De geschiedenis van het geschreven Pools begint in
1136
. In een
bul
van
paus Innocentius II
komen voor het eerst op grote schaal Poolse namen voor. De eerste volledige Poolse zin vinden we in het
Księga henrykowska
('Boek van Henryków', naar de vestigingsplaats van een klooster in Silezië).
De eerste gedocumenteerde periode van het Pools noemt men het Oudpools. Men spreekt van het Oudpools voor de periode van 1136 tot ongeveer 1500. De daaropvolgende periode, het Middelpools, duurt tot ongeveer het midden van de achttiende eeuw. Daarna spreekt men van het Nieuwpools. Er bestaat discussie of de periode van het Nieuwpools tot vandaag de dag voortduurt; het huidige Pools wordt ook wel Modern-Pools genoemd.
Van het midden van de zestiende eeuw tot het begin van de achttiende eeuw was het Pools een hoftaal in Rusland.
De standaardtaal kende in zijn ontwikkeling perioden van pieken en dalen, maar gaat uiteindelijk terug tot de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. Of de Poolse standaardtaal nu het meest gebaseerd is op dialecten van Klein-Polen (Krakau) of Groot-Polen (Poznań,
Gniezno
) is nog steeds omstreden. Ook dialecten uit de oostelijke randgebieden van Polen (de
kresy
) genoten een vrij hoog prestige, wat zijn sporen in de standaardtaal heeft nagelaten. De invloed van Mazovië, waarin de hoofdstad Warschau ligt, op de standaardtaal is daarentegen vrij gering.
Aangezien het Proto-Slavisch al zeer vroeg van het
Proto-Indo-Europees
is afgescheiden, is de
genetische verwantschap
met andere Indo-Europese subfamilies alleen nog te zien aan de vorm van woorden die volledig deel uitmaken van het
kernlexicon
, zoals
ja
(vgl. het Franse
je
),
ty
(vgl. het Latijnse en Franse
tu
en het Duitse
du
) en het werkwoord
być
(vgl.
jest
met het Latijnse en Franse
est
).
Modern Poolse alfabet
Het Pools wordt geschreven met het
Poolse alfabet
. Het Poolse alfabet telt 35
Latijnse letters
, waaronder een aantal letters met
diakritische tekens
die als aparte letters beschouwd worden.
Het Poolse alfabet luidt als volgt:
Aa, Ąą, Bb, Cc, Ćć, Dd, Ee, Ęę, Ff, Gg, Hh, Ii, Jj, Kk, Ll, Łł, Mm, Nn, Ńń, Oo, Óó, Pp, Qq, Rr, Ss, Śś, Tt, Uu, Vv, Ww, Xx, Yy, Zz, Źź, Żż
De letters
en
worden niet tot het Poolse alfabet gerekend, hoewel de letters wel voorkomen in sommige leenwoorden en eigennamen. Het diakritisch teken ´ heet kreska ('streepje'), de ˛ wordt
ogonek
('staartje') genoemd, en het puntje op de
kropka ('puntje').
De spelling van het Pools is op het eerste gezicht niet gemakkelijk. Behalve de hierboven genoemde extra letters worden voor een aantal klanken (
fonemen
) ook lettercombinaties gebruikt, zoals
ch
cz
en
sz
. Het schriftbeeld dat ontstaat door de opeenhoping of herhaling hiervan, zoals in
na czczo
('op de nuchtere maag') en de plaatsnaam
Szczebrzeszyn
uitspraak
, vereist een zekere gewenning. Toch is de Poolse spelling vrij regelmatig: als men eenmaal de spelling van een woord kent, weet men in de regel ook hoe het moet worden uitgesproken.
Alle Poolse woorden zijn in principe
paroxytona
, dus de klemtoon ligt op de voorlaatste lettergreep. Een uitzondering hierop zijn sommige werkwoordsvormen en enkele leenwoorden, zoals
mate
ma
tyka
('wiskunde'),
fi
zyka
('natuurkunde') en
uni
wer
sytet
('universiteit').
Als de
in
In zuivere vorm als een nasale
, als in het Franse
on
Als de
in
In zuivere vorm als een nasale
, als in het Franse
bass
in
Als de
ie
in
ie
. In sommige posities duidt de
echter geen eigen klank aan; zie hieronder, bij 'Medeklinkers'
Als de
in
Als de
oe
in
oe
Als de
Als de Nederlandse
in
IPA
: ɨ)
Na de letters
en
drukt de
geen eigen klank uit, maar geeft hij aan dat de voorgaande klank palataal ('zacht') is. De lettercombinatie
ni
- zoals in
nie
('nee, niet') - wordt dus ongeveer uitgesproken als
nj
in het Nederlandse woord
fra
nj
Een
ogonek
onder de klinkers
en
geeft
nasalisatie
van deze klinkers weer – het tekentje heeft wel iets van een
cedille
. De nasale klanken
en
worden vooral voor
fricatieven
(wrijfklanken) als zuivere nasalen uitgesproken (bijvoorbeeld in
mąż
('man, echtgenoot')). Ook aan het eind van een woord wordt de
nasaal uitgesproken, zoals in
robią
('zij doen, zij maken'). De
wordt in die positie echter meestal als een ongenasaliseerde
uitgesproken, zoals in
idę
('ik ga'). In andere posities wordt
als /om/ of /on/ uitgesproken. Voorbeelden hiervan zijn
dąb
('eik'; als /om/) en
mądry
('wijs', als /on/). Iets soortgelijks geldt voor de
, die als /em/ of /en/ wordt uitgesproken:
zęby
('tanden', als /em/) en
będzie
('hij/zij/het zal zijn'; als /en/).
De genasaliseerde Poolse klinkers worden gezien als een restant uit het
Proto-Slavisch
. In andere Slavische talen zijn ze nagenoeg verdwenen. De status van deze klinkers als aparte fonemen in het Pools wordt de laatste tijd door sommige taalkundigen betwist.
Als de
ts
in
ts
aar
ch
Als een stemloze
zachte g
(een
stemloze
palatale
fricatief
cz
Als de
tsj
in
Tsj
echisch
, maar palataler (met de tong verder naar achteren, tegen het
harde gehemelte
Ongeveer als
tsj
in
Tsj
echië
dz
Stemhebbende tegenhanger van
dź
Stemhebbende tegenhanger van
dż
Stemhebbende tegenhanger van
cz
Als de
in
oal
Als
ch
Als de Engelse
bilabiaal
Als in het Franse
champa
gn
of het Spaanse
Espa
Als een rollende tongpunt-
rz
Als de
in
ournalist
, maar palataler (zie
cz
sz
Als de
sj
in
sj
abloon
, maar palataler (zie
cz
Als
sj
in
mee
sj
Als de
in
ader
(stemhebbend)
Stemhebbende tegenhanger van
Als
rz
Voor klinkers worden in plaats van de letters
en
de lettercombinaties
ci
ni
si
en
zi
gebruikt. Zo luidt de genitief van
ko
('paard') bijvoorbeeld
ko
ni
(vergelijk
sy
('zoon'), met de genitief
sy
).
Stemhebbende medeklinkers (
dz
dź
dż
rz
) worden aan het einde van een woord stemloos uitgesproken:
ró
/roe
/ ('hoek'),
ra
/ra
/ ('keer').
De Poolse
syntaxis
heeft een aantal kenmerken die meteen in het oog springen.
Een belangrijk kenmerk van de Poolse grammatica is een uitgebreid systeem van zeven
naamvallen
: de
nominatief
(mianownik),
genitief
(dopełniacz),
datief
(celownik),
accusatief
(biernik),
locatief
(miejscownik),
instrumentalis
(narzędnik) en
vocatief
(wołacz). Deze naamvallen worden ook wel aangeduid met een nummer van 1 tot 7, waarbij de genoemde volgorde wordt aangehouden. De verbuiging naar naamvallen speelt een rol in het hele nominale systeem, dat wil zeggen bij
zelfstandige naamwoorden
bijvoeglijke naamwoorden
voornaamwoorden
en
telwoorden
. Enkele telwoorden (met name
jeden
, "een", en
dwa
, "twee",) worden daarnaast net als bijvoeglijke naamwoorden verbogen naar grammaticaal geslacht.
De verbuiging van zelfstandige naamwoorden is een zeer gecompliceerd onderdeel van de Poolse grammatica. Zelfstandige naamwoorden worden ten eerste onderverdeeld in de volgende vijf verschillende verbuigingsklassen:
mannelijk bezield en persoonlijk;
mannelijk bezield en dierlijk;
mannelijk onbezield;
vrouwelijk concreet en/of bezield;
onzijdig.
De verbuiging van elk der klassen afzonderlijk gaat bovendien nog gepaard met vrij veel onregelmatigheden.
Het Pools is een
pro-droptaal
, wat wil zeggen dat het
onderwerp
in principe altijd kan worden weggelaten omdat alleen de
persoonsvorm
al genoeg informatie bevat. Werkwoorden beschikken daarnaast over een extra
aspect
als aparte
grammaticale categorie
. Dit houdt concreet in dat in principe elk werkwoord
perfectief
of juist
imperfectief
is. Daarnaast wordt bij de vervoeging van werkwoorden in de perfectieve vorm door middel van de persoonsvorm onderscheid gemaakt tussen een mannelijk en een vrouwelijk onderwerp. Aldus kunnen bijvoorbeeld de volgende zinnen worden gevormd:
Czytałem/Czytałam list
(imperfectief) .
Przeczytałem/Przeczytałam list
(perfectief)
Hoewel beide zinnen in de verleden tijd staan en vertaald kunnen worden met 'Ik (m/v) las de brief.', wordt het imperfectieve
czytać
('lezen') gebruikt in een context als 'Ik (m/v) las de brief (ik was de brief aan het lezen)' (vergelijkbaar met Engelse
past progressive tense
). De perfectieve tegenhanger
przeczytać
('lezen') in een context als 'Ik (m/v) las de brief (en heb hem ook uitgelezen).'
Het prefix
prze-
heeft de
allomorf
z-
in een vorm als
zrobić
(<
robić
, "doen, handelen").
Hetzelfde onderscheid bestaat in veel andere Slavische talen zoals het
Russisch
. In het Nederlands blijft dit verschil in beschouwing vaak onuitgedrukt; in het Pools móét deze keuze gemaakt worden.
In de tegenwoordige tijd drukken perfectieve werkwoorden de toekomende tijd uit:
Przeczytam list
'Ik zal de brief lezen'. Imperfectieve werkwoorden geven een onvoltooide handeling in de tegenwoordige tijd aan:
Czytam list
: 'Ik lees de brief' (ik ben de brief aan het lezen).
De echte
toekomende tijd
is de enige
tempus
die in het Pools op
analytisch
wijze wordt gevormd, door een combinatie van het
hulpwerkwoord
być
("zijn") en een
infinitief
of
voltooid deelwoord
będę
będziesz...
, enz.). Tussen de infinitief en het voltooid deelwoord bestaat in dit geval geen betekenisverschil:
Będziecie robić/robili
→ "Jullie zullen doen/handelen".
Het werkwoord "być" (zijn) wordt als volgt vervoegd in de
tegenwoordige tijd
Ja jestem – Ik ben
Ty jesteś – Jij bent
On/ona/ono jest – Hij/zij/het is
My jesteśmy – Wij zijn
Wy jesteście – Jullie zijn
Oni/one są – Zij (mannelijk/vrouwelijk) zijn
Pan/Pani jest – U (mannelijk/vrouwelijk enkelvoud) bent
Państwo są – U (meervoud) bent
Panowie są – U (mannelijk meervoud) bent
Panie są – U (vrouwelijk meervoud) bent
Vervoeging van "być" (zijn) in de
onvoltooid verleden tijd
, waarbij de persoonsvorm vaak congrueert met het geslacht van het onderwerp:
Ja byłem/byłam – Ik (mannelijk/vrouwelijk) was
Ty byłeś/byłaś – Jij (mannelijk/vrouwelijk) was
On był/ona była/ono było – Hij / Zij / Het was
My byliśmy/byłyśmy – Wij () waren
Wy byliście/byłyście – Jullie (mannelijk/vrouwelijk) waren
Oni byli/one były – Zij (mannelijk/vrouwelijk) waren
Pan był/Pani była – U (mannelijk/vrouwelijk enkelvoud) was
Państwo byli – U (meervoud) was
Panowie byli – U (mannelijk meervoud) was
Panie były – U (vrouwelijk meervoud) was
De meeste verleden tijd worden op dezelfde manier gevormd, dus door de uitgang "-ć" van de infinitief te vervangen door "-ł + persoonsuitgang".
Vervoeging van "być" in de
toekomende tijd
(deze vormen drukken tevens bepaalde
modaliteiten
uit):
Ja będę – Ik zal zijn
Ty będziesz – Jij zult zijn
On/ona/ono będzie – Hij / Zij/ Het zal zijn
My będziemy – Wij (mannelijk/vrouwelijk) zullen zijn
Wy będziecie – Jullie (mannelijk/vrouwelijk) zullen zijn
Oni/one będą – Zij (mannelijk/vrouwelijk) zullen zijn
Pan/Pani będzie – U (mannelijk/vrouwelijk enkelvoud) zult zijn
Państwo będą – U (meervoud) zult zijn
Panowie będą – U (mannelijk meervoud) zult zijn
Panie będą – U (vrouwelijk meervoud) zult zijn
Vervoeging van "iść" ("gaan, lopen") in de tegenwoordige tijd:
Ja idę – Ik ga
Ty idziesz – Jij gaat
On/ona/ono idzie – Hij/Zij/Het gaat
My idziemy – Wij gaan
Wy idziecie – Jullie gaan
Oni/one idą – Zij gaan
Pan/Pani idzie – U (mannelijk/vrouwelijk enkelvoud) gaat
Państwo idą – U (meervoud) gaat
Panowie idą – U (mannelijk meervoud) gaat
Panie idą – U (vrouwelijk meervoud) gaat
Vervoeging van "iść" ("gaan, lopen") in de verleden tijd:
Ja szedłem – (mannelijk) – Ja szłam (vrouwelijk) – Ik ging
Ty szedłeś – (mannelijk) – Ty szłaś (vrouwelijk) – Jij ging
On szedł – (mae) – Ona szła (vrouwelijk) – Ono szło (onzijdig) – Hij/Zij/Het ging
Pan szedł – (mannelijk) – Pani szła (vrouwelijk) – Jullie gingen (polite)
My szliśmy - Wij gingen
My szłyśmy (inf, myśmy szły) – Wij (alleen vrouwen) gingen
Wy szliście (inf.
wyście szli
) – Jullie gingen
Wy szłyście (
inf
. wyście szły) – Jullie (alleen vrouwen) gingen
Oni szli - Zij gingen
One szły – Zij (alleen vrouwen) gingen
Państwo szli – U (meervoud) ging
Panie szły – U (alleen vrouwen) ging
Bijwoorden in het Pools zijn onderverdeeld in kwalitatief (
jakościowe
) en adverbiaal (
okolicznościowe
). Sommige bijwoorden hebben verschillende
trappen van vergelijking
Opvallend zijn verder de frequente klankalternanties binnen sommige
paradigma's
, bijvoorbeeld:
mi
ast
('stad (nominatief)'), maar
mi
eści
('stad (locatief)'
pi
('hond (nominatief)'), maar
psa
('hond (genitief/accusatief)')
gó
('berg (nominatief)'), maar
gó
rz
('berg (datief/locatief)')
no
si
('dragen (infinitief)', met een /ś/), maar
no
sz
('ik draag')
('tand'), maar
by
('tanden')
Andere, minder opvallende kenmerken:
Het Pools heeft, net als de meeste andere Slavische talen (behalve het
Bulgaars
en het
Macedonisch
), geen
lidwoorden
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen
enkelvoud
en
meervoud
. De oude Slavische
dualis
('tweevoud') is slechts in drie woorden bewaard gebleven in de vorm van versteende uitgangen. Deze woorden duiden alle drie lichaamsdelen aan die gewoonlijk in paren voorkomen:
oko
('oog'),
ucho
('oor') en
ręka
(' hand').
Er wordt bij de verbuiging van naamwoorden een verschil gemaakt tussen mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Bij mannelijke woorden spelen bovendien twee semantische opposities een rol: 'bezield - onbezield' (in het enkelvoud) en 'personen - niet-personen' (in het meervoud). Op die manier kan globaal de volgende indeling worden gemaakt (de voornaamwoorden zijn paradigma's van de
derde persoon
):
Geslacht
Enkelvoud
Meervoud
Persoonlijk mannelijk
on
oni
Bezield mannelijk
one
Onbezield mannelijk
Vrouwelijk
ona
Onzijdig
ono
De kern van de Poolse
woordenschat
is natuurlijk Slavisch. Wel kent het Pools in vergelijking met andere Slavische talen veel
leenwoorden
en
leenvertalingen
. Een grote groep historische leenwoorden komt uit het
Duits
, als gevolg van het eeuwenlange contact tussen deze twee talen. Deze woorden zijn niet allemaal in dezelfde tijd ontleend. Een voorbeeld van een zeer oud leenwoord is
szkoda
('schade', maar ook 'jammer'). Recentere leenwoorden hebben vaak betrekking op handel en bestuur, zoals
burmistrz
('burgemeester'),
handlowy
('handel-'),
meldować
('melden'),
rachunek
('rekening'),
ratusz
('raadhuis, stadhuis') en
regał
('toonbank'). Een voorbeeld van een leenvertaling is
listonosz
('postbode'). Dit woord bestaat uit
list
('brief') en een afleiding van
nosić
('dragen'), gevormd naar het Duitse
Briefträger
Het Pools is gedurende lange tijd meerdere malen beïnvloed door het Tsjechisch. De eerste keer was in de tiende eeuw, toen
christelijke
terminologie (uit het
Latijn
of uit het Duits) werd geïmporteerd via het Tsjechisch. Ook in de veertiende en vijftiende eeuw - de bloeitijd van de Tsjechische cultuur - werd het Pools weer beïnvloed door het Tsjechisch. In de negentiende eeuw vond een omgekeerde beïnvloeding plaats: tijdens de wedergeboorte van het Tsjechisch als cultuurtaal nam deze taal weer woorden uit het Pools over.
Daarnaast heeft het Pools uiteraard ook de woordenschat van andere talen beïnvloed, met name die van het Duits en hierdoor indirect ook die van het Nederlands. Het bekendste Nederlandse woord met een Poolse herkomst is waarschijnlijk
grens
. Dit woord is via het Duitse
Grenze
afgeleid van het Poolse
granica
Uiteraard heeft het Pools ook leenwoorden uit andere talen overgenomen, zoals uit het Latijn (
uniwersytet
profesor
), het
Italiaans
pomidor
, "tomaat") en het
Frans
bagietka
, "stokbrood"). De meeste ontleningen in het Pools zijn tegenwoordig uit het
Engels
e-mail
komputer
menedżer
).
Enkelvoud
Meervoud
ja – ik
my – we
ty – jij, je
wy – jullie
on – hij
ona – zij
ono – het
oni – zij (mann.)
one – zij (vrouw.)
1. jeden – een
2. dwa – twee
3. trzy – drie
4. cztery – vier
5. pięć – vijf
6. sześć – zes
7. siedem – zeven
8. osiem – acht
9. dziewięć – negen
10. dziesięć – tien
11. jedenaście – elf
12. dwanaście – twaalf
13. trzynaście – dertien
14. czternaście – veertien
15. piętnaście – vijftien
16. szesnaście – zestien
17. siedemnaście – zeventien
18. osiemnaście – achttien
19. dziewiętnaście – negentien
20. dwadzieścia – twintig
21. dwadzieścia jeden – eenentwintig
29. dwadzieścia dziewięć – negenentwintig
10. dziesięć – tien
20. dwadzieścia – twintig
30. trzydzieści – dertig
40. czterdzieści – veertig
50. pięćdziesiąt – vijftig
60. sześćdziesiąt – zestig
70. siedemdziesiąt – zeventig
80. osiemdziesiąt – tachtig
90. dziewięćdziesiąt – negentig
100. sto – honderd
500. pięćset – vijfhonderd
1000. tysiąc – duizend
1.000.000 milion – miljoen
1.000.000.000 miliard – miljard
czas
tijd
sekunda
seconde
minuta
minuut
godzina
uur
dzień
dag
doba
etmaal
tydzień
week
dwa tygodnie
twee weken
miesiąc
maand
rok
jaar
dziesięciolecie
of
dekada
decennium
wiek
of
stulecie
eeuw
tysiąclecie
millennium
styczeń
januari
luty
februari
marzec
maart
kwiecień
april
maj
mei
czerwiec
juni
lipiec
juli
sierpień
augustus
wrzesień
september
październik
oktober
listopad
november
grudzień
december
bardzo zimno
zeer koud
deszczowo
regenachtig
słonecznie
zonnig
mokro
nat
pochmurno
bewolkt
wietrznie
winderig
sucho
droog
gorąco
heet
duszno
benauwd
żar leje się z nieba
het is gloeiend heet
wiosna
lente
lato
zomer
jesień
herfst
zima
winter
dom
huis
lotnisko
luchthaven
dworzec kolejowy
treinstation
dworzec autobusowy
bushalte
sklep
winkel
zamek
kasteel
plaża
strand
miasto
stad
wieś
dorp
kino
bioscoop
kościół
kerk
rynek
marktplein
więzienie
gevangenis
poczta
postkantoor
szkoła
school
cmentarz
begraafplaats
ulica
straat
Voor een taal met zo veel sprekers kent het Poolse weinig dialecten. De meeste Polen spreken iets wat de standaard relatief dicht benadert. Traditioneel worden er vijf grote dialectgroepen onderscheiden: Groot-Pools (in
Groot-Polen
, de streek rond
Poznań
), Klein-Pools (in
Klein-Polen
, rond
Krakau
), Mazovisch (in
Mazovië
, rond
Warschau
), Silezisch (in
Opper-Silezië
) en Kasjoebisch (in het noorden, ten westen van
Gdańsk
). De belangrijkste kleinere dialecten van het Pools zijn het
Podhale-dialect
van de bergbewoners (
górale
) in de
Podhale
en het nog door de oudere generatie gesproken dialect van
Kresy
, dat vóór de Russische annexatie van 1939 in een veel groter deel van Oost-Polen werd gesproken. Dit dialect vertoont met name overeenkomst met het
Oekraïens
en
Roetheens
, bijvoorbeeld op het gebied van
klinkerlengte
Tegenwoordig wordt het Kasjoebisch over het algemeen als aparte taal beschouwd. Ook het
Silezisch
geniet in toenemende mate erkenning als zelfstandige taal. Bovendien zijn er in het westen en zuidwesten nieuwe, gemengde dialecten bij gekomen door de nasleep van de
Tweede Wereldoorlog
: de dialectatlas van het Pools veranderde ingrijpend door de massale verhuizing van Polen uit voormalig Poolse gebieden in het oosten (Wit-Rusland, Oekraïne, Litouwen) naar voormalig Duitse gebieden in het westen (
Pommeren
, Silezië). Deze volksverhuizing heeft het dialectonderzoek na de oorlog aanzienlijk bemoeilijkt.
De belangrijkste tegenstelling is die tussen de gebieden die wél en de gebieden die níét 'mazureren'. Mazureren houdt in dat
sz
rz
cz
en
dż
alveolaire
fricatieven
en
affricaten
) worden vervangen worden door gewone
dentalen
en
dz
). Gebieden waarin dit verschijnsel voorkomt, zijn Mazovië, Klein-Polen en een deel van Silezië. Een ander dialectverschil betreft de uitspraak van stemhebbende medeklinkers in woordverbindingen voor
klinkers
en
sonoranten
en
)). In Mazovië wordt de
in
ju
idzie
('hij gaat al') en
ju
robi
('hij doet het al') stemloos uitgesproken (dus als
sz
), in Klein-Polen, Silezië en Groot-Polen (inclusief Poznań) stemhebbend. .
Bronnen, noten en/of referenties
Bernard Comrie, Greville G. Corbett (red.),
The Slavonic languages
, London-New York: Routledge, 1993,
ISBN 0-415-04755-2
Norbert Damerau,
Polnische Grammatik
, Berlin: Walter de Gruyter & Co., 1967.
Peter Rehder (red.),
Einführung in die slavischen Sprachen
, Darmstadt: Wissenschaftlichte Buchgesellschaft, 1998,
ISBN 3-534-13647-0
Ethnologue
pl
Słownik poprawnej polszczyzny
. PWN, Warszawa
(2010),
1110—1111.
US