Spaceshuttleprogramma - Wikipedia
Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf
Space Shuttle
Space Shuttle
Eerste lancering van een spaceshuttle:
Columbia
, op 12 april 1981
Het
spaceshuttleprogramma
was een Amerikaans
ruimtevaartprogramma
om mensen en vracht naar de ruimte te brengen door middel van
ruimteveren
space shuttles
).
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie
NASA
begon midden
jaren 70
, met hulp van de
Amerikaanse luchtmacht
, aan de ontwikkeling van de spaceshuttle (officieel
Space Transportation System
genoemd –
STS
). De gedachte achter de ontwikkeling van het STS was het bouwen van een
herbruikbaar ruimteschip
om goedkoop en op regelmatige basis ruimtemissies te kunnen vliegen. De structuur van de spaceshuttle is op het moment van lancering: een
roestkleurige
externe tank, twee slanke Solid Rocket Boosters en het ruimteveer, een gevleugeld
ruimtevaartuig
, de spaceshuttle in enge zin.
NASA heeft in totaal vijf ruimtewaardige spaceshuttles laten bouwen:
Atlantis
Challenger
Columbia
Discovery
en
Endeavour
. Daarnaast liet NASA ook drie niet-ruimtewaardige spaceshuttles bouwen:
Enterprise
Explorer
en
Pathfinder
Enterprise
en
Pathfinder
werden gebouwd als testobjecten en werden niet ingezet voor ruimtevluchten.
Explorer
is een tentoonstellingsreplica die voor het bezoekerscentrum van
Kennedy Space Center
werd gebouwd. Op 12 april 1981 was
Columbia
het allereerste ruimteveer dat in een baan rond de aarde werd gebracht. Daarna volgden
Challenger
(1983),
Discovery
(1984) en
Atlantis
(1985).
Endeavour
(1992) werd gebouwd ter vervanging van
Challenger
, die in 1986 verongelukte.
In totaal, tot aan eind juli 2011, zijn er 135 missies gevlogen. Daarvan zijn er twee fataal afgelopen, waarbij alle bemanningsleden en passagiers om het leven kwamen. Op 28 januari 1986 explodeerde
Challenger
73 seconden na de lancering, waarna er geen commerciële satellieten meer met een spaceshuttle vervoerd mochten worden. Op 1 februari 2003 verongelukte
Columbia
als gevolg van een beschadiging van het hitteschild, waardoor het ruimteschip de terugkeer in de atmosfeer niet overleefde. Het gevolg was, dat er beslist werd dat in 2010 de spaceshuttles uit de vaart zouden worden genomen. De resterende shuttlemissies zouden worden gebruikt om het
internationaal ruimtestation ISS
(International Space Station) af te bouwen. Eén missie werd een uitzondering: STS-125 ging in mei 2009 omhoog voor de laatste onderhoudsmissie aan de
ruimtetelescoop Hubble
STS-133
, met als eerste verwachte lanceerdatum 16 september 2010, zou oorspronkelijk de laatste missie van het spaceshuttleprogramma zijn. Op 19 juni 2008 werd echter besloten tot een extra missie,
STS-134
, en nog later werd daar
STS-135
aan toegevoegd. STS-135 vertrok op 8 juli en landde op 21 juli 2011. Daarmee kwam het ruim 30-jarig durende programma ten einde.
De drie overgebleven ruimtewaardige shuttles staan nu evenals de drie niet-ruimtewaardige shuttles tentoongesteld in musea in de Verenigde Staten.
Discovery
staat in het Steven F. Udvar-Hazy-centrum van het
National Air and Space Museum
in
Chantilly
, naast
Dulles International Airport
Enterprise
, die daar reeds tentoongesteld stond, werd daarop overgebracht naar het
Intrepid Sea, Air & Space Museum
in
New York
Atlantis
staat tentoongesteld op het bezoekerscentrum van het Kennedy Space Center in Florida.
Explorer
, die daar sinds 1993 stond, werd overgebracht naar
Space Center Houston
en in 2013 omgedoopt tot
Independence
Endeavour
staat nu in de hangar van het Californian Science Center, in Palmdale (vlak bij de fabriek waar deze shuttle in 1991 werd geassembleerd). Het ruimteschip zal later samen met twee SRB’s en de laatst gebouwde externe tank worden toegevoegd aan het Samuel Oschin Air and Space Center, naast het Science Center, dat bijna afgebouwd is.
Pathfinder
bleef staan waar hij al sinds 1988 tentoongesteld staat: het U.S. Space & Rocket Center in
Huntsville
Inleiding
bewerken
brontekst bewerken
Columbia
doorbreekt de
geluidsbarrière
Het idee van een herbruikbaar ruimtevaartuig dateert van de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. De spaceshuttle was belangrijk voor het Internationale ruimtestation
ISS
. Vergeleken met andere
raketten
kon de spaceshuttle met meer bemanning en een hogere frequentie het ruimtestation bezoeken en bemanning afzetten en ophalen, en ook een grote lading meenemen. Voor het ontwerp van de spaceshuttle was NASA verantwoordelijk. De shuttle werd gebouwd door Rockwell International, later overgenomen door Boeing. De vaste brandstofraketten (zijraketten) werden geleverd door Morton Thiokol (sinds 2007
ATK
, in 2014 Orbital ATK en sinds 2018
Northrop Grumman Innovation Systems
) en de grote roestbruine brandstoftank werd gemaakt door Martin Marietta, nu Lockheed Martin. Vanaf 1995 werd het beheer en het onderhoud van de spaceshuttle door NASA uitbesteed aan het consortium USA (United Space Alliance) bestaande uit
Lockheed Martin
en
Boeing
Bioscoopjournaal
uit 1978. Voorbereidingen voor de eerste vlucht van ruimte-vliegtuig
Enterprise
. Met een proefvlucht van de
Enterprise
, een raketlancering op Cape Canaveral en een animatie van de spaceshuttle-vlucht.
De eerste spaceshuttle die gebouwd werd was op 17 september 1976 klaar en heet
Enterprise
Enterprise
is alleen gebruikt voor testvluchten in de atmosfeer van de aarde; deze spaceshuttle had geen motoren en geen hitteschild en is dus nooit de ruimte in gelanceerd. Het is wel de enige spaceshuttle die in het Belgische en het Nederlandse luchtruim geweest is: in het kader van een Europese promotietoer bezocht
Enterprise
in 1983 onder andere de
Paris Air Show
. Op weg naar Londen vloog zij op de rug van een
Shuttle Carrier Aircraft
over onder meer Brussel, Antwerpen en Amsterdam en langs het strand van Zandvoort.
De eerste spaceshuttle die de ruimte in gelanceerd werd, was
Columbia
. Haar eerste ruimtereis
STS-1
begon op 12 april 1981 vanaf
Kennedy Space Center
in de Amerikaanse staat Florida. Deze shuttle verongelukte op 1 februari 2003 bij de terugkomst in de dampkring van missie
STS-107
De spaceshuttles werden gelanceerd met een zeer grote afkoppelbare externe brandstoftank voor de hoofdmotoren van de shuttle en twee grote
stuwraketten
die op vaste brandstof werken en die bij het eerste stadium van de lancering de meeste stuwkracht leveren. Bij het terugkeren in de
atmosfeer
remde de shuttle af door de wrijving met de lucht, waarbij veel warmte vrijkwam. Het ruimteveer landde als een
zweefvliegtuig
zonder eigen motoren. Bij het laatste deel van de landing werd een rem
parachute
gebruikt om sneller vaart te minderen op de landingsbaan.
Na de landing - op een willekeurig vliegveld - werd de
Orbiter
op een aangepaste
Boeing 747
, een
Shuttle Carrier Aircraft
, getild en teruggebracht naar Cape Canaveral.
Onderdelen
bewerken
brontekst bewerken
Externe tank en boosters
bewerken
brontekst bewerken
Bij het eerste deel van de lancering van de spaceshuttle werd de meeste stuwkracht geleverd door de twee vaste-brandstofraketten, zogeheten
Solid Rocket Boosters
(SRBs). Deze waren na twee minuten leeg en werden dan afgestoten. Ze landden aan parachutes in de Atlantische Oceaan waarna ze werden geborgen, opgeknapt en hergebruikt.
Vanaf 7 seconden voor de lancering werkten tevens de drie
RS-25
-hoofdmotoren van de shuttle zelf (de
Orbiter
), gevoed met brandstof uit de externe brandstoftank. Dit was een lichte tank met vloeibare
zuurstof
van −180
°C en vloeibare
waterstof
van −250
°C. Tijdens de lancering werden deze vloeistoffen naar de hoofdmotoren gepompt, waar ze verdampen en de waterstof met de zuurstof reageert (verbrandt). Daarbij ontstaat veel waterdamp. Door de goede warmtegeleidbaarheid van metaal wordt de buitenkant van de tank al snel bijna net zo koud als de inhoud. Daarom is de externe tank voorzien van een dikke laag isolatieschuim. Zonder dat zou zich veel ijs vormen door aanvriezing van waterdamp uit de buitenlucht. Een groot deel van dit ijs zou lostrillen bij de lancering en een gevaar vormen voor het hitteschild van de shuttle.
Ongeveer acht minuten na de lancering was de externe tank leeg en werd deze afgeworpen. In tegenstelling tot de andere delen van de spaceshuttle, werd de externe tank niet hergebruikt. Na het afstoten van de externe brandstoftank duurde de lancering nog zo'n twee minuten; de hoofdmotoren van de spaceshuttle werden dan niet meer gebruikt, kleinere hypergolische AJ10-190-motoren zorgden voor de nog benodigde stuwkracht.
Bij de eerste twee lanceringen met
Columbia
, in 1981, was de grote brandstoftank wit gespoten, om warmte van buitenaf te weren, omdat men toen dacht dat dit een negatief effect zou hebben op de koele brandstoffen binnenin de tank. Dit bleek achteraf onnodig en men spaarde zo'n 300 kilo gewicht aan verf uit.
Het isolerende schuim op de externe brandstoftank werd erop gespoten, waarna het uithardde. Het schuim diende naast hitteschild ook als beperking voor de ijsafzetting op de externe tank. Tijdens de lancering braken soms delen van het isolatieschuim af, al dan niet bedekt met ijs dat op het schuim ontstaat door de grote kou. Tijdens de lancering van STS-107, met de
Columbia
, werd de linkervleugel geraakt door zo'n stuk loslatend isolatieschuim. De impact hiervan was veel groter dan men tot op dat moment dacht; Het isolatieschuim sloeg een gat in de vleugel, ter grootte van een attachékoffer. Bij de terugkeer van de
Columbia
, op 1 februari 2003, sloeg hete plasma van de atmosfeer het gat in de vleugel binnen en verteerde zo langzaam het ruimteveer van binnenuit. De shuttle brak uit elkaar bij terugkeer in de atmosfeer op 60 kilometer hoogte. Daarom besloot NASA per 2011 (in eerste instantie 2010) van de spaceshuttle af te stappen en een ruimtevaartuig te ontwikkelen dat niet
naast
maar op de bovenkant van een eveneens nieuw te ontwikkelen
draagraket
geplaatst moest worden, zodat dit grote probleem zou verdwijnen.
Voor lanceringen vanaf Vandenberg Air Force Base vanwaar de ruimteveren naar een polaire baan zouden worden gelanceerd waren lichtere SRB’s ontworpen. De boostersegmenten van deze SRB’s waren vervaardigd uit koolstofvezel in plaats van staal. Door de lichtere boosters had de spaceshuttle sneller kunnen accelereren. Dit was nodig om te compenseren voor het ontbreken van de impuls van de Aarde bij dit type lanceringen. Na het Challengerongeluk in 1986 werden lanceringen vanaf Vandenberg die later dat jaar zouden beginnen uitgesteld en uiteindelijk afgeblazen. Twee reeds gebouwde koolstofvezel-boosters zijn samen met het test-artikel
Pathfinder
tentoongesteld op het U.S. Space & Rocket Center in Huntsville Alabama.
Hoofdaandrijving
bewerken
brontekst bewerken
De hoofdaandrijving bestond uit drie herbruikbare raketmotoren van het type
RS-25
(toentertijd vooral bekend onder de naam Space Shuttle Main Engines, SSME's) die werken op vloeibare zuurstof en vloeibare waterstof en werden gebouwd door
Pratt & Whitney Rocketdyne
Division. De stuwstoffen werden meegevoerd in de grote externe tank en worden onder druk aan de motoren toegevoerd. Elke hoofdmotor kon via een hydraulisch stuursysteem tot 10,5 graden in beide richtingen zwenken om de richting van de stuwkracht te regelen en zo de stabiliteit van de vlucht te garanderen. De hoofdmotoren konden over een bereik van 65% tot 109% van hun nominale vermogen geregeld worden. Hierbij gold 100% voor een stuwkracht van 1700
kN (170
ton). Op zeeniveau werd de motorstuwkracht op 104% gebracht. Na 45 seconden werd de motorstuwkracht verminderd tot 72% om te voorkomen dat de krachten op de shuttle te groot werden wanneer hij door de maximale dynamische druk (Max-Q) ging. Na 75 seconden werd de motorstuwkracht weer opgevoerd tot 104%.
De hoofdmotoren werden ontworpen voor een levensduur van 7,5 uur (55 lanceringen). De hoofdmotoren zijn 4,3
m lang, met een diameter van 2,3
m onderaan de straalpijp.
De brandstof werd in twee stappen op druk gebracht. De eerste stap (de Low Pressure Fuel Turbopump, LPFTP) bracht de druk op 19
bar
. De tweede stap was een hogedrukcentrifugaalpomp (High-Pressure Fuel Turbopump, HPFTP) en bracht de druk op 450 bar.
De vloeibare zuurstof werd eveneens in twee stappen op druk gebracht. De eerste stap (de Low Pressure Oxidizer Turbopump, LPOTP) bracht de druk op 29 bar. De tweede stap was een hogedrukcentrifugaalpomp (High-Pressure Oxidizer Turbopump, HPOTP) en bracht de druk op 300 bar.
Energie
voor
aandrijving
van de hogedrukstuwstofpompen kwam van voorverbranding van de stuwstoffen, waarmee meertraps
turbines
werden aangedreven. Als maximale vermogens voor de stuwstofpompen werd 53
MW
voor de brandstofpompen en 17
MW voor de zuurstofpompen opgegeven.
Hitteschild
bewerken
brontekst bewerken
Landing van
Columbia
, foto: NASA
Tijdens het begin van de landing werd de
kinetische energie
van de shuttle via
wrijving
met de atmosfeer omgezet in warmte (
thermische energie
). Zonder speciale maatregelen in de vorm van een hitteschild zou de constructie van de shuttle smelten of zelfs verdampen. Het
aluminium
van de shuttle mag niet warmer worden dan 180
°C. De onderzijde van het hitteschild bereikte een temperatuur van 1700
°C.
Het hitteschild bestond uit diverse materialen zoals thermische tegels (aan de romp en onderkant), thermische isolatiedekens (laaddeuren en stuwkolommen (OMS)) en versterkte koolstofpanelen (aan de vleugelranden en neuskegel).
Thermische tegels
bewerken
brontekst bewerken
De hele onderzijde van de spaceshuttle was bedekt met zwarte thermische tegels die bestand waren tegen temperaturen tot 1800
°C. Deze tegels zijn ongeveer 15×15
cm groot en bestonden uit een extreem licht keramisch materiaal, versponnen en gesinterd
siliciumdioxide
. De vorm van elke tegel was uniek, en als NASA nieuwe tegels nodig had moesten deze op bestelling worden gemaakt.
De dichtheid van de tegels was 150 gram per liter. De buitenkant van de tegels was zwart om de warmte-uitstraling te vergroten. De tegels zijn erg bros en kunnen daardoor geen vervorming opnemen. Daarom zijn ze op de huid van de shuttle bevestigd met een elastische lijmlaag, waarin bovendien een vezelige (
Nomex
) mat is opgenomen. De tegels werden aangebracht met een onderlinge spleet, om uitzetting door verhitting op te vangen.
Een witte variant van dezelfde tegels was bestand tegen temperaturen tot 950
°C en werd op de zijkant van de romp, de bovenkant van de OMS-pods en op de bovenkant van de neus van de spaceshuttle gebruikt.
Als de shuttle te veel vervormde of bewoog, sprongen de tegels los. Dit is met name gedurende de eerste vlucht van
Columbia
gebeurd, tijdens het transport op de rug van een
Boeing 747
. Toen verloor de shuttle bijna de helft van de al aangebrachte tegels. Hierop werd door NASA een gewijzigde lijmsoort ontwikkeld die de tegels beter vasthield. Ook bij de eerste lancering van
Columbia
viel een aantal tegels van de shuttle, maar gelukkig niet op kritieke plekken in het hitteschild.
Thermische isolatiedekens
bewerken
brontekst bewerken
De bovenkant van de vleugels, de laaddeuren en delen van de romp van de spaceshuttle waren bedekt met thermisch isolerende dekens. Deze dekens waren in tegenstelling tot de thermische tegels flexibel en waren makkelijker te onderhouden. Ze werden toegepast op plaatsen waar de temperatuur minder ver opliep tijdens de terugkeer in de atmosfeer, tot maximaal 650
°C.
Versterkte koolstofpanelen
bewerken
brontekst bewerken
De neus en voorranden van de vleugels zijn de delen van de spaceshuttle die het heetst werden tijdens de terugkeer in de atmosfeer. De temperatuur kon daar oplopen tot boven 1900
°C en daarvoor boden de zwarte thermische tegels onvoldoende bescherming. In plaats daarvan zijn op deze plaatsen met koolstofvezel en glasvezel versterkte panelen van zuivere koolstof aangebracht (Engels: RCC - Reinforced Carbon Carbon). Deze panelen waren extreem hittebestendig en veel steviger dan de thermische tegels, maar niet slagbestendig. Tijdens de lancering van
Columbia
voor de fatale missie STS-107 werd een koolstofpaneel in de rand van de linkervleugel geraakt door een stuk losgeraakt schuim van de externe tank. Hierdoor ontstond een gat in het paneel. Toen 16 dagen later de terugkeer werd ingezet, drong het superhete plasma door het gat de vleugel binnen en werd
Columbia
verwoest.
Landing
bewerken
brontekst bewerken
Bij terugkeer op aarde landt de spaceshuttle als een vliegtuig op een landingsbaan, zoals op de foto rechtsboven is te zien.
Bemanning en missies
bewerken
brontekst bewerken
De spaceshuttle kon
kunstmatige satellieten
meedragen voor hun ruimtemissie, of de bemanning gelegenheid geven reeds om de aarde draaiende kunstmanen te vervangen of te repareren. De ruimtevlucht van
Wubbo Ockels
in 1985 was de eerste waarbij de maximale bemanningscapaciteit van acht
ruimtevaarders
werd benut. Ook kon de spaceshuttle dienen als vervoermiddel naar en van permanente
ruimtestations
. Van de bemanning maakten altijd twee
piloten
deel uit. De andere astronauten hielden zich bezig met de taak van de vlucht.
Proefvluchten
bewerken
brontekst bewerken
De eerste keer dat een shuttle vrij vliegt. Dit na loskoppeling van de 747.
Atlantis
getransporteerd door de
Shuttle Carrier Aircraft
(1998)
Met
Enterprise
zijn uitgebreide proefvluchten genomen.
Enterprise
werd hiervoor op een speciaal hiervoor aangepaste
Boeing 747
, een
Shuttle Carrier Aircraft
, geplaatst. Ook werd daarmee de spaceshuttle getransporteerd. Op die manier is ook een promotievlucht gemaakt langs Frankrijk en Engeland. Daarbij werd ook laag over de Nederlandse kustprovincies gevlogen.
Technische kenmerken
bewerken
brontekst bewerken
Hoogte inclusief externe brandstoftank en hulpraketten: 56,14 m
Hoogte van orbiter: 37,23 meter lang
Spanwijdte: 23,79 meter
Startgewicht: 2.041.166 kilogram (varieert per vlucht)
Landingsgewicht: 104.326 kilogram (varieert per vlucht)
Maximum laadgewicht: 28.803 kilogram (varieert per orbiter)
Baanhoogte: 185 tot 643 kilometer
Snelheid: 27.875
km/u (varieert per baanhoogte)
De gebouwde Spaceshuttles
bewerken
brontekst bewerken
NASA
heeft in totaal 8 shuttles laten bouwen:
Test-Spaceshuttles
Pathfinder
(Stalen frame voor testen, wordt nu tentoongesteld)
Enterprise
(OV 101*) (Shuttle gebouwd voor testen binnen de atmosfeer, wordt nu tentoongesteld)
Operationele shuttles
Columbia
(OV 102*, verongelukt tijdens terugkeer op 1 februari 2003)
Challenger
(STA 99 / OV 99*, verongelukt tijdens start op 28 januari 1986)
Discovery
(OV 103*) (sinds 9 maart 2011 buiten dienst gesteld)
Atlantis
(OV 104*) (sinds 21 juli 2011 buiten dienst gesteld)
Endeavour
(OV 105*) (sinds 1 juni 2011 buiten dienst gesteld)
(*OV staat voor 'Orbiter Vehicle')
Replica's
Independence
(tot 5 oktober 2013 heette deze replica
Explorer
Lijst met lanceringen
bewerken
brontekst bewerken
Zie
Lijst van spaceshuttlemissies
voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Dit is een lijst met alle lanceringen vanaf 1981 tot 2001:
Jaar
Naam
Lancering
Landing
Crew
Afgelegde afstand (miljoenen kilometers)
1981
STS-1
12 april
14 april
1,72
1981
STS-2
12 november
14 november
1,72
1982
STS-3
22 maart
30 maart
5,34
1982
STS-4
27 juni
4 juli
4,64
1982
STS-5
11 november
16 november
3,36
1983
STS-6
4 april
9 april
3,36
1983
STS-7
18 juni
24 juni
1983
STS-8
30 augustus
5 september
1983
STS-9
28 november
8 december
6,88
1984
STS-41-B
3 februari
11 februari
5,28
1984
STS-41-C
6 april
13 april
4,64
1984
STS-41-D
30 augustus
5 september
1984
STS-41-G
5 oktober
13 oktober
5,28
1984
STS-51-A
8 november
16 november
5,28
1985
STS-51-C
24 januari
27 januari
2,08
1985
STS-51-D
12 april
19 april
4,64
1985
STS-51-B
29 april
6 mei
4,64
1985
STS-51-G
17 juni
24 juni
4,64
1985
STS-51-F
29 juli
6 augustus
5,28
1985
STS-51-I
27 augustus
6 september
4,64
1985
STS-51-J
3 oktober
7 oktober
2,72
1985
STS-61-A
30 oktober
6 november
1985
STS-61-B
26 november
3 december
4,48
1986
STS-61-C
12 januari
18 januari
1986
STS-51-L
28 januari
Explodeerde 73
s na lancering
28,8
km
1988
STS-26
29 september
3 oktober
2,72
1988
STS-27
2 december
6 december
2,88
1989
STS-29
13 maart
18 maart
3,2
1989
STS-30
4 mei
8 mei
2,72
1989
STS-28
8 augustus
13 augustus
3,36
1989
STS-34
18 oktober
23 oktober
3,2
1989
STS-33
22 november
27 november
3,36
1990
STS-32
9 januari
20 januari
7,2
1990
STS-36
28 februari
4 maart
3,04
1990
STS-31
24 april
29 april
3,36
1990
STS-41
6 oktober
10 oktober
2,72
1990
STS-38
15 november
20 november
3,2
1990
STS-35
2 december
10 december
5,92
1991
STS-37
5 april
11 april
1991
STS-39
28 april
6 mei
5,6
1991
STS-40
5 juni
14 juni
6,08
1991
STS-43
2 augustus
11 augustus
5,92
1991
STS-48
12 september
18 september
3,52
1991
STS-44
24 november
1 december
4,64
1992
STS-42
22 januari
30 januari
4,64
1992
STS-45
24 maart
2 april
5,12
1992
STS-49
7 mei
16 mei
5,92
1992
STS-50
25 juni
9 juli
9,28
1992
STS-46
31 juli
8 augustus
5,28
1992
STS-47
12 september
20 september
5,28
1992
STS-52
22 oktober
1 november
6,56
1992
STS-53
2 december
9 december
1993
STS-54
13 januari
19 januari
1993
STS-56
8 april
17 april
6,24
1993
STS-55
26 april
6 mei
6,72
1993
STS-57
26 juni
1 juli
6,56
1993
STS-51
12 september
22 september
6,56
1993
STS-58
18 oktober
1 november
9,28
1993
STS-61
2 december
13 december
7,04
1994
STS-60
3 februari
11 februari
5,44
1994
STS-62
4 maart
18 maart
9,28
1994
STS-59
9 april
20 april
7,52
1994
STS-65
8 juli
23 juli
9,76
1994
STS-64
9 september
20 september
7,2
1994
STS-68
30 september
11 oktober
7,52
1994
STS-66
3 november
14 november
7,2
1995
STS-63
3 februari
11 februari
4,8
1995
STS-67
2 maart
18 maart
11,04
1995
STS-71
27 juni
7 juli
6,56
1995
STS-70
13 juli
22 juli
5,92
1995
STS-69
7 september
18 september
7,2
1995
STS-73
20 oktober
5 november
10,56
1995
STS-74
12 november
20 november
5,44
1996
STS-72
11 januari
20 januari
5,92
1996
STS-75
22 februari
9 maart
10,4
1996
STS-76
22 maart
31 maart
6,08
1996
STS-77
19 mei
29 mei
6,56
1996
STS-78
20 juni
7 juli
11,2
1996
STS-79
16 september
26 september
6,24
1996
STS-80
19 november
7 december
11,2
1997
STS-81
12 januari
22 januari
6,56
1997
STS-82
11 februari
21 februari
6,65
1997
STS-83
4 april
8 april
2,4
1997
STS-84
15 mei
24 mei
5,76
1997
STS-94
1 juli
17 juli
9,92
1997
STS-85
7 augustus
19 augustus
7,52
1997
STS-86
25 september
6 oktober
1997
STS-87
19 november
5 december
10,4
1998
STS-89
22 januari
31 januari
1998
STS-90
17 april
3 mei
10,4
1998
STS-91
2 juni
12 juni
6,08
1998
STS-95
29 oktober
7 november
5,76
1998
STS-88
4 december
15 december
7,52
1999
STS-96
27 mei
6 juni
6,08
1999
STS-93
23 juli
27 juli
2,88
1999
STS-103
19 december
27 december
5,12
2000
STS-99
11 februari
22 februari
6,56
2000
STS-101
19 mei
29 mei
6,56
2000
STS-106
8 september
20 september
7,84
2000
STS-92
11 oktober
24 oktober
7,84
2000
STS-97
30 november
11 december
7,2
2001
STS-98
7 februari
20 februari
2001
STS-102
8 maart
21 maart
2001
STS-100
19 april
1 mei
2001
STS-104
12 juli
24 juli
2001
STS-105
10 augustus
22 augustus
2001
STS-108
5 december
17 december
Hergebruikte onderdelen
bewerken
brontekst bewerken
Nadat de laatste shuttle in 2011 landde, werden de drie overgebleven ruimteveren, na ontdaan te zijn van alle giftige stoffen, klaargemaakt voor tentoonstelling. Een aantal onderdelen werd echter verwijderd om later voor NASA's nieuwe raket, het
Space Launch System
(SLS), en het nieuwe ruimteschip,
Orion
, te gebruiken.
Zestien RS-25-hoofdmotoren zullen na upgrades dienstdoen op de core-stages (eerste trap) van de eerste vier vluchten. De onderdelen van de oorspronkelijk uit vier segmenten bestaande
Solidrocketboosters
zullen vijf segmenten tellende sideboosters vormen. De AJ10-190-motoren, waarmee de shuttle in de ruimte kon manoeuvreren, zijn aangepast om als hoofdmotor van de Europese servicemodule van de
Orion
-capsule te functioneren.
De
Pegasus
, het overkapte
dekponton
waarop de externe tanks van de Michoud Assembly Facility in Louisiana (waar ze werden gebouwd) naar het Kennedy Space Center vervoerd werden, is verlengd om ook de eerste trappen van het SLS te vervoeren.
Later zijn nog de drinkwatersystemen uit twee ruimteveren gehaald om in het ISS opnieuw gebruikt te worden.
Ook de
fixed service structure
, oftewel de toegangstoren van lanceercomplex 39A, is aangepast en wordt hergebruikt om ruimtevaarders en grondpersoneel toegang te bieden tot zowel de vrachtversie als de bemande variant van de
Dragon 2
van
SpaceX
, een van de commerciële ruimteschepen die zowel de ruimtetaxifunctie als de vrachttransportfunctie van de shuttle overnam. De
rotating service structure
werd vanaf het voorjaar van 2016 afgebroken. Die afbraak nam twee jaar in beslag.
Ook het voertuig dat de shuttles na de landing naar de hangars vervoerde is nu in gebruik bij SpaceX. Het is aangepast om gelande
Falcon 9
- en
Falcon Heavy
-boosters terug naar de hangars te vervoeren. Het werd ook eenmalig gebruikt om een volledig geassembleerde Falcon 9 van Lanceerplatform 39A naar Lanceerplatform 40 te verplaatsen.
De
Orbiter Processing Facility
is nu in gebruik voor fabricage en onderhoud van Boeings ruimtevoertuigen
X37B
en
Starliner
Een van de highbays van het Vehicle Assembly Building werd ingericht voor de
OmegA
-raket van
Northrop Grumman Innovation Systems
waarvoor ook een van de mobiele lanceerplatforms zouden worden aangepast. De OmegA werd echter voortijdig geannuleerd en de aanpassingen werden niet voltooid. Een andere highbay en een mobiel lanceerplatform zijn na kort voor de geannuleerde Ares I-raket te zijn ingericht verbouwd voor het Space Launch System.
De
Shuttle Landing Facility
wordt gebruikt voor landingen van de Boeing X-37B en de
Dream Chaser
Firing room 4 van het Launch Control Center is in 2019 in gebruik genomen door SpaceX.
Tentoonstellingen
bewerken
brontekst bewerken
De orbiters worden ieder op een andere manier tentoongesteld. Ieder moet een deel van de missie vertegenwoordigen. Discovery staat in het Smithsonian op zijn wielen alsof deze net geland is. Atlantis hangt in het bezoekerscentrum van het Kennedy Space Center alsof deze in de ruimte vliegt met zijn vrachtruim geopend. Voor Endeavour wordt anno 2022 in het California Science Center in Los Angeles nog aan een installatie gewerkt waarin deze met boosters en externe tank verticaal wordt geplaatst als op een lanceerplatform. De tentoonstellingsreplica Independence staat op het bezoekerscentrum van het Johnson Space Center in Houston bovenop een Spaceshuttle Carrier Aircraft opgesteld. En prototype Enterprise hangt in het Intrepid in New York met zijn neuswielen los van de grond alsof deze net touchdown heeft gemaakt en de voorwielen nog de grond nog moeten raken.
Trivia
bewerken
brontekst bewerken
De mechanieken van de luiken van het vrachtcompartiment waren ontworpen om de luiken in de ruimte te kunnen openen. Op Aarde waren ze onder invloed van de zwaartekracht daarvoor niet sterk genoeg en waren er zowel in horizontale als in verticale stand externe hulpstukken nodig om de luiken te openen en te sluiten.
Afbeeldingen
bewerken
brontekst bewerken
Tekening van
Challenger
Endeavour
levert een onderdeel van het ISS af
Discovery
is geland na een succesvolle missie
Externe links
bewerken
brontekst bewerken
Mediabestanden
Commons
heeft media
bestanden in de categorie
Spaceshuttleprogramma
en
Nasa - Space Shuttle
en
Chronologie van de spaceshuttle
en
Mission pages
Artikel op www.intospace.nl
alle spaceshuttlemissies
(chronologisch)
missies:
STS-1
STS-2
STS-3
STS-4
STS-5
STS-6
STS-7
STS-8
STS-9
STS-41-B
STS-41-C
STS-41-D
STS-41-G
STS-51-A
STS-51-C
STS-51-D
STS-51-B
STS-51-G
STS-51-F
STS-51-I
STS-51-J
STS-61-A
STS-61-B
STS-61-C
STS-51-L
STS-26
STS-27
STS-29
STS-30
STS-28
STS-34
STS-33
STS-32
STS-36
STS-31
STS-41
STS-38
STS-35
STS-37
STS-39
STS-40
STS-43
STS-48
STS-44
STS-42
STS-45
STS-49
STS-50
STS-46
STS-47
STS-52
STS-53
STS-54
STS-56
STS-55
STS-57
STS-51
STS-58
STS-61
STS-60
STS-62
STS-59
STS-65
STS-64
STS-68
STS-66
STS-63
STS-67
STS-71
STS-70
STS-69
STS-73
STS-74
STS-72
STS-75
STS-76
STS-77
STS-78
STS-79
STS-80
STS-81
STS-82
STS-83
STS-84
STS-94
STS-85
STS-86
STS-87
STS-89
STS-90
STS-91
STS-95
STS-88
STS-96
STS-93
STS-103
STS-99
STS-101
STS-106
STS-92
STS-97
STS-98
STS-102
STS-100
STS-104
STS-105
STS-108
STS-109
STS-110
STS-111
STS-112
STS-113
STS-107
STS-114
STS-121
STS-115
STS-116
STS-117
STS-118
STS-119
STS-120
STS-122
STS-123
STS-124
STS-125
STS-126
STS-127
STS-128
STS-129
STS-130
STS-131
STS-132
STS-133
STS-134
STS-135
Launch On Need
STS-3xx
geannuleerd:
lijst van geannuleerde spaceshuttlemissies
verongelukt:
STS-51-L
Challenger
) ·
STS-107
Columbia
toestellen:
Challenger
Columbia
Discovery
Endeavour
Atlantis
Overgenomen van "
Categorie
Spaceshuttleprogramma
Spaceshuttleprogramma
Onderwerp toevoegen