniseerd.
Alleen in het
Fries
bleef de kusttaal op het
continent
bewaard. Door de opeenvolgende
Hoogduitse klankverschuivingen
ontwikkelde zich tussen de
4e
en de
9e eeuw
in het continentale West-Germaans een verwijdering tussen het zogenaamde
Nederfrankisch
en
Nedersaksisch
aan de ene zijde en het
Middelduits
en
Opperduits
aan de andere zijde. Het Nederfrankisch zou uiteindelijk de basis worden van wat nu Nederlands is, terwijl het huidige Duits zijn basis vooral in het
Opperduits
heeft.
De taalscheiding verdiepte zich niet alleen, maar schoof ook
geografisch
naar het noorden op.
Middelnederlands
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Middelnederlands
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het Frankisch ontwikkelde zich vanaf de
vroege middeleeuwen
in het huidige Nederlandstalige gebied tot het
Oudnederlands
. Het Oudnederlands, dat wil zeggen het Nederlands zoals dat van de
6de
tot het midden van de
12e eeuw
werd gesproken, was de voorloper van het
Middelnederlands
. De spelling van het Middelnederlands volgde de spreektaal, die per streek sterk kon verschillen. Dit was aanvankelijk niet zo belangrijk toen er nog weinig in de volkstaal op schrift werd gesteld en de meeste mensen, buiten de hogere
geestelijke stand
, ook
analfabeet
waren en er dus niet veel gelezen werd.
Tot eind twaalfde eeuw werden alle belangrijke geschriften en officiële documenten in het
Latijn
geschreven wat de
lingua franca
van de Europese elite was. Uit die periode dateren echter ook de eerste Nederlandstalige stukken. Dat blijkt uit afschriften uit 1237 van legislatieve teksten uit Gent in het Nederlands van 1178, 1204-1211 en 1218. Dat zijn vertalingen van inhoudelijk identieke teksten in het Latijn. De
statuten van de leprozerie van Gent
is de oudste, in het origineel overgeleverde niet-literaire tekst in het Middelnederlands. Het handschrift dateert van 1236. De beroemde
schepenbrief van Bochoute
uit 1249 is de vroegste in het Nederlands opgestelde
notariele akte
. Hiervan heeft ook nooit een Latijns equivalent of voorbeeld bestaan. Vanaf 1262 worden in Brugge praktisch alle ambtelijke bescheiden uitsluitend in de landstaal opgesteld. Dit voorbeeld wordt dan in de loop van de eeuw nagevolgd door andere steden in Vlaanderen, Holland en Zeeland. De grafelijke kanselarij van Holland en Zeeland blijft tot even na 1280 de meeste stukken in het Latijn opstellen. Vanaf 1285 zijn echter ook binnen die kanselarij de in het Latijn opgestelde stukken duidelijk in de minderheid. Nog een decennium later wordt alleen nog voor buitenlandse geadresseerden Latijn of Frans gehanteerd.
In de
16e eeuw
, toen de geletterdheid onder de 'gewone' bevolking sterk steeg en daardoor ook het Nederlands steeds belangrijker werd als schrijftaal, werden verschillende pogingen ondernomen een eenduidige spelling te realiseren. Uiteindelijk gaf de
Staten-Generaal
opdracht om de
Bijbel
vanuit de grondtekst te vertalen. Dit resulteerde in 1637 in een vertaling die bekend werd als de
Statenvertaling
. Voor deze vertaling werd een gulden middenweg gezocht tussen alle bestaande streektalen van het Nederlandse taalgebied. Basis vormen de Frankische dialecten van de gewesten
Holland
en
Brabant
Saksische
elementen zijn vooral de werkwoordsvormen op -acht (bracht, gebracht; dacht, gedacht) en het wederkerend voornaamwoord zich. De derde grote taal/dialectgroep in de Lage Landen, het
Fries
, dat immers een eigen taal vormt, heeft bij de ontwikkeling van het Standaardnederlands vrijwel geen rol gespeeld. De vertalers hebben met de Statenbijbel vele woorden en uitdrukkingen (
neologismen
) geschapen die ook vandaag de dag nog worden gebruikt. Er zijn tot op heden enkele kerkgenootschappen die deze vertaling nog altijd in hun kerkdiensten gebruiken.
Nieuwnederlands
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nieuwnederlands
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Heruitgave van de
Statenvertaling
uit 1921.
Pas in de
16e eeuw
begonnen de vele regionale talen in de gebieden waar nu Nederlands wordt gesproken aan hun ontwikkeling tot één standaardtaal. Tot dan toe kende elke regio haar eigen geschreven vorm(en) en daarin weken die in het zuidoosten (Limburg) en noordoosten (van
Groningen
tot de
Achterhoek
) het meest af. Zij vertoonden invloeden van de talen van het
Hanzegebied
en
Münsterland
en zouden later nauwelijks deelnemen aan de vorming van een algemene Nederlandse standaardtaal. Het economisch en bestuurlijk zwaartepunt in
Brabant
Vlaanderen
en
Holland
, met rond de 85% van alle Nederlandstalige inwoners van de Nederlanden, weerspiegelde zich ook in de dominantie van de geschreven varianten uit die gewesten.
Deze schrijftalen waren academisch omdat ze vooral op de kanselarijen van vorsten, kloosters en steden en nauwelijks door de ongeletterde bevolking werden gebruikt.
Rond 1500 kwam er een streven op gang om een algemene schrijftaal te ontwikkelen die in ruimere gebieden bruikbaar kon zijn door verschillende regionale elementen in zich te verenigen. Dat was ook een behoefte vanuit de centralisering van het bestuur onder het
Bourgondische hertogschap
dat zijn gezag vanuit
Brussel
over de gehele Nederlanden wilde uitbreiden, een streven waarin keizer
Karel V
ten slotte ook zou slagen. In de
Reformatie
waren het vooral de
Bijbelvertalingen
en religieuze
traktaten
waarmee een brede verspreiding werd beoogd, en die daarom doelbewust in een algemene schrijftaal werden gesteld. Voorlopig bleef het bij pogingen waarin elke auteur zijn eigen streektaal het meeste gewicht gaf.
Als benaming voor het Nederlands gelden gedurende Middeleeuwen vooral varianten van
Diets/Duuts
, het woord
Nederlands
wordt in
1482
voor het eerst aangetroffen. In de tweede helft van de 16e eeuw komt hier, als synoniem, het woord
Nederduytsch
bij. Het betreft hier een samenvoeging van Nederlands/Nederlanden en Diets/Duuts (nadat de uu-klank in het Nieuwnederlands naar een ui-klank omboog) en vindt haar oorsprong bij de
Rederijkers
. Na 1750 neemt het gebruik van
Nederduytsch
gestaag af, met een duidelijke versnelling na
1815
. Met uitzondering van de periode tussen 1651-1700 is
Nederlands
vanaf 1550 de populairste benaming voor de Nederlandse taal.
De gesproken taal van de hogere standen ging zich pas langzamerhand naar deze nieuwe standaardtaal richten, althans in de noordelijke Nederlanden en het eerst in
Holland
. Hiermee vond de scheiding in ontwikkeling plaats tussen het Nederlands in Nederland waar men de standaardtaal ook ging spreken, en
Vlaanderen
waar de hogere standen op het Frans overgingen. De gesproken taal van de lagere standen bleef een gewestelijke of een stedelijke variant totdat de bevolking onder de leerplicht het Nederlands als schrijftaal werd geleerd en zij na enkele generaties die taal ook kon gaan spreken. Hoe langzaam dit proces moest verlopen mag blijken uit de analfabetencijfers, tevens indicaties voor schoolbezoek, die rond 1800 in de noordelijke Nederlanden nog een derde en in Vlaanderen twee derden van de volwassen bevolking omvatten.
Om de geschreven Nederlandse standaardtaal tot een dagelijkse omgangstaal te maken moest, met de school als basis, uitbreiding ontstaan van de taalgebruikfuncties. Een doorslaggevende rol speelden daarin de nationaal georganiseerde massamedia en de bovenregionale communicatie ten gevolge van een sterk toenemende bevolkingsmobiliteit.
Classificatie en positie
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Taalfamilie
en
Taalverwantschap
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Nederlands is een
West-Germaanse taal
en is daarmee nauw verwant aan onder meer het
Engels
en het
Duits
. Het deel van het West-Germaans op het Europese vasteland wordt ook wel
Continentaal-West-Germaans
genoemd, waaronder het (niet meer gestandaardiseerde)
Nederduits
Nedersaksisch
, Duits,
Limburgs
Luxemburgs
Jiddisch
en het Nederlands vallen. Op zijn beurt vormen de West-Germaanse talen samen met de
Noord-Germaanse talen
(en de uitgestorven
Oost-Germaanse talen
) de
Germaanse talen
, die een van de hoofdtakken zijn van de
Indo-Europese talen
Schema
bewerken
brontekst bewerken
Indo-Europees
Germaans
West-Germaans
Nederfrankisch
Nederlands
(Afrikaans, Nederlands-gebaseerde creoolse talen)
Algemene kenmerken
bewerken
brontekst bewerken
Fonetiek/fonologie
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Klankinventaris van het Nederlands
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het Standaardnederlands kent ongeveer veertig
fonemen
In
fonologisch
opzicht wordt het specifieke karakter van het Nederlands bepaald door een Nederfrankische grondslag (de begrippen
Oudnederlands
en
Oudnederfrankisch
worden vaak door elkaar heen gebruikt). In de Nederfrankische talen hebben een aantal
klankverschuivingen
die het Hoogduits (
Middelfrankisch
) wel heeft gekend niet plaatsgevonden, met name de
tweede Germaanse klankverschuiving
Zowel het Nederlands, Nedersaksisch als het Nederduits hebben daarnaast invloeden van de Noordzeegermaanse (Ingveoonse) taalgroep ondergaan.
Woordvolgorde
bewerken
brontekst bewerken
Nederlands is een
SOV-taal
met in de hoofdzin de
V2-regel
, waardoor de persoonsvorm in
stellende
hoofdzinnen altijd op de tweede positie staat (
Hij heeft in de tuin een appel gegeten
). In hoofdzinnen is dus de hoofdvolgorde (zonder inversie):
onderwerp
persoonsvorm
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
van tijd en plaats -
lijdend voorwerp
werkwoordelijke
niet-werkwoordelijke rest
In bijzinnen wordt de
V2-regel
niet gebruikt en treedt er (net als in het Duits)
inversie
op in
bijzinnen
; de volgorde wordt dan pure
SOV
Ik zag dat hij de deur dichtdeed
). De volgorde is dus:
voegwoord
onderwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
van tijd en plaats -
lijdend voorwerp
persoonsvorm
en
werkwoordelijke
niet-werkwoordelijke rest
Werkwoorden
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Werkwoord (Nederlands)
en
Lijst van sterke en onregelmatige werkwoorden in het Nederlands
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Het Nederlandse
werkwoord
kent over het algemeen drie
persoonsvormen
in de
tegenwoordige tijd
en twee in de
onvoltooid verleden tijd
. Voltooide tijden worden gevormd met de
hulpwerkwoorden
hebben
en
zijn
. De
toekomende tijd
wordt gevormd met het hulpwerkwoord
zullen
Woordenschat
bewerken
brontekst bewerken
Het Nederlands kent een hoofdzakelijk
Germaanse
woordenschat. De totale woordenschat bestaat naar schatting uit meer dan één miljoen woorden
(exclusief de miljoenen in onbruik geraakte woorden). In het Nederlands bestaan net als in het Engels vaak twee woorden met dezelfde betekenis (
synoniemen
) waarvan het ene een
Germaans
erfwoord
en het andere een
Romaans
leenwoord
is, bijvoorbeeld
uitnodiging
en
invitatie
. De keuze voor een van beide wordt meestal bepaald door het
; zo worden de Germaanse woorden meer gebruikt in het dagelijks leven, en is het gebruik van hun Romaanse synoniemen beperkt tot de formele
schrijftaal
Zelfstandige naamwoorden
bewerken
brontekst bewerken
Zie ook
Geslacht (Nederlands)
Het Nederlands kent van oudsher drie
grammaticale geslachten
, waarvan er twee in de praktijk grotendeels zijn samengevallen (de
de
-woorden). Bijgevolg speelt het grammaticale geslacht in het Nederlands een kleinere grammaticale rol dan bijvoorbeeld in het Duits.
Grammatica en morfologie
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlandse grammatica
en
Morfologie (taalkunde)
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Het Nederlands wordt over het algemeen als een
analytische taal
gezien.
Spelling
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Geschiedenis van de Nederlandse spelling
en
Nederlandse spelling
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
De in de Statenbijbel gebruikte spelling was een van de eerste pogingen tot standaardisering van de Nederlandse spelling, maar deze spelling heeft uiteindelijk weinig invloed gehad en wordt tegenwoordig als verouderd beschouwd.
10
De eerste officiële spelling van het Nieuwnederlands werd in
1804
opgesteld door
Matthijs Siegenbeek
. De spelling-Siegenbeek introduceerde onder andere de typische Nederlandse
ij
, die voorheen als
werd geschreven (blij/bly).
Matthias de Vries
en
Lammert Allard te Winkel
, de eerste redacteuren van het
Woordenboek der Nederlandsche Taal
, ontwierpen vervolgens in 1864 een nieuwe spelling. Deze werd in België ingevoerd als officiële spelling, terwijl Nederland pas volgde in 1883.
Het zou tot 1934 duren, voordat deze spelling vereenvoudigd werd voor het onderwijs. Deze nieuwe versie staat bekend als de spelling-Marchant, vernoemd naar de
minister van Onderwijs
die het invoerde.
Niet zóó, maar zó
heette de brochure die probeerde inzicht te geven in de wijzigingen van de dubbele klinkers naar enkele klinkers, veranderingen van
sch
naar een enkele
en het verdwijnen van de Nederlandse naamvallen (
ik zie den man
).
In bijna ongewijzigde vorm werd deze spelling in 1946 in België bij regeringsbesluit ingevoerd, Nederland voerde haar in 1947 in. De eerste druk van het
Groene Boekje
verscheen in 1954. Dit boekje bevatte een uitvoering van het Belgische Spellingbesluit van 1946 en de Nederlandse Spellingwet van 1947, waarbij een regeling werd voorgeschreven met betrekking tot het voornaamwoordelijk gebruik, het gebruik van
genitiefvormen
zoals
der, dezer
en
zijner
, de schrijfwijze van bastaardwoorden en de tussenklanken in
samenstellingen
. Tevens worden hierin voor de spelling van de spraakklanken, de verdeling van de woorden in
lettergrepen
, het gebruik van het
koppelteken
, het
deelteken
en het
weglatingsteken
en het gebruik van
hoofdletters
voorschriften en aanwijzingen gegeven.
Dit Groene Boekje bevatte in sommige gevallen een
voorkeurspelling
(met varianten van spellingswijzen) gegeven, die in de praktijk voor onduidelijkheid zorgde. Daardoor verdween deze voorkeurspelling in het
Groene Boekje van 1995
. Verder was een der grote veranderingen in 1995 de regels omtrent de
tussenklank
-e(n)-
in samenstellingen
Deze veranderingen leidden tot veel discussie, met als hoofdbezwaar dat er geen logica in de regels voor de
tussen-n
te ontdekken was. Daarnaast vonden critici veel fouten in het Groene Boekje, en publiceerden die onder meer in het blad
Onze Taal
. Het Groene Boekje wordt om de 10 jaar aangepast, zodat ook neologismen als
webcam
(1998),
sms'en
(1999) en
googelen
(2003) als nieuw
lemma
zijn opgenomen. De laatste
spellingwijziging
dateert van
2006
en betreft vooral het wegwerken van uitzonderingen of twijfelgevallen bij het toepassen van de spellingsregels.
De bezwaren tegen het Groene Boekje leidden tot de publicatie in augustus 2006 van een alternatieve spellingslijst, de zogenaamde '
witte spelling
' in het
Witte Boekje
. Een aantal media kondigden aan deze spelling, gebaseerd op de spelling van vóór 1995, te zullen blijven gebruiken (dit waren
de Volkskrant
Trouw
NRC Handelsblad
Elsevier
HP/De Tijd
De Groene Amsterdammer
Vrij Nederland
Planet Internet
Teletekst
en de
NOS
). Intussen is de spelling van het Groene Boekje verplicht gesteld in overheidsdocumenten en in het (basis)onderwijs. Daarbuiten is ze niet verplicht.
11
Standaardnederlands in vergelijking met andere Germaanse talen
bewerken
brontekst bewerken
Zie ook
Vergelijkende methode
In de volgende tabel zijn een aantal
cognaten
in negen Germaanse talen met elkaar vergeleken:
Engels
Fries
Nedersaksisch
(Sallands & Twents)
Afrikaans
Nederlands
Limburgs
Duits
Zweeds
Deens
Noors
apple
apel
appel
appel
appel
appel
Apfel
äpple
æble
eple
board
board
bord, bö(r)d
bord
bord, boord
telder
Brett, Teller
bräde
bræt
brett
beech
boek
beuk, bök
beuk
beuk
beuk
Buche
bok
bøg
bøk
book
boek
book, boek
boek
boek
book
Buch
bok
bog
bok
breast
boarst
börst, borst
bors
borst
bors(t)
Brust
bröst
bryst
bryst
brown
brún
broen, bruun
bruin
bruin
broen
braun
brun
brun
brun
day
dei
dag
dag
dag
daag
Tag
dag
dag
dag
dead
dea
dood
dood
dood
doe(ë)d
tot
död
død
død, daud
enough
genôch
genog, genög
genoeg
genoeg
genog
genug
nog
nok
nok
finger
finger
vinger
vinger
vinger
vinger
Finger
finger
finger
finger
give
jaan
geven, geaven
gee
geven
gaeve
geben
ge, giva
give
gi, gje
glass
glês
glas
glas
glas
glaas
Glas
glas
glas
glass, glas
gold
goud
gold, goald
goud
goud
good, goud
Gold
guld
guld
gull
hand
hân
haand
hand
hand
handj, hank
Hand
hand
hånd
hånd, hand
head
holle
heuf, kop
hoof, kop
hoofd, kop
bölles, kop
Haupt, Kopf
huvud
hoved
hode, hovud
high
heech
hoge, heuge
hoog
hoog
hoe(ë)g
hoch
hög
høj
høy, høg
hiem
thoes (oud: heem, heim), thuus
12
heim, tuis
thuis (oud: heem)
thoês,heem
Heim
hem
hjem
hjem, heim
hook
heak
hoak(e)
haak
haak
haok
Haken
hake, krok
hage, krog
hake, krok
house
hûs
hoes, huus
12
huis
huis
hoês
Haus
hus
hus
hus
many
mennich
mennige
menige
menige
meinige
manch
många
mange
mange
moon
moanne
moane
maan
maan
maon
Mond
måne
måne
måne
night
nacht
nach(t)
nag
nacht
nach(t)
Nacht
natt
nat
natt
no, nay
nee
nee, neu
nee
nee, neen
nein
Nein
nej
nej
nei
old
âld
old, oald
oud
oud
aod
alt
gammal (äldre, äldst)
13
gammel (ældre, ældst)
gammel (eldre, eldst)
one
ien
iene, eene
een
een
ein
eins
en/ett
en
en, ein
ounce
ûns
oons, oans
ons
ons
óns
Unze
uns
unse
unse
snow
snie
sni'j, snee(j)
sneeu
sneeuw
snieë
Schnee
snö
sne
snø
stone
stien
stien, steen
steen
steen
stein
Stein
sten
sten
stein
that
dat
da(t), denne
dit, daardie
dat, die
det, dae
das
det
det
det
two, twain
twa
twee, tweëe, twie, twiëe
twee
twee
twieë
zwei, zwo
två
to
to
who
wa
wie, wee
wie
wie
wae(m)
wer
vem
hvem
hvem
worm
wjirm
wörm, worm
wurm
wurm, worm
wurm
Wurm
orm
14
orm
orm
15
Engels
Fries
Nedersaksisch
(Sallands & Twents)
Afrikaans
Nederlands
Limburgs
Duits
Zweeds
Deens
Noors
*:
Weerts (Centraal-Limburgs) met de veldekespelling in het woordenboek 'Zoeë kalle vae'.
Geografische spreiding
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands taalgebied
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Sprekers
bewerken
brontekst bewerken
Nederlands
wereldwijd
Nederlands
Nederlands in Nederland
Nederlands in België
Nederlands in Wallonië
Nederlands in Suriname
Nederlands op Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Nederlands in Zuid-Afrika
Erkenning
Nederlands in Frankrijk
Nederlands in Frans-Guyana
Nederlands in Duitsland
Nederlands in de Verenigde Staten
Nederlands in Canada
Nederlands in Indonesië
Nederlandse creoolse talen
Afrikaans
verwantschap met Nederlands
Namibisch-Afrikaans
Petjo
Javindo
Negerhollands
Berbice-Nederlands
Skepi
Portaal
Nederlands
Binnen de West-Germaanse tak behoort het Nederlands tot de grotere talen, hoewel het aantal sprekers in vergelijking met het Engels en Duits nog steeds klein is. Van alle
talen wereldwijd
komt het Nederlands qua aantal sprekers volgens schattingen op de 35e à 40e plaats.
16
In Europa zijn de drie grootste
Germaanse talen
het Duits (95 miljoen), Engels (70 miljoen) en Nederlands (24 miljoen). Het Nederlands alleen wordt door meer mensen gesproken dan de
Noord-Germaanse
(Scandinavische) talen bij elkaar:
Zweeds
(10 miljoen),
Noors
(5 miljoen),
Deens
(5 miljoen) en
IJslands
(0,3 miljoen). Verder zijn er nog het
Afrikaans
(7,1 miljoen) en de kleine West-Germaanse talen zoals het
Fries
(0,4 miljoen) en het
Jiddisch
(4 miljoen).
Het Nederlands wordt voornamelijk gesproken in
Nederland
België
(in de
Vlaamse Gemeenschap
) en
Suriname
. Ook op
Aruba
Curaçao
en
Sint Maarten
(onderdeel van het
Koninkrijk der Nederlanden
) en voorts in de
Franse Westhoek
(het uiterste noorden van
Frankrijk
, onderdeel van
Frans-Vlaanderen
) en in kleine delen van
Duitsland
(veelal aan de westgrens) spreekt en leert men Nederlands. In het geval van de drie in de eerste alinea genoemde landen spreekt de
Nederlandse Taalunie
(NTU) sinds 1980 ook wel van Noord-Nederlands, Belgisch-Nederlands en Surinaams-Nederlands. In
Zuid-Afrika
en
Indonesië
(ofwel het voormalige
Nederlands-Indië
) wordt het Nederlands nog veel als
bronnentaal
gebruikt. Oude documenten en wetteksten zijn vaak opgesteld in het Nederlands. In 2005 werd er buiten het Nederlandstalig grondgebied in veertig landen aan ruim 220
universiteiten
door zo'n vijfhonderd docenten Nederlands gedoceerd aan ruim tienduizend studenten, Duitsland voorop met dertig vakgroepen, gevolgd door de
Verenigde Staten van Amerika
en Frankrijk met 20 universiteiten. 0,7% van de Nieuw-Zeelanders zegt dat hun thuistaal Nederlands is. Binnen de
Europese Unie
(EU) is het de zevende meest gesproken moedertaal, na het Duits, Frans, Italiaans, Pools, Spaans en Roemeens.
Nederland inclusief de gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands in Nederland
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Gesproken Nederlands, met een Nederlands accent
Het Limburgs en Nedersaksisch zijn in Nederland, naast het Nederlands, officieel erkende
streektalen
. De allochtone minderheidstalen zijn
Turks
(192.000 sprekers), Marokkaans-
Arabisch
(100.000),
Papiaments
(80.000),
Indonesisch
(45.000) en
Sranan
(7000). Dit blijkt uit een onderzoek uit 2005, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Het Nederlands wordt (niet in alle gevallen correct) ook wel aangeduid als
Vlaams
(in België),
Hollands
(vooral in de Randstad) en
Nederduits
(door historisch taalkundigen).
België
bewerken
brontekst bewerken
Gesproken Nederlands, met een West-Vlaams accent
Zie
Nederlands in België
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het Nederlands is de
moedertaal
van ongeveer 6.600.000
Belgen
; daarnaast zijn er ongeveer 4.700.000 Franstaligen en ook 77.000 mensen die het Duits als voertaal gebruiken. Niet alle Nederlandstaligen in België zijn Vlamingen. Het Nederlands is de officiële taal in het Vlaamse én het Brusselse Gewest. Daarnaast zijn er ook in Wallonië inwoners met het Nederlands als moedertaal. In sommige gemeenten met een Nederlandstalige minderheid heeft ook het Nederlands een officiële status (onder meer
Moeskroen
en
Edingen
), in gemeenten in het
Platdietse
taalgebied (
Welkenraedt
Baelen
Blieberg
, ...) hebben zowel Nederlands- als Duitstaligen officieus faciliteiten.
De staatshervorming van 1970 heeft voor een onderscheid gezorgd van vier taalgebieden, waar de drie officieel erkende talen worden gesproken van België, namelijk het Nederlandse taalgebied (overeenkomend met het Vlaamse Gewest), het Franse taalgebied (overeenkomend met het Waalse Gewest minus het Duitse taalgebied) en het Duitse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad (overeenkomend met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Deze indeling in taalgebieden werd opgenomen in art. 4 van de Belgische grondwet. Elke gemeente van het koninkrijk moet deel uitmaken van een van deze vier taalgebieden. Een wijziging kan enkel met een
bijzondere wet
(dit wil zeggen een wet met een bijzondere meerderheid) worden aangenomen. Sinds de laatste wijziging, op 8 november 1962, is de
taalgrens
ongewijzigd gebleven.
In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad werd oorspronkelijk vooral Nederlands gesproken. Voor de
verfransing van Brussel
kunnen een aantal factoren een rol gespeeld hebben. Zo genoot het
Frans
lange tijd een hogere sociale status en was de bovenklasse die, tot de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen in 1919, de politieke touwtjes in handen had van huis uit Franstalig of volledig verfranst. Daarnaast was het Frans tot 1898 in België de enige officiële taal (La Belgique sera latine ou elle ne sera pas (Nederlands:
België zal Latijns zijn of zij zal niet zijn
), zei kardinaal Mercier destijds). Ook de vele immigranten, eerst uit
Zuid-Europa
en daarna uit
Marokko
en
Turkije
adopteerden het Frans als voertaal in hun contacten met overheid en derden, en deden het aantal Franssprekenden stijgen. Het precieze aantal Nederlandstaligen (als moedertaal) onder de Brusselse bevolking is niet bekend; schattingen hierover lopen uiteen naargelang de politieke strekking die de bron aanhangt.
In een aantal
taalgrensgemeenten
in het Franse taalgebied, de zogenaamde
faciliteitengemeenten
, is er een bijzonder taalregime voor Nederlandstaligen (waar in de praktijk weinig van gebruik wordt gemaakt), net zoals dat ook in het Nederlandse taalgebied geldt voor Franstaligen (wat daarentegen een hete politieke kwestie is, cf. de problematiek
Brussel-Halle-Vilvoorde
).
Leerlingen in
Wallonië
kunnen hun tweede taal vrij kiezen. In de Brusselse scholen is er geen vrije keuze en is de andere landstaal verplicht de tweede taal. Voor veel Franstaligen is het Nederlands dan ook de tweede taal, toch blijft het spreken van Nederlands voor veel Franstaligen zelfs na jaren onderwijs, nog steeds een heuse opgave. Volgens een recente studie (La dynamique des langues en Belgique) van de
Université catholique de Louvain
en de
Université Libre de Bruxelles
zou slechts 19% van de Walen het Nederlands machtig zijn (aan Vlaamse zijde zou 59% Frans kennen).
Aruba, Curaçao en Sint Maarten
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands op Aruba, Curaçao en Sint Maarten
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Net als Nederland maken
Aruba
Curaçao
en
Sint Maarten
deel uit van het
Koninkrijk der Nederlanden
. Het grote verschil met Nederland is dat het Nederlands wel de
officiële taal
en
voertaal
is, maar niet de dagelijkse omgangstaal. Op Curaçao met 130.000, Aruba met 100.000 wordt het
Papiaments
gebezigd. Op het eiland
Sint Maarten
is
Engels
de voertaal. Dit blijkt uit het onderzoek van de Taalunie. Het
basisonderwijs
wordt op sommige scholen in het Papiaments onderwezen, de
middelbare school
heeft het Nederlands als onderwijstaal.
Een veel door jongeren op Sint Maarten gebruikte 'taal' is het
Denglish
, ook wel
Steenkolenengels
genoemd. Dit is een mengvorm van het Nederlands en het Engels waar ook de naam uit voorkomt (Dutch en English).
Suriname
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands in Suriname
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Hoewel het Nederlands na de onafhankelijkheid in 1975 de officiële taal van Suriname is gebleven, worden er zo'n twintig talen gesproken. Het Nederlands is er de taal van bestuur, rechtspraak en onderwijs. Sinds 2005 is Suriname lid van de Nederlandse Taalunie. In het onderzoek dat de Taalunie bij die gelegenheid hield, gaf ruim zestig procent van de bevolking aan het Nederlands als moedertaal te hebben. Dit duidt op een groei ten opzichte van eerdere gegevens. Als contacttaal tussen de verschillende bevolkingsgroepen wordt ook het
Sranantongo
veel gebruikt. Deze taal wordt door vrijwel alle
Surinamers
beheerst, al is het de moedertaal van een beperkt deel van de bevolking. Verder hebben het
Sarnami Hindoestani
en het Surinaams
Javaans
enkele tienduizenden sprekers. Bijna alle Surinamers spreken minstens twee talen.
Frankrijk
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands in Frankrijk
en
Frans-Vlaams
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Taalverhoudingen in de Franse Westhoek in 1874 en 1972
Verplaatsing van de taalgrens sinds de late middeleeuwen
Het arrondissement Duinkerke van het
Noorderdepartement
, ook wel de
Franse Westhoek
genoemd, is vanouds een Nederlandstalig gebied in
Frankrijk
. Er worden Vlaamse dialecten gesproken, die behoren tot de dialectgroep van het
West-Vlaams
. Het dialectgebruik is echter met name vanaf eind 19e eeuw zeer sterk teruggelopen. De belangrijkste reden hiervoor is, dat het Nederlands en het Vlaamse dialect niet erkend waren door de Franse staat als tot de Franse nationale tradities behorende regionale taal, zoals wel het geval is met het Bretons, Corsicaans, Provençaals en Baskisch. Samen met het Duits van Elzas-Lotharingen werd het gezien als een vreemd, 'traditionellement hostile' idioom, behorende bij een buitenlandse taal, en was het daarom ook na de oorlog nog steeds verboden in het ambtelijk verkeer en op school. Deze officiële afwijzing deed ouders besluiten hun taal steeds minder door te geven aan hun kinderen.
Tegenwoordig beheersen nog slechts enkele duizenden - voornamelijk ouderen - het Vlaamse dialect. Er zijn daarnaast dialectcursussen, waar zeker belangstelling voor bestaat bij degenen die hun voorouderlijke taal willen begrijpen. Maar deze cursussen concurreren dan weer met die in het Nederlands, die populair zijn bij degenen die om meer praktische redenen contacten willen leggen in Vlaanderen en Nederland. Na twee eeuwen verbod mag sinds enkele jaren wel weer 'Nederlands' onderwezen worden op de basisscholen, echter uitdrukkelijk niet als de Vlaamse streektaal van het gebied, maar als 'vreemde taal'. De bijgaande kaarten geven wat betreft de situatie in 1972 mogelijk een te rooskleurig beeld aangezien ze niet gebaseerd zijn op een representatieve enquête onder de bevolking, maar op de opgaven van enkele gezaghebbende personen per gemeente. Het kaartje "taalgrens door de eeuwen heen" geeft aan in welk gebied er mensen met Nederlands als moedertaal te vinden waren, niet hoe hoog hun aandeel op de totale bevolking was.
In de Franse Westhoek zijn de meeste plaatsnamen en familienamen herkenbaar Nederlands. Ook worden steeds meer straatnamen 'vervlaamst', dat wil zeggen dat de verfranste vorm of de vervanging door Franse equivalenten wordt teruggedraaid naar de oorspronkelijke versie. Frankrijk ondertekende echter niet het
Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden
en zodoende moeten Nederlands en Vlaams nog steeds wachten op officiële erkenning en bescherming als regionale taal.
In 2004 werd de ANVT (
Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele
) opgericht. De ANVT is een bond van verenigingen van de
Franse Westhoek
en pleitte voor de officiële erkenning van de
Frans-Vlaamse
streektaal als regionale taal in Frankrijk. Sinds december 2021 is
le flamand
(het (West-)Vlaams) officieel erkend als streektaal door het Franse ministerie van Onderwijs.
17
18
Duitsland
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands in Duitsland
Kleverlands
Nederduits
en
Maas-Rijnlands
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
In
Duitsland
zijn er gebieden die historisch Nederlandstalig waren. Deze gebieden lagen vooral tegen de Nederlandse grens. Rondom
Kleef
wordt nog een goed als Nederlands (
Kleverlands
) herkenbaar
Nederfrankisch
dialect gesproken, het
Duits-Nederlands
. Een veel groter gebied aan de
Nederrijn
echter sluit aan bij de Zuid-Gelderse dialecten en het Limburgs. De overkoepelende term voor de taalvariëteiten in dit gebied is
Maas-Rijnlands
. In het
Graafschap Lingen
Graafschap Bentheim
en
Oost-Friesland
was het Nederlands een tijd lang de cultuurtaal tot de 19e eeuw.
Vandaag de dag wonen veel Nederlandstaligen net over de grens in Duitsland. Het Nederlands wordt op veel scholen in
Nedersaksen
en
Noordrijn-Westfalen
onderwezen.
Indonesië
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands in Indonesië
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
In de voormalig Nederlandse kolonie
Nederlands-Indië
wordt het Nederlands vooral nog gesproken door ouderen, die het koloniale bewind nog enige tijd hebben meegemaakt. Er was een grote haat jegens Nederland, maar er was respect voor de Nederlandse taal. Nog steeds zijn enkele gebruikte wetten van
Indonesië
in het Nederlands. En er zijn verschillende beroepen waar veel Nederlandse termen moeten worden aangeleerd. Het Nederlands wordt samen met het Engels als handelstaal gebruikt. Het Nederlands was tot 1949 de officiële taal van Indië en tot 1963 van
Nederlands-Nieuw-Guinea
Canada
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlands in Canada
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
In
Canada
wonen zo'n 900.000 mensen van Nederlandse afkomst. Dit zijn bijna allemaal immigranten (en hun kinderen) die na de Tweede Wereldoorlog naar Canada zijn vertrokken. Het aantal inwoners van Canada dat het Nederlands als moedertaal spreekt daalt de laatste jaren sterk. In 2021 waren het er nog zo'n 83.000. Zo bestaan er in Canada ook veel Nederlands-Canadese clubs en Nederlandstalige radioprogramma's. Er is zelfs het Nederlandstalige
Maandblad de Krant
, die sinds 1969 bestaat en onlangs
(sinds) wanneer?
weer voor een tijd van de ondergang is gered door sponsors (waaronder ook de Vlaamse regering).
Verenigde Staten
bewerken
brontekst bewerken
Nederlands verspreid over de
Verenigde Staten
. Ter indicatie: in het donkerst gekleurde gebied (
Indiana
) spreekt 0,13% van de bevolking Nederlands.
Zie
Nederlands in de Verenigde Staten
Pella-Nederlands
Mohawk Dutch
en
Jersey Dutch
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
In de
Verenigde Staten
wonen zo'n vijf miljoen mensen van Nederlandse of Vlaamse afkomst. Deze zijn of afkomstig uit de vroegere Nederlandse kolonie
Nieuw-Nederland
of zijn (voormalige) immigranten die vooral rond 1850 en later na de Tweede Wereldoorlog naar de V.S. zijn getrokken. Er zijn dorpen waar nog redelijk Nederlands wordt gesproken. Het Nederlands is echter slechts een kleine immigrantentaal in de V.S. Er zijn enkele scholen waar Nederlands een keuzevak is en er bestaan Nederlandse clubs.
Nieuw-Zeeland
bewerken
brontekst bewerken
Ook in
Nieuw-Zeeland
leven mensen van Nederlandse afkomst die na de Tweede Wereldoorlog naar het land zijn vertrokken. Na een onderzoek bleek dat 0,7% van de Nieuw-Zeelandse bevolking het Nederlands als moedertaal sprak. Dat is een aantal van ongeveer 29.000 mensen. Uit onderzoek (Crezee, 2008; 2012) is gebleken dat een groot deel van de Nederlandse migranten die tussen 1950 en 1965 naar Nieuw-Zeeland emigreerden, onder druk van de Engelstalige bevolking ook thuis op het Engels overstapten.
Australië
bewerken
brontekst bewerken
Australië
had ook te maken met grote Nederlandse immigratie. Vooral in de grote steden vormen Nederlanders een hechte groep en er verschijnt nog steeds een Nederlandse krant. Er leven echter ook veel Afrikaanssprekenden in Australië.
Congo-Kinshasa
bewerken
brontekst bewerken
Congo-Kinshasa
was van 1908 tot 1960 een
kolonie
van België. Officieel had Nederlands er een co-officieel statuut. Doch in de praktijk was het bestuur van de kolonie eentalig Frans. Toch was een belangrijk deel van de
kolonisten
Nederlandstalig.
Variëteiten van het Nederlands
bewerken
brontekst bewerken
Standaardnederlands
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Standaardnederlands
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De
officiële taal
, zoals die wordt onderwezen op scholen en gebruikt wordt door de autoriteiten, wordt ook wel Standaardnederlands genoemd. De status hiervan als officiële taal is in 1995 officieel vastgelegd, door middel van een wijziging van de
Algemene wet bestuursrecht
. Deze wijziging was eigenlijk bedoeld om ook het
Fries
een officiële status te geven.
Nederlandse dialecten
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlandse dialecten
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Zie bijgaande kaart voor de locatie van de over het algemeen als vormen van Nederlands beschouwde
dialecten
19
Dit is een globale indeling, waarbij de meeste
overgangsdialecten
niet zijn opgenomen. Het is dus alleen bedoeld om een algemeen beeld te scheppen van de spreiding van de Nederlandse dialecten.
De grens tussen
dialect
en
taal
is voor het
West-Germaanse
taalgebied, dus ook voor Nederland en Vlaanderen, zeer problematisch. Voorzichtigheid is dus geboden bij het gebruik van dit kaartje, daar de meeste taalgrenzen die erop staan aangegeven vloeiend en vaag zijn en niet door alle taalkundigen worden onderschreven (in het bijzonder de grenzen van het Limburgs en het Nedersaksisch niet).
Nederlandse dialecten
Suriname
Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden
A.
Zuidwestelijke dialectgroep (Zeeuws/West-Vlaams)
1.
West-Vlaams
, inclusief
Frans-Vlaams
en
Zeeuws-Vlaams
2.
Zeeuws
B.
Noordwestelijke dialectgroep (
Hollands
3.
Zuid-Hollands
4.
Westhoeks
5.
Waterlands
* en
Volendams
6.
Zaans
7.
Kennemerlands
8.
West-Fries
9.
Bildts
Midslands
Stadsfries
en
Amelands
C.
Noordoostelijke dialectgroep (
Nedersaksisch
10.
Kollumerlands
11.
Gronings
* en
Noordenvelds
12.
Stellingwerfs
13.
Midden-Drents
14.
Zuid-Drents
15.
Twents
16.
Twents-Graafschaps
17.
Gelders-Overijssels
Sallands
Achterhoeks
en
Urkers
*)
18.
Veluws
D.
Noordelijk-centrale dialectgroep
19.
Utrechts-Alblasserwaards
E.
Zuidelijk-centrale dialectgroep
20.
Zuid-Gelders
21.
Noord-Brabants
en
Noord-Limburgs
22.
Brabants
23.
Oost-Vlaams
F.
Zuidoostelijke dialectgroep
24.
Limburgs
, waarvan de positie ten opzichte van het Nederlands enigszins omstreden is; het wordt door de Nederlandse overheid als
streektaal
erkend, maar niet door de Belgische overheid. Er is bovendien onder de noemer Limburgs sprake van een grote variëteit aan dialecten, waarvan de westelijke meer aan het Brabants, de oostelijke aan het Rijnlands, en de Zuidelijke aan het
Ripuarisch
verwant zijn.
G.
Suriname
25.
Surinaams-Nederlands
H.
Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba
26.
Antilliaans-Nederlands
Overige
Provincie Flevoland
. Hier heeft zich nog geen dialect gevormd. Algemeen worden hier Zuid-Hollandse varianten gesproken, namelijk ofwel het
Standaardnederlands
, ofwel het
Amsterdams
(in
Lelystad
en
Almere
). Zie verder
Nederlands in de IJsselmeerpolders
. In het noorden en dan met name in en rond
Urk
wordt er van oudsher al een dialect van het Nedersaksisch gesproken.
Noot
De dialectgroepen aangeduid met een asterisk worden weliswaar onder het Hollands of Nedersaksisch gerekend, maar hebben vanouds een
Fries
substraat of Friese invloed. De Noord-Hollandse varianten zijn na de
Tweede Wereldoorlog
sterk naar het Standaardnederlands toegegroeid; soms spreekt men in die gebieden zelfs van twee naast elkaar bestaande dialecten: het traditionele (sterke, ook wel zware dialect genoemd) en het moderne (lichte) dialect. Het Stadsfries dat later ontstond, is Frieser van karakter gebleven en wordt vaak als aparte groep genomen. Soms worden de Noord-Hollandse varianten en het Stadsfries samengenomen.
Vergelijking dialecten met Standaardnederlands
bewerken
brontekst bewerken
Veel dialecten groeien als gevolg van
nivellering
en aanpassing aan de Nederlandse standaardtaal steeds meer naar elkaar en het Standaardnederlands, zoals dat in de media gebruikt wordt, toe, zowel in België als in Nederland. Ook doordat de dialecten zich vanouds in het traditionele ambacht en de landbouw profileerden, verliezen zij in de moderne tijd hun kenmerken in
idioom
en klank. De basis van het dialect was de lokale gemeenschap. Door de moderne mobiliteit zijn de deelnemers aan deze gemeenschap heterogener geworden en herkennen zij zich steeds minder in een 'eigen taal'. Dialecten ontwikkelen zich zodoende tot
regiolecten
op een bredere geografische basis. Van de als Nederlands beschouwde dialecten (dus met uitsluiting van het Fries en het Limburgs) staat het
Gronings
het verst af van de standaardtaal. Historisch behoort het Gronings tot de Nedersaksische dialectgroep in noordwestelijk Duitsland.
Periferie van het Nederlands
bewerken
brontekst bewerken
Zie ook
Dialectcontinuüm
Dialecten tegenover het Standaardnederlands
en
Isoglosse
Onder het verzamelbegrip "Periferie van het Nederlands" volgt hieronder een overzicht van taalvariëteiten of derivaten van het Nederlands die geografisch, sociolinguïstisch en/of typologisch op een grotere afstand van het 'stamgebied' en/of het Standaardnederlands staan dan andere, meer reguliere variëteiten van het Nederlands. Dit typologisch concept is oorspronkelijk gehanteerd voor het Nederlands, maar is ook toepasbaar op andere taalgebieden (zie ook
Duits
).
Taalafstand tussen streektalen/dialecten en de Nederlandse
standaardtaal
(1).
Vroegere gebieden met Nederlands als cultuurtaal in Duitsland
(17e - 19e eeuw),
exclusief het Limburgs/Nederrijns in het Noordelijke Rijnland (de regio
Heinsberg
Düsseldorf
).
Zie ook
Geldern
Het vroegere taalgebied van het
Oosterlauwers Fries
; de rode lijn is de scheiding tussen het
Eemsfries
en het
Wezerfries
, maar ook tussen de tegenwoordige dialecten Gronings-Oost-Fries en Oldenburgs
Verspreiding van het Nederlands
Perifere variëteiten ontstaan uit het contact met en de invloed van een of meer exogene, niet-Nederlandse talen of dialecten. Zij kunnen zowel dialecten,
regiolecten
contacttalen
, mengtalen als
sociolecten
of groepstalen betreffen. In de meeste gevallen zijn dit variëteiten die in het verdere verleden in de periferie van het Nederlands zijn ontstaan. De kans op het ontstaan van moderne perifere variëteiten is gering, maar nog altijd aanwezig (vergelijk
Murks
en
straattaal
). Te onderscheiden zijn:
Grens- en
overgangsdialecten
Standaardnederlands is de officiële standaardtaal, het Nederlands, zoals die wordt onderwezen op scholen en wordt gebruikt door de autoriteiten en media in Nederland, België, Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Daarnaast worden er binnen het Nederlandse taalgebied vele dialecten gesproken. Niet alle dialecten zijn even sterk afwijkend, de afstand tot de standaardtaal varieert.
Limburgs
en
Nedersaksisch
zijn net als Fries officieel erkende streektalen binnen de Nederlandse grenzen, waar het Nederlands de
daktaal
is. In de betreffende gebieden is sprake van
diglossie
Andere
cultuurtaal
De landsgrenzen zijn op streektaalniveau geen taalgrenzen. Aan en over de grens, in de periferie, vinden vermengingen plaats of lopen de dialecten gewoon door. Grens- en overgangsdialecten zijn: het
Brussels
Frans-Vlaams
Stadsfries
, het oostelijke
Maas-Rijnlands
met het Kleverlands, het Limburgs/Nederrijns van de oostelijke delen van het
Overkwartier van Gelder
(de oude Ambten Geldern; Straelen; Wachtendonck; Krickenbeck met Viersen; Erkelenz met daarin Elmpt, Brempt, Niederkrüchten en Wegberg, zie ook
Guliks Overkwartier
) en dieper in het Noordelijke Rijnland (de regio Heinsberg-Düsseldorf), het
Selfkants
en het
Platdiets
met het
Zuidoost-Limburgs
. Het gaat hier om dialecten van het Nederlands, in het verleden verbonden met en/of nog direct grenzend aan het stam- of kerngebied van het Nederlands, die nu sterk onder invloed staan van een andere cultuurtaal dan het Nederlands.
Nederlands of Duits?
In verschillende van deze gebieden is het Nederlands vroeger ook de cultuurtaal geweest. Aan de oostgrens speelt daarbij een rol of deze dialecten
Nederfrankisch
of
Nedersaksisch
zijn. In het eerste geval (Kleverlands, het Limburgs/Nederrijns van het oostelijke
Opper-Gelre
, het Selfkants, Platdiets en Zuidoost-Limburgs) zullen ze eerder als Nederlands gelden, in de andere gevallen eerder als Duits (Nederduits), namelijk Westfaals-Nedersaksisch (met name in de oude Graafschappen
Lingen
en
Bentheim
), of
Oost-Fries
(in Oost-Friesland), evenals het Gronings een variant van het Nedersaksisch op Friese grondslag.
Het historisch bereik van het Nederlands in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland
Het Nederlands heeft vanaf de
Reformatie
tot in de eerste helft van de 19e eeuw zijn grootste invloed uitgeoefend op de Duitse gebieden langs de Nederlandse grens - in Oost-Friesland, de graafschappen
Bentheim
Lingen
en
Steinfurt
, de gebieden
Gronau
Gemen
, Werth en
Anholt
, de hertogdommen
Kleef
Gelder
en
Gulik
, het
graafschap Meurs
en het keurvorstelijke Keulse gebied Rijnberk (
Rheinberg
) heeft het Nederlands als inheemse of vreemde schrijf-, onderwijs- en kerktaal gediend. In gevallen waar het plaatselijke Nederduitse dialect nauw verwant was aan het Nederlands, heeft de taal naast het Hoogduits een functie vervuld als standaardtaal, terwijl ook gereformeerde kerkgemeentes en
Mennonieten
om godsdienstige redenen de voorkeur gegeven hebben aan het Nederlands.
20
Afrikaans
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Afrikaans
en
Verwantschap tussen Afrikaans en Nederlands
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Uit het Nederlands is als enige
dochtertaal
het Afrikaans (meer bepaald een dochtertaal van het
Nieuwnederlands
) voortgekomen, dat tot 1925 nog als een
variëteit
van het Nederlands werd beschouwd. Het Afrikaans ontwikkelde zich uit het Hollands dat de kolonisten in de 17e eeuw naar de
Kaapkolonie
brachten. Het heeft sindsdien invloeden van andere talen ondergaan, zoals het
Maleis
, Engels, Duits en de
Bantoetalen
. Het wordt wel beschouwd als (half-)
creoolse taal
. Nederlanders, Vlamingen, Surinamers en Afrikaners kunnen elkaar zonder veel moeite begrijpen. In 1925 werd het Afrikaans in
Zuid-Afrika
gelijkgesteld met het Nederlands als ambtelijke taal. In 1961 werd de status als taal officieel bekrachtigd, waarbij het Nederlands gelijkgesteld werd met het Afrikaans - dit is dus de omgekeerde situatie van 1925 - en bij de grondwetswijziging in 1983 werd de bepaling geschrapt, waarin stond dat de "Hollandsche talen" dezelfde status hadden als het Afrikaans.
Creooltalen
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlandse creoolse talen
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Verspreid over de wereld bestaan of bestonden er ook enkele op het Nederlands gebaseerde
creoolse talen
. Sommige hiervan zijn in het bijzonder door het Zeeuws beïnvloed. De meeste van deze talen zijn geheel of grotendeels
uitgestorven
Petjoh
en
Javindo
in
Indonesië
uitgestorven
);
Ceylons-Nederlands
op
Sri Lanka
uitgestorven
);
Albany Dutch
Jersey Dutch
uitgestorven
) en
Mohawk Dutch
in de
Verenigde Staten
Berbice-Nederlands
uitgestorven
) en
Skepi
uitgestorven
) in
Guyana
Negerhollands
op de
Maagdeneilanden
en
Puerto Rico
(uitgestorven);
Papiaments
op
Aruba
Bonaire
en
Curaçao
Sranantongo
(Surinaams) in
Suriname
Hier spreekt men van meng- (
pidgin
- en
creool
-) talen. In Suriname wordt bovendien nog een afwijkende, verbasterde vorm van het Nederlands gesproken, het
Surinaams-Nederlands
Interne creool- en
contacttalen
en
sociolecten
bewerken
brontekst bewerken
Zie ook
Straattaal
en
Tussentaal
Naast de dialecten die regionaal gebonden zijn, en al dan niet onder druk staan, bestaan er de zogenaamde
sociolecten
die bepaald worden door de sociale laag of groep waartoe men behoort of gerekend wil worden. Deze sociolecten zijn soms juist in opkomst:
Joods
-Nederlands, Murks, Straattaal,
Bargoens
of dieventaal. Hier spreken we van kring- of groepstalen, contacttalen en sociolinguïstische variëteiten die het niveau van vak- en groepsjargon te boven gaan.
Geëmigreerde dialecten
Kaap-Hollands
(uitgestorven),
Pella-Nederlands
(gebaseerd op het Zuid-Gelders), en
Plautdietsch
Externe
mengtalen
(in meer of mindere mate op het Nederlands gebaseerd)
Hier spreken we van meng- (
pidgin
- en
creool
-) talen. In Suriname wordt bovendien nog een afwijkende vorm van het Nederlands gesproken, het
Surinaams-Nederlands
Nederlandse literatuur
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Nederlandse literatuur
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het oudste in het Nederlands geschreven boek dat momenteel bekend is, is het handschrift van de
Wachtendonckse Psalmen
, zo genoemd naar de
Luikse
kanunnik
Arnold Wachtendonck
, die het in de 16e eeuw in bezit had. In 1591 dateerde
Justus Lipsius
het op omstreeks 900. Het boek is overgeleverd in de vorm van een gedeeltelijke kopie; na Lipsius is het nooit meer teruggezien. Het is waarschijnlijk ontstaan in de streek waar het zich 700 jaar later nog steeds bevond: in het Nederlandstalig deel van het
prinsbisdom Luik
, wellicht in de
Abdij van Munsterbilzen
, een adellijk
stift
, waaraan Wachtendonck als rector verbonden was. De
Wachtendonkse psalmen
zijn geen autonome Nederlandse tekst, maar vertaalde
glossen
van een in het Latijn gestelde psalmberijming. Het werk is tevens de oudste vindplaats van het Nederlandse woord '
boek
', daar gespeld als 'buok'.
Facsimile-weergave van het
Hebban olla vogala
fragment
Een van de oudste en bekendste
literaire
zinnen in het Nederlands is:
Hebban olla vogala
(ca. 1100). Het als de
Egmondse Williram
bekendstaande literaire werk is een bewerkte vertaling uit het
Hoogduits
, eveneens rond 1100 ontstaan in de
benedictijnse
Sint-Adelbertabdij
te
Egmond
(sinds ca. 1600 in de
Leidse universiteitsbibliotheek
). De oudste, in het origineel overgeleverde niet-literaire tekst in het Middelnederlands is de
statuten van de leprozerie van Gent
dat van 1235 dateert.
Men laat de Nederlandse literatuurgeschiedenis in grote lijnen meestal in de 12e eeuw beginnen met het werk van de
Maaslandse
dichter
Hendrik van Veldeke
(onder andere
Leven van Sint-Servaas
, ca. 1170). De Nederlandse literatuur uit de
middeleeuwen
en de
renaissance
is hoofdzakelijk in
poëzievorm
geschreven. De bekendste romans uit die tijd zijn de
ridderromans
, terwijl ook
heiligenlevens
en
dierdichten
populair waren. Voorbeelden zijn:
Karel ende Elegast
Lanseloet van Denemerken
Beatrijs
Mariken van Nieumeghen
en
Van den vos Reynaerde
. In de 16e eeuw kwamen nieuwe genres in zwang, zoals de
tragedie
. Veel schrijvers kwamen uit de Zuidelijke Nederlanden:
Anna Bijns
Jan van der Noot
en
Filips van Marnix van Sint-Aldegonde
. Bekende schrijvers uit de 'Hollandse' 17e eeuw zijn
Vondel
Bredero
P.C. Hooft
en
Jacob Cats
. Na 1750 werden veel
literaire genootschappen
opgericht, en daar begon voor de meeste schrijvers ook een carrière in de letteren.
De invloed van de
romantiek
was in de
Nederlanden
veel minder uitgesproken dan bijvoorbeeld in
Engeland
. Nederlandstalige auteurs werden vooral beïnvloed door Engelse romantici als
Walter Scott
en
Lord Byron
. Een nieuw genre dat opgang maakte waren de zogenaamde fysiologieën, waarbij individuen werden beschreven die model stonden voor een bepaalde groep. Dat was rond 1840.
Als gevolg van de
Tweede Wereldoorlog in Nederland
was er in de jaren 50 een grote omslag in de Nederlandse literatuur. Het
idealistische
leek te zijn verdwenen en daarvoor in de plaats kwam de rauwe werkelijkheid, de onmenselijkheid, en veel aandacht voor lichamelijkheid en
seksualiteit
In Nederland en België wordt sinds 1956 de
Prijs der Nederlandse Letteren
uitgereikt. Deze prijs wordt uitgereikt door de
Nederlandse Taalunie
Officiële status en erkenningen
bewerken
brontekst bewerken
Het Nederlands is een officiële taal in België, maar in Nederland is de status vrijwel nergens juridisch vastgelegd.
21
In zowel Frankrijk als Duitsland wordt het Nederlands niet erkend als minderheidstaal. Buiten Europa geniet het Nederlands een officiële status in
Suriname
(een voormalige Nederlandse kolonie die in 1975 onafhankelijk werd),
Aruba
Curaçao
en
Sint-Maarten
(landen binnen het
Koninkrijk der Nederlanden
). Het Afrikaans, de dochtertaal van het Nederlands, is een van de twaalf
officiële talen
van
Zuid-Afrika
en wordt als regionale taal erkend in
Namibië
Status in het Koninkrijk der Nederlanden
bewerken
brontekst bewerken
De status van het Nederlands in Nederland is bijna nergens juridisch vastgelegd.
21
De Nederlandse taal wordt bijvoorbeeld in Nederland, als een van de weinige landen in Europa,
22
niet vermeld in de
Nederlandse Grondwet
21
Er is wel een korte bepaling in de
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 2.6 van het Nederlands als de gebruikstaal bij bestuursorganen, hoewel daar verschillende wettelijke en praktische uitzonderingen op mogelijk zijn.
21
23
De
Spellingwet
bepaalt ook hoe de
Nederlandse taal moet worden gespeld
wanneer zij wordt gebruikt 'bij de overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde onderwijsinstellingen, alsook bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld.'
24
Daarnaast bepaalt de
Wet gebruik Friese taal
sinds 2014: 'De officiële talen in de provincie
Fryslân
zijn het Nederlands en het
Fries
.'
25
In
Caribisch Nederland
Curaçao
Aruba
en
Sint-Maarten
naast het Nederlands, afhankelijk van het eiland, ook het
Engels
en het
Papiaments
erkend.
bron?
In september 2010 deed het
kabinet-Balkenende IV
een voorstel om het Nederlands in de Grondwet op te nemen, wat leidde tot een lange discussie tussen verschillende instellingen zoals de
Raad van State
(die afwijzend reageerde), experts en politieke partijen.
21
Volgens verschillende spelers in het debat was het al een
ongeschreven regel
dat het Nederlands de officiële taal van Nederland was,
26
hoewel sommigen meenden dat dit niet per se betekende dat het een geschreven regel moest gaan worden vanwege onbedoelde gevolgen.
21
27
Uiteindelijk vond het merendeel dat het officieel/officiëler vastleggen van de Nederlandse taal onnodig of onwenselijk is.
21
Na veel bezwaren, onduidelijkheden en vergaderingen over de meerwaarde en praktische gevolgen ervan, en wat men dan moest doen met onder andere het Fries, Engels, Papiaments en streektalen, werd het voorstel in februari 2018 door het
kabinet-Rutte III
weer ingetrokken.
21
Status in België
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Taalwetgeving in België
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
In België zijn er drie officiële talen, namelijk Nederlands,
Frans
en
Duits
. In
Vlaanderen
is Nederlands de enige officiële taal en in het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
deelt de taal deze status met het Frans. Het Nederlands is in België een officiële landstaal sinds 1898, na een langdurige
taalstrijd
met de Franstalige machthebbers.
Status in Zuid-Afrika
bewerken
brontekst bewerken
Het
Nederlandse taalmonument
, het enige taalmonument gewijd aan het Nederlands, opgericht in 1893 om de erkenning van het Nederlands in de Britse kolonie aan de Kaap te herdenken.
Zie
Nederlands in Zuid-Afrika
en
Erkenning van Nederlands in Zuid-Afrika
voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Nadat de Kaapkolonie in Britse handen overging in het begin van 19e eeuw, drongen de Nederlandse kolonisten tot erkenning van het Nederlands. Toen in 1882 erkenning kwam, werd de gebeurtenis herdacht met de oprichting van het
Nederlandse taalmonument
in 1893. Toen in 1909 de
Zuid-Afrikawet
werd aangenomen door alle vier de provincies betekende dit de erkenning van zowel Engels als Nederlands in de nieuwgevormde Unie. Op 9 mei 1925 werd de spreektaal van de Afrikaners gestandaardiseerd en naast Engels en Nederlands erkend als
Afrikaans
, maar beschouwd als synoniem met het Nederlands. De nieuwe grondwet van 1961 bepaalde dat onder Afrikaans ook het Nederlands bedoeld werd. In 1983 kwam er een eind aan de officiële status van het Nederlands, toen er geen nieuwe erkenning werd gegeven. Deze status door de jaren heen gold ook voor
Zuidwest-Afrika
, het huidige
Namibië
bron?
Het enige monument dat gewijd is aan de Nederlandse taal werd op 18 januari 1893 in
Burgersdorp
onthuld. Het monument staat in
Zuid-Afrika
ook bekend als het Eerste Taalmonument, met het Tweede Taalmonument wordt het
taalmonument
in
Paarl
bedoeld. Het monument, dat uit een vrouw bestaat die met haar hand wijst naar een boek met daarop
Overwinning van de Hollandsche Taal
, werd opgericht om de erkenning van het Nederlands in het door de
Britten
bezette
Kaapkolonie
te herdenken. Het taalmonument heeft echter veel te verduren gehad in de
Tweede Boerenoorlog
en bestaat vandaag de dag uit twee identieke beelden. De door de Britten verwoeste en een replica, die een geschenk was van de Britse regering aan de Nederlandse kolonisten in
Zuidelijk Afrika
Nederlandse Taalunie
bewerken
brontekst bewerken
Nederlandse Taalunie:
Lidstaten
Speciale banden met de Taalunie
Andere gebieden waar Nederlands (of Afrikaans) wordt gesproken.
Zie
Nederlandse Taalunie
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Nederland, België en Suriname, de landen waar het Nederlands een officiële taal is, zijn tevens de drie lidstaten van de
Nederlandse Taalunie
, een internationale instelling die onder meer de regels voor het
Standaardnederlands
vastlegt.
Op 9 september 1980 werd het
Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie
(NTU) door de Belgische en Nederlandse Ministers van Buitenlandse Zaken ondertekend. Vlaanderen en Nederland spraken af de Nederlandse taal en haar sprekers voortaan samen te behartigen. Sinds 2004 is ook Suriname geassocieerd lid van de Unie. De NTU opereert als een soort gemeenschappelijk ministerie van Taal voor de drie gebieden. Beslissingen worden genomen door de leden van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie; de ministers en/of staatssecretarissen van Cultuur en Onderwijs van Nederland en Vlaanderen, in totaal 4. De Surinaamse ambassadeur in Nederland vertegenwoordigt Suriname als geassocieerd lid. De Taalunie is onder andere verantwoordelijk voor de uitgave van het
Groene Boekje
. De Nederlandse Taalunie steunt Nederlandstalig onderwijs over de gehele wereld en heeft speciale banden met
Indonesië
en
Zuid-Afrika
Status in internationale organisaties
bewerken
brontekst bewerken
In internationale samenwerkingsverbanden is het Nederlands een officiële taal in de
Benelux
en in de
Europese Unie
(EU), vanwege het lidmaatschap van België en Nederland. Tevens geniet het Nederlands sinds een paar jaren een officiële status in de
Caribische Gemeenschap
en de
Unie van Zuid-Amerikaanse Naties
(UZAN) dankzij het lidmaatschap van Suriname.
bron?
Voormalige koloniën/gebiedsdelen
bewerken
brontekst bewerken
Daar Nederland en België beide koloniale machten waren, ging het Nederlands ook een rol spelen in de desbetreffende koloniën. Het Nederlands was namelijk ook een officiële taal in:
bron?
Nederlands-Indië
(tot 1949), thans
Indonesië
Nederlands-Nieuw-Guinea
(tot 1963), thans deel van Indonesië;
Belgisch-Congo
(tot 1960), Frans is echter een officiële taal gebleven in onafhankelijk Congo;
Ruanda-Urundi
(tot 1962), Frans is echter een officiële taal gebleven in
Boeroendi
en
Rwanda
(waar sinds de hervormingen eind de jaren '90 ook het Engels een officiële taal is);
Nederlandse Antillen
(1953 - 2010), tot het gebied in 2010 een andere staatkundige indeling kreeg.
Kaapkolonie en Boerenrepublieken
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Erkenning van Nederlands in Zuid-Afrika
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Zie ook
Erkenning van Nederlands in Zuid-Afrika § Overzicht
De van oorsprong Nederlandse kolonisten in Zuidelijk Afrika, eerst
Boeren
en later
Afrikaners
genoemd, hebben destijds gepleit voor de erkenning van de Nederlandse taal in verschillende republieken en Britse gebieden.
bron?
Boerenrepublieken
, (van 1795 tot 1902), zoals;
Zuid-Afrikaansche Republiek
(1856-1902)
Oranje Vrijstaat
(1854–1902)
Britse Kaapkolonie
(1882–1902)
Unie van Zuid-Afrika
(1910–1961) en Republiek
Zuid-Afrika
(1961 – 4 september 1984). Tot 4 september 1984 werden "Afrikaans" en "Hollands" in de Grondwet gezien als synoniemen, daarna werd "Hollands" geschrapt.
Zuidwest-Afrika
(was van 1915 tot 1990 onder Zuid-Afrikaans bestuur) tot 4 september 1984, Afrikaans tot 1990.
Meestgebruikte woorden in het Nederlands
bewerken
brontekst bewerken
Hoe vaak Nederlandse woorden gebruikt worden in spreek- en schrijftaal, kan worden weergegeven in
frequentielijsten
voor bestanden van teksten. Het
Corpus
Hedendaags Nederlands van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
bevat vele tientallen miljoenen woordvormen. Een andere verzameling, het PAROLE-corpus, telt zo’n 20 miljoen woorden uit boeken, kranten en tijdschriften uit de periode 1982-1998.
28
29
30
Volgens het Corpus Gesproken Nederlands zijn de meestgebruikte woorden op rangorde: 1.
ja
2.
dat
3.
de
4.
en
5.
uh
6.
ik
7.
een
8.
is
9.
die
10.
van
11. '
12.
maar
13.
in
14.
niet
15.
je
28
De meestgebruikte zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden zijn als volgt:
Woordsoort
Corpus Gesproken Nederlands
PAROLE
Zelfstandige naamwoorden
beetje, mensen, jaar, tijd, dag, dingen, man, moment, kinderen
jaar, mens, onderwerp (?), tijd, dag, gemeente, plaats, uur, land, Nederland
Bijvoeglijke naamwoorden
goed, heel, gewoon, eigenlijk, ander, natuurlijk, leuk, groot, lang
goed, groot, nieuw, lang, hoog, oud, mogelijk, klein, belangrijk
Werkwoorden
zijn, hebben, gaan, kunnen, moeten, zeggen, doen, zullen, worden, weten
zijn, worden, hebben, kunnen, zullen, moeten, komen, gaan, maken, willen
Zie ook
bewerken
brontekst bewerken
Nederlands als tweede taal
Diets
Opperlans
Lijst van getallen in diverse talen
Verwante onderwerpen
bewerken
brontekst bewerken
Nederlanders
Vlamingen
Afrikaners
Externe links
bewerken
brontekst bewerken
Op andere
Wikimedia
-projecten
WikiWoordenboek
Definitie
op WikiWoordenboek
Wikibooks
Boeken
op Wikibooks
DBNL
Afdeling Nederlandse taal in DBNL
Taalunie
Genootschap Onze Taal
Meldpunt taal
Woorden.org
Algemene Nederlandse Spraakkunst
Etymologiewoordenboek
Taaltelefoon
Taaldienst VRT
Taalportaal
Bronnen, noten en/of referenties
Feiten en cijfers - Wat iedereen zou moeten weten over het Nederlands
taalunieversum.org
Feiten en cijfers - Wat iedereen zou moeten weten over het Nederlands
taalunieversum.org (2019)
Guy Janssens, Ann Marynissen:
Het Neederlands vroeger en nu
, via Google Books
De Bourgondische Nederlanden, W. Blockmans & W. Prevenier, 1983, pagina 392–393.
M. Janssen: Atlas van de Nederlandse taal: Editie Vlaanderen, Lannoo Meulenhoff, 2018, pagina 29.
W. de Vreese: Over de benaming onzer taal inzonderheid over "Nederlandsch", 1910, pagina 16-27.
G.A.R. de Smet, Die Bezeichnungen der niederländischen Sprache im Laufe ihrer Geschichte; in: Rheinische Vierteljahrsblätter 37 (1973), pagina 315-327.
Dit gedeelte, of een eerdere versie daarvan waarnaar doorverwezen wordt, is afkomstig uit het Spellingbesluit dat is ontleend aan de website van de
Nederlandse Overheid
Instituut voor Nederlandse Lexicologie
Informatie over de Statenvertaling
, Statenvertaling.net
Pannekoek mag weer, pannenkoek ook
15 augustus 2006
).
Gearchiveerd op
5 maart 2016
Geraadpleegd op
30 april 2015
Dit is de Hollandse vorm, zie
Hollande expansie
Tussen haakjes staan de
trappen van vergelijking
Betekent 'slang'. Het Zweedse woord voor 'worm' is
mask
Kan zowel 'slang' als 'worm' betekenen. Het gewone Noorse woord voor 'worm' is
makk
Abram de Swaan
Het Nederlands in het Europese talenstelsel
Gearchiveerd
op
16 maart 2015
Geraadpleegd op
30 april 2015
Deze cijfers zijn berekend op grond van gegevens in
The Cambridge Encyclopedia of Language
, David Crystal ed., Cambridge, Cambridge U.P., 1987, pp. 436-44.
VRT
La Voix du Nord
De gegevens zijn grotendeels overgenomen van de indeling die dialectologe
Jo Daan
maakte. Deze indeling is (nog) steeds een onderwerp van discussie binnen de
dialectologie
, maar wordt door veel dialectologen en taalkundigen (deels) onderschreven.
Kremer, Ludwig:
Nachbarn. Das Niederländische als Kultursprache deutscher Gebiete
. Bonn: Presse- und Kulturabteilung der Kgl. Niederländischen Botschaft 1983, bl. 9-22
Nederlandse taal in de Grondwet
denederlandsegrondwet.nl
Montesquieu Instituut
(2018).
Geraadpleegd op
21 maart 2023
Dick Wortel, Els Ruijsendaal
Grondwet ‘De officiële taal van Nederland is het Nederlands’. De taalartikelen in de grondwetten van de EU-landen
Neerlandia/Nederlands van Nu. Jaargang 111 - DBNL.org
(2007).
Geraadpleegd op
21 maart 2023
Algemene wet bestuursrecht - BWBR0005537
wetten.overheid.nl
1 januari 2023
).
Geraadpleegd op
21 maart 2023
Spellingwet - BWBR0018784
wetten.overheid.nl
Geraadpleegd op
21 maart 2023
Wet gebruik Friese taal - BWBR0034047
wetten.overheid.nl
2 oktober 2013
).
Geraadpleegd op
21 maart 2023
J.P. Balkenende, E.M.H. Hirsch Ballin, A. Rouvoet
Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een bepaling over de Nederlandse taal en het doen vervallen van additionele artikelen die zijn uitgewerkt | Tweede Kamer der Staten-Generaal
tweedekamer.nl
27 september 2010
).
Geraadpleegd op
21 maart 2023
“Het kabinet haalde naast de
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 2.6 ook enige jurisprudentie aan die zou hebben geconcludeerd dat het Nederlands de officiële rechtstaal van Nederland zou zijn: 'Afdeling rechtspraak van de Raad van State (ARRS) 17 januari 1985, AB 1986, 73; ARRS 29 juni 1990, ABkort 1990, 726; College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) 19 januari 2009, AB 2009, 100.'”
Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een bepaling over de Nederlandse taal en het doen vervallen van additionele artikelen die zijn uitgewerkt | Tweede Kamer der Staten-Generaal
tweedekamer.nl
1 december 2010
).
Geraadpleegd op
21 maart 2023
Onzetaal.nl Woordfrequentie Wat zijn de meestgebruikte woorden in het Nederlands?
Ivdnt.org Corpus Hedendaags Nederlands
Ivdnt.org PAROLE-lexicon
Literatuur
M. de Vries
e.a.,
Woordenboek der Nederlandsche Taal
(1882-1998) (ook op cd-rom).
C.H. den Hertog,
Nederlandsche spraakkunst
(3 dln.) (1903-1904)
A.A. Weijnen, Het Algemeen Beschaafd Nederlands historisch beschouwd, Assen 1974.
G. Geerts, Voorlopers en varianten van het Nederlands, Leuven 1975.
W. Haeseryn e.a.,
Algemene Nederlandse Spraakkunst
(1984), 2e druk 1997
H. Niebaum, Naar een taalgeschiedenis van Oostnederland, Groningen 1985.
P.C. Paardekooper
Beknopte ABN-syntaksis
7e druk 1986
J. Goossens, Zwischen Niederdeutsch und Niederländisch, In: Niederdeutsches Jahrbuch 1991.
W. de Haas & M. Trommelen,
Morfologisch handboek van het Nederlands; een overzicht van de woordvorming
, 1993.
De Bijdragen van R. Willemyns en J.A. van Leuvesteijn in: Geschiedenis van de Nederlandse taal (onder redactie van M.C. van den Toorn en anderen), Amsterdam 1997.
G. Booij & A. van Santen,
Morfologie; de woordstructuur van het Nederlands
, 2e druk 1998.
J. Heemskerk & W. Zonneveld
Uitspraakwoordenboek
, 2000.
Nederlandse dialectkunde
, 1966
A.A. Weijnen
C.B. van Haeringen
Nederlands tussen Duits en Engels
1956
M. Schönfeld
& A. van Loey,
Historische grammatica van het Nederlands
C.G.N. de Vooys,
Geschiedenis van de Nederlandse taal
, 1931
J.M. van der Horst
& F.J. Marschall,
Korte geschiedenis van de Nederlandse taal
(1989) 4e druk 2000.
M.C. van den Toorn e.a. (eds.),
Geschiedenis van de Nederlandse taal
, 1997
Guy Janssens &
Ann Marynissen
Het Nederlands vroeger en nu
, 2003.
Crezee, Ineke H. M. (2008). I understand it well, but I cannot say it proper back. Language use among older Dutch migrants in New Zealand. Unpublished doctoral thesis, Auckland University of Technology, Auckland, New Zealand.
Crezee, I. (2012). Language shift and host society attitudes: Dutch migrants who arrived in New Zealand between 1950 and 1965. International Journal of Bilingualism, published online March 26, 2012.
Levende Germaanse talen
Westgermaans
Standaardtalen:
Afrikaans
Duits
Engels
Fries
Luxemburgs
Nederlands
Ongestandiseerde taalvormen:
Jiddisch
Limburgs
Nederduits
Schots
Noordfries
Saterlands
Wymysoojs
Noordgermaans
Standaardtalen:
Deens
Faeröers
IJslands
Noors
Zweeds
Officiële talen van Zuid-Afrika
Afrikaans
Engels
Noord-Sotho
Swazi
Tsonga
Tswana
Venda
Xhosa
Zoeloe
Zuid-Ndebele
Zuid-Sotho
Nederlands
(tot 1984)
Nederlands
Spelling
Nederlandse spelling
Nederlandse spellingregels
dt-fout
aardrijkskundige namen
accenttekens
achternamen
afbreken
apostrof
Groene Boekje
hoofdletter
koppelteken
liggend streepje
onjuist spatiegebruik
paarde(n)bloemregel
smurfenregel
Spellingwijzer Onze Taal
trema
tussen-n
tussen-s
alternatieve spelling
Grammatica
Nederlandse grammatica
croma-zin
hete hangijzers
inversie
samentrekking
Zelfstandig naamwoord
geslacht
haar-ziekte
meervoud
samenstelling
Persoonlijk voornaamwoord
du
haar
hem
hen/hun-onderscheid
hij
hun als onderwerp
ik
jij
gij
jou
jullie
men
mij
ons
wij
zij
Wederkerend voornaamwoord
zich
Bijvoeglijk naamwoord
buigings-e
Werkwoord
vervoegingen
sterk en onregelmatig
onregelmatig
't kofschip
voltooid deelwoord
rode en groene werkwoordsvolgorde
Voorzetsels
Modaal partikel
Fonologie
zachte g
Gooise r
klankinventaris
Poldernederlands
Assimilatie (taalkunde)
Variëteit
Standaardnederlands
Nederlands in Nederland
... in België
... in Suriname
Verschillen tussen het Nederlands in België, Nederland en Suriname
Nederlandse dialecten
Hollands
Brabants
Vlaams
Zeeuws
bdht-klinkerregel
Geschiedenis
geschiedenis van het Nederlands
geschiedenis van de Nederlandse spelling
Oudnederlands
Middelnederlands
Vroegnieuwnederlands
Nieuwnederlands
Overgenomen van "
Categorie
Nederlands
Verborgen categorieën:
Wikipedia:Artikel mist referentie sinds maart 2021
Wikipedia:Alle artikelen die een referentie missen
Wikipedia:Artikel mist tijdsaanduiding sinds februari 2021
Wikipedia:Artikel mist referentie sinds maart 2023
Nederlands
Onderwerp toevoegen