Woordregister, Chronologisch woordenboek, Nicoline van der Sijs - DBNL
Chronologisch woordenboek
(2001)
Informatie terzijde
Selecteer waarin je wilt zoeken
Vorige
Volgende
[pagina 865]
[p. 865]
Woordregister
a*
naam in waterlopen 776 [Künzel] {2.3}
voorzetsel 1832 [
wei
] A4
bepaald papierformaat 1992 [
gvd
] aaibaarheidsfactor
factor volgens welke de wereld wordt ingedeeld 1969 [De Coster 1999] {4.4}
aaien*
strelen 1717 [Claes Tw. 9]
aak*
schip 1520 [
hws
] {1.2.4/4.1.11}
aal*
beenvis 755-768 [Künzel] {2.3}
aalbes*
vrucht 1500 [Claes Tw. 12] {4.1.2}
aalmoes
gift 1236 [
cg i
1, 22] aalmoezenier
katholiek geestelijke 1251-1275 [
cg i
1, 292] aalscholver*
pelikaanachtige 1868 [
wnt
aambeeld*
blok waarop metalen bewerkt worden 1599 [Kil.]
aambei*
besachtige opzwelling van de aderen 1485 [
mnw
] {1.2.1}
aamborstig*
kortademig 1351-1400 [
hws
aan*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
aanappelen*
rotzooien, onverschillig te werk gaan 1974 [Endt] {1.2.5/3.1}
aanbakken*
vastkleven 1632 [
wnt
aanbevelen*
aanraden 1656 [
wnt
abuseeren Suppl]
aanbidden*
met geestdrift vereren 1240 [Bern.] {1.2.5}
aandacht
belangstelling 1430 [
hws
] aandoening*
gewaarwording 1553 [
wnt
haast]
aaneen*
bijwoord van tijd: elkaar in tijd opvolgend 1436 [
hws
] {4.1.7}
aanfluiting*
voorwerp van bespotting 1637 [Statenvertaling (2 Kronieken 29:8)]
aangaande*
voorzetsel 1854-1855 [
wnt
] {4.2}
aangenaam*
behaaglijk 1475 [
hws
aangeschoten*
dronken 1880 [
wnt
weg
aangezicht*
gezicht 1477 [Claes Tw. 9] {1.2.4/1.2.5}
aangezien*
onderschikkend voegwoord 1637 [
wnt
] {4.2}
aanhangwagen
wagen die door andere wordt voortgetrokken 1934 [Vd Sijs 1996, 236] aanhankelijkheid
innige gehechtheid 1847 [Vd Sijs 1996] aanklampen*
staande houden 1672 [
wnt
Suppl]
aanleiding*
omstandigheid die iets ten gevolge heeft 1614 [
wnt
aanlengen*
verdunnen 1592 [
wnt
aanmatigen, zich
wederrechtelijk aanspraak maken op 1658 [
wnt
] aanminnig*
bekoorlijk 1348 [
mnw
aanranden*
te lijf gaan (al dan niet met ontucht) 1544 [
hws
aanrecht*
keukenblok 1542 [Dasypodius] {1.2.5}
aanrichten*
veroorzaken 1597 [
wnt
Suppl]
aanschijn*
gelaat 901-1000 [
wps
aanstonds*
bijwoord van tijd: gauw 1673 [
wnt
Suppl] {3.1}
aantal
onbepaalde veelheid 1634 [
wnt
land] aantijgen*
beschuldigen 1562 [Naembouck]
aanvaarden*
beginnen 1240 [Bern.]
aanvallig*
bekoorlijk 1633 [
wnt
abel] {1.2.5}
aanvangen*
beginnen 1350 [
mnw
aanvankelijk
bijwoord van tijd: in het begin 1784-1785 [
wnt
] aanwezig*
voorhanden 1561 [
wnt
verdrinken]
aap*
primaat 1451-1500 [
mnw
] {4.1.3}
aapje*
huurrijtuig 1880-1885 [
wnt
] {4.1.10}
aar*
bovenste deel van de halm van graangewassen 1240 [Bern.]
aard*
akker 1019-1030 [Claes] {1.2.6/2.3}
aard*
geaardheid 1287 [
cg
NatBl] {1.2.6}
aardappel*
eetbare knol 1712 [
wnt
] {4.1.6}
aardbei
vrucht 1597 [
wnt
] {4.1.2}
aarde*
grond 901-1000 [
wps
] {1.2.6}
aarde*
onze planeet 1624 [
wnt
] {1.2.6}
aardewerk*
vaatwerk van aarde 1596 [
wnt
vreemdigheid]
aardig*
bekoorlijk, mooi 1420 [
hws
] {1.2.3}
aardig*
vriendelijk, beleefd 1786 [
wnt
] {1.2.3}
aardrijkskunde
geografie 1769 [Geographische Oefening schetzende de geheele aardrykskunde]
aardvarken
buistandig zoogdier 1779 [
wnt
] aardwolf
hyena-achtige 1882 [
wnt
z.j.] aars*
anus 1410 [
mnw
] {4.4}
aartsbisschop
metropoliet 1240 [Bern.] aartsdom
zeer dom 1866 [
wnt
aarzelen*
weifelen 1600 [
wnt
] {1.2.3/3.1}
aas*
lokspijs, voedsel 1287 [
cg
NatBl] {1.2.3}
aas
de één in het dobbel- en kaartspel 1350 [
mnw
] abactis
secretaris 1899 [
dbl
abacus
telraam 1515 [
wnt
trezoor] abattoir
slachthuis 1861 [
wnt
villen
] abces
ettergezwel 1669 [
mey
] abdicatie
troonsafstand 1824 [
wei
] abdiceren
troonsafstand doen 1824 [
wei
] abdij
klooster 1240 [Bern.] <
me
Latijn {3.2}
abdis
overste van vrouwenklooster 1265-1270 [
cg
Lut.K] [pagina 866]
[p. 866]
abdomen
onderbuik 1661 [Aanv
wnt
] abductie
wegvoering 1658 [
mey
] abeel
populier 1240 [
cg i
Gent] abel
bekwaam 1350-1420 [
mnw
] abel spel
Middelnederlands wereldlijk toneelspel 1410 [
mnw
] {4.1.15}
aberratie
afwijking 1658 [
mey
] abessijn
kattensoort 1951 [Sanders 1995] abituriënt
eindexamenkandidaat 1824 [
wei
] abject
verachtelijk 1824 [
wei
] ablatief
zesde naamval 1633 [Ruijs] ablaut
regelmatige klankwisseling 1846 [
wnt
wortel] abnormaal
tegen de norm 1864 [
wnt
abolitie
afschaffing 1540 [
hws
] A-bom
atoombom 1945-1950 [Van Nierop 1975] abominabel
afschuwelijk 1301-1400 [
hws
] abonneren
intekenen 1824 [
wei
] aborteren
een miskraam hebben of opwekken 1650 [
mey
] abortief
vruchtafdrijvend 1824 [
wei
] abortus
ontijdige geboorte, miskraam 1663 [
mey
] abracadabra
toverspreuk 1726 [
wnt
] abri
wachthuisje 1886 [
kku
] abrikoos
vrucht 1625 [
wnt
Suppl] abrupt
plotseling plaatshebbend 1650 [
mey
] abscis
afstand van een punt tot de y-as 1847 [
kku
] abseilen
zich langs een touw naar beneden laten zakken 1997 [Kampioen dl. 112, 4, 606-66, 7] absent
afwezig 1404 [Claes] absenteren, zich
zich verwijderen 1448 [
hws
] absentie
afwezigheid 1370-1378 [
hws
] absint
likeur 1775 [
wnt
] absolutie
vergiffenis van zonden 1265-1270 [
cg
Lut.K] absolutisme
onbeperkte heerschappij 1872 [
gvd
] absoluut
volstrekt 1553 [Vd Werve] absolveren
kwijtschelden 1265-1270 [
cg
Lut.K] absorberen
inzuigen 1553 [Vd Werve] absorptie
inzuiging 1824 [
wei
] abstinent
iemand die zich vrijwillig onthoudt 1301-1350 [
hws
] abstinentie
vrijwillige onthouding 1265-1270 [
cg
Lut.K] abstract
afgetrokken 1650 [Claes Tw. 12] abstractie
afgetrokken begrip 1824 [
wei
] abstraheren
in gedachte afzonderen 1824 [
wei
] absurd
ongerijmd 1548 [
wnt
] absurditeit
ongerijmdheid 1658 [
mey
] abt
overste van monnikenklooster 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] abuis
vergissing 1410 [
mnw
] acacia
boomsoort 1554 [Dod.] academicus
iem. met academische opleiding 1648 [
wnt
raken] academie
genootschap ter bevordering van wetenschap en kunst, hogeschool 1575 [
wnt
wassen
] acanthus
doornachtige plant 1608 [
wnt
berenklauw] a capella
zonder instrumentale begeleiding 1772 [Bouvink] accelerando
bijwoord: in versneld tempo 1824 [
wei
] acceleratie
versnelling 1625 [
wnt
Suppl] accelerator
versneller 1896 [
kui
] accelereren
versnellen 1553 [Vd Werve] accent
klemtoon 1240 [Bern.] acceptabel
aannemelijk 1720 [
mey
] acceptant
iem. die op zich neemt een wissel te betalen 1631 [
wnt
] acceptatie
aanneming, aanvaarding 1511 [
hws
] accepteren
aannemen 1452-1494 [
hws
] accessoires
bijkomende zaken 1503 [Boutillier] accijns
verbruiksbelasting 1629 [
wnt
] <
me
Latijn
acclamatie
toejuiching 1688 [
wnt
knevelarij] acclimatiseren
aan een ander klimaat gewennen 1824 [
wnt
accolade
haakje tot verbinding van twee of meer regels 1824 [
wei
] accommodatie
aanpassing 1624 [
wnt
] accommoderen
aanpassen 1582 [
wnt
Suppl nalezing] accompagneren
begeleiden 1598 [
wnt
] accordeon
toetsinstrument 1847 [
kku
] [pagina 867]
[p. 867]
accorderen
overeenkomen, overeenstemmen 1281 [
cg i
1, 564] accountant
rekeningkundige 1897 [
koe
] accrediteren
van geloofsbrieven voorzien 1734 [
wnt
] accu
energiereservoir 1919 [
wnt
] {1.1/1.2.4/1.2.5}
acculturatie
aanpassing aan de cultuur 1952 [Aanv
wnt
accumulatie
opeenhoping 1786 [
wnt
] accumulator
energiereservoir 1875 [
wnt
] accumuleren
opeenhopen 1524 [
hws
] accuraat
nauwkeurig 1654 [
mey
] accuratesse
zorgvuldigheid 1698 [
wnt
] accusatief
vierde naamval 1605 [P. Heyns, Cort onderwys] ace
bij tennis: service die niet kan worden geretourneerd 1984 [
gnn
] acetaat
zout van azijnzuur 1847 [
kku
aceton
oplosmiddel 1898 [
gvd
acetyleen
koolwaterstof 1895 [
wnt
volume]
ach*
tussenwerpsel: uitroep van droefheid 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.3}
achenebbisj
tussenwerpsel: uitroep van medelijden 1961 [
gvd
] achilleshiel
kwetsbare plaats 1872 [
gvd
achillespees
pees aan de hiel 1908 [
wnt
achromatisch
kleurloos 1824 [
wei
acht*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
acht*
aandacht 1350 [
hws
] {1.2.5}
achtel*
achtste hectoliter, oude inhoudsmaat 1460-1514 [
mnw
] {3.1}
achteloos*
onoplettend 1550 [
wnt
] {1.2.5}
achten*
acht slaan op 1265-1270 [
cg
Lut.K]
achter*
voorzetsel 876-900 [
cg ii
1, 39] {1.2.5/4.2}
achterbaks*
stiekem 1451-1500 [
mnw
achterban*
onderafdelingen 1350 [
mnw
achterdocht*
argwaan 1599 [Kil.]
achtereen*
bijwoord van tijd: zonder tussenpozen 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.7}
achterhoede*
achterste troepen van een leger 1376-1384 [
mnw
] {4.1.14}
achterklap*
kletspraat achter iemands rug 1301-1400 [
mnw
achterkleinkind*
kind van een kleinkind 1784-1785 [
wnt
] {4.1.4}
achterlijk*
ten achteren zijnde 1758 [
wnt
Suppl] {1.2.5}
achterstallig*
niet op tijd betaald 1299 [
cg i
1 Holland graf. kans.]
achterste*
billen 1567 [
wnt
] {1.2.1/4.4}
achterwaarts*
naar achteren 1445 [
mnw
] {1.2.5}
achterwerk*
billen 1882 [
wnt
z.j.] {4.4}
achttien*
telwoord 1266-1268 [
cg i
Gent] {4.2}
achturig
acht uur durend 1892 [
wnt
vakvereeniging] {3.1}
acid
lsd
1970 [R75] acid house
elektronische discomuziek 1988 [De Coster 1992] acne
vetpuistje 1832 [
wei
] acquisiteur
werver van advertenties e.d. 1908 [Baale, Handboek vreemde woorden] {3.3}
acquisitie
aanwinst 1518 [
hws
] acquit
kwitantie 1370-1378 [
hws
] acquitteren
kwijten 1650 [Aanv
wnt
] acrobaat
kunstenmaker 1824 [
wei
] acroniem
letterwoord 1990 [
wp
] acrostichon
naamvers 1824 [
wei
] acryl
kunststof 1974 [Aanv
wnt
] {4.1.9}
act
nummer 1965 [R75] acteren
toneelspelen 1843 [
wnt
acteur
toneelspeler 1553 [Vd Werve] actie
handeling 1390 [
hws
] actief
werkzaam 1580 [
wnt
] actinium
radioactief chemisch element 1950 [
gvd
] activeren
aanwakkeren 1847 [
kku
] activeren
een computerprogramma actief maken 1999 [R99] activiteit
werkzaamheid 1663 [
mey
] activum
bedrijvende vorm 1633 [Ruijs] actreutel
actrice met een stijl van acteren uit de jaren vijftig 1970 [R84] {1.2.5/4.4}
actualiteit
onderwerp van de dag 1754 [
wnt
] actuaris
wiskundig adviseur 1754 [
wnt
] actueel
op het ogenblik bestaand 1535 [
wnt
] acupressuur
druktherapie 1910-1914 [Bauwens]
acupunctuur
geneeswijze d.m.v. naalden 1832 [
wei
] {1.2.5}
acuut
plotseling opkomend (van ziekte) 1832 [
wei
] acuut
dringend 1916 [
wnt
] adagio
bijwoord: bedaard 1772 [Bouvink] adagium
spreuk 1650 [
mey
] adamsappel
strottenhoofd 1757 [Claes Tw. 9]
adaptatie
aanpassing 1863 [
kku
] adapter
apparaat tussen stekker en stopcontact als de systemen niet passen 1979 [Wijnands&Ost] adapteren
aanpassen 1847 [
wnt
] adat
traditie 1804 [
wnt
] adder*
slang 1340 [
mnw
] {1.2.4}
addict
verslaafde 1984 [
gnn
] [pagina 868]
[p. 868]
additief
m.b.t. optelling 1847 [
kku
] additioneel
toegevoegd 1672 [
wnt
] adel
stand der edelen 1447 [
hws
] adelaar
roofvogel 1477 [Teuth.] adelborst
aspirant-officier bij de marine 1813 [
wnt
] {4.1.14}
adellijk
lang bewaard (van vlees) 1780 [
wnt
Suppl]
adem*
ingeademde lucht 1240 [Bern.] {3.1}
adept
ingewijde 1660 [
wnt
Suppl nalezing] adequaat
overeenkomstig 1658 [
mey
] ader*
bloedvat 1236 [
cg i
1, 27]
aderlaten*
door het openen van een ader bloed aftappen 1537 [
wnt
Suppl]
adhesie
aantrekkingskracht 1820 [
wnt
] adhesie
instemming 1847 [
wnt
Suppl] ad hoc
voor deze zaak 1839 [
wnt
assimileeren Suppl] adie
tussenwerpsel: groet 1477 [Teuth.] {4.3}
adieu
tussenwerpsel: groet 1475 [
hws
] adjectief
bijvoeglijk naamwoord 1576 [Colloquien oft tsamensprekingen (...) in ses spraken] adjudant
officier van de staf 1706 [
wnt
] adjunct
toegevoegd functionaris 1503 [Boutillier] administrateur
bestuurder 1540 [
wnt
Suppl] administratie
bestuur 1299 [
cg
I4, 2709] administratief
m.b.t. de administratie 1805 [
mey
] administreren
besturen 1488 [
hws
] admiraal
opperbevelhebber van oorlogsvloot 1492 [
wnt
Suppl] admissie
toelating 1460-1486 [
mnw
verhalen] adolescent
jongeling 1886 [
kku
] adolescentie
jeugdjaren 1847 [
kku
] adopteren
aannemen als kind 1553 [Van Mussem] adoptie
aanneming als kind 1566 [
wnt
voorzicht] adoptief
aangenomen (als kind) 1503 [Boutillier] adorabel
aanbiddelijk 1720 [
mey
] adoratie
aanbidding 1553 [Vd Werve] adoreren
aanbidden 1553 [Vd Werve] ad rem
ter zake, snedig 1824 [
wei
] adrenaline
bijnierhormoon 1910 [
kwt
adres
woon- of verblijfplaats 1574 [Claes] adresseren
aan iem. richten 1512 [
hws
] adstructie
toelichting, staving 1683 [
wnt
] <
me
Latijn
adstrueren
toelichten 1656 [
wnt
] advent
naderende komst (des Heren) 1236 [
cg i
1, 25] adverbiaal
bijwoordelijk 1895 [
wnt
] adverbium
bijwoord 1633 [Ruijs] advertentie
aankondiging in krant e.d. 1785 [
wnt
Suppl] adverteren
openbaar bekendmaken 1451 [
hws
] advertorial
advertentie die gepresenteerd wordt als redactionele tekst 1988 [De Coster 1999] advies
mening, raad 1265-1270 [
cg
Lut.K] <
me
Latijn
adviseren
raad geven 1467-1490 [
hws
adviseur
raadgever 1847 [
wnt
] {3.3}
advocaat
rechtsgeleerde 1265-1270 [
cg
Lut.K] advocaat
tropische boom en vrucht 1770 [
wnt
] {4.1.2}
advocaat
eierdrank 1781 [
wnt
] {4.1.6}
advocatuur
werkkring van een advocaat 1924 [
gvd
] aerobics
gymnastische dans die de ademhaling bevordert 1984 [
gnn
] aërodynamica
leer van de beweging der gassen 1824 [
wei
aëroob
de zuurstof rechtstreeks onttrekkend aan de omgeving 1909 [
wnt
reincultuur] aëroplaan
vliegmachine 1911 [
wnt
] aërosol
de in de lucht zwevende deeltjes 1949 [Kath. Enc.]
af*
bijwoord van plaats 701-800 [Lex Salica] {2.2}
afasie
onvermogen tot taalgebruik 1863 [
kku
] afbouwen*
de bouw voltooien 1845-1849 [
wnt
] {1.2.3/1.2.5}
afbouwen
verminderen 1971 [Theissen 1978] afbranden*
vernietigend beoordelen 1985 [De Coster 1999] {1.2.1/1.2.5/3.1}
afdanken*
afwijzen, uit de dienst ontslaan 1546 [
wnt
Suppl]
affabile
lieflijk 1847 [
kku
] affaire
zaak 1300 [
mnw
] affect
gemoedsaandoening 1557 [
wnt
Suppl] [pagina 869]
[p. 869]
affectatie
gemaaktheid 1699 [
wnt
] affecteren
voorgeven 1582 [
wnt
] affectie
genegenheid 1433 [
hws
] affettuoso
met veel gevoel 1772 [Bouvink] affiche
aanplakbiljet 1823 [
wnt
] afficheren
aanplakken 1864 [
wnt
Suppl] affidavit
attest 1832 [
wei
] <
me
Latijn
affiliëren
als kind aannemen 1824 [
wei
] affiniteit
verwantschap 1553 [Vd Werve] affirmatief
bevestigend 1656 [
wnt
] affirmeren
bevestigen 1353 [
hws
] affix
toevoegsel 1911 [Gonggrijp, Brieven van Opheffer aan de Redactie van het Bataviaasch Nieuwsblad, 140-41] affreus
afschuwelijk 1785 [
wnt
] affricaat
klank die als explosief begint en als spirant eindigt 1912 [
kku
affronteren
krenken 1678 [
wnt
] affuit
onderstel van een vuurmond 1564 [
wnt
Suppl] afgezaagd*
zo dikwijls ter sprake gebracht dat het nieuwe er allang af is 1838 [
wnt
afgezant
(van staatswege) afgevaardigde 1637 [
wnt
] afghani
munteenheid van Afghanistan 1925 [Enc. Munten en Bankbiljetten] afgod*
valse godheid 1240 [Bern.]
afgrijzen*
afschuw 1440 [
mnw
afgrond*
grondeloze diepte 901-1000 [
wps
] {1.2.6}
afgunst*
jaloezie 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1}
aficionado
bewonderaar, fan 1986 [De Coster 1999] afijn
tussenwerpsel: kortom 1903 [
wnt
] {4.3}
afkalven*
afbrokkelen (van aarden wanden) 1578 [
wnt
Suppl]
afkatten
afsnauwen 1970 [Aanv
wnt
afkeer
weerzin 1611-1620 [
wnt
] afkicken
ontwennen van drugs 1968 [R75] afko
afgekort woord, zoals aso of depri 1987 [Kuitenbrouwer] {4.4/5}
afkondigen*
in het openbaar bekendmaken 1477 [
hws
] {3.1}
aflaat*
kwijtschelding van zonden 901-1000 [
wps
afmatten
uitputten 1654 [
wnt
afnemer
koper 1903 [
wnt
Suppl] afnokken
weggaan 1937 [
wnt
] aforisme
korte spreuk 1615 [
wnt
] <
me
Latijn
a fortiori
bijwoord: met meer reden 1600 [
wnt
reden
] afrodisiacum
geslachtsdrift stimulerend middel 1824 [
wei
] afrorock
combinatie van rock en Afrikaanse muziek 1992 [De Coster 1992] afrossen*
een pak slaag geven 1641 [
wnt
walgen]
afscheid*
het scheiden 1450 [
mnw
afschuw
gevoel van afkeer 1736 [
wnt
] afstijgen*
naar beneden gaan 1561 [
wnt
aft
spruw 1896 [
kui
] aftaaien
weggaan 1974 [Endt] aftakelen*
een schip aftuigen 1809-1811 [
wnt
aftands*
oud 1650 [Lezen in Geld. en Overijs. bronnen p, 53]
aftershave
scheerlotion 1965 [R75] aftrekken*
in de wiskunde: verminderen 1445 [Claes Tw. 9]
aftrekken*
bevredigen 1906 [
wnt
Suppl] {4.4}
aftroggelen*
afhandig maken 1644 [
wnt
aftuigen*
afranselen 1912 [
wnt
afvaardigen*
iem. zenden en machtigen 1580 [
wnt
Suppl] {3.1}
afvalbaron
industrieel die de milieuwetten schendt 1992 [De Coster 1999] {4.4}
afvallig
ontrouw 1637 [
wnt
] afwasmachine
toestel dat de afwas doet 1961 [
gvd
] {4.1.9}
afwezig*
absent 1599 [Kil.] {1.2.5}
afzakkertje
glaasje sterkedrank na maaltijd of andere drank 1730 [Sanders 1997a] {4.1.6}
afzet
het verkopen 1847 [Vd Sijs 1996] afzichtelijk*
wanstaltig 1856 [
wnt
afzien*
(in de sport) lijden 1970 [Recht voor raap] {1.2.2/3.1}
afzonderlijk*
op zichzelf staande 1650 [
wnt
agaat
kwartsgesteente 1240 [Bern.] agar-agar
gedroogd zeewier, de gelatine daaruit gemaakt 1765 [
wnt
] agave
vetplant 1852 [
wnt
] agenda
aantekenboek 1769 [
wnt
] agenderen
tot een agenda verenigen 1880 [
wnt
agenda Suppl]
agens
werkende kracht 1829 [
wnt
vocatief] agent
vertegenwoordiger 1554 [Stallaert] agent
beambte bij de politie 1841 [
wnt
] agentuur
handelsvertegenwoordiging 1847 [
kku
] ageren
optreden 1490 [
hws
] [pagina 870]
[p. 870]
aggiornamento
aanpassing van de kerk aan maatschappelijke ontwikkelingen 1975 [R75] agglomeraat
opeenhoping 1932 [
wnt
] agglomeratie
opeenhoping 1926 [
wnt
Suppl] agglutinatie
samenkleving 1847 [
kku
] agglutineren
samenkleven 1824 [
wei
] aggregaat
samenstel van werktuigen 1937 [
wnt
] aggregatie
samenvoeging 1548 [
wnt
clausule] <
me
Latijn
agio
opgeld 1565 [De Bruijn Tw. 10] agitatie
opgewondenheid 1553 [Vd Werve] agitato
onrustig 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] agitator
onruststoker 1847 [
kku
] agiteren
verontrusten 1553 [Vd Werve] agitprop
communistische afdeling 1984 [
gvd
] agnostisch
volgens de leer dat wij het transcendente niet kunnen kennen 1926 [
wnt
] agogiek
vormingswerk 1992 [
gvd
agogisch
m.b.t. de agogiek 1929 [
kwt
agoog
welzijnswerker 1969 [Aanv
wnt
agora
centraal plein in oude Griekse steden 1886 [
kku
] agorafobie
pleinvrees 1910 [
kwt
agrafie
onvermogen om schriftelijk te formuleren 1903 [
koe
agrariër
landbouwer 1888 [
wnt
Suppl] agrarisch
m.b.t. de landbouw 1769 [
wnt
] agressie
vijandelijke aanval 1592 [
wnt
] agressief
aanvallend 1847 [
kku
] agressiviteit
het agressief-zijn 1933 [
wnt
] agressor
aanvaller 1961 [
gvd
] ah*
tussenwerpsel: uitroep van verwondering, smart e.d. 1285 [
mnw
] {4.3}
aha*
tussenwerpsel: uitroep van verrassing 1850 [
wnt
] {4.3}
aha-erlebnis
plotseling dagend inzicht 1951 [
wp
(inzicht)] ahob
overwegboom 1950 [
wp
jaarboek 1962] ahoi
tussenwerpsel: uitroep om schip te praaien 1897 [
wnt
trechter] ahorn
esdoorn 1479 [Claes] ai*
tussenwerpsel: uitroep van onaangename gewaarwording 1220-1240 [
vmnw
] {4.3}
ai
tandarm zoogdier 1718 [Van Donselaar Tw. 12] Aibo
robothond 1999 [Sanders 2000] aids
ziekte 1983 [R84] aikido
Japanse gevechtssport 1972 [Grote Sport Enc.] aimabel
beminnelijk 1777 [
mey
] air
houding 1694 [
wnt
Suppl] airbag
ballon in het dashboard van een auto die zich bij botsing opblaast 1994 [Vd Sijs 1996, 306] airconditioning
luchtbehandeling 1939 [
kwt
] airedaleterriër
hondensoort 1919 [
kwt
] airmile
waardepunten die inwisselbaar zijn tegen reischeques 1994 [De Coster 1999] aïs
met een halve toon verhoogde a 1890 [Melchior] ajakkes
tussenwerpsel: uitroep van tegenzin 1855 [Focke, Neger-Eng. wrdb. 118] {4.3}
ajour
opengewerkt 1824 [
wei
] ajuin
ui 1285 [
cg
I2, 1021] ajuus, aju
tussenwerpsel: groet 1747 [
wnt
] {1.2.4/1.2.5/4.3}
akela
leidster van de welpen bij de padvinders 1926 [Aanv
wnt
] akelei
plantengeslacht 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] <
me
Latijn
akelig*
naar 1615 [
wnt
aker
emmer 1276-1300 [
cg
Lut.A] <
me
Latijn
akkefietje
karweitje, zaakje 1808 [
wnt
akker*
stuk bouwland 821-823 [Claes] {2.3}
akkerbouwer*
landbouwer 1556 [
wnt
Suppl] {4.1.13}
akkoord
overeenkomst 1290 [
cg
I2, 1454] akoestiek
gehoorleer 1751 [
wnt
Suppl] akropolis
stadsburcht 1886 [
kku
] aks*
bijl 901-1000 [
wps
akte
schriftelijk stuk 1453 [
hws
] akte
hoofddeel van toneelstuk 1798 [
wnt
] al*
onbepaald voornaamwoord 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {1.3/2.5/4.2}
al*
bijwoord van tijd: reeds 1634 [
wnt
Suppl] {4.1.7}
alaaf*
tussenwerpsel: carnavalskreet 1863 [
kku
] {4.3}
alang-alang
reuzengrassoort 1744 [
wnt
] alarm
noodsein, onrust 1488 [
hws
] albast
gipssoort 1285 [
cg
Rijmb.] [pagina 871]
[p. 871]
albatros
stormvogel 1763 [
wnt
] albe
wit miskleed 1240 [Bern.] albertijn
munt 1600 [Van Gelder 1965] albino
mens of dier zonder pigmentkleurstof 1824 [
wei
] album
boek met witte bladen om versjes of foto's te verzamelen 1700 [
wnt
] album
grammofoonplaat of cd 1974 [R75] albumine
in water oplosbaar eiwit 1847 [
kku
alcalde
burgemeester 1695 [Schimpdicht op Jacob van Zuylen van Nyevelt] alcazar
burcht 1855 [Kramers, Geographisch Wrdb.] alchemie
goudmakerij, primitieve scheikunde 1556 [
wnt
Suppl] <
me
Latijn
alcohol
kleurloze vloeistof 1770 [
wnt
Suppl] alcoholica
alcoholische dranken 1922 [
wnt
] alcomobilist
autobestuurder onder invloed 1993 [De Coster 1999]
al dente
beetgaar (van deegwaren) 1984 [Blue Band Basiskookboek] alert
bijdehand 1751 [
wnt
] alexandrijn
versvorm 1832 [Lulofs, Lessen over de Redekunst
, 179] alexie
woordblindheid 1910 [
kwt
alfa
eerste letter van het Griekse alfabet 1560 [
wnt
Suppl] alfabet
letters van een spellingsysteem 1484 [Claes] alfanumeriek
zowel met letters als cijfers werkend 1969 [Dijkman, Computer-
abc
56]
alg
wier 1663 [Claes] algebra
letterrekening 1612 [
wnt
Suppl] <
me
Latijn
algemeen*
gemeenschappelijk, universeel 1562 [Dict. Tetraglotton 328C]
algoritme
rekenschema 1734 [HubWes]
alias
bijwoord: ook wel genaamd 1391 [Claes Tw. 9] alibi
het aanwezig-zijn elders 1510 [
wnt
] alikruik
slak 1634 [
wnt
] alimentatie
toelage voor levensonderhoud van bloed- of aanverwanten 1737 [
wnt
] alinea
nieuwe regel 1838 [
wnt
] alk
steltloper 1763 [
hou i
, 5, 81] alkali
hydroxide van een alkalimetaal 1583 [Claes Tw. 12] <
me
Latijn
alkoof
klein vertrekje 1708 [
wnt
] Allah
naam van God bij de moslims 1686 [
wnt
verwoedheid] allee
laan 1513 [
wnt
] allee
tussenwerpsel: komaan 1654 [
wnt
] alleen*
bijwoord: zonder gezelschap 1240 [Bern.]
alleenstaande*
vrijgezel 1984 [
gvd
] {3.1/4.1.4}
allegaar*
onbepaald voornaamwoord 1236 [
cg i
1, 24] {4.2}
allegorie
zinnebeeldige voorstelling 1460-1470 [Latijns-Middelnederlands Vocabularius, hs. 19.590 Brussel] allegretto
bijwoord: levendig 1772 [Bouvink] allegrissimo
in de muziek: zeer snel 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] allegro
bijwoord: vrolijk 1772 [Bouvink] allehens
onbepaald voornaamwoord 1871 [Calisch, Nieuw Volledig Engelsch-Nederlandsch Wrdb.
] alleluja
tussenwerpsel: lofkreet 1330 [
mnw
] allemaal*
onbepaald voornaamwoord 1287 [
cg
NatBl] {4.2}
allemachtig*
tussenwerpsel: uitroep van verwondering 1878-1881 [
wnt
] {4.3}
allemande
een dans 1824 [
wei
] allengs*
bijwoord van tijd: langzamerhand 1615 [
wnt
] {3.1}
allergeen
allergie veroorzakende stof 1910-1914 [Bauwens]
allergie
overgevoeligheid voor bepaalde stoffen 1910 [Claes Tw. 12] allerhande*
onbepaald voornaamwoord 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] {4.2}
allerlei
onbepaald voornaamwoord 1400 [
mnw
] {4.2}
alles*
onbepaald voornaamwoord 1599-1607 [Claes] {4.2}
alliage
verbinding 1862 [
wnt
] alliantie
bondgenootschap 1451 [
hws
] allicht*
bijwoord van modaliteit: zeker wel 1749 [
wnt
relatie]
alligator
krokodilachtige 1734 [
wnt
] all-in
alles, iedereen 1971 [R75] alliteratie
stafrijm 1824 [
wei
] allocatie
toewijzing 1961 [
gvd
] allochtoon
niet-inheems 1920 [
wnt
allo-]
allochtoon
buitenlander 1971 [Burger en De Jong 182] {4.4}
[pagina 872]
[p. 872]
allocutie
toespraak 1654 [
wnt
] allooi
innerlijk gehalte 1360 [Pauw, Voorgeboden der stad Gent 78] allopathie
geneeswijze met tegenwerkende geneesmiddelen 1832 [
wei
] allotropie
het voorkomen van stoffen in andere toestanden 1872 [
gvd
allottava
met een octaaf verschil 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] allround
in alle opzichten bedreven 1924 [Aanv
wnt
] alluderen
zinspelen op 1561 [Mak] allure
houding 1824 [
wei
] allusie
zinspeling 1654 [
wnt
] alm
bergweide 1876 [Bos, Beknopt leerboek der aardijkskunde 34, 38] almachtig*
onbeperkt in macht 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5/5}
almanak
kalenderboekje 1401-1450 [
hws
] <
me
Latijn
aloë
plantengeslacht 1240 [Bern.] aloen-aloen
stadsplein 1851 [Van Doren, Reis naar Nederlands Oost-Indië] alpaca
hoefdier 1807 [
wnt
Suppl] alpaca
legering 1879 [
wnt
] alpino
baret 1938 [
wnt
] {3.3/4.1.9}
alruin
mandragora 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] als*
onderschikkend voegwoord 1200 [
cg ii
1 Servas] {1.2.5/4.2}
alsjeblieft, alstublieft*
tussenwerpsel: verzoek 1721 [
wnt
] {4.3}
alsmaar
bijwoord van tijd: voortdurend 1928 [Vd Sijs 1996] alsmede*
nevenschikkend voegwoord 1672 [
wnt
] {4.2}
alt
lage vrouwenstem 1795 [
wnt
] altaar
offertafel 1200 [
cg ii
1 Servas] alteratie
verandering 1528 [Vorstermanbijbel] altereren
veranderen 1351-1400 [
hws
] alternatie
afwisseling 1654 [
wnt
] alternatief
elkaar afwisselend 1544 [
wnt
] alterneren
afwisselen 1553 [Van Mussem] althans*
bijwoord van modaliteit 1642 [
wnt
] {3.1}
althans*
onderschikkend voegwoord 1715 [
wnt
] {4.2}
altijd*
bijwoord van tijd: voortdurend 1248-1271 [
vmnw
] {4.1.7}
altimeter
hoogtemeter 1847 [
kku
altoos*
bijwoord van tijd: altijd 1200 [
cg ii
1 Servas] {3.1}
altruïsme
onbaatzuchtigheid 1898 [
wnt
] aluin
dubbelzout 1240 [Bern.] aluminium
chemisch element 1835 [
wnt
] alvast*
bijwoord van tijd: voorlopig 1784-1785 [
wnt
] {4.1.7}
alveolair
bij de tandkassen gevormd (van spraakklanken) 1847 [
kku
alvleesklier*
pancreas 1856-1859 [
wnt
] {1.2.4}
alvorens*
onderschikkend voegwoord 1674 [
wnt
] {4.2}
alzheimer
een bepaalde ziekte 1919 [Picarta: titel van R. Tumbelaka]
ama
alleenstaande minderjarige asielzoeker 1993 [De Coster 1999] amabile
lieflijk 1772 [Bouvink] amalgaam
legering 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois, 204] <
me
Latijn
amandel
steenvrucht met eetbare pit 1251 [Claes Tw. 9] amandelpers
lekkernij 1746 [
wnt
Suppl] {1.2.4/4.1.6}
amanuensis
schrijver, helper 1615 [
wnt
] amaril
polijststeen 1567 [
wnt
Suppl] amaryllis
sierplant 1780 [
wnt
] amateur
beoefenaar uit liefhebberij 1654 [
wnt
] amazone
strijdbare vrouw 1582 [
wnt
] amazone
sierlijke paardrijdster 1867 [
wnt
] ambacht
handwerk 772-776 [Claes] ambassade
gezantschapsgebouw 1878 [
wnt
] ambassadeur
gevolmachtigd gezant 1416 [
hws
] amber
barnsteen, harssoort 1516 [
wnt
Suppl] ambiance
sfeervolle omgeving 1959 [Aanv
wnt
] ambiëren
dingen naar 1619 [
wnt
] ambigu
dubbelzinnig 1666 [
wnt
duister] ambiguïteit
dubbelzinnigheid 1654 [
wnt
] ambitie
eerzucht 1555 [
wnt
reverentie] [pagina 873]
[p. 873]
ambivalent
twee waarden hebbend 1934 [
wnt
] ambrosia
godenspijs 1561 [
wnt
] ambt
openbare, hogere betrekking 1580 [
wnt
Suppl] ambulance
ziekenauto 1910-1914 [Bauwens] ambulant
steeds op weg, zonder vaste standplaats 1805 [
wnt
] amechtig*
sterk hijgend 1574 [
wnt
Suppl]
amelkoren
spelt, tarwe 1567 [Junius 126b] {4.1.2}
amen
slotwoord van gebeden, tussenwerpsel 1001-1050 [
cg ii
1, 118] amendement
wijzigingsvoorstel 1849 [
wnt
beraadslaging] amenderen
verbeteren 1862 [
wnt
] amenorroe
uitblijven van menstruatie 1847 [
kku
americium
chemisch element 1961 [
gvd
] amethist
kwarts 1240 [Bern.] ametropie
afwijking van het normale zien 1886 [
kku
ameublement
bij elkaar horende meubels 1707 [
wnt
] amfetamine
stimulerend middel 1968 [R75] amfibie
periodiek in het water levend dier 1698 [
wnt
menigte] amfibrachys
een versvoet 1824 [
wei
] amfitheater
rond, oplopend theater 1658 [
mey
] amfoor
kruik 1873 [
wnt
twee] amicaal
vriendschappelijk 1782 [
wnt
] amice
vriend 1654 [
wnt
] amigocratie
bestuur d.m.v. vriendjespolitiek 1987 [De Coster 1999]
aminozuur
organische verbinding die zowel amino- als carboxylgroep bevat 1935 [
wnt
anaconda Suppl]
ammehoela
tussenwerpsel: nooit van mijn leven! 1928 [Sanders 1993] {4.3}
ammonia
oplossing van ammoniak in water 1831 [
wnt
ammoniak
verbinding van stikstof en waterstof 1562 [Claes Tw. 9] ammoniet
fossiele schelp 1771 [
hou i
, 16, 415]
ammunitie
schietvoorraad 1576 [Schulten Tw. 9] amnesie
geheugenverlies 1847 [
kku
] amnestie
generaal pardon 1610 [
wnt
] amoebe
slijmdiertje 1858 [
wnt
] amogger
asielzoeker met onacceptabel gedrag 1999 [
nrc-h
10/2/2001] amok
razernij 1622 [
wnt
] amontillado
sherry 1910 [E.A. Poe, Een tiental verhalen, xxi] amorette
liefdesgodje, cupidootje 1847 [
kku
] amorf
vormloos 1856 [
wnt
] amoroso
teder 1772 [Bouvink] amoureus
verliefd 1265-1270 [
cg
Lut.K] amoveren
verwijderen 1553 [
wnt
] ampel
omstandig 1566 [
wnt
] amper*
bijwoord van hoedanigheid: ternauwernood 1771 [Claes]
ampère
eenheid van elektrische stroomsterkte 1887 [
wnt
] ampersand
bepaald typografisch teken 1992 [
gvd
] ampex
beeldband 1970 [Recht voor raap] amplificeren
vergroten 1553 [
wnt
] amplitudo
schommeling, slingerwijdte 1769 [
wnt
] ampul
buisje met injectievloeistof 1933 [
wnt
Suppl] amputatie
afzetting van lichaamsdeel 1553 [
wnt
] amputeren
(lichaamsdeel) afzetten 1553 [
wnt
] amsterdammertje*
paaltje tegen parkeren op de stoep 1974 [Aanv
wnt
] {1.2.5/3.1}
amulet
talisman 1669 [Claes] amusant
vermakelijk 1824 [
wei
] amuse-gueule
hapje bij het aperitief 1992 [
gvd
] amusement
vermaak 1721 [
wnt
] amuseren
vermaken 1593 [
wnt
] anaal
m.b.t. de anus 1923 [
wnt
] anabaptist
wederdoper 1534 [
wnt
] anabool
opbouw van eiwit bevorderend 1973 [Aanv
wnt
] anachronisme
fout m.b.t. tijdrekening 1734 [
wnt
] anaconda
slang 1847 [
kku
] anaëroob
zonder zuurstof plaatsvindend of levend 1909 [
wnt
reincultuur]
anafylaxie
vorm van allergie 1948 [
kwt
anagram
letterkeer 1654 [
wnt
] anakoloet
niet-lopende zin 1847 [
kku
] [pagina 874]
[p. 874]
analgesie
gevoelloosheid 1734 [HubWes] analgeticum
pijnstiller 1910-1914 [Bauwens] analoog
overeenkomstig 1824 [
wei
] analyse
ontbinding 1806 [
wnt
Suppl] analyseren
een analyse toepassen op 1635 [
wnt
analyticus
die analyseert 1847 [
kku
] <
me
Latijn
anamnese
het terugroepen in de herinnering 1824 [
wei
] anamorfose
vertekende figuur die in gebogen spiegel normaal beeld oplevert 1734 [HubWes] ananas
vrucht 1596 [
wnt
] anapest
versvoet 1821 [
wnt
] anarchie
regeringloosheid, wanorde 1584 [
wnt
] anathema
vervloeking 1532 [
wnt
] anatomie
ontleedkunde 1553 [Vd Werve] anchorman
vaste presentator 1988 [De Coster 1999] anciënniteit
ouderdom in rang 1764 [
wnt
] andante
bijwoord: rustig voortgaande 1795 [
wnt
] andantino
bijwoord: rustig voortgaande 1772 [Bouvink] ander*
telwoord: de tweede, niet dezelfde 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
ander*
onbepaald voornaamwoord 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
anderhalf*
telwoord 1272 [
cg i
1, 211] {4.2}
anders*
bijwoord van modaliteit: op andere wijze 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] {3.1}
andijvie
plant, groente 1351-1400 [
hws
] <
me
Latijn {4.1.6}
andreaskruis
liggend kruis 1857 [
wnt
sint]
androgeen
leidend tot mannelijke ontwikkelingsvormen 1961 [
gvd
androgyn
hermafrodiet 1601 [
wnt
verpottenbakken] anekdote
amusant verhaal 1800 [
wnt
wijzen] anemie
bloedarmoede 1669 [
wnt
] anemoon
plantengeslacht 1593 [
wnt
Suppl] anencefalie
deels ontbreken van hersenen 1886 [
kku
anesthesie
gevoelloosheid 1663 [
mey
] angehaucht
tenderend naar 1992 [
gvd
] angel*
haak, hengel 1276-1300 [
cg ii
1, 2] {1.2.3/3.1}
angelus
drieledig gebed 1728 [Marin, Compleet Fransch en Nederduitsch wrdb.] angina
keelziekte 1553 [
wnt
] angioom
vaatgezwel 1912 [
kku
anglaise
dans 1832 [
wei
] anglicaan
lid van de anglicaanse Kerk 1871 [Calisch, Nieuw Volledig Engelsch-Nederlandsch Wrdb.] anglicisme
uit het Engels overgenomen woord of uitdrukking, in strijd met het eigen taalgebruik 1824 [
wnt
] anglofiel
voorliefde voor Engels of Engelsen tonend 1886 [
kku
angora
wol 1821 [
wnt
] angorakat
kattensoort 1770 [Papillon] {4.1.3}
angst*
vrees 901-1000 [
cg wps
Gloss.]
angstgegner
tegenstander van wie men vaak verliest 1991 [De Coster 1999] angsthaas
bangerd 1984 [
gvd
] ångströmeenheid
eenheid voor kleine golflengten 1950 [
gvd
ani-ani
rijstmesje 1880 [F. Bruins, Het Wereldrond
iii
, 78] anijs
plant 1240 [Bern.] aniline
grondstof voor kleurstoffabricage 1856 [
wnt
] animaal
dierlijk 1568 [
wnt
] animatie
activering 1657 [
wnt
animatie
bewegend beeld 1984 [
gvd
] animato
levendig 1772 [Bouvink] animator
hij die stimuleert 1924 [
wnt
] animeermeisje
meisje dat in nachtclubs klanten verleidt tot consumeren 1948 [
wnt
] animeren
opwekken 1451-1500 [
hws
] animisme
opvatting dat alle dingen een ziel hebben 1873 [
wnt
animo
opgewektheid 1836 [
wnt
] animositeit
vijandigheid 1660 [
wnt
] animoso
bezield 1772 [Bouvink] anion
negatief geladen ion 1912 [
kku
anisette
likeur uit anijszaad 1866 [
wnt
] anjer
plantengeslacht 1554 [Dod.]
ankeiler
covertekst, intro 1986 [De Coster 1999] anker
gestel om schip vast te leggen 1240 [Bern.] [pagina 875]
[p. 875]
anker
inhoudsmaat 1330 [Claes] <
me
Latijn
anklet
korte sok 1955 [Stoop] annalen
jaarboeken 1553 [
wnt
] annex
aangrenzend 1562 [
wnt
] annexatie
inlijving 1870 [
wnt
] annexeren
inlijven 1859 [
wnt
Suppl] anno
bijwoord van tijd: in het jaar 1513 [
wnt
verponding] annonceren
aankondigen 1669 [
wnt
] annotatie
aantekening 1634 [
wnt
Suppl] annoteren
aantekenen 1510 [
wnt
] annuïteit
jaarlijkse uitkering 1736 [
wnt
] annuleren
vernietigen 1344 [Moors 286, 39] anode
positieve elektrode 1862 [
wnt
anomalie
onregelmatigheid 1824 [
wei
] anoniem
naamloos 1824 [
wei
] anonymus
een ongenoemde 1721 [
wnt
] <
me
Latijn
anorak
windjak 1961 [
gvd
] anorexie
gebrek aan eetlust 1663 [
mey
] anorganisch
niet-levend 1860 [
wnt
anorgasmie
het ontbreken van orgasme 1961 [
gvd
] ansicht
prentbriefkaart 1912 [
kku
] ansjovis
beenvis 1518 [
wnt
Suppl] antagonist
tegenstander 1689 [
wnt
] antecedent
voorafgaand feit 1862 [
wnt
] antedateren
voorzien van vroegere dagtekening 1668 [
wnt
Suppl] antediluviaal
m.b.t. de tijd vóór de zondvloed 1872 [
gvd
antenne
draad voor het zenden en ontvangen van elektromagnetische golven 1906 [
wnt
Suppl] anthologie
bloemlezing 1769 [
wnt
] anti
voorzetsel 1824 [
wei
] antibioticum
microbedodend middel 1924 [
gvd
] antichambre
wachtkamer 1650 [
wnt
] anticipatie
het vooruitgrijpen 1502 [
hws
] anticiperen
vooruitlopen op 1784 [
wnt
] anticlimax
teleurstellende afloop 1847 [
kku
anticonceptie
het verhinderen van bevruchting 1953 [Aanv
wnt
antidotum
tegengif 1608 [
wnt
ruit] antiek
afkomstig uit de Griekse of Romeinse Oudheid, afkomstig uit oude tijden 1553 [Vd Werve] antifoon
beurtzang, liturgisch vers 1240 [Bern.] <
me
Latijn
antigeen
stof die in organisme tegengif vormt 1950 [
gvd
antilope
herkauwer 1622 [
wnt
] antimakassar
kleedje over rugleuning 1856 [Sanders 1995] antimonium
chemisch element 1544 [
wnt
Suppl] <
me
Latijn
antipasto
voorgerecht 1968 [
wp
voor de vrouw] antipathie
afkeer jegens iemand 1604 [
wnt
] antipode
tegenvoeter 1613 [
wnt
] antipyrine
geneesmiddel tegen koorts 1891 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] antiqua
Latijnse drukletter 1843 [
wnt
] antiquaar
handelaar in oude boeken 1870 [
wnt
] antiquair
handelaar in oude kunst 1660 [
wnt
] antiquiteit
voorwerp uit vroeger tijd 1561 [Mak] antisepsis
ontsmetting 1910 [
kwt
] antithese
tegenstelling 1773 [
wnt
] antoniem
tegengesteld van betekenis 1912 [
kku
] antonomasia
naamsverwisseling 1654 [
mey
] antraciet
steenkoolsoort 1832 [
wei
] antrax
miltvuur 1871 [
wnt
anthrax Suppl] antropofaag
menseneter 1824 [
wei
] antropoïde
mensachtig 1986 [
wnt
welving] antropologie
natuurkennis van de mens 1734 [
wnt
antropomorf
mensvormig 1859 [
wnt
] antroposofie
een bepaalde levensleer 1933 [
wnt
anthropo-]
antwoord*
bescheid 1100 [Willeram]
antwoordapparaat
telefoonbeantwoorder 1979 [Wijnands&Ost] {4.1.17}
anus
aars 1833 [
wnt
visch] aoristus
werkwoordstijd 1638 [Ruijs] aorta
lichaamsslagader 1663 [
mey
] apart
afgescheiden 1498 [
hws
] apartheid
rassenscheiding 1961 [
gvd
] apathie
ongevoeligheid 1824 [
wei
] apekool
onzinpraat 1763 [
wnt
pluizen
[pagina 876]
[p. 876]
apenstaart(je)
typografisch teken, at-sign 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 69]
apepsie
onvoldoende spijsvertering 1734 [HubWes] aperitief
drank voor de maaltijd 1895 [
wnt
] apert
duidelijk 1401-1450 [
mnw
] apestoned
erg onder invloed van drugs 1979 [De Coster 1999] {4.4}
apex
top 1834 [
wnt
vlakte] apicultuur
bijenteelt 1929 [
kwt
apin*
wijfjesaap 1451-1500 [
mnw
aplomb
doortastendheid 1847 [
wnt
Suppl] apneu
tijdelijke ademstilstand 1669 [
mey
] apocope
wegval van een eindletter(greep) 1550 [
wnt
Suppl] apocrief
niet als gezaghebbend erkend 1599 [
wnt
Suppl] apodictisch
onweerlegbaar 1799 [
wnt
Suppl] apologetisch
verdedigend 1824 [
wei
] apologie
verdediging 1567 [
wnt
Suppl] apoplexie
beroerte 1553 [
wnt
Suppl] apostel
Godsgezant 1240 [Bern.] a posteriori
bijwoord: achteraf gedacht 1824 [
wei
] apostille
kanttekening op akte 1351-1400 [
mnw
] apostolaat
apostelambt 1847 [
wnt
] apostolisch
m.b.t. de apostelen 1495 [
wnt
Suppl] apostrof
weglatingsteken 1550 [
wnt
] apotheek
geneesmiddelenwinkel 1265-1270 [
cg
Lut.K] <
me
Latijn {3.2}
apotheker
geneesmiddelenbereider en -verkoper 1513 [
wnt
Suppl] apotheose
vergoddelijking 1769 [
wnt
] apparaat
toestel, mechanisch hulpmiddel 1862 [
wnt
] apparatsjik
bureaucraat 1984 [
gvd
] apparatuur
samenstel van apparaten 1933 [
wnt
] appartement
wooneenheid 1687 [
wnt
] appassionato
hartstochtelijk 1847 [
kku
] appel*
vrucht 1146 [Künzel] {2.3/4.1.2}
appèl
beroep, verzet 1336-1339 [
mnw
] appelflap*
appelgebak 1919 [
wnt
flap
iii
] {4.1.6}
appelflauwte
lichte flauwte 1646 [
wnt
appellant
iem. die in hoger beroep gaat 1467-1490 [
hws
] appelleren
in hoger beroep gaan 1281 [
cg i
1, 564] appelsap*
drank van appels 1562 [
wnt
] {4.1.6}
appelsien
zuidvrucht 1676 [Sanders 1995] {4.1.2}
appendicitis
blindedarmontsteking 1901 [
kui
] appendix
aanhangsel 1538 [
wnt
uitp(anden)] appetijt
eetlust 1265-1270 [
cg
Lut.K] appetizer
kleine consumptie om de eetlust te stimuleren 1984 [
gnn
] appiekim
tussenwerpsel: Bargoens: in orde! 1974 [Endt] {4.3}
applaudisseren
in de handen klappen 1794 [
wnt
applaus
handgeklap 1859 [
wnt
] applicatie
toediening, toepassing 1595 [
wnt
] applicatie
computerprogramma voor bepaalde toepassing 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 9] applicatuur
vingerzetting 1824 [
wei
] apporteren
terugbrengen 1650 [
wnt
Suppl] appositie
bijstelling 1650 [
mey
] appreciatie
schatting, waardering 1553 [
wnt
] appreciëren
op of naar waarde schatten 1553 [
wnt
] approach
benadering 1948 [De Vooys] approbatie
goedkeuring 1515 [
hws
] apraxie
storing van gerichte bewegingen 1946 [Jongbloed, Overzicht physiologie van den mensch 218] april
vierde maand 1240 [Bern.] a prima vista
bijwoord: van het blad (zingen of spelen) 1772 [Bouvink] a priori
bijwoord: vooraf 1658 [
mey
] à propos
tussenwerpsel: wat ik wilde zeggen 1704 [
wnt
] apsis
halfronde uitbouw in kerken 1858 [
wnt
koor] aquaduct
waterleiding op een gemetselde boog 1599 [
wnt
] aqualong
luchtreservoir 1963 [Aanv
wnt
] aquamarijn
zeegroene edelsteen 1824 [
wei
] aquaplaning
glijden over nat oppervlak 1968 [
kwt
] [pagina 877]
[p. 877]
aquarel
schilderij in waterverf 1872 [
gvd
] aquarium
bak voor waterdieren 1769 [
wnt
] aquatint
prentdrukprocédé 1872 [
gvd
] aquavion
draagvleugelboot 1960 [
wp
jaarboek 1960] aquavit
Scandinavische sterkedrank 1912 [
wnt
whisky] ar
door paarden over sneeuw voortgetrokken slee 1832 [
wnt
Suppl] {1.2.4/4.1.10}
ara
papegaaiachtige 1630 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] arabesk
versiering 1558 [
wnt
] arak
rijstbrandewijn 1598 [De Jonge
ii
, 40] arbeid*
inspanning 901-1000 [
wps
arbeidsloon*
vergoeding 1311 [
tntl
1943, 40] {3.1}
arbeidsvitaminen
muziek die het werk en de werklust bevordert 1950 [Van Gelder 1993] {4.1.16/4.4}
arbiter
scheidsrechter 1488 [
hws
] arbitraal
scheidsrechterlijk 1494-1512 [
hws
] arbitrage
bemiddeling 1503 [
wnt
] arbitrair
willekeurig 1503 [
wnt
] arboretum
bomentuin 1768 [
wnt
] arcade
boogstelling 1618 [
wnt
] arcadisch
landelijk, idyllisch 1647 [
wnt
arcato
met de strijkstok te doen 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] arceren
lijnen trekken 1604 [
wnt
Suppl] archaïsch
m.b.t. oud tijdperk 1913 [
wnt
] archeologie
oudheidkunde 1824 [
wei
archetype
oerbeeld 1768 [
wnt
] archief
verzameling van geschreven stukken 1462 [
wnt
Suppl] archipel
eilandengroep 1728 [Marin, Compleet Fransch en Nederduitsch wrdb.] architect
bouwmeester 1553 [
wnt
] architraaf
hoofdbalk 1553 [
wnt
] archivaris
die zorgt voor een archief 1763 [
wnt
] arctisch
noordpool- 1740 [
wnt
] ardente
vurig 1839 [Natan] are
vierkante decameter 1808 [
wnt
] areaal
gebied 1918 [
wnt
] <
me
Latijn
areka
soort palm 1596 [
wnt
] arena
middendeel in amfitheater 1661 [
wnt
] arend*
roofvogel 1285 [
cg
Rijmb.] {1.2.4}
areometer
vochtweger 1768 [
wnt
] argeloos
onschuldig 1794 [
wnt
] arglist*
boze bedoeling 1276 [
vmnw
argon
chemisch element 1910 [
kwt
argot
boeventaal 1847 [
wnt
] argument
bewijsgrond 1265-1270 [
cg
Lut.K] argumentatie
bewijsvoering 1573 [
wnt
] argumenteren
bewijsgronden aanvoeren 1553 [Van Mussem] argwaan
verdenking 1599 [Kil.] aria
zangstuk 1754 [
wnt
] ariary
munteenheid van Madagaskar 1978 [Enc. Munten en Bankbiljetten] arioso
gezang met vrije melodie 1772 [Bouvink] aristocraat
lid van adellijke oligarchie 1782 [
wnt
] aristocratie
regering van de besten 1583 [
wnt
] aritmetica
rekenkunde 1591 [
wnt
Suppl] ark
woonschuit 1642 [
wnt
ark
ii
] arm*
lichaamsdeel 901-1000 [
wps
] {3.1}
arm*
behoeftig 901-1000 [
wps
armada
oorlogsvloot 1588 [
wnt
] armadil
tandarm zoogdier 1596 [Van Donselaar Tw. 13] armageddon
plaats waar demonen zich verzamelen 1637 [Statenvertaling] armagnac
alcoholhoudende drank 1891 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] armatuur
draagconstructie 1665 [
wnt
] armborst
soort van boog 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.14}
armee
leger 1350 [
mnw
] armoede*
gebrek 901-1000 [
wps
armoedzaaier*
zeer arm persoon 1901 [
wnt
armoriaal
wapenboek 1710 [
wnt
wapen] armzalig
pover 1669 [
wnt
Suppl] aroma
geur 1869 [
wnt
ysop(e)] aronskelk
plantengeslacht 1836 [
wnt
arpeggio
na elkaar laten klinken van tonen die tegelijk klinkend zijn geschreven 1795 [
wnt
] arrangeren
schikken 1669 [
wnt
] [pagina 878]
[p. 878]
arrenbie
computersoulvariant 1997 [Oor 7] arrenslee
door paarden over sneeuw voortgetrokken slee 1740 [
wnt
Suppl] {1.2.4/4.1.10}
arrest
hechtenis 1308-1346 [
mnw
] arrestatie
inhechtenisneming 1445 [
hws
] arresteren
in hechtenis nemen 1276-1300 [
cg i
1, 19] arrivé
iem. die een positie in de maatschappij veroverd heeft 1919 [
kwt
] arrivederci
tussenwerpsel: afscheidsgroet 1992 [
gvd
] arriveren
aankomen 1240 [Bern.] arro
arrogant persoon 1986 [Sanders 1999] {1.2.4/4.4}
arrogant
verwaand 1553 [
wnt
] arrondissement
onderdeel van ambtsgebied 1795 [
wnt
] arsenaal
bewaarplaats van wapens 1569 [Toll.] arsenicum
chemisch element 1552 [
wnt
] art deco
artistieke stijl 1975 [
wp
] artefact
door mensenhand gemaakt voorwerp 1824 [
wnt
arterie
slagader 1553 [
wnt
] arteriosclerose
aderverkalking 1910-1914 [Bauwens]
articulatie
spraakklankvorming 1824 [
wnt
] articuleren
duidelijk uitspreken 1568 [
wnt
] artiest
kunstenaar 1553 [Vd Werve] artificieel
kunstmatig 1566 [
wnt
Suppl] artikel
onderdeel van geschrift of verhandeling 1265-1270 [
cg
Lut.K] artikel
als grammaticale term: lidwoord 1576 [Ruijs] artillerie
wapen van de landmacht, uitgerust met geschut 1550 [
wnt
] artisjok
plant 1573 [
wnt
] artisticiteit
het artistiek zijn 1890 [
wnt
artistiek
kunstvaardig 1864 [
wnt
] art nouveau
Jugendstil 1948 [
wp
] artotheek
instelling die kunst uitleent 1972 [Aanv
wnt
artritis
gewrichtsontsteking 1734 [HubWes] artrografie
het maken van röntgenfoto's van gewrichten 1990 [
wp
artroscopie
onderzoek van de binnenzijde van gewrichten 1990 [
wp
artrose
gewrichtsontsteking 1984 [
gvd
] arts
geneesheer 1586 [
wnt
Suppl] artsenij
geneesmiddel 1401-1450 [
mnw
] as*
verbrandingsresidu 901-1000 [
cg wps
Gloss.]
as*
spil 1240 [Bern.]
as
Romeinse munt 1704 [Hannot&Hoogstraten] asbest
delfstof 1782 [
wnt
] asceet
iem. die zich op godsdienstige gronden beperkingen oplegt 1824 [
wnt
] <
me
Latijn {4.1.8}
ascendant
teken van dierenriem dat op het moment van de geboorte boven de horizon komt 1557 [
wnt
Suppl] ascendenten
verwanten in opklimmende lijn 1546 [
wnt
] ascese
onthouding 1832 [
wnt
] ascetisch
m.b.t. ascese 1824 [
wei
] ascorbinezuur
vitamine C 1950 [
gvd
aseksueel
geslachtloos 1906 [
wnt
aselect
niet uitgekozen 1975 [
wp
asem*
ingeademde lucht 1351-1400 [
mnw
asepsis
wering van infectie 1912 [
wnt
] aseptisch
bescherm(en)d tegen infectie 1847 [
kku
asfalt
mineraal hars 1852 [
wnt
] asfyxie
verstikking 1824 [
wei
] ashram
leefgemeenschap van aanhangers van Indische religies 1992 [
gvd
] asiel
toevlucht(soord) 1650 [
wnt
asyl Suppl] asjemenou*
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1950 [
gvd
] {4.3}
aso
asociaal persoon 1987 [Kuitenbrouwer] {1.2.4}
asobot
gezelschapsrobot 2000 [Sanders 2001] aspect
aanzicht, uitzicht in de toekomst, verschijningsvorm 1842 [
wnt
] asperge
plant 1583 [Dod.] aspic
vlees- of visgelei 1863 [
wnt
] aspidistra
plantengeslacht 1891 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] aspirant
aanzoeker 1824 [
wnt
] aspiratie
eerzucht 1857 [
wnt
Suppl] aspireren
met h uitspreken 1553 [Vd Werve] aspireren
haken naar 1553 [Vd Werve] [pagina 879]
[p. 879]
aspirine
acetylsalicylzuur 1910 [
kwt
] assai
vrij sterk 1772 [Bouvink] assegaai
houten werpspies 1600 [
wnt
] assemblage
het ineenzetten 1931 [
wnt
] assemblee
algemene vergadering 1669 [
wnt
] assembleren
samenvoegen 1948 [
wnt
] assertief
zelfbewust 1979 [
wp
jaarboek 1980] assessment
sollicitatieprocedure met praktijkoefeningen 1988 [De Coster 1999] assessor
bijzitter, helper 1567 [
wnt
] asset
iets wat waarde vertegenwoordigt 1989 [Peptalk] asshole
klootzak 1990 [De Coster 1999] assignatie
aanwijzing 1536 [
wnt
] assimilatie
gelijkmaking 1658 [
mey
] assimileren
gelijkmaken 1650 [
wnt
] assist
beslissende voorzet bij balsport 1984 [
gvd
] assistent
helper 1535 [
wnt
] assistentie
bijstand 1467-1490 [
hws
] assisteren
bijstaan 1496 [
hws
] associatie
het samengaan 1537 [
wnt
] associé
compagnon 1816 [
wnt
] associëren
verbintenis aangaan 1600 [
wnt
] assorteren
naar soort bijeenzoeken 1624 [
wnt
] assortiment
gevarieerde voorraad 1702 [
wnt
] assumptie
het assumeren 1626 [
wnt
Suppl] assurantie
verzekering 1530 [
hws
] assureren
verzekeren 1530 [
hws
] astatisch
zonder vaste stand 1872 [
gvd
astatium
radioactief chemisch element 1975 [
wp
] aster
plantengeslacht 1633 [Claes] asterisk
sterretje 1824 [
wnt
] asteroïde
planetoïde 1863 [
kku
] asthenie
krachteloosheid 1824 [
wnt
] astigmatisch
met onscherpe beeldvorming 1902 [
wnt
astma
aamborstigheid 1538 [
wnt
] astraal
m.b.t. de sterren 1710 [
wnt
opheffen] astrakan
bontsoort 1898 [
wnt
Suppl] astringent
samentrekkend 1663 [
mey
] astrologie
sterrenkunde 1285 [
cg
Rijmb.] astronaut
ruimtevaarder 1959 [Aanv
wnt
] astronomie
sterrenkunde 1285 [
cg
Rijmb.] asymmetrie
ontbreken van symmetrie 1654 [
wnt
] asymptoot
lijn die nooit door kromme geraakt wordt 1775 [
wnt
] asyndeton
zinsverband zonder voegwoorden 1552 [
wnt
] atalanta
vlinder 1767 [
wnt
atavisme
erfelijke terugslag 1886 [
wnt
ataxie
spierstoring 1824 [
wnt
] atelier
werkplaats 1808 [
wnt
] atheïsme
godloochening 1608 [Van Meteren, Commentarien 77] atheneum
schooltype 1962 [Vastgesteld met Mammoetwet van 1962] atjar
ingelegd zuur 1596 [Linschoten in Onze Taal 1997, 220] atlas
soort zijde 1530 [
mnw
] atlas
boek met kaarten 1595 [Vd Sijs 1998, 89]
atlas
bovenste halswervel 1690 [
wnt
Suppl]
atlas
vlinder 1705 [Meriam, Metamorphosis insectorum Surinamensium]
atleet
worstelaar, iem. die een lichaamssport beoefent 1769 [
wnt
] atletiek
krachtsport 1889 [Ned. Voetbal en Athletiekbond] atmosfeer
dampkring 1789 [
wnt
] atol
koraaleiland 1849 [
wnt
] atomair
m.b.t. atomen 1935 [
wnt
] {3.3}
atonaal
niet in een bepaalde toonaard gecomponeerd 1918 [
wnt
atonie
weefselverslapping 1824 [
wnt
atoom
kleinste deeltje 1826 [
wnt
] atoombom
nucleaire bom 1945 [Burger en De Jong 117] atoomonderzeeër
door kernenergie voortbewogen onderzeeboot 1984 [
gvd
] {4.1.11}
atoomreactor
kernreactor 1961 [
gvd
] {4.1.10}
atrium
centraal deel van Romeinse woning 1661 [
wnt
voorplaats] atrofie
onvoldoende voeding 1669 [
wnt
] atropine
vergiftig alkaloïde 1856 [
wnt
at-sign
typografisch teken, apenstaart 1999 [
gvd
] attachécase
diplomatenkoffer 1974 [
koe
] [pagina 880]
[p. 880]
attachment
bestand dat met een e-mail wordt meegezonden 1998 [
nrc-h
17/11/98] attaque
beroerte 1895 [
wnt
] attaqueren
aanvallen 1626 [
wnt
] attenderen
attent maken (op) 1940 [
wnt
] attenoje
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1906 [
moo
] attent
oplettend 1513 [
wnt
Suppl] attentie
aandacht 1540 [
wnt
Suppl] attest
getuigschrift 1786 [
wnt
attestatie
formele getuigenverklaring 1537 [
hws
] attesteren
getuigen 1546 [
wnt
] attitude
houding 1735 [
wnt
] attractie
aantrekking(skracht) 1568 [
wnt
] attractief
aantrekkelijk 1824 [
wnt
] attraperen
betrappen 1551-1600 [Mak] attribuut
tot het wezen behorende eigenschap 1811 [
wnt
] atv
arbeidstijdverkorting 1987 [De Coster 1999] au*
tussenwerpsel: uitroep van pijn 1573 [
wnt
] {4.3}
a.u.b.
tussenwerpsel: verzoek 1895 [
wnt
reüssite] aubade
ochtendhulde met muziek 1616 [
wnt
] aubergine
komkommerachtige vrucht 1862 [
wnt
] auctie
verkoping bij opbod 1620 [
wnt
wezen
ii
] auctoriaal
gepresenteerd door een alwetende verteller 1984 [
gvd
] audicien
specialist voor audiologische apparatuur 1984 [
gvd
audiëntie
officieel gehoor 1265-1270 [
cg
Lut.K] audiovisueel
op het gehoor en oog werkend 1961 [Aanv
wnt
] auditeur-militair
militaire officier van justitie 1600 [
wnt
auditeur] auditie
niet-openbare muziekuitvoering 1916 [
wnt
] auditor
toehoorder 1650 [
wnt
wissewasje] auditorium
gehoorzaal 1634 [
wnt
] auditorium
het gehoor 1834 [
wnt
] auerhaan
hoendervogel 1763 [
hou i
, 5, 392] augiasstal
een bijna niet te redderen boel 1847 [
wnt
augurk
kleine komkommer 1651 [
wnt
] augustijn
monnik van de orde van Sint-Augustinus 1523 [
wnt
] <
me
Latijn {4.1.8}
augustijn
typografische maat 1660 [
wnt
augustus
achtste maand 1289 [
cg i
1, 1378] aula
grote gehoorzaal 1864 [
wnt
Suppl] au pair
jongere die in buitenland tegen kost en inwoning huishoudelijk werk doet 1986 [
koe
aura
uitstraling van een persoon 1832 [
wei
] aureool
stralenkrans 1824 [
wnt
] aurora
dageraad 1515 [
wnt
] auscultatie
het beluisteren van de inwendige organen 1846 [
wnt
] auspiciën
voortekens 1628 [
wnt
] ausputzer
vrije verdediger (bij voetbal) 1970 [Recht voor raap] austraal
zuidelijk 1824 [
wnt
] autarkie
het in eigen behoefte voorzien 1669 [
wnt
] auteur
schepper, schrijver 1552 [
wnt
] authentiek
oorspronkelijk 1451 [
hws
] autisme
op zichzelf gericht zijn 1919 [
wnt
] auto
wagen 1899 [
wnt
auto Suppl] {1.2.4/4.1.10}
autobaan
autosnelweg 1940 [
wnt
auto
ii
Suppl] autobiografie
eigen levensbeschrijving 1809 [
wnt
] autochtoon
de oorspronkelijke bevolking uitmakend 1832 [
wnt
] autoclaaf
papiniaanse pot 1847 [
kku
] autocratie
onbeperkte heerschappij 1799 [
wnt
] autocross
veldrit voor auto's 1968 [
kwt
] autocue
halfdoorlatende spiegel van de lens van een tv-camera die de tekst voor de spreker aanwijst 1984 [
gvd
] autodafe
ketterverbranding 1820 [
wnt
] autodidact
iem. die kennis heeft door eigen studie 1850 [
wnt
] autogeen
zonder lasmiddel 1912 [
wnt
auto-] autograaf
eigenhandig geschreven stuk 1552 [
wnt
] autogram
handtekening 1875 [
wnt
automaat
machine die zelfstandig handelingen verricht 1552 [
wnt
Suppl] automatiek
hal voor verkoop van eetwaren in een automaat 1940 [
wnt
] {3.3}
[pagina 881]
[p. 881]
automobiel
zichzelf bewegend 1896 [
wnt
] automobiel
motorrijtuig 1897 [
wnt
] automonteur
vakman die auto's onderhoudt en herstelt 1947 [
wnt
auto Suppl] {4.1.13}
autonomie
zelfregering 1806 [
wnt
] autonoom
zelfstandig 1877 [
wnt
] autoped
step 1920 [Sanders 2001] autopsie
lijkschouwing 1824 [
wnt
] autoriseren
machtigen 1301-1350 [
hws
] autoritair
eigenmachtig 1869-1870 [
wnt
] autoriteit
gezag 1240 [Claes Tw. 9] autostrada
autosnelweg 1936 [
wnt
automobilisme] autotypie
reproductieprocédé 1892 [
wnt
auxiliair
hulp- 1649 [
wnt
] avance
toenaderingspoging 1784 [
wnt
] avanceren
voorwaarts gaan 1490 [
hws
] avant-garde
voorhoede 1567 [
wnt
] ave
tussenwerpsel: groet 1501-1525 [
wnt
Suppl] avegaar*
grote boor 1404 [Toll.] {1.2.4}
Ave-Maria
gebed 1236 [
cg i
Gent] avenue
laan 1591 [Schulten Tw. 9] averecht*
verkeerd 1265-1270 [
cg
Lut.K]
averij
schade aan schip of lading 1773 [
wnt
] aversie
afkeer 1593 [
wnt
] aviateur
vlieger 1910 [
wnt
] aviatiek
luchtvaart 1911 [
wnt
] avicultuur
vogelteelt 1898 [
wnt
] avifauna
vogelwereld 1904 [
wnt
aviso
vaartuig om berichten over te brengen 1614 [De Jonge
iv
, 24] avitaminose
ziekte ontstaan door gebrek aan vitaminen 1916 [
wnt
avocado
boom, vrucht 1968 [Moderne
wp
voor de vrouw] avond*
tijd waarin de duisternis intreedt 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
avontuur
lotgeval 1236 [
cg i
1, 29] axel
figuur bij kunstrijden 1984 [
gvd
axiaal
de as volgend 1862 [
wnt
axioma
onbewezen maar als grondslag aanvaarde stelling 1654 [
wnt
] axolotl
salamanderachtige 1734 [
wnt
] ayahuasca
geestverruimende Zuid-Amerikaanse drug 1994 [De Coster 1999] ayatollah
sjiitisch schriftgeleerde 1979 [
wp
jaarboek 1980] azalea
sierstruik 1769 [
wnt
] azen*
gretig verlangen 1727 [
wnt
azen
azijn
vloeistof uit azijnzuur en water 1285-1286 [
cg i
1, 1153] Azoïcum
geologisch tijdperk 1933 [De Gaay Fortman en Heidinga, Leerboek der Nat. Hist.
iii
, 284] azuur
blauw 1350 [
mnw
] B2B
business to business, van bedrijf tot bedrijf 2000 [Sanders 2001] ba, bah*
tussenwerpsel: uitroep van afkeer 1285 [
mnw
] {4.3}
baai
inham 1617 [
wnt
] baai
weefsel 1619 [
wnt
] baai
pijptabak 1860 [
wnt
] {4.1.6}
baaierd
chaos 1605-1616 [
wnt
baak
vast merk dat vaarwater aangeeft 1484 [
mnw
] {1.2.4}
baal
zak 1427 [
hws
] baan*
weg 1340-1350 [
mnw
baan*
betrekking 1739 [
wnt
baanbreker
wegbereider 1858-1873 [
wnt
baan] baar*
draagbaar 1080 [Rey] {2.2}
baar*
golf 1240 [Bern.]
baar
nieuweling 1699 [Claes Tw. 11] baar
staaf metaal 1717 [
wnt
] baard*
haar op kin en wangen 1240 [Bern.]
baarmoeder*
uterus 1542 [Claes Tw. 12]
baars*
beenvis 1240 [Bern.]
baas*
meerdere, hoofd 1280 [
cg i
1, 462]
baat*
nut 1240-1260 [
vmnw
baba
gebak 1910-1914 [Bauwens] babbelaar
snoepje 1872 [
gvd
] {4.1.6}
babbelen*
praten 1784 [
wnt
] {3.1}
babi pangang
geroosterd varkensvlees 1984 [
gvd
] baboe
kindermeisje 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 59] baby
zuigeling 1875 [Aanv
wnt
] babybond
obligatie met een lagere nominale waarde dan normaal 1995 [Financieel-Economische Tijd 9/12/1995] babyboomer
iem. geboren tussen 1945 en 1960 1988 [De Coster 1999] babybox
looprek 1929 [
kwt
] {3.3}
babyfoon
apparaat dat geluiden uit de kinderkamer doorgeeft 1964 [R75] {4.1.17}
[pagina 882]
[p. 882]
baccalaureaat
laagste academische graad 1824 [
wei
] baccarat
kansspel met kaarten 1886 [
kku
] bacchanaal
drinkgelag 1698 [
wnt
] bacil
bacterie 1904 [
wnt
slijmig]
back
achterspeler 1899 [
dbl
] backbencher
minder belangrijk politicus 1950 [De Vooys] backgammon
bordspel 1847 [
kku
] backpacker
rugzakreiziger 1992 [Sanders 2000] backslash
typografisch teken 1992 [Peptalk] back-up
reservekopie van computergegevens 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 20] bacon
spek 1949 [
wnt
asfalt] bacove
bananensoort 1602 [Aanv
wnt
] bacterie
eencellig organisme 1868 [Aanv
wnt
] bacteriofaag
virus dat bacteriën attaqueert 1924 [
gvd
bacteriologie
studie van de bacteriën 1889 [Picarta: titel van A.P. Fokker]
bacteriostatisch
de groei van de bacteriën remmend 1961 [
gvd
bad*
kuip, water waarin men zich baadt 1240 [Bern.]
badderen*
zwemmen, in het water spelen 1906 [Köster Henke] {3.1}
badge
speldje 1958 [R75] badineren
schertsen 1720 [
mey
] badminton
balspel 1915 [Sanders 1995] baedeker
reishandboek 1866 [
wnt
wegdampen] bagage
reisgoed 1515-1520 [
hws
] bagatel
kleinigheid 1631 [
wnt
] bagel
rond, hartig hardgebakken broodje met een gat in het midden 1999 [
gvd
] bagge*
big 701-800 [Lex Salica] {2.2/3.2/4.1.3}
bagger*
slijk 1526-1536 [
mnw
bagno
deportatieoord 1824 [
wei
] baguette
stokbrood 1976 [
gvd
] bahco
Engelse sleutel 1994 [Kolsteren, Prisma-vreemde-wrdb.]
baht
munteenheid van Thailand 1908 [Enc. Munten en Bankbiljetten] baileybrug
noodbrug 1946 [De Vooys] baisse
het dalen 1847 [
kku
] bajes
Bargoens: gevangenis 1844 [
moo
] bajonet
steekwapen op een geweerloop 1682 [Toll.] bak
kom, trog 1285 [
cg
I2, 1016] bak*
grap 1914 [
gvd
bakbeest
groot, lomp voorwerp 1661 [
wnt
bakboord*
linkerzijde 1599 [Kil.]
bakeliet
harde kunsthars 1909 [Sanders 1993]
baken
vast merk dat vaarwater aangeeft 1284 [
hws
] baker*
kraamverzorgster 1699 [Claes Tw. 12] {1.2.5/4.1.13}
bakkebaard
baard alleen op wangen 1840 [
wnt
] bakkeleien
bekvechten 1715 [
wnt
] bakken*
braden 1276-1300 [
cg
Lut.A]
bakken*
zakken voor examen 1924 [
gvd
bakker*
iemand die beroepsmatig brood e.d. bakt 1477 [Teuth.] {4.1.13}
bakkes*
gezicht 1546 [Naembouck] {1.2.3/3.1}
baklava
zeer zoet gebak 1992 [
gvd
] bakra
blanke 1969 [Van Donselaar 1989] baksjisj
fooi 1886 [
kku
] bakvis
meisje tussen 14 en 17 jaar 1875 [
wnt
] bakzeilhalen
terugkrabbelen 1806-1807 [
wnt
] bal*
rond voorwerp 1240 [Bern.] {4.1.18}
bal
danspartij 1643 [Toll.] bal
gulden, (België) frank 1936 [Verschueren] balalaika
snaarinstrument 1832 [
wei
] balanceren
zich in evenwicht houden 1734 [
wnt
voor
ii
] balans
weegschaal 1294 [
cg
I3, 2010] balans
evenwicht 1806 [
wnt
] balata
rubbersoort 1899 [Van Donselaar 1989] balboa
munteenheid van Panama 1903 [Enc. Munten en Bankbiljetten] baldadig*
roekeloos, uitgelaten 1732 [
wnt
baldakijn
troonhemel 1350 [
mnw
] bale-bale
rustbank 1854 [Junghuhn, Licht- en schaduwbeelden 103b] balein
walvisbaard 1778 [
wnt
] balen
walgen 1970 [Recht voor raap]
balg*
afgestroopte huid, leren zak 1288 [Toll.]
balie
toonbank, rechtbank 1290 [
cg ii
1 En.Codex] [pagina 883]
[p. 883]
baliekluiver
leegloper 1860-1875 [
wnt
baljuw
ambtenaar die rechtspraak doet 1237 [
cg i
1, 30] balk*
stuk hout 1064 [Künzel] {2.3}
balken*
schreeuwen van ezels 1704 [Claes] {3.1}
balkenbrij*
spijs 1898 [
gvd
] {1.2.5/4.1.6}
balkon
open uitbouw van huis 1663 [
wnt
] ballade
episch dichtstuk 1509 [Mak] ballast
last 1390 [
hws
] ballerina
balletdanseres 1875 [Aanv
wnt
] ballet
figuurdans 1650 [Claes] balletje-balletje*
gokspel waarin een bal in een van drie bekers wordt verstopt 1985 [De Coster 1999] {3.1/4.1.18}
balling*
verbannene 1237 [
cg i
1, 31] {1.2.4}
ballistiek
leer van de kogelbaan 1824 [
wei
ballon
met gas gevulde zak 1636 [
wnt
] ballotage
het balloteren 1824 [
wei
] balloteren
stemmen over toelating als lid 1808 [Aanv
wnt
] ballpoint
bolpuntpen 1949 [De Vooys] balorig*
gemelijk 1637 [
wnt
baloorig]
balpen
bolpuntpen 1975 [
wp
] balsahout
lichte houtsoort 1950 [
gvd
balsem
zalf 1240 [Bern.] balsemien, balsamien
plantengeslacht 1663 [Claes] balsturig*
koppig 1477 [Teuth.]
balts
paringsritueel 1938 [Aanv
wnt
] baluster
stijl, kleine zuil van balustrade 1762 [Inventarisatie nalatenschap C.O. Creutz] balustrade
hekwerk met stijlen 1825-1827 [
wnt
] bamamodel
onderwijsmodel van brede bachelorfase gevolgd door specialistische masterfase 2000 [Sanders 2001] bambino
kleine jongen 1886 [
kku
] bamboe
grasachtige plantengeslachten 1596 [
wnt
] bami
Chinees gerecht 1897 [Aanv
wnt
] bamzaaien
loten wie het gelag zal betalen 1943 [Aanv
wnt
ban*
afkondiging, uitsluiting 995 [Gysseling 1960] {2.3}
ban
betovering 1898 [Theissen 1975] banaal
alledaags 1866 [
wnt
] banaan
plant, vrucht 1596 [
wnt
] bananenschot
hoogtebal 1984 [
gvd
] bancair
met betrekking tot banken 1984 [
gvd
] banco
bankgeld 1611 [De Bruijn Tw. 10] banco
vijftig gulden 1999 [R99] {4.1.12}
band*
strook stof om te binden 1100-1150 [Rey] {2.2}
band
boekdeel 1734 [
wnt
] band
muziekkorps 1929 [Aanv
wnt
] bandage
verband 1768 [Aanv
wnt
] banderilla
gepunte stok met vlaggetje 1886 [
kku
] banderol
strook met opschrift 1588 [Claes] bandiet
struikrover 1599-1607 [Toll.] bandijk*
rivierdijk 1284 [
mnw
] {3.1}
bandoneon
toetsinstrument 1912 [
kku
] bandrecorder
apparaat voor het weergeven van een bandopname 1957 [
wp
jaarboek 1958] {3.3/4.1.17}
bandy
balspel op ijs 1892 [Amsterdamsche Hockey- en Bandy Club] banen*
een weg maken 1401-1500 [
mnw
bang*
angstig 1350 [
mnw
bang
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1961 [
gvd
] banier
vaandel 1285 [
cg
Rijmb.] banistiek
kennis van vlaggen 1976 [
gvd
banjo
snaarinstrument 1899 [
dbl
] bank*
meubelstuk 1240 [Bern.] {4.1.9}
bank
geldbank 1467 [
hws
] banket
feestmaal 1483 [
hws
] banket
gevuld gebak 1714 [
wnt
] bankier
hoofd van bank, geldhandelaar 1451-1454 [
hws
] bankroet
bankbreuk, faillissement 1555 [Claes] bantamgewicht
gewichtsklasse in vechtsport 1933 [Sanders 1995] banzai
tussenwerpsel: Japanse heilgroet 1929 [
kwt
] baptist
doopsgezinde 1856 [
wnt
vereenigd] bar*
naakt 820-822 [Gysseling 1960: 90] {2.3}
bar*
bijwoord van graad: erg 1850 [
wnt
bar
tapkast 1886 [
kku
] bar
eenheid van luchtdruk 1950 [
gvd
] barak
eenvoudig gebouw 1673 [Claes] barbaar
onbeschaafd persoon 1348 [
mnw
] [pagina 884]
[p. 884]
barbarisme
leenwoord in strijd met de eigen taalnormen 1780 [
wnt
] barbecue
grill 1963 [R75] barbeel
beenvis 1287 [
cg
NatBl] <
me
Latijn
barbiepop
speelpopje aangekleed als volwassen vrouw 1990 [De Coster 1999] {4.1.18}
barbier
kapper 1343-1344 [
mnw
] barbituurzuur
organisch zuur 1950 [Kleine
wp
157]
barcode
streepjescode 1984 [
gnn
] bard
(Keltisch) dichter 1772 [
wnt
] barderen
vlees met spek omwikkelen 1961 [
gvd
] barebacking
onveilige seks met iemand die mogelijk besmet is met
hiv
1999 [Sanders 2000] baren*
ter wereld brengen 901-1000 [
wps
baret
muts 1573 [Claes] barg*
gecastreerd mannelijk varken 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
barg*
overdekte hooibergplaats 1022 [Slicher] {2.4}
bariet
bariumsulfaat 1824 [
wei
bariton
mannenstem tussen bas en tenor 1772 [Bouvink] barium
chemisch element 1847 [
kku
] bark
type zeilschip 1370 [
mnw
] barkas
zwaarste sloep 1718 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] barkeeper
barman 1912 [
kku
] barmhartig
mededogen hebbend 1270-1290 [
cg ii
Nederrijns Moraalb.] bar mitswa
feestelijk gevierde meerderjarigheid van joodse jongen 1929 [De Vries, Joodsche riten en symbolen] barn
eenheid van oppervlakte in atoomfysica 1975 [
wp
] barnen*
in vuur en vlam staan 1174 [Künzel] {2.3}
barnsteen
harde hars, amber 1315 [
hws
] barograaf
zelfregistrerende barometer 1886 [
kku
barok
grillig gevormd 1824 [
wei
] barok
bepaalde stijlperiode 1879 [
wp
, dl. 12, 299] barometer
toestel dat luchtdruk meet 1778 [
wnt
] baron
adellijke titel 1240 [Bern.] barouchet
type rijtuig 1856 [Aanv
wnt
] barracuda
beenvis 1984 [
gvd
] barrage
versperring 1929 [
kwt
] barrel
Engelse en Amerikaanse inhoudsmaat 1847 [
kku
] barrevoets*
blootsvoets 1540 [
mnw
barricade
straatversperring 1669 [Claes] barrière
versperring 1650 [Claes] bars
nors 1617 [Toll.] barsten*
splijten 1270-1290 [
cg ii
Nederrijns Moraalb.]
barstensvol*
stampvol 1824 [
wnt
ei] {4.4}
barysfeer
aardkern 1950 [
gvd
barzoi, borzoi
hondensoort 1912 [
kku
] bas
laagste stem 1552 [Claes] bas
Bargoens: stuiver, dubbeltje 1860 [Endt] basaal
aan de basis 1933 [Aanv
wnt
] basalt
hard gesteente 1778 [Sanders 1995] bascule
weegwerktuig 1847 [
kku
] base
loog 1863 [
kku
] baseball
honkbal 1912 [
kku
] baseballpetje
pet met klep 1994 [
inl
Corpus GP94-1.SGZ] {4.1.9}
basen
cocaïne roken via een waterpijp 1982 [R84] baseren
doen steunen 1798 [
wnt
uitvinden] basilicum
bazielkruid 1250 [
cg ii
1 Gen.rec.] basiliek
christelijke kerk 1869 [
wnt
] basilisk
fabeldier 1240 [Bern.] basis
grondslag 1618 [
wnt
] basisch
op de wijze van een base 1868 [
wnt
waterstof]
basketbal
spel waarbij bal door ring met net wordt gegooid 1924 [Aanv
wnt
] bas-reliëf
halfverheven beeldwerk 1777 [
mey
] bassen*
blaffen 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
basset
hondensoort 1865 [
kvw
] bassethoorn
blaasinstrument 1824 [
wei
] {4.1.16}
bassin
waterbekken 1824 [
wei
] bast*
schors 1105 [Rey] {2.2}
basta
tussenwerpsel: genoeg! 1617 [
wnt
] bastaard
onwettig kind, rasloos dier 1273 [
cg i
1, 250] bastion
bolwerk 1602 [Schulten Tw. 9] bat
slaghout 1866 [Alg. Ned. Enc.] bataat
zoete aardappel 1565 [
wnt
] [pagina 885]
[p. 885]
bataljon
troepeneenheid 1592 [Schulten Tw. 9] batch
groep gegevens die in één keer wordt verwerkt 1976 [
accu
-map, bul. 15, 25/2, 33] baten*
voordeel brengen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bathometer
dieptemeter 1847 [
kku
bathysfeer
toestel voor diepzeeonderzoek 1984 [
gvd
batik
gebatikte doek 1721 [Aanv
wnt
] batist
zacht doek 1827-1830 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië] {4.1.9}
batsman
die het bat hanteert (bij cricket) 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] batterij
artillerieafdeling 1599 [
wnt
] batterij
toestel waarin elektrische energie is opgeslagen 1889 [
wnt
] baud
eenheid van transmissiesnelheid 1975 [
wp
bauxiet
mineraal 1871 [Sanders 1995]
bavaroise
ijsgerecht 1886 [
kku
] baviaan
hondsaap 1573 [Claes Tw. 11] bazaar
marktplaats 1572 [Dozy, Oosterlingen] bazelen*
onsamenhangend spreken 1793 [
wnt
] {3.1}
bazooka
antitankwapen 1948 [Aanv
wnt
] bazuin
blaasinstrument 1240 [Bern.] beagle
hondensoort 1863 [Rijnhart
, 494b] beambte
functionaris 1729 [
wnt
beamen
instemmen met 1678 [
wnt
bearnaise
botersaus 1886 [
kku
] beatmusic
ritmische popmuziek 1969 [
wp
Suppl 1969] beatnik
protesterende schrijver 1962 [R75] beaufortschaal
schaal voor windkracht 1885 [
wnt
windkracht]
beaujolais
rode wijnsoort 1933 [Kath. Enc.] beau monde
de uitgaande wereld 1765 [Aanv
wnt
] beauty
schoonheid 1903 [Prick 1903] bébé
lange Indische jurk 1910 [Prick 1910] bebop
bepaalde stijl van jazz en dans 1954 [Aanv
wnt
] bechamelsaus
melksaus 1847 [
kku
] {4.1.6}
becquerel
eenheid van radioactiviteit 1906 [
wp
bed*
slaapplaats 1100 [Willeram] {4.1.9}
bedaagd*
niet jong meer 1546 [Naembouck]
bedankje*
dankbetuiging 1839 [
wnt
bedaren*
(zich) kalmeren 1451-1500 [
mnw
bede*
gebed 901-1000 [
wps
bedeesd*
verlegen 1615 [
wnt
wederom]
bedelen*
aalmoezen vragen 1501-1525 [
mnw
] {3.1}
bederven*
beschadigen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bedevaart*
reis naar heilige plaats 1240 [Bern.] {3.1}
bediende
hulp 1704 [Hannot&Hoogstraten] bedillen*
bevitten, beredderen 1599 [Kil.]
bedingen*
bij overeenkomst bepalen 1546 [Naembouck]
bedisselen*
regelen 1600 [
wnt
bedoelen*
zich ten doel stellen, aanduiden 1731-1735 [
wnt
bedompt*
benauwend 1620 [
wnt
bedonderd*
beroerd 1676-1700 [
wnt
bedotten*
misleiden 1573 [Plantijn]
bedrag*
geldsom 1288 [
cg
I2, 1255]
bedremmeld*
beteuterd 1642 [
wnt
bedreven*
ervaren 1573 [Plantijn]
bedriegen*
misleiden 901-1000 [
wps
bedrijf*
beroepswerkzaamheid 1293 [
cg
I3, 1944] {1.2.3}
bedrijf*
deel van een toneelstuk 1704 [Hannot&Hoogstraten] {1.2.3}
bedroeven*
verdriet aandoen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bedrog*
bedriegerij 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bedruipen, zich(zelf)*
financieel voor zichzelf kunnen zorgen 1539 [Sartorius, Centuria Syntaxeon 11]
bedstee*
ingebouwde slaapplaats 1240 [Bern.] {3.1/4.1.9}
beducht*
bevreesd 1539 [
hws
beduiden*
betekenen 1301-1400 [
mnw
beduimelen*
door herhaald aanvatten bevlekken 1782 [
wnt
] {3.1}
beduusd*
beteuterd 1855 [
wnt
vreemd]
bedwelmen*
benevelen 1401-1425 [
mnw
beek*
smal stromend water 814 [Claes] {2.3}
beeld*
afbeelding, voorstelling 901-1000 [
wps
beeldscherm*
scherm van tv of computer 1961 [Aanv
wnt
] {1.3/3.1}
beeldschoon
zeer mooi 1866 [
wnt
] beeltenis
afbeelding 1569 [Dasypodius] beemd*
weiland 1208-1209 [Claes] {2.3}
[pagina 886]
[p. 886]
been*
onderste lichaamsdeel 1100 [Willeram] {1.2.3/1.2.6}
been*
bot 1477 [Teuth.] {1.2.3/1.2.5/1.2.6}
beer*
mensendrek, gier 709 [Claes Tw. 11] {2.3}
beer*
roofdier 1260-1280 [
cg ii
1 Nibel.] {4.1.3}
beer*
mannetjesvarken 1287 [
cg
NatBl] {4.1.3}
beer
schuld 1856 [
wnt
] beerenburg
kruidenbitter 1909 [
wnt
water] beest
dier 1253 [
cg i
1, 45] beet*
hap 1240 [Bern.] {1.2.6}
beetje*
klein deel, klein aantal 1646 [
wnt
] {1.2.6}
beetwortel
suikerbiet 1652 [
wnt
bef
Bargoens: vrouwelijk geslachtsdeel 1510 [Liber Vagatorum] bef
witte doek voor de borst 1599 [Kil.] befaamd
vermaard 1535 [
hws
beffen
cunnilingus bedrijven 1972 [Aanv
wnt
] begaafd*
talentvol 1450 [
mnw
begaving*
flauwte, toeval 1865-1870 [
wnt
] {4.4}
begeerte*
verlangen 1298 [
cg i
, 2508]
begeesteren
in geestdrift brengen 1815 [
wnt
] begeren*
verlangen 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
begiftigen*
beschenken met 1477 [Teuth.] {3.1}
begijn
lid van bepaalde kloosterlijke lekengemeenschap 1266 [
cg i
, 64] <
me
Latijn {4.1.8}
beginnen*
aanvangen 901-1000 [
wps
begonia
plantengeslacht 1874 [
wnt
tuinbouw] begrafenis*
het begraven 1450 [
hws
] {3.1}
begrijpen
vatten, omvatten 1240 [Bern.] begrip
inzicht, idee 1265-1270 [
cg
Lut.K] beha
bustehouder 1950 [Aanv
wnt
] behagen*
aangenaam zijn 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
behalve*
voorzetsel 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.2}
behartigen*
zorgen voor 1488 [
hws
] {3.1}
behaviorisme
richting in psychologie 1928 [Aanv
wnt
] behelzen*
inhouden 1265-1270 [
cg
Lut.K]
behendig*
handig 1240 [Bern.]
behept*
lijdend aan een zedelijk gebrek 1691 [
wnt
beheren*
besturen 1357 [
mnw
behoefte*
wat men nodig heeft, gebrek 1253 [
cg i
behoefte*
ontlasting 1898 [
gvd
] {4.4}
behoeven*
nodig hebben of zijn 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
behoren*
toebehoren, nodig zijn, passen 1240 [Bern.]
behoudens*
voorzetsel 1860 [
wnt
] {4.2}
bei
bes 1287 [
cg
NatBl] bei
Barbarijse vorst 1542 [
wnt
] beide*
telwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
beiden*
wachten 901-1000 [
wps
beieren*
luiden 1373 [
hws
] {3.1}
beige
grijsachtig geel of bruin 1897 [Aanv
wnt
] beignet
gebak 1875 [
wnt
appel] beissie
Bargoens: dubbeltje 1844 [
moo
] beitel*
stuk gereedschap 1320 [Claes Tw. 11] {3.1}
beitsen
kleuren met beits 1892 [
wnt
] bejaard*
oud 1734 [
wnt
] {4.1.4}
bejegenen*
behandelen 1350 [
mnw
bek
snavel, mond 1240 [Bern.] bekaaid
slecht, ongunstig 1611-1620 [
wnt
bekaaien]
bekaf
uitgeput door te hard lopen 1615 [
wnt
bekattering
Bargoens: uitbrander, bekeuring 1906 [
moo
] bekend*
vermaard 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bekend*
kennende 1300 [
mnw
bekennen*
bespeuren, erkennen 901-1000 [
wps
bekennen*
gemeenschap hebben 1351-1400 [
mnw
] {4.4}
bekentenis*
het erkennen 1552 [Apherdianus 64r] {3.1}
beker
drinkgereedschap 1284 [
cg i
Dordrecht] bekeren*
tot inkeer brengen 901-1000 [
wps
bekeuren*
verbaliseren 1240 [Bern.]
bekken
kom 1240 [Bern.] <
me
Latijn
bekken
ring van de heupbeenderen 1702 [
wnt
] <
me
Latijn {3.2}
bekken
slaginstrument 1881 [
wnt
] {4.1.16}
beklijven*
gedijen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
beklijven*
(bij)blijven 1350 [
mnw
beknopt*
kort samengevat 1603 [Toll.]
bekocht
afgezet 1237 [
cg i
1, 32]
bekokstoven
heimelijk regelen 1900 [
wnt
kokstoven]
bekommeren
met zorg vervullen 1276-1300 [
cg
Lut.A]
bekommernis*
bezorgdheid 1569 [
wnt
] {3.1}
bekomst*
zoveel als iem. behaagt 1526 [
wnt
] {3.1}
bekoren*
aantrekken 1530 [
wnt
bekrompen*
niet ruim 1774 [
wnt
[pagina 887]
[p. 887]
bekwaam*
kundig 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bel*
een schel 1236 [
cg i
Gent]
bel*
gasbolletje 1586 [
wnt
bel
iii
bel
geluidseenheid 1950 [
gvd
belabberd*
akelig 1451-1500 [
mnw
belagen*
bedreigen 1285 [
cg
Rijmb.]
belang*
voordeel, belangstelling 1265-1270 [
cg
Lut.K]
belazerd
bedonderd 1874 [
wnt
belcanto
zingen volgens de Italiaanse techniek 1920 [Aanv
wnt
] beledigen
krenken 1588 [Kil.] beleefd*
hoffelijk 1613 [
wnt
beleg*
insluiting van een vesting 1351-1400 [
mnw
] {1.2.6}
beleg*
wat men op een boterham legt 1976 [
gvd
] {1.2.6/1.4/3.1}
beleid*
wijze van handelen 1291 [
cg i
1, 1563]
beleidsporno
bureaucratische stukken zonder inhoud 2000 [Sanders 2001] {4.4}
belemmeren*
(ver)hinderen 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
bel-etage
onderste verdieping 1866 [
wnt
nis] {3.3}
beletten*
verhinderen 1254 [
vmnw
belevenis
ervaring 1918 [Picarta: Schönfeld, mijn pastorale belevenissen] belezen
veel gelezen hebbend 1782 [
wnt
] belfort
toren met klokken 1276 [
cg i
1, 306] belgen*
toornig maken 901-1000 [
wps
belhamel*
aanvoerder 1562 [Naembouck]
believen*
behagen 1419 [
mnw
belijden*
(een geloof) aanhangen, bekennen 1282 [
cg i
1, 662]
belijdenis*
getuigenis omtrent zijn geloof 1637 [
wnt
] {3.1}
belladonna
wolfskers 1775 [
hou ii
, 4, 231] bellefleur
appel 1778 [
wnt
] bellenblazen*
bellen maken door te blazen in een pijpje met zeepsop 1750 [Hallema, Kinderspelen 186] {4.1.18}
bellettrie
(beoefening van de) schone letteren 1881-1888 [
wnt
] {3.3/5}
beloega
walvisachtige 1847 [
kku
] beloven*
toezeggen 1240 [Bern.] {1.2.4}
bel paese
handelsnaam van een Italiaanse kaassoort 1968 [
wp
voor de vrouw] belvédère
uitzichttoren 1824 [
wei
] bemiddeld
welgesteld 1844 [
wnt
velerlei] bemoeien*
zich mengen in 1637 [Statenvertaling; 1 Petrus 4:15]
ben
tenen mand 1430 [
hws
] benard*
benauwd 1626 [
wnt
benarren]
bende
troep 1525 [
wnt
] beneden*
voorzetsel 1236 [
cg i
1, 29] {4.2}
beneden*
bijwoord van plaats 1285 [
cg
Rijmb.]
benedictie
zegening 1236 [
cg i
1, 24] benedictijn
monnik van de orde van Sint-Benedictus 1644 [
wnt
orde] <
me
Latijn {4.1.8}
benedictine
Franse likeur 1912 [
kku
] benedijen
zegenen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] benefice
voordeel 1790 [
wnt
cognac] beneficiair
onder beneficie 1929 [
kwt
] beneficie
voorrecht 1462 [
hws
] benefiet
voorstelling ten bate van een goed doel (persoon of zaak) 1830 [Aanv
wnt
] benepen*
benauwd 1599-1607 [Kil.]
beneveld*
dronken 1884 [
gvd
benevens*
voorzetsel 1624 [
wnt
] {4.2}
benevolentie
welwillendheid 1507 [
hws
] Bengaals vuur
bepaald vuurwerk 1847 [
kku
bengel*
deugniet 1635 [
wnt
] {3.1}
bengelen*
heen en weer slingeren 1897 [
wnt
benieuwd*
nieuwsgierig 1642 [
wnt
benijden*
jaloers zijn 1265-1270 [
cg
Lut.K]
benjamin
jongste zoon 1649 [
wnt
] bent*
grassoort 918-948 [Künzel] {2.3}
bent
genootschap 1698 [
wnt
bende]
benul*
begrip 1862 [
wnt
beslenteren]
benutten
gebruiken 1801 [
wnt
] benzedrine
handelsnaam voor amfetamine 1960 [Aanv
wnt
] {4.1.6}
benzine
brandstof 1864 [Toll.] benzinemotor
met benzine aangedreven explosiemotor 1900 [
wnt
verlichting
] {4.1.10}
benzol
een koolwaterstof 1867 [Aanv
wnt
] beo
zangvogel 1883 [Java-Bode 1/9, 1b] beogen*
op het oog hebben 1612 [
wnt
bepalen
vaststellen 1704 [Hannot&Hoogstraten]
beraad*
overleg 1265-1270 [
cg
Lut.K]
beraadslagen*
overleggen 1562 [Toll.]
beregoed*
zeer goed 1966 [R75] {4.4}
bereid*
gereed 1301-1325 [
mnw
bereid*
genegen 1400 [
mnw
[pagina 888]
[p. 888]
bereiken*
aankomen 1350 [
mnw
beren
schulden maken 1898 [
gvd
berenlul*
kroket of frikadel 1987 [De Coster 1999] {3.1/4.1.6}
beresterk*
zeer sterk 1971 [Vertaling Vonnegut, Welkom op aperots] {4.4}
berg*
grote heuvel, hoop 865 [Claes] {2.3}
bergeend*
eendachtige 1598 [
wnt
bergen*
in veiligheid brengen 1642 [
wnt
bergen*
opbergen 1784-1785 [
wnt
beriberi
ziekte 1661 [
wnt
] berichten*
mededelen 1200 [
cg ii
1 Servas] {1.2.4}
berin*
wijfjesbeer 1287 [
vmnw
berispen*
laken 1265-1270 [
cg
Lut.K]
berk*
boomsoort 1050 [Prisma NPl.] {2.3}
berkelium
chemisch element 1960 [
ensie
] berm*
strook langs weg 1288 [
cg
I2, 1297] {3.1}
bernage
plantengeslacht 1272 [
cg i
1, 214] beroemd
vermaard 1542 [Dasypodius] beroep*
appèl, herziening van vonnis aan hogere rechter vragen 1292 [
cg
I3, 1717]
beroep*
werkkring 1642 [
wnt
beroepsverbod
verbod een bepaalde overheidsfunctie uit te oefenen 1984 [
gnn
] beroerd*
ellendig 1704 [Hannot&Hoogstraten] {1.2.3}
beroerte*
verlamming door bloeduitstorting in de hersenen 1667 [
wnt
] {4.4}
berokkenen*
veroorzaken 1595 [
wnt
berooid
arm 1488 [
mnw
] berouwen*
spijt doen hebben 901-1000 [
wps
berserkerwoede
extatische strijdwoede 1847 [Aanv
wnt
] berucht*
ongunstig bekend 1704 [Hannot&Hoogstraten] {1.2.3}
beryllium
chemisch element 1847 [
kku
] bes*
kleine vrucht 1350 [Toll.] {4.1.2}
bes*
oudje 1704 [Hannot&Hoogstraten] {4.1.4}
beschaafd*
zorgvuldig opgevoed 1699 [Claes Tw. 12]
beschadigen*
schade toebrengen 1445 [
mnw
] {3.1}
bescheid*
geschreven stuk 1631 [
wnt
bescheiden*
ingetogen 1276-1300 [
cg
Lut.A]
beschermen*
behoeden 901-1000 [
wps
bescheurkalender
scheurkalender met geestigheden 1973 [Sanders 1999] {4.4}
beschikken*
regelen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
beschouwen*
overwegen, houden voor 1240 [Bern.]
beschroomd*
bedeesd 1599-1607 [Kil.]
beschuit
baksel 1343-1345 [
mnw
] beschuldigen*
ten laste leggen 1256-1299 [
mnw
] {3.1}
beschutten*
beschermen 1285 [
cg
Rijmb.]
beseffen*
goed begrijpen 1287 [
cg
NatBl]
besjoemelen
bedotten 1924 [
moo
] beslaan*
bekleden, bedekken met iets 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
beslaan*
een paard voorzien van hoefijzers 1599 [
wnt
kil]
beslag*
meel met water aangelengd 1401-1450 [
mnw
beslechten*
een eind maken aan 1503 [
mnw
beslissen*
besluiten 1550 [
wnt
beslommering*
zorg 1642 [
wnt
besmeuren*
vuilmaken 1401-1500 [
mnw
besmuikt*
in stilte, geniepig 1898 [
gvd
besnijdenis*
het wegnemen van de voorhuid 1480 [
hws
] {3.1}
besogne
zaak, beslommering 1299 [
cg
I4, 2603] bespieden*
beloeren 1285 [
cg
Rijmb.]
bespreken
praten over iets 1847 [Vd Sijs 1996] best*
overtreffende trap van goed 1236 [
cg i
1, 21]
bestand*
wapenstilstand 1299-1356 [
mnw
bestand*
opgewassen tegen 1731-1735 [
wnt
bestand
verzameling gegevens, beschikbare hoeveelheid 1903 [
wnt
z.j.] besteden*
gebruiken voor 1277 [
cg i
1, 354]
bestek*
plan 1514 [
hws
bestek
eetgerei 1934 [Theissen 1978] bestekamer
wc 1657 [
wnt
] {4.4}
bestel*
ordening, regeling 1350 [
mnw
bestellen*
bezorgen (van brieven) 1534 [
hws
bestemmen*
aanwijzen 1348 [
hws
bestendig
blijvend 1569 [
wnt
] bestiaal
beestachtig 1596 [Linschoten 195] bestialiteit
beestachtigheid 1720 [
mey
] bestieren*
leiden 1285 [
cg
Rijmb.]
bestseller
succesboek 1931 [
kwt
] bèta
de Griekse letter b 1847 [
kku
] betalen*
schulden voldoen 1270 [
cg i
1 167]
betamelijk*
gepast 1296 [
cg
I4, 2279]
betamen*
behoorlijk zijn 1236 [
cg i
1, 28]
bête
dom 1824 [
wei
] betekenis*
inhoud 1240 [
vmnw
] {3.1}
betel
blad van plant waarop men kauwt 1596 [
wnt
areca Suppl] [pagina 889]
[p. 889]
beter*
vergrotende trap van goed 901-1000 [
wps
] {2.5}
beteuterd*
onthutst 1616 [
wnt
trouwen
ii
betichten*
beschuldigen 1298 [
cg
I4, 2524]
betijen*
begaan 1300 [
mnw
betjah
fietstaxi 1961 [
gvd
] betoeterd*
gek 1903 [
wnt
z.j.]
betogen*
trachten aan te tonen 1236 [
cg i
1, 29]
beton
bouwmateriaal 1847 [
kku
] betoog*
bewijsvoering 1342 [
mnw
betovergrootmoeder*
moeder van iemands overgrootouder 1763 [
wnt
sterven] {4.1.4}
betovergrootvader*
vader van iemands overgrootouder 1839 [
wnt
verbreeden] {4.1.4}
betrachten
in acht nemen 1622 [
wnt
betrappen*
verrassen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
betreffende*
voorzetsel 1784-1785 [
wnt
] {4.2}
betrekkelijk*
in verband staande met 1667 [
wnt
betrekking*
werkkring 1866 [
wnt
betten*
bevochtigen 1460 [
mnw
betuigen*
verzekeren 1270 [
cg i
1, 186]
betuttelen
kleine verbeteringen aanbrengen 1632 [
wnt
wezen
ii
betweter*
die alles beter weet 1600 [
wnt
betwijfelen
ergens aan twijfelen 1847 [Vd Sijs 1996] beu*
zat 1621 [
wnt
beugel*
ijzeren ring 1339-1345 [
mnw
] {3.1}
beugelen*
een bal door een beugel rollen 1424 [
mnw
cloot] {4.1.18}
beuk*
boomsoort 806 [Claes] {2.3}
beuk*
schip van een kerk 1477 [Teuth.]
beuken*
hard slaan 1406 [
mnw
] {3.1}
beul*
scherprechter 1481 [
mnw
Beulemans
slecht Frans 1914 [Aanv
wnt
] {4.4}
beun
viskaar 1580 [
wnt
water]
beunhaas
onbevoegd werker 1649 [
wnt
] beuren*
tillen 1280 [
cg
I2, 1262]
beurs
portemonnee 1240 [Bern.] <
me
Latijn
beurs
handelsbeurs 1612 [Vd Sijs 1998] {1.2.5}
beurs*
zacht 1829 [H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb.]
beurt*
geregelde volgorde 1445 [
mnw
beuzelen*
onzin vertellen 1573 [Plantijn]
bevallen*
behagen 1285 [
cg
Rijmb.]
bevallen*
een kind baren 1616 [
wnt
bevallig*
gracieus 1704 [Hannot&Hoogstraten]
bevelen*
gelasten 1100 [Willeram]
bevelhebber*
commandant 1532-1537 [
mnw
] {3.1/5}
beven*
trillen 901-1000 [
wps
bever*
knaagdier 918-948 [Künzel] {2.3/4.1.3}
bevestigen*
vastmaken 1410 [
mnw
] {3.1}
bevoegd
gerechtigd 1698 [
wnt
] bevorderen*
de ontwikkeling begunstigen 1500-1536 [
mnw
bevredigen*
voldoen aan een behoefte 1784-1785 [
wnt
] {3.1}
bevrijden*
vrijmaken 1351-1400 [
hws
] {1.2.4}
bevroeden*
begrijpen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bewaren*
houden, handhaven 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
bewegen*
in beweging brengen of zijn 1301-1400 [
mnw
beweging*
groep, partij 1886 [
wnt
beweren
zeggen 1477 [Teuth.] bewerkstelligen
uitvoeren 1769-1811 [
wnt
] bewijzen*
aantonen 1240 [Bern.]
bewind*
bestuur 1351-1400 [
mnw
bewonderen
eerbied hebben 1827 [
wnt
] bewust
bekend, bedoeld 1638 [
wnt
] bewusteloos
buiten bewustzijn 1819 [Vd Sijs 1998] bezaan
achterste gaffelzeil 1480 [
hws
bezadigd*
bedaard 1598 [
wnt
bezant
gouden munt 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] <
me
Latijn
bezem*
werktuig om te vegen 1240 [Bern.] {3.1}
bezemstuiver*
munt 1652-1662 [
wnt
] {4.1.12}
bezeren*
zeer doen 1480 [
mnw
bezeten*
krankzinnig 1265-1270 [
cg
Lut.K]
bezetten*
innemen, vervullen 1240 [Bern.]
bezichtigen*
bezien 1540 [
hws
] {3.1}
bezig*
werkzaam 1240-1260 [
cg i
1, 69]
bezigen*
gebruiken 1401-1500 [
mnw
bezijden*
voorzetsel 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
bezinnen*
nadenken 1477 [Teuth.]
bezitten*
(in bezit) hebben 1240 [
vmnw
] {1.2.1/1.2.5}
bezoedelen
bevlekken 1562 [Toll.] bezoldigen
salaris geven 1642 [
wnt
] {3.1}
bezonnen*
bedachtzaam 1879 [
wnt
bezuren*
voor iets boeten 1285 [
cg
Rijmb.]
bezwaar*
last, moeite 1605 [
wnt
bezwijken*
sterven 1682 [
wnt
] {4.4}
bezwijken*
niet kunnen weerstaan 1784-1785 [
wnt
biatlon
combinatie van langlauf en schieten 1960 [Guinness Olympische Spelen boek] bibberen*
rillen 1794 [Toll.] {3.1}
bibliofiel
boekenliefhebber 1872 [
gvd
[pagina 890]
[p. 890]
bibliografie
literatuurlijst, boekbeschrijving 1824 [
wei
] bibliothecaris
beheerder van bibliotheek 1682 [
wnt
] bibliotheek
plaats met verzameling boeken 1552-1553 [Claes Tw. 11] biblist
bijbelkenner 1540 [
hws
biceps
tweehoofdige opperarmspier 1793 [
wnt
twee] biconcaaf
dubbelhol (van lenzen) 1847 [
kku
biconvex
dubbelbol (van lenzen) 1847 [
kku
bidbook
prospectus i.v.m. overname of vestigingsplaats 1995 [De Coster 1999] bidden*
gebed richten tot God, smeken 901-1000 [
wps
bidet
zitbad 1847 [
kku
] bidon
blikken veldfles 1912 [
kku
] biecht*
belijdenis (van zonden) 901-1000 [
wps
] {1.2.3}
bieden*
geven, aanbieden 1240 [Bern.]
biedermeier
stijlperiode van 1815 tot 1850 1940 [
wnt
vaas] biefstuk
lap vlees van de bovenbil 1832 [
wei
] biel(s)
dwarsligger 1914 [
gvd
] biënnale
tweejaarlijkse tentoonstelling of concours 1948 [
kwt
bier
alcoholhoudende drank 1240 [Bern.] bies*
plantengeslacht 972 [Claes Tw. 11] {2.3}
bies*
boordsel aan kleding 1854 [
wnt
biest*
eerste melk na het kalven 1351-1400 [
mnw
] {4.1.6}
biet
plant 1240 [Bern.] bietsen
bedelen 1950 [Aanv
wnt
] bifocaal
met twee brandpunten 1949 [
wnt
tri-f.]
big*
jong van het varken 1573 [Plantijn] {3.2/4.1.3}
bigamie
dubbel huwelijk 1658 [
mey
] big bang
de oerknal 1975 [
wp
] biggelen*
(van tranen) naar beneden rollen 1599 [Kil.]
bij*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
bij*
insect 970 [Künzel] {2.3}
bijbel
de Heilige Schrift 1285 [
cg
Rijmb.] bijgeloof*
superstitie 1595 [
wnt
bijkans
bijwoord van hoedanigheid: bijna 1432-1468 [
mnw
bijl*
werktuig 1240 [Bern.] {4.1.14}
bijlage
geschrift ter aanvulling 1729 [
wnt
] bijlander*
platboomd vaartuig 1702 [
wnt
] {4.1.11}
bijna*
bijwoord van hoedanigheid: op weinig na 1276-1300 [
cg
Lut.A]
bijou
kleinood 1690 [Aanv
wnt
] bijslaap*
geslachtsgemeenschap 1656 [
wnt
bijspijkeren
goedmaken, het achtergeblevene gelijk brengen 1855 [
wnt
bijster*
bijwoord van graad: zeer 1598 [
wnt
bijster*
niet meer wetend 1642 [
wnt
bijt*
gat in het ijs 1301-1350 [
mnw
] {1.2.6}
bijten*
de tanden in iets zetten 1240 [Bern.] {1.2.5/1.2.6}
bijval
toejuiching 1818 [
wnt
resultaat] bijvallen*
de zijde kiezen van 1445 [
mnw
bijwoord*
adverbium 1477 [Teuth.]
bijzit*
concubine 1599 [Kil.] {4.1.4}
bijzonder*
speciaal, opmerkelijk 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
bikini
tweedelig badpak 1952 [Sanders 1995] bikkel*
pikhouweel 1567 [Claes Tw. 12] {3.1}
bikkelen*
met bikkels spelen 1599 [
wnt
kil] {4.1.18}
bikkelhard*
zeer hard 1961 [
gvd
] {1.2.5/4.4}
bikken*
hakken 1401-1450 [
mnw
bikken*
eten 1617 [
wnt
bil*
achterdeel 1240 [Bern.] {1.2.5/4.4}
bilabiaal
met beide lippen 1892 [
wnt
w]
bilateraal
van twee kanten 1847 [
kku
bildungsroman
ontwikkelingsroman 1998 [Van Gorp, Lexicon lit. termen] bilharzia
tropische parasiet 1924 [
gvd
] bilinguïsme
tweetaligheid 1933 [Aanv
wnt
biljard
telwoord 1933 [John Kooy, Enc. voor iedereen] biljart
balspel op tafel 1782-1783 [
wnt
] biljet
briefje, kaartje 1488 [
hws
] biljoen
telwoord 1591 [Kool] billijk*
rechtvaardig 1300 [
cg
I4, 2773]
bimbambeieren*
klokgelui 1501-1550 [
wnt
bimbam] {3.1}
binair
tweeledig 1847 [
kku
] binden*
met touw vastmaken 1100 [Willeram]
bingo
hazardspel 1968 [
kwt
] bingo
tussenwerpsel: uitroep na een rake opmerking 1985 [De Coster 1999] bink
Bargoens: man 1731 [Endt] binnen*
bijwoord van plaats 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
binnen*
voorzetsel 1253 [
cg ii
1 Gezondh.] {4.2}
[pagina 891]
[p. 891]
binocle
dubbele veld- of toneelkijker 1778 [
wnt
verrekijker] bint*
balk 1642 [
wnt
bintje*
aardappel 1905 [Sanders 1993] {4.1.6/4.4}
biobak
afvalbak voor groente-, fruit- en tuinafval 1992 [De Coster 1999]
bioboer
boer die biologische landbouw en veeteelt bedrijft 1997 [De Boerderij dl. 82, afl. 35] {4.1.13}
biochemie
afdeling van de scheikunde 1886 [
kku
biogarde
yoghurt met rechtsdraaiend melkzuur 1992 [
gvd
] biografie
levensbeschrijving 1820 [Aanv
wnt
] bio-industrie
gemechaniseerde fokkerij 1975 [R75]
biologeren
onder zijn invloed brengen, hypnotiseren 1866 [
wnt
biologie
leer van de levende wezens 1824 [
wei
] biometrie
meting van eigenschappen van levende wezens 1847 [
kku
bionisch
beschikkend over bovenmenselijke lichamelijke vermogens 1982 [De Coster 1999] biopsie
weefselverwijdering voor onderzoek 1910-1914 [Bauwens]
bioritme
ritme in de levensverschijnselen 1980 [De Coster 1999] bioscoop
theater waar filmvoorstellingen gegeven worden 1910 [Vd Sijs 1998]
biosfeer
het door levende wezens bevolkte deel van de aarde 1910-1914 [Bauwens]
biplaan
tweedekker 1911 [De Vooys] bips*
achterwerk 1894 [Aanv
wnt
bibs] {4.4}
birdie
aanduiding bij golf dat een hole in een slag minder dan het vastgestelde aantal is gespeeld 1987 [De Coster 1999] birr
munteenheid van Ethiopië 1897 [Enc. Munten en Bankbiljetten] bis
bijwoord: tweemaal, nog een keer (in de muziek) 1824 [
wei
] bis
met een halve toon verhoogde b 1890 [Melchior] bis
tussenwerpsel: roep van publiek om nagift 1902 [
wnt
] bisamrat
knaagdier 1872 [
gvd
] biscuit
droog gebak 1704 [Hannot&Hoogstraten] bisdom
diocees 1240 [Bern.]
biseksueel
met aanleg voor seksuele omgang met beide geslachten 1886 [
kku
bismillah
tussenwerpsel: uitroep aan het begin van enigerlei onderneming 1976 [
gvd
] bismut
scheikundig element 1720 [
wnt
wit
] bisque
soep van vis of kreeft 1847 [
kku
] bisschop
priester van de hoogste rang 901-1000 [
wps
] bisschopswijn
warme wijn 1847 [
kku
] {4.1.6}
bissectrice
lijn die een hoek middendoor deelt 1914 [Aanv
wnt
] bistro
restaurant met Franse inslag 1979 [Wijnands&Ost] bit*
mondstuk 1599-1607 [Claes Tw. 11]
bit
kleinste informatie-eenheid 1957 [
wp
jaarboek 1958] bits*
vinnig 1617 [
wnt
bitter*
scherp van smaak 901-1000 [
wps
bitterzoet*
plant 1775 [
hou ii
, 4, 240]
bitumen
aardhars 1550 [Aanv
wnt
] bivak
legerplaats onder de blote hemel 1824 [
wei
] bivakmuts
wollen muts die het hele gezicht behalve de ogen bedekt 1915 [
wnt
wasschen] {4.1.9}
bivalent
tweewaardig 1906 [
wp
bizar
grillig, vreemd 1616 [
wnt
] bizon
herkauwer 1770 [Papillon] blaag*
kwajongen 1855 [
wnt
blaam
smet 1265-1270 [
cg
Lut.K] blaar*
blaasachtige opzwelling 1240 [Bern.]
blaar*
bles, witte plek op het voorhoofd van dieren 1343-1346 [
mnw
blaas*
urineblaas 1240 [Bern.]
blaas*
bobbel 1401-1425 [
mnw
blaasbalg*
aanjager van vuur 1286 [
cg
I2, 1175] {3.1}
blaaskaak*
snoever 1562 [Naembouck] {1.2.1}
blabla
gezwam 1964 [Aanv
wnt
] black box
recorder met vluchtgegevens 1989 [Peptalk] blackjack
een soort eenentwintigen 1974 [Posthumus] blackmail
afpersing 1912 [
kku
] black-out
tijdelijk verlies van bewustzijn 1951 [De Vooys] blad*
orgaan aan takken 1240 [Bern.] {1.2.3/1.3}
blad*
vel papier 1617 [
wnt
] {1.2.3/1.3}
bladeraar
bladerprogramma 1996 [Internet: edu.techn] {1.3}
bladzijde*
pagina 1704 [Hannot&Hoogstraten]
[pagina 892]
[p. 892]
blaffen*
het natuurlijke geluid van honden maken 1350 [
mnw
] {3.1}
blakaman
neger of negroïde man 1972 [Van Donselaar 1989] blaken*
branden, gloeien 1240 [Bern.]
blakeren*
zengen 1415 [
hws
] {3.1}
blamage
afgang 1929 [
kwt
] blameren
berispen 1265-1270 [
cg
Lut.K] blancheren
spijzen enkele minuten opkoken, licht van kleur maken 1761 [Aanv
wnt
] blanc-manger
soort van nagerecht 1401-1500 [
mnw
] blanco
oningevuld 1676 [De Bruijn 1995] blank*
blinkend, wit 1287 [
cg
NatBl] {4.1.5}
blasé
verveeld 1838 [Aanv
wnt
] blasfemeren
godslasteren 1276-1300 [
cg
Lut.A] blaten*
het natuurlijke geluid van schapen en geiten maken 1240 [Bern.] {3.1}
blauw*
kleurnaam 1121 [Rey] {2.2/4.1.5}
blauw
Bargoens: dronken 1906 [
wnt
] blauwbaard*
wreedaard tegenover vrouwen 1775 [
wnt
] {3.1}
blauwblauw*
onopgehelderd, met rust 1784 [
wnt
] {3.1}
blauwhelm*
militair in dienst van de Verenigde Naties 1984 [R84] {3.1/4.1.14}
blauwkous
spotnaam 1872 [
gvd
] {3.1}
blazen*
met kracht uitademen 1240 [Bern.]
blazer
jasje 1940 [Posthumus] blazoen
heraldisch wapen 1350 [
mnw
] bleek*
wit 901-1000 [
wps
] {4.1.5}
bleek*
veld om was te bleken 1520 [
hws
blei*
beenvis 1477 [Teuth.]
bleken*
bleek maken 1240 [Bern.]
blende
mineraal 1780 [
hou iii
, 1, 112] blender
keukenmachine waarin voedsel fijngemaakt wordt 1974 [Aanv
wnt
] blèren*
blaten, schreeuwen 1451-1500 [
mnw
] {3.1}
bles*
witte plek op voorhoofd van paarden 1300 [
mnw
blessure
wond 1794 [Aanv
wnt
] bleu
lichtblauw 1587 [
wnt
oranje] bleu*
verlegen 1621 [
wnt
reu]
bliek*
beenvis 1291 [
cg i
Oudenaarde]
bliep
signaaltoon 1983 [R84] blij*
vrolijk 1152 [Claes] {2.3}
blijde
werpgeschut 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.] blijkbaar*
bijwoord van modaliteit: kennelijk 1840 [
wnt
blijken*
aan den dag komen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
blijkens*
voorzetsel 1840 [
wnt
] {4.2}
blijspel*
komedie 1653 [
wnt
] {4.1.15}
blijven*
voortgaan (te bestaan) 901-1000 [
wps
blik*
vertind dun plaatstaal 1384-1407 [
mnw
blik*
oogopslag 1608 [
wnt
blikkeren*
flikkeren 1605-1616 [
wnt
] {3.1}
bliksem*
elektrische vonk bij onweer 901-1000 [
wps
] {3.1/4.1.1}
bliksemoorlog*
onverhoedse bewegingsoorlog 1961 [
gvd
] {3.1}
bliksemsnel*
zeer snel 1804 [
wnt
bliksem] {4.4}
blikskaters
tussenwerpsel: krachtterm 1914 [
gvd
] {4.3}
blind*
niet kunnende zien 1240 [Bern.]
blind*
vensterluik 1623 [
wnt
blindelings*
bijwoord van hoedanigheid: zonder te kijken 1562 [Naembouck] {3.1}
blindemannetje*
spel waarbij iem. geblinddoekt wordt 1887 [
wnt
] {4.1.18}
blinderen
kogelvrij of onzichtbaar maken 1865 [
kvw
] blinde vink*
lapje kalfsbiefstuk met gehakt 1910 [
wnt
vink] {4.1.6}
blindganger
niet ontploft projectiel 1943 [Aanv
wnt
] blini
boekweitpannenkoekjes 1996 [Vd Sijs 1996] blinken*
stralen 1461 [
mnw
blits
naar de laatste mode 1966 [Aanv
wnt
] blitzkrieg
onverhoedse bewegingsoorlog 1945 [Schuurman, De Tweede Wereldoorlog 22] blo*
vreesachtig 1240 [Bern.]
blocnote
aan de kop gelijmd stapeltje papier 1892 [Aanv
wnt
] bloed*
vloeistof in aderen 901-1000 [
wps
bloedheet*
zeer warm 1949 [Aanv
wnt
] {4.4}
bloedhond
hondensoort 1567 [Junius] bloedmooi*
zeer mooi 1989 [Hofkamp&Westerman] {4.4/5}
bloedrood*
zeer rood 1504 [
wnt
] {4.1.5/4.4/5}
bloeien*
in bloei staan 901-1000 [
wps
bloem*
uitgebot deel van plant 1100 [Willeram] {3.1/5}
bloem*
fijn gezift meel 1285 [
cg
Rijmb.]
bloemkool
koolsoort, groente 1567 [Claes] {4.1.6}
[pagina 893]
[p. 893]
bloemlezing*
verzameling letterkundige stukken 1819 [
wnt
bloes
bovenkledingstuk 1872 [
gvd
] bloesem*
bloem waaruit zich later een vrucht ontwikkelt 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
bloesjesdag
eerste warme lentedag 1984 [
gvd
blok*
regelmatig gevormd stuk van iets 1242 [Claes Tw. 9]
blokfluit
blaasinstrument 1944 [
wnt
trio] {4.1.16}
blokhuis*
klein verdedigingswerk 1562 [Naembouck]
blokken*
hard studeren 1599 [Kil.]
blokkeren
afsluiten, tegenhouden 1624 [Wonderlicke avontuer van twee goelieven] blond
met een lichte kleur 1285 [
cg
Rijmb.] blondine
blond meisje 1866 [
wnt
] bloody mary
cocktail met wodka en tomatensap 1968 [Moderne
wp
voor de vrouw] blooper
misslag 1991 [
gnn
] bloot*
naakt 1265-1270 [
cg
Lut.K]
blootshoofds*
met onbedekt hoofd 1698 [
wnt
blos*
rood op de wangen 1546 [Claes Tw. 12]
blouson
wijd jakje 1984 [
gvd
] blow
trek aan marihuanasigaret 1984 [
gnn
] blozen*
rood worden 1290 [
cg ii
1 En.Codex]
blubber
modder 1937 [Aanv
wnt
] bluefort
een in Nederland ontwikkelde kaas 1968 [
wp
voor de vrouw] {4.1.6}
bluegrass
country music uit Kentucky 1975 [
wp
, dl. 19, 238] blue jeans
spijkerbroek 1956 [R75] blue movie
pornografische film 1984 [
gnn
] blues
muzieksoort 1936 [Aanv
wnt
] bluffen
pochen 1855 [
wnt
] blunder
domme fout 1847 [
kku
] blurb
flaptekst 1947 [De Vooys] blussen*
uitdoven 1285 [
cg
Rijmb.]
blut*
geen geld meer hebbend 1903 [
wnt
z.j.]
bluts*
deuk 1562 [Naembouck]
boa
slang 1287 [
cg
NatBl] boa
halsbont 1844 [
wnt
] board
bestuurslichaam 1886 [
kku
] board
bouwmateriaal 1951 [
wnt
triplet] bobbel*
knobbel, luchtbel 1490 [
mnw
bobo
‘belangrijk’ bestuurslid in de sportwereld 1988 [Vd Sijs 1996] bobslee
soort slee 1912 [
kku
] bochel*
bult 1599 [Kil.] {3.1}
bocht*
kromming 1588 [Kil.]
bocht*
uitschot 1710 [
wnt
] {4.1.6}
bockbier
donker bier 1886 [
kku
] bod*
het bieden 1440 [
hws
bode*
boodschapper 901-1000 [
wps
bodega
wijnhuis 1855 [Kramers, Geographisch Wrdb.] bodem*
grond 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.] {3.1}
body
lichaam 1897 [Klöters, Bij ons in de Jordaan 23] bodybuilding
spieroefeningen 1983 [Ferrée] bodyguard
lijfwacht 1984 [
gnn
] bodymilk
cosmetische vloeistof voor lichaamsreiniging 1984 [
gvd
] bodywarmer
mouwloos gewatteerd vest 1986 [De Coster 1999] boedel*
geheel van roerende goederen 1282 [
cg i
1, 644] {1.2.4/3.1}
boef*
schurk 1260-1270 [
cg ii
1 Boeve]
boeg*
voorste deel van schip 1599 [Kil.]
boegseren
met sloepen voorttrekken 1599 [
wnt
] boegspriet*
uitstekend rondhout voor touwwerk 1521 [
hws
boei
band 1285 [
cg
Rijmb.] boei
drijvend baken 1599 [Kil.] boeier
vaartuig 1475 [
ara
Rentmeesterschappen
, 108] {4.1.11}
boek*
leesboek 901-1000 [
wps
boekanier
zeerover 1691 [
wnt
] boeket
bloemruiker 1698 [
wnt
] boekmaag*
deel van maag van herkauwer 1855 [Aanv
wnt
boekstaven*
te boek stellen 1477 [Teuth.]
boekvink*
zangvogel 1599-1607 [Claes Tw. 11]
boekweit*
graansoort 1413 [
hws
] {4.1.2}
boel*
inboedel 1460-1470 [Latijns-Middelnederlands Vocabularius, hs. 19.590 Brussel] {1.2.4}
boel*
grote hoeveelheid 1785 [
wnt
winst]
boeman*
afschrikwekkend persoon 1854 [
wnt
boemelen
kroegen aflopen 1894 [Aanv
wnt
] boemeltrein
stoptrein 1876 [Moortgat] boemerang
werpknots 1889 [Vd Sijs 1998] [pagina 894]
[p. 894]
boenen*
in de was zetten, schoonmaken 1286 [
cg
I2, 1176]
boer*
landbouwer 1516 [
hws
] {1.2.3/4.1.13}
boer*
oprisping 1704 [Claes] {3.1}
boer*
naam van een speelkaart 1828 [
wnt
uitspelen] {4.1.18}
boerde
klucht 1265-1270 [
cg
Lut.K] boerderij
boerenbedrijf 1644 [
wnt
] {1.2.4/1.2.5}
boerendans
volksdans 1719 [
wnt
zwieren] {4.1.15}
boerenkool
koolsoort 1778 [
wnt
sluitkool] {4.1.6}
boerenkoolvoetbal
slecht voetbal 1977 [Sanders 2001] {4.4}
boerenschroom*
spel met prentjes en dobbelstenen 1898 [
gvd
] {4.1.18}
boernoes
mantel 1863 [
kku
] boete*
(geld)straf 1254 [
vmnw
boeten*
herstellen, goedmaken 1253 [
cg i
1, 46]
boetiek
winkel 1847 [Aanv
wnt
] boetseren
kleien 1562 [Naembouck]
boezem*
borsten 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1/4.4}
boezeroen
bepaald kledingstuk 1855 [Focke, Neger-Eng. wrdb.] bof*
kinderziekte 1327 [
mnw
bof*
buitenkans 1891 [
wnt
bof
iii
boffen*
geluk hebben 1866 [
wnt
bogen*
pochen 1477 [Teuth.]
bohémien
zwervend kunstenaar 1889 [
wnt
sleepjapon] boiler
warmwaterreservoir 1938 [Aanv
wnt
] bojaar
adellijke grootgrondbezitter 1824 [
wei
] bok
mannetje van de geit 901-1000 [
wps
] bok
hijsstellage, werktuig 1523 [
hws
] bok
bok van een rijtuig 1872 [
gvd
] bokaal
grote beker 1451 [
hws
] bokkenpoot(je)
koekje met chocola aan de uiteinden 1949 [
wnt
z.j.] bokking*
gerookte haring 1285 [
cg
I2, 1021]
boksen
met de vuist vechten 1808 [
wnt
] bokser
vuistvechter 1824 [
wei
] boktor
insect 1766 [
hou i
, 9, 518] bol*
rond voorwerp 1280 [
cg i
Gent] {2.3}
bol*
rond 1351 [
mnw
bolder
klamp 1856 [
wnt
] bolderen*
geraas maken 1599 [Kil.] {3.1}
boleet
buiszwam 1901 [
kui
] bolero
Spaanse dans 1847 [
kku
] bolero
damesjasje 1901 [Aanv
wnt
] bolhoed*
hoofddeksel 1939 [
wnt
rekker
ii
] {4.1.9}
bolide
luchtsteen 1895 [Broeckaert] bolide
raceauto 1970 [Recht voor raap] bolivar
munteenheid van Venezuela 1906 [
wp
] {4.1.12}
boliviano
munteenheid van Bolivia 1864 [Enc. Munten en Bankbiljetten] bolknak*
sigaar 1940 [Aanv
wnt
] {4.1.6}
bolleboos
uitblinker 1866 [
wnt
] bollen*
het bolspel of kegelspel spelen 1555 [Claes Tw. 9] {4.1.18}
bolsjewiek
aanhanger van het Russische communisme 1918 [
wnt
vertegenwoordiger] bolster*
bast van noten e.d. 1477 [Teuth.]
bolus
gebak 1854 [
wnt
] bolus
drol 1961 [
gvd
] {4.4}
bolwerk*
bastion 1477 [Teuth.]
bolwerken*
klaarspelen 1806 [
wnt
bom
stop, spon 1284-1285 [
cg
I2, 1020] bom
projectiel 1667 [
wnt
] bom*
vissersvaartuig 1871 [
wnt
] {4.1.11}
bombarderen
met bommen beschieten 1515 [
wnt
] bombardon
blaasinstrument 1897 [Aanv
wnt
] bombarie
lawaai, ophef 1720 [
wnt
bombast
gezwollen stijl 1824 [
wnt
] bombazijn
weefsel 1574 [Toll.] bombe
ijsgerecht 1945 [Aanv
wnt
] bomberjack
bruinleren jack met bontkraag 1989 [De Coster 1999] bomen*
punteren 1681 [
wnt
boomen
bomen*
discussiëren 1884 [
wnt
boomen
ii
bommen*
een hol geluid geven 1452-1494 [
hws
] {3.1}
bommoeder
vrouw die haar kind alleen wenst op te voeden 1981 [De Coster 1999] bomvol
helemaal vol 1898 [
gvd
] bon
bewijsje 1867-1868 [
wnt
] bonafide
betrouwbaar 1824 [
wei
] bonbon
snoepgoed 1785 [
wnt
] bonbonnière
bonbondoosje 1824 [
wei
] bond
verbond, vereniging 1552 [
wnt
] [pagina 895]
[p. 895]
bondage
sadomasochistische omgang met vastgebonden partner 1970 [Recht voor raap] bondgenoot
deelgenoot, helper 1599 [
wnt
] bondig*
kernachtig 1642 [
wnt
bongerd*
boomgaard 1240 [
vmnw
] {3.1}
bongo
slaginstrument 1956 [Aanv
wnt
] bonhomie
natuurlijke wellevendheid 1824 [
wei
] bonje
Bargoens: ruzie 1769 [Endt] bonjour
tussenwerpsel: groet 1617 [Aanv
wnt
] bonk*
klomp, bot 1477 [Teuth.]
bonken*
hard tegen iets stoten 1844 [
wnt
] {3.1}
bonken*
geslachtsgemeenschap hebben 1988 [Joustra, Homo-erotisch wrdb.] {3.1/4.4}
bon-mot
kwinkslag 1788 [Aanv
wnt
] bonnefooi
goed geluk 1863 [
kku
] bonnet
muts 1477 [Teuth.] bonnetterie
textielwinkel 1865 [
kvw
] bons*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1787-1789 [
wnt
] {3.1}
bons, bonze
invloedrijk persoon, partijbons 1830 [Aanv
wnt
] bonsai
dwergboompje 1984 [
gvd
] bont
veelkleurig 1272 [
cg i
1, 237] bont
pelswerk 1300 [
mnw
] bon ton
welgemanierdheid 1765 [Aanv
wnt
] bonus
uitkering 1912 [
kku
] bon-vivant
losbol 1824 [
wei
] bonze
Japanse boeddhistische priester 1824 [
wei
] bonzen*
hevig kloppen 1589 [Claes Tw. 11] {3.1}
boobytrap
valstrikmijn 1950 [De Vooys] boodschap*
bericht 1240 [Bern.]
boodschap*
behoefte (grote of kleine boodschap) 1804 [
wnt
] {4.4}
boodschap*
gekocht artikel 1866 [
wnt
boog*
schiettuig voor pijlen 901-1000 [
wps
] {4.1.14}
boog*
gebogen constructie 1350-1384 [
mnw
boogie-woogie
op piano gespeelde blues met basbegeleiding 1956 [Enc. van de muziek] bookmaker
bij wie men weddenschappen afsluit 1880 [Aanv
wnt
] vastgelegde verwijzing naar het adres van een website 1997 [Adformatie, dl. 25, 48, 20-22, 2] boom*
houtachtig gewas 701-800 [Lex Salica] {2.2/3.1}
boom
plotselinge stijging 1912 [
kku
] boomgaard*
grond met vruchtbomen 1100 [Willeram] {3.1}
boon*
zaad van peulvrucht 1210-1240 [
cg i
1, 2] {4.1.6}
boor*
werktuig om gaten te maken 1440 [
mnw
boor
boorzuur 1893 [
wnt
boor
ii
boord*
rand 701-750 [Künzel] {2.3}
boordevol*
helemaal vol 1599 [Kil.] {4.4}
boos*
slecht 1240 [Bern.] {1.2.3}
boos*
toornig 1740 [
wnt
] {1.2.3}
boosaardig*
kwaadaardig 1659 [
wnt
booster
versterker 1984 [
gnn
] booswicht*
schurk 1401-1450 [
hws
boot
vaartuig 1390 [
mnw
] boots
laarzen 1984 [
gvd
] bop
jazzstijl 1956 [Van Zuylen, Radio- en televisie-enc.] borax
natriumzout 1599 [Kil.] bord*
schaal, plank 1138 [Rey] {2.2}
bordeel
hoerenkast 1293 [
cg
I3, 1920] border
rand met bloemen in tuin 1909 [Aanv
wnt
] borderliner
iem. die zich bevindt op de grens van geestelijk normaal en gestoord 1992 [Peptalk] bordes
verhoogde stoep 1845 [
wnt
] bordpapier
karton 1698 [
wnt
borduren
figuren naaien 1573 [Plantijn]
boreaal
noordelijk 1824 [
wei
] boren*
een gat maken 1240 [Bern.]
borg*
waarborg 1237 [
cg i
1, 30]
borgtocht*
overeenkomst waarbij een derde zich garant stelt 1282 [
cg i
1, 631] {3.1}
borium
chemisch element 1831 [Aanv
wnt
] born*
bron 901-1000 [
wps
borrel*
glas sterkedrank 1692 [
wnt
] {3.1/4.1.6}
borsalino
deukhoed 1930 [Aanv
wnt
] {4.1.9}
borsjtsj
rodebietensoep 1886 [
kku
] borst*
lichaamsdeel 701-800 [Lex Salica] {2.2}
borst
jonkman 1623 [
wnt
] borstbeeld*
beeldhouwwerk, buste 1740 [
wnt
borstel*
stijve haren van varkens e.d. 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
borstel*
gereedschap: schuier 1573 [
wnt
borstplaat
lekkernij 1872 [
gvd
] {4.1.6}
borstrok*
wollen onderkledingstuk 1609 [
wnt
borststem*
natuurlijke zangstem 1885 [
wnt
] {4.1.16}
[pagina 896]
[p. 896]
borstwering*
verhoging waarachter men tot borsthoogte gedekt is 1384-1407 [
mnw
bos*
woud 1089 [Claes] {1.2.6/2.3}
bos*
bundel 1252 [
mnw
boss
baas 1912 [
kku
] bossanova
Zuid-Amerikaanse dans 1984 [
gvd
] bosschage
bosje 1285 [
cg
Rijmb.] boston
kaartspel 1832 [
wei
] boston
dans 1924 [
gvd
] bot
laars 1240 [Bern.] bot*
beenvis 1287 [
cg
NatBl]
bot*
knop 1351 [
mnw
bot*
been 1477 [Teuth.]
bot*
stomp 1599 [Kil.]
botanisch
plantkundig 1815 [Aanv
wnt
] botel
drijvend hotel 1965 [Verschueren, Bijvoegsel, 9] boten*
slaan, kloppen 1080 [Rey] {2.2}
boter
voedingsstof van melk 1240 [Bern.] boterham
snee brood 1567 [Claes Tw. 11] {4.1.6}
botje*
muntje 1406-1448 [
mnw
] {1.3/4.1.12}
botsen*
met een schok tegen iets aankomen 1588 [Claes]
bottel
fles 1698 [
wnt
] bottel*
rozenbottel 1778 [
wnt
] {3.1}
bottelen
op flessen tappen 1824 [
wei
] botten*
uitspruiten 1438 [
mnw
botter*
vaartuig 1849 [
wnt
] {4.1.11}
bottine
halve laars 1479 [
hws
] bottleneck
knelpunt 1947 [De Vooys] botulisme
vergiftiging door bacteriën 1886 [
kku
] botvieren*
vrij spel laten 1784 [
wnt
bot
viii
bouclé
losse kaardgaren stof 1912 [
kku
] boud*
stoutmoedig 901-1000 [
wps
boudoir
damesvertrek 1832 [
wei
] bouffante
das 1839 [
wnt
] bougainville
plantengeslacht 1899 [
wnt
raam
] bougie
vonkbrug 1917 [Sanders 1995] bouillabaisse
vissoep 1912 [
kku
] bouillon
vleesnat 1731-1735 [
wnt
] boulevard
brede straat 1816 [Aanv
wnt
] boulimie
vraatzucht 1910-1914 [Bauwens] bouquet
aroma 1847 [
kku
] bourbon
Amerikaanse whisky 1975 [
wp
(whiskey)] bourdon
diepe bas 1795 [Aanv
wnt
] bourgeois
burger 1451-1475 [Mak] bout*
poot van een geslacht dier 1101-1200 [Tavernier] {2.4/4.1.6}
bout
metalen staaf 1330 [Jacobs 12] boutade
geestige overdrijving 1824 [
wei
] bouten*
kakken 1731 [
moo
] {4.4}
bouvier
hondensoort 1936 [
wnt
trouw
] bouwen*
een huis optrekken 901-1000 [
wps
bouwen*
het land bewerken 1375 [
mnw
bouwmeester
architect 1620 [
wnt
bouwvakker*
iem. die in de woningbouw werkt 1963 [Aanv
wnt
] {3.1/4.1.13}
bouwvallig
vervallen 1451-1500 [
mnw
] bouwwerk*
gebouw 1848 [
wnt
boven*
voorzetsel 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.2}
boven*
bijwoord van plaats 1285 [
cg
Rijmb.]
bovenbaas*
iemand die het voor het zeggen heeft 1963 [Heer Bommel en de bovenbazen] {4.4}
bovendien*
voegwoordelijk bijwoord 1658 [
wnt
bowl
drank uit wijn, rum en vruchten 1902 [
wnt
] bowlen
bowling spelen 1955 [Fokko Bos, Vreemde wrd.] box
afgescheiden ruimte 1857 [Aanv
wnt
] boxenstelsel
bepaald belastingstelsel 1999 [Sanders 2000]
boxer
hondensoort 1909-1910 [Aanv
wnt
] boxershort
modieuze onderbroek voor mannen 1992 [
gvd
] boy
knaap 1782 [Wolff en Deken, Sara Burgerhart 1930, 447] boy
Indische bediende 1853 [Van Schaick, De Manja] boycot
uitsluiting van maatschappelijk verkeer 1910 [De Hollandsche Revue 25/7, 441ab] braaf
eerzaam, gehoorzaam 1769 [
wnt
] braak*
onbebouwd 1562 [Claes]
braak*
inbraak, huisbraak 1843 [
wnt
braam*
vrucht 1240 [Bern.] {3.1/4.1.2}
braam*
oneffenheid aan mes 1799-1811 [Weiland, Nederduitsch taalkundig wrdb.]
braambes*
bes van de braamstruik 1160 [Rey] {2.2/3.1/4.1.2}
brabbelen*
krom spreken 1613 [
wnt
] {3.1}
bracteaat
dunne, eenzijdig gestempelde middeleeuwse munt 1824 [
wei
] braden*
gaar maken op vuur 1240 [Bern.]
[pagina 897]
[p. 897]
braderie
markt 1948 [
kwt
] brahmaan
lid van de Indische geestelijke adel 1596 [Linschoten] braille
schrift voor blinden 1898 [
gvd
] braindrain
emigratie van intellectuelen 1968 [
wp
jaarboek 1969] brainstorm
collectief opperen van spontane suggesties ter oplossing van een probleem 1957 [
wp
jaarboek 1958] braintrust
vertrouwensraad 1937 [A. Viruly, Logboek 82] brainwashing
hersenspoeling 1957 [
wp
jaarboek 1958] brainwave
prachtige inval 1957 [
wp
jaarboek 1958] brak*
hondensoort 1287 [
cg
NatBl] {4.1.3}
brak*
zilt 1477 [Teuth.]
braken*
vlas breken 1350 [
mnw
braken*
overgeven 1546 [Naembouck] {4.4}
brallen*
snoeven 1613 [
wnt
] {3.1}
bramzeil*
vierkant zeil boven het marszeil 1597 [
wnt
brancard
draagbed 1847 [
kku
] branche
afdeling 1847 [Aanv
wnt
] brand*
vuur 1240 [Bern.]
brandbrief
brief met maning 1842 [
wnt
branden*
in vuur en vlam staan 1445 [
mnw
] {1.2.4}
brandewijn
gestookte sterkedrank 1301-1350 [
hws
] {4.1.6}
brandgans*
eendachtige 1599 [Kil.]
branding*
golfslag 1652-1662 [
wnt
brandschatten*
schatting opleggen op straffe van plundering 1488 [
hws
brandvos*
hondachtige 1599 [Kil.] {4.1.3}
brandweer*
dienst voor het blussen 1828 [
wnt
brandy
brandewijn, cognac 1855 [
kku
] branie
bluffer 1884 [
wnt
] bras
schoot van een ra 1598 [
wnt
waarnemen] brasem*
beenvis 1101-1200 [Rey] {2.2/3.1}
braspenning
vroegere munt 1409 [Van Gelder 1965] brassband
band van blaasinstrumenten en drums 1984 [
gvd
] brassen*
slempen 1540 [Toll.] {3.1}
brassen
de ra's verstellen 1685 [
wnt
bravissimo
tussenwerpsel: uitmuntend 1784 [
wnt
satan] bravo
tussenwerpsel: goed! 1784 [
wnt
] bravoure
zelfverzekerdheid 1780 [Aanv
wnt
] braziel
houtsoort 1602 [
wnt
] break
bij tennis: winst van een game waarin de tegenstander serveert 1984 [
gvd
] breakdance
acrobatische dansstijl 1986 [De Coster 1999] breakdown
geestelijke inzinking 1945 [Aanv
wnt
] breed*
wijd 851-900 [Claes] {2.3}
breedte*
kortste afmeting 1201-1225 [
vmnw
] {3.1/5}
breeuwen*
naden dichten 1351-1400 [
mnw
breidel*
toom 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {3.1}
breien*
draden strikken 1201-1300 [
mnw
brein*
hersens 1477 [Teuth.]
breinbaas*
zeer knappe man 1949 [Mondria, Bommelbibl.] {4.4}
breken*
klein of stuk maken 1237 [
cg i
1, 31]
brem*
plant 1240 [Bern.]
brem*
zout 1648 [
wnt
brijn]
brengen*
vervoeren 901-1000 [
wps
brengun
licht machinegeweer 1950 [Sanders 1995] bres
opening in vestingmuur 1588 [Claes] bretel
draagband 1827-1830 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië] breuk*
het breken, barst 1240 [Bern.]
breuk*
gebroken getal 1569 [Kool]
brevet
diploma 1444 [
hws
] brevier
gebedenboek 1461 [
hws
] bric-à-brac
snuisterijen 1929 [
kwt
] bridge
kaartspel 1918 [
wnt
rage] brie
kaassoort 1370 [Bouc van den ambachten] brief
geschreven boodschap 1236 [
cg i
1, 20] briefen
instrueren, inlichten 1989 [Peptalk] briefing
bijeenkomst waarop instructies worden gegeven 1957 [
wp
jaarboek 1958] briefpapier
postpapier 1843 [
wnt
uitstallen
] bries
koele wind 1596 [Linschoten 179] briesen*
brullen, hoorbaar ademen van paard 1240 [Bern.] {3.1}
brigade
eenheid van bataljons en afdelingen 1650 [Claes] brigadier
rang bij de gemeentepolitie 1858 [
wnt
] brij*
pap 1477 [Teuth.] {1.2.2}
brik*
(gebroken) baksteen 1282 [
mnw
[pagina 898]
[p. 898]
brik
zeilvaartuig 1781 [Toll.] brik
rijtuig 1898 [
wnt
] briket
stuk brandstof 1883 [
wnt
] bril
glazen om beter te zien 1401-1500 [
mnw
briljant
schitterend 1745 [
mey
] brillantine
haarcrème 1912 [
kku
] brille
uitzonderlijke begaafdheid 1840 [
wnt
kunst] {3.3}
brink*
erf, plein 1152 [Claes Tw. 9] {2.3}
brio
levendigheid 1795 [Aanv
wnt
] brioche
zoet broodje 1847 [
kku
] brits
slaapplaats 1774 [
wnt
] broccoli
Italiaanse bloemkool 1800 [Aanv
wnt
] brochette
pen om vlees aan te roosteren 1961 [
gvd
] brochure
vlugschrift 1796 [Claes] broddelen*
knoeien 1546 [
wnt
] {3.1}
broeden*
op eieren zitten 1240 [Bern.]
broeden*
beramen 1618 [
wnt
broeder*
mannelijk kind m.b.t. kinderen van dezelfde ouders 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
broeder*
geestelijke 1410 [
mnw
] {4.1.8}
broeder*
verpleger 1899 [
wnt
] {4.1.13}
broeien*
heet worden 1080 [Rey] {2.2}
broek*
laag drassig land 918-948 [Claes] {2.3}
broek*
kledingstuk 1285 [
cg
Rijmb.] {3.2}
brogue
type schoen 1989 [Peptalk] brok*
stuk 1484 [
mnw
brokaat
zware zijden stof, veelal met gouddraad geborduurd 1612 [De Bruijn Tw. 10] broker
beursagent 1912 [
kku
] brokkelen*
kruimelen 1562 [Claes] {3.1}
brokstuk
fragment 1872 [
gvd
] brom*
dronken 1898 [
gvd
bromelia
plantensoort 1906 [
wp
] bromfiets
fiets met motor 1950 [Aanv
wnt
] brommen*
laag en dof geluid maken 1477 [Teuth.] {3.1}
brommer
Amsterdams huurrijtuig 1819 [Sanders 1993] {4.1.10}
brommer*
bromfiets 1961 [
gvd
] {3.1/4.1.10}
brommobiel
vierwielig gesloten voertuig met bromfietsmotor 1995 [Picarta: Verkeersconsequenties van de brommobiel] {4.1.10}
bron
uit de grond opwellend water 1605 [
wnt
verfrisschen] bronchiën
vertakkingen van de luchtpijp 1669 [
mey
] bronchitis
ontsteking van de luchtpijptakken 1832 [
wei
] brons
legering van koper en tin 1590 [
wnt
] bronst
paartijd 1599 [
wnt
] brontosaurus
voorhistorische hagedis 1912 [
kku
brood*
baksel uit gerezen deeg 1101-1200 [Tavernier oveliebroot] {2.4/4.1.6}
brooddronken*
overmoedig 1573 [
wnt
broodje-aap*
fantastisch volksverhaal dat vaak wordt geloofd 1978 [Picarta: titel van E. Portnoy] {4.4}
broodmager*
zeer mager 1784-1785 [
wnt
broodrooster*
apparaat om brood te roosteren 1914 [
gvd
] {4.1.9}
broom
chemisch element 1886 [
kku
] broos*
breekbaar 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.4}
bros*
breekbaar 1596 [Linschoten 129] {1.2.4}
brougham
type rijtuig 1903 [Prick 1903] brouilleren
onenig maken 1573 [Aanv
wnt
] brouwen*
bier bereiden 1284 [
cg
I2, 1003]
brouwen*
met een huig-r spreken 1691 [
wnt
] {3.1}
brouwer*
iem. die beroepsmatig bier brouwt 1284-1285 [
vmnw
] {4.1.13}
brownie
koekje met chocolade en nootjes 1989 [Peptalk] browning
soort pistool 1947 [
wnt
automaat Suppl] browser
computerprogramma waarmee elektronische bestanden kunnen worden geraadpleegd 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 15] brr*
tussenwerpsel: uitroep van kou 1840 [
wnt
] {4.3}
brug*
verbinding over water 840-875 [Claes] {2.3}
bruid*
in ondertrouw opgenomen vrouw 1240 [Bern.] {4.1.4}
bruidegom*
in ondertrouw opgenomen man 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
bruidssuiker
suikergoed 1830 [
wnt
] {4.1.6}
bruikleen*
lening voor tijdelijk gebruik 1675 [
wnt
bruiloft*
trouwfeest 1240 [Bern.]
bruin*
kleurnaam 1210-1240 [
cg i
1, 10] {4.1.5}
bruinvis*
walvisachtige 1343-1344 [
mnw
] {3.1}
bruisen*
borrelen 1336-1339 [
mnw
] {3.1}
brullen
hard geluid maken 1483 [
mnw
] brumaire
nevelmaand 1824 [
wei
] [pagina 899]
[p. 899]
brunch
maaltijd 1957 [
wp
jaarboek 1958] brunette
meisje met donkerbruine haren en ogen 1720 [
mey
] brut
droog (van champagne) 1984 [
gvd
] brutaal
onbeschoft 1808 [
wnt
] bruto
bijwoord: met emballage, zonder aftrek van kortingen 1599 [Kool] bruusk
kortaf 1650 [Claes] bruuskeren
onheus bejegenen 1872 [
gvd
] bruut
ruw 1923 [Aanv
wnt
] bubbelgum
klapkauwgom 1984 [
gvd
] buckram
boekbinderslinnen 1948 [
kwt
] bucolisch
m.b.t. land- en herdersleven 1824 [
wei
] buddy
vrijwilliger die aidspatiënt helpt 1987 [De Coster 1999] buddyseat
tweepersoons motorzadel 1959 [
wp
jaarboek 1959] budget
begroting 1816 [
wnt
] budo
het geheel van Japanse vechtsporten 1959 [Picarta: titel van ts.] buffel
herkauwer 1287 [
cg
NatBl] buffelen
gulzig eten 1858-1870 [
wnt
] buffer
stootkussen 1875 [
wnt
] buffet
schenktafel, tapkast 1343-1346 [
mnw
] buffo
basstem voor komische rollen 1847 [
kku
] bug
afluisterapparaat 1984 [
gvd
] bug
fout in computerprogramma 1989 [Peptalk] bugel
blaasinstrument 1912 [
kku
] buggy
opvouwbare kinderwagen 1984 [
gvd
] bühne
toneel 1912 [
kku
] bui*
neerslag 1573 [Claes Tw. 12] {4.1.1}
bui*
stemming 1786 [
wnt
buidel*
zak 1240 [Bern.] {1.2.4}
buideldier*
zoogdier dat het jong in een buidel draagt 1869 [
wnt
buigen*
krommen 901-1000 [
wps
buik*
middendeel van lichaam 701-800 [Lex Salica] {2.2}
buil*
bult 901-1000 [
wps
buil*
zak 1451-1500 [
mnw
] {1.2.4}
buis
leiding 1350-1385 [
mnw
] buis
haringschuit 1407-1432 [
mnw
] buis
jasje 1573 [
wnt
buis
vi
] {1.2.3}
buit*
wat men veroverd heeft 1573 [Plantijn]
buitelen
tuimelen 1612 [
wnt
voortbrengen] buiten*
bijwoord van plaats 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
buiten*
voorzetsel 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.2}
buitenbeentje*
iem. die zich van de leden van een groep onderscheidt 1859 [
wnt
buitenissig*
zonderling 1865 [Multatuli-Enc.] {4.4}
buitenkans
onverwachte kans 1642 [
wnt
buitensporig*
onmatig 1662 [
wnt
vonnis]
buitenvrouw
elders wonende bijzit 1971 [Van Donselaar 1989] buizen*
zuipen 1540 [
mnw
buizerd
roofvogel 1567 [Claes] bukken*
vooroverbuigen 1445 [
mnw
buks
kort geweer 1772 [Chr. de Beet, Eerste Bonni-oorlog 137] buks, buksboom
heester 1350 [Claes] bul*
stier 1281 [
cg i
, 614] {4.1.3}
bul
oorkonde 1450 [
mnw
] bulderen*
dreunend geluid geven 1485 [
hws
] {3.1}
buldog
hondensoort 1729 [
wnt
woewoe] bulk
onverpakte lading 1912 [Fokko Bos] bulkcarrier
vrachtschip voor los gestorte lading 1968 [
kwt
] bulken*
loeien 1599-1607 [Claes Tw. 9] {3.1}
bulldozer
grondschuiver 1950 [De Vooys] bullebak
boeman 1611-1620 [
wnt
] bullen*
spullen 1872 [
gvd
bullenbijter
hondensoort 1862 [
wnt
] bullenpees*
strafwerktuig 1617 [
wnt
bulletin
kort bericht 1816 [
wnt
verbloemen
] bullshit
onzin 1983 [De Coster 1999] bult*
bobbel, bochel 1287 [
cg
NatBl]
bulterriër
hondensoort 1912 [
kku
] bumper
stootrand 1938 [Aanv
wnt
] bundel*
pak 1250 [
cg ii
1 Gen.rec.] {3.1}
bunder
vlaktemaat 1101-1200 [Tavernier] <
me
Latijn {2.4}
bungalow
vrijstaand huis van één woonlaag 1863 [Sanders 1995] [pagina 900]
[p. 900]
bungeejumpen
van een hoog object springen aan een elastisch koord 1993 [De Coster 1999] bungelen*
slingeren 1782 [
wnt
bungelen
ii
bunker
verdedigingsstelling 1940-1945 [Nieuwe Taalgids 38, 163ff] bunny
serveerster in nachtclub 1989 [Peptalk] bunsenbrander
gasbrander 1906 [
wp
bunzing*
marterachtige 1150 [Claes] {2.4/4.1.3}
burcht*
versterkte plaats 709 [Claes] {1.2.4/2.3}
bureau
schrijftafel 1793-1796 [
wnt
] bureau
kantoor 1824 [
wei
] bureaucratie
heerschappij van de ambtenaren 1847 [
kku
] burgemeester
hoofd van een gemeente 1254 [
vmnw
burger
inwoner van stad, lid van een staat 1240 [Bern.] burggraaf
adellijke titel 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {1.2.3}
burlen*
bronstig loeien van herten 1605 [
wnt
] {3.1}
burlesk
boertig 1782 [
wnt
] burn-out
oververmoeidheid door stress 1994 [De Coster 1999] bursaal
beursstudent 1592 [
wnt
trouwbelofte]
bus
doos, blik 1240 [
vmnw
] bus
vervoermiddel 1887 [
wnt
] bush
rimboe 1912 [
kku
] bush-bush
rimboe 1992 [
gvd
] {3.1}
business
zaken 1912 [
kku
] buskruit
ontplofbaar mengsel 1441 [Toll.] {4.1.14}
buste
borstbeeld 1778 [
wnt
] buste
boezem 1902 [
wnt
bustehouder s.v. rekbaar] bustehouder
steun voor de boezem 1902 [
wnt
rekbaar] butaan
gasvormige koolwaterstof 1941 [Holleman, Leerboek der organische chemie 50]
buten
verstoppertje spelen 1913 [Aanv
wnt
] {4.1.18}
butje*
imbeciel, slome jongen 1989 [Hofkamp&Westerman] {1.2.2/3.1}
butler
huisknecht 1912 [
kku
] buts
deuk 1470 [
mnw
] butskop*
walvisachtige 1761 [
wnt
potskop] {1.3/4.1.3}
button
speldje met afbeelding of tekst 1969 [R75] buur*
die in de omgeving woont 1265-1270 [
cg
Lut.K]
buurt*
stadsdeel of deel van dorp 1401-1500 [
mnw
buut
mikpunt 1847 [
kku
] buy-out
overname van alle aandelen van een vennootschap 1989 [Peptalk] buzzer
zoemer 1976 [
gvd
] buzzer
soort semafoon waarbij een bericht verschijnt op een schermpje 1996 [De Coster 1999] bye
tussenwerpsel: afscheidsgroet 1984 [
gvd
] bypass
omleiding 1968 [
kwt
] byte
groep van acht bits 1969 [Dijkman, Computer-
abc
74] cab
huurrijtuig 1912 [
kku
] caballero
heer, ruiter 1847 [
kku
] cabaret
amusementsgenre 1914 [
gvd
] cabine
hokje 1895 [Broeckaert] cabriolet
rijtuig 1824 [
wei
] cabriolet
auto met opvouwbaar dak 1929 [
kwt
] cacao
zaad van de cacaoboom en daaruit bereide drank 1596 [
wnt
] cachet
stempel 1588 [
wnt
] cachot
gevangenis 1698 [
wnt
] cactus
plantenfamilie 1775 [
wnt
toortsplant] cadans
ritme 1697 [
wnt
] caddie
drager van golfsticks 1917 [
kwt
] cadeau
geschenk 1824 [
wei
] cadens
reeks akkoorden ter afsluiting van muziekstuk 1739 [
wnt
] cadet
student aan militaire school 1868 [
wnt
] cadmium
chemisch element 1846 [Aanv
wnt
] café
kroeg 1897 [
wnt
] café-chantant
café waar voor de bezoekers wordt gezongen 1912 [
kku
] cafeïne
alkaloïde uit koffie 1857 [Aanv
wnt
] cafetaria
snelbuffet 1937 [Aanv
wnt
] cahier
schrift 1832 [
wnt
wijze
] caissière
kassajuffrouw 1914 [Aanv
wnt
] caisson
zinkbak 1824 [
wei
] cake
zachte koek 1761 [Aanv
wnt
] cakewalk
negerdans 1912 [
kku
] [pagina 901]
[p. 901]
calamiteit
grote ramp 1631 [
wnt
] calando
afnemend 1820 [Muzijkaal zak-woordenboek] calcium
chemisch element 1847 [
kku
] calculatie
berekening 1582 [Aanv
wnt
] calculator
rekenmachine 1982 [R84] calculeren
berekenen 1611 [
wnt
] calèche
licht rijtuig 1641 [Aanv
wnt
] caleidoscoop
weerspiegelende kijker 1847 [
kku
calgon
waterontharder 1950 [
gvd
californium
chemisch element 1976 [
gvd
] callanetics
vorm van fitness 1990 [De Coster 1999] callgirl
prostituee die zich telefonisch laat bestellen 1961 [
wp
jaarboek 1962] calorie
warmte-eenheid 1869 [
wnt
warmte-eenheid] calque
op calqueerpapier overgenomen tekening 1824 [
wei
] calqueren
natrekken van tekening 1604 [Aanv
wnt
] calvados
brandewijn 1952 [
ensie
] calvinisme
hervormde leer 1859 [
wnt
wel
] calvinist
aanhanger van de hervormde leer van Calvijn 1583 [
wnt
wet
] calypso
dans 1965 [R75] camber
eenzijdige slijtage van autoband 1954 [Aanv
wnt
] cambio
wissel 1543 [De Bruijn Tw. 10] cambium
steeds aangroeiend weefsel tussen bast en hout 1857 [Aanv
wnt
] <
me
Latijn
Cambrium
geologische periode 1911 [Heimans, Ons Krijtland 215] camcorder
apparaat voor beeld- en geluidsopnamen 1982 [Sanders 2000] camee
in reliëf gesneden steen 1782 [
hou iii
, 3, 431] camel
kameelkleurig 1974 [Posthumus] camelia
kamerplant 1847 [
kku
] camembert
kaassoort 1900 [Sanders 1995] camera
foto- of filmtoestel 1897 [
wnt
] camerlengo
pauselijk kamerheer 1863 [
kku
] camion
vrachtwagen 1899 [
wnt
automobiel Suppl] camjo
eenmansreportageploeg met kleine digitale camera 2000 [Volkskrant 15/12] camorra
Napolitaanse misdaadorganisatie 1886 [
kku
] camouflagepak
onopvallend pak 1961 [
gvd
] {4.1.14}
camoufleren
onopvallend maken 1924 [
gvd
] camp
vulgair, banaal, kitscherig 1966 [R75] campagne
veldtocht 1597 [Suriname: Spiegel der vaderlandse kooplieden 31] campagne
publieke actie 1909 [
wnt
] campanile
klokkentoren 1876 [Aanv
wnt
] campari
alcoholische drank 1978 [Complete drankenenc.] camper
kampeerwagen 1984 [
gvd
] camping
kampeerterrein 1958 [R75] {1.2.5/3.3/5}
campionissimo
de kampioen der kampioenen 1986 [
koe
] campus
universiteitsterrein 1948 [Aanv
wnt
] canaille
gepeupel 1572 [
wnt
adeldom] canapé
bank 1734 [
wnt
] canard
loos bericht 1872 [
gvd
] canasta
kaartspel 1951 [
wp
, dl. 11, 661] cancan
revuedans 1847 [
kku
] cancelen
afzeggen 1951 [Aanv
wnt
] candela
eenheid van lichtsterkte 1953 [Aanv
wnt
] candid-camera
heimelijke filmopnamen 1965 [R75] candybar
gevulde chocoladereep 1984 [
gnn
] cannabis
hennep 1869 [Aanv
wnt
] cannelloni
pasta met groente- en gehaktmengsel 1992 [
gvd
] canon
regel, richtsnoer 1450 [
hws
] cañon
ravijn 1880 [F. Bruins, Het Wereldrond
iii
, 178-179] canoniek
tot het kerkelijk gebruik behorend 1619 [
wnt
] canoniseren
voor heilig verklaren 1531 [
wnt
andere] cantabile
bijwoord: zangerig 1772 [Bouvink] cantate
zangstuk 1777 [
mey
] cantharel
dooierzwam 1846 [Flora Batava 9, nr. 660] [pagina 902]
[p. 902]
cantilene
kerkgezang, zangerige melodie 1847 [
kku
] canto
gezang 1772 [Bouvink] cantor
voorzanger 1678 [
wnt
jubileeren] canule
buisje om wonden open te houden 1748 [Aanv
wnt
] canvas
sterk linnen weefsel 1911 [
wnt
rubber] canvassen
werven van kiezers door politici die willekeurig aanbellen 1946 [Aanv
wnt
] canyoning
vorm van sportklimmen langs watervallen in diepe kloven 1995 [Dit, dl. 37, 4, 20-22, 2] canzone
lyrisch gedicht 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] caoutchouc
rubber 1847 [
wnt
wals
ii
] cap
ruiterpet 1984 [
gvd
] capabel
bekwaam 1642 [
wnt
] capaciteit
bekwaamheid 1728 [Pomey, Novum Dict. Belgico-Latinum] capaciteit
vermogen, kracht 1886 [
wnt
] cape
schoudermantel 1903 [Prick 1903] capibara
knaagdier 1883 [Van Donselaar Tw. 13] capillair
haar- 1847 [
kku
] capitonneren
bekleden, opvullen 1912 [
kku
] capitulatie
overgave van troepen 1651 [
wnt
] capituleren
zich overgeven 1588 [Claes Tw. 11] cappuccino
koffie met schuimende melk 1991 [Midas Dekker, Eten op je eigen] capriccio
muziekstuk zonder vast schema 1772 [Bouvink] caprice
gril 1657 [Aanv
wnt
] capriool
bokkensprong 1624 [
wnt
] capsule
(geneesmiddelen)omhulsel 1824 [
wei
] captain
(sport)aanvoerder 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] capuchon
hoofdkap 1824 [
wei
] caput
hoofdstuk 1658 [
mey
] cara
verzamelnaam voor longziekten 1984 [
gvd
] carabinieri
Italiaanse gendarmes 1805 [
mey
] caracal
katachtige 1872 [
gvd
] carambole
raken met speelbal van de twee andere biljartballen 1837 [
wnt
] caravan
kampeerwagen 1940 [Posthumus] carbid
chemische verbinding 1906 [
wp
carbol
ontsmettingsmiddel 1898 [
gvd
carburator
vergasser 1911 [Aanv
wnt
] carcinogeen
kankerverwekkend 1939 [Aanv
wnt
carcinoom
kankergezwel 1847 [Aanv
wnt
] carco
(eetbare) zeeslak 1976 [
gvd
] cardanas
as in auto 1919 [Aanv
wnt
care
verzorging 1912 [
kku
] cargadoor
scheepsbevrachter 1472 [Toll.] cargo
vracht 1633 [
wnt
] cariës
tandbederf 1867 [Aanv
wnt
] carillon
klokkenspel 1824 [
wei
] carnaval
drie dagen voor vasten 1673 [
wnt
] carneool
vleesrode edelsteen 1734 [HubWes]
carnivoor
vleeseter 1865 [
kvw
] carolus(gulden)
munt 1521 [Van Gelder 1965] {4.1.12}
caroteen
oranjerode kleurstof in planten 1902 [Kerner von Marilaun, Leven der planten
ii
:116]
carpaccio
voorgerecht bestaande uit dunne plakjes rauwe ossenhaas 1992 [Vogelaar in Raster 60, 70-74, 5] carpooling
het gezamenlijk gebruik maken van één auto 1980 [De Coster 1999] carport
afdak voor auto's 1979 [Wijnands&Ost] carré
vierkant 1773 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] carrier
draagwagen 1946 [Aanv
wnt
] carrière
loopbaan 1600 [
wnt
drank] carrosserie
koetswerk van auto 1914 [
gvd
] carrousel
draaimolen 1824 [
wei
] carter
omhulsel van krukas in motor 1911 [Aanv
wnt
] {3.3}
cartografie
het maken van kaarten 1875 [Aanv
wnt
] cartoon
getekende mop 1949 [Aanv
wnt
] cartotheek
kaartsysteem 1932 [Aanv
wnt
] cartouche
omlijsting met rolwerk 1653 [Aanv
wnt
] cartridge
(inkt)houder 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 30] [pagina 903]
[p. 903]
carveschaats
schaats met ijzers die in het midden smaller zijn 1999 [Sanders 2000]
casanova
vrouwenversierder 1968 [
kwt
cascade
waterval 1649 [Aanv
wnt
] casco
romp van schip of auto 1614 [
wnt
Bijv.+verb.] case
praktijkgeval 1984 [
gvd
] caseïne
kaasstof 1861 [Aanv
wnt
cash
bijwoord: contant 1912 [
kku
] cashen
te gelde maken, geld innen 1998 [Internet: afz-10.html] cashewnoot
notensoort 1968 [
kwt
] cashflow
netto winst plus afschrijvingen 1975 [R75] casino
gebouw voor gokken 1824 [
wei
] casinobrood
broodsoort 1914 [
gvd
] {4.1.6}
cassatie
vernietiging van vonnis 1651 [
wnt
] cassave
meel uit de wortels van maniok 1625 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] casselerrib
varkensrib als broodbeleg 1910 [
wnt
rib
] casseren
een vonnis vernietigen 1290 [
cg
I3, 1491] cassette
houder, doos 1688 [Aanv
wnt
] cassette
geluids- of videoband in houder 1902 [Aanv
wnt
] cassetterecorder
kleine bandrecorder 1973 [Aanv
wnt
] cassis
drank van zwarte bessen 1912 [
kku
] cast
bezetting van film of toneelstuk 1958 [R75] castagnetten
duimkleppers 1717 [Aanv
wnt
] castraat
mannenstem die geen stemwisseling heeft ondergaan 1824 [
wei
] castreren
ontmannen 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] casus
geval 1621 [Aanv
wnt
] cataclysme
geweldige ramp 1919 [
kwt
] catacombe
onderaardse gang 1653 [Aanv
wnt
] catalepsie
verstijving van spieren 1624 [Aanv
wnt
] catalogus
register, lijst 1610 [Picarta: Catalogus Vant gheene tot Amsterdam by groote menichten vercocht zal worden] catamaran
dubbelboot 1832 [
wei
] cataract
staar 1351 [
mnw
] catarre
slijmvliesontsteking 1514 [
mnw
] catastrofe
grote ramp 1824 [
wei
] catatonie
spierspanning 1923 [Aanv
wnt
catch-22
(dankzij bureaucratie) onoplosbaar dilemma 1961 [De Coster 1999] catcher
vangman bij baseball 1912 [
kku
] catecheet
godsdienstonderwijzer 1847 [
kku
] catechese
godsdienstonderwijs 1886 [
kku
] catechisatie
godsdienstonderwijs 1624 [Toll.] catechismus
leer van godsdienst in de vorm van vraag en antwoord 1538 [Bibliotheca 1954, nr. 1571] categorie
onderdeel van classificatie 1665 [
wnt
] categorisch
onvoorwaardelijk 1698 [
mey
] catenaccio
extreem verdedigend voetbal 1990 [De Coster 1992] catering
verzorging van maaltijden of feesten 1972 [Picarta: titel van tijdschrift, uitgegeven bij Merites in Nijmegen] catharsis
reiniging 1832 [
wei
] catheter
buis om lichaamsvocht af te tappen 1642 [
wnt
waterloop] catwalk
nauwe loopbrug voor modeshows 1984 [
gvd
] caudillo
militair-politiek leider 1886 [
kku
] causaal
oorzakelijk 1824 [
wei
] causaliteit
oorzakelijkheid 1799 [Aanv
wnt
] causerie
praatje 1843 [Aanv
wnt
] cautie
borgtocht 1290 [
cg ii
1 En.Codex] cavalerie
wapen van de landmacht te paard 1588 [Claes] cavalerie
wapen van de landmacht, uitgerust met tanks 1946 [Leen Verhoeff, uit off. stukken] cavalier
begeleider 1669 [
mey
] cavia
knaagdier 1853 [Aanv
wnt
] cayennepeper
gemalen Spaanse peper 1847 [
kku
] cd
dun schijfje waarop geluid is vastgelegd 1983 [Van der Horst 392] cd-rom
cd die uitsluitend gelezen kan worden 1985 [De Coster 1999] ceder
naaldboom 1100 [Willeram] cederen
afstaan 1506 [
hws
] cedi
munteenheid van Ghana 1967 [Enc. Munten en Bankbiljetten] [pagina 904]
[p. 904]
cedille
teken onder de c 1824 [
wei
] ceel, cedel
(bewijs)stuk, lijst 1240 [Bern.] ceintuur
gordel 1462 [
hws
] cel
klein vertrek 1240 [Bern.] cel
kleinste element in weefsel 1644 [
wnt
] celebreren
vieren, plechtig bedienen 1295 [
cg
I3, 2161] celesta
toetsinstrument 1944 [
wnt
trommel] celibaat
ongehuwde staat 1800 [
wnt
jaar
] celibatair
vrijgezel 1824 [
wei
] cello
snaarinstrument 1847 [
kku
] {3.3/4.1.16}
cellofaan
doorzichtig verpakkingsmateriaal 1934 [
kwt
] cellulair
in cellen verdeeld 1856 [Suringar, Het cellulair systeem] cellulitis
zwelling van onderhuids bindweefsel 1910 [Bauwens] celluloid
hoornachtige, elastische stof, o.a. gebruikt voor foto's en films 1899 [
wnt
vignet] cellulose
celstof 1872 [
gvd
] Celsius
eenheid van temperatuur 1865 [
wnt
verkoken]
cembalo
toetsinstrument 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] cement
mortel 1350 [
mnw
] cenotaaf
leeg grafmonument 1824 [
wei
] censureren
vrijheid van meningsuiting beperken 1726 [
wnt
] cent
munt ter waarde van het honderdste deel van een gulden 1816 [
wnt
] centaur
paardmens 1526 [
wnt
stuur
ii
] centenaar
gewichtseenheid van 100 kg 1287 [
hws
] centime
een honderdste frank 1806 [Claes] centimeter
0,01 meter 1810 [
wnt
kilometer] centraal
in het midden gelegen 1796 [Picarta: Concept-plan ter inrichting (...) alsmede voor eene algemeene Centraale vergadering] centraliseren
in één punt samenbrengen 1904 [
wnt
] centreren
het midden zoeken 1824 [
wei
] centrifugaal
middelpuntvliedend 1824 [
wei
] centrifuge
centrifugaalmachine 1865 [
wnt
uitlekken
] centripetaal
middelpuntzoekend 1824 [
wei
centrum
middelpunt 1654 [Claes] centrum
instelling 1961 [
gvd
] cerebraal
wat de hersenen betreft 1847 [
kku
] ceremonie
plechtigheid 1494-1512 [
hws
] ceremonieel
betrekking hebbend op ceremoniën 1555 [
wnt
] cerise
kerskleurig 1912 [
kku
] cerium
chemisch element 1898 [
wnt
verbranding] certificaat
schriftelijke verklaring 1847 [
wnt
] certificeren
voor echt verklaren 1370-1378 [
hws
] <
me
Latijn
cervelaatworst
gekruide vleesworst 1824 [
wei
] {4.1.6}
cerviduct
wildviaduct 1986 [
koe
cervix
hals van een orgaan 1919 [
wnt
verplaatsing] cesartherapie
bewegingstherapie 1991 [
wp
cesium
chemisch element 1886 [
kku
] cessie
overdracht 1516 [
wnt
] cessionaris
verkrijger 1650 [
mey
] cesuur
rustpunt 1824 [
wei
] chaabi
Marokkaanse volksmuziek 2000 [
nrc-h
30/12/2000] chablis
witte bourgogne 1855 [Kramers, Geographisch Wrdb.]
cha-cha-cha
Latijns-Amerikaanse dans 1958 [Aanv
wnt
] chador
sluier van islamitische vrouwen 1992 [
gvd
] chaebol
groot conglomeraat van bedrijven 1998 [
nrc-h
12/8/98] chagrijn
verdrietige ontevredenheid 1720 [
mey
] chakra
in oosterse culturen een energiecentrum, verbindingspunt tussen het fysieke en het fijnstoffelijke lichaam 1992 [
gvd
] chalcedon
melksteen 1782 [
hou iii
, 3, 221]
chalet
Zwitsers houten huis 1886 [
kku
] challe
gevlochten brood voor de sabbat 1912 [
kku
] chambertin
rode wijnsoort 1840 [
wnt
rauw
] chambreren
wijn op kamertemperatuur brengen 1912 [
kku
] [pagina 905]
[p. 905]
champagne
schuimende wijnsoort 1745 [Miller, Groot alg. kruidkundig wrdb. 944] champignon
paddestoel 1704 [Hannot&Hoogstraten] Chanoeka
herdenking van de inwijding van de Tempel 1921 [
wnt
voorjaar] chanson
liedje 1751 [Aanv
wnt
] chantage
geldafpersing 1865 [
kvw
] chanteren
geld afpersen door dreigementen 1949 [Aanv
wnt
] chaos
wanorde 1401-1425 [
mnw
] chaperonneren
een dame begeleiden 1847 [
kku
] chapiter
onderwerp van gesprek, punt 1841 [Aanv
wnt
] charade
lettergreepraadsel 1809 [Aanv
wnt
] charge
cavalerieaanval 1593 [
wnt
wijken] chargeren
in gesloten formatie aanvallen 1591 [Schulten Tw. 9] chargeren
overdrijven 1916 [
wnt
z.j.] charisma
bovennatuurlijke gave 1923 [Aanv
wnt
] charitatief
liefdadig 1950 [
gvd
] <
me
Latijn
charlatan
kwakzalver 1658 [
mey
] charleston
dans 1926 [Sanders 1995] charmant
leuk 1698 [
wnt
tranendal] charme
bekoring 1908 [
wnt
] charter
oorkonde 1260 [
cg i
1, 72] chartervlucht
vlucht waarvoor het vliegtuig afgehuurd is 1950 [
wnt
vlucht] chartreuse
fijne likeur 1876 [Aanv
wnt
] chassidisme
stroming in jodendom 1886 [
kku
chassis
raamwerk 1898 [
gvd
] chateaubriand
biefstuk van ossenhaas 1910 [Aanv
wnt
] chatten
on line corresponderen via het internet 1993 [Sanders 2001] chauffeur
autobestuurder 1912 [
kku
] chauvinisme
overdreven vaderlandsliefde 1890 [
wnt
toegeven] checken
controleren 1950 [De Vooys] cheddar
kaas 1909 [Sanders 1995] cheerio
tussenwerpsel: gezondheid! 1968 [
kwt
] cheeseburger
hamburger met een plak kaas 1968 [
wp
voor de vrouw] cheeta
katachtige 1947 [Aanv
wnt
] chef
die aan het hoofd staat 1516 [Mak] chef-d'oeuvre
meesterwerk 1824 [
wei
] chelatietherapie
een behandeling van aderverkalking 1991 [
wp
chemicaliën
scheikundige stoffen 1818 [
wnt
medicinaal] chemie
scheikunde 1614 [Beguin, Tyrocinium chymicum] chemie
wisselwerking tussen mensen 1997 [R99] chemobak
afvalbak voor klein chemisch afval 1993 [De Coster 1999]
chenille
fluweelachtig weefsel 1821 [
wnt
uitwerksel] cheque
schriftelijke betalingsopdracht 1847 [
kku
] cherry brandy
kersenlikeur 1926 [
kwt
] cherubijn
engel van de tweede rang 1285 [
cg
Rijmb.] chesterkaas
soort kaas 1847 [
kku
] {4.1.6}
cheviot
wollen stof 1896 [
wnt
] chewing gum
kauwgom 1936 [Kath. Enc.] chianti
droge wijnsoort 1847 [
kku
] chiasma
kruisstelling van woorden 1876-1900 [Aanv
wnt
] chic
verfijnd 1844 [Toll.] chicane
haarkloverij 1698 [
wnt
] chiffon
weefsel 1900 [Aanv
wnt
] chihuahua
hondensoort 1918 [Sanders 1995] chijl
bloedvormend vocht 1702 [
wnt
windig] chili
cayennepeper 1886 [
kku
] chiliasme
geloof aan duizendjarig rijk 1668 [Aanv
wnt
] chimaera
monsterdier 1556 [
wnt
minst] chimpansee
mensaap 1847 [
kku
] chinchilla
knaagdier 1840 [
wnt
vossehuid] chinezen
via koker opsnuiven van verhitte heroïne 1975 [Aanv
wnt
chinoiserie
in chinese stijl vervaardigde voorwerpen 1886 [
kku
] chip
dun plakje silicium 1979 [
wp
jaarboek 1980] chipknip
oplaadbare chipkaart van de banken 1995 [De Coster 1999]
[pagina 906]
[p. 906]
chipolatapudding
gevulde pudding 1910 [Aanv
wnt
] {4.1.6}
chippendale
Engelse meubelstijl 1931 [
kwt
] chippendale
mannelijke stripper 1992 [De Coster 1999] chipper
oplaadbare chipkaart van de Postbank 1996 [De Coster 1999]
chips
gebakken aardappelschijfjes 1950 [
gvd
] chiromantie
handlijnkunde 1734 [HubWes] <
me
Latijn
chirurg
heelkundige 1877 [
wnt
wegwisschen] chirurgie
heelkunde 1265-1270 [
cg
Lut.K] chirurgijn
heelmeester 1265-1270 [
cg
Lut.K] chitine
schaalhuid 1847 [Aanv
wnt
] chlamydia
soort van micro-organismen 1991 [
wp
] chloor
chemisch element 1846 [
wnt
wonderzout] chloroform
narcosevloeistof 1872 [
gvd
] chlorofyl
bladgroen 1847 [
kku
chocolade
drank uit cacao, versnapering 1679 [
wnt
] choke
smoorklep 1951 [Aanv
wnt
] choker
sjaaltje gedragen in open boord 1912 [
kku
] cholera
besmettelijke buikloop 1588 [Claes Tw. 11] cholerisch
heftig 1805 [
mey
cholesterol
vetachtige stof 1941 [Holleman, Leerboek der organische chemie 607]
choqueren
aanstoot geven 1669 [
mey
] choreografie
het ontwerpen van dansfiguren 1824 [
wei
chorizo
harde worstsoort 1992 [
gvd
] chow-chow
hondensoort 1931 [
kwt
] chrestomathie
bloemlezing 1824 [
wei
] chrisma
zalfolie, zalving 1601 [
wnt
knorren
ii
] christen
belijder van de christelijke godsdienst 1200 [
cg ii
1 Servas] christeneziele
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1860 [
wnt
christenziel] {4.3}
christoffel
mascotte met St.-Christoffel 1992 [
gvd
chromatisch
met halve tonen 1809 [Aanv
wnt
] chromosoom
drager van erfelijke eigenschappen in celkern 1907 [Vd Sijs 1998] chronisch
langdurig 1824 [
wei
] chronologie
tijdrekenkunde 1697 [
wnt
almanak Suppl] chronometer
tijdmeter 1786 [
wnt
] chroom
chemisch element 1824 [
wei
] chrysant
plantensoort 1773 [
hou ii
, 1, 146]
chut
tussenwerpsel: stil! 1895 [Broeckaert] chutney
zoetzuur met vruchten 1903 [Prick 1903] ciabatta
langwerpig brood gebakken van nat deeg 1998 [De Coster 1999] ciao
tussenwerpsel: afscheidsgroet 1991 [Hoppenbrouwers] ciborie
kelk ter bewaring van hostie 1451-1500 [
mnw
] cicade
insect 1287 [
cg
NatBl] cichorei
plant waarvan de wortel voor smaakverbetering van koffie gebruikt wordt 1484 [
hws
] cider
drank uit gegist vruchtensap 1351-1400 [
mnw
] cijfer
getalmerk 1508 [Kool] cijns
schatting, belasting 1253 [
cg i
1, 46] cilinder
rolrond voorwerp 1562 [Dict. Tetraglotton] cimbaal
slaginstrument 1451-1500 [
mnw
] cineast
filmkunstenaar 1929 [
wnt
totaliteit] cinema
bioscooptheater 1914 [
gvd
] cinematograaf
filmtoestel 1908 [
wnt
leevend] cinnaber
vermiljoen 1719 [
wnt
vermiljoen] cipier
gevangenbewaarder 1552 [
wnt
] cipres
naaldboom 1240 [Bern.] circa
voorzetsel 1749 [Saramakaanse vrede van 1762 53] circuit
gesloten baan, gesloten groep 1663 [
mey
] circulaire
rondschrijven 1812 [
wnt
] circulatie
omloop 1680 [
wnt
vereenigd] circuleren
rondgaan 1663 [
mey
] circumcisie
besnijdenis 1658 [
mey
] circumflex
samentrekkingsteken 1567 [Aanv
wnt
] [pagina 907]
[p. 907]
circus
voorstelling van dressuur en acrobatiek 1897 [
wnt
] cirkel
kring 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] cirrose
verschrompeling 1847 [Aanv
wnt
] cirrus
vederwolk 1847 [Aanv
wnt
] cis
met een halve toon verhoogde c 1832 [
wei
] ciseleren
versiering in metaal beitelen 1704 [Hannot&Hoogstraten] cisterciënzer
lid van geestelijke orde 1778 [
wnt
zwaarddrager] citaat
aanhaling 1840 [
wnt
rhetoriek] citadel
deel van vestingwerk 1588 [Claes Tw. 11] citer
snaarinstrument 1588 [Kil.] citeren
(woorden) aanhalen 1897 [
wnt
] cito
bijwoord: met spoed 1602 [
wnt
] citroen
zure vrucht 1554 [Dod.] citroenvlinder
vlinder 1910-1914 [Bauwens]
citrusvrucht
naam voor vruchten van het geslacht Citrus 1947 [Aanv
wnt
] {4.1.2}
city
stadscentrum (oorspronkelijk van Londen) 1693 [
wnt
vergrooting] citybike
fiets voor in de stad 1993 [De Coster 1999] civet
door civetkat afgescheiden stof 1567 [Junius 122b] civetkat
roofdier 1596 [
wnt
civet] {4.1.3}
civiel
burgerlijk 1467-1490 [
hws
] civilisatie
beschaving 1824 [
wei
] claim
vordering 1886 [
kku
] clair-obscur
met licht- en schaduweffecten 1824 [
wei
] clairvoyant
helderziend 1824 [
wei
] clan
(oorspronkelijk Schotse) stam 1824 [
wei
] clandestien
heimelijk 1503 [Boutillier] claque
samendrukbare hoge hoed 1847 [
kku
] claque
gehuurde toejuichers 1886 [
kku
] clarence
type rijtuigje 1912 [
kku
] clash
botsing 1973 [R75] classicisme
navolging van de klassieken 1868 [
wnt
tooneel] classificatie
klasseverdeling 1824 [
wei
] classificeerder
losse scheepsarbeider 1951 [Aanv
wnt
classis
onderafdeling van provinciaal kerkbestuur 1571 [
wnt
approbeeren Suppl] claus
passage in toneelstuk 1916 [
wnt
] claustrofobie
engtevrees 1911 [Aanv
wnt
] {1.2.5}
clausule
afzonderlijke zinsnede of bepaling 1240 [Bern.] clausuur
afsluiting 1790 [Aanv
wnt
] claxon
signaalinstrument op auto's 1918 [
wnt
klaxon] clean
geen drugs gebruikend 1962 [R75] clearing
verrekening 1912 [
kku
] cleistogaam
als knop gesloten blijvend (van bloem) 1898 [
gvd
clematis
klimplantengeslacht 1608 [
wnt
vitalba] clementie
goedertierenheid 1581 [
wnt
reventie] clementine
variëteit van mandarijn 1950 [Kath. Enc.] clerus
geestelijkheid 1569 [
wnt
gewormte] clever
handig, slim 1979 [Wijnands&Ost] cliché
drukplaat 1892 [
wnt
] cliché
afgezaagde uitspraak 1950 [
gvd
] click
bij inademen gevormde klank 1968 [
kwt
] clickfonds
beleggingsfonds dat de winst bij een bepaald koersniveau veiligstelt 1996 [De Coster 1999]
cliënt
klant 1699 [
wnt
] cliffhanger
spanning door op een beslissend moment af te breken 1981 [Foto en film enc.] clignoteur
knipperlicht 1976 [
gvd
] climacterium
overgangsjaren van een vrouw 1913 [Aanv
wnt
] climax
hoogtepunt 1847 [Aanv
wnt
] climax
orgasme 1968 [Aanv
wnt
] clinch
het elkaar vasthouden van boksers 1946 [De Vooys] cliniclown
clown die in kinderziekenhuizen optreedt 1998 [
nrc-h
14/7/98] clinicus
arts 1556 [
wnt
visiteeren] clip
(papier)klem 1940 [Posthumus] clitoridectomie
het wegnemen van de clitoris 1970 [Recht voor raap]
clitoris
kittelaar 1663 [
mey
] clivia
plantengeslacht 1884 [Aanv
wnt
] cloaca
lichaamsholte van sommige dieren 1908 [Elffers/Viljoen, Beknopt Nederlands wrdb. voor Zuid-Afrika] [pagina 908]
[p. 908]
clochard
dakloze, zwerver 1976 [
gvd
] close reading
tekstanalyse met alle aandacht voor de tekst zelf 1970 [Recht voor raap] closet
toilet 1847 [
kku
] close-up
opname van dichtbij 1931 [
kwt
] clou
het wezenlijke, pointe 1899 [
dbl
] clown
grappenmaker 1847 [
kku
] club
vereniging 1800 [Toll.] cluster
tros, groep 1963 [Aanv
wnt
] coach
trainer 1929 [
kwt
] coadjutor
hulpbisschop 1467-1490 [
hws
] coaguleren
klonters vormen 1650 [
mey
] coalitie
verbond 1795 [
wnt
revolutionist] coaster
kustvaarder 1947 [Groninger Dagblad 21/7] coaten
van een deklaag voorzien 1953 [Aanv
wnt
] coati
kleine beer 1761 [Van Donselaar Tw. 13] coaxiaal
met gemeenschappelijke as 1953 [Aanv
wnt
cobbler
verkoelende wijndrank 1912 [
kku
] cobra
slang 1847 [
kku
] Cobra
naam van een groep Deense, Belgische en Nederlandse kunstenaars uit de jaren vijftig van de 20e eeuw 1948 [
wp
] coca
bladeren van Peruaanse struik 1564 [
wnt
] coca-cola
koolzuurhoudende frisdrank 1914 [Van der Horst 56] cocaïne
alkaloïde uit de coca 1898 [
gvd
] cockerspaniël
hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] cockpit
stuurhut in vliegtuig 1926 [
kwt
] cocktail
gemengde alcoholische drank 1886 [
kku
] cocon
omhulsel van rupsen 1872 [
gvd
] cocooning
zich terugtrekken in huiselijke kring 1989 [De Coster 1999] cocotte
vrouw van lichte zeden 1912 [
kku
] coda
resumerend slot van muziekstuk 1772 [Bouvink] code
wetboek 1824 [
wei
] code
stelsel van signalen of symbolen 1919 [
wnt
woord
] codeïne
bestanddeel van opium 1869 [Aanv
wnt
codex
handschrift 1838 [
wnt
stempel
] codicil
bijvoegsel bij testament 1536 [
wnt
aalmis Suppl] codificeren
tot een wetboek maken 1875 [Aanv
wnt
] coelacant
beenvis 1953 [Achterberg, gedicht Ichtyologie] coffeeshop
gelegenheid waar softdrugs verkrijgbaar zijn 1972 [De Coster 1999] cognac
soort brandewijn 1790 [
wnt
] cognitie
kenvermogen 1650 [
mey
] cognossement
zeevrachtbrief 1514 [
hws
cohabitatie
paring 1650 [
mey
] cohabitatie
samenwerking van twee politieke tegenstanders 1986 [De Coster 1999] coherent
samenhangend 1669 [
mey
] cohesie
samenhang 1824 [
wei
] cohort
onderafdeling van Romeins legioen 1767 [
wnt
diep
ii
] cohort
groep individuen met gemeenschappelijk kenmerk 1996 [Vd Sijs 1996] coifferen
vleien, opkammen 1780-1781 [
wnt
] coiffeur
kapper 1802 [
wnt
nagel] coïncidentie
samenloop van omstandigheden 1824 [
wei
] coïre
geslachtsgemeenschap hebben 1859 [Gabler] coïtus
paring 1562 [Aanv
wnt
] coke
cocaïne 1982 [R84] cokes
residu van steenkool 1829 [Toll.] col
bergpas 1865 [
kvw
] col
kraag 1872 [Aanv
wnt
] cola
koolzuurhoudende frisdrank 1952 [Aanv
wnt
] {4.1.6}
colbert
jas zonder panden 1881 [Sanders Tw. 7] {1.4/3.3/5}
cold case squad
speciale politiegroep die oude delicten opnieuw onderzoekt 1999 [Sanders 2001] coldcream
verkoelende zalf 1855 [
kku
] colibacil
darmbacil 1950 [Kleine
wp
382]
collaar
pastoorsboord 1901 [
kui
] collaboreren
met de vijand samenwerken 1950 [
gvd
] collage
het samenplaksel 1958 [
wp
van de kunst, dl. 1, 451] collageen
lijmvormend eiwit 1912 [
kku
[pagina 909]
[p. 909]
collaps
plotselinge stoornis in bloedcirculatie 1847 [Aanv
wnt
] collateraal
zijdelings 1486 [
mnw
] <
me
Latijn
collatie
vergelijking van teksten 1475 [Hoorn, Stad, Inv. 629.R.871] collationeren
teksten vergelijken 1370-1378 [
hws
] collecte
(geld)inzameling 1600 [
wnt
] collectie
verzameling 1553 [
wnt
vergadering] collectief
gezamenlijk 1669 [
mey
] collega
ambtgenoot 1643 [
wnt
] college
bestuurslichaam 1450 [
hws
] collegiaal
passend onder collega's 1863 [
kku
] collie
hondensoort 1912 [
kku
] collier
halssnoer 1401-1450 [
mnw
] collisie
botsing 1669 [
mey
] collo
te verzenden stukgoed 1824 [
wei
] collocatie
vaste verbinding van twee of meer woorden 1984 [
gvd
] colloïde
stof die fijn verdeeld in vloeistof zit 1886 [
kku
] colloquium
samenspraak, geleerd gesprek 1824 [
wei
] colofon
gegevens aan het eind van drukwerk 1847 [
kku
] colofonium
distillaatresidu van hars 1734 [HubWes]
colon
deel van dikke darm 1807 [
wnt
vervolgen] colon
munteenheid van Costa Rica en El Salvador 1896 [Enc. Munten en Bankbiljetten] colonnade
zuilenrij 1788 [Aanv
wnt
] colonne
rij van militairen in rotten 1824 [
wei
] coloradokever
insect 1894 [Bruggencate, Engelsch Wrdb.]
coloratuur
versiering met cadansen en loopjes 1739 [Aanv
wnt
] coloriet
kleurgeving 1710 [
wnt
koloriet] colorist
schilder die zich toelegt op kleureffecten 1717 [
wnt
] colostrum
biest 1832 [
wei
] colporteren
te koop aanbieden 1847 [
kku
] colporteur
verkoper langs huis 1847 [
kku
] colt
soort revolver 1899 [
dbl
] coltrui
trui met rolkraag 1968 [Aanv
wnt
column
regelmatige bijdrage aan krant 1969 [R75] coma
bewusteloosheid 1663 [
mey
] coma
nevelmassa rond komeetkern 1912 [
kku
] combattant
strijder 1602 [Aanv
wnt
] combinatie
verbinding 1748-1778 [
wnt
] combine
maaidorser 1940 [Aanv
wnt
] combine
combinatie van renners in wielersport om kansen van concurrenten te breken 1944 [Aanv
wnt
] combineren
samenvoegen 1663 [
mey
] combiroes
roes die ontstaat door gecombineerd gebruik van alcohol en drugs 2000 [Sanders 2001] combo
klein ensemble van muzikanten 1957 [
wp
jaarboek 1958] Comecon
vroegere organisatie voor wederzijdse hulp van de Oostbloklanden 1984 [
gnn
] comedy
humoristische film 1997 [
nrc-h
97/11/25] comestibles
fijne eetwaren 1824 [
wei
] comfort
gemak 1847 [
kku
] comfortabel
gerieflijk 1847 [
kku
] comic
komisch stripverhaal 1957 [
wp
jaarboek 1958] coming-out
het uitkomen voor zijn seksuele geaardheid 1987 [De Coster 1999] comité
groep personen met uitvoerende taak 1729 [Claes Tw. 11] commanderen
bevelen 1590 [Schulten Tw. 9] commandeur
laagste rang van vlagofficier bij de marine 1739 [
wnt
] commanditair
stil (van vennoot) 1847 [
kku
] commando
bevel 1652 [
wnt
] commando
militair van de commandotroepen 1961 [
gvd
] commensaal
parasitisch gedierte 1914 [
gvd
] <
me
Latijn
commentaar
verklaring 1697 [
wnt
] commercial
reclamefilmpje 1969 [Aanv
wnt
] commercie
handel 1577 [Aanv
wnt
] commies
middelbare ambtenaar 1534 [
hws
] commiesbrood
soldatenbrood 1816-1817 [
wnt
] commissaris
gevolmachtigde 1353 [
hws
] <
me
Latijn
[pagina 910]
[p. 910]
commissie
vertrouwelijke opdracht 1370-1378 [
hws
] commissie
provisie 1748 [
wnt
] commissie
groep personen belast met bepaalde taak 1771 [
wnt
] commissionair
iemand die op eigen naam voor rekening van anderen handelt 1778 [
wnt
] commitment
sterke betrokkenheid, toewijding 1984 [
gvd
] committeren
opdragen, belasten 1370-1378 [
hws
] commode
latafel 1784-1785 [
wnt
] commode
aankleedmeubel voor baby's 1952 [
wp
voor de vrouw] {4.1.9}
commodo
op zijn gemak, rustig 1772 [Bouvink] commodore
gezagvoerder op schip 1781 [
wnt
uitkomen
] commodore
laagste rang van opperofficier bij de luchtmacht 1976 [
gvd
] commotie
opschudding 1492 [
mnw
] communaal
aan een groep gemeenschappelijk toebehorend 1865 [
kvw
] commune
leefgemeenschap 1824 [
wei
] communicant
die ter communie gaat 1494-1512 [
hws
] communicatie
mededeling 1467-1490 [
hws
] communie
het ontvangen van de hostie 1540 [
wnt
vagen
] communiqué
officiële mededeling 1912 [
kku
] communisme
maatschappelijk stelsel van gemeenschappelijk bezit 1850 [
wnt
gelijkheid] compact
dicht opeengedrongen 1872 [
gvd
] compagnie
onderafdeling van bataljon 1592 [
wnt
] compagnon
handelsgenoot 1574 [Claes Tw. 11] comparatief
vergrotende trap 1638 [Ruijs] compareren
voor rechter of notaris verschijnen 1370-1378 [
hws
] comparitie
verschijning voor notaris 1584 [
wnt
] compartiment
treincoupé 1901 [
wnt
] compassie
medelijden 1285 [
cg
Rijmb.] compatibel
verenigbaar 1650 [
mey
] compatibel
onderling aansluitbaar van computerapparatuur of programma's 1981 [
mcc
okt. 81, 3, 9, 84] compendium
samenvatting 1658 [
wnt
verversching] compensatie
vereffening 1503 [Boutillier] compenseren
vereffenen 1423-1473 [
mnw
geliken] competent
bekwaam, gerechtigd 1459 [
hws
] competentie
deskundigheid, bevoegdheid 1551-1600 [
wnt
verblind] competitie
mededinging 1912 [
kku
] compilatie
samenvoeging van gegevens 1824 [
wei
] compilator
samensteller van compilaties 1854 [
wnt
vereffening] <
me
Latijn
compileren
samenvoegen 1824 [
wei
] compleet
volledig 1613 [Stallaert] complement
aanvulling 1614 [
wnt
vervulsel] completen
avondgebed 1236 [
cg i
1, 25] completeren
voltallig maken 1816 [Aanv
wnt
] complex
samengesteld geheel 1847 [
kku
] complicatie
verwikkeling 1824 [
wei
] compliceren
verwikkelen 1847 [
kku
] compliment
lof, begroeting 1635 [
wnt
wederroepen] complot
samenzwering 1588 [Claes] component
samenstellend deel 1901 [
kui
] componeren
samenstellen 1548 [
wnt
] componist
schepper van muziekstukken 1588 [Kil.] composiet
samengestelde bloem 1896 [
kui
] compositie
samenstelling 1554 [
wnt
] compositum
wat samengesteld is 1847 [
kku
] compost
meststof 1847 [
kku
] compote
vruchtenmoes 1786-1793 [
wnt
] compound
mengsel van kunststof met weekmaker 1968 [
kwt
] compressie
samendrukking 1624 [Aanv
wnt
] comprimeren
samenpersen 1650 [
mey
] compromis
schikking 1351-1400 [
mnw
] compromitteren
verdacht maken 1865 [
wnt
] comptabel
rekenplichtig, verantwoordelijk 1593 [Aanv
wnt
] [pagina 911]
[p. 911]
computer
rekentuig 1957 [
wp
jaarboek 1958] computeren
met de computer spelen 1992 [
gvd
concaaf
hol 1744 [Baker, Het microscoop gemakkelyk gemaakt 1] concelebreren
gezamenlijk de mis opdragen 1912 [
kku
] concentratiekamp
barakkenkamp voor gevangenen 1943 [
wnt
veem
ii
] concentreren
verenigen 1777 [
mey
] concentrisch
met een gemeenschappelijk middelpunt 1803 [Aanv
wnt
] <
me
Latijn
concept
ontwerp 1511 [
hws
] conceptie
bevruchting 1511-1520 [Aanv
wnt
] concern
geleed groot bedrijf 1932 [Aanv
wnt
] concert
muziekuitvoering 1710 [
wnt
] concertina
toetsinstrument 1881 [Viotta, Lexicon der toonkunst] concertino
klein concert 1847 [
kku
] concessie
tegemoetkoming, vergunning 1530 [
wnt
] conciërge
huisbewaarder 1569 [
wnt
] concies
bondig 1847 [Aanv
wnt
] conciliant
verzoeningsgezind 1865 [
wnt
voorwaardelijk] concilie
kerkvergadering 1240 [Bern.] concipiëren
ontwerpen 1442 [
hws
] conclaaf
vergadering van kardinalen 1449 [
mnw
] concluderen
besluiten 1370-1378 [
hws
] conclusie
gevolgtrekking 1285 [
cg
Rijmb.] concomitant
samengaand 1855 [
kku
] concordaat
verdrag (m.n. tussen staat en paus) 1545 [
hws
] concordantie
overeenstemming 1276-1300 [
cg
Kerst.] <
me
Latijn
concours
wedstrijd 1791 [Des Roches, Nieuw Nederduytsch en Fransch Wrdb.] concreet
als vorm voorstelbaar, duidelijk 1847 [Aanv
wnt
] concubine
bijzit 1451-1500 [
mnw
] conculega
persoon of onderneming die in dezelfde markt opereert 1994 [Vrij Nederland 27/8/1994] concurreren
wedijveren 1819 [
wnt
voorzanger] condenseren
indampen 1624 [Aanv
wnt
] conditie
voorwaarde, toestand 1281 [
vmnw
] conditie
lichamelijke gesteldheid 1898 [
gvd
] conditioner
crèmespoeling 1999 [
gvd
] condoleren
rouwbeklag betuigen 1650 [
mey
] condominium
gemeenschappelijke soevereiniteit, gemeenschappelijk eigendom 1832 [
wei
] condoom
voorbehoedmiddel 1847 [
kku
] condor
roofvogel 1762 [Van Donselaar Tw. 13] conducteur
kaartjesknipper 1866 [
wnt
] confectie
in massa gemaakte kleding 1895 [Broeckaert] confederatie
verbond 1576 [Aanv
wnt
] conference
optreden van een conferencier 1920 [Aanv
wnt
] conferentie
vergadering 1592 [
wnt
verbaasdheid] <
me
Latijn
confessie
belijdenis 1300 [
mnw
] confetti
papiersnippers 1847 [
kku
] confidentie
vertrouwelijke mededeling, vertrouwen 1619 [
wnt
agresseur Suppl] configuratie
samenstel van figuren 1669 [
mey
] configuratie
samenstel van computer en randapparatuur 1975 [R84] confirmeren
bevestigen 1276-1300 [
cg
Kerst.] confiscatie
verbeurdverklaring 1460 [
hws
] confisqueren
verbeurdverklaren 1467-1490 [
hws
] confituren
gekonfijte vruchten 1561 [Secreten van den eerweerdighen heere Alexis Piemontois] conflict
onenigheid 1658 [
mey
] conform
voorzetsel 1559 [Aanv
wnt
] confrater
vakgenoot 1650 [
mey
] <
me
Latijn
confrère
vakgenoot 1583 [
wnt
strooien] confronteren
tegenover elkaar plaatsen 1609 [Aanv
wnt
] confucianisme
leer van Confucius 1882 [Picarta: titel van J. Legge]
confuus
verward 1265-1270 [
cg
Lut.K] conga
Midden-Amerikaanse dans 1976 [
wp
] congé
ontslag 1599 [Claes Tw. 11] congenitaal
aangeboren 1886 [
kku
[pagina 912]
[p. 912]
congestie
ophoping van bloed 1624 [Aanv
wnt
] conglomeraat
samenklontering 1847 [
kku
] congregatie
kerkelijke vereniging 1893 [
wnt
] congres
samenkomst 1552-1553 [Claes Tw. 11] congruent
overeenstemmend 1658 [
mey
] conifeer
naaldboom 1863 [Aanv
wnt
] conisch
kegelvormig 1824 [
wei
] conjugatie
vervoeging 1540 [Aanv
wnt
] conjunctie
voegwoord 1552 [Aanv
wnt
] conjunctief
aanvoegende wijs 1576 [Colloquien oft tsamensprekingen (...) in ses spraken] conjunctiva
oogbindvlies 1901 [
kui
] conjunctivitis
ontsteking van de conjunctiva 1847 [
kku
] conjunctuur
samentrekkende invloedrijke omstandigheden 1591 [
wnt
kloek
] <
me
Latijn
connaisseur
kenner 1847 [
kku
] connectie
verbinding 1720 [
mey
] connectie
invloedrijke relatie 1916 [
wnt
] connotatie
gevoelswaarde 1698 [
mey
] <
me
Latijn
conrector
onderdirecteur 1602 [
wnt
toeschrijven]
consacreren
wijden 1276-1300 [
cg
Lut.A] consecutief
opeenvolgend 1669 [
mey
] consensus
eenstemmigheid 1847 [
kku
] consequent
logisch 1648 [
wnt
watersnood] conservatief
behoudend 1847 [
kku
] conservator
bewaarder, toezichthouder 1847 [
kku
] conservatorium
muziekacademie 1824 [
wei
conserven
ingelegde vruchten, verduurzaamde levensmiddelen 1407-1432 [
mnw
sucade] conserveren
bewaren 1526 [
hws
] consideratie
overweging 1524 [
hws
] consignatie
het ten verkoop geven 1892 [
wnt
] consigne
wachtwoord, opdracht 1847 [
kku
] consistent
duurzaam 1824 [
wei
] consistorie
r.-k.: vergadering van kardinalen 1350 [
mnw
] consistorie
prot.: kerkenraad 1595 [
wnt
] console
draagsteen 1824 [
wei
] console
bedieningspaneel van computer 1989 [De Coster 1999] consolideren
duurzaam maken 1351 [
hws
] consommé
heldere bouillon 1847 [
kku
] consonant
medeklinker 1530 [
wnt
verminkt] consorten
medestanders 1451-1500 [
mnw
] consortium
tijdelijke vereniging van ondernemingen 1901 [
kui
] conspiratie
samenzwering 1460 [
hws
] constant
onveranderlijk 1503 [Claes Tw. 11] constateren
vaststellen 1824 [
wei
] constellatie
sterrenbeeld 1451-1475 [Mak] consternatie
ontsteltenis 1667 [Aanv
wnt
] constipatie
verstopping 1832 [
wei
] constitueren
vaststellen 1507 [Aanv
wnt
] constitutie
grondwet 1728 [Claes Tw. 11] constructie
bouw 1332 [
hws
] constructivisme
kunstrichting die werkt met geometrische figuren 1934 [Aanv
wnt
construeren
samenstellen 1663 [
mey
] consul
gevolmachtigd vertegenwoordiger van land 1470 [
hws
] consul
Romeinse magistraat 1824 [
wnt
] consulent
raadgever 1824 [
wei
consult
raad 1799 [Picarta: titel Het gewaand consult, blijspel] consulteren
raadplegen 1513 [
hws
] consument
verbruiker 1847 [Aanv
wnt
] consumeren
gebruiken, verbruiken 1493 [Mak] consuminderen
minder consumeren 1899 [Koenen, Woordverklaring 209] {1.3}
consumptie
verbruik 1580 [
wnt
voorbij] contact
aanraking 1872 [
gvd
] contactlens
lens ter vervanging van een bril 1950 [Aanv
wnt
container
laadbak 1948 [
kwt
] contaminatie
het dooreenhalen van verschillende uitdrukkingen 1912 [
kku
] contant
in gereed geld 1569 [Kool] contemplatie
beschouwing, meditatie 1265-1270 [
cg
Lut.K] [pagina 913]
[p. 913]
contemporain
hedendaags 1832 [
wei
] content
tevreden 1396 [Moors 307, 68] content
inhoud, vulling 1994 [Sanders 2001] contentieus
betwistbaar 1523 [Aanv
wnt
] contesteren
betwisten 1650 [
mey
] context
samenhang 1824 [
wei
] continent
vasteland 1824 [
wei
] continent
de uitscheiding kunnende beheersen 1846 [Aanv
wnt
] contingent
vast aandeel of hoeveelheid 1625 [
wnt
] contingentie
toevalligheid 1650 [
mey
] continu
onafgebroken 1663 [
mey
] continueren
voortzetten 1400 [
mnw
] continuo
aanhoudend 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] conto
rekening 1620 [De Bruijn Tw. 10] contour
omtrek 1824 [
wei
] contra
voorzetsel 1555 [
wnt
wijnschrading] contrabande
smokkelwaar 1643 [De Bruijn Tw. 10] contrabas
snaarinstrument 1754 [
wnt
trompet] contraceptie
verhindering van conceptie 1975 [R75] contract
schriftelijke overeenkomst 1391 [Claes] contractie
samentrekking 1669 [
mey
] contradans
dans van tegenover elkaar geplaatste dansers 1697 [
wnt
] contradictie
tegenspraak 1512 [
hws
] contraheren
samentrekken 1624 [Aanv
wnt
] contrair
tegengesteld 1824 [
wei
] contrapunt
verbinding van aantal stemmen op bepaald motief 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] contraseign
medeondertekening door minister 1912 [
kku
] contrast
tegenstelling 1785 [
wnt
voorschijn] contratenor
hoge mannenstem 1591 [
wnt
vlijen] contrefilet
lendenbiefstuk 1984 [
gvd
] contreien
streken 1265-1270 [
cg
Lut.K] contribuabel
schatplichtig 1488 [
hws
] contribueren
bijdragen 1454 [
hws
] contributie
vaste bijdrage 1432-1468 [
mnw
betrecken] controle
inspectie 1392 [Debrabandere, Wat woorden weten, 142] controle
beheersing 1975 [R75] controleren
inspecteren 1548 [
wnt
] controleren
beheersen 1945 [Onze Taal dec.] controverse
twistpunt 1824 [
wei
] controversieel
tegenspraak oproepend 1959 [Aanv
wnt
conus
kegel 1645 [
wnt
wiskunst] convalescent
herstellend 1791 [Aanv
wnt
] convectie
overbrenging van warmte door bv. lucht 1911 [
wnt
warmte] convector
aanjager voor warme lucht 1955 [Aanv
wnt
] convenant
overeenkomst 1801 [
wnt
vigilantie] conveniëren
gelegen komen 1650 [
mey
] convent
klooster 1236 [
cg i
1, 27] conventie
overeenkomst, vergadering 1398 [Moors 75, 5] conventikel
buitenkerkelijke godsdienstige bijeenkomst 1544 [
wnt
anabaptist Suppl] conventioneel
traditioneel 1668 [
wnt
verzekering] conventioneel
niet-atomair 1961 [
gvd
] convergeren
in één punt samenkomend 1824 [
wei
] convers
lekenbroeder 1276-1300 [
cg
Lut.A] conversatie
gesprek 1734 [
wnt
] converseren
een gesprek voeren 1840 [
wnt
uitstaan] conversie
omzetting 1619 [
wnt
] converteren
verwisselen 1505 [
hws
] converteren
omzetten naar ander computerprogramma 1991 [Mini/micro computer jun. 6, 8] convertibiliteit
inwisselbaarheid 1953 [Aanv
wnt
] convertor
signaalomzetter, toestel voor chemische omzetting 1912 [
kku
convex
bolrond 1659 [Aanv
wnt
] convocatie
samenroeping 1586 [
wnt
] tekstbestand met gegevens over de bezoeker van een website 1998 [De Coster 1999] cool
tof 1989 [Hofkamp&Westerman] coöperatie
samenwerking 1663 [
mey
] coopertest
test voor lichamelijke conditie bij het vliegen 1989 [EWB1]
[pagina 914]
[p. 914]
coöptatie
kiezen van nieuwe leden door de zittende 1824 [
wei
] coördineren
afstemmen 1658 [
mey
] <
me
Latijn
copieus
overvloedig 1546 [Jaarboek Stichting
inl
jaar 1993, 69-87] copla
Spaanse dichtvorm 1929 [Werumeus Buning, Et in terra] copula
koppelwerkwoord 1901 [
kui
] copuleren
paren 1872 [
gvd
] copyleft
recht om software aan te passen en te distribueren onder vermelding van de oorspronkelijke makers 2000 [Sanders 2001] auteursrecht 1912 [
kku
] cordoba
munteenheid van Nicaragua 1912 [Enc. Munten en Bankbiljetten] cordon bleu
gevulde schnitzel 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] corduroy
koordmanchester 1899 [
dbl
] corebusiness
kernactiviteit 1995 [Financieel-Economische Tijd 12/1/1995] cornedbeef
vlees in blik 1912 [
kku
] corner
hoekschop 1950 [
gvd
] cornflakes
maïsvlokken 1954 [De Vooys] corona
kransvormige buitenste atmosfeer van de zon 1900 [
wnt
uitbreiding] coronair
m.b.t. de kransslagader 1923 [Aanv
wnt
] corporatie
vakgenootschap 1793 [
wnt
] corps
vereniging 1810 [
wnt
ambitie Suppl] corpulent
gezet 1553 [Claes Tw. 11] corpus
lichaam 1553 [
wnt
architect Suppl] corpus
begrensde verzameling teksten 1976 [
gvd
] correct
juist 1553 [Claes Tw. 11] correctie
verbetering 1445 [
mnw
] correctioneel
verbeterend 1820 [Aanv
wnt
] correlatie
wederzijdse betrekking 1824 [
wei
] correspondentie
briefwisseling 1579 [
wnt
verstand] <
me
Latijn
corrida
stierengevecht 1898 [
gvd
] corridor
gang 1669 [
mey
] corrigeren
verbeteren 1276-1300 [
cg
Lut.A] corroderen
aantasten 1597 [
wnt
voortsgaan] corrumperen
bederven 1287 [
cg
NatBl] corrupt
bedorven 1503 [
wnt
twijfelen] corsage
versiersel op bovenstuk van japon 1849 [
wnt
] corselet
combinatie van korset en bustehouder 1950 [
gvd
] corso
optocht 1914 [
gvd
] cortex
schors 1847 [Aanv
wnt
] cortison
hormoon uit bijnierschors 1955 [Aanv
wnt
corvee
beurtelings te verrichten werkzaamheden 1815 [
wnt
] coryfee
uitblinker 1824 [
wei
] cosinus
sinus van het complement van een hoek 1777 [Aanv
wnt
] cosmetica
cosmetische middelen 1734 [HubWes] cotangens
tangens van het complement van een hoek 1772 [Stammetz-La Bordus, Wisk. Wrdb.] coterie
besloten gezelschap 1807 [
wnt
solide] cotoneaster
dwergmispel 1901 [
kui
] cottage
huisje 1912 [
kku
] couchette
bed in trein 1917 [
kwt
] coulant
toegevend 1855 [
kku
] coulisse
beweegbaar stuk van toneeldecor 1839 [
wnt
trombone] coulomb
elektrische eenheid 1894 [
wnt
watt]
counter
toonbank, buffet 1940 [Posthumus] countertenor
hoge mannenstem 1952 [Aanv
wnt
] country
popmuziek uit de zuidelijke
vs
1975 [
wp
, dl. 19, 238] coup
staatsgreep 1961 [
gvd
] coupé
treincompartiment 1847 [
kku
] coupe
snit 1895 [
wnt
] couperen
afsnijden (van delen van dieren), afnemen (van kaarten) 1824 [
wei
] couperose
aandoening met rode vlekken 1863 [
kku
] couplet
strofe 1623 [
wnt
vers
] coupon
bewijsbon 1775 [
wnt
] coupon
restant stof 1916 [
wnt
z.j.] coupure
insnede 1875 [Aanv
wnt
] coupure
grootte waarin bankpapier wordt uitgegeven 1929 [
kwt
] courage
moed 1548 [
wnt
wolf] courant
gangbaar 1554 [
wnt
] coureur
wielrenner, autorenner 1934 [
kwt
] [pagina 915]
[p. 915]
coureuse
licht rijtuig 1929 [
kwt
] courgette
pompoen 1968 [
wp
voor de vrouw] courtage
makelaarsloon 1520 [
wnt
profijt] courtisane
vrouw van lichte zeden 1614 [De Jonge
iv
, 19] couturier
modeontwerper 1970 [Recht voor raap] couvert
briefomslag 1656 [
wnt
] couvert
bestek voor één persoon 1729 [Claes Tw. 11] couveuse
broedmachine 1865 [
kvw
] cover
hoes 1969 [R75] cowboy
veedrijver 1899 [
dbl
] coyote
hondachtige 1912 [
kku
] crack
uitblinker in sport 1897 [
koe
] crack
zeer verslavende drug 1986 [De Coster 1999] cracker
droge biscuit 1950 [
gvd
] cranberry
veenbes 1942 [Heinsius, Geïllustreerde flora 77] crank
verbindingsstuk van fiets 1897 [
koe
] crapaud
leunstoel 1867 [Aanv
wnt
] crapuul
gespuis 1847 [
kku
] craquelé
met barstjes 1912 [
kku
] crash
krach, ongeval 1936 [Aanv
wnt
] crawlen
met bovenarmse zwemslagen zwemmen 1950 [Kleine
wp
416] crayon
tekenstift 1618 [
wnt
] crazy
gek 1968 [
kwt
] creatie
schepping 1571 [
wnt
] creatuur
schepsel 1240 [Bern.] crèche
kinderbewaarplaats 1881 [Aanv
wnt
] credit
tegoed, schuldig 1543 [De Bruijn Tw. 10] creditcard
betaalkaart 1974 [Posthumus] credo
geloofsbelijdenis 1236 [
cg i
1, 25] creëren
scheppen 1618 [Courante uyt Italien, 30 nov. 1b] crematie
lijkverbranding 1875 [Picarta: titel van L. Plantenga] crematorium
gebouw voor lijkverbranding 1898 [
gvd
] crème
room 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
] creoline
ontsmettingsmiddel 1898 [
gvd
creool
iem. van gemengd bloed 1740 [Ontwerp tot beschrijving Surinaamen 88] creosoot
bederfwerend middel 1863 [Rijnhart
, 509b]
crêpe
weefsel 1847 [
kku
] crêpe
dunne pannenkoek 1968 [
wp
voor de vrouw] creperen
sterven 1824 [
wei
] crescendo
bijwoord: toenemend in sterkte 1772 [Bouvink] cretonne
katoenen stof 1847 [
kku
] crew
bemanning 1932 [Aanv
wnt
] cricket
balspel 1866 [Alg. Ned. Enc.
, 1] crime
misdaad 1485 [
mnw
] criminaliteit
misdadigheid 1865 [
kvw
] crimineel
misdadig 1467-1490 [
hws
] crinoline
hoepelrok 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 184] crisis
keerpunt 1763 [
wnt
vertoef] criterium
onderscheidend kenmerk 1663 [
mey
] criticaster
muggenzifter 1842 [Aanv
wnt
] criticus
beoordelaar 1698 [
wnt
] croissant
halvemaanvormig broodje 1906 [Aanv
wnt
] crooner
neuriënde liedjeszanger 1948 [
kwt
] croque-monsieur
tosti met ham en kaas 1992 [
gvd
] croquet
balspel 1886 [
wnt
water] crossen
ruig rijden 1984 [
gvd
] croton
plant 1847 [
kku
] croupier
spelleider 1824 [
wei
] crouton
stukje geroosterd brood 1847 [
kku
] crown
munt van 5 shilling 1847 [
kku
] cru
wijnoogst 1865 [Aanv
wnt
] cru
onverbloemd 1886 [
kku
] cruciaal
doorslaggevend 1976 [
gvd
] crucifix
kruisbeeld 1285 [
cg
Rijmb.] <
me
Latijn
cruise
vakantietocht met schip 1953 [Aanv
wnt
] crusaat
oude Portugese munt 1562-1592 [
mnw
] crustaceeën
schaaldieren 1847 [
kku
] crux
kernprobleem 1953 [
wnt
trefwoord] cruzeiro
munteenheid van Brazilië tot 1994 1942 [Enc. Munten en Bankbiljetten] cryogeen
koudmakend 1931 [
kwt
[pagina 916]
[p. 916]
crypte
onderaardse gang, grafkelder 1569 [
wnt
] cryptogram
kruiswoordraadsel 1955 [Fokko Bos, Vreemde wrd.] csardas
Hongaarse volksdans 1886 [
kku
] cue
aanwijzing voor het opkomen van een acteur 1984 [
gnn
] cuisinier
kok 1929 [
kwt
] culinair
m.b.t. de keuken 1824 [
wei
] culmineren
zijn toppunt bereiken 1847 [
kku
] cultivar
kunstmatig gekweekt ras 1952 [
wnt
tuinbouwkundig
ii
] cultiveren
bebouwen, aankweken 1592 [Aanv
wnt
] cultureel
m.b.t. de cultuur 1927 [Aanv
wnt
] cultus
godsverering, eredienst 1824 [
wei
] cultuur
bebouwing 1544 [
wnt
] cultuur
beschaving 1824 [
wei
] cumuleren
opeenhopen 1650 [
mey
] cumulus
stapelwolk 1861 [Witsen Geysbeek (wolken)] cunnilingus
het beffen 1984 [
gvd
] cup
wedstrijdbeker 1898 [
gvd
] cup
kom van bustehouder 1961 [
gvd
] curaçao
likeursoort 1847 [
kku
] curare
pijlgif 1847 [
kku
] curatele
voogdij 1546 [
wnt
sober] <
me
Latijn
curator
beheerder 1483 [
wnt
tutele] cureren
genezen 1285 [
cg
Rijmb.] curettage
het schoonschrapen van de baarmoeder 1923 [Aanv
wnt
] curie
pauselijke regering 1851 [
wnt
] curie
eenheid van radioactiviteit 1942 [Aanv
wnt
curieus
merkwaardig 1682 [
wnt
] curiositeit
merkwaardigheid 1824 [
wei
] curium
chemisch element 1949 [
ensie iv
, 247] curling
spel op het ijs 1912 [
kku
] curriculum
levensloop 1899 [
dbl
] curry
kerrieschotel 1847 [
kku
] cursief
schuin (van letters) 1566 [
wnt
] cursist
leerling 1946 [
wnt
tuig
ii
cursiveren
met cursieve letter drukken 1886 [Aanv
wnt
cursor
indicator op een computerbeeldscherm 1980 [
hcc
nieuwsbrief nov. 13] cursus
leergang 1804 [
wnt
vermakelijk] curve
kromme lijn 1777 [
wnt
regulier] custard
poeder voor pudding 1847 [
kku
] cutter
snijwerktuig 1929 [
kwt
] cv
centrale verwarming 1961 [
gvd
] cyaan
giftig gas 1831 [Aanv
wnt
cyanose
blauwzucht 1913 [Aanv
wnt
] cybernetica
stuurkunde 1953 [Aanv
wnt
] cyberspace
virtuele ruimte in netwerken 1992 [De Coster 1999] cyclamen
plantengeslacht 1624 [Aanv
wnt
] cyclisch
een cyclus vormend 1847 [
kku
cycloïde
vlakke kromme lijn beschreven door een punt op een voortbrengende cirkel 1824 [
wei
] cycloon
wervelstorm 1863 [Aanv
wnt
] cycloop
eenogige reus 1824 [
wei
] cyclotron
cirkelvormige deeltjesversneller 1948 [
kwt
cyclus
kring, reeks 1824 [
wei
] cynisch
bitter 1848 [Toll.] cyperse kat
grijs gestreepte kat 1661 [
wnt
] {4.1.3}
cyrillisch
naam van een Slavisch schrift 1832 [
wei
cyste
blaasgezwel 1847 [
kku
daad*
handeling 901-1000 [
wps
daadwerkelijk
feitelijk 1906 [
wnt
uitsluitsel] {3.3}
daags*
dagelijks 1597 [
wnt
daalder
zilveren munt 1566 [Van Gelder 1965] daar*
bijwoord van plaats 901-1000 [
wps
daar*
onderschikkend voegwoord 1280 [
vmnw
] {4.2}
daarenboven*
onderschikkend voegwoord 1569 [
wnt
] {4.2}
daarentegen*
onderschikkend voegwoord 1484 [
mnw
] {4.2}
daas*
onwijs 1350 [
mnw
daas*
insect 1485 [
mnw
da capo
bijwoord: van het begin af 1772 [Bouvink] dactyloscopie
onderzoeken van vingerafdrukken 1912 [
kku
dactylus
versvoet met één beklemtoonde en twee onbeklemtoonde lettergrepen 1784 [
wnt
tuigage] [pagina 917]
[p. 917]
dadaïsme
kunstrichting 1923 [Aanv
wnt
] dadel
vrucht van dadelpalm 1401-1500 [
mnw
] dadelijk*
bijwoord van tijd: aanstonds 1626 [
wnt
] {4.1.7}
dader*
bedrijver 1644 [
wnt
dading*
vergelijk, transactie 1288 [
mnw
dag*
etmaal, tijd dat het licht is 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
dag
ponjaard, korte degen 1351-1400 [
mnw
] dag*
tussenwerpsel: groet 1859 [
wnt
] {4.3}
dagboek*
aantekeningen van dagelijkse gebeurtenissen 1621 [
wnt
dag
dagelijks*
iedere dag 901-1000 [
wps
dagen*
oproepen 1240 [Bern.]
dageraad*
aanbreken van de dag 1240 [Bern.] {4.1.7}
dagjesmensen*
mensen die één dag uitgaan 1939 [
wnt
touringcar]
Dagobert Duck
zeer rijk persoon 1952 [Picarta: strip Donald Duck] dagtekenen*
dateren 1704 [Hannot&Hoogstraten]
daguerreotype
primitieve foto 1847 [
kku
] dagvaarden*
oproepen voor het gerecht 1522 [
wnt
relievement]
dahlia
sierplant 1846 [
wnt
vallen] daimio
edelman 1877 [
wp
, dl. 9, 47] daiquiri
cocktail 1974 [Culinaire Enc.] dak*
bedekking van huis 1240 [Bern.]
dal*
vallei 856 [Claes] {1.2.6/2.3}
dalai lama
hoofd der boeddhisten in Tibet 1824 [
wei
] dalasi
munteenheid van Gambia 1971 [Enc. Munten en Bankbiljetten] dalen*
omlaag gaan 1285 [
cg
Rijmb.]
dalkonschildje
anticonceptiemiddel 1988 [Picarta: titel van J.H.M. van den Boogaard en C.M.F. Snijders]
dalles
armoede 1886 [
kku
] dalmatiner
hondensoort 1918 [Sanders 1995] dalton
eenheid van moleculegewicht 1955-1956 [Aanv
wnt
daltononderwijs
individuele onderwijsmethode 1950 [
gvd
dalven
bedelen 1844 [Endt] dam*
waterkering 1165 [Slicher] {2.4}
damar
hars 1836 [Muller, Reizen en Onderzoekingen in den Indischen Archipel
, 124] damast
weefsel 1480 [
mnw
] dame
vrouw 1401-1425 [
mnw
] dame
koningin in het schaakspel 1934 [Vd Sijs 1996] dameswensen
heimelijke seksuele verlangens van vrouwen 1980 [Sanders 1999] {4.4}
damhert
herkauwer 1562 [Dict. Tetraglotton] {1.2.4/1.2.5/4.1.3}
dammen*
spel 1567 [Junius] {4.1.18}
damp*
nevel 1573 [Plantijn] {1.2.6/4.1.1}
dan*
bijwoord van tijd: op die tijd, in dat geval 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
dan
een meestergraad bij Japanse sporten 1961 [
gvd
] dancing
dansgelegenheid 1926 [
koe
] {3.3}
dandy
fat 1832 [
wei
] danig*
zeer, zeer groot 1781 [
wnt
dank*
erkentelijkheid 901-1000 [
wps
danken*
dank betuigen 1100 [Willeram]
dankzij*
voorzetsel 1764 [
wnt
dank] {4.2}
dans
beweging op muziek 1240 [Bern.] danse macabre
dodendans 1865 [
kvw
] dansen
op muziek bewegen 1240 [Bern.] dansmarieke
majorette 1984 [
gvd
] dapper*
flink, sterk 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.3}
dapper*
moedig 1637 [
wnt
] {1.2.3}
dar*
mannetjesbij 1488 [
mnw
] {3.1}
darcy
eenheid van permeabiliteit 1961 [
gvd
darink*
slib 1237 [Slicher] {2.4}
darkroom
donkere ruimte voor anonieme homoseks 1988 [De Coster 1999] darm*
spijsverteringskanaal 1240 [Bern.] {3.1}
dartel*
speels 1537 [Claes Tw. 12]
darts
werpspel met pijltjes 1984 [
gvd
] das*
marterachtige 1287 [Cg NatBl] {4.1.3}
das
halsdoek 1666 [Wortel Tw. 11] das
stropdas 1832 [Wortel Tw. 11] dashboard
instrumentenpaneel in auto e.d. 1937 [
koe
] dashond
hondensoort 1810 [
wnt
afrennen Suppl] dat*
aanwijzend voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
dat*
onderschikkend voegwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
data
gegevens, feiten 1734 [HubWes] database
elektronische gegevensbank 1977 [
accu
-wegwijzer 22] dateren
dagtekenen 1599 [Kil. App.] [pagina 918]
[p. 918]
datief
derde naamval 1633 [Ruijs] dat-recorder
digitale cassetterecorder 1987 [De Coster 1999] datsja
buitenverblijf van Russische welgestelden 1996 [Vd Sijs 1996] datum
dagtekening 1297 [
cg i
West-Holland] dauw*
gecondenseerde waterdamp 1100 [Willeram] {4.1.1}
dauwworm*
eczeem 1697 [
wnt
daveren*
dreunen, schudden 1301-1400 [
mnw
] {3.1/5}
davit
ophanging van sloep 1858 [
wnt
] dazen*
onzin uitslaan 1599 [Kil.]
de*
lidwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
deadline
uiterste datum 1974 [
koe
] dealer
handelaar 1931 [
kwt
] dealer
handelaar in drugs 1970 [Recht voor raap] debacle
ondergang 1912 [
kku
] deballoteren
afstemmen van kandidaat 1847 [
kku
] {3.3}
debarkeren
ontschepen 1596 [
wnt
volontair
ii
] debater
iem. die in een debat optreedt 1885 [Aanv
wnt
] debatteren
discussiëren 1599 [Kil.] debet
tegoed 1645 [
wnt
uitgifte]
debiel
zwakzinnig 1650 [
mey
] debiet
afzet 1735 [
wnt
] debiteren
als debet boeken 1718 [
wnt
woekerhandel] debiteren
opdissen, vertellen 1780 [
wnt
] debrayeren
ontkoppelen 1929 [
kwt
] debunking
het doorprikken van gevestigde reputaties 1968 [
kwt
] debuteren
voor het eerst optreden 1824 [
wei
] decaan
voorzitter van faculteit 1832 [
wei
] decade
tijdperk van 10 dagen 1824 [
wei
] decadent
ontaard 1929 [
kwt
] decaëder
tienvlak 1961 [
gvd
] decagram
10 gram 1819 [
wnt
lood] decaliter
10 liter 1802 [
wnt
liter] decameter
10 meter 1802 [
wnt
kilometer] decanteren
afgieten 1669 [
mey
] decatlon
tienkamp 1940 [Aanv
wnt
] december
twaalfde maand 1240 [Bern.] decennium
tijdruimte van 10 jaren 1824 [
wei
] decent
eerbaar 1553 [Aanv
wnt
] decentie
eerbaarheid 1553 [Aanv
wnt
] decentralisatie
spreiding 1912 [
kku
] deceptie
teleurstelling 1498 [
hws
] decharge
ontheffing 1618 [
wnt
vermaan] decibel
verhoudingsmaat voor m.n. geluid 1938 [Aanv
wnt
decideren
beslissen 1520 [
hws
] decigram
0,1 gram 1819 [
wnt
korrel] deciliter
0,1 liter 1802 [
wnt
liter] decimaal
tiendelig 1824 [
wei
] decimeren
ter dood brengen, uitdunnen 1824 [
wei
] decimeter
0,1 meter 1802 [
wnt
liter] decisie
beslissing 1559 [Aanv
wnt
] deck
band- of cassetteapparaat zonder versterker 1979 [Wijnands&Ost] declamando
op declamerende toon 1847 [
kku
] declamatie
het voordragen 1734 [
wnt
] declameren
voordragen 1735 [
wnt
] declarant
hij die declareert 1884 [
wnt
transportkosten] declaratie
verklaring 1292 [
cg
I3, 1720] declareren
een declaratie indienen 1753 [
wnt
vast] declasseren
uit een lijst schrappen 1912 [
kku
] declinatie
grammaticale verbuiging 1633 [Ruijs] declineren
verbuigen 1552 [Aanv
wnt
] decoderen
ontcijferen 1942 [Aanv
wnt
] decolleté
uitgesneden hals 1908 [Aanv
wnt
] decompressie
snelle daling van luchtdruk 1886 [
kku
deconfiture
mislukking 1824 [
wei
] decor
toneeltoerusting 1886 [
kku
] decoratie
versiering 1533 [
hws
] decoreren
versieren 1791 [
wnt
releveeren] decorum
fatsoen 1650 [
wnt
welvoegend] decreet
verordening 1240 [Bern.] decrescendo
afnemend in sterkte 1772 [Bouvink] decreteren
afkondigen van een besluit 1548 [
hws
] [pagina 919]
[p. 919]
decubitus
het doorliggen 1847 [
kku
] dédain
minachting 1824 [
wei
] deduceren
afleiden 1546 [
hws
] deductie
het deduceren 1548 [Aanv
wnt
] deeg*
mengsel 1240 [Bern.]
deel*
gedeelte 901-1000 [
wps
deel*
plank, vloer 1343-1344 [
mnw
deelwoord*
participium 1633 [Van Heule, Nederduytsche spraec-konst]
deemoed
onderworpenheid 1599 [Kil.] deerlijk*
jammerlijk 1485 [
mnw
deerne*
jong meisje 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
deernis*
medelijden 1327 [
mnw
] {3.1}
de facto
feitelijk 1510 [
wnt
usurpatie] defaitisme
moedeloosheid 1924 [
gvd
] defecatie
ontlasting 1847 [
kku
] defect
beschadigd 1650 [
mey
] defensie
verdediging 1292 [
cg
I3, 1717] defensief
verdedigend 1549 [
hws
] defibrillator
apparaat dat korte hartstilstand bewerkt 1979 [Wijnands&Ost] deficit
tekort 1824 [
wei
] defileren
in smalle formatie voorbijtrekken 1681 [Aanv
wnt
] definiëren
duidelijk omschrijven 1650 [
mey
] definitie
begripsbepaling 1553 [Aanv
wnt
] definitief
blijvend 1748 [
wnt
vredestractaat] deflatie
waardevermeerdering van geld 1929 [
kwt
] deflexie
verloren gaan van buigingsuitgangen 1898 [
gvd
defloratie
ontmaagding 1370-1378 [
hws
] deformatie
misvorming 1847 [
kku
] deformeren
misvormen 1593 [Aanv
wnt
] deftig*
voornaam 1584 [Toll.]
degelijk*
deugdelijk 1327 [
mnw
degen
stootwapen 1500-1536 [
mnw
] degene*
aanwijzend voornaamwoord 1237 [
cg i
1, 31] {4.2}
degeneratie
ontaarding 1669 [
mey
] degenereren
ontaarden 1582 [Aanv
wnt
] degradatie
verlaging in rang 1669 [
mey
] degraderen
in rang verlagen 1350 [
hws
] dehydratie
wateronttrekking 1961 [
gvd
deiktisch
aanwijzend 1886 [
kku
] deinen*
golven, wiegen 1618 [
wnt
deinzen*
achteruitwijken 1265-1270 [
cg
Lut.K]
deïsme
geloof aan één god 1820 [Aanv
wnt
déja vu
gewaarwording dat men iets eerder heeft gezien 1934 [Kath. Enc.] dejeuner
lunch 1784 [
wnt
] dek*
bedekking 1287 [
cg
NatBl]
deken
overste, hoofd 1210 [
cg i
1, 2] deken*
beddek 1326-1350 [
hws
dekken*
bedekken 901-1000 [
wps
dekken*
beschermen (met schild en fig.) 1350 [
mnw
dekken*
paren 1600 [
wnt
dekken*
vergoeden 1860 [
wnt
deksel*
klep 1240 [Bern.]
deksels*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1866 [
wnt
verhemelte] {4.3}
del*
duinvallei 1290 [
cg
I2, 1421]
del*
slet 1350 [
mnw
] {1.2.3}
del*
vod 1950 [
gvd
] {1.2.3}
delcredere
het borgstaan van commissionair 1643 [De Bruijn Tw. 10] delegeren
overdragen, afvaardigen 1597 [Aanv
wnt
] deleman
rijtuigje 1937 [A. Viruly, Logboek 205] {4.1.10}
delen*
verdelen 901-1000 [
wps
delf*
sloot 1001-1050 [Künzel] {2.3}
delgen
tenietdoen 1477 [Teuth.] deliberatie
beraadslaging 1345 [
hws
] delibereren
beraadslagen 1467-1490 [
hws
] delicaat
fijn, teer 1552-1553 [Claes Tw. 11] delicatesse
lekkernij 1642 [
wnt
delicaat] delicieus
kostelijk 1300 [
mnw
] delict
strafbaar feit 1503 [Claes Tw. 11] delinquent
schuldige 1494-1512 [
hws
] delirium
waanzinnigheid 1660 [
wnt
ijlheid] delisting
als bedrijf vertrekken van de beurs 1999 [Sanders 2001] delta
land omsloten door rivierarmen 1832 [
wei
] delven*
graven 1260 [
cg i
1, 71,72]
demagogie
volksmennerij 1838 [Aanv
wnt
] demagoog
volksmenner 1796 [Aanv
wnt
] demarcatie
grensscheiding 1824 [
wei
] [pagina 920]
[p. 920]
demarreren
zich losmaken uit peloton 1938 [Aanv
wnt
] dement
zwakzinnig 1895 [
wnt
verwelken] dementeren
dement worden of zijn 1934 [Aanv
wnt
] dementia
waanzin 1886 [
kku
] demi
overjas 1898 [
gvd
demi-monde
schijnbaar fatsoenlijken 1875 [
wnt
veridiek] demissionair
aftredend 1929 [
kwt
] demo
proefopname van muzieknummer 1984 [De Coster 1999] democratie
volksregering 1600 [
wnt
] demograaf
beschrijver van volkeren 1953 [Aanv
wnt
demon
boze geest 1809 [
wnt
uitgaan
] demonstratie
het aantonen 1596 [Aanv
wnt
] demonstratie
betoging 1867 [Aanv
wnt
] demonstratief
aanwijzend voornaamwoord 1638 [P.C. Hooft, Waernemingen op de Holl. tael] demonstratief
duidelijk, opvallend 1669 [
mey
] demonstreren
aantonen 1595 [Aanv
wnt
] demonteren
uit elkaar nemen 1824 [
wei
] demoraliseren
moedeloos maken 1847 [
kku
] demotie
verlaging in rang 1984 [
gvd
] demotie
terugzetting in rang of salaris 1996 [De Coster 1999]
dempen*
dichtgooien, temperen 1620 [
wnt
den*
boomsoort 1225 [Claes]
denar
munteenheid van Macedonië 1993 [2000 Standard Catalog of World Coins] denarius
oude Romeinse munt 1637 [Statenvertaling (Kantt. op Mattheus 18:29)] denatureren
onbruikbaar maken voor consumptie 1824 [
wei
] denderen*
dreunend schokken 1876 [
wnt
] {3.1}
dendriet
minerale afzetting in de vorm van boom in gelaagd gesteente 1734 [HubWes]
denier
garennummer 1949 [
wnt
vezel] denigreren
minachtend spreken van 1607 [Aanv
wnt
] denim
katoenen stof 1917 [Aanv
wnt
] denken*
het verstand gebruiken 901-1000 [
wps
denkraam*
denkvermogen 1950 [R75] {4.4}
denominatie
naamgeving 1524 [
hws
] denominatief
van een naamwoord afgeleid 1625 [Ruijs] densimeter
instrument voor bepaling van dichtheid 1872 [Aanv
wnt
densiteit
dichtheid 1624 [Aanv
wnt
] dentaal
met de tanden gevormd 1847 [
kku
] denudatie
erosie 1824 [
wei
] deodorant
ontgeuringsmiddel 1968 [Aanv
wnt
] deontologie
plichtenleer 1847 [
kku
] depanneren
repareren 1961 [
gvd
] departement
bestuurlijke afdeling 1712 [
wnt
vreemde
] dependance
bijgebouw 1929 [
kwt
] deplorabel
betreurenswaardig 1600 [Aanv
wnt
] deponent
die een verklaring aflegt 1543 [
wnt
wetendheid] deponeren
neerleggen, in bewaring geven 1495 [
wnt
alzoo Suppl] deporteren
naar een strafkolonie brengen 1650 [
mey
] deposito
het in-bewaring-geven, in bewaring gegeven waarden 1585 [De Bruijn Tw. 10] depot
bewaargeving 1789 [
wnt
tamboer] deppen*
betten 1909 [
wnt
] {3.1}
depreciëren
in waarde of waardering (doen) dalen 1824 [
wei
] depressie
gedruktheid 1720 [
mey
] depressie
lage luchtdruk 1886 [
kku
] deprimeren
neerdrukken 1669 [
mey
] deprivatie
tekort aan zintuiglijke ervaringen of slaap 1976 [
gvd
] deputeren
afvaardigen 1358 [
hws
] derailleren
ontsporen 1896 [
wnt
trein] derailleur
versnellingsmechanisme van een fiets 1951 [Aanv
wnt
] derangeren
storen 1789 [Aanv
wnt
] dereguleren
overheidsbemoeienis terugbrengen 1984 [
gvd
] deren*
schade doen 1100 [Willeram]
dergelijk*
aanwijzend voornaamwoord 1236 [
cg i
1, 29] {4.2}
derhalve*
bijwoord van hoedanigheid: op die grond 1524 [
wnt
voltrekken]
derivaat
afgeleide 1868 [
wnt
uramil] derivatie
afleiding 1650 [
mey
] [pagina 921]
[p. 921]
dermatitis
huidontsteking 1847 [Aanv
wnt
] dermatologie
leer der huidziekten 1847 [
kku
derny
motorfiets voor het gangmaken 1962 [Aanv
wnt
] derrie*
grondsoort, vuil 1343-1346 [
mnw
derrière
achterste 1847 [
kku
] dertien*
telwoord 1240 [Bern.] {4.2}
dertig*
telwoord 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.2}
derven*
missen 1236 [
cg i
1, 26, 27]
derwaarts*
bijwoord van richting: naar de genoemde plaats 1407-1432 [
mnw
] {3.1}
derwisj
bedelmonnik 1721 [
wnt
reverteeren] desa
gemeente 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 48] desastreus
rampspoedig 1847 [
kku
] desavoueren
niet erkennen 1626 [
wnt
renvooi] descendent
nakomeling 1580 [
wnt
universaliter] desem*
zuurdeeg 1401-1450 [
mnw
] {3.1}
deserteur
wegloper 1688 [
wnt
] desespereren
wanhopen 1669 [
mey
] desgelijks*
bijwoord van hoedanigheid: evenzo 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
desideratum
het gewenste 1890 [
wnt
bovenaan] design
ontwerp 1974 [Posthumus] designatie
aanwijzing 1650 [
mey
] designerdrug
synthetische drug 1988 [De Coster 1999] desillusie
ontgoocheling 1914 [
gvd
] desinfectans
ontsmettingsmiddel 1942 [
wnt
amandel Suppl] desinfecteren
ontsmetten 1878 [
wnt
] desinformatie
schijninformatie 1986 [
koe
] desintegreren
uiteenvallen 1939 [Aanv
wnt
] desk
bureau, balie 1979 [Wijnands&Ost] desktop
bureaucomputer 1986 [Mini/micro computer dec. 12, 6] deskundig*
vakbekwaam 1717 [
wnt
rekenboek]
desnoods*
bijwoord van causaliteit: zo nodig, in het uiterste geval 1671 [
wnt
] {3.1}
desolaat
troosteloos 1509 [
hws
] desperaat
wanhopig, hopeloos 1485 [
hws
] desperado
roekeloos persoon 1847 [
kku
] despoot
alleenheerser 1824 [Claes Tw. 12] despotisch
als een despoot 1799 [
wnt
vertegenwoordiger] dessert
nagerecht 1663 [Claes Tw. 11] dessin
patroon 1682 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] destalinisatie
de afbraak van het stalinisme 1970 [Recht voor raap]
des te*
bijwoord: zoveel te 1100 [Willeram] {2.5}
destinatie
bestemming 1582 [
wnt
afvaren Suppl] destroyer
torpedojager 1968 [
kwt
] destructie
vernietiging 1285 [
cg
Rijmb.] detachement
deel van eenheid dat elders wordt tewerkgesteld 1691 [
wnt
voetvolk] detacheren
elders plaatsen 1678 [
wnt
wijder
detail
bijzonderheid 1706 [
wnt
uitgeven
] detectie
verkenning, onthulling 1663 [Aanv
wnt
] detective
geheim politieagent 1902 [
wnt
wanbedrijf] detective
misdaadroman 1948 [Aanv
wnt
] {1.2.3/3.3}
detector
opsporingstoestel 1867 [
wnt
verklikker] <
me
Latijn
detente
politieke ontspanning 1979 [Wijnands&Ost] detentie
hechtenis 1488 [
hws
] detergens
reinigingsmiddel 1824 [
wei
] determinatie
bepaling 1650 [
mey
] determineren
bepalen 1498 [
hws
] detineren
in hechtenis houden 1574 [
wnt
verstrikking] detonatie
ontploffing 1824 [
wei
] detonator
apparaat om springstof te doen ontploffen 1929 [
kwt
] detoneren
ontploffen 1793 [Aanv
wnt
] detoneren
opvallen 1921 [Aanv
wnt
] detox
afkickafdeling van een verslavingszorgcentrum 1992 [Peptalk] deuce
bij tennis: gelijke stand 1951 [Aanv
wnt
] deugd*
het goed-zijn 1100 [Willeram]
deugen*
goed zijn 1240 [Bern.]
deugniet*
iemand die niet deugt, ondeugend kind 1564 [
wnt
deuken*
een buts maken 1772 [
wnt
kwetsen] {3.1}
deun
wijsje 1477 [Teuth.] deur*
toegang tot woning e.d. 901-1000 [
wps
[pagina 922]
[p. 922]
deurwaarder*
gerechtelijk ambtenaar 1523 [
wnt
deuterium
zware waterstof 1942 [Aanv
wnt
] deuvekater
tussenwerpsel: bastaardvloek 1802-1809 [
wnt
] {4.3}
deuvel*
pin 1549 [
hws
] {3.1}
deuvik*
pin, stop in spongat 1599-1607 [Kil.]
deux-chevaux
type personenauto 1979 [Wijnands&Ost] deux-pièces
dameskostuum bestaande uit jasje en rok 1950 [Aanv
wnt
] devaluatie
vermindering van waarde 1768 [
wnt
vermindering]
deviant
afwijkend 1984 [
gvd
] deviatie
afwijking 1669 [
mey
] devies
zinspreuk 1525 [
wnt
] deviezen
geldswaarden ter betaling van buitenlandse schulden 1847 [
kku
] Devoon
geologisch tijdvak 1911 [Heimans, Ons Krijtland 215]
devoot
vroom 1393 [Claes] devotie
vroomheid 1265-1270 [
cg
Lut.K] dextrose
druivensuiker 1886 [
kku
deze*
aanwijzend voornaamwoord 1130 [
cg ii
1, 131] {2.5/4.2}
dezelfde, hetzelfde*
aanwijzend voornaamwoord 1240 [
vmnw
] {4.2}
dia
projectieplaatje 1942-1943 [Nederlandsch Jaarboek voor Fotokunst, 12b, 14b]
diabetes
suikerziekte 1778 [
wnt
pis] diabolisch
duivels 1824 [
wei
] diabolo
speelgoed 1914 [
gvd
] diachronisch
in tijdsorde 1961 [
gvd
diaconaal
vanwege de diaconie 1919 [
wnt
wijk
ii
] diaconaat
orde die volgt op het priesterschap 1847 [
kku
] diacones
pleegzuster 1872 [
gvd
] diadeem
versierde hoofdband 1434 [
mnw
] diafragma
middenrif 1660 [
wnt
vleesch] diafragma
verstelbare lensopening 1885-1889 [
wnt
] diagnose
beschrijving van aandoening 1857 [
wnt
lepra] diagonaal
hoeklijn 1773 [
wnt
rhombus] diagram
grafische voorstelling 1872 [
gvd
] diaken
r.-k.: iem. die de hiërarchische wijding ontvangen heeft 1240 [Bern.] diaken
prot.: kerkelijke armenverzorger 1572 [
wnt
] diakritisch
onderscheidend 1950 [
gvd
] dialect
streektaal 1723 [Claes Tw. 9] dialoog
tweespraak 1380-1425 [
hws
] dialyse
scheiding van stoffen 1912 [
kku
] diamant
edelgesteente 1287 [
cg
NatBl] <
me
Latijn
diameter
middellijn 1625 [
wnt
voortdragen] diapositief
projectieplaatje 1898 [
gvd
diarree
buikloop 1624 [
wnt
rheumatisme] diaspora
verstrooiing buiten de landsgrenzen 1847 [
kku
] diastase
eiwitachtig ferment 1847 [
kku
] diatonisch
voortschrijdend met hele of halve tonen 1809 [
wnt
toonladder] dibbes
gemoedelijke persoonsaanduiding 1961 [
gvd
dichotomie
indeling in tweeën 1720 [
mey
] dicht*
nauw aaneensluitend 1286 [
cg
I2, 1176]
dicht
gedicht 1350 [
mnw
dichten
verzen maken 1350 [
mnw
] dickeyseat
zitplaats achterop wagen of motorfiets 1931 [
kwt
] dictaat
wat gedicteerd wordt 1841 [
wnt
titel] dictafoon
dicteermachine 1920 [Aanv
wnt
dictator
onbeperkt gezaghebber 1614 [
wnt
werf
ii
] dictatuur
regering door dictator 1850 [
wnt
] dictee
speloefening 1929 [
kwt
] dicteren
voorzeggen wat iem. moet opschrijven, voorschrijven 1451-1500 [
mnw
] dictie
zegging 1894-1908 [
wnt
] dictionaire
woordenboek 1758 [Kramer, Het Koninglyk Neder-Hoog-Duitsch Dictionnaire] didactisch
lerend 1838 [
wnt
vooraleer] die*
aanwijzend voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
dieet
leefregel m.b.t. de voeding 1617 [
wnt
] dief*
iem. die steelt 1240 [Bern.]
diefstal
daad van stelen 1562 [Deux-aes bijbel] diegene*
aanwijzend voornaamwoord 1284 [
cg i
] {4.2}
diehard
fanatieke aanhanger 1929 [
kwt
] [pagina 923]
[p. 923]
dienaar
ondergeschikte 1348 [
mnw
] {1.2.4}
diender*
politieagent 1866 [
wnt
] {1.2.4}
dienen*
geschikt of dienstig zijn, functie vervullen 901-1000 [
wps
dienen*
moeten, verplicht zijn 1642 [
wnt
dienst*
het dienen 1240 [Bern.]
diep*
ver naar beneden 701-800 [Claes] {2.3}
diepte*
de afmeting diep, het diep-zijn 1301-1400 [
mnw
diepvriezen
het invriezen beneden min 18 graden 1952 [Aanv
wnt
] diepvriezer
apparaat om levensmiddelen in te vriezen 1953 [Aanv
wnt
] {4.1.9}
dier*
beest 901-1000 [
wps
dies
jaarlijkse feestdag 1950 [Aanv
wnt
] diesel
soort motor en de brandstof daarvoor 1907 [
wp
] dieselmotor
door gasolie aangedreven motor 1910 [
wnt
uitvoeren] dievegge
vrouw die steelt 1440 [
mnw
differentieel
de verschillen aanwijzend 1620 [
wnt
verdienen] differentieel
tandwielconstructie in achteras van auto's 1937 [Aanv
wnt
] differentiëren
uiteenlopen 1823 [
wnt
integreren] <
me
Latijn
diffractie
buiging van stralen 1824 [
wei
] diffusie
vermenging (van vloeistoffen), verstrooiing (van stralen) 1669 [
mey
] diffuus
verspreid 1669 [
mey
] difterie
slijmvliesontsteking 1895 [
wnt
ziekte] diftong
tweeklank 1568 [Ruijs] digestie
spijsvertering 1569 [
wnt
] digibeet
iem. die volstrekt onkundig is op het gebied van computers 1995 [De Coster 1999]
digitaal
cijferverwerkend 1959 [Aanv
wnt
] digitalis
vingerhoedskruid 1663 [
mey
] dignitaris
waardigheidsbekleder 1864 [
wnt
nat] <
me
Latijn {4.1.8}
dij*
bovenbeen 901-1000 [
wps
dijenkletser*
grap die uitbundige reactie oproept 1959 [Aanv
wnt
] {3.1}
dijk*
aarden wal 1035 [Claes] {2.3}
dijkgraaf
voorzitter van waterschapsbestuur 1330-1332 [
mnw
dijn*
bezittelijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
dik*
(op)gezet 1089 [Claes] {2.3}
dikkop
iem. met een dik hoofd 1620 [
wnt
] {3.1/5}
dikkop
larve van een kikvors 1899-1906 [
wnt
] {3.1}
dikte*
de afmeting dik, het dik-zijn 1351 [
mnw
] {3.1}
dikwerf*
bijwoord van tijd: dikwijls 1744 [
wnt
water] {4.1.7}
dikwijls*
bijwoord van tijd: vaak 1514 [
mnw
] {1.2.4/3.1}
dildo
kunstpenis 1970 [Recht voor raap] dilemma
moeilijke keuze 1765 [
wnt
dubbel
] dilettant
amateur 1824 [
wei
] diligence
wagen voor personen- en postvervoer 1775 [
wnt
] diligent
ijverig 1524 [
hws
] dille*
plantengeslacht 1225 [Claes] {4.1.6}
Diluvium
Pleistoceen 1856-1860 [
wnt
] dime
munt van tien dollarcent 1832 [
wei
] dimensie
afmeting 1650 [
mey
] dimensie
aspect 1947 [Aanv
wnt
] diminuendo
afnemend in sterkte 1805 [
mey
] diminutief
verkleinwoord 1584 [Spieghel, Twee-spraack] dimmen
licht temperen 1934 [
kwt
] dimmen
zich rustig houden 1980 [Onze Taal dec. 1980, 115] {1.2.5}
dimorf
in twee kristalvormen voorkomend 1847 [
kku
] dim sum
Chinese maaltijd van gevarieerde hapjes 2000 [
nrc-h
28/10/00] dinar
munteenheid van o.a. Algerije, Bahrein, Irak, Jordanië, Koeweit, Libië en Tunesië 1824 [
wei
] diner
avondmaaltijd 1782 [
wnt
] ding*
zaak, voorwerp 901-1000 [
wps
] {1.2.3}
dingdong
deurbel met twee toonhoogten 1986 [
koe
] dingen*
trachten te krijgen 1240 [Bern.]
dinges
aanduiding van personen of zaken waarvan men de eigennaam niet wil noemen 1784-1785 [
wnt
] dinghy
bootje 1912 [
kku
] dingo
hondachtige 1869 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] dink
dropshot vlak achter het net 1992 [
gvd
] dinky toy
kleine metalen auto op schaal 1989 [Peptalk] [pagina 924]
[p. 924]
dinosaurus
voorhistorische hagedis 1892 [
wnt
tuf
dinosaurus
iemand van de oude stempel 1987 [De Coster 1999] dinsdag*
derde dag van de week 1269 [
cg i
1, 133] {3.1/4.1.7}
diocees
bisdom 1788 [
wnt
veinzen
] diode
buis met twee elektroden 1937 [
wnt
triode]
dioptrica
leer van de lichtbreking 1734 [HubWes]
dioptrie
eenheid van sterkte van lenzen 1912 [
kku
diorama
schildering die bij op- en doorvallend licht bekeken kan worden 1847 [
kku
dioxine
gevaarlijke chemische stof 1977 [Picarta: titel van J. Voetberg]
dip
inzinking 1989 [Peptalk] diploma
bewijs van slagen voor examen 1656 [
wnt
] diplomaat
behartiger van belangen in buitenland 1841 [
wnt
voorval
] diplopie
het dubbelzien 1824 [
wei
] dipool
dubbele pool 1942 [Aanv
wnt
dippen*
eventjes indopen 1829 [
wnt
diptera
tweevleugeligen 1824 [
wei
] diptiek
tweeluik 1886 [Aanv
wnt
] direct
rechtstreeks, ogenblikkelijk 1647-1648 [
wnt
] directeur
hoogste bestuurder 1618 [Courante uyt Italien, 15 okt. 1a] directoire
damesonderbroek 1929 [
kwt
directory
lijst met alle programma's en bestanden die op een schijfgeheugen aanwezig zijn 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 70] dirham
munteenheid van Marokko en de Verenigde Arabische Emiraten 1832 [
wei
] dirigent
orkestleider 1910 [
wnt
] dirigeren
richten, besturen 1497 [
hws
] dirigisme
geleide economie 1952 [
kwt
] dirken*
kakken 1911 [
wnt
dirken] {4.4}
dis
gedekte tafel 901-1000 [
wps
] dis
met een halve toon verhoogde d 1832 [
wei
] disagio
de mindere waarde van een valuta t.o.v. de pariteit 1886 [
kku
] discant
sopraan, hoge tonen 1265-1270 [
cg
Lut.K] <
me
Latijn {3.2/4.1.16}
discipel
leerling 1285 [
cg
Rijmb.] discipline
tucht 1265-1270 [
cg
Lut.K] discipline
vak 1961 [
gvd
] disco
discotheek 1979 [R84] disco
popmuziek met veel herhalingen 1982 [R84] disconteren
vóór de vervaldag verzilveren van wissel 1765 [
wnt
] disconto
korting op wissel wegens vervroegde betaling 1620 [De Bruijn Tw. 10] discotheek
verzameling grammofoonplaten 1932 [Aanv
wnt
] discotheek
dansgelegenheid 1968 [
kwt
] discount
kortingwinkel 1974 [R75] discours
gesprek 1578 [
wnt
wijdloopig] discreet
bescheiden 1624-1629 [
wnt
] discrepantie
tegenstrijdigheid 1650 [
mey
] discretie
bescheidenheid 1627 [
wnt
] discrimineren
niet gelijk behandelen 1955 [Aanv
wnt
] disculperen
ontlasten, verontschuldigen 1847 [
kku
] discursief
redenerend 1824 [
wei
] discus
werpschijf 1832 [
wei
] discussie
gedachtewisseling 1790 [
wnt
vindicatie] discuteren
van gedachten wisselen 1847 [
kku
] disharmonie
gebrek aan overeenstemming 1869 [
wnt
wederkomst]
disk
schijfgeheugen 1974 [
accu
-map, bul. 6, 5/11, 20] diskette
floppy 1980 [
hcc
nieuwsbrief nov. 34] diskjockey
aankondiger van grammofoonplaten 1955 [Stoop] diskrediet
slechte naam 1886 [
kku
diskwalificeren
ongeschikt verklaren 1898 [
gvd
disparaat
niet bij elkaar passend 1824 [
wei
] dispensatie
vrijstelling 1292 [
cg
I3, 1720] dispenser
doosje voor tabletten 1979 [Wijnands&Ost] dispenseren
vrijstellen 1672 [
wnt
dispensatie] dispersie
kleurschifting 1900 [
wnt
anomaal] display
uitstalling 1974 [Posthumus] disponeren
beschikken, regelen 1456 [
hws
] [pagina 925]
[p. 925]
disponibel
beschikbaar 1823 [
wnt
korvet] dispositie
beschikking 1456 [
hws
] disputeren
(wetenschappelijk) redetwisten 1240 [Bern.] dispuut
redetwist 1566 [
wnt
ventileeren] dispuut
studentenclub 1841 [
wnt
] dissel*
disselboom 1460-1514 [
mnw
dissenter
andersdenkende 1769 [Aanv
wnt
] dissertatie
proefschrift 1793-1796 [
wnt
] dissident
andersdenkende 1824 [
wei
] dissimilatie
het ongelijk maken (in taalkunde) 1886 [
kku
] dissonant
wanklank 1650 [
wnt
wanluidend] distel*
stekelige plant 1240 [Bern.]
distichon
tweeregelig vers 1841 [
wnt
reputatie] distillaat
product van distillatie 1863 [Rijnhart
, 509b] distilleren
zuiveren d.m.v. verdamping 1481 [
hws
] distinctie
onderscheiding 1504 [
hws
] distinctief
onderscheidend 1824 [
wei
] distorsie
verzwikking 1669 [
mey
] distribueren
verdelen 1404 [
hws
] distributie
verdeling 1531 [
wnt
arm
ii
] district
ambtsgebied 1588 [Claes] dit*
aanwijzend voornaamwoord 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] {4.2}
dithyrambe
loflied, oorspronkelijk op Bacchus 1824 [
wei
] dito
evenzo 1562 [De Bruijn Tw. 10] diva
gevierde actrice 1914 [Aanv
wnt
] divan
rustbank 1871 [
wnt
] divergeren
uiteenwijken 1824 [
wei
] divers
verschillend 1272 [
cg i
1, 228] diversificatie
spreiding 1970 [Picarta: titel van P. Croon] <
me
Latijn
diversiteit
verscheidenheid 1540 [
wnt
verifieeren] divertimento
klein muziekwerk 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] dividend
periodieke winstuitkering 1745 [
wnt
wisselgeld] dividivi
peulen 1847 [
kku
] divisie
grote afdeling 1365 [
mnw
] dixi
ik heb gezegd 1872 [
gvd
] dixieland
soort jazzmuziek 1956 [Van Zuylen, Radio- en televisie-enc.] djati
houtsoort 1724-1726 [
wnt
rustplaats] djellaba
gewaad van mannen in de Maghrib 1996 [Vd Sijs 1996] djinn
geest 1886 [
kku
] DNA
hoofdbestanddeel van de chromosomen 1968 [
kwt
] do
muzieknoot 1601-1700 [
wp
] dobbelen
met dobbelstenen werpen 1324-1341 [Stadb. Zwolle
] {4.1.18}
dobbelsteen
kleine kubus met ogen van één tot zes 1240 [Bern.]
dobber*
drijver 1412 [
hws
dobberen*
drijven 1627 [
wnt
] {3.1}
dobermannpincher
hondensoort 1919 [
kwt
] dobli-spiegel
spiegel aan vrachtwagen die zicht geeft in de dode hoek 1999 [Sanders 2001] dobra
munteenheid van Sao Tomé en Principe 1977 [Enc. Munten en Bankbiljetten] docent
leraar 1805 [
mey
] docentschap
plaats of functie als docent 1976 [
gvd
doceren
onderwijzen 1539 [
wnt
termijn
] doch*
nevenschikkend voegwoord 1100 [Willeram] {4.2}
dochter*
kind van het vrouwelijk geslacht 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
dociel
leerzaam, gedwee 1650 [
mey
] doctor
academische graad 1557 [
wnt
] doctoraal
van een doctor 1698 [
mey
] <
me
Latijn
doctoraat
graad van doctor 1485 [
hws
] <
me
Latijn
doctorandus
iem. die geslaagd is voor doctoraalexamen 1790 [
wnt
voordragen] <
me
Latijn
doctrine
leerstelling 1529 [
wnt
] docudrama
combinatie van documentaire en drama 1985 [De Coster 1999] document
bescheid 1614 [
wnt
waarschuw] documentaire
film waarin feiten worden vastgelegd 1963 [
wnt
retrospectief] documercial
reclamefilmpje in de vorm van een documentaire 1987 [De Coster 1999] [pagina 926]
[p. 926]
docusoap
combinatie van documentaire en soap 1993 [Sanders 2001] dodecaëder
twaalfvlak 1886 [
kku
] dodecafonie
twaalftonig stelsel 1956 [Enc. van de muziek]
doden*
van het leven beroven 1240 [Bern.]
dodo
uitgestorven vogelsoort 1853 [
wnt
] doedelzak
blaasinstrument 1783 [Toll.] doe-het-zelfwinkel*
winkel met materialen voor de amateur 1957 [
wp
jaarboek 1962] {3.1}
doeg*
tussenwerpsel: groet 1974 [Vd Toorn, Gesch. Ned. Taal 556] {4.3}
doei*
tussenwerpsel: groet 1975 [Vd Toorn, Gesch. Ned. Taal 556] {1.2.2/4.3}
doejoeng
zeekoe 1863 [
kku
] doek*
geweven stof 1240 [Bern.] {4.1.9}
doel*
mikpunt 1579 [
wnt
doelen*
mikken 1623 [
wnt
doelmatig
geschikt voor het doel 1801 [
wnt
voortbrenging]
doem*
oordeel, vloek 901-1000 [
wps
] {3.1}
doemdenken*
sombere gedachten over de toekomst hebben 1980 [Sanders 1999] {4.4}
doen*
handelen, plaatsen 901-1000 [
wps
doerak
gemeen mens 1879 [Stoett] doerian
vrucht 1596 [
wnt
] does
hondensoort 1914 [
gvd
] {4.1.3}
doetje*
sukkel 1632 [
wnt
doezelen*
suf zijn 1911 [
wnt
doezelen
ii
] {3.1}
dof*
mat, gedempt 1608 [
wnt
voos
] {1.2.4}
doffer*
mannetjesduif 1287 [
cg
NatBl]
dog
hondensoort 1546 [
hws
] dog-cart
licht rijtuig 1912 [
kku
] doge
titel van hoogste overheidspersoon in Venetië en Genua 1653 [
wnt
] dogma
vastomlijnd geloofsartikel 1804 [
wnt
leerstelling] dojo
judoschool 1961 [
gvd
] dok
inrichting voor scheepsreparaties 1525 [
hws
] <
me
Latijn
doka
donkere kamer 1942-1943 [Nederlandsch Jaarboek voor Fotokunst, plaat
xv
] dokken
betalen 1509 [
wnt
] dokken
schepen in het dok brengen 1671 [
wnt
doksaal
wand tussen koor en schip van een kerk 1276 [
cg i
1, 332] <
me
Latijn {1.2.4/3.2}
dokter
arts 1576 [
wnt
] dol*
krankzinnig, dwaas 1240 [
vmnw
dol*
roeipen 1286 [
cg i
Dordrecht]
dolblij*
buitengewoon blij 1916 [
wnt
dol z.j.] {4.4}
dolby
systeem voor ruisonderdrukking 1991 [Spectrum Muziek lexicon] dolce
zacht, lieflijk 1772 [Bouvink] dolen*
dwalen 1240 [Bern.]
dolendo
klagend 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] dolfijn
walvisachtige 1287 [
cg
NatBl] dolgraag*
buitengewoon graag 1838 [Beets, Camera Obscura 297] {4.4}
dolk
steekwapen 1513 [Claes Tw. 11] dollar
munteenheid van o.a. Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, de
vs
en enige staten in Azië, Afrika en het Caribisch gebied 1821 [Sanders 1995] dolle Mina
strijdster voor vrouwenemancipatie 1970 [Sanders 1993] {1.2.1/4.4}
dollen*
uitgelaten handelen 1401-1450 [
mnw
dolmen
megalithisch grafmonument 1847 [
kku
] dom*
niet wijs 901-1000 [
wps
dom
kerk 1574 [
wnt
vrede] dom
Portugese titel 1574 [
wnt
] dombo
sufferd 1988 [De Coster 1999] domein
gebied 1602 [
wnt
] domicilie
woonplaats 1535 [
wnt
wet
] dominant
overheersend 1824 [
wei
] dominee
predikant 1619 [De Jonge
iv
, 149] domineren
overheersen 1467-1490 [
hws
] dominicaan
monnik van de orde van Sint-Dominicus 1637 [
wnt
] <
me
Latijn {4.1.8}
dominion
autonoom deel van het Britse Rijk 1931 [
kwt
] domino
spel met dominostenen 1854 [Kappler, Nederlandsch-Guyana 10] {4.1.18}
dommekracht*
werktuig 1660 [
wnt
dommelen*
dutten 1685 [
wnt
] {3.1}
domoor*
dom mens 1757 [
wnt
dompelen*
onder laten gaan in vloeistof 1598 [
wnt
] {3.1}
domper*
kapje om vlam te doven 1691 [Sewel 66b]
dompig*
mistig 1562 [Claes Tw. 11]
dompteur
dierentemmer 1907 [
kwt
] don
heer, eretitel 1577 [
wnt
verwissen] donateur
schenker 1612 [
wnt
vertijgen] [pagina 927]
[p. 927]
donatie
schenking 1650 [
mey
] donder*
geluid bij bliksemslag 1240 [Bern.] {3.1}
donderdag*
vijfde dag van de week 1257 [
cg i
1, 68] {3.1/4.1.7}
donderen*
hard lawaai maken, o.a. van donder 1240 [Bern.] {3.1}
donders*
tussenwerpsel: krachtterm 1713 [
wnt
] {4.3}
doneren
geven 1562 [Aanv
wnt
] dong
munteenheid van Vietnam 1946 [Enc. Munten en Bankbiljetten] donk*
moeras, hoogte daarbij 694 [Claes] {2.3}
donker*
niet licht 1240 [Bern.] {4.1.5}
donna
vrouwelijke eretitel 1824 [
wei
] donor
gever van bloed, organen e.d. 1947 [
kwt
] donquichotterie
handeling uit onberedeneerd idealisme 1799 [
wnt
vol
dons*
pluizig haar 1240 [Bern.]
donut
rond, luchtig soort gebak met een gat in het midden 1989 [Peptalk] dood*
toestand waarin men niet meer leeft 901-1000 [
wps
dood*
niet meer levend 1100 [Willeram]
doodarm*
zeer arm 1830 [
wnt
wel
] {4.4}
dooddoener*
algemeen gezegde dat niets bewijst 1858 [
wnt
doodeerlijk*
zeer eerlijk 1901 [
wnt
refugié] {4.4}
doodleuk*
kalmweg 1897 [
wnt
reporter] {4.4}
doodsbang*
zeer bang 1866 [
wnt
dood
] {4.4}
doodstil*
zeer stil 1676 [
wnt
dood
ii
] {4.4/5}
doodverven*
kenschetsen 1642 [
wnt
doodziek*
zeer ziek 1633 [
wnt
dood] {4.4}
doof*
niet kunnende horen 1240 [Bern.]
dooien*
ophouden te vriezen 1287 [
cg
NatBl]
dooier*
centrale deel van vogelei 1287 [
cg
NatBl]
dook*
ijzerstaaf om hout en stenen te verbinden 1827 [
wnt
schoen]
doopsgezinde*
aanhanger van een protestantse beweging die volwassenendoop voorstaat 1603 [
wnt
] {4.1.8}
doopvont
bekken met doopwater 1704 [Hannot&Hoogstraten]
door*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
doordat*
onderschikkend voegwoord 1859-1860 [Nieuwe Taalgids 1982, 340] {4.2}
doorgaans*
bijwoord van tijd: gewoonlijk 1575 [
wnt
wegvloeien] {3.1}
doorgronden*
volledig doorzien 1265-1270 [
cg
Lut.K]
doorheen*
voorzetsel 1619 [
wnt
] {4.2}
doorheen*
bijwoord van richting 1731-1735 [
wnt
doorluchtig*
verheven 1401-1425 [
mnw
doorn*
puntig uitsteeksel aan plant 721 [Künzel] {2.3}
doortrapt*
sluw 1555 [
wnt
weder
iii
doorwrocht*
grondig 1653 [
wnt
doos
kartonnen omhulsel 1361 [
mnw
doos*
(onnozele) vrouw 1642 [
wnt
doos
vagina 1650 [
wnt
] {4.4}
dop*
schaal 1287 [
cg
NatBl]
dope
stimulerend middel 1968 [
kwt
] dopen*
dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen 1240 [Bern.]
doping
gebruiken van stimulerende middelen in sport 1930 [Aanv
wnt
] doppen*
pellen 1401-1450 [
mnw
dor*
onvruchtbaar door droogte 918-948 [Künzel] {2.3}
dorade
goudmakreel 1764 [
hou i
, 7, 767] dorknoper*
saaie, strenge ambtenaar 1951 [Mondria, Bommelbibl.] {4.4}
dorp*
plattelandsgemeente 701-800 [Lex Salica] {2.2}
dorpel*
drempel 701-800 [Lex Salica] {2.2/3.2}
dors
jonge kabeljauw 1351-1400 [
mnw
] dorsen*
zaad uit de aren slaan 1285 [
cg
Rijmb.]
dorst*
verlangen (naar drinken) 901-1000 [
wps
dorsten*
verlangen naar 1240 [Bern.]
dos-à-dos
rijtuigje 1883 [Java-Bode 1/9, 1b] doseren
een dosis bepalen 1914 [Aanv
wnt
] dosis
hoeveelheid 1663 [Claes] <
me
Latijn
dossier
papieren over één onderwerp 1856 [
wnt
] dot*
pluk 1554 [
wnt
dot*
lief persoon 1836 [
wnt
dotatie
schenking 1558 [Aanv
wnt
] dotcom
commercieel internetbedrijf 1999 [Sanders 2000] dotteren
het verwijden van bloedvaten 1989 [De Coster 1999]
douairière
adellijke weduwe 1669 [
mey
] douane
dienst voor in- en uitvoerrechten 1813 [
wnt
regulier
] doublé
met edelmetaal bedekt 1888 [Aanv
wnt
] double-breasted
met elkaar bedekkende voorpanden en twee rijen knopen 1984 [
gvd
] [pagina 928]
[p. 928]
doubleren
verdubbelen 1581 [Aanv
wnt
] doublet
dubbel exemplaar 1771 [
hou i
, 15, 203] douceur
fooi 1681 [Aanv
wnt
] douche
stortbad 1847 [
kku
] doven*
uitdoen 1611 [
wnt
dovenetel*
plantengeslacht 1514 [Groten Herbarius]
Dow-Jonesindex
index van koersen van Amerikaanse effecten 1989 [Peptalk] down
neerslachtig 1878 [Aanv
wnt
] downloaden
binnenhalen van gegevens uit een andere computer 1985 [
hcc
nieuwsbrief nov. 10, 15] dozijn
telwoord: twaalftal 1286 [
cg
I2, 1161] dra*
bijwoord van tijd: spoedig 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.7}
draad*
garen, vezel 1236 [
cg i
1, 23]
draaiboek
script 1950 [
gvd
] draaien*
keren, wenden 1240 [Bern.]
draak
fabelachtig monster 1240 [Bern.] drab*
droesem 1599 [Kil.]
drachme
oude Griekse munt, munteenheid van Griekenland 1637 [Statenvertaling (1 Kronieken 29:7)] drachtig*
zwanger 1285 [
cg
Rijmb.]
draconisch
zeer streng 1869 [
wnt
vermaard]
draf*
afval na bierbrouwen 1101-1200 [Tavernier] {2.4}
draf*
gang van een paard 1351-1400 [
mnw
dragee
versuikerde tablet 1948 [
kwt
] dragen*
ondersteunen, bij zich hebben, aan hebben 1100 [Willeram]
dragline
graafmachine 1934 [Aanv
wnt
] dragon
slangenkruid 1554 [
wnt
] dragonder
cavalerist 1666 [Claes] dragonder
heerszuchtig persoon 1899-1906 [
wnt
] draineren
ontwateren 1872 [
gvd
] draisine
loopfiets 1824 [
wei
] dralen*
talmen 1546 [Claes]
dralon
kunststof 1957 [
wp
jaarboek 1958] dram
munteenheid van Armenië 1994 [2000 Standard Catalog of World Coins] drama
toneelstuk 1778 [Picarta: titel van Hartsen] dramady
mengvorm van een drama en een comedy 1991 [De Coster 1999] dramaturg
toneelschrijver, toneeladviseur 1847 [
kku
] drammen*
aandringen 1477 [Teuth.]
drank*
drinkbaar vocht 901-1000 [
wps
] {4.1.6}
drank*
sterkedrank 1580 [
wnt
] {4.1.6}
draperen
omhangen met een ruim hangend gewaad 1861 [
wnt
] draperie
hangende stof als versiering 1854-1855 [
wnt
] drassig*
doorweekt (van grond) 1771 [
wnt
drastisch
krachtig 1824 [
wei
] draven*
rennen 1350 [
mnw
draw
gelijk spel 1914 [
gvd
] drawback
nadelige omstandigheid 1912 [
kku
] dreadlocks
haardracht van ongekamde krullen 1984 [De Coster 1999] dreadnought
slagschip 1912 [
kku
] drecht*
overvaart, doorwaadbare plaats 1105 [Claes] {2.3}
dreef*
brede landweg 1285 [
cg
I2, 978]
dreg
haak, baggerbeugel 1384-1407 [
mnw
] dreigen*
bedreigend bejegenen 1240 [Bern.]
dreinen*
zeuren 1886 [
wnt
] {3.1}
drek*
uitwerpselen, vuil 1285 [
cg
Rijmb.]
drempel*
verhoging bij deur 1567 [Claes] {3.2}
drenkeling*
die dreigt te verdrinken of verdronken is 1635 [
wnt
drenken*
te drinken geven 901-1000 [
wps
] {3.1/5}
drentelen*
zonder doel rondlopen 1678 [
wnt
] {3.1}
drenzen*
zeuren 1477 [Teuth.] {3.1}
dresseren
africhten 1650 [Claes] dressing
slasaus 1974 [Posthumus] dressoir
buffet 1350 [
mnw
] dressuur
africhting 1833 [
wnt
veld
dreumes*
klein kind 1843 [
wnt
] {4.1.4}
dreunen*
met een zwaar geluid trillen 1620 [
wnt
] {3.1}
dreutelen*
talmen 1599 [Kil.] {3.1}
drevel*
drijfijzer 1384-1407 [
mnw
] {3.1}
dribbelen*
met kleine passen lopen 1412 [
mnw
] {3.1}
dribbelen
met de bal lopen 1914 [
gvd
] drie*
telwoord 820 [Künzel] {2.3/4.2}
driehoek*
deel van plat vlak door drie lijnen ingesloten 1351 [
mnw
] {3.1/5}
drieling*
drie tegelijk geboren kinderen van één ouderpaar 1773 [
wnt
[pagina 929]
[p. 929]
drieluik*
schilderstuk met drie panelen 1891 [
wnt
kruis]
driest*
vermetel 1324-1341 [Stadb. Zwolle
driewieler*
voertuig met drie wielen 1869 [
wnt
twee] {3.1/4.1.10}
drift*
hartstocht 1657 [
wnt
drift*
plotselinge woede 1689 [
wnt
drijfveer
beweegreden 1793 [
wnt
] drijten*
kakken 1599 [Kil.] {4.4}
drijven*
voor zich uit doen gaan 1100 [Willeram]
drijven*
op een vloeistof liggen 1339 [
mnw
dril
gekeperd weefsel 1860-1861 [
wnt
] dril*
gelei 1867 [
wnt
drilboor*
bepaalde boor 1840 [
wnt
drillen]
drillen*
boren 1460 [
mnw
drillen*
africhten 1724-1726 [
wnt
dringen*
druk doen gelden 1290 [
cg ii
1 En.Codex]
drinkebroer*
dronkaard 1539 [
wnt
drinken*
vloeistof tot zich nemen 901-1000 [
wps
] {3.1}
drive
bridgewedstrijd 1936 [
bvc
-krant 2 okt., 4a] droef*
neerslachtig 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
droefenis*
bedroefdheid 1450 [
mnw
] {3.1}
droes
duivel 1561 [
wnt
droes
] droes*
paardenziekte 1573 [Claes]
droesem*
bezinksel 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
drogbeeld
chimère 1872 [
gvd
] drogen*
droogmaken 1240 [Bern.]
drogeren
drogerende middelen toedienen 1984 [
gvd
] drogist
verkoper van drogerijen 1574 [Claes] drol*
keutel 1903 [
wnt
] {4.4}
drom*
menigte 1637 [
wnt
dromedaris
hoefdier 1240 [Bern.] dromen*
een droom hebben 1240 [Bern.]
drommel
beklagenswaardig persoon 1782 [
wnt
] drommels*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1682 [
wnt
] {4.3}
dronken*
beschonken 1100 [Willeram]
droog*
niet nat 1100 [Willeram]
droogstoppel
saai mens 1860 [
wnt
] {4.4}
droom*
voorstelling in de slaap 1240 [Bern.] {3.1}
drop*
druppel 901-1000 [
wps
] {4.1.1}
drop-out
mislukkeling 1970 [Recht voor raap] droppen
afzetten 1946 [De Vooys] droschke
huurrijtuig 1832 [
wei
] drossen
deserteren 1707 [
wnt
opdrossen] drost*
bestuursambtenaar 1557 [
wnt
droste-effect
repeterend effect 1984 [
gvd
] {4.4}
drug
verdovend middel 1968 [Aanv
wnt
] drugsbaron
die op grote schaal drugs verhandelt 1996 [Vd Sijs 1996]
druïde
Keltische priester 1704 [Hannot&Hoogstraten] druif*
vrucht van de wijnstok 1100 [Willeram] {4.1.2}
druiloor*
lijzig persoon 1719 [
wnt
druipen*
in druppels neervallen 901-1000 [
wps
druisen*
aanhoudend geluid voortbrengen 1562 [Toll.] {3.1}
druk*
het drukken 1351-1400 [
mnw
drukken*
duwen, zwaar liggen op 1240 [Bern.]
drukken*
d.m.v. een pers letters of afbeeldingen op papier drukken 1567 [
wnt
zetten]
drukken*
zijn behoefte doen 1950 [
gvd
] {4.4}
drukker*
iem. die boeken drukt 1626 [
wnt
] {4.1.13}
drukknoop
knoop waarvan de delen op elkaar sluiten 1908 [
wnt
drukken] drukte*
het druk-zijn 1700 [
wnt
] {3.1}
drum
slaginstrument 1934 [De Echo 10/3, 227] drumstick
boutje van gevogelte 1984 [
gnn
] druppel*
vochtdeeltje 1240 [Bern.] {1.1/3.1/4.1.1/5}
dry
niet zoet (van wijn) 1912 [
kku
] D-trein
trein die naar het buitenland gaat 1908 [
wnt
luxueus]
dubbel
telwoord: tweevoudig 1278 [
cg i
1, 363] dubbeldekker
autobus met twee verdiepingen 1976 [
gvd
] dubbelganger
iem. die buitengewoon sterk op een ander lijkt 1879 [
wnt
] dubbeltje
muntstuk 1612 [Toll.] {4.1.12}
dubben
twijfelen 1550 [
wnt
dubben
dubben
nasynchroniseren 1984 [
gvd
] dubieus
twijfelachtig 1562 [
wnt
uitlander]
dubloen
dubbele dukaat 1596 [
wnt
] duce
fascistische regeringsleider 1926 [
kwt
] duchten*
vrezen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
duel
tweegevecht 1636 [
wnt
zwaarte] duet
tweestemmig gezang 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] [pagina 930]
[p. 930]
duf*
suf, muf 1599-1607 [Kil.] {1.2.4}
duffel*
dikke wollen stof 1637 [Sanders 1995] {4.1.9}
dug-out
ruimte voor reservespelers 1979 [Wijnands&Ost] duidelijk*
gemakkelijk te begrijpen of te zien 1557 [
wnt
duiden*
wijzen, uitleggen 1200 [
cg ii
1 Servas]
duif*
duifachtige 901-1000 [
wps
] {4.1.6}
duig
stuk hout van de wand van een vat 1286 [
cg
I2, 1115] <
me
Latijn {3.2}
duiken*
onder water gaan 1287 [
cg
NatBl]
duiken*
bukken 1301-1400 [
mnw
duim*
voorste vinger 1240 [Bern.] {3.1}
duin
zandheuvel 1067 [Claes] duister*
zonder licht 1370 [
mnw
] {4.1.5}
duisternis*
afwezigheid van licht 901-1000 [
cg wps
Gloss.] {3.1/5}
duit
koperen munt 1268 [
mnw
] duivel
het kwaad als persoon 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] duizelen*
draaierig worden 1301-1400 [
hws
] {3.1}
duizend*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
dukaat
gouden munt 1525 [De Bruijn Tw. 10] dukaton
zilveren munt 1618 [Van Gelder 1965] dukdalf
zware meerpaal 1671 [Toll.]
dulden*
verdragen, toelaten 1477 [Teuth.]
dumdumkogel
kogel die bij inslag uitzet 1899 [Sanders 1995] {1.2.5/3.1/4.1.14}
dummy
model van uitvoering, pop 1931 [
kwt
] dumpen
onder de markt verkopen, storten 1972 [Aanv
wnt
] dun*
niet dik, smal 1240 [Bern.]
dunk
basketbal: sprong waarbij de bal van bovenaf in het net wordt geworpen 1984 [
gnn
] dunken*
als mening hebben 1240 [Bern.]
duo
koppel 1618 [
wnt
trio] dupe
bedrogene 1697 [
wnt
] duplicaat
kopie 1657 [
wnt
] dur
majeur 1618 [Aanv
wnt
] duratief
voortdurend 1898 [
gvd
] duren
tijd in beslag nemen, voortduren 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] durfal*
iemand die alles durft 1916 [
wnt
durven]
duro
munt 1950 [
gvd
] durven*
wagen 1568 [
wnt
] {1.1}
dus*
bijwoord van kwantiteit: op deze wijze, aldus 1100 [Willeram] {2.5}
dus*
nevenschikkend voegwoord 1350 [
mnw
] {4.2}
dusdanig*
aanwijzend voornaamwoord 1237 [
cg i
1, 32] {4.2}
duster
ochtendjas voor dames 1958 [
wp
jaarboek 1959] dutten*
suffen, soezen 1642 [
wnt
duur*
kostbaar 1100 [Willeram]
duur
het (voort)duren 1599-1607 [Kil.]
duurte*
het duur-zijn 1641-1642 [
wnt
] {3.1}
duwen*
door drukking voortbewegen 1285 [
cg
Rijmb.]
dvd
digitale videodisk 1994 [
nrc-h
17/12/94, 15] dwaas*
zonder verstand 1287 [
cg
NatBl]
dwalen*
zich vergissen (in de weg) 901-1000 [
wps
dwang*
machtsuitoefening 1455 [
mnw
dwarrelen*
zich zwevend verplaatsen 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
dwars*
scheef, weerbarstig 1265-1270 [
cg
Lut.K]
dwarsbomen*
moeilijkheden in de weg leggen 1872 [
gvd
dweil*
schoonmaakdoek 1546 [Naembouck] {1.2.3}
dwepen*
overdreven verering koesteren 1785 [
wnt
dwerg*
onnatuurlijk klein mens 1301-1400 [
mnw
dwingeland*
tiran 1540 [
wnt
verabelen]
dwingen*
noodzaken 1265-1270 [
vmnw
dynamiek
stuwkracht 1847 [
kku
] dynamiet
springstof 1871 [
wnt
] {4.1.14}
dynamo
toestel voor opwekking van elektrische energie 1894 [
wnt
vereffening] dynastie
vorstenhuis 1816 [
wnt
] dyne
eenheid van kracht 1895 [Aanv
wnt
] dysenterie
besmettelijke darmontsteking 1624 [
wnt
verduffen] dyslexie
woordblindheid 1923 [Aanv
wnt
dyspepsie
slechte spijsvertering 1624 [Aanv
wnt
] dyspneu
ademnood 1624 [Aanv
wnt
] dysprosium
chemisch element 1950 [
gvd
] dystrofie
slechte ontwikkeling door storing in voedseltoevoer 1847 [Aanv
wnt
[pagina 931]
[p. 931]
easy listening
gemakkelijk in het gehoor liggende popmuziek 1992 [De Coster 1992] eau de cologne
reukwater 1824 [
wei
] eb*
het aflopen van de zee 1351-1375 [
mnw
ebbenhout
harde houtsoort 1240 [Bern.]
ebolavirus
virus dat gevaarlijke bloedingen veroorzaakt 1978 [Sanders 1995] eboniet
gevulkaniseerd caoutchouc 1874 [Album der Natuur bijblad 26]
eBook
elektronisch boek 1998 [http:/huizen.dds.nl/∼zuperman/ebook.html] ecarté
kaartspel 1840 [
wnt
] ecarteren
terzijde schuiven 1824 [
wei
] echec
mislukking 1824 [
wei
] echelon
bevelsniveau 1824 [
wei
] echo
geluidsweerkaatsing 1477 [
hws
] echofoon
toestel dat bv. scholen vis op het scherm brengt 1984 [
gvd
echografie
registratie van de gegevens van echopeiling 1984 [
gvd
echt*
huwelijk 701-800 [Lex Salica] {2.2}
echt*
wettig, werkelijk 901-1000 [
wps
echtbreker
die de huwelijkstrouw schendt 1592 [
wnt
echtbreken] echter*
nevenschikkend voegwoord 1641-1642 [
wnt
] {4.2}
echtgenoot*
man met wie iemand getrouwd is 1631 [
wnt
] {4.1.4}
echtgenote*
vrouw met wie iemand getrouwd is 1631 [
wnt
] {4.1.4}
eclatant
opzienbarend 1824 [
wei
] eclectisch
uitkiezend 1847 [
kku
] eclips
verduistering 1573 [Plantijn] ecoboer
ecologisch producerende boer 1996 [Missets horeca dl. 44, afl. 39] {4.1.13}
ecologie
leer van de betrekkingen tussen dieren en planten en hun leefomgeving 1938 [Van Essen] e-commerce
handel via het internet 1997 [De Coster 1999] economie
zuinigheid 1793 [
wnt
] economie
staathuishoudkunde 1864 [
wnt
] écossaise
Schotse dans 1824 [
wei
] ecosysteem
het functionele geheel van een levensgemeenschap 1970 [Recht voor raap] {1.2.6}
ecru
ongebleekt 1912 [
kku
] ecstasy
een hallucinerend middel 1987 [De Coster 1999] ecu
Franse daalder 1734 [HubWes] ecu
fictieve munteenheid van de
eu
tot 1999 1984 [Picarta: titel van rapport Commissie van de Europese Gemeenschappen] eczeem
huiduitslag 1847 [
kku
] edammer*
ronde kaas uit Edam 1725 [
wnt
klootkaas] {4.1.6}
edel*
adellijk 1100 [Willeram]
edelweiss
plantje uit het hooggebergte 1888 [Aanv
wnt
] edge
telecommunicatiesysteem dat dertig keer sneller is dan
gsm
2000 [Sanders 2001] edict
verordening 1482 [
hws
] edison
voor grammofoonplaten en cd's toegekende prijs 1984 [
gvd
editen
bezorgen (van een boek) 1984 [
gvd
] editie
uitgave 1546 [
wnt
] edoch*
nevenschikkend voegwoord 1200 [
cg ii
1 Servas] {4.2}
educatie
opvoeding 1650 [
mey
] edutainment
educatief entertainment 1994 [De Coster 1999] eed
plechtige verklaring 1236 [
cg i
1, 23] eega*
echtgenoot, echtgenote 1588 [Claes] {4.1.4}
eekhoorn*
knaagdier 1287 [
cg
NatBl] {4.1.3}
eelt*
verdikking van opperhuid 1567 [Claes]
een*
telwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
een*
lidwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
eenakter
toneelstuk in één bedrijf 1910 [
wnt
repertoire] eend*
eendachtige 793 [Prisma NPl.] {2.3/4.1.6}
eendagsvlieg*
haft 1769-1811 [
wnt
eender*
gelijk 1569 [Kool]
eendracht*
eensgezindheid 1367 [
mnw
eenduidig
ondubbelzinnig 1939 [Theissen 1978] eenentwintigen*
kaartspel 1924 [
gvd
] {4.1.18}
eenheid*
hecht samenhangend geheel 1461 [
mnw
eenheid*
team 1989 [Sterkenburg, Taal van het Journaal]
eenhoorn*
fabeldier 1287 [
cg
NatBl]
eenkennig*
verlegen 1611 [
wnt
eenparig*
overeenstemmend, eendrachtig 1277 [
cg i
1, 354]
eens*
bijwoord van tijd: eenmaal 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1}
eenvoudig*
niet ingewikkeld 1350 [
hws
] {5}
eenzaam
alleen 1477 [Teuth.] eer*
bijwoord van tijd: vroeger 901-1000 [
wps
] {2.5/4.1.7}
[pagina 932]
[p. 932]
eer*
achting, deugd 901-1000 [
wps
] {1.3}
eerbied*
achting 1643-1644 [
wnt
eerdaags*
bijwoord van tijd: binnenkort 1648 [
wnt
steekind] {3.1}
eerder*
vroeger 1637 [Statenvertaling (Hebreeën 13:19)]
eergisteren*
bijwoord van tijd: op de dag voor gisteren 1240 [Bern.] {4.1.7}
eerlijk*
oprecht 901-1000 [
wps
eerst*
rangtelwoord: vóór ieder ander 1100 [Willeram] {2.5}
eerstens
rangschikkend bijwoordelijk telwoord: ten eerste 1846 [
wnt
telwoord] eerzucht*
dorst naar roem 1620 [
wnt
weiden
eetlezen*
lezen tijdens het eten 1986 [De Coster 1999] {1.2.5/4.4}
eeuw*
honderd jaar 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
efedrine
stimulerend alkaloïde 1941 [Holleman, Leerboek der organische chemie 449] {4.1.6}
efemeer
kortstondig 1847 [
kku
] efemeriden
eendagsvliegen 1872 [
gvd
] effect
uitwerking 1456 [
hws
] effect
verhandelbaar waardepapier 1807 [
wnt
] effectief
wezenlijk 1669 [
mey
] effectueren
verwezenlijken 1601 [Aanv
wnt
] effen*
vlak, gelijkmatig 1236 [
cg i
1, 28]
efficiency
doelmatigheid 1926 [
kwt
] efficiënt
doelmatig, werkzaam 1949 [
koe
] eg*
landbouwwerktuig 1240 [Bern.]
egaal
gelijkmatig, glad 1503 [
hws
] egaliseren
gelijkmaken, vereffenen 1669 [
mey
] egard
achting 1652 [Aanv
wnt
] egel*
insectenetend zoogdier 1240 [Bern.] {3.1/4.1.3}
egelantier
roosachtige heester 1225 [Claes] egelstelling
stelling die geheel door de vijand is ingesloten 1945 [Aanv
wnt
] ego
ik-gevoel 1843 [Aanv
wnt
] egocentrisch
bij wie het eigen ik steeds het middelpunt is 1912 [
kku
] egoïsme
zelfzucht 1872 [
gvd
] egotrip
activiteit ter verhoging van het zelfgevoel 1975 [R84] e-government
besturen via het internet 2000 [
nrc-h
22/5/2000] eh*
tussenwerpsel: ter uitdrukking van aarzeling 1840 [
wnt
wonder] {4.3}
ei*
vrouwelijke geslachtscel, kiem 1230-1231 [
cg i
1, 18]
ei*
tussenwerpsel: uitroep van verrassing 1566-1568 [
wnt
] {4.3}
eiderdons
borstveren van de eidereend 1770 [Papillon] eidetisch
m.b.t. de aanschouwing 1931 [Enc. handb. mod. denken (eidetiek)] eigen*
van het subject 1100 [Willeram]
eigen*
wederkerend voornaamwoord 1624-1625 [
wnt
eigen
] {4.2}
eigenaar
bezitter 1508 [
hws
eigenaardig
een eigen karakter dragend 1764-1775 [
wnt
] eigendom*
wat men zijn eigen mag noemen 1268 [
cg i
1, 123]
eigengerechtig*
naar eigen oordeel te werk gaand 1848-1875 [
wnt
eigenlijk*
waar, echt 1240 [Bern.]
eigennaam*
individuele naam 1477 [Teuth.]
eigenschap
bijbehorend kenmerk 1461 [
mnw
] eigenwijs
ontoegankelijk voor raad 1466 [
hws
] eigenzinnig
zijn eigen zin volgend 1567 [
wnt
] eik*
boomsoort 1137 [Künzel] {2.3}
eikel*
vrucht van de eikenboom 1240 [Bern.] {3.1}
eikel*
voorste deel van de penis 1686 [
wnt
] {4.4}
eikel*
scheldwoord: sukkel 1989 [Heestermans, Luilebol] {3.1}
eiker*
vrachtschip 1684 [
wnt
] {4.1.11}
eiland
land omgeven door water 1240 [Bern.] eilieve*
tussenwerpsel: als aansporing 1634 [
wnt
] {4.3}
einde*
laatste gedeelte 901-1000 [
wps
eindigen*
een eind nemen 1395 [
hws
] {3.1}
einsteinium
(kunstmatig) chemisch element 1961 [
gvd
] eïs
met een halve toon verhoogde e 1890 [Melchior] eisen*
verlangen 1240 [Bern.]
eivol*
stampvol 1816-1817 [
wnt
ei] {4.4}
ejaculatie
zaadlozing 1799 [
wnt
uitspuiten] ejector
uitwerper 1920 [Aanv
wnt
] ekster*
zangvogel 1287 [
cg
NatBl]
eksteroog*
likdoorn 1350 [
mnw
el*
lengtemaat 1277 [
cg i
1, 352]
elan
bezieldheid 1891 [Aanv
wnt
] [pagina 933]
[p. 933]
eland
herkauwer 1456-1489 [
mnw
] elandtest
uitwijktest voor auto's 1997 [De Coster 1999]
elastiek
rekbare band 1838 [
wnt
weg
ii
] elders*
bijwoord van plaats: niet hier 1514 [
mnw
] {1.2.4/3.1}
eldorado
paradijs 1847 [
kku
] electoraat
de kiezers 1961 [
gvd
] elefantiasis
huidverdikking, knobbelmelaatsheid 1608 [
wnt
lazerij] elegant
bevallig 1784 [
wnt
wit
] elegantie
bevalligheid 1548 [
wnt
redite] elegie
lyrisch dichtstuk 1616 [
wnt
] elektricien
vakman op elektrisch gebied 1894 [Aanv
wnt
] elektriciteit
natuurkracht die door wrijving wordt opgewekt 1736 [
wnt
] elektrificeren
voorzien van elektrische installaties 1914 [
gvd
elektrisch
m.b.t. elektriciteit 1786 [
wnt
] elektrode
geleider van elektrische stroom in elektrolyten en gassen 1859 [Aanv
wnt
] elektrolyse
ontleding van chemische verbindingen d.m.v. elektriciteit 1862 [
wnt
rheo] elektromotor
machine die beweegkracht geeft door elektrische stroom 1872 [
wnt
vonk
] {4.1.10}
elektron
elementair deeltje 1902 [
wnt
arbeid Suppl] elektronica
elektronentechniek 1954 [
wnt
transistor] elektronicus
specialist in elektronica 1984 [
gvd
] elektronisch
werkend door vrije elektronen 1950 [
wnt
rekenmachine]
element
hoofdstof, eenheid 1265-1270 [
cg
Lut.K] element
persoon in genoemde (negatieve) hoedanigheid 1989 [Sterkenburg, Taal van het Journaal]
elementair
fundamenteel 1810 [
wnt
meetkunde] elf*
telwoord 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.2}
elf
geest 1855-1857 [
wnt
] elfstedentocht*
schaatswedstrijd langs de elf Friese steden 1909 [
wp
] {4.1.18}
elft*
beenvis 1351-1400 [
mnw
eliminatie
verwijdering 1847 [
kku
] elimineren
verwijderen 1832 [
wei
] elisie
wegvallen van letter 1669 [
mey
] elite
het geselecteerde gedeelte 1824 [
wei
] elixer
geneeskrachtige drank 1774 [
wnt
] <
me
Latijn {4.1.6}
elk*
onbepaald voornaamwoord 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.2}
elkaar, elkander*
wederkerig voornaamwoord 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
elkeen*
onbepaald voornaamwoord 1615 [
wnt
] {4.2}
elleboog*
gewricht tussen beneden- en bovenarm 1240 [Bern.] {3.1}
ellende*
beroerdigheid 1285 [
cg
Rijmb.]
ellepijp
dikste bot in benedenarm 1867 [
wnt
ellips
ovaal 1749 [
wnt
weg
] elmsvuur
lichtjes door elektriciteit 1778 [
wnt
elmusvuur]
el Niño
periodieke warme golfstroom in de Stille Oceaan 1989 [De Coster 1999] eloquent
welsprekend 1583 [Aanv
wnt
] elpee
langspeelplaat 1966 [Aanv
wnt
] els*
boomsoort 772-776 [Künzel] {2.3}
els*
priem 1240 [Bern.] {1.2.4}
e-mail
elektronische post 1991 [Van der Neut, Stappenplan bij het Project Ned.-Frankrijk] email
glazuur 1562 [Claes] emancipatie
gelijkstelling voor de wet 1503 [Claes Tw. 11] emanciperen
mondig verklaren 1570 [
wnt
] emballage
verpakking 1745 [
mey
] embargo
beslaglegging 1808 [
wnt
] embargo
publicatieverbod 1961 [
gvd
] embleem
zinnebeeld, herkenningsteken, zinnebeeldige plaat 1625 [
wnt
] embolie
verstopping van bloedvat 1896 [Aanv
wnt
embonpoint
gezetheid 1816 [Aanv
wnt
] embouchure
mondstuk van blaasinstrument 1824 [
wei
] embryo
kiem 1824 [
wei
] emenderen
verbeteren 1552 [Apherdianus 38r] emergency
dringende noodzaak 1992 [
gvd
] emeritus
zijn ambt neergelegd hebbend 1658 [
wnt
] emfyseem
zwelling 1824 [
wei
] emigrant
landverhuizer 1741 [
wnt
] emigreren
uitwijken naar ander land 1650 [Claes] [pagina 934]
[p. 934]
eminent
voortreffelijk 1503 [Claes Tw. 11] eminentie
titel van kardinalen 1654 [
wnt
] emir
Arabisch opperhoofd 1619 [Courante uyt Italien, 19 jun. 1a] emissie
uitgifte van obligaties e.d. 1886 [
kku
] emmentaler
kaassoort 1866 [Sanders 1995] emmer
vat 1240 [Bern.] emmeren
zaniken 1914 [
gvd
emmy
onderscheiding voor televisie 1984 [
gnn
] emoe
loopvogel 1596 [De Jonge
ii
, 339] emolumenten
bijkomende verdiensten 1660 [
wnt
] emotie
gemoedsbeweging 1824 [
wei
] emotioneel
vatbaar voor ontroering 1894-1908 [
wnt
] empathie
inlevingsvermogen 1968 [
kwt
] empire
(stijl van) het eerste Franse keizerrijk 1912 [
kku
] empiricus
iem. met alleen door ondervinding opgedane kennis 1824 [
wei
] emplacement
terrein bij station 1905 [
wnt
] emplooi
bezigheid 1627 [
wnt
] employability
brede inzetbaarheid van werknemers 1996 [De Coster 1999] emulgeren
tot een emulsie maken 1793 [Aanv
wnt
] emulsie
melkachtige oplossing 1761 [
hou i
, 1, 259] en*
nevenschikkend voegwoord 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5/4.2}
encadreren
inlijsten 1824 [
wei
] encanailleren, zich
omgaan met mensen beneden zijn stand 1697 [
wnt
kittebroer] enchilada
gevulde gebakken tortilla 1999 [
gvd
] enclave
door vreemd gebied omsloten terrein 1824 [
wei
] enclise
aansluiting van woord bij ander woord 1847 [
kku
] encycliek
pauselijke zendbrief 1865 [Aanv
wnt
] encyclopedie
beschrijvend woordenboek 1654 [Claes] endeldarm*
laatste deel van darm 1434-1436 [
hws
endemisch
niet elders voorkomend 1821 [Aanv
wnt
] endocrien
met inwendige afscheiding 1927 [Oosthoek's geïll. enc.
ii
endogeen
uit het binnenste voortkomend 1886 [
kku
endorfine
morfineachtige substantie 1984 [
gvd
] endoscoop
instrument om in lichaamsholten te kijken 1886 [
kku
endosseren
overdragen van wissel door aantekening op achterkant 1651 [
wnt
] energie
veerkracht, arbeidsvermogen 1668 [Koerbagh] enerveren
op de zenuwen werken 1903 [
wnt
welstand] enfant terrible
flapuit 1874 [Aanv
wnt
] enfin
tussenwerpsel: kortom 1646 [
wnt
] eng*
bouwland 801 [Künzel] {2.3}
eng*
nauw 1240 [Bern.]
eng*
griezelig 1896 [
wnt
zeilen
engageren
(als artiest) verbinden aan 1806 [
wnt
] engel
bode van God 1200 [
cg ii
1 Servas] engerling
larve van meikever 1766 [
hou i
, 9, 215] en gros
bijwoord: in het groot 1824 [
wei
] enig*
onbepaald voornaamwoord 1230-1231 [
cg i
1, 19] {4.2}
enigma
raadsel 1824 [
wei
] enjambement
overloop van versregels 1824 [Aanv
wnt
] enkel*
voetgewricht 1351-1400 [
mnw
] {3.1}
enkel*
alleen, enig in zijn soort 1351-1400 [
hws
] {4.2}
enkelvoud*
vorm van woord die aangeeft dat er slechts van één exemplaar sprake is 1805 [Weiland, Spraakkunst]
enorm
bijzonder groot 1477 [
hws
] enormiteit
grote blunder 1898 [
wnt
] enquête
onderzoek 1494 [
wnt
] ensceneren
in scène zetten 1921 [
wnt
apotheose Suppl]
ensemble
het geheel 1824 [
wei
] ensemble
muziekgezelschap 1929 [Aanv
wnt
] entameren
in behandeling nemen 1932 [Aanv
wnt
] enten
een loot op een andere boom bevestigen 1240 [Bern.] [pagina 935]
[p. 935]
entente
overeenkomst 1865 [
kvw
] enter*
eenjarige koe 1599 [Kil.] {3.1/4.1.3}
enteren
een vijandig schip beklimmen 1571 [
wnt
] enteren
de enterknop indrukken 1999 [R99] entertainment
amusement 1953 [De Vooys] enthousiasme
geestdrift 1784 [
wnt
] enthousiast
geestdriftig 1788 [
wnt
] entiteit
het wezenlijke 1824 [
wei
] entourage
omgeving 1824 [
wei
] entozoön
endoparasiet 1847 [
kku
entr'acte
pauze tussen twee bedrijven 1832 [
wei
] entrecote
stuk vlees van tussen de ribben 1910 [Aanv
wnt
] entree
intrede, ingang 1467-1490 [
hws
] entree
toegangsprijs 1824 [
wei
entremets
tussengerecht 1265-1270 [
cg
Lut.K] entrepot
opslagplaats 1819 [
wnt
] entropie
maatstaf voor de wanorde in een systeem 1902 [Vivat's Enc.]
envelop(pe)
briefomslag 1817 [
wnt
theeboei] enzovoort(s)*
woord dat aangeeft dat verdere opsomming overbodig is 1624 [
wnt
zenuwig]
enzym
ferment 1895 [Aanv
wnt
] Eoceen
geologisch tijdperk 1844 [Aanv
wnt
] Eolithicum
geologisch tijdperk 1922 [Aanv
wnt
] eon
onafzienbare tijdruimte 1832 [
wei
] Eozoïcum
geologische periode 1935 [Kath. Enc.] epateren
overdonderen 1921 [Aanv
wnt
] epaulet
schouderbelegsel 1806 [Verz. v.W. v.d. Kon. v. Holl. 1,139] epibreren
niet nader aan te geven werkzaamheden verrichten waarvan men de indruk wil wekken dat ze belangrijk zijn 1954 [Vd Sijs 1996] {1.2.5/4.4}
epicentrum
middelpunt van aardbeving 1886 [
kku
] epidemie
besmettelijke ziekte, plaag 1400 [
mnw
] <
me
Latijn
epidermis
opperhuid 1663 [
mey
] epiek
verhalende poëzie 1884 [Aanv
wnt
] Epifanie
feest van de verschijning van Christus 1668 [Koerbagh] epifyse
pijnappelklier 1929 [
kwt
] epigoon
navolger 1867 [Aanv
wnt
] epigram
puntdicht 1582 [Aanv
wnt
] epilepsie
vallende ziekte 1624 [Aanv
wnt
] epileren
ontharen 1914 [Aanv
wnt
] epiloog
slotrede 1824 [
wei
] episch
m.b.t. de verhalende poëzie 1824 [
wei
episcopaal
bisschoppelijk 1720 [
mey
] episcopaat
bisschoppelijke waardigheid 1824 [
wei
] episode
op zichzelf staand deel van verhaal of gebeurtenis 1824 [
wei
] epistel
brief 1240 [Bern.] epistemologie
kennisleer 1931 [Enc. handb. mod. denken]
epitheel
bekleedsel van organen 1847 [
kku
] epitheton
bijnaam 1663 [
mey
] epizoën
in of op de huid van dieren levende insecten 1886 [
kku
epo
eiwithormoon gebruikt als doping 1997 [De Coster 1999] {4.1.6}
epoche
tijdperk 1720 [
mey
] eponiem
woord dat is afgeleid van een eigennaam 1981 [Sanders 1993] epos
heldendicht 1824 [
wei
] epoxy
kunsthars 1955 [
wp
] epsilon
vijfde letter van het Griekse alfabet 1873 [
wp
] equator
evenaar 1598 [
wnt
] equinox
dag- en nachtevening 1847 [Aanv
wnt
] equipage
paard met rijtuig 1734 [
wnt
] equipage
scheepsbemanning 1803 [
wnt
] equipe
sportploeg 1929 [
kwt
] equiperen
toerusten 1632 [
wnt
] equivalent
gelijkwaardig 1650 [
mey
] er*
bijwoord van plaats 1237 [
cg i
1, 32]
era
tijdrekening, periode 1824 [
wei
] erbarmen, zich
medelijden betonen 1477 [Teuth.] erbium
chemisch element 1870 [Gerding, Zakwrdb. Scheik.] erectie
oprichting van de penis 1850 [
wnt
zaad] eren*
eerbied bewijzen 1100 [Willeram]
ereprijs
plantengeslacht 1554 [Dod.] erewoord
belofte met eer als onderpand 1934 [Vd Sijs 1996] erf
erfdeel, grond behorend bij huis 901-1000 [
wps
] [pagina 936]
[p. 936]
erfenis*
wat men erft 1399 [
mnw
] {3.1}
erfgenaam
op wie een nalatenschap overgaat 1284 [
vmnw
] erfvijand
gezworen vijand 1704 [Hannot&Hoogstraten] erg*
slecht 901-1000 [
wps
erg*
bijwoord van graad: zeer 1866 [
wnt
erg
eenheid van arbeid 1907 [
wp
ergens*
bijwoord van plaats 1285 [
mnw
] {3.1}
ergeren*
aanstoot geven of nemen 1240 [Bern.]
ergernis*
irritatie 1566-1568 [
wnt
] {3.1}
ergo
bijwoord van causaliteit: derhalve 1540 [
wnt
verkleining] ergonomie
studie van werkomstandigheden 1961 [
gvd
ergotherapie
oefening om uitgevallen functies weer op te wekken 1955-1956 [Aanv
wnt
erica
dopheide 1889 [
wnt
rose] <
me
Latijn
erkennen
inzien 1376-1400 [
mnw
] erkentelijk
dankbaar 1626 [
wnt
] erkentenis*
besef van bestaan of waarheid van iets 1604 [
wnt
] {3.1}
erker
uitbouw 1901 [
wnt
] erlang
eenheid van dichtheid van telefoonverkeer 1961 [
gvd
erlenmeyer
laboratoriumkolf 1949 [
ensie iv
, 333]
ernst*
serieuze gestemdheid, oprechtheid 1100 [Willeram]
eroderen
afslijpen 1650 [
mey
] erogeen
gevoelig voor erotische prikkels 1923 [Aanv
wnt
erosie
afslijting van land 1669 [
mey
] erotiek
het geheel van gevoelens van zinnelijke liefde 1895 [Broeckaert] erotisch
m.b.t. de zinnelijke liefde 1782 [
wnt
] erotogeen
erogeen 1955-1956 [Aanv
wnt
erratum
drukfout 1676 [
wnt
vinden] ersatz
vervangingsmiddel 1919 [
kwt
] erts
metaal bevattende delfstof 1556 [
wnt
] erudiet
uitgebreide kennis en smaak bezittend 1824 [
wei
] eruditie
geleerdheid 1824 [
wei
] eruptie
uitbarsting 1650 [
mey
] ervaren
ondervinden 1420 [
mnw
] erven*
door erfenis verkrijgen 1263-1264 [
cg i
1, 83]
erwt*
een plantenzaad, ook als voedsel 1240 [Bern.] {4.1.6}
erwtensoep
soep van groene erwten 1778 [
wnt
erwt] {4.1.6}
erytrocyt
rood bloedlichaampje 1923 [Aanv
wnt
es*
loofboom 860 [Künzel] {2.3}
esbattement
rederijkerstoneelstuk 1500 [Den spieghel der salicheit van Elckerlijc, a2] escadrille
groep vliegtuigen 1919 [
kwt
] escalatie
het van stap tot stap groeien van een conflict 1965 [
wp
jaarboek 1966] escaleren
steeds ernstiger worden 1969 [Aanv
wnt
escapade
dwaze streek 1824 [
wei
] escapisme
vluchtgedrag 1955 [Aanv
wnt
] escargot
wijngaardslak 1952 [
wp
voor de vrouw] eschatologie
leer van de laatste dingen 1847 [
kku
] escort
callgirl 1989 [Peptalk] escorte
gewapend geleide 1592 [Schulten Tw. 9] escudo
munteenheid van Portugal en Kaapverdië, vroeger ook van Spanje, Mexico en diverse Zuid-Amerikaanse landen 1832 [
wei
] esculaap
embleem van geneeskundigen 1615 [
wnt
artsenij Suppl] eskader
vlootafdeling 1631-1634 [
wnt
] eskadron
afdeling ruiterij 1580 [Schulten Tw. 9] esoterisch
geheim 1821 [Aanv
wnt
] esp*
ratelpopulier 870 [Künzel] {2.3}
espadrille
schoen met touwzool 1984 [
gvd
] espagnole
Spaanse dans 1847 [
kku
] esplanade
wandelplein 1821 [Aanv
wnt
] espressivo
met veel gevoel 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] espresso
zwarte koffie 1955 [Stoop] esprit
geest 1821 [Aanv
wnt
] essay
verhandeling 1769 [Aanv
wnt
] essence
aromatisch aftreksel 1715 [
wnt
] essentie
het wezen 1501-1550 [Mak] establishment
heersend bestel, heersende klasse 1969 [R75] estafetteloop
snelheidswedstrijd tussen verschillende teams 1920 [
wnt
z.j.] {4.1.18}
[pagina 937]
[p. 937]
ester
scheikundige verbinding 1870 [Gerding, Zakwrdb. Scheik.] estheet
kunstgevoelige 1950 [
gvd
] estuarium
trechtervormige riviermonding 1901 [
kui
] etablissement
onderneming, inrichting 1703 [
wnt
stokhouder] etage
verdieping 1786 [
wnt
trap
] etalage
uitstalkast 1824 [
wei
] etappe
afstand tussen twee rustpunten 1832 [
wei
] et cetera, etc.
enzovoorts 1570 [
wnt
achten Suppl] eten*
nuttigen 901-1000 [
wps
eterniet
asbestcementlei 1917 [
wnt
plafond]
ethaan
gasvormige koolwaterstof 1925 [Oosthoek's geïll. enc.
ii
ether
verdovende vloeistof 1778 [
wnt
] ether
(boven)lucht 1778 [
wnt
] etherisch
vergeestelijkt 1855 [
kku
] ethiek
zedenleer 1667 [
wnt
volk] ethologie
gedragsbeschrijving 1824 [
wei
] ethos
zedelijke houding 1824 [
wei
] ethyl
koolwaterstofgroep 1863 [
kku
aethyl]
etiket
label 1824 [
wei
] etiquette
omgangsvormen 1764 [
wnt
drukletter] etmaal*
24 uur 1289 [
cg
I2, 1343] {3.1/4.1.7}
etnisch
volkenkundig 1880 [Aanv
wnt
] etnografie
beschrijvende volkenkunde 1824 [
wei
ets
door etsen verkregen voorstelling 1866 [
wnt
etsen
in metaal laten uitbijten 1573 [Claes] ettelijke
onbepaald voornaamwoord 1443-1451 [
mnw
] etter*
pus 1240 [Bern.] {1.2.3}
etter
scheldwoord 1914 [
gvd
] etude
muzikale studie 1847 [
kku
] etui
koker 1670 [
wnt
] etymologicon
etymologisch woordenboek 1847 [
kku
] etymologie
woordafleidkunde 1521 [Mak] eucalyptus
plantengeslacht 1868 [Aanv
wnt
] eucharistie
Heilige Sacrament 1669 [
mey
] eufemisme
verhullend woord 1824 [
wei
] euforie
gevoel van welbehagen 1832 [
wei
] eugenese
rasverbetering 1919 [Aanv
wnt
eunuch
ontmande (als vrouwenoppasser in harem) 1615 [
wnt
vervatten] eureka, heureka
tussenwerpsel: uitroep bij ontdekking 1847 [
kku
] euro
vanaf 1999 munteenheid van de
eu
, vanaf 2002 als betaalmiddel 1995 [De Coster 1999] {1.2.2/4.1.12}
europium
chemisch element 1927 [Oosthoek's geïll. enc.
ii
] eustachiusbuis
buis in het oor 1847 [
kku
euthanasie
het bespoedigen van de dood bij ongeneeslijk zieken 1824 [
wei
] euvel*
kwaad 901-1000 [
wps
evacuatie
ontruiming 1560 [Aanv
wnt
] evacueren
ontruimen 1650 [
mey
] evalueren
schatten 1650 [
mey
] evangelie
elk van de vier boeken van het Nieuwe Testament 1240 [Bern.] evangelisch
volgens het evangelie 1550 [
hws
] evangeliseren
het evangelie verkondigen 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] evangelist
schrijver van een evangelie, verkondiger van het evangelie 1240 [Bern.] evaporatie
verdamping 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois 39, 241] evaporeren
uitwasemen 1514 [Aanv
wnt
] evasie
ontwijking 1669 [
mey
] even*
bijwoord van graad: in gelijke mate 1240 [Bern.]
even*
door twee deelbaar 1467 [
mnw
even*
bijwoord van tijd: ogenblik 1659-1673 [
wnt
] {4.1.7}
evenaar
equator 1585 [Claes Tw. 9]
evenaren
gelijkwaardig zijn 1710 [
wnt
wierook]
evenbeeld
die sprekend lijkt op een ander 1557 [
wnt
] eveneens*
bijwoord van modaliteit: ook 1857 [
wnt
] {3.1}
evenement
gebeurtenis 1668 [Koerbagh] evenknie*
gelijke (in stand) 1303 [
mnw
eventing
bepaalde paardenwedstrijd: military 1999 [Sanders 2001] eventualiteit
mogelijkheid dat iets gebeurt 1847 [
kku
eventus] eventueel
mogelijkerwijs 1816 [Aanv
wnt
] [pagina 938]
[p. 938]
evenwicht*
toestand van rust door gelijk gewicht aan weerszijden van de balans 1642 [
wnt
waag
ever*
hoefdier 1287 [
cg
NatBl] {4.1.3}
evergreen
populair blijvend lied 1965 [R75] evident
zonneklaar 1503 [Claes Tw. 11] evidentie
klaarblijkelijkheid 1650 [
mey
] evocatie
het voor de geest roepen 1650 [
mey
] evocatief
beeldend 1939 [
wnt
treffen] evolueren
ontwikkelen 1824 [
wei
] evolutie
ontwikkeling 1896 [
wnt
] evviva
tussenwerpsel: leve! 1847 [
kku
] ex
voormalig echtgenoot of echtgenote 1982 [R84] exact
nauwkeurig 1652 [
wnt
] exaltatie
geestvervoering 1294 [
cg
I3, 2074] examen
onderzoek naar iemands kennis 1477 [
hws
] examinandus
degene die geëxamineerd moet worden 1847 [
kku
] excellent
voortreffelijk 1450 [
mnw
] excellentie
titel van hoge staatsdienaar 1583 [
wnt
] excelleren
uitmunten 1650 [
mey
] excentriek
buitenissig 1830 [
wnt
] exceptie
uitzondering 1467-1490 [
hws
] exceptioneel
uitzonderlijk 1839 [Aanv
wnt
] excerperen
een uittreksel maken 1650 [
mey
] excerpt
uittreksel 1787 [
wnt
woord
] exces
buitensporigheid 1265-1270 [
cg
Lut.K] exclamatie
uitroep 1650 [
mey
] exclusief
iets anders uitsluitend 1824 [
wei
] excommunicatie
kerkban 1529 [
wnt
verwaten
] excommuniceren
in de kerkban doen 1540 [
hws
] excrement
ontlasting 1650 [
mey
] excretie
lichaamsafscheiding 1668 [Koerbagh] excursie
uitstapje 1816 [Aanv
wnt
] excusabel
te verontschuldigen 1669 [
mey
] excuseren
verontschuldigen 1353 [
hws
] excuus
verontschuldiging 1546 [
hws
] executeren
(vonnis) voltrekken 1454 [
hws
] executeur
uitvoerder 1476-1500 [
hws
] executie
uitvoering 1299 [
cg i
Brugge] executie
terechtstelling, uitvoering van doodvonnis 1992 [
gvd
] exegeet
bijbelverklaarder 1824 [
wei
] exegese
bijbelverklaring 1799 [Aanv
wnt
] exemplaar
stuk 1641 [
wnt
] exemplair
voorbeeldig 1692 [
wnt
regretteeren] exerceren
militair oefenen 1592 [Schulten Tw. 9] exercitie
militaire oefening 1691 [
wnt
] exhibitie
tentoonstelling 1650 [
mey
] exhumatie
opgraving van een lijk 1847 [
kku
] exil
ballingschap 1824 [
wei
] existentie
het bestaan 1650 [
mey
] <
me
Latijn
existeren
bestaan 1650 [
mey
] exit
hij gaat af (van toneel) 1847 [
kku
] exit
uitgang 1950 [
gvd
] ex-libris
eigendomsmerk voor boeken 1886 [
kku
] exocet
raket die met radar zijn doel zoekt 1992 [
gvd
] exodus
uittocht 1528 [
wnt
uitgang] exogeen
van buitenaf komend 1847 [
kku
exoniem
eigen vorm in een taal voor een buitenlandse aardrijkskundige naam 1986 [
koe
exoot
uitheemse plant of dier 1935 [Kath. Enc.]
exorbitant
buitensporig 1596 [Aanv
wnt
] exorciseren
geesten uitdrijven 1569 [Aanv
wnt
] exorcist
duivelbanner 1565 [Aanv
wnt
] exosfeer
luchtzone boven 1000 km 1976 [
wp
exoterisch
ook voor oningewijden bestemd 1824 [
wei
] exotisch
uitheems 1824 [
wei
] expanderen
uitbreiden 1658 [
mey
] expansief
betrekking hebbend op expansie 1824 [
wei
] expeditie
verzending van goederen 1450 [
hws
] expeditie
onderzoekstocht 1607 [
wnt
] experiment
proefneming 1265-1270 [
cg
Lut.K] experimenteel
proefondervindelijk 1824 [
wei
] experimenteren
een proef nemen 1546 [
hws
] expert
deskundige 1829 [
wnt
] expiratie
afloop, beëindiging 1512 [
hws
] [pagina 939]
[p. 939]
expireren
eindigen, aflopen 1450 [
hws
] explicatie
uitleg 1649 [Aanv
wnt
] expliceren
uitleggen 1635 [Aanv
wnt
] expliciet
uitdrukkelijk 1669 [
mey
] expliciteren
met zoveel woorden zeggen 1976 [
gvd
] exploderen
ontploffen 1824 [
wei
] exploiteren
winstgevend maken 1886 [
wnt
] exploot
betekening 1482 [
hws
] exploratie
verkenning 1669 [
mey
] exploreren
doorzoeken (van gebied) 1623 [Aanv
wnt
] explosie
ontploffing 1793 [Aanv
wnt
] exponent
getal dat aanwijst uit hoeveel gelijke factoren een product bestaat 1740 [
wnt
proportie] exponent
kenmerkend vertegenwoordiger 1950 [
gvd
] exporteren
uitvoeren 1808 [
wnt
partij] exporteren
uitvoeren van computergegevens 1999 [R99] exposant
die tentoonstelt 1875 [Aanv
wnt
] exposé
overzicht 1824 [
wei
] exposeren
tentoonstellen 1824 [
wei
] expositie
tentoonstelling 1824 [
wei
] exposure
aandacht van de media voor een product 1989 [Peptalk] expres
met opzet 1824 [
wei
] expressie
uitdrukking 1680 [Aanv
wnt
] expressief
sterk sprekend 1824 [
wei
] expressionisme
kunstrichting 1912 [Aanv
wnt
] expres(trein)
zeer snelle trein 1864 [
wnt
express] expulsie
uitdrijving 1650 [
mey
] exquis
voortreffelijk 1650 [
mey
] extase
geestvervoering 1782 [Wolff en Deken, Sara Burgerhart 1915, 1, 196] extatisch
in vervoering 1847 [
kku
] extensie
uitbreiding 1559 [Aanv
wnt
] exterieur
uiterlijk, buitenkant 1669 [
mey
] extern
uitwonend, buiten iets liggend 1669 [
mey
] exterritoriaal
buiten het staatsgebied vallend 1832 [
wei
extra
boven het gewone, bijzonder 1738 [
wnt
] extract
uittreksel 1660 [
wnt
] extract
aftreksel 1778 [
wnt
] extractie
het extraheren 1568 [Kool] extraheren
uittrekken 1477 [
hws
] extramuraal
buiten het gebouw plaatshebbend 1976 [
gvd
extraneus
examenstudent 1819 [Aanv
wnt
] extraordinair
buitengewoon 1503 [
hws
] extrapoleren
uit bekende termen daarbuiten liggende termen berekenen 1925 [Aanv
wnt
extra-uterien
buitenbaarmoederlijk 1886 [
kku
] extravagant
buitensporig 1650 [
mey
] extravert
naar buiten gekeerd 1935 [Kath. Enc.]
extreem
uiterst 1544 [
hws
] extremiteit
uiterste, uiteinde 1650 [
mey
] extrinsiek
niet wezenlijk, nominaal 1910 [Aanv
wnt
] extrovert
naar buiten gekeerd 1938 [Van Essen]
exuberant
overdadig 1824 [
wei
] ex-voto
geloftegeschenk 1824 [
wei
] eyeliner
stift voor accentueren van oogranden 1965 [
wp
jaarboek 1966] eye-opener
openbaring 1989 [Peptalk] ezel
paardachtige 1240 [Bern.] ezel
schildersezel 1654 [
wnt
] {1.2.3}
ezelin
wijfjesezel 1240 [Bern.]
ezelsbruggetje
hulpmiddel om iets te onthouden 1682 [
wnt
ezel] {1.2.5}
ezelsoor
omgevouwen hoek 1766 [Sewel/Buys] e-zine
elektronisch tijdschrift 1996 [Alg. Dagblad 3/12/96] fa
muzieknoot 1350 [
mnw
faam
reputatie, roem 1250 [
cg ii
1 Trist.] fabel
vertelling, verzinsel 1240 [Bern.] fabricage
het vervaardigen 1807 [In Notificatie van de Leidse politie] {3.3}
fabricatie
het vervaardigen 1705 [
wnt
uitroeien
] fabriceren
vervaardigen 1593 [
wnt
verblijven] fabriek
industrieel bedrijf 1764-1775 [
wnt
] fabrikant
eigenaar van een fabriek 1782 [Picarta: titel van D. Schuurman] fabuleus
fabelachtig 1650 [
mey
] façade
voorgevel 1695 [Aanv
wnt
] facelift
het optrekken van gezichtshuid 1937 [Aanv
wnt
] facet
aspect, kant 1901 [
wnt
] [pagina 940]
[p. 940]
faciaal
m.b.t. het gelaat 1847 [
kku
facies] facie
gezicht (tegenwoordig minachtend) 1265-1270 [
cg
Lut.K] faciliteit
hulpmiddel 1881 [Aanv
wnt
] facsimile
nauwkeurige nabootsing 1824 [
wei
factie
politieke groep 1596 [Linschoten 162] factie
fictie gebaseerd op ware gebeurtenissen 1997 [De Coster 1999] factor
in de wiskunde: vermenigvuldiger 1821 [
wnt
] factor
element 1856 [
wnt
] factorij
filiaal van handelsonderneming in buitenland 1663 [
wnt
factoring
het verzorgen van de inning door een financiële instelling 1974 [Posthumus] factotum
manusje-van-alles 1605 [
wnt
schransen] factuur
rekening voor geleverde goederen 1600 [De Jonge
, 238] facultatief
aan eigen verkiezing overlatend 1847 [
kku
] faculteit
hoofdafdeling van universiteit 1710 [
wnt
] fading
sluiereffect 1929 [
kwt
] fado
melancholiek Portugees lied 1933 [Aanv
wnt
] faëton
rijtuigje 1731-1735 [
wnt
] fagocyt
wit bloedlichaampje, eetcel 1912 [
kku
fagot
blaasinstrument 1599 [Kil.] Fahrenheit
bepaalde thermometerschaal 1736 [
wnt
thermometer] faience
soort aardewerk 1824 [
wei
] failliet
bankroet 1844 [
wnt
] faillissement
het failliet gaan of zijn 1582 [
wnt
] {3.3}
fair
eerlijk 1887 [
wnt
unfair] fake
namaak 1965 [R75] fakir
boetende bedelmonnik 1788 [Toll.] fakkel
toorts 1240 [Bern.] falafel
gerecht van gefrituurde erwtjes, uien en kruiden 1989 [Philippa, Koffie, kaffer, katoen] falanx
slagorde 1824 [
wei
] falderappes
gespuis 1701-1725 [
wnt
] falen
in gebreke blijven, mislukken 1285 [
cg
Rijmb.] faliekant
verkeerd, mis 1727 [Tuinman]
fall-out
radioactieve neerslag 1964 [Ferrée, In en uit 59] fallus
mannelijk lid in erectie 1832 [
wei
] falset
stemregister 1564 [Aanv
wnt
] falsificatie
vervalsing 1650 [
mey
] fameus
vermaard 1488 [
hws
] familiair, familiaar
gemeenzaam 1560 [
wnt
] familiariteit
te grote vertrouwelijkheid 1567 [
wnt
] familie
gezin, bloedverwanten 1566-1568 [
wnt
] familie Doorsnee
doorsneegezin 1954 [De Coster 1999] {4.4}
fan
ventilator 1931 [Aanv
wnt
] fan
bewonderaar 1947 [
kwt
jazz-fan] fanatiek
bezeten 1796 [
wnt
] fancy-fair
liefdadigheidsbazaar 1855 [
kku
] fandango
Spaanse volksdans 1806 [
wnt
quadrille] fanfare
muziekstuk voor koper 1655 [
wnt
] fanmail
van fans ontvangen correspondentie 1942 [
kwt
] fantasie
verbeeldingskracht 1265-1270 [
cg
Lut.K] fantasmagorie
geestverschijning 1824 [
wei
] fantast
iem. met sterke fantasie 1599 [Kil.] fantastisch
niet werkelijk, onwerkelijk goed e.d. 1824 [
wei
] fantoom
spook 1287 [
cg
NatBl] farad
eenheid van elektrische capaciteit 1894 [
wnt
watt]
farao
naam van Egyptische koningen 1285 [
cg
Rijmb.] farce
dwaze grap 1617 [
wnt
] farizeeër
schijnheilige 1808-1816 [
wnt
geldzuchtig] farm
particulier landbouwbedrijf 1847 [
kku
] farmaceut
apotheker 1847 [
kku
] farmacie
artsenijbereidkunde, apotheek 1689 [Picarta: titel van C. Bontekoe] faro
Zuid-Nederlandse biersoort 1528 [
wnt
] {4.1.6}
faro
kaartspel 1699 [
wnt
] {4.1.18}
fascineren
sterk boeien 1553 [Claes Tw. 11] [pagina 941]
[p. 941]
fascisme
politiek systeem 1923 [Picarta: titel van N.J.C.M. Kappeijne van de Coppello] fase
schijngestalte van planeet, stadium 1824 [
wei
] fashion
mode 1847 [
kku
] fashionable
naar de mode 1840 [Kolfin, Van de slavenzweep 157] fastfood
gemaksvoedsel 1984 [R84] fat
modegek, dandy 1698 [
wnt
kwibus] fataal
noodlottig 1603 [
wnt
] fatalisme
geloof in noodlot 1800 [
wnt
uitvloeisel] fata morgana
luchtspiegeling 1808 [
wnt
gewaand] fatsoen
welgemanierdheid 1714 [
wnt
] fatsoensrakker
zedenmeester 1935 [Aanv
wnt
] {4.4}
fatwa
door een islamitisch rechtsgeleerde geformuleerd decreet 1989 [Vd Sijs 1996] faun
bos- en veldgod 1579 [
wnt
aanrecht] fauna
dierenwereld 1822 [Aanv
wnt
fauteuil
leunstoel 1776 [
wnt
vis-à-vis] fauvisme
richting in schilderkunst 1961 [
gvd
] favorabel
gunstig 1370-1378 [
hws
] favoriet
gunsteling 1650 [
mey
] favoriseren
begunstigen 1467-1490 [
hws
] favus
hoofdzeer 1901 [
kui
] fax
systeem van telecommunicatie 1982 [R84] fazant
hoendervogel 1287 [
cg
NatBl] feature
iets speciaals 1925 [De Telegraaf 13/12/25, 13] februari
tweede maand 1376 [Claes] fecaliën
uitwerpselen 1876 [
wnt
utiliseeren] feces
uitwerpselen 1778 [
wnt
gist] <
me
Latijn {4.4}
federatie
bond 1805 [
wnt
] fee
vrouwelijke sprookjesfiguur 1871 [
wnt
] feedback
terugkoppeling 1957 [
wp
jaarboek 1958] feeëriek
toverachtig 1922 [Aanv
wnt
] feeks
lastige vrouw 1607 [
wnt
] feeling
intuïtie 1946 [Aanv
wnt
] feest
viering 1265-1270 [
vmnw
] feil
fout 1573 [Claes] feit
daad, wat werkelijk is 1294 [
cg i
Brugge] fel
hevig, vurig 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] felgeel
knalgeel 1901 [
wnt
koepel] {4.1.5}
feliciteren
gelukwensen 1688-1696 [
wnt
] fellatie
het pijpen 1970 [
gvd
Suppl.] felsen
metalen platen omvouwen en vastslaan 1860 [
wnt
] femel
mannelijke hennep 1401-1500 [
mnw
] femelen
zoetsappig zeuren 1866 [
wnt
femininum
vrouwelijk geslacht 1584 [
wnt
wijflijk] feminisme
vrouwenbeweging 1899 [
dbl
] feng shui
bepalen van gunstige omstandigheden voor de vestiging van een gebouw 1975 [
wp
(tauïsme)] feniks
mythische vogel 1301-1325 [
hws
] fennek
hondachtige 1902 [Vivat's Enc. 4:2736] fenol
carbolzuur, hydroxybenzeen 1881 [
wnt
phenol]
fenologie
leer van de invloed van het klimaat 1917 [
kwt
fenomeen
verschijnsel 1778 [
wnt
] fenotype
verschijningsvorm 1926 [
kwt
feodaal
tot het leenstelsel behorend 1650 [Claes] ferm
flink 1815 [
wnt
] fermate
rustpunt 1772 [Bouvink] ferment
giststof 1668 [Koerbagh] fermentatie
gisting 1777 [
wnt
verrotting] fermenteren
gisten 1668 [Koerbagh] fermium
chemisch element 1961 [
gvd
] ferry
veerboot 1857 [
wnt
pol
] fervent
vurig 1832 [
wei
] festijn
feest(maal) 1672 [
wnt
] festival
groot (muziek)feest 1872 [
gvd
] festiviteit
feestelijkheid 1764 [
wnt
] festoen
guirlande 1617 [
wnt
af Suppl] feston
ornament (in bouwkunde), guirlande 1549 [
wnt
usance] feta
zachte witte kaas 1996 [Vd Sijs 1996] fêteren
vieren, onthalen 1824 [
wei
] [pagina 942]
[p. 942]
fetisj
vereerd voorwerp 1602 [
wnt
fetisch] feuilletee
bladerdeeg 1761 [Aanv
wnt
feuilleton
vervolgverhaal 1847 [
wnt
] feut
noviet 1913 [Aanv
wnt
fez
muts 1836 [Sanders 1995] fiacre
huurrijtuig 1824 [
wei
] fiasco
mislukking 1847 [
kku
] fiat
goedkeuring 1630 [
wnt
request] fiber
isolatiemateriaal uit vezels e.d. 1921 [Aanv
wnt
] fibrilleren
onregelmatig samentrekken van spieren 1955 [Aanv
wnt
fibrine
bloed- of plantenvezelstof 1847 [
kku
] fiche
speelmerkje, kaart uit kaartsysteem 1735 [
wnt
] fictie
niet op werkelijkheid berustende voorstelling 1566-1568 [
wnt
] fictief
verdicht 1822 [
wnt
publiek
] ficus
plantengeslacht 1911 [
wnt
] fideel
trouwhartig 1637 [
wnt
] fideï-commis
erfstelling over de hand 1624 [Aanv
wnt
] fideliteit
trouw 1569 [
wnt
] fiduciair
op goede trouw berustend 1898 [
gvd
] fiducie
vertrouwen 1787 [
wnt
vigilantie] fielt
schurk 1550 [
mnw
] fier
trots 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] fierljeppen
polsstokverspringen 1996 [Vd Sijs 1996] fiets
rijwiel 1886 [Sanders 1997b] fiets
Bargoens: vijf gulden 1910 [
kwt
] figaro
barbier, sluwe dienaar 1898 [
gvd
] figurant
acteur met zwijgende rol 1805 [
wnt
] figuur
gestalte, afbeelding 1265-1270 [
cg
Lut.K] fijn
niet grof, verfijnd, heerlijk 1265-1270 [
cg
Lut.K] fijnmechanicus
instrumentmaker 1961 [
gvd
] fijns
tussenwerpsel: fijn, vaak ironisch 1974 [Sanders 1999] {4.3}
fijnzinnig
met fijn onderscheidingsvermogen 1950 [
gvd
] fijt
ontsteking aan vinger 1554 [Dod. 798]
fikfakken
beuzelen, prutsen 1636-1638 [
wnt
] fikken*
vingers 1894-1908 [
wnt
fik
ii
fikken*
branden 1897 [
wnt
fikken
ii
fikkie
hond 1916 [
wnt
fik
] fiks
flink, stevig 1800 [
wnt
] fiksen
in orde brengen 1954 [De Vooys] filantroop
liefdadig persoon 1757 [
wnt
] filantropie
menslievendheid 1778 [
wnt
] filatelist
postzegelverzamelaar 1884 [
gvd
] file
rij 1889 [
wnt
] file
administratief bestand 1969 [Dijkman, Computer-
abc
164] fileren
van bot of graat ontdoen 1900 [
wnt
haring]
filet
bot- of graatloos stuk vlees of vis 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
] filharmonisch
de toonkunst beminnend 1847 [
kku
] filiaal
bijkantoor 1888 [
wnt
] filibuster
obstructie door eindeloze redevoeringen 1961 [
gvd
] filigraan, filigrein
zilver- of gouddraadwerk 1832 [
wei
] filigram
watermerk 1847 [
kku
filippica
agressieve redevoering 1838 [
wnt
] filippie
Bargoens: tien gulden 1906 [
moo
] {4.1.12}
filippine
dubbele amandel 1840 [
wnt
] filister
bekrompen burger 1847 [
kku
] filler
Hongaarse munt, een honderdste forint 1928 [Oosthoek's geïll. enc. 2, dl. 7: 136 (Hongarije)] film
strook met film- of fotobeelden 1912 [
wnt
] filofax
losbladige agenda 1987 [De Coster 1999] filologie
taal- en letterkunde van een volk 1824 [
wei
] filosofie
wijsbegeerte 1285 [
cg
Rijmb.] filosofie
grondgedachte, beleid 1975 [R75] filter
zeef 1851 [
wnt
uittappen] filter
mondstuk van sigaret 1976 [
gvd
] filtratiekamp
gevangenkamp 2000 [Sanders 2001] finaal
uiteindelijk, tot het einde toe 1516 [
wnt
verstand] finale
slotstuk van meerdelig instrumentaal muziekstuk 1847 [
kku
] finale
eindstrijd in sport 1914 [
gvd
] financiën
geldwezen 1459 [
hws
] [pagina 943]
[p. 943]
fineren
met fineer beleggen 1879 [
wnt
] finesse
kleine bijzonderheid 1805 [
wnt
vergauwen] fingerboard
klein vingerbestuurd skateboard 1999 [Sanders 2000] fingeren
verzinnen 1351-1400 [
mnw
] fini
bijwoord van tijd: afgelopen 1847 [
kku
] finish
laatste deel van een wedstrijdbaan, eindstreep 1897 [
koe
] finnjol
type van jol 1976 [
gvd
] {4.1.11}
finoegristiek
kennis van de Fins-Oegrische talen 1976 [
gvd
fiorituren
versieringen van de zang 1847 [
kku
] firma
handelsnaam, handelszaak 1806 [
wnt
] firmament
uitspansel 1285 [
cg
Rijmb.] firn
korrelig sneeuwijs 1734 [HubWes] fis
met een halve toon verhoogde f 1832 [
wei
] fiscaal
m.b.t. de belastingen 1767 [
wnt
] fiscus
staatskas 1660 [
wnt
restitueeren] fistel
afvoerkanaal van etter 1301-1400 [
mnw
] fit
gezond 1896 [
kwt
] fitness
training d.m.v. lichaamsbeweging 1983 [R84] fitnesscentrum
inrichting voor het op peil houden van de lichamelijke conditie 1984 [
gvd
] fitten
pasklaar maken (van buizen) 1898 [
gvd
] fitting
deel van lamp dat gloeidraden met stroomdraden verbindt 1897 [Aanv
wnt
] fixatie
volledige aandacht 1932 [Aanv
wnt
] fixeren
vastmaken, vastleggen 1485 [
hws
] fjeld
bergvlakte 1863 [
kku
] fjord
inham 1659 [Aanv
wnt
] flacon
sierlijke fles 1824 [
wei
] fladderen*
vlinderen, wapperen 1755 [
wnt
] {3.1}
flagellant
geselbroeder 1824 [
wei
] flageolet
boon 1916 [
wnt
z.j.] flagrant
zonneklaar 1847 [
kku
] flagstone
tuintegel 1945 [Van der Vlerk, Geheimschrift der aarde 219] flair
bijzondere handigheid 1890 [Aanv
wnt
] flakkeren*
onrustig branden 1484 [
mnw
] {3.1}
flambard
slappe vilten hoed met brede rand 1889 [
wnt
] {4.1.9}
flamberen
opdienen met brandende alcohol 1957 [Aanv
wnt
] flambouw
fakkel 1380-1420 [
mnw
] flamboyant
stralend 1950 [Aanv
wnt
] flamelamp
gloeilamp met getint glas 1984 [
gvd
] flamenco
Spaanse zigeunerdans 1956 [Aanv
wnt
] flamingant
aanhanger van de Vlaamse beweging 1881 [
wnt
terugtrekken] flamingo
reigerachtige 1646 [
wnt
] flamoes
kut 1914 [
gvd
] flan
eiervla 1961 [
gvd
] flanel
geweven stof 1601-1700 [
wnt
] flaneren
rondslenteren om gezien te worden 1847 [
kku
] flank
zijkant 1591 [Schulten Tw. 9] flankeren
zich in de flank bevinden 1599 [Kil.] flansen*
haastig in elkaar zetten 1625 [
wnt
] {3.1}
flap
bankbiljet 1954 [Aanv
wnt
] flapdrol*
stommerd 1899 [Aanv
wnt
flapuit*
iemand met het hart op de tong 1793-1796 [
wnt
flard*
afgescheurde lap 1600 [
wnt
] {3.1}
flash
flits 1958 [P. Heyse, Enc. Fotografie] flashback
vertelwijze waarin wordt teruggegrepen op het verleden 1953 [De Vooys] flat
gebouw met woningen 1931 [
kwt
] flater*
blunder 1866 [
wnt
] {3.1}
flatneurose
neurose ontstaan door het wonen in een flat 1965 [
wp
jaarboek 1966]
flatteren
te fraai voorstellen 1477 [Teuth.] flatteus
vleiend, flatterend 1816 [Aanv
wnt
] flauw
niet hartig, niet krachtig 1401-1500 [
mnw
] flauwekul
kletspraat 1989 [Hofkamp&Westerman]
flecteren
verbuigen 1650 [
mey
] flegma
onverstoorbaarheid 1600 [
wnt
] flemen*
vleien 1624 [
wnt
flens
opstaande rand 1872 [
gvd
] flensje*
dun pannenkoekje 1633 [
wnt
] {4.1.6}
[pagina 944]
[p. 944]
flenter, flinter*
lap, reep 1635 [
wnt
] {3.1}
fleppen*
lurken 1872 [
gvd
] {3.1}
fles*
glazen vat met nauwe hals 1351-1400 [
mnw
flessentrekker*
zwendelaar 1894-1908 [
wnt
flets
bleek 1785 [
wnt
] fleur
bloeiende toestand 1521 [
wnt
wijd
] flexibel
buigzaam 1669 [
mey
] flexibiliteit
buigzaamheid 1824 [
wei
] flexie
buiging, verbuiging 1847 [
kku
] flexwerk
flexibel werk 1996 [De Coster 1999]
flierefluiter*
losbol 1861 [
wnt
] {3.1}
flikflak
achterwaartse rol in de gymnastiek 1941 [Aanv
wnt
] flikflooien*
met baatzuchtige bedoelingen vleien 1625 [
wnt
] {3.1}
flikje
chocolaatje 1864 [Toll.] {4.1.6}
flikken
handig klaarspelen, leveren 1850 [
wnt
] flikker*
homoseksueel 1916 [
wnt
flikker
flikkeren*
onrustig licht afgeven 1545 [
tntl
90, 1974, 187] {3.1}
flink*
fors, stevig 1655 [
wnt
verstand]
flip-over
flap-overbord 1989 [Peptalk] flippen
ongunstig reageren op drugs, uitgekeken zijn op 1967 [Aanv
wnt
] flipperkast
speelautomaat 1973 [Aanv
wnt
] {4.1.18}
flippo
plastic schijfje met stripfiguurtje als speelgoed 1995 [De Coster 1999] {4.1.18}
flirten
niet serieus het hof maken 1889 [
wnt
lach] flit
insecticide 1939-1940 [De Gedehpost 66] flits
kort schijnsel 1555 [Claes Tw. 11] flitsen
bloot over straat rennen 1976 [
gvd
flitsstep
opklapbare twee- of driewieler 2000 [
nrc-h
10/8/2000] {4.1.10}
flitstrein
hogesnelheidstrein 1990 [Sanders 2001] {4.1.10}
flobert
achterlaadgeweer 1885 [
wnt
kamer] {4.1.14}
flodder*
oefenpatroon 1950 [
gvd
floepen*
zich schielijk uitschietend bewegen 1904 [
wnt
] {3.1}
floers
geweven stof 1336-1339 [
mnw
] flonkeren*
warm schitteren 1552 [Toll.] {3.1}
flop
mislukking 1961 [Aanv
wnt
] floppy
diskette 1983 [R84] flora
gezamenlijke planten van een streek 1760 [Meese, Flora Frisica]
floréal
bloeimaand, 8e maand, van 20 april tot 19 mei, volgens de revolutionaire kalender 1824 [
wei
] florentium
minder gebruikelijke naam voor het chemische element promethium 1976 [
gvd
illinium] floreren
bloeien 1451-1500 [
mnw
] floret
schermdegen 1658 [
wnt
] florijn
gulden 1369 [Claes Tw. 9] florin
munteenheid van Aruba 1986 [Enc. Munten en Bankbiljetten] florissant
bloeiend 1802 [
wnt
] flossen
gebit met een draadje reinigen 1984 [
gvd
] flotatie
scheiding van poedervormige mengsels 1949 [Aanv
wnt
] flottielje
groep lichte oorlogsvaartuigen 1804 [
wnt
verzameling] flower power
jongerenbeweging die liefde predikte 1970 [Recht voor raap] flox
sierplantengeslacht 1847 [
kku
fluctuatie
het schommelen 1669 [
mey
] fluïdum
uitvloeiende stof 1824 [
wei
] fluim
hoeveelheid slijm 1287 [
cg
NatBl] fluistercampagne
ondergrondse mondelinge propaganda 1950 [
gvd
fluisteren*
zacht spreken 1640 [
wnt
] {3.1}
fluit
blaasinstrument 1351-1400 [
mnw
] fluitglas
hoog, smal wijnglas 1847 [
kku
fluitschip
vrachtschip 1642 [
wnt
quel] {4.1.11}
fluks
spoedig, dadelijk 1485 [
mnw
] fluor
gas 1847 [
kku
] fluoresceren
licht uitstralen 1886 [
kku
flut*
prul 1961 [
gvd
] {3.1}
flutter
snelle zweving bij geluidsweergave 1974 [Posthumus] fluviatiel
rivier- 1950 [
gvd
] fluviometer
meter voor stroomsnelheden 1886 [
kku
fluweel
geweven stof 1336-1339 [
mnw
] flux de bouche
radheid van tong 1835 [Lulofs, Lessen over de Redekunst,
ii
, 212] flyer
kleine folder 1989 [Peptalk] fly-over
viaduct 1979 [Wijnands&Ost] fnuiken*
beknotten 1613 [
wnt
fobie
angstbeklemming 1930 [Oosthoek's geïll. enc. 2, dl. 10] focus
brandpunt 1778 [
wnt
vector] focussen
in het brandpunt plaatsen 1959 [Aanv
wnt
] foedraal
koker 1847 [
kku
] [pagina 945]
[p. 945]
foefje*
truc 1789 [
wnt
foei*
tussenwerpsel: uitroep van afkeuring 1618 [
wnt
] {4.3}
foelie
zaadmantel van de muskaatnoot 1286 [
cg
I2, 1173] foelie
bladmetaal 1400-1434 [
mnw
] foerage
veevoeder 1599 [Kil.] foerier
bevoorradingsonderofficier 1594 [
wnt
] foeteren
mopperen 1848 [
wnt
] foetsie
weg 1902 [Aanv
wnt
] foetus
embryo 1770 [
wnt
vruchtbeginsel] foeyonghai
soort garnalenomelet 1968 [
wp
voor de vrouw] foezel
slechte jenever 1716 [
wnt
] föhn
warme valwind 1847 [
kku
] föhn
elektrische haardroger 1956 [Aanv
wnt
] fok*
voorzeil 1438 [
hws
fok*
bril 1829 [H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb.]
fokken*
aankweken, doen voorttelen 1704 [Claes]
folder
vouwblad 1920 [Aanv
wnt
] foliant
boek in folioformaat 1766 [Sewel/Buys] folie
bladmetaal 1400-1434 [
mnw
] foliëren
de bladen van een boek nummeren 1684 [
wnt
folio
boekformaat 1599 [
wnt
alphabet] <
me
Latijn
folklore
volksoverleveringen 1887 [Toll.] follikel
zakje 1847 [
kku
follikel] folteren
martelen 1599 [Kil.] fondant
suikergoed 1896 [
wnt
] fonds
vastgelegd kapitaal 1651-1652 [
wnt
] fondue
gesmoltenkaasgerecht 1863 [Rijnhart
, 375b] foneem
klankeenheid 1937 [Kath. Enc. 19] fonetiek
tak van taalwetenschap betreffende spraakklanken 1847 [
kku
] foniatrie
spraakverbetering 1929 [
kwt
foniek
tak van taalwetenschap 1847 [
kku
fonkelen
levendig glanzen 1812 [
wnt
] fonkelnieuw
splinternieuw 1874 [
wnt
] fonograaf
voorloper van de grammofoon 1886 [
kku
] fonologie
tak van taalwetenschap betreffende fonemen 1855 [
kku
font
letterset 1992 [
gvd
] fontanel
zacht deel van schedeldak 1824 [
wei
] fontein
kunstmatige springbron 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] fooi
drinkgeld 1651 [
wnt
] foolproof
beschermd tegen onoordeelkundige behandeling 1946 [De Vooys] foon
eenheid van geluid 1939 [Aanv
wnt
] foppen
voor de gek houden 1639 [
wnt
stoppen] force
kracht 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] forceps
tang 1847 [
kku
] forceren
met geweld openen 1556 [Claes] foreest
woud 1085 [Slicher] forehand
slag met handpalm richting bal (bij tennis) 1924 [Aanv
wnt
] forel
beenvis 1700 [Toll.] forens
wie woont buiten de plaats waar hij werkt 1898 [
gvd
] forensisch
betrekking hebbend op het gerecht 1832 [
wei
] forfait
vast bedrag 1847 [Aanv
wnt
] forint
munteenheid van Hongarije 1951 [
wp
, dl. 10, 524] formaat
grootte 1573 [Plantijn] formaat
structuur van een computerdocument 1986 [
mcc
dec. 86, 8, 12, 33] formaldehyde
een alifatisch aldehyde 1895 [Aanv
wnt
formaline
desinfectiemiddel 1895 [Aanv
wnt
formaliseren
formeel maken 1650 [
mey
] formaliteit
uiterlijke vorm, plichtpleging 1663 [
mey
] formateur
samensteller 1924 [
gvd
] formatie
vorming 1812 [
wnt
azijn Suppl] formatteren
een informatiedrager gereed maken voor gegevensopslag 1984 [
hcc
nieuwsbrief dec. 12, 27]
formeel
naar de vorm 1614 [
wnt
] formeren
vormen 1287 [
cg
NatBl] formica
harde kunststof 1962 [Aanv
wnt
formidabel
geducht 1647-1648 [
wnt
] formule
vast geheel van woorden 1698 [
wnt
bezweren] formulier
in te vullen papier 1624 [
wnt
wederroeping]
fornuis
kookkachel 1270 [
cg i
1, 159] [pagina 946]
[p. 946]
fors
stevig 1599 [Kil.] forsythia
sierheester 1907 [
wp
] fort
vestingwerk 1577 [
wnt
] forte
bijwoord: sterk 1772 [Bouvink] fortepiano
toetsinstrument 1786 [
wnt
trekker] fortificatie
versterking 1477 [
hws
] fortissimo
bijwoord: zeer krachtig 1772 [Bouvink] forto
bijwoord: sterk, luid 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] fortuin
groot kapitaal 1494 [
hws
] fortuin
lot, geluk 1557 [
wnt
] forum
markt te Rome 1832 [
wnt
reus
] forum
groep deskundigen 1954 [R75] fosburyflop
techniek bij het hoogspringen, met de rug over de lat 1984 [
gvd
] fosco
chocoladedrank 1912 [
kku
] {3.3/4.1.6}
fosfaat
zout van fosforzuur 1883 [Java-Bode 1/9, 2e] fosfor
chemisch element 1720 [
wnt
worm
] fosforesceren
licht geven na bestraling 1824 [
wei
] fossiel
versteend overblijfsel 1847 [
kku
] fot
eenheid van lichtsterkte 1961 [
gvd
] foto
fotografische opname 1898 [
wnt
photo] fotografie
het maken van afbeeldingen door chemische inwerking van licht 1847 [
kku
] fotokopie
fotografisch vervaardigde kopie 1946 [Aanv
wnt
] foton
lichtquant 1942 [
kwt
fouilleren
kleren doorzoeken 1898 [
gvd
] foundation
damesondergoed 1958 [R75] foundation
onderlaag van poeder 1975 [R75] fourneren
verschaffen 1472 [
hws
] fournituren
kleine handwerkbenodigdheden 1808 [
wnt
viseeren] fout
gebrek, misslag 1265-1270 [
cg
Lut.K] foxterriër
hondensoort 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 9a] foxtrot
dans 1919 [
kwt
] foyer
koffiekamer 1832 [
wei
] fraai
mooi 1276-1300 [
cg
Lut.A] fractal
bepaalde meetkundige figuur 1988 [De Coster 1999] fractie
onderdeel 1787 [
wnt
land] fractie
deel van een politieke partij 1847 [
kku
] fractioneren
trapsgewijs distilleren 1895 [Aanv
wnt
] fractuur
breuk 1560 [Aanv
wnt
] fragiel
breekbaar 1824 [
wei
] fragment
gedeelte 1787 [Picarta: Rhijnvis Feith, Fanny: een fragment] fragmentarisch
uit brokstukken bestaand 1824 [
wei
] fraise
aardbeikleurig 1895 [Broeckaert] frak
jas 1782 [
wnt
lus] framboesia
tropische huidziekte 1919 [
kwt
] framboos
vrucht 1554 [
wnt
] frame
raamwerk 1886 [
kku
] franchise
vrijstelling van invoerrechten 1886 [
kku
] franchising
het huren van rechten van een ander bedrijf 1973 [R84] franciscaan
monnik van de orde gesticht door Franciscus van Assisi 1654 [
wnt
voet] {4.1.8}
francium
chemisch element 1967 [
wp
in kleuren] franco
bijwoord: portvrij 1676 [De Bruijn Tw. 10] francofoon
Frans sprekend 1976 [
gvd
franc-tireur
vrijschutter 1886 [
kku
] franje
overbodige opsiering 1704 [Hannot&Hoogstraten] frank
vrij 1267 [
cg i
1, 96] frank
oude muntnaam, munteenheid van o.a. Frankrijk en België 1382 [
mnw
] frankeren
porto betalen 1729 [
wnt
] franskiljon
Vlaming die voor overheersing van het Frans is 1838 [
wnt
anti
Suppl]
fransoos
Fransman (minachtend) 1240 [Bern.] frappant
treffend 1799 [
wnt
] frapperen
treffen 1781 [
wnt
] frase
volzin 1784-1785 [
wnt
] fraseologie
woordkeus van een schrijver 1885-1886 [
wnt
] fraseren
(muzikaal) interpungeren 1912 [
kku
] frater
broeder 1544 [
wnt
typograaf] fraterniseren
zich verbroederen 1824 [
wei
] frats
gril 1684 [
wnt
] fraude
bedrog 1294 [
cg
I3, 2151] [pagina 947]
[p. 947]
frauderen
bedriegen 1451 [
hws
] freak
fanaat 1971 [R75] freatisch
m.b.t. de grondwaterspiegel 1947 [Koningsberger, Leerboek der alg. plantkunde]
freelancer
losse medewerker 1950 [De Vooys] frees
geplooide halskraag 1847 [
kku
] frees
werktuig 1860 [
wnt
freeware
software die gratis wordt verspreid, maar waarop wel copyright rust 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 17] freewheelen
doorgaan zonder activering 1950 [
gvd
] fregat
(oorlogs)schip 1598 [
wnt
wederhouden] frêle
broos 1904 [Aanv
wnt
] frenesie
bezetenheid 1265-1270 [
cg
Lut.K] frenetiek
bezeten 1566 [
wnt
kleven] frenologie
beoordeling van karakter en geestelijke vermogens naar de vorm van de schedel 1847 [
kku
freon
chloorfluorkoolstofproducten 1939 [Aanv
wnt
frequent
veelvuldig 1619 [Aanv
wnt
] fresco
muurschildering 1604 [
wnt
versch
] fresia
knolgewas 1927 [Oosthoek's geïll. enc. 2, dl. 5] fret
marterachtige 1287 [
cg
NatBl] fret
boortje 1351-1400 [
mnw
] freudiaans
iets prijsgevend uit het onderbewustzijn 1939 [
wnt
angst Suppl]
freule
adellijke jonkvrouw 1646 [
wnt
] frezen
met de frees bewerken 1924 [
gvd
] fricandeau
stuk vlees 1765 [
wnt
] fricassee
gerecht van gehakt vlees 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
] fricatief
wrijvingsmedeklinker 1912 [
kku
] frictie
wrijving 1847 [
kku
] friemelen*
peuteren 1889 [
wnt
knijpen] {3.1}
fries
gebeeldhouwde strook boven aan muur of vaas 1568 [
wnt
] frigidaire
koelkast 1929 [
kwt
] frigide
seksueel ongevoelig 1933 [Aanv
wnt
] frigiditeit
seksuele ongevoeligheid van vrouwen 1847 [
kku
] frigorie
koude-eenheid 1961 [
gvd
frik*
schoolmeester 1914 [
gvd
] {1.2.5}
frikadel
gehakt vlees 1599-1607 [Kil.] frikandel
bepaald soort worst 1961 [
gvd
] {4.1.6}
frimaire
rijpmaand 1824 [
wei
] fris
vers, koel 1477 [Teuth.] frisbee
werpschijf 1971 [Aanv
wnt
] frisdrank
verfrissende, niet-alcoholische drank 1956 [Van Gelder 1993] {1.2.1/4.1.6/4.4}
friseren
doen krullen 1562 [Naembouck] frites, friet
in vet gebakken reepjes aardappel 1924 [
gvd
] {3.3/4.1.6}
friteuse
frituurpan 1979 [Wijnands&Ost] frituur
in kokend vet gebakken spijs 1599 [
wnt
] frivool
lichtzinnig 1500 [
hws
] fröbelen
spelen, vrijblijvend bezig zijn 1898 [
gvd
] {3.3}
frommelen*
friemelen 1710 [
wnt
] {3.1}
fronsen
tot rimpels samentrekken (van voorhoofd) 1619 [
wnt
] front
voorzijde 1683 [
wnt
] frontispice
voorgevel 1668 [Koerbagh] fronton
driehoekige gevelbekroning 1770 [
wnt
] frotté
ruw weefsel 1917 [Aanv
wnt
] frou-frou
biscuitje 1929 [
kwt
] fructidor
naam van maand tijdens de Franse revolutie 1800 [De Rampen van De la Galetierre, 36, noot a.] fructivoor
vruchteneter 1984 [
gvd
fructose
vruchtensuiker 1895 [Aanv
wnt
fruit
vruchten 1285 [
cg
Rijmb.] fruitautomaat
gokautomaat 1984 [
gvd
] {4.1.18}
fruiten
bruin braden 1477 [
mnw
] frunniken*
peuteren, morrelen 1920 [
wnt
z.j.] {3.1}
frustreren
dwarsbomen 1518 [
hws
] frutselen*
knoeien 1878 [
wnt
tuieren
ii
] {3.1}
fuchsia
siergewas 1847 [
kku
] fuck
tussenwerpsel: uitroep van ergernis 1986 [De Coster 1999] fuckmuziek
zeer slechte muziek 1992 [
gvd
fuga
meerstemmig stuk 1739 [
wnt
verhandelen] fuif
feest 1884 [
wnt
tractaat] fuik*
langwerpig vistuig 1383 [
mnw
fulmineren
heftig uitvaren 1574 [Aanv
wnt
] fumarole
damp- en gasbron 1847 [
kku
] functie
ambt 1652 [
wnt
aanzienlijk] [pagina 948]
[p. 948]
functionaris
die een functie vervult 1891 [
wnt
trouwlustig] fundament
grondslag 1240 [Bern.] fundamenteel
tot grondslag dienend 1668 [Koerbagh] fundatie
stichting 1370-1378 [
hws
] funderen
grondvesten 1331 [Claes] fundgrube
goudmijn, schatkamer 1996 [Vd Sijs 1996] funest
verderfelijk 1801 [Aanv
wnt
] fungeren
de dienst verrichten van 1658 [
mey
] fungibel
vervangbaar 1903 [
wnt
verbruiken] <
me
Latijn
fungicide
stof die schimmels doodt 1934 [Van den Berge, Beoordeeling van de waarde van fungicide stoffen]
fungus
zwam, paddestoel 1675 [
wnt
verguld
] funiculaire
kabelbaan 1929 [
kwt
] funk
soort van popmuziek 1982 [R84] funshoppen
recreatief winkelen 1988 [Sanders 2001] {3.3}
furby
interactief knuffeldier 1998 [Internet: homepage] furie
razernij 1538 [
wnt
] furieus
razend 1531 [Aanv
wnt
] furore
opgang 1847 [
kku
] fusee
scharnier van autovoorwiel 1953 [Aanv
wnt
] fuseren
samensmelten 1963 [Aanv
wnt
] fusie
het samengaan 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois, 226] fusilleren
neerschieten (als straf) 1824 [
wei
] fust
houten vat 1599 [Kil.] fut*
energie 1813 [
wnt
futiel
nietig 1824 [
wei
] futiliteit
nietigheid, kleinigheid 1824 [
wei
] futon
dunne oprolbare matras 1992 [
gvd
] futselen*
friemelen 1616 [
wnt
] {3.1}
futurisme
kunstrichting 1921 [Aanv
wnt
] futurum
toekomende tijd 1633 [Ruijs] fuut*
duikvogel 1763 [
wnt
fylogenese
ontwikkelingsleer van lagere levensvormen 1914 [
gvd
fysica
natuurkunde 1575 [
wnt
] fysiek
van de natuur, lichamelijk 1723 [
wnt
opgraven] fysiologie
verrichtingsleer 1824 [
wei
] fysiotherapeut
iem. die masseert of oefeningen laat verrichten om de lichamelijke conditie te verbeteren 1956 [Aanv
wnt
fysisch
overeenkomend met de natuur 1784-1785 [
wnt
] gaaf*
ongeschonden 1281-1282 [
cg i
Dordrecht]
gaaf*
geweldig 1973 [De Coster 1999] {3.1}
gaai
zangvogel 1287 [
cg
NatBl] gaaischieten
met pijl en boog een vogel van een hoge paal schieten 1805 [
wnt
gaai] {4.1.18}
gaan*
zich voortbewegen 901-1000 [
wps
] {5}
gaande*
voorzetsel 1994 [Van der Horst] {4.2}
gaanderij
zuilengang 1804 [Roos, Surinaamsche Mengelpoezij 146]
gaandeweg*
bijwoord van tijd: van lieverlede 1799 [
wnt
] {4.1.7}
gaandeweg*
voorzetsel 1974 [Van der Horst] {4.2}
gaar*
voldoende toebereid 901-1000 [
wps
gaard*
omheinde tuin 701-800 [Lex Salica] {2.2}
gaarkeuken
spijshuis 1599-1607 [Claes Tw. 11] gaarne*
bijwoord van hoedanigheid: met genoegen 1100 [Willeram] {1.3/2.5}
gaas
luchtig weefsel 1692 [Sanders 1995] gabardine
waterdichte stof 1919 [
kwt
] gabber
kameraad 1769 [
moo
] gabber
jongere die van bepaalde muziek houdt 1993 [De Coster 1999] {1.2.5}
gabberhouse
Nederlandse variant van housemuziek 1991 [De Coster 1999] {4.1.16}
gade*
echtgenoot, echtgenote 1357 [
mnw
] {4.1.4}
gadeslaan*
observeren 1514 [
mnw
gadget
klein, speels voorwerp 1968 [
kwt
] gading*
lust 1312 [
mnw
gado-gado
Indonesisch gerecht van koude groenten met pindasaus 1968 [
wp
voor de vrouw] gadolinium
chemisch element 1907 [
wp
] gaffel*
tweetandige stok, vork 1477 [Teuth.]
gag
kwinkslag 1948 [Aanv
wnt
] gaga
kinds 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 48] gage
loon 1530 [
mnw
] gagel*
heester 1212 [Prisma NPl.] {2.3}
gaillarde
dans 1569 [Aanv
wnt
] [pagina 949]
[p. 949]
gajes
volk (vooral pejoratief) 1906 [Aanv
wnt
] gakken*
het natuurlijke geluid van ganzen maken 1961 [
gvd
] {3.1}
gal*
bittere vloeistof 901-1000 [
wps
gal
eenheid van versnelling 1950 [
gvd
gala
staatsiekleding 1761 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] gala
hoffeest 1846 [
wnt
] galactisch
m.b.t. de melkweg 1950 [
gvd
] galant
hoffelijk 1574 [Toll.] galantine
vleesgerecht 1331 [
mnw
] galappel*
uitwas aan eikenbomen 1704 [Claes]
galei
vaartuig, geroeid door gevangenen 1350 [
mnw
] galerie
verkooplokaal voor moderne kunst 1970 [Recht voor raap] galerij
zuilengang 1538 [Claes] galg*
strafwerktuig voor ophanging 1240 [Bern.]
galgenaas*
schurk 1562 [Naembouck]
galjas
schip 1592 [
wnt
verstranden] galjoen
zeilschip 1538 [
hws
] galjoot
schip 1240 [Bern.] gallicisme
uit het Frans overgenomen woord of uitdrukking, in strijd met het eigen taalgebruik 1806 [Aanv
wnt
] gallium
chemisch element 1898 [
gvd
] gallon
inhoudsmaat 1692 [Aanv
wnt
] galm*
zwaar geluid 1477 [Teuth.] {3.1}
galon
koordvormig weefsel op uniformen e.d. 1704 [Hannot&Hoogstraten] galop
snelle gang van paard 1588 [Claes] galvanisch
m.b.t. opgewekte elektriciteit 1831 [
wnt
ammonia Suppl]
gamba
snaarinstrument 1824 [
wei
] gamba
soort van grote garnaal 1984 [
gvd
] gambiet
schaakopening waarin een pion wordt geofferd 1847 [
kku
] game
deel van een set in tennispartij 1903 [Prick 1903] gameet
voortplantingscel 1902 [Kerner von Marilaun, Leven der planten
iii
:53] gamel
eetketel 1928 [Aanv
wnt
] gamelan
stel muziekinstrumenten 1851 [Van Doren, Reis naar Nederlands Oost-Indië, 76b] gamma
Griekse letter 1581 [Aanv
wnt
] gammel*
wrak, vervallen 1445 [
mnw
gang*
loop, wijze van gaan 1100 [Willeram]
gang*
doorloop, overdekte weg 1450 [
mnw
gang
bende 1931 [
kwt
] ganglion
zenuwknoop, peesknoop 1824 [
wei
] gangreen
koudvuur 1595 [
wnt
bloemig] gangstarap
rapmuziek uit de Amerikaanse zwarte getto's waarvan de teksten handelen over het (gewelddadige) leven in straatbendes 1994 [De Coster 1999] gangster
bendelid 1931 [
kwt
] gannef
dief 1769 [Endt] gans
geheel 1236 [
cg i
1, 24,25] gans*
eendachtige 1240 [Bern.] {4.1.6}
ganzenbord*
bordspel 1621 [
wnt
] {4.1.18}
ganzerik
mannetjesgans 1543 [Heukels] ganzerik*
roosachtig plantengeslacht, zilverschoon 1554 [
wnt
gapen*
de mond wijd openen 1240 [Bern.]
gappen
stelen 1875 [Polak, Geïllustreerd Politie Nieuws] garage
autostalling 1912 [
kku
] garanderen
waarborgen 1574 [Aanv
wnt
] garantie
waarborg 1700 [Aanv
wnt
] gard*
strafwerktuig, roe 901-1000 [
wps
garde
keurbende 1855 [
wnt
] gardenia
plantengeslacht 1889 [
wnt
frak] garderobe
klerenbewaarplaats 1588 [Claes] gareel
halsjuk 1294-1300 [
cg
I4, 2832] garen*
draad 1278 [
cg i
1, 367]
garen*
verzamelen 1514 [
mnw
] {1.2.5}
garf, garve*
schoof 1170 [Rey] {2.2}
garm, germ
ooi die nog niet gelammerd heeft 1477 [Teuth.] garnaal*
schaaldier 1657 [
wnt
vijlen
] {1.2.4}
garneren
versieren 1773 [
wnt
voorschoot] garnituur
garneersel 1793 [
wnt
] garnizoen
legerafdeling 1695 [
wnt
] gas
stof in luchtvormige toestand 1648 [Toll.] {1.2.5/4.4}
gasmotor
door brandbaar gas aangedreven machine 1892 [
wnt
petroleum] {4.1.10}
gast*
bezoeker 1236 [
cg i
1, 27] {1.2.5}
gastarbeider
buitenlandse werknemer 1964 [Aanv
wnt
] [pagina 950]
[p. 950]
gastritis
ontsteking van maagslijmvlies 1847 [
kku
] gastronomie
hogere kookkunst 1816 [Aanv
wnt
] gastvrij
mild gasten onthalend 1542 [Claes Tw. 11] gat*
opening 1236 [
cg i
1, 23]
gat*
anus, achterwerk 1481-1483 [
mnw
] {4.4}
gaucho
gekleurde koeherder 1847 [
kku
] gauw*
snel, spoedig 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {1.3}
gauwdief*
geslepen dief 1351 [
mnw
gave*
iets dat gegeven wordt 1100 [Willeram]
gaviaal
krokodilachtige 1847 [
kku
] gavotte
dans 1738 [Aanv
wnt
] gay
homoseksueel 1984 [
gnn
] gazelle
herkauwer 1720 [
wnt
vogelstruis] gazet
krant 1615 [Aanv
wnt
] gazon
onderhouden grasveld 1780 [
wnt
trap
] gazpacho
koude soep van tomaten, olie en knoflook 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] geaccidenteerd
ongelijk (van bodem) 1875 [
wnt
verkeer
ii
geaffecteerd
gekunsteld 1582 [
wnt
affecteren]
geallieerden
bondgenoten 1600 [
wnt
representeeren]
gebaar*
beweging van het lichaam 1100 [Willeram]
gebak*
taart 1778 [
wnt
] {4.1.6}
gebarenspel*
mime 1866 [
wnt
] {4.1.15}
gebbetje*
grapje 1897 [Aanv
wnt
gebed*
het bidden 901-1000 [
wps
gebeente*
het beendergestel 1285 [
cg
Rijmb.] {1.2.5/3.1/5}
gebergte*
groep van bergen 1626 [
wnt
] {3.1}
gebeten*
nijdig 1550 [
wnt
vervleten]
gebeuren*
voorvallen 1272 [
cg i
1, 244]
gebeurtenis*
voorval 1793-1796 [
wnt
] {3.1}
gebied
streek waarover een macht heerst 1599 [Toll.] gebieden*
(als heerser) bevelen 901-1000 [
wps
gebint*
samenstel van balken 1252 [
mnw
gebit*
geheel van tanden en kiezen 1340 [
mnw
gebladerte*
alle boombladeren 1805 [
wnt
] {3.1}
gebod*
het bevolene 901-1000 [
wps
geboefte*
gespuis 1400 [
mnw
] {3.1}
geboomte*
groep bomen 1285 [
vmnw
] {3.1}
geboorte*
het ter wereld komen 1240 [Bern.]
gebouw*
bouwwerk 1599 [
wnt
gebrek*
gemis, kwaal 1265-1270 [
vmnw
gebroeders*
broers 1240 [Bern.]
gebrouilleerd
in onmin zijnde 1781 [
wnt
wel
gebruiken*
zich bedienen van 1240 [Bern.]
gedaante*
uiterlijk 1276-1300 [
cg
Lut.A]
gedachte*
het nadenken, idee 901-1000 [
wps
gedeelte*
deel 1237 [
cg i
1, 38, 39]
gedegen
goed doordacht 1928 [
wnt
trouw
] gedeisd
kalm, koest 1955 [Aanv
wnt
gedijen*
voorspoedig groeien, welvaren 1265-1270 [
cg
Lut.K]
geding*
rechtszaak 1237 [
cg i
1, 32]
gedistingeerd
voornaam 1770 [Aanv
wnt
gedogen*
dulden 1236 [
cg i
1, 21]
gedrag*
wijze van doen 1701 [
wnt
schot
iii
gedragen, zich*
handelen, doen 1712 [
wnt
gedrocht*
monster 1351 [
mnw
geducht*
gevreesd 1643 [
wnt
uitwerken]
geduld*
lijdzaamheid, volharding 901-1000 [
wps
gedurende*
voorzetsel 1642 [
wnt
] {4.2}
gedwee*
onderworpen 1401-1450 [
mnw
geëigend
geschikt 1855 [
wnt
zusterschap] geel*
kleurnaam 1240 [Bern.] {4.1.5}
geelgors*
zangvogel 1477 [Teuth.]
geeltje*
Bargoens: biljet van f 25,- 1906 [Köster Henke] {4.1.12}
geelzucht*
ziekte 1350 [
mnw
geen*
telwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
geenszins*
bijwoord van modaliteit: in genen dele 1350 [
mnw
] {3.1}
geep*
beenvis 1567 [Claes]
geer*
spits toelopende lap kleding of grond 1135 [Künzel] {2.3}
geest*
ziel, onstoffelijk wezen 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
geest*
grond 911-948 [Claes] {2.3}
geestdodend*
afstompend 1866 [
wnt
] {3.1/5}
geestig*
gevat 1831 [
wnt
geestverwant
gelijkgezinde, medestander 1864 [
wnt
] geeuwen*
gapen 1240 [Bern.]
geeuwhonger*
plotselinge honger 1769 [
wnt
] {1.2.4}
geëxalteerd
overspannen 1887 [
wnt
richten] {1.2.5}
gegadigde*
belanghebbende 1672 [
wnt
toezegging]
gegeven*
grootheid, bekend geval 1872 [
gvd
gegeven*
voorzetsel 1884 [
wnt
zwaar
] {4.2}
gegoed*
welgesteld 1292-1293 [
cg i
gehaaid*
gewiekst 1912 [
wnt
verkommeren]
gehalte
inhoud 1729 [
wnt
] [pagina 951]
[p. 951]
geheel*
heel 1236 [
cg i
1, 29]
geheid*
onwrikbaar 1899 [
dbl
geheim
verborgen 1588 [Claes] gehemelte*
bovenwand van mondholte 1514 [
mnw
] {3.1}
geheugen*
herinnering 1648 [
wnt
wijds]
gehoorzaam*
gewillig 1240 [Bern.]
gehucht*
klein dorpje 1272 [
cg i
1, 233]
geigerteller
meetinstrument voor radioactieve stralen 1953 [Huizinga]
geil*
wulps 1350 [
mnw
gein
lol 1906 [
moo
] geïntimeerde
gedaagde in beroep 1948 [
kwt
geiser
warme springbron 1832 [
wei
] geiser
waterverwarmingstoestel 1897 [Aanv
wnt
] geisha
Japanse dienster 1912 [
kku
] geit*
herkauwer 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
gek*
krankzinnig, dwaas 1401-1450 [
mnw
gekkekoeienziekte*
besmettelijke ziekte bij runderen 1990 [De Coster 1999] {3.1}
gekko
hagedis 1718 [Van Donselaar Tw. 13]
gekscheren*
spotten 1701 [
wnt
wierookvat]
gekte*
gekkigheid, dwaasheid 1973 [Van Gelder 1993] {3.1/4.4}
gel
geleiachtige stof 1909 [Aanv
wnt
] gelaat*
aangezicht 1240 [Bern.]
gelag*
vertering 1285 [
cg
Rijmb.]
gelagerd
voorzien van kogellagers 1944 [Aanv
wnt
] gelasten*
bevelen 1704 [Hannot&Hoogstraten]
gelaten
in het lot berustend 1461 [
mnw
] gelatine
geleiachtig eiwitpreparaat 1599 [Kil.] geld*
betaalmiddel 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
geld*
onvruchtbaar (van dieren) 1135 [Künzel] {2.3}
gelden*
meetellen, van kracht zijn 1237 [
cg i
1, 32]
geleding*
het verbonden-zijn van delen 1690 [
wnt
wade
ii
geleed*
uit geledingen bestaand 1240 [Bern.]
geleerd*
knap 1240 [Bern.]
gelegenheid*
plaats m.b.t. haar ligging 1399 [Stadb. Zwolle
ii
gelei
ingekookt sap 1377-1378 [
mnw
] geleidelijk*
niet plotseling geschiedend 1793-1796 [
wnt
geletterd
gestudeerd 1410 [
mnw
gelid*
gewricht 1301-1400 [
mnw
gelid*
rij militairen van voren gezien 1639 [
wnt
gelieven*
lief zijn 901-1000 [
wps
gelijk*
overeenkomend 901-1000 [
wps
gelijken*
gelijk zijn aan 1240 [Bern.]
gelijkenis*
uiterlijke overeenkomst 901-1000 [
wps
] {3.1}
gelofte*
plechtige belofte 1285 [
cg
I2, 1055]
geloven*
vertrouwen in of op 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
gelte*
jong vrouwtjesvarken, m.n. een dat onvruchtbaar gemaakt is 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
geluid*
dat wat hoorbaar is 1265-1270 [
vmnw
geluk*
voorspoed 1240 [Bern.]
gelukskind*
bofkont 1871 [
wnt
gelukzalig
uiterst gelukkig 1599 [Kil.] gelul*
kletspraat 1657 [
wnt
gemaal
echtgenoot 1580 [Claes] gemak*
kalmte 1236 [
cg i
1, 25]
gemak*
wc 1637 [
wnt
] {4.4}
gemakkelijk*
op zijn gemak gesteld 1240 [Bern.]
gemakkelijk*
niet moeilijk 1866 [
wnt
gemalin
echtgenote 1629 [
wnt
prononceeren] gematigd*
niet overdreven 1401-1450 [
mnw
gember
eetbare gekonfijte wortelstok 1240 [Bern.] <
me
Latijn {4.1.6}
gemeen*
gemeenschappelijk 901-1000 [
wps
] {1.2.3}
gemeen*
vals 1776 [
wnt
] {1.2.3}
gemeengoed
algemeen verspreid idee 1872 [
wnt
gemeen] gemeenplaats
alledaags gezegde 1585 [
wnt
toevallig
gemeente*
zelfbestuur uitoefenend onderdeel van de staat 1798 [
wnt
] {1.2.2/3.1}
gemeenzaam
familiair 1704 [Hannot&Hoogstraten] gemelijk*
misnoegd 1447 [
mnw
gemenebest*
republiek 1624 [
wnt
eenmoedig]
gemet*
vlaktemaat 1181-1210 [Künzel] {2.3}
geminatie
verdubbeling 1669 [
mey
] gemoed*
innerlijk 1285 [
cg
Rijmb.]
gemoedelijk
genoeglijk, gezellig 1889 [
wnt
z.j.] gems
herkauwer 1515 [Murmellius, Pappa Puerorum] gen
drager van erfelijke eigenschappen 1928 [Geerts, Leerboek der plantkunde]
genade*
gratie, gunst 901-1000 [
wps
genaken*
naderen, ophanden zijn 901-1000 [
wps
[pagina 952]
[p. 952]
gênant
verlegenheid wekkend 1847 [
kku
] gendarme
rijkswachter in België 1847 [
kku
] gender
het geheel van sociale en culturele kenmerken van een sekse 1991 [Kunst en Schutte, Lesbiaans] genderbender
iem. die bewust gedrag van de andere sekse vertoont 1992 [De Coster 1999] gene*
aanwijzend voornaamwoord 1237 [
cg i
1, 30] {4.2}
gêne
verlegenheid 1847 [
kku
] genealogie
geslachtkunde 1567 [Junius 557a] genebbisj
tussenwerpsel: uitroep van medelijden 1937 [Van Bolhuis] {4.3}
geneesheer-directeur
arts die directeur van een ziekenhuis is 1885 [
wnt
rijk
] {3.1}
genegen*
lust tot iets hebbend 1480 [
mnw
generaal
hoogste opperofficiersrang 1567 [Junius 500a] generaliseren
veralgemenen 1803 [Aanv
wnt
] generalissimus
hoogste militaire commandant 1675 [Aanv
wnt
] generalist
niet-specialist 1984 [
gvd
] generatie
geslacht 1250 [
mnw
ongeraectheit] generatief
geslachtelijk, voortbrengend 1847 [
kku
] generator
toestel dat gas of stroom opwekt 1843 [Aanv
wnt
] generen
hinderen, schamen 1824 [
wei
] genereren
verwekken 1351-1400 [
mnw
] genereus
edelmoedig 1824 [
wei
] generlei
onbepaald voornaamwoord 1400 [
mnw
] {4.2}
generositeit
edelmoedigheid 1824 [
wei
] genese
ontstaan, wording 1824 [
wei
] genetica
erfelijkheidsleer 1929 [
kwt
genetkat
civetkat 1287 [
cg
NatBl] {4.1.3}
geneugte*
genieting 1350 [
mnw
genezen*
beter (doen) worden 1200 [
cg ii
1 Servas]
geniaal
buitengewoon begaafd 1841 [
wnt
uitvoerbaarheid] genie
die buitengewoon begaafd is 1784 [
wnt
verlagen
iii
] genie
wapen van de landmacht dat zorgt voor bouwwerkzaamheden 1861-1862 [
wnt
] geniep*
geheim 1736 [
wnt
genieten*
vreugde beleven aan, ontvangen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
genitaal
m.b.t. de genitaliën 1919 [
wnt
auto-
] genitaliën
geslachtsdelen 1847 [Aanv
wnt
] genitief
tweede naamval 1633 [Ruijs] genius
beschermgeest 1597 [
wnt
belachen] genocide
uitroeiing van een volk 1950 [
gvd
] genoeg*
onbepaald telwoord: voldoende 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
genoegen*
voldoening 1393-1402 [
mnw
genoom
geheel van de genen en chromosomen 1946 [Bijlmer, De evolutie van de mens, 66]
genoot*
deelgenoot, makker 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
genot*
vreugde 1285 [
cg
Rijmb.]
genotype
type zoals bepaald door erfelijke aanleg 1936 [Aanv
wnt
genre
soort 1824 [
wei
] gent*
mannetjesgans 1477 [Teuth.]
gentherapie
behandeling door het inbrengen van genetisch materiaal 1985 [De Coster 1999]
gentiaan
plantengeslacht 1554 [
wnt
] gentleman
heer 1824 [
wei
] genus
geslacht 1638 [Ruijs] geobotanie
plantengeografie in relatie tot de bodem 1948 [
kwt
geocentrisch
met de aarde als middelpunt 1763 [Aanv
wnt
geode
holte in gesteente 1970 [
gvd
] geodesie
theoretische landmeetkunde 1824 [
wei
] geograaf
aardrijkskundige 1813 [Aanv
wnt
] geografie
aardrijkskunde 1592 [De Jonge
, 167-168] geologie
aardkunde 1813 [Picarta: Bilderdijk, Geologie of verhandeling] geometrie
meetkunde 1285 [
cg
Rijmb.] geoniem
woord dat is afgeleid van een aardrijkskundige naam 1995 [Sanders 1995] geoorloofd*
toegelaten 1240 [Bern.]
geostatica
leer van het evenwicht der vaste lichamen 1824 [
wei
gepensioneerde
iem. die pensioen trekt 1814 [
wnt
pensionneeren] {4.1.4}
gepeupel
gewone volk 1562 [
wnt
verschrapen
ii
gepikeerd
ontstemd 1641 [
wnt
pikeeren
[pagina 953]
[p. 953]
geporteerd
op hebbend met 1762 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1]
geraamte*
raamwerk 1340 [
mnw
] {3.1}
geraamte*
skelet 1526 [
wnt
verdoemenis]
geranium
plantengeslacht 1861 [
wnt
stokroos] gerant
zaakleider 1847 [
kku
] gerbera
snijbloem 1923 [Aanv
wnt
] gerbil
knaagdier 1984 [
gvd
] gerecht*
eten in één gang 1040 [Slicher] {2.4/4.1.6}
gerecht*
rechtbank 1237 [
cg i
1, 32]
gereed*
bereid, klaar voor of met een handeling 1230-1231 [
cg i
1, 24]
gereedschap*
werktuigen 1240 [Bern.]
gereformeerd
protestant 1578 [
wnt
] {4.1.8}
gerei*
benodigdheden 1240 [Bern.]
geren*
schuin lopen 1829 [H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb.]
gerenommeerd
vermaard 1608 [Aanv
wnt
geriatrie
ouderdomszorg 1956 [Aanv
wnt
gerief*
genot 1376-1400 [
mnw
gering
klein, onbeduidend 1561-1562 [Toll.] germanisme
uit het Duits overgenomen woord of uitdrukking, in strijd met het eigen taalgebruik 1817 [Aanv
wnt
] germanium
chemisch element 1898 [
gvd
] germinal
kiemmaand 1824 [
wei
] geronnen*
gestremd 1265-1270 [
cg
Lut.K]
gerontologie
leer van de ouderdomsverschijnselen 1954 [Aanv
wnt
gerst*
graangewas 1240 [Bern.] {4.1.2}
gerstekorrel*
gezwelletje aan ooglid 1871 [
wnt
anthrax]
gerucht*
geluid 1200 [
cg ii
1 Servas]
gerucht*
praatje 1390 [
mnw
gerust*
kalm 1240 [Bern.]
geschieden*
gebeuren 1236 [
cg i
1, 21] {1.2.4}
geschiedenis*
het gebeurde 1401-1500 [
mnw
] {3.1}
geschikt*
aangenaam in omgang, passend 1460 [
mnw
geschil*
onenigheid 1200 [
mnw
geschrift
het geschrevene 1100 [Willeram]
geschut*
oorlogstuig waarmee men projectielen afvuurt 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.14}
gesel*
strafwerktuig 1240 [Bern.]
geserreerd
beknopt 1929 [
kwt
gesjochten
arm 1860 [
moo
] geslacht*
familie 1285 [
cg
Rijmb.]
geslacht*
sekse 1393-1402 [
mnw
geslacht*
als grammaticale term: genus 1584 [Ruijs]
geslacht*
genitaliën 1968 [Heestermans, Erotisch Wrdb.] {3.1}
geslepen*
sluw 1599 [Kil.]
gesp*
sluitmechanisme aan riemen e.d. 1276-1300 [
cg ii
1 Perch.]
gesprek*
mondeling onderhoud 1599-1607 [Claes Tw. 11]
gespuis*
geboefte 1573 [
wnt
gestaag*
voortdurend, bestendig 1240 [Bern.]
gestalte
gedaante 1542 [Claes Tw. 11] gestalttherapie
therapie gericht op het herstellen van een eenheid in de beleving en waarneming 1991 [
wp
] Gestapo
Duitse geheime politie 1940-1945 [Van Lennep, Oorlogswrdb.] geste
gebaar 1596 [Linschoten 10] gesteente*
stenen 1325 [
mnw
] {3.1}
gesteggel*
ruzie 1927 [Aanv
wnt
gestel*
samenstel 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.6}
gestel*
lichamelijke constitutie 1776 [
wnt
] {1.2.6}
gesteld*
gehecht 1451-1500 [
mnw
gesternte*
alle sterren 1376-1400 [
mnw
] {3.1}
gesticht*
inrichting voor krankzinnigen 1808 [
wnt
gesticuleren
gebaren maken 1669 [
mey
] gestoord*
gek 1976 [
gvd
] {1.2.2/3.1}
gestreng
streng, onverbiddelijk 1620-1650 [
wnt
] getal*
cijfer, aantal 1240 [Bern.]
getal*
als grammaticale term: enkel- of meervoud 1576 [Ruijs]
geteisem
uitvaagsel 1906 [
moo
] getijde, getij*
eb en vloed 1236 [
cg i
1, 25]
getouw*
toestel waarop men weeft 1240 [Bern.]
getroebleerd
niet goed bij het hoofd 1829 [Aanv
wnt
getsie
tussenwerpsel: uitroep van afschuw 1986 [
koe
] {4.3}
getto
jodenwijk 1847 [
kku
] gettoblaster
grote draagbare radio 1985 [De Coster 1999] getuige*
voorzetsel 1644 [
wnt
] {4.2}
getuigen*
als getuige verklaren 1240 [Bern.]
getuigenis*
wat men getuigt 1293 [
vmnw
] {3.1}
getverderrie
tussenwerpsel: uitroep van afschuw 1986 [
koe
] {4.3}
geul*
smal water 908 [Künzel] {2.3}
geur*
wat men ruikt 1265-1270 [
cg
Lut.K]
geuren*
met iets pronken 1898 [
gvd
geus
lid van een bepaalde partij 1566 [
wnt
af] [pagina 954]
[p. 954]
geus
kleine boegvlag 1685 [
wnt
geuze
biersoort 1924 [
gvd
] gevaar
hachelijke toestand 1574 [Toll.] gevaarte*
kolos 1626 [
wnt
wonderwerk] {3.1}
geval*
voorval, omstandigheid 1240 [Bern.]
gevangenis*
bajes 1281-1282 [
cg i
1, 649] {3.1}
gevat
geestig 1704 [Claes] gevecht*
gewapend treffen 1285 [
cg
Rijmb.]
gevel*
voormuur van gebouw 1450 [
mnw
geven*
aanreiken, verschaffen, schenken 901-1000 [
wps
gevest
handvat van blank wapen 1588 [Claes] gevoeg*
behoefte 1552 [Apherdianus 11v] {4.4}
gevoeglijk*
betamelijk, gepast 1240 [Bern.]
gevoel*
tastzin 1450 [
mnw
gevogelte*
alle vogels 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
gevolg*
personen die iem. begeleiden 1285 [
cg
I2, 1049]
gevolg*
wat uit iets voortvloeit 1644 [
wnt
gewaad*
kleding 1285 [
cg
Rijmb.]
gewaarworden*
bespeuren 1236 [
cg i
1, 28]
gewagen*
vermelden 1236 [
cg i
1, 27]
geweer*
handvuurwapen 1771 [
wnt
] {4.1.14}
gewei
hoorns van herten e.d. 1592 [Toll.] geweld*
uiting van macht of kracht 901-1000 [
wps
gewelf*
halfgebogen zoldering 1435-1500 [
mnw
gewest*
landstreek 1564 [
wnt
vinder
geweten
besef van goed en kwaad 1588 [Kil.] gewetensvraag
vraag waarbij men zijn geweten raadpleegt 1886 [
wnt
] gewicht*
zwaarte 1240 [Bern.]
gewicht*
zwaar voorwerp voor aandrijving van mechanismen 1694 [
wnt
] {4.1.10}
gewiekst
bijdehand 1898 [
gvd
gewijsde*
definitief vonnis 1295 [
cg
I4, 2249]
gewis*
waar 1287 [
cg
NatBl]
gewoon*
gewend, gebruikelijk 1236 [
cg i
1, 25]
gewricht*
beweegbare beenderverbinding 1477 [Teuth.]
gewrocht*
voortbrengsel 1350 [
mnw
gewürztraminer
kruidige witte wijnsoort 1950 [
wp
(Frankrijk)] gezag*
macht 1401-1500 [
mnw
gezaghebbend*
overwicht hebbend 1847 [
wnt
] {3.1}
gezaghebber*
regeerder 1646 [
wnt
] {3.1}
gezagvoerder*
iem. die het bevel heeft 1856 [
wnt
] {3.1}
gezamenlijk*
samen 1286-1343 [
mnw
gezant
afgevaardigde 1588 [Claes Tw. 11] gezapig*
gemoedelijk 1873 [Aanv
wnt
] {1.2.2}
gezegde*
spreekwijze 1785 [
wnt
gezeik*
kletspraat 1937 [Aanv
wnt
gezel*
makker 1100 [Willeram]
gezellig*
knus 1240 [Bern.]
gezet*
corpulent 1647 [
wnt
gezicht*
het zien 1100 [Willeram]
gezicht*
gelaat 1619 [
wnt
gezichtspunt
oogpunt 1784 [
wnt
gezien*
voorzetsel 1921 [
wnt
zien] {4.2}
gezin*
echtpaar met hun kinderen 1586 [
wnt
] {5}
gezind*
genegen 1300 [
mnw
gezindte*
gemeenschap van gelovigen 1676 [
wnt
gezond*
niet ziek 901-1000 [
wps
gezusters*
zusters 1276-1300 [
cg
Lut.A]
gezwind*
rap 1599 [Kil.]
ghazel
Arabische dichtvorm 1847 [
kku
] ghostwriter
die voor een ander teksten schrijft 1968 [
kwt
] gibbon
mensaap 1784 [
wnt
wouwou] gids
leidsman 1643 [Toll.] giebelen*
giechelen 1898 [
gvd
] {3.1}
giechelen*
halfgesmoord lachen 1573 [Plantijn] {3.1}
giek
onderste parallelle rondhout van een langsgetuigd schip 1671 [
wnt
giek
lange, smalle sloep 1846 [
wnt
] gienje
Engelse munt 1766 [Sewel/Buys] gier*
roofvogel 1287 [
cg
NatBl]
gier
vloeibare mest 1343-1346 [
mnw
] gieren*
(scherp) geluid maken 1567 [Junius 376b] {3.1}
gieren*
heen en weer gaan 1627 [
wnt
gierig*
inhalig 1100 [Willeram]
gierst
graangewas 1577 [
wnt
] giervalk
roofvogel 1287 [
cg
NatBl] gierzwaluw*
gierzwaluwachtige 1567 [Junius 64a] {1.2.6}
gieten*
schenken 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
gietstaal
sterk soort staal 1860 [
wnt
] gif
vergif 1606 [
wnt
waren
ii
] gift*
geschenk 1240 [Bern.]
gigantisch
reusachtig 1944 [
wnt
ton
gigategenvaller
zeer grote tegenvaller 1992 [De Coster 1999]
[pagina 955]
[p. 955]
gigolo
betaalde minnaar 1935 [Aanv
wnt
] gigue
oude, oorspronkelijk Engelse dans, de muziek daarvan 1751 [Aanv
wnt
] gij*
persoonlijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
gijpen*
voor de wind overstag gaan 1618 [
wnt
gijzelaar
persoon die als onderpand dient 1401-1500 [
mnw
gijzelen
als gijzelaar gevangenzetten 1254 [
mnw
] gilamonster
hagedis 1976 [
gvd
gilbert
eenheid van magnetomotorische kracht 1912 [
kku
gilde*
middeleeuwse broederschap 1115 [Slicher] {2.4}
gillen*
schel schreeuwen 1588 [Claes] {3.1}
gimmick
vernuftig apparaat, laatste snufje 1962 [Aanv
wnt
] gin
jenever 1847 [
kku
] ginder*
bijwoord van plaats: daar 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
ginds*
aanwijzend voornaamwoord 1250 [
cg ii
1 Trist.] {4.2}
gin fizz
coctail met gin 1974 [Culinaire Enc. 115] gingerbeer
gemberbier 1912 [
kku
] ginkgo
een Japanse sierboom 1866 [Alg. Ned. Enc.] ginnegappen*
giechelen 1717 [
wnt
] {3.1}
ginseng
Chinese plant 1770 [Papillon] gips
pleister 1477 [Teuth.] gipsy
zigeuner(in) 1847 [
kku
] giraal
m.b.t. de giro 1929 [
kwt
] giraffe
herkauwer 1588 [Claes] gireren
overmaken (van geld) 1676 [De Bruijn Tw. 10] giro
overschrijving 1734 [Aanv
wnt
] gis
met een halve toon verhoogde g 1832 [
wei
] gis
Bargoens: slim 1860 [
moo
] gispen*
laken 1626 [
wnt
] {1.2.3}
gissen*
raden 1451-1500 [
mnw
gist*
rijsmiddel 1461 [
mnw
gisteren*
bijwoord van tijd: de dag voor heden 1240 [Bern.] {4.1.7}
git
zwarte delfstof 1451-1500 [
mnw
] gitaar
snaarinstrument 1683 [
wnt
] glacé
geglansd leer 1864 [
wnt
glacéhandschoen] glaceren
met een gladde laag overdekken 1847 [
kku
] glaciaal
m.b.t. de ijstijd 1882 [Aanv
wnt
] glaciologie
gletsjerkunde 1961 [
gvd
glad*
egaal 1287 [
cg
NatBl]
gladakker
leperd 1860 [
moo
] gladiator
zwaardvechter 1781 [
wnt
werkzaam] gladiool, gladiolus
knolgewassengeslacht 1779 [
wnt
water] gladjanus
gewiekste vent 1907 [Aanv
wnt
glamour
schone schijn 1947 [De Vooys] glans
schijnsel 1477 [Teuth.] glans
eikel 1686 [
wnt
eikel] glas*
harde stof uit silicaten 1240 [Bern.] {1.2.3}
glasnost
openheidspolitiek 1987 [Picarta: titel van J. Blokker] glaucoom
groene staar 1720 [
mey
] glazuur
glasachtige laag 1766 [Sewel/Buys] gletsjer
ijsstroom 1780 [
hou iii
, 1, 57] gleuf*
spleet 1858 [
wnt
glibberen*
glijden 1632 [
wnt
slibber] {3.1}
glijden*
zich met weinig wrijving voortbewegen 901-1000 [
wps
glimlach*
onhoorbare lach 1765 [
wnt
vergoeding]
glimmen*
gloeien, blinken 1480 [
mnw
glimmer
delfstof mica 1770 [Toll.] glimp*
flikkering 1620 [
wnt
glinsteren*
schitteren 1350 [
hws
] {3.1}
glippen*
uitglijden, ontglijden 1588 [Claes]
glissando
bijwoord: met een vlotte voordracht 1860 [Nieuw beknopt en volledig muziekaal wrdb.] glitter
fonkeling 1966 [Aanv
wnt
] globaal
niet nauwkeurig 1860-1865 [
wnt
] globe
wereldbol 1588 [De Jonge
, 166, 178] globetrotter
wereldreiziger 1903 [Prick 1903] gloed*
uitstralende hitte 1290 [
cg ii
1 En.Codex]
gloednieuw*
volstrekt nieuw 1836 [
wnt
] {4.4}
gloeien*
door verhitting stralen 1287 [
cg
NatBl]
gloeiendheet*
zeer heet 1896 [
wnt
zuur
] {4.4}
glooien*
met een flauwe helling aflopen 1640 [
wnt
gloren*
lichten 1611-1620 [
wnt
vermiljoen]
glorie
roem, pracht 1240 [Bern.] gloriëren
roemen 1534 [Vorstermanbijbel (1 Corinthen 9)] glorieus
roemrijk 1450-1520 [
mnw
] [pagina 956]
[p. 956]
glos
kanttekening 1240 [Bern.] glossarium
verklarende woordenlijst 1824 [
wei
] glossolalie
extatische verkondiging 1899 [
dbl
] glossy
periodiek op glanzend papier gedrukt 1989 [Peptalk] glottis
stemspleet 1734 [HubWes] gloxinia
plant 1889 [
wnt
violet
ii
] glucose
druivensuiker 1865 [Aanv
wnt
gluipen*
loeren 1573 [Plantijn]
gluren*
tersluiks kijken 1588 [Claes]
gluten
kleefstof uit graankorrels 1770 [Papillon] gluton
plakmiddel 1929 [
kwt
glycerine
driewaardige alcohol 1831 [Aanv
wnt
] glycogeen
spiersuiker 1912 [
kku
glycol
antivries 1907 [
wp
gniffelen*
onderdrukt lachen 1860 [
wnt
] {3.1}
gnoe
herkauwer 1803 [
wnt
wildebeest] gnoom
aardgeest 1776 [Aanv
wnt
] gnosis
diepere kennis m.b.t. godsdienstige waarheden 1824 [
wei
] gnostisch
m.b.t. de gnosis 1922 [
wnt
vitaal] gnuiven*
gniffelen 1920 [
wnt
windzak
go
Japans bordspel 1950 [
wp
, dl. 9, 608] goal
doel(punt) 1903 [Aanv
wnt
] gobang
muntstuk 1910 [Prick 1910] gobelin
wandtapijt 1857 [
wnt
verschieten
] god*
bovenmenselijk wezen 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
goddank*
tussenwerpsel: uitroep van blijdschap 1350 [
mnw
] {4.3}
godlof*
tussenwerpsel: uitroep van blijdschap 1635 [
wnt
God] {4.3}
godsamme*
tussenwerpsel: uitroep om schrik uit te drukken 1968 [Aanv
wnt
] {4.3}
godsdienst*
religie 1301-1400 [
mnw
] {3.1}
godsvrucht
devotie 1605 [
wnt
waar
iv
] godverdomme*
tussenwerpsel: vloek 1874 [
wnt
God] {4.3}
godvruchtig*
godvrezend 1285 [
cg
Rijmb.]
goed*
niet slecht 901-1000 [
wps
goedendag*
tussenwerpsel: groet 1265-1270 [
vmnw
] {4.3}
goedendag*
middeleeuwse knots 1306 [Grand Robert] {3.1/4.1.14}
goedertieren*
welgezind 1276-1300 [
cg ii
1 Rein. E]
goedkoop
niet duur 1390 [
mnw
goedkoopte
het goedkoop-zijn 1858 [
wnt
turf
] {3.1}
goedlachs*
graag lachend 1784-1785 [
wnt
] {3.1}
goegemeente*
gewone, niet-kritische publiek 1628 [
wnt
reupen
goelag
interneringskamp 1984 [
gvd
] goena-goena
tovermiddelen 1910 [Prick 1910] goeroe
leermeester 1910 [Prick 1910] goesting
trek 1653 [
wnt
goh
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1966 [Aanv
wnt
] {4.3}
goj
niet-jood 1824 [
wei
] gokken
spelen om geld 1860 [
moo
] golem
joodse sagefiguur, tot leven gebrachte kleifiguur 1886 [
kku
] golf*
opgestuwd water 1475 [
mnw
golf
zeeboezem 1488 [
mnw
] golf
balspel 1890 [Haagse Golfclub] gom
kleverige boomvloeistof 1287 [
cg
NatBl] gonade
geslachtsklier 1950 [
gvd
] gondel
Venetiaans bootje 1602 [
wnt
verheffen] gong
slaginstrument 1603 [De Jonge
iii
, 154] goniometrie
hoekmeetkunde 1824 [
wei
] gonje
jute 1886 [
kku
] gonorroe
druiper 1769 [Aanv
wnt
] gonzen*
dof klinken 1588 [Claes] {3.1}
goochelen
door handigheid misleiden 1340-1350 [
mnw
] goochem
slim 1800 [
moo
] goodwill
waarde van een zaak voor zover die berust op haar verworven positie, boven de intrinsieke waarde 1912 [
kku
] goog
iemand die zich met opvoeding of vorming bezighoudt 1982 [R84] {1.2.4}
googol
telwoord: 10 tot de 100ste macht of een 1 met 100 nullen 1976 [
wp
] gooien*
werpen 1350 [
mnw
] {1.3}
goor*
vies 1599 [Kil.]
goot*
afvoerkanaal 1277 [
cg i
1, 348]
gordel*
riem 1240 [Bern.] {3.1}
[pagina 957]
[p. 957]
gordeldier*
tandarm zoogdier 1864 [
wnt
] {1.2.1/4.1.3}
gordijn
voorhangsel 1285 [
cg
Rijmb.] gorgelen
de keel spoelen 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
] {3.1}
gorgonzola
kaassoort 1903 [Sanders 1995] gorilla
mensaap 1857 [Aanv
wnt
] gorilla
lijfwacht 1964 [Aanv
wnt
] gors*
buitendijks land 1339-1345 [
mnw
] {1.2.4}
gors*
zangvogel 1860 [
wnt
gort*
gepelde gerst 1170 [Rey] {1.2.4/2.2/4.1.2}
gortig*
erg, grof 1784-1785 [
wnt
] {1.2.5}
gospel
godsdienstig negerlied 1959 [Enc. van de muziek] gossiemijne*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1870 [
wnt
God] {4.3}
gossip
roddelpraat 1984 [
gvd
] gotisch
naam van een stijl 1717 [
wnt
] gotspe
brutaliteit 1937 [Aanv
wnt
] gouache
soort waterverf 1832 [
wei
] goud*
chemisch element 901-1000 [
wps
goudeerlijk*
zeer eerlijk 1912 [Aanv
wnt
goudse*
kaas uit Gouda 1811 [
wnt
kaas] {4.1.6}
goulash
vleesgerecht 1886 [
kku
] gourde
munteenheid van Haïti 1881 [Enc. Munten en Bankbiljetten] gourmand
lekkerbek 1824 [
wei
] gourmet
fijnproever 1865 [
kvw
] gouvernante
particuliere onderwijzeres 1683 [
wnt
paedagoog] gouvernement
regering 1646 [
wnt
] gouverneur
bestuurder 1336-1339 [
mnw
] gouw*
gewest, landstreek 790-793 [Claes] {2.3}
gouw*
weg langs water, sloot 976 [Künzel] {2.3}
gozer
Bargoens: kerel 1906 [
moo
] gprs
bepaald telecommunicatiesysteem 1999 [Sanders 2001] graad
eenheid van schaalverdeling, rang 1240 [Bern.] graaf
adellijke titel 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] <
me
Latijn {1.2.3}
graag*
bijwoord van hoedanigheid: met plezier 1600 [
wnt
] {1.3}
graaien*
met de handen rondtasten 1617 [
wnt
graal
schaal waarin Christus' bloed opgevangen werd 1276-1300 [
cg ii
1 Perch.] graan
zaadkorrel, koren 1240 [
mnw
] graat*
been van vis 1116 [Prisma NPl.] {2.3}
grabbelen*
grijpen 1486 [
mnw
] {3.1}
gracht*
kanaal 1101-1200 [Claes] {2.3}
gracieus
bevallig 1265-1270 [
cg
Lut.K] gradatie
verloop 1650 [
mey
] gradiënt
ruimtelijk verloop van een grootheid 1912 [
kku
] graduaat
Belgische academische graad 1976 [
gvd
] <
me
Latijn
gradueel
opklimmend 1847 [
kku
] gradueren
een graad verlenen 1559 [Aanv
wnt
] graecisme
ontlening aan het Grieks 1552 [Aanv
wnt
graecus
beoefenaar van het Oudgrieks 1871 [
wnt
Piet
] graf*
waar lijk begraven wordt 901-1000 [
wps
grafeem
schriftteken 1976 [
gvd
] graffiti
leuzen aangebracht op muren e.d. 1983 [R84] grafiek
schrijf- en tekenkunst, prentkunst 1832 [
wei
] grafiet
koolstof 1832 [
wei
] grafologie
handschriftkunde 1898 [
gvd
gram*
boos 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
gram
0,001 kilogram 1808 [
wnt
kilogram] grammatica
spraakkunst 1500 [Aanv
wnt
] grammofoon
platenspeler 1912 [
kku
] gramstorig*
boos 1709 [
wnt
links]
granaat
ontploffend projectiel 1594 [Schulten Tw. 9] granaatappel
vrucht van de granaatboom 1534 [Claes] {4.1.2}
grandeur
groot(s)heid 1669 [
mey
] grandioos
groots 1847 [
kku
] graniet
hard gesteente 1770 [Papillon] granman
stamhoofd bij bosnegers 1769 [Van Donselaar 1989] grap*
kwinkslag 1761 [
wnt
grapefruit
citrusvrucht 1929 [
kwt
] grapjas
lolbroek 1912 [
wnt
toren]
grappa
Italiaanse alcoholische drank 1978 [Complete drankenenc.] gras*
gewas op weiden e.d. 1125-1130 [Claes] {1.2.4/2.3}
grasduinen
zijn hart ophalen 1574 [
wnt
gratie
goedgunstigheid, genade 1240 [Bern.] gratie
bevalligheid 1630 [
wnt
] gratificatie
bonus 1669 [
mey
] [pagina 958]
[p. 958]
gratineren
met een korstje toebereiden 1912 [
kku
] gratis
zonder betaling 1689 [
wnt
revisie] gratuit
onverplicht, ongegrond 1661 [
wnt
verstoring
] grauw*
vaalwit 1132 [Claes] {2.3/4.1.5}
grauw*
gepeupel 1588 [Claes]
grauwen*
snauwen 1573 [Claes]
grauwsluier
grijs waas 1970 [Recht voor raap] grave
plechtig 1772 [Bouvink] gravel
dakpannengruis als bestrating 1914 [Aanv
wnt
] graven*
in de grond spitten 901-1000 [
wps
graveren
figuren inkrassen 1240 [Bern.] graves
wijnsoort 1847 [
kku
] graveur
kunstenaar die graveert 1796 [
wnt
wenden] gravitatie
zwaartekracht 1832 [
wei
] gravure
gegraveerd werk 1796 [
wnt
] gray
eenheid van geabsorbeerde stralingsenergie 1976 [
wp
techn. enc.]
grazen*
gras eten 1401-1450 [
mnw
grazioso
bevallig 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] greep*
het grijpen, handvat 1477 [Teuth.]
gregoriaans
van Gregorius 1739 [
wnt
tusschen]
grein
korrel 1287 [
cg
NatBl] grein
gewichtje 1371-1423 [
mnw
] gremium
college van vertegenwoordigers 1847 [Aanv
wnt
] grenadier
keursoldaat van de infanterie 1688 [
wnt
vooraan] grenadine
limonade 1912 [
kku
] grendel*
schuifbout voor deuren 1100 [Willeram] {3.1}
grenen
van grenenhout 1643 [
wnt
sas
iv
] grens
scheidingslijn 1573 [
wnt
] grenshospitium
asielzoekerscentrum 1992 [De Coster 1999]
greppel*
ondiepe sloot 1245 [Slicher] {2.4/3.1}
gres
aardewerk 1912 [
kku
] gretig*
begerig 1573 [Plantijn]
greyhound
hondensoort 1900-1908 [
wnt
windhond] gribus
bouwvallige woning of buurt 1709 [
wnt
] grief
klacht 1301-1325 [
cg i
1, 66 (latere vertaling)] griend*
waard 1376-1400 [
mnw
grienen*
huilen 1170 [Rey] {2.2/3.1}
griep
influenza 1873 [
wnt
] griesmeel
gebroken, niet tot meel gemalen graan 1872 [Toll.] griet*
beenvis 1567 [Claes Tw. 11]
griet*
steltloper 1717 [
wnt
vogel]
grietjebie
zangvogel 1917 [Van Donselaar Tw. maart 2000]
grieven
krenken 1350 [
mnw
griezelen*
ijzen 1434-1436 [
hws
] {3.1}
grif*
vlug 1649 [
wnt
griffel
schrijfstift 1370 [
mnw
] <
me
Latijn
griffie
secretarie 1488 [
hws
] griffier
secretaris 1481 [
hws
] griffioen
mythische vogel 1265-1270 [
cg
Lut.K] grijnzen*
vals lachen 1240 [Bern.] {3.1}
grijpen*
pakken 1240 [Bern.]
grijs*
lichtgrauw 1140 [Rey] {2.2/4.1.5}
grijsaard
oude man 1450 [
mnw
] {4.1.4}
gril
inval 1573 [
wnt
] grill
vleesrooster 1954 [Aanv
wnt
] grille
rooster voor radiateur van auto 1912 [
kku
] grillen
roosteren 1961 [
gvd
] grilleren
roosteren 1824 [
wei
] grimas
vertrekking van het gezicht 1555 [Claes] grimeren
schminken 1888 [Aanv
wnt
] grimeur
die grimeert 1898 [
gvd
] {3.3/4.1.13}
grimlach*
bittere lach 1704 [Hannot&Hoogstraten]
grimmig*
boos 1400 [
mnw
grind*
kiezels 1820-1829 [
wnt
grind, griend
walvisachtige 1864 [
wnt
grindewal] grinniken*
grijnzend lachen 1410 [
mnw
] {3.1}
grissen*
snel naar zich toe halen 1810 [
wnt
grit*
schelpengruis 1903 [Aanv
wnt
grivnja
munteenheid van Oekraïne 1918 [Enc. Munten en Bankbiljetten] grizzlybeer
soort beer 1919 [Picarta: titel van E.S. Thompson] groed*
aangeslibd land 1133 [Künzel] {2.3}
groef*
greppel, inkerving 901-1000 [
wps
groeien*
(in grootte) toenemen 1100 [Willeram] {1.2.5}
groen*
kleurnaam 1040 [Claes] {1.2.5/2.3/3.1/4.1.5/5}
groente*
groenvoer 1721 [
wnt
] {3.1/4.1.6}
groenteboer*
verkoper van groenten 1858 [
wnt
groente] {4.1.13}
[pagina 959]
[p. 959]
groentesoep
soep van groenten 1900 [
wnt
z.j.] {4.1.6}
groenvoer
groene planten als voedsel 1844 [
wnt
winterrogge] groep
verzameling 1618 [
wnt
] groeten*
gedagzeggen 1200 [
cg ii
1 Servas]
groezelig*
niet schoon 1796 [
wnt
grof*
groot, ruw 1240 [Bern.]
grofstoffelijk
ruw, onbehouwen 1975 [Heer Bommel en de opvoedering] {4.4}
grog
sterkedrank met heet water 1847 [
kku
] groggy
waggelend, dronken 1932 [Aanv
wnt
] grol*
grap, frats 1625 [
wnt
grom*
ingewand van vis 1501-1600 [
mnw
grommen*
dof brommend geluid maken 1440 [
mnw
] {3.1}
grond*
bodem 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
grondel*
beenvis 1440 [
mnw
] {3.1}
grondslag*
fundament 1599 [Kil.]
grondsop*
bezinksel van een drank 1477 [Teuth.]
groot*
niet klein 1177-1187 [Künzel] {2.3}
groot*
munt 1288 [
cg
I2, 1330] {4.1.12}
groothandel
koop en verkoop in het groot 1857 [
wnt
] grootmoeder*
moeder van iemands vader of moeder 1482 [
hws
] {4.1.4}
grootte*
afmeting 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
grootvader*
vader van iemands vader of moeder 1545 [
mnw
] {4.1.4}
gros
telwoord: twaalf dozijn 1745 [
mey
] gros
het grootste aantal, de meeste(n) 1832 [
wei
] groschen
munt 1734 [HubWes] grosse
afschrift 1668 [
wnt
] grossier
groothandelaar 1485 [
hws
] {3.3/4.1.13/5}
grosso modo
bijwoord: ruw geschat 1805 [
mey
] grot
onderaardse ruimte 1600 [
wnt
] grotesk
zonderling, buitensporig 1785 [
wnt
] grrl
zelfbewuste jonge vrouw 1996 [Internet: webgrrls.nl] gruis*
verbrokkelde stof 1330 [Jacobs 14]
gruit*
ingrediënt van bier 999 [Slicher] {2.4}
grunge
bepaald soort rockmuziek 1992 [De Coster 1999] grutten*
graan dat op de molen verbrijzeld is 1599 [Kil.] {1.2.4}
grutto*
steltloper 1770 [Van Groen, Steltlopers 72] {3.1}
gruwel*
afschuw 1350 [
mnw
gruwen*
afschuw hebben van 1420 [
mnw
gruyère
kaassoort 1822 [Sanders 1995] gruzelementen
scherven 1873 [
wnt
gsm
mobiele telefoon 1991 [Sanders 2000] g-string
minuscuul broekje dat van achter slechts uit een koordje bestaat 1989 [Sanders 2000] guanaco
hoefdier 1847 [
kku
] guano
mest van zeevogels 1847 [
kku
] guarani
munteenheid van Paraguay 1943 [Enc. Munten en Bankbiljetten] guave
boom en vrucht daarvan 1625 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] guerrilla
strijd van ongeregelde troepen 1824 [
wei
] guillotine
valbijl 1795 [Aanv
wnt
] Guinees biggetje
knaagdier 1761 [
hou i
, 2, 439] {4.1.3}
guirlande
bloemenslinger 1588 [Claes] guit*
deugniet 1501-1550 [
mnw
gul*
royaal 1615 [
wnt
gul
ii
gulden*
oude munt, munteenheid van Nederland, de Nederlandse Antillen en Suriname 1248-1271 [
cg
Antwerps Obituarium] {4.1.12}
gulp*
dikke straal 1588 [Claes]
gulp*
split in broek 1829 [
wnt
gulp
ii
gulzig
gretig 1285 [
cg
Rijmb.] gummi
kleverige boomvloeistof 1542 [Claes Tw. 11] gunnen*
verlenen 1260-1280 [
cg ii
1 Rein. G]
gunst*
welwillendheid 1240 [Bern.] {3.1}
gup, guppy
beenvis 1967 [Aanv
wnt
] gut*
tussenwerpsel: uitroep van verwondering 1612 [
wnt
wederbrengen] {4.3}
guts
beitel met holle bek 1600 [Toll.] guts
lef 1986 [De Coster 1999] gutsen*
in stromen neervloeien 1659 [
wnt
guttapercha
verdroogd melksap van bomen 1859 [
wnt
vulcanisatie] gutturaal
keelklank 1832 [
wei
] guur*
snijdend 1599 [
wnt
g.v.d.
tussenwerpsel: vloek, verkorting van godverdomme 1875 [
wnt
zeeziekte] gymnasium
instelling voor middelbaar onderwijs 1876 [
wnt
] [pagina 960]
[p. 960]
gymnastiek
lichaamsoefeningen 1840 [
wnt
] gymnastiekschoenen
schoenen met zachte zolen 1898 [
gvd
] {4.1.9}
gynaecologie
leer der vrouwenziekten 1847 [
kku
gyros
gerecht bestaande uit aan het spit geroosterd vlees of vis 1999 [
gvd
] gyroscoop
stabilisator 1855 [Aanv
wnt
ha*
tussenwerpsel: uitroep van blijdschap 1330 [
mnw
] {4.3}
haag*
heg 889 [Künzel] {2.3}
haagdoorn*
heestergeslacht 901-1000 [
wps
] {3.1}
haai
kraakbeenvis 1445-1455 [
mnw
] haaibaai*
kijfzieke vrouw 1642 [
wnt
heibei] {3.1}
haak*
gebogen voorwerp om iets vast te houden, op te hangen e.d. 1240 [Bern.]
haam*
houten halsband voor paard 1317 [
mnw
haan*
mannetje bij hoenderachtigen 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.6}
haar*
hoogte in het veld 797 [Claes] {2.3}
haar*
bezittelijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
haar*
buigbare vezels die op huid van zoogdieren groeien 1100 [Willeram]
haar*
bijwoord van richting: links (bij voerlieden) 1616 [
wnt
haard*
stookplaats 1350 [
mnw
] {4.1.9}
haarfijn
bijwoord: uiterst nauwkeurig 1806-1807 [
wnt
haarscherp
zeer scherp 1922 [Aanv
wnt
] haarstilist
haarkunstenaar 1984 [
gnn
] haas*
haasachtige 1240 [Bern.] {4.1.3}
haas*
spier bij slachtdieren 1562 [Claes] {4.1.6}
haasje-over*
spel waarbij men over elkaars rug springt 1717 [
wnt
] {4.1.18}
haast
spoed 1237 [
cg i
1, 35] haast
bijwoord van hoedanigheid: bijna, weldra 1401-1450 [
mnw
] haat*
diepe afkeer 1287 [
cg
NatBl]
habbekrats
kleinigheid, klein bedrag 1906 [Aanv
wnt
] habijt
geestelijk gewaad 1265-1270 [
cg
Lut.K] habitat
natuurlijk woongebied 1939 [
wnt
associatie] habitué
regelmatige bezoeker 1840 [
wnt
] habitus
uiterlijke gedaante 1803 [
wnt
analyse Suppl] haček
typografisch teken 1999 [
gvd
] hachee
gerecht met vlees en kruiden 1778 [
wnt
] hachelijk*
gevaarlijk 1600 [
wnt
hachje*
leven 1670 [
wnt
haciënda
landgoed in Midden- en Zuid-Amerika 1863 [
kku
] hacker
computerkraker 1985 [De Coster 1999] hadji
Mekkaganger 1847 [
kku
] haf
strandmeer 1670 [
wnt
instorten] hafnium
chemisch element 1950 [
gvd
] haft*
insect 1635 [
wnt
haft
ii
hagedis*
hagedisachtige 1301-1400 [Claes]
hagel*
ijskorrels als neerslag 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.1.1}
hagiografie
levensbeschrijving van heilige 1847 [
kku
haha*
tussenwerpsel: nabootsing van lachen 1330 [
mnw
] {3.1}
haiku
Japanse dichtvorm 1969 [
wp
] hak*
landbouwwerktuig 1301-1350 [
mnw
hak*
hiel 1444-1450 [
hws
haken*
verlangen 1301-1350 [
mnw
hakenkruis
swastika, insigne van nazi's 1924 [
gvd
] hakkebord*
slaginstrument 1477 [Teuth.] {4.1.16}
hakkelen*
stamelen 1562 [Claes] {3.1}
hakken*
houwen 1350 [
mnw
hakketakken*
vitten 1914 [
gvd
] {3.1}
hal*
ruimte 1213 [Rey] {2.2}
halal
rein volgens de islamitische spijswetten (van vlees) 1989 [Philippa, Koffie, kaffer, katoen] halen*
(bij zich) brengen, bemachtigen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
half*
telwoord: de helft 1236 [
cg i
1, 25] {4.2}
halflandelijkheid
gebied tussen land en stad 1931 [Burger en De Jong] {4.4}
hallali
tussenwerpsel: jagerskreet 1914 [
gvd
] halleluja
tussenwerpsel: lofkreet 1561 [
wnt
] hallo
tussenwerpsel: uitroep en groet 1909 [
wnt
smeerpoets] [pagina 961]
[p. 961]
hallucinatie
zinsbegoocheling 1847 [
kku
] hallucineren
begoochelen 1865 [
kvw
] halm*
stengel van gewas 1268 [
cg i
1, 117] {3.1}
halma
bordspel 1931 [
kwt
] halo
lichtende kring om zon of maan 1894 [
wnt
wiel
] halogeen
chemisch element van de 7e groep 1847 [Aanv
wnt
hals*
keel 1080 [Rey] {2.2}
halsstarrig
hardnekkig 1542 [Claes Tw. 12] halster*
leidsel 1450 [
mnw
halt
tussenwerpsel: stop 1673 [
wnt
] halte
stopplaats voor openbaar vervoer 1896 [
wnt
] halter
staaf met kogels of schijven aan uiteinden 1872 [
gvd
] halva(product)
product met minder vet 1982 [R84]
halvarine
halfvette margarine 1968 [Voorlichtingsbureau Margarine, Vetten en Oliën] {4.1.6}
ham*
aangeslibd land 694 [Claes] {2.3}
ham*
achterbout van varken 1301-1400 [
mnw
] {4.1.6}
hamam
oosters badhuis 1988 [Philippa, Koffie, kaffer, katoen] hamburger
broodje met gehakt 1938 [Sanders 1995] hamel*
gecastreerde ram 1376-1400 [
mnw
] {3.1/4.1.3}
hamer*
werktuig 801-850 [Künzel] {2.3}
hammondorgel
elektronisch muziekinstrument 1952 [
wnt
vibrato] {4.1.16}
hamster
knaagdier 1515 [Claes Tw. 12] hamsteren
voorraden inslaan voor tijden van schaarste 1917 [Slijper] hamvraag*
voornaamste kwestie 1953-1957 [Van Gelder 1993] {3.1}
hand*
lichaamsdeel aan uiteinde van arm 701-800 [Lex Salica] {2.2}
handboek*
leidraad 1513 [Bibliotheca 1954, nr. 430]
handel*
kopen en verkopen 1573 [Plantijn]
handelen*
doen, behandelen 1236 [
cg i
1, 29]
handelen*
handel drijven 1573 [
wnt
handhaven
in stand houden 1599 [Kil.] handicap
belemmering, gebrek 1929 [
kwt
] handlanger
die een ander bijstaat bij verboden handelingen 1787-1789 [
wnt
] handling
handelingen m.b.t. de afwerking na de productie 1999 [
gvd
] handschoen*
kledingstuk voor de hand 1286 [
cg
I2, 1173] {1.2.4/3.1}
handvest*
stuk met rechtsbeginselen 1528 [Hs
kbh
129.E.2, Hoorn]
hangar
overdekte bergplaats 1895 [Broeckaert] hangbrug*
vaste brug waarvan het dek aan kabels hangt 1844 [
wnt
ketting]
hangen*
aan bovenkant bevestigd door eigen zwaarte neerwaarts gehouden worden 1100 [Willeram]
hangende*
voorzetsel 1626 [
wnt
] {4.2}
hangijzer
ijzer waaraan iets hangt 1278 [
cg i
Gent]
hangmat
hangend net om in te liggen 1627 [Van DonselaarTw. 8] hannes
sukkel 1620 [
wnt
hannesen
knoeien 1858 [
wnt
hansom
tweewielig rijtuigje 1886 [
kku
] hansop
wijd kledingstuk, m.n. als nachtkleding 1725 [
wnt
hansworst
potsenmaker 1732 [
wnt
] hanteren
omgaan met, (werktuig) gebruiken 1286 [
cg
I2, 1130] Hanze
koopmansgilde 1233 [Slicher] haperen*
blijven steken 1351-1400 [
mnw
] {3.1}
haplologie
weglating van een lettergreep 1950 [
gvd
happen*
bijten 1588 [Claes] {3.1}
happening
manifestatie 1965 [R75] happig*
gretig 1625 [
wnt
waarnemen]
happy
gelukkig 1951 [Aanv
wnt
] hapsnap*
onregelmatig 1976 [
gvd
] {1.2.2/3.1}
haptonomie
de wetenschap der affectiviteit 1991 [
wp
harakiri
zelfmoord 1877 [
wp
, dl. 9, 44] hard*
moeilijk samen te drukken, te verbrijzelen, te buigen; luid, meedogenloos 901-1000 [
wps
hardboard
houtvezelplaat 1954 [De Vooys] harddrug
verslavende drug 1973 [R75] harder*
beenvis 1286 [
cg
I2, 1173]
hardhandig*
ruw 1841 [
wnt
] {3.1}
hardnekkig*
halsstarrig 1357 [
mnw
hardrock
harde rockmuziek 1984 [
gvd
] [pagina 962]
[p. 962]
hardvochtig*
ongevoelig 1785 [
wnt
] {1.2.3}
hardware
computerapparaten 1969 [Dijkman, Computer-
abc
24] harem
vrouwenverblijf, vrouwen en bijzitten van een moslim 1792 [
wnt
vrouw] haren*
een zeis scherpen 1343-1346 [
mnw
haring*
beenvis 1101-1200 [Rey] {2.2}
haringbuis
schip voor haringvangst 1521 [
wnt
konvooieeren] {4.1.11}
hark*
tuingereedschap 1420 [Claes]
harlekijn
hansworst 1653 [
wnt
] harmattan
verschroeiende West-Afrikaanse wind 1847 [
kku
] harmonica
toetsinstrument 1824 [
wei
] harmonie
eendracht 1330 [
mnw
] harmonisatie
het harmoniseren 1931 [Aanv
wnt
] harmonium
toetsinstrument 1869 [Aanv
wnt
] harnas
wapenrusting 1250 [
cg ii
1 Trist.] harp*
snaarinstrument 1240 [Bern.] {4.1.16}
harpoen
geweerhaakt werptuig 1287 [
cg
NatBl] harrewarren*
krakelen 1676 [
wnt
] {3.1}
hars
kleverige stof uit naaldbomen 1285 [
cg
Rijmb.] hart*
spier die bloedsomloop regelt 901-1000 [
wps
] {1.2.5}
harten*
kleur in kaartspel 1612 [
wnt
klaveren
] {4.1.18}
hartenbeest
herkauwer 1652-1662 [
wnt
] hartstikke*
bijwoord van hoedanigheid 1839 [
wnt
hartstocht*
passie 1599 [
wnt
hartstrek]
hartsvanger
jachtmes 1731 [
wnt
] hasjiesj
bedwelmend genotmiddel 1838 [Heldring, De jenever erger dan de cholera] haspel*
toestel om garen op te winden 1486 [
mnw
] {3.1}
hassebassen*
kibbelen 1605 [
wnt
] {3.1}
hatchback
vijfde deur van een auto 1978 [Picarta: titel van P.H. Olving] haten*
sterke afkeer voelen 901-1000 [
wps
hatsiekidee*
tussenwerpsel: reactie op iets onverwachts 1984 [
gvd
] {4.3}
hatsjie*
tussenwerpsel: geluid van het niezen 1950 [
gvd
] {3.1}
hattrick
het maken van drie doelpunten achter elkaar 1940 [De Telegraaf 3/6, 6b] hausmacher
soort van leverworst 1986 [
koe
] {4.1.6}
hausse
het rijzen van prijzen, opleving 1847 [
kku
] hautain
hooghartig 1540 [Aanv
wnt
] hauw*
type vrucht 1287 [
cg
NatBl]
havanna
sigaar 1839 [
wnt
somber] have*
bezit 1237 [
cg i
1, 32]
haveloos*
armoedig 1677 [
wnt
] {1.1/1.2.3}
haven*
ligplaats voor schepen 1240 [Bern.]
havenen*
beschadigen 1676 [
wnt
haver*
korensoort 1280 [
cg i
1, 509] {4.1.2}
havik*
roofvogel 1287 [
cg
NatBl]
hazard
kans, geluk 1484 [
mnw
] hazelaar
struik 1546 [Naembouck]
hazelworm*
hagedis 1862 [
wnt
hazenpeper
gerecht van hazenvlees 1778 [
wnt
] {4.1.6}
hazewind*
hondensoort 1376-1400 [
mnw
] {4.1.3}
H-bom
waterstofbom 1955 [Stoop] hè, hé*
tussenwerpsel: uitroep om aandacht of bevestiging te krijgen 1612 [
wnt
] {4.3}
headbangen
heftig het hoofd heen en weer bewegen op harde rockmuziek 1985 [De Coster 1999] headhunter
iem. die kaderpersoneel selecteert 1987 [De Coster 1999] hearing
hoorzitting 1946 [De Vooys] heat
manche 1968 [
kwt
] heavy
zwaarwichtig 1984 [De Coster 1999] heavy metal
vorm van hardrock 1984 [De Coster 1999] hebben*
bezitten, hulpwerkwoord 901-1000 [
wps
hebbes*
tussenwerpsel: daar heb ik 't 1937 [Aanv
wnt
] {4.3}
hebraïcus
kenner van het Hebreeuws 1847 [
kku
] hecatombe
offer, slachting 1605 [Aanv
wnt
] hecht*
stevig 1750 [
wnt
hecht
vi
hechten*
bevestigen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
hechtenis*
gevangenschap 1471 [
hws
] {3.1}
hectare
vlaktemaat 1814 [
wnt
voerling] hectisch
gejaagd 1962 [Aanv
wnt
] hectogram
100 gram 1802 [
wnt
hectometer] hectoliter
100 liter 1802 [
wnt
liter] hectometer
100 meter 1802 [
wnt
] [pagina 963]
[p. 963]
heden*
bijwoord van tijd: vandaag 901-1000 [
wps
] {1.3/4.1.7}
heden*
tussenwerpsel: uitroep van verwondering of schrik 1662 [
wnt
] {4.3}
hedonisme
leer dat genot het hoogste goed is 1847 [
kku
] hedsjra
de migratie van Mohammed uit Mekka naar Medina 1847 [
kku
] heel*
ongeschonden, volledig 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
heel*
bijwoord van hoedanigheid: zeer 1617 [
wnt
heemkunde
streekgeschiedenis 1945 [Aanv
wnt
] heemraad*
college van raadslieden 1155 [Slicher 119] {2.4/3.1}
heen*
bijwoord van plaats: weg 1287 [
cg
NatBl]
heengaan*
weggaan 1599 [
wnt
kil] {1.2.1}
heengaan*
sterven 1635 [
wnt
] {4.4}
heer*
leger 850 [Künzel] {2.3/4.1.14}
heer*
naam en titel van mannelijk persoon 901-1000 [
wps
] {1.2.3}
heer*
naam van een speelkaart 1717 [
wnt
] {4.1.18}
heerlijk*
prachtig, aangenaam 1200 [
cg ii
1 Servas]
heeroom*
gemoedelijke benaming voor een pastoor 1528 [
wnt
] {3.1}
heersen
regeren 1348 [
mnw
] hees*
schor 901-1000 [
wps
heester*
struik 1210 [Rey] {2.2}
heet*
zeer warm 901-1000 [
wps
heffen*
omhoog brengen 1200 [
cg ii
1 Servas] {1.3}
hefnerkaars
eenheid van lichtsterkte 1907 [
wnt
watt]
heft*
handvat 1480 [
mnw
heftig
onstuimig 1542 [Dasypodius] heg*
haag 1100 [Willeram]
hegemonie
overwicht van een staat 1847 [
kku
] heibel
drukte, ruzie 1903 [Aanv
wnt
] heide*
plant, grond met heideplant begroeid 1240 [Bern.]
heiden*
ongelovige 1200 [
cg ii
1 Servas] {4.1.8}
heien*
in de grond stampen 1350 [
mnw
heiig*
wazig (van de lucht) 1840 [
wnt
heikel
netelig 1972 [Aanv
wnt
] heil*
welzijn, redding 901-1000 [
wps
Heiland
Zaligmaker 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] heilbot*
beenvis 1476-1500 [
hws
heilgymnastiek
fysische therapie 1912 [
kku
] heilig*
verheven 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
heiligbeen*
een bekkenbeen 1718 [
wnt
heim, heem*
woonplaats 709 [Claes] {2.3/3.1}
heimelijk*
geheim, verborgen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
heimwee
verlangen naar geboortegrond 1689 [Vd Sijs 1998, 124] heinde*
bijwoord van plaats: dichtbij 1440 [
mnw
heining*
schutting 1401-1500 [
mnw
heisa*
drukte 1912 [
wnt
z.j.]
heitje
Bargoens: kwartje 1860 [Aanv
wnt
] hek*
rastering 1227 [Tavernier] {2.4}
hekel*
vlaskam 1485 [
mnw
] {3.1}
hekel*
afkeer 1785 [
wnt
hekelen*
over de hekel halen 1485 [
mnw
heks
tovenares 1562 [Claes] hel*
onderwereld 901-1000 [
wps
hel*
schel, fel 1477 [Teuth.] {4.1.5}
hela*
tussenwerpsel: uitroep om aandacht te trekken 1800 [
wnt
voorman
ii
] {4.3}
helaas
tussenwerpsel: uitroep van smart 1548 [
wnt
] held*
dapper iemand 1250 [
cg ii
1 Trist.]
helder*
klaar, duidelijk 1573 [
wnt
] {4.1.5}
heleboel*
onbepaald telwoord 1785 [
wnt
] {4.2}
helegaar*
bijwoord van hoedanigheid: geheel en al 1785 [
wnt
heelemaal] {1.2.4}
helemaal*
bijwoord van hoedanigheid: geheel en al 1784 [
wnt
witten] {1.2.4}
helen*
genezen 1100 [Willeram]
helen*
verbergen (ook van gestolen goed) 1562 [Dict. Tetraglotton 104B]
helft*
elk der beide gelijke delen waarin iets verdeeld is 1236 [
cg i
1, 23] {4.2}
helikopter
hefschroefvliegtuig 1900 [Aanv
wnt
] heliocentrisch
met de zon als middelpunt 1763 [Aanv
wnt
heliotroop
plantengeslacht 1854 [
wnt
] helium
chemisch element 1882 [Aanv
wnt
] hellebaard*
blank wapen 1429 [
mnw
] {4.1.14}
hellen*
schuin aflopen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
hellenisme
de Griekse beschaving na het instorten van Alexanders rijk 1847 [
kku
] heller
munt 1400 [
mnw
] helleveeg*
feeks 1567 [Claes]
helm*
hoofddeksel 1080 [Rey] {2.2/3.1/4.1.14/5}
helm*
duinplant 1500 [
mnw
[pagina 964]
[p. 964]
helmstok*
stok die het roer beweegt 1465 [
mnw
heloot
Spartaanse horige 1824 [
wei
] helpdesk
bureau vanwaaruit ondersteuning aan cliënten wordt geboden 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 15] helpen*
bijstaan 901-1000 [
wps
hem*
buitendijks land 1182-1206 [Slicher] {2.4}
hem*
persoonlijk voornaamwoord 1200 [
cg ii
1 Servas] {4.2}
hemd*
onderkledingstuk 1240 [Bern.]
hemel*
firmament 901-1000 [
wps
hemelsbreed*
zeer breed, zeer veel 1677 [
wnt
] {4.4}
hemisfeer
halve bol 1650 [
mey
] hemofilie
bloederziekte 1924 [
gvd
] hemorroïden
aambeien 1847 [
kku
] hemostase
bloedstolling 1976 [
gvd
] hen*
hoendervogel 1240 [Bern.] {4.1.6}
hen*
persoonlijk voornaamwoord 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.2}
hendel
hefboom 1852 [
wnt
] hendiadys
stijlfiguur 1832 [
wei
] <
me
Latijn
hengel*
vistuig 1440 [
mnw
] {3.1}
hengsel*
beugel, scharnier 1285 [
cg i
Dordrecht]
hengst*
mannelijk paard 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
henna
oranjerood kleurmiddel 1847 [
kku
] hennep
plant 1343-1346 [
mnw
] henry
eenheid van zelfinductie 1950 [
gvd
hepatitis
geelzucht 1734 [HubWes] her*
bijwoord van plaats: hierheen 1180 [Rey] {2.2}
heraldiek
wapenkunde 1824 [
wei
] heraut
aanroeper 1340-1350 [
mnw
] herbarium
verzameling gedroogde planten 1770 [Aanv
wnt
] herberg*
logement 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
herbergier
waard 1451-1500 [
mnw
] {4.1.13}
herbicide
onkruidverdelger 1961 [
gvd
herbivoor
planteneter 1872 [Aanv
wnt
herder*
hoeder van een kudde 1240 [Bern.] {4.1.13}
herdershond*
hondensoort 1811 [
wnt
] {4.1.3}
herderstasje*
plantje 1668 [
wnt
hereditair
erfelijk 1572 [Aanv
wnt
] heremiet
kluizenaar 1240 [Bern.] heremijntijd*
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1855 [
wnt
] {4.3}
herenboer*
heer die uit liefhebberij het boerenbedrijf uitoefent 1877 [
wnt
] {3.1/4.1.13/5}
herfst*
najaar 1050 [
cg ii
1, 122] {1.1/4.1.7}
herfstmaand*
september 1050 [
cg ii
1, 122] {3.1/4.1.7}
herfsttij*
laatste (levens)fase 1919 [Huizinga, Hersttij der
me
] {4.4}
herinneren
doen terugdenken aan 1599 [Kil.] hermafrodiet
tweeslachtig wezen 1596 [Linschoten 61] hermandad
politie 1824 [
wei
] hermelijn
marterachtige 1287 [
cg
NatBl] <
me
Latijn {4.1.3}
hermeneutiek
theorie van de exegese 1734 [HubWes] hermetisch
volkomen dicht 1778 [
wnt
] hernhutter
lid van een christelijke sekte 1781 [
wnt
] hernia
uitstulping van tussenwervelschijf, ingewandsbreuk 1552 [Toll.] heroïek
heldhaftig 1599 [Van Meteren, Historien 268] heroïne
bedwelmende stof 1928 [Oosthoek's geïll. enc.] heroïsch
heldhaftig 1847 [
kku
] herpes
huidziekte 1825 [
wnt
hoofdzeer] herrie
lawaai 1806 [
wnt
] herrijzenis*
wederopstanding 1852 [
wnt
] {3.1}
hersenen*
deel van centrale zenuwstelsel 1240 [Bern.]
hersengymnastiek
oefening in logisch denken 1912 [
wnt
z.j.]
hert*
herkauwer 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
hertog*
adellijke titel 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] {1.2.3}
hertz
eenheid van trillingen 1948 [Aanv
wnt
hervormd
protestant 1773 [
wnt
gereformeerd] {4.1.8}
hes
kiel 1851 [
wnt
hesp*
(hieltje van een) ham 1252 [
mnw
] {4.1.6}
het*
persoonlijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
het*
lidwoord 1370 [Vd Toorn, Gesch. Ned. Taal 219] {4.2}
heten*
de naam dragen 1200 [
cg ii
1 Servas]
heterofiel
seksueel op het andere geslacht gericht 1970 [Recht voor raap]
heterogeen
ongelijksoortig 1788 [
wnt
uitvullen] [pagina 965]
[p. 965]
hetman
aanvoerder van de kozakken 1833 [
wnt
] hetze
lastercampagne 1919 [
kwt
] hetzij*
nevenschikkend voegwoord 1407 [
mnw
] {4.2}
heugen*
herinnerd worden 1330 [
mnw
heulen*
samenspannen 1590 [
wnt
heup*
gewricht tussen bovenbeen en romp 1240 [Bern.]
heuristiek
leer van het vinden 1847 [
kku
heus*
hoffelijk 1406 [
mnw
heus*
werkelijk 1866 [
wnt
heuvel*
verheffing van aardbodem 901-1000 [
wps
] {3.1}
hevel*
gebogen buis om vloeistoffen over te tappen 1736 [
wnt
] {3.1}
hevig*
sterk, erg 1100 [Willeram]
hexaëder
zesvlak 1669 [
mey
] hexameter
versmaat 1655 [
wnt
maat
ii
] hezbollah
(lid van) een radicale islamitische groepering 1989 [Philippa, Koffie, kaffer, katoen] hiaat
leemte 1860 [
wnt
] hibiscus
plantengeslacht 1911 [
wnt
uur
] hidrotica
zweetmiddelen 1734 [HubWes] hiel*
achterste deel van voet 1285 [
cg
Rijmb.]
hiep, hiep, hoera
tussenwerpsel: uitroep bij verjaardag 1845 [
wnt
] hier*
bijwoord van plaats 1236 [
cg i
1, 21]
hiërarchie
rangorde 1350 [
mnw
] <
me
Latijn
hiëroglief
teken van beeldschrift 1804-1808 [
wnt
sleutel] highbrow
intellectueel 1947 [De Vooys] hij*
persoonlijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
hijgen*
kort ademhalen 1351 [
mnw
] {3.1}
hijsen*
naar boven trekken 1645 [
wnt
] {3.1}
hikikomori
het zichzelf opsluiten van jongeren 2000 [Internet: tkmst.nl] hikken*
de hik hebben 1573 [
wnt
] {3.1}
hil*
hoogte 1188 [Claes] {2.3}
hilariteit
vrolijkheid 1650 [
mey
] hillebil*
draaigat (meisje) 1654 [
wnt
] {3.1}
hinde*
wijfje van hert 822-825 [Künzel] {2.3/4.1.3}
hinder*
overlast 1297 [
cg
I4, 2412]
hindernis*
belemmering 1256-1370 [
mnw
] {3.1}
hindoe
aanhanger van het hindoeïsme 1822 [Van Wijk, Alg. Aardrijkskundig Wrdb. dl. 2, 569] hinkelen*
op één been voortspringen 1599 [
wnt
] {1.2.6/4.1.18}
hinken*
mank gaan 1301-1400 [
mnw
hinniken*
het natuurlijke geluid van paarden maken 1630 [
wnt
] {3.1}
hint
wenk 1903 [Prick 1903] hip
vlot 1966 [Aanv
wnt
] hiphop
stroming in de popmuziek 1984 [De Coster 1999] hippen*
springen 1724 [
wnt
hippie
jong, non-conformistisch persoon 1968 [R75] hippisch
m.b.t. paarden 1897 [
koe
hippopotamus
hoefdier 1773 [
wnt
waterzwijn] hiragana
Japans cursief lettergreepschrift 1877 [
wp
, dl. 9, 52] histamine
bloedvaten verwijdende stof 1941 [Holleman, Leerboek der organische chemie 364]
historicus
geschiedkundige 1770 [
wnt
trouwheid] historie
verhaal, geschiedverhaal 1240 [Bern.] historiografie
geschiedschrijving 1845 [Aanv
wnt
historisch
geschiedkundig 1607 [
wnt
applicatie Suppl]
hit
paardje 1778 [
wnt
] {4.1.3}
hit
succesnummer 1924 [Aanv
wnt
] hitparade
overzicht van de best verkochte muzieknummers 1956 [Enc. van de muziek] hitsig
vurig 1442 [
hws
] hitte*
sterke warmte 1240 [Bern.]
hittepetit*
bedrijvig persoontje 1855 [De Navorscher] {3.1}
hiv
virus dat aids veroorzaakt 1989 [De Coster 1999] hm, hum*
tussenwerpsel: uitroep van twijfel of om aandacht te trekken 1561 [
wnt
] {4.3}
ho*
tussenwerpsel: uitroep om iets te stoppen 1540 [
mnw
] {4.3}
hobbel*
oneffenheid 1546 [Naembouck]
hobbelen*
schommelend bewegen 1477 [Teuth.] {3.1}
hobbelpaard*
houten paard als speelgoed 1784-1785 [
wnt
] {4.1.18}
hobbezak
lomp persoon 1735 [
wnt
hobby
liefhebberij 1896 [
kwt
] hobo
blaasinstrument 1714 [
wnt
] hobo
zwerver 1984 [
gvd
] [pagina 966]
[p. 966]
hockey
veldsport 1892 [Amsterdamsche Hockey- en Bandyclub] hocus-pocus
toverformule: tussenwerpsel 1644 [
wnt
] {3.1/4.3}
hoe*
bijwoord van hoedanigheid: op welke wijze 901-1000 [
wps
hoed*
hoofddeksel 1253 [
cg ii
1 Gezondh.] {4.1.9}
hoedanig*
vragend en betrekkelijk voornaamwoord 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
hoede*
bewaking, waakzaamheid 1253 [
cg ii
1 Gezondh.]
hoeden*
beschermen 901-1000 [
wps
hoef*
hoornschoen 1287 [
cg
NatBl]
hoefdier*
zoogdier met hoeven 1921 [
wnt
zwijn]
hoek*
ruimte tussen twee lijnen of vlakken 1177-1187 [Claes] {2.3}
hoela
dans 1961 [
gvd
] hoelahoep
hoepelspel 1958 [R75] hoelman
hondsaap 1914 [
gvd
] {4.1.3}
hoempa*
straatmuzikant 1881 [
kui
hoen*
hoendervogel 1279 [
cg i
1, 443] {4.1.6}
hoepel*
band om vaatwerk 1728 [
wnt
] {3.1}
hoepelen*
met een hoepel spelen 1682 [Cock en Teirlinck, Kinderspel 53] {4.1.18}
hoepla*
tussenwerpsel: uitroep bij beweging 1912 [
wnt
z.j.] {3.1}
hoer*
prostituee 1240 [Bern.] {4.1.13}
hoera
tussenwerpsel: vreugdekreet 1816 [
wnt
] hoeri
maagd in islamitisch paradijs 1824 [
wei
] hoes
overtrek 1343-1344 [
mnw
] hoest*
uitstoting van lucht met keelgeluid 1253 [
cg ii
1 Gezondh.]
hoeve*
boerderij 889 [Slicher] {2.4}
hoeveelheid*
aantal 1599 [
wnt
hoeven*
nodig hebben of zijn 1588 [Claes]
hoewel*
onderschikkend voegwoord 1436-1443 [
mnw
] {4.2}
hoezee
tussenwerpsel: vreugde- of aanmoedigingskreet 1748 [
wnt
] hoezenpoes*
afbeelding van aantrekkelijke vrouw op platenhoes 1960 [Discografie van repertoire Schmidt] {3.1/4.4}
hof*
omheind stuk grond 976 [Claes] {2.3}
hof*
omgeving van een vorst 1200 [
cg ii
1 Servas]
hof*
rechtbank 1240 [Bern.]
hofnar
nar die koninklijk hof moet vermaken 1599 [
wnt
] hogesnelheidstrein
trein voor de grote afstand die meer dan 200 km/u rijdt 1986 [De Coster 1999] {4.1.10}
hoi*
tussenwerpsel: groet 1956 [Aanv
wnt
] {4.3}
hok*
bergruimte 1567 [Claes] {3.2}
hol*
leeg 918-948 [Claes] {2.3}
hol*
grot 1240 [Bern.]
hola
tussenwerpsel: uitroep om iets te stoppen 1516 [
hws
] holderdebolder*
bijwoord van tijd: halsoverkop 1665 [
wnt
] {3.1}
holisme
biologisch-filosofische leer 1950 [Banning, Enc. handboek van het moderne denken 313]
hollanditis
verzet tegen plaatsing van kernwapens 1981 [De Coster 1999] hollen*
rennen 1484 [
mnw
hollerithsysteem
administratiesysteem met ponskaarten 1948 [
kwt
] holmium
chemisch element 1947 [Holleman, Leerboek der organische chemie 678] holocaust
moord op het joodse volk in
wo ii
1966 [Aanv
wnt
] Holoceen
geologisch tijdperk 1927 [Aanv
wnt
] holster*
vuurwapenfoedraal 1678 [
wnt
hom
zaad van vis 1567 [
wnt
] homeopathie
geneeswijze 1824 [
wei
] homepage
eerste pagina van een website met algehele informatie 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 15] hometrainer
toestel om thuis op te oefenen 1976 [
gvd
] {1.2.5/3.3}
hommage
eerbetoon 1548 [Aanv
wnt
] hommel*
mannetjesbij 1301-1350 [
mnw
] {3.1/5}
hommeles*
ruzie 1653 [
wnt
hommer
zeekreeft 1872 [
gvd
] homo
persoon met seksuele gerichtheid op personen van hetzelfde geslacht 1933 [Aanv
wnt
] homofiel
homoseksueel 1961 [
gvd
homofonie
het gelijk-klinken 1832 [
wei
] homogeen
van dezelfde aard 1824 [
wei
] homoloog
overeenstemmend 1824 [
wei
] homoniem
gelijkluidend woord met verschillende betekenissen 1847 [
kku
] homoseksueel
gericht op seksuele omgang met personen van hetzelfde geslacht 1892 [Kunst en Schutte, Lesbiaans]
homosueel
homoseksueel 1987 [Kuitenbrouwer]
homp*
stuk, brok 1573 [Claes]
[pagina 967]
[p. 967]
hond*
hondachtige 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
hond*
landmaat van 100 roeden 1130-1161 [Slicher] {2.4}
honderd*
telwoord 1236 [
cg i
1, 25] {4.2}
hondsdagen*
warmste tijd van het jaar 1485 [
mnw
] {4.1.7}
hondsdraf*
plantengeslacht 1642 [
wnt
] {1.2.4}
hondsvot
scheldwoord 1580 [
wnt
] honen*
smaden 1080 [Rey] {2.2}
honen
binnenomtrek slijpen 1961 [
gvd
] honger*
eetlust 901-1000 [
wps
honing*
stof door bijen uit bloemvocht bereid 901-1000 [
wps
honk*
thuis, vrijplaats bij kinderspelen 1401-1450 [
mnw
] {3.2/4.1.18}
honky-tonk
metalige pianomuziek 1980 [Picarta: titel van de Basispers, Utrecht] honneponnig*
snoezig 1935 [
wnt
vitrine] {3.1}
honorabel
eervol 1589 [Aanv
wnt
] honorair
ere- 1775 [Aanv
wnt
] honorarium
geldelijke vergoeding 1614 [
wnt
wijd
] honoreren
belonen, als geldig erkennen 1561 [Aanv
wnt
] hoofd*
kop 901-1000 [
wps
hoofd*
leider 1285 [
cg
Rijmb.]
hoofs*
vormelijk 1240 [Bern.]
hoog*
boven een ander punt, verheven 1130-1161 [Künzel] {2.3}
hoogaars
vissersschip 1688 [
wnt
] {4.1.11}
hoogmoed*
trots 1470 [
mnw
hoogoven
hoge smeltoven 1823 [
wnt
] hoogseizoen
drukste tijd van het jaar 1962 [
wnt
repatriatie] hoogspanning
elektrische spanning boven 600 volt 1907 [
wnt
vereffenen] hoogstens
bijwoord: op zijn hoogst, meest 1802 [
wnt
hoogst] hoogte*
afmeting in verticale richting 1452-1501 [
mnw
] {3.1}
hooi*
gedroogd gras 1050 [
cg ii
1, 122]
hooimaand*
juli 1050 [
cg ii
1, 122] {3.1/4.1.7}
hooimijt
stapel hooi 1872 [
gvd
hooked
verslaafd 1978 [De Coster 1999] hooligan
voetbalvandaal 1985 [De Coster 1999] hoon*
smadelijke bejegening 1287 [
cg
NatBl]
hoop*
verwachting 1240 [Bern.]
hoop*
stapel (dingen), massa (mensen of dieren) 1283 [
cg i
1, 732]
hoop*
uitwerpselen 1605 [
wnt
] {4.4}
hoor*
tussenwerpsel: ter bevestiging van een uitspraak 1781 [
wnt
hooren] {4.3}
hoorn*
uitsteeksel aan dierenkop 901-1000 [
wps
hoorn*
blaasinstrument 1300 [
mnw
] {4.1.16}
hoorndol*
razend, stapelgek 1555 [
wnt
hoorndrager*
iem. die door zijn echtgenote wordt bedrogen 1599 [
wnt
hoos*
wervelwind als een slurf 1610 [
wnt
] {4.1.1}
hop*
scharrelaarachtige 1270-1290 [
mnw
] {3.1}
hop*
klimplant 1376-1400 [
hws
] {1.1}
hop*
inham 1401-1450 [
mnw
hopen*
wensen, verwachten 1240 [Bern.]
hopje*
handelsnaam voor een bepaald snoepje 1855 [
wnt
pepermunt] {4.1.6}
hopla*
tussenwerpsel: uitroep bij beweging 1850 [
wnt
toom
] {3.1}
hopman
kapitein 1556 [
wnt
] hopper
baggervaartuig 1905 [
wnt
] hor*
gaas voor raam tegen insecten 1599 [Kil.]
horde
bende 1622 [
wnt
] horeca
bedrijfsgroep van hotel-, restauranthouders e.d. 1940 [Picarta: titel van A.C. de Vooijs] horig*
onderworpen 701-800 [Lex Salica] {2.2}
horizon
gezichtseinder 1598 [
wnt
] hork
lomperd 1900 [
wnt
] horlepijp
dans van één persoon 1839 [Toll.] {4.1.15}
horloge
zakuurwerk, polshorloge 1688-1696 [
wnt
] hormoon
inwendig afgescheiden stof 1912 [
kku
] horn*
in het water uitspringende hoek land 838 [Künzel] {2.3}
horoscoop
punt van ecliptica tijdens geboorte-uur, waaruit de toekomst blijkt 1626 [
wnt
] horrelvoet*
misvormde voet 1715 [
wnt
horreur
afschuw 1650 [
mey
] horror
afschuw 1847 [
kku
] hors
beenvis 1862 [
wnt
hors*
zandplaat 1862 [
wnt
hors d'oeuvre
voorgerecht 1824 [
wei
] horse
heroïne 1989 [Peptalk] horst*
roofvogelnest 1547 [
wnt
hort
korte stoot 1350 [
mnw
hortensia
sierheester 1844 [
wnt
vermoedelijk] horticultuur
tuinbouw 1847 [
kku
hortologie
tuinbouwkunde 1847 [
kku
hortus
tuin 1765 [
wnt
] [pagina 968]
[p. 968]
horzel*
insect 1180 [Rey] {2.2/3.1}
hosanna
tussenwerpsel: heil 1824 [
wei
] hosklos*
lomp persoon 1871 [
wnt
] {3.1}
hospes
persoon bij wie men op kamers woont 1692 [
wnt
] hospita
kostjuffrouw 1646 [
wnt
wen
ii
] hospitaal
militair ziekenhuis 1662 [
wnt
] hospitant
aanstaand leraar die lessen bijwoont 1964 [Aanv
wnt
] hospitium
gastverblijf 1847 [Aanv
wnt
] hossebossen*
op en neer gaan bij het rijden 1637 [
wnt
] {3.1}
hosselen
op illegale wijze geld voor drugs verkrijgen 1984 [
gvd
] hossen
elkaar arm in arm vasthoudend dansen 1897 [
wnt
hotsen] {1.2.4}
hostess
gastvrouw in vliegtuigen e.d. 1959 [Aanv
wnt
] hostess
chique prostituee 1989 [Peptalk] hostie
offerbrood 1282 [
cg i
1, 643] hot*
bijwoord van richting: rechts (bij voerlieden) 1550 [
mnw
hotdog
broodje knakworst 1951 [De Vooys] hotel
logement 1855 [
wnt
] hoteldebotel
dol 1935 [De Coster 1998] hotemetoot
hoge piet 1896 [
wnt
] hotpants
type shorts voor vrouwen 1971 [R75] hotsen
schokken 1612 [
wnt
] hotshot
belangrijk persoon 1989 [Peptalk] houdbaar
duurzaam van levensmiddelen 1905 [
wnt
] houden*
niet afstaan, tegenhouden 901-1000 [
wps
houding*
wijze waarop men het lichaam houdt 1719 [Hannot&Hoogstraten]
houdoe*
tussenwerpsel: groet 1882 [Aanv
wnt
] {4.3}
house
stroming in de popmuziek 1987 [Sanders 1995] hout*
hard gedeelte van bomen 741 [Claes] {2.3}
houtje-touwtjejas
driekwartjas die sluit met houten staafjes 1955 [Stoop] {3.1}
houtsnede*
in hout uitgesneden voorstelling 1778 [
wnt
plaat]
houtvester
bosopzichter 1314 [
mnw
houw*
hak, slag 1170 [Rey] {2.2}
houwdegen
vechtersbaas 1900 [
wnt
] houweel
werktuig, bik 1296 [
cg i
Brugge] houwen*
slaan, afhakken 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
houwitser
vuurmond met kortere loop dan kanon 1663 [
wnt
] hovaardig*
hoogmoedig 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
hovercraft
amfibisch vaartuig 1967 [R75] hozen*
water scheppen 1588 [Claes]
hufter*
Bargoens scheldwoord: schoft 1927 [
wnt
soep]
hugenoot
Franse protestant 1565 [
wnt
] huichelen
veinzen 1562 [Deux-aes bijbel] huid*
vel 1100 [Willeram]
huidig*
tegenwoordig 1409 [
mnw
huif*
kap 1240 [Bern.]
huig*
lelletje in de keel 1301-1350 [
mnw
huik
mantel 1317 [
mnw
] huilebalk*
iem. die vaak huilt 1612 [
wnt
] {3.1}
huilen*
schreien, janken 1287 [
cg
NatBl] {1.3/3.1}
huis*
woning 893 [Claes] {1.2.3/1.3/2.3}
huisjesmelker*
verhuurder van slechte woningen 1866 [
wnt
huis]
huiveren*
rillen 1573 [Plantijn] {3.1}
huizenhoog*
zeer hoog 1677 [
wnt
] {4.4}
hulde*
eerbetoon 1784-1785 [
wnt
huldigen*
eer bewijzen 1654 [
wnt
] {3.1}
hulk
schip 1240 [Bern.] <
me
Latijn {4.1.11}
hulk
zeer sterke man 1994 [De Coster 1999] hullen*
wikkelen in 1330 [
mnw
hullie*
persoonlijk voornaamwoord 1882 [
wnt
verstoppen] {4.2}
hulp*
bijstand 901-1000 [
wps
huls
koker 1542 [Claes Tw. 12] hulst*
heester 710 [Claes] {1.2.4/2.3}
hum
goed humeur, schik 1912 [C. Veth, Prikkel-Idyllen
, 25] {1.1/1.2.4}
humaan
menslievend 1840 [
wnt
] humaan
(med.) van de mens afkomstig 1961 [
gvd
] humaniora
studiën die iem. tot mens maken 1823 [
wnt
volmaaktelijk] humaniteit
menselijkheid 1619 [
wnt
voorbedacht
] humbug
bluf 1901 [
wnt
] [pagina 969]
[p. 969]
humeur
gemoedsgesteldheid 1658 [
wnt
] hummel
jong kind 1887 [
wnt
] hummen*
‘hm’ zeggen 1539 [
wnt
] {3.1}
humor
scherts 1839 [Toll.] humoreske
kort humoristisch vertelsel 1912 [
kku
] humus
teelaarde 1828 [
wnt
water] hun*
verbogen vorm van het persoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.2}
hun*
bezittelijk voornaamwoord 1358 [
mnw
] {4.2}
hunebed
voorhistorische begraafplaats 1809 [
wnt
urn(e)]
hunkeren*
verlangen 1573 [Plantijn] {3.1}
hup*
tussenwerpsel: uitroep bij beweging 1904 [
wnt
] {3.1}
huppelen*
zich springend voortbewegen 1477 [Teuth.] {3.1/5}
huppen*
springen 1599 [Kil.]
hups
aardig 1477 [Teuth.] huren*
pachten 1240 [Bern.]
hurken*
met gebogen knieën op de eigen hielen zitten 1599 [Kil.]
husky
hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] hut
houten woning 1475 [
mnw
] hutselen*
door elkaar mengen 1599 [Kil.] {3.1}
hutsen*
hutselen 1351 [
mnw
hutspot
gerecht 1527 [
hws
] {4.1.6}
huttentut*
plant 1808 [
wnt
vlas
] {3.1}
huur*
pacht 1324-1341 [Stadb. Zwolle
huwelijk*
echtverbintenis 1236 [
cg i
1, 29]
huwen*
trouwen 1236 [
cg i
Gent] {1.3}
huzaar
soldaat van de ruiterij 1599 [Van Meteren, Historien 408] hyacint
bolplant 1608 [
wnt
] hybridisch
bastaard- 1847 [
kku
hybris
overmoed 1896 [Aanv
wnt
] hydra
slang 1552 [
wnt
uitwassen] hydraat
verbinding met water 1844 [Aanv
wnt
hydraulica
de leer der vloeistoffen 1736 [
wnt
watergoot] hydraulisch
waarbij van vloeistoffen gebruik gemaakt wordt 1740 [Aanv
wnt
] hydrocefaal
met een waterhoofd 1604 [
wnt
waterzucht] hydrofiel
vocht aantrekkend 1924 [
gvd
hydrografie
deel van de aardrijkskunde 1623 [Ruiters, Toortse der Zee-vaert
vi
] hydrometer
vochtweger 1824 [
wei
hyena
hyena-achtige 1552 [Toll.] hygiëne
gezondheidsleer 1642 [
wnt
gezond] hygrofyt
vochtminnende plant 1944 [Meltzer, Inleiding tot de plantensociologie 147]
hygrograaf
registrerende vochtigheidsmeter 1914 [
gvd
hygroscoop
vochtigheidsmeter 1847 [
kku
hymen
maagdenvlies 1604 [
wnt
vermengeling] hymne
lofzang 1350 [
mnw
] hype
overdreven publiciteit 1975 [
wp
jaarboek 1976] hyperbool
kegelsnede 1605 [
wnt
kegelsnede] hyperbool
overdrijving 1669 [
mey
] hypercorrect
foutief uit vrees voor onjuistheid 1950 [
gvd
hyperlink
tekstgedeelte dat een onderliggende verwijzing bevat 1991 [Sanders 2001 (dieplinken)] hypermetroop
verziend 1898 [
gvd
hypermodern
zeer modern 1912 [
wnt
hyper- z.j.]
hypertekst
koppeling van tekst, geluid en beeld 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 21] hypertrofie
abnormale gewichtstoeneming 1846 [Aanv
wnt
] hypnose
kunstmatige slaap 1903 [
wnt
water] hypochondrie
zwaarmoedigheid 1771 [H.J. Vieu-Kuik, in ts. De Rhapsodist 1956, 50] hypocriet
huichelaar 1240 [Bern.] hypofyse
hersenaanhangsel 1906 [Aanv
wnt
] hypotensie
lage bloeddruk 1961 [
gvd
hypotenusa
schuine zijde van rechthoekige driehoek 1631 [
wnt
rechthoekig] hypotheek
geldlening voor onroerend goed 1503 [Claes Tw. 12] hypothermie
ondertemperatuur 1961 [
gvd
hypothese
nog te bewijzen stelling 1568 [Kool] hysterectomie
operatieve verwijdering van de baarmoeder 1895 [Picarta: titel van S.R. Brouwer]
hysterie
zenuwziekte 1847 [
kku
] iatrosofie
alternatieve geneeswijze 1993 [De Coster 1999]
ibidem
bijwoord: ter zelfder plaatse 1824 [
wei
] ibis
reigerachtige 1240 [Bern.] [pagina 970]
[p. 970]
ichneumon
civetkat 1761 [
wnt
pharao] ichtyosaurus
voorhistorische vishagedis 1855 [
kku
ichtyosis
huidziekte met schubben 1847 [
kku
] iconoclast
beeldenstormer 1824 [
wei
] iconografie
beeldbeschrijving 1824 [
wei
] <
me
Latijn
icoon
voorstelling van Christus, Maria en/of de heiligen 1824 [
wei
] icoon
pictogram 1987 [De Coster 1999] icoon
iemand met grote invloed 1997 [De Coster 1999] ict
informatie- en communicatietechnologie 1997 [Internet: nrc.nl] ideaal
droombeeld 1784-1785 [
wnt
] ideaalbeeld
ideale voorstelling 1964 [Aanv
wnt
] idee
voorstelling, denkbeeld 1485 [
mnw
] ideëel
denkbeeldig 1871 [
wnt
] idem
bijwoord: de- of hetzelfde 1515 [
wnt
waal
ii
] identiek
gelijk(waardig) 1872 [Aanv
wnt
] identificeren
de identiteit vaststellen 1824 [
wei
] <
me
Latijn
identiteit
(persoons)gelijkheid 1824 [
wei
] ideologie
ideeënleer 1832 [
wei
] idioom
bijzondere eigenaardigheid van een taal 1824 [
wei
] idioot
gek 1857 [
wnt
] idiosyncrasie
aangeboren overgevoeligheid 1734 [HubWes] idioticon
dialectwoordenboek 1778 [Aanv
wnt
] idolaat
afgodisch 1784 [
wnt
] idolatrie
beeldendienst 1650 [
mey
] idool
afgod(sbeeld) 1462 [
hws
] idylle
dichterlijke schildering van eenvoudig leven 1784 [
wnt
uitlaten] iebel
naar, kregel 1961 [
gvd
] ieder
onbepaald voornaamwoord 1573 [Plantijn] iedereen*
onbepaald voornaamwoord 1636 [
wnt
] {4.2}
iegelijk*
onbepaald voornaamwoord 1240 [Bern.] {4.2}
iel*
dun 1596 [
wnt
kind]
iemand*
onbepaald voornaamwoord 1236 [
cg i
Gent] {1.2.4/4.2}
iep
loofboom 1567 [
wnt
] iets*
onbepaald voornaamwoord 1348 [
mnw
] {4.2}
ietsepietsje
kleinigheid 1984 [
gvd
] {3.1}
iezegrim*
brompot 1401-1450 [
mnw
iglo
hut van bevroren sneeuw 1886 [
kku
] ignoramus
een onwetende 1984 [
gvd
] i-grec
Griekse i, de letter y 1952 [
kwt
] I-ijzer
profielijzer met I-vormige doorsnede 1933 [
wnt
trog] ijdel*
vergeefs 901-1000 [
wps
ijdel*
verwaand 1463 [
mnw
ijdeltuit*
iemand die erg ijdel is 1501-1525 [
mnw
ijken
waarmerken 1285 [
cg i
Dordrecht] ijl*
leeg, dun, wazig 1809 [
wnt
voos
ijlen*
zich haasten, hard lopen 901-1000 [
wps
ijlen*
verward praten 1783 [Claes]
ijlhoofdig*
licht in het hoofd, onbesuisd 1641 [
wnt
ijs*
bevroren water 1240 [Bern.] {4.1.1}
ijs*
bevroren water of room als lekkernij 1793-1796 [
wnt
] {4.1.6}
ijsbeen
dijbeen in ham 1101-1200 [Tavernier] {2.4/4.1.6}
ijsbeer*
soort beer 1788 [
wnt
wegsnorren] {1.3/4.1.3}
ijsberen*
rusteloos heen en weer lopen 1897 [
wnt
wandelen] {1.2.2}
ijsco
ijsje 1928 [Andries de Rosa, in: Nu 1, 55] {4.1.6}
ijselijk*
verschrikkelijk 901-1000 [
wps
ijskast
kast waarin etenswaar koel gehouden wordt 1897 [
wnt
ijs] {1.2.1/4.1.9}
ijsvogel*
scharrelaarachtige 1287 [
cg
NatBl]
ijver
toewijding 1542 [Claes Tw. 12] ijzel*
dunne ijskorst na neerslag 1485 [
mnw
] {3.1/4.1.1}
ijzen*
gruwen 1285 [
cg
Rijmb.]
ijzer
chemisch element 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] ik*
persoonlijk voornaamwoord 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5/4.2}
ikebana
bloemschikkunst 1940 [Picarta: titel van A.L. Sadler] illegaal
onwettig 1824 [
wei
] illinium
chemisch element 1946 [Holleman, Leerboek der organische chemie 529] illuminatie
verlichting 1698 [
wnt
vreugdeteeken] illumineren
verlichten, versieren 1450-1500 [
mnw
] [pagina 971]
[p. 971]
illusie
zinsbegoocheling, droombeeld 1837 [
wnt
uitroeien] illusionist
goochelaar 1950 [Aanv
wnt
] illusoir
denkbeeldig 1895 [Broeckaert] illuster
doorluchtig 1553 [Aanv
wnt
] illustratie
het illustreren 1871 [
wnt
kindercourant] illustreren
met afbeeldingen voorzien, toelichten 1548 [
wnt
vatten] I love you-virus
gevaarlijk computervirus 2000 [Sanders 2001] image
voorstellingsbeeld 1963 [R75] imaginair
denkbeeldig 1637 [Aanv
wnt
] imago
voorstellingsbeeld 1961 [
wnt
] imam
islamitische gebedsvoorganger 1626 [Aanv
wnt
] imbeciel
zwakzinnig, onnozel 1650 [
mey
] imbroglio
verwikkeling 1847 [
kku
] imitatie
nabootsing 1650 [
mey
] imitator
nabootser 1847 [
kku
] imiteren
navolgen 1669 [
mey
] imker*
bijenhouder 1886 [
wnt
] {4.1.13}
immanent
inwonend 1824 [
wei
] immens
onmetelijk 1650 [
mey
] immensiteit
onmetelijkheid 1621 [Aanv
wnt
] immer*
bijwoord van tijd: altijd 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
immers*
bijwoord van modaliteit: toch 1530 [
mnw
] {3.1}
immigrant
inkomend landverhuizer 1865 [
kvw
] imminent
boven 't hoofd hangend 1824 [
wei
] immobiel
onbeweeglijk 1650 [
mey
] immuniteit
niet-onderworpen zijn aan wetten, onvatbaarheid 1545 [
wnt
kerk] immuun
onschendbaar, onvatbaar 1895 [
wnt
] i-mode
mobiele internettelefoon in Japan 1999 [Sanders 2001] impact
invloed 1966 [R75] impala
herkauwer 1961 [
gvd
] impasse
moeilijkheid zonder oplossing 1903 [Aanv
wnt
] impegno
borgstelling 1832 [
wei
] imperatief
gebiedende wijs 1576 [Colloquien oft tsamensprekingen (...) in ses spraken] imperator
opperbevelhebber 1575 [
wnt
wapen] imperfect
onvolmaakt 1539 [
wnt
uitwendigheid] imperiaal
keizerlijk 1553 [Aanv
wnt
] imperiaal
bagagerek op voertuig 1832 [
wei
] imperium
(keizer)rijk, oppermacht 1824 [
wei
] impertinent
onbehoorlijk 1784-1785 [
wnt
] implanteren
inplanten 1824 [
wei
] implementeren
verwezenlijken 1983 [R84] implicatie
verwikkeling in een zaak 1946 [Aanv
wnt
] impliceren
omvatten 1594 [Aanv
wnt
] impliciet
mede erin betrokken 1832 [
wei
] implosie
ontploffing naar binnen toe 1976 [
wp
imponderabilia
onweegbare zaken 1872 [
gvd
] imponeren
ontzag inboezemen 1923 [
wnt
vetzucht] importeren
invoeren 1824 [
wei
] importeren
computergegevens invoeren 1989 [
hcc
nieuwsbrief nov. 11, 47] imposant
indrukwekkend 1784 [Aanv
wnt
] impotent
niet in staat tot geslachtelijk verkeer 1824 [
wei
] impregneren
doordrenken 1847 [
kku
] impresario
ondernemer van toneelvoorstellingen e.d. 1847 [
kku
] impressie
indruk 1575 [Aanv
wnt
] impressionisme
kunststroming 1896 [
wnt
] imprimatur
verlof tot drukken 1824 [
wei
] improviseren
voor het ogenblik bedenken 1824 [
wei
] impuls
prikkel 1847 [
kku
] in*
voorzetsel 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5/4.2}
inbeelden, zich*
zich iets onmogelijks voorstellen 1595 [
wnt
inborst*
aard 1376-1400 [
mnw
inburgeren
opgenomen worden in een (taal)gemeenschap 1847 [Vd Sijs 1996] incapabel
onbekwaam 1630 [Aanv
wnt
] incarnatie
vleeswording 1252 [
mnw
] incasseren
in ontvangst nemen 1793-1796 [
wnt
] incasso
het incasseren 1847 [
kku
] incentive
aansporing 1984 [
gvd
] [pagina 972]
[p. 972]
incest
bloedschande 1503-1516 [Aanv
wnt
] inch
Engelse duim 1832 [
wei
] inchoatief
werkwoord dat begin van een handeling aangeeft 1633 [Ruijs] incident
(hinderlijk) voorval 1683 [
wnt
] incidenteel
bijkomstig 1840 [
wnt
appel
ii
] incisie
insnijding 1552 [Aanv
wnt
] inciviek
politiek onbetrouwbaar (persoon) 1961 [
gvd
] incluis
bijwoord: inbegrepen 1562-1592 [
mnw
] inclusief
met inbegrip van 1669 [
mey
] incognito
bijwoord: onder schuilnaam 1662 [
wnt
] incoherent
onsamenhangend 1824 [
wei
] incommunicado
geïsoleerd, van de buitenwereld afgezonderd 1996 [Vd Sijs 1996] incompatibel
onverenigbaar 1619 [De Jonge
iv
, 183] incompetent
onbevoegd 1599 [
wnt
] incongruent
niet overeenstemmend 1824 [
wei
] inconsequent
onlogisch 1824 [
wei
] incontinent
urine of ontlasting niet kunnende ophouden 1950 [
gvd
] incorporatie
opneming 1480 [
hws
] incorrect
onnauwkeurig, ongepast 1824 [
wei
] incrimineren
als schuld aanrekenen 1847 [
kku
] incubatie
broeiing 1824 [
wei
] incubator
broedmachine 1912 [
kku
] incunabel
wiegendruk 1824 [
wei
] indecent
onwelvoeglijk 1556 [
wnt
woord
] indemniteit
schadevergoeding 1570 [Aanv
wnt
] inderdaad*
bijwoord van modaliteit: werkelijk 1639 [
wnt
index
inhoudsopgave, verhoudingscijfer 1676 [
wnt
belasting] indicatie
aanwijzing 1824 [
wei
] indicatief
aantonende wijs 1576 [Colloquien oft tsamensprekingen (...) in ses spraken] indien*
onderschikkend voegwoord 1463 [
mnw
] {4.2}
indigestie
gestoorde spijsvertering 1793-1796 [
wnt
] indigo
blauwe kleur(stof) 1582 [
wnt
] indiscreet
onbescheiden 1480 [
mnw
criscer] indium
chemisch element 1901 [
kui
] individu
enkeling 1824 [
wei
] individualiteit
eigen aard 1824 [
wei
] indo
halfbloed 1898 [
gvd
indoctrineren
inprenten (van opvattingen) 1966 [Aanv
wnt
indolentie
lusteloosheid 1824 [
wei
] indoorgolf
binnenshuis gespeelde golf 1931 [
kwt
] in dorso
op de achterzijde 1612 [De Bruijn Tw. 10] indruk
uitwerking op de geest 1461 [
mnw
] in dubio
in twijfel 1638 [
wnt
inhulding] inductie
redeneren van het bijzondere naar het algemene 1863 [
wnt
] in duplo
in tweevoud 1808 [
wnt
archief] industrie
nijverheid, fabriekswezen 1864 [
wnt
] ineffectief
zonder voldoende uitwerking 1855 [
kku
] inert
traag 1824 [
wei
] inertie
traagheid 1650 [
mey
] in extenso
in zijn geheel 1832 [
wei
] in extremis
in de laatste ogenblikken 1511 [
wnt
weren
] infaam
schandelijk 1542 [
wnt
vervolgen] infante
koninklijke prinses 1598 [
wnt
] infanterie
wapen van de landmacht te voet 1588 [Claes] infantiel
kinderlijk 1950 [
gvd
] infarct
verstopping van de bloedtoevoer 1847 [Aanv
wnt
infecteren
besmetten 1550 [
wnt
woonstede] infectie
aansteking 1664 [
wnt
] inferieur
lager, minder 1650 [
mey
] inferioriteit
minderheid in rang 1669 [
mey
] inferno
hel 1874 [Aanv
wnt
] infiltreren
naar binnen siepelen, binnendringen 1847 [
kku
] infinitesimaalrekening
differentiaal- en integraalrekening 1824 [
wei
] infinitief
onbepaalde wijs 1625 [Ruijs] infix
tussengevoegd element 1974 [Elseviers Nederlands wrdb. en vreemde-woordentolk] [pagina 973]
[p. 973]
inflatie
opzetting van de buik 1624 [Aanv
wnt
] inflatie
waardevermindering van geld 1912 [
kku
] inflorescentie
bloeiwijze 1847 [
kku
] influenza
griep 1800 [Picarta: Bij-lichter, (...) verhandeling over de influenza] infomercial
commercieel filmpje van een adverteerder 1986 [De Coster 1999] informatica
leer van de automatische informatieverwerking 1964 [Aanv
wnt
] informatie
inlichting, nasporing 1451-1500 [
mnw
] informatietechnologie
toegepaste kennis m.b.t. het ontwerpen en beheren van informatiesystemen 1991 [
wp
] informeren
inlichten 1460 [
hws
] infotainment
informatief amusement op radio en tv 1990 [De Coster 1999] infrarood
onder het rood liggend 1914 [
gvd
infrasoon
beneden de frequentie van de geluidstrillingen 1967 [
wp
in kleuren]
infrastructuur
onroerende voorzieningen voor het economische leven 1953 [Aanv
wnt
] infusie
het laten trekken, aftreksel 1608 [
wnt
zwaarmoedigheid] infuus
intraveneuze toediening 1967 [Aanv
wnt
] ingenieur
afgestudeerde aan een hogere technische school 1842 [
wnt
] ingenieus
vernuftig 1602 [
wnt
goud] ingetogen*
zich onthoudend van buitensporigheden 1625 [
wnt
ingevolge*
voorzetsel 1723 [
wnt
] {4.2}
ingewand*
inwendige delen van het lichaam 1400 [
mnw
ingrediënt
bestanddeel 1652 [
wnt
trekken] inhaler
inhaleertoestel 1999 [
gvd
] inhaleren
diep inademen (van rook) 1847 [
kku
] inham*
kleine baai 1567 [Claes Tw. 12]
inheems*
in het land zelf thuis behorende 1237 [
cg i
Gent]
inherent
eigen aan 1824 [
wei
] inhibitie
verbod, remming 1361-1425 [
mnw
] inhumaan
onmenselijk 1832 [
wei
] initiaal
hoofdletter 1847 [
kku
] initiatie
inwijding 1669 [
mey
] initiatief
aanstichting 1832 [
wnt
vrede] initieel
aanvankelijk 1976 [
gvd
] initiëren
inleiden, invoeren 1777 [
mey
] injecteren
inspuiten 1954 [Aanv
wnt
] injectie
inspuiting 1778 [
wnt
] injector
inspuittoestel 1883 [
wnt
brandslang] <
me
Latijn
inkapselen
insluiten in een omhulsel 1936 [Aanv
wnt
] inkeer
bezinning 1537 [
wnt
voortgaan] inklinken*
door klinken (met een hamer) vastmaken 1769 [
wnt
inklinken
ii
inkt
schrijfvloeistof 1351 [
mnw
] inlay
op maat gemaakte vulling voor een kies 1989 [Peptalk] inlichten*
opheldering geven 1866 [
wnt
inlijven*
opnemen 1565 [
wnt
inmiddels
bijwoord van tijd: middelerwijl 1642 [
wnt
] in natura
in goederen 1780 [
wnt
] innen*
invorderen 1268 [
cg i
1,128 Holland graf. kans.]
innerlijk
inwendig 1450 [
mnw
] innig*
in of uit iemands binnenste 1265-1270 [
cg
Lut.K]
inning
slagbeurt bij cricket e.d. 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 6b] innoveren
als nieuwigheid invoeren 1512 [
hws
] inoculeren
inenten 1768 [
wnt
] inpalmen
naar zich toehalen 1598 [
wnt
inpalmen
listig voor zich innemen 1734 [
wnt
inpeperen
betaald zetten 1564 [
wnt
inpeperen]
in petto
bijwoord: in voorraad, achter de hand 1859 [
wnt
petto] inprenten
doen doordringen 1450 [
mnw
input
wat toegevoerd wordt 1970 [Recht voor raap] inquisitie
kerkelijke rechtbank 1560 [
wnt
] inro
doosje aan de gordel gedragen 1976 [
wp
] inscriptie
inschrift 1541-1550 [
hws
] insect
klasse van gelede dieren 1660 [
wnt
] inseminatie
inbrengen van zaadcellen 1950 [
gvd
] insgelijks*
bijwoord van hoedanigheid: evenzo 1485 [
mnw
] {3.1}
insider
ingewijde 1903 [Prick 1903] insigne
onderscheidingsteken 1730 [
wnt
lang
] insinuatie
zijdelingse verdachtmaking 1764 [
wnt
] insinueren
bedekt aantijgen 1847 [
kku
] insisteren
aandringen 1630 [Aanv
wnt
] [pagina 974]
[p. 974]
insjallah
tussenwerpsel: zo God wil 1886 [
kku
] insolvent
niet in staat te betalen 1582 [
wnt
inspecteren
bezichtigen 1637 [
wnt
wateren] inspecteur
opziener 1688 [
wnt
] inspectie
onderzoek 1544 [
hws
] inspiciënt
die toezicht houdt op rekwisieten e.d. 1858 [Aanv
wnt
] inspiratie
ingeving 1330 [
mnw
] instabiel
onvast 1847 [
kku
] installeren
inrichten, bevestigen (in een ambt) 1691 [
wnt
] installeren
computerprogramma op de harde schijf zetten 1985 [
hcc
nieuwsbrief dec. 11, 74] instantie
rechtsgang 1472 [
hws
] instantie
overheidsorgaan 1961 [
gvd
] instantpudding
pudding die direct klaar is 1963 [R75] instemmen
zijn stem met andere verenigen 1766 [Sewel/Buys] instigatie
aandrijving 1524 [
wnt
vertooning] instinct
natuurdrift 1650 [Claes] institutie
instelling 1478 [
hws
] instituut
instelling 1800 [
wnt
vertooning] instructeur
leermeester 1664 [
wnt
] instructie
onderricht, aanwijzing 1467-1490 [
hws
] instrueren
onderrichten 1265-1270 [
cg
Lut.K] instrument
gereedschap 1285 [
vmnw
] instrumentalis
naamval die het middel aangeeft 1847 [
kku
] instrumentarium
stel instrumenten 1908 [
wnt
instrument] insubordinatie
militaire ongehoorzaamheid 1796 [
wnt
wanorde] insufficiëntie
onvoldoende werking 1663 [
mey
] insulair
eiland- 1847 [
kku
] Insulinde
Indonesische archipel 1860 [
wnt
] {4.4}
insuline
hormoon 1926 [
kwt
] intact
onaangeroerd 1824 [
wei
] intaglio
camee 1824 [
wei
] intakegesprek
gesprek bij de inschrijving 1984 [
gvd
intarsia
inlegwerk 1926 [
kwt
] integer
onkreukbaar 1873 [
wnt
wijnbouw] integraal
volledig 1814 [
wnt
] integraalrekening
berekenen van de oorspronkelijke functie uit de afgeleide 1740 [
wnt
] integratie
het maken tot een geheel 1872 [Picarta: titel van N.P. Kapteijn] integreren
volledig maken, tot een geheel samenvoegen 1775 [
wnt
] integriteit
rechtschapenheid 1689 [
wnt
] intellect
verstand 1650 [
mey
] intellectueel
verstandelijk 1824 [
wei
] intelligent
verstandig 1808 [
wnt
post] intelligentsia
de stand der intellectuelen 1931 [
kwt
] intendance
rentmeesterschap 1815 [
wnt
] intens
hevig 1902 [
wnt
] intensief
krachtig, hevig 1864 [
wnt
] intensiteit
mate van kracht 1843 [
wnt
vrij] intensive care
intensieve verpleging 1974 [
koe
] intentie
bedoeling 1265-1270 [
cg
Lut.K] interactie
wisselwerking 1949 [Aanv
wnt
] interbellum
periode tussen twee oorlogen 1958 [Aanv
wnt
] intercedent
bemiddelaar 1824 [
wei
] intercity
sneltrein tussen grote steden 1970 [
gvd
1984] intercom
huistelefoon 1974 [R75] intercommunaal
tussen verschillende gemeenten 1929 [
kwt
] interessant
belangwekkend 1762 [
wnt
interessabel] interesse
belangstelling 1913 [Baale, Handboek vreemde woorden] interest
procentuele vergoeding voor lening 1530 [
wnt
] interferentie
inmenging 1847 [
kku
] interfereren
tussenbeide komen 1950 [
gvd
] interferon
eiwit dat deel van het afweersysteem is 1989 [Peptalk] interieur
het inwendige 1847 [
kku
] interim
tussentijd 1568 [
wnt
wijdberoemd] interimaris
plaatsvervanger 1984 [
gvd
] interlinie
regelafstand 1801 [
wnt
wit
ii
] [pagina 975]
[p. 975]
interlock
dubbel breigoed, ondergoed daarvan 1948 [Aanv
wnt
] intermediair
bemiddeling 1832 [Aanv
wnt
] intermezzo
tussenspel 1810 [Picarta: titel van A. von Kotzebrie] intern
inwendig 1722 [
wnt
] internaat
kostschool 1896 [
kwt
] internationaal
tussen verschillende naties 1847 [
kku
] interneren
een gedwongen verblijfplaats aanwijzen 1855 [
kku
] internet
wereldwijd netwerk van computers 1992 [Sanders 2000] internist
arts voor inwendige ziekten 1907 [
kwt
interpellatie
vraag om inlichting aan bestuurder 1633 [
wnt
] interpelleren
om inlichting vragen 1592 [
wnt
vermaning] Interpol
internationale politie 1974 [
koe
] interpolatie
tussenvoeging 1824 [
wei
] interpretatie
uitlegging, vertolking 1350 [
hws
] interpunctie
leestekens 1822 [
wnt
] interregnum
tussenregering 1824 [
wei
] interrumperen
onderbreken 1538 [
wnt
dingtaal] interruptie
onderbreking 1501-1525 [
mnw
onterfenesse] interval
tussentijd 1485 [
mnw
] interveniëren
tussenbeide komen 1669 [
mey
] interventie
tussenkomst van buitenaf 1592 [
wnt
voegen
] interview
vraaggesprek 1886 [
kku
] intestaat
zonder testament overledene 1669 [
mey
] intiem
innig, vertrouwelijk 1740 [
wnt
] intifada
Palestijnse volksopstand tegen de Israëliërs 1992 [
gvd
] intimideren
schrik aanjagen 1678 [F. van der Doe, Indianen in Zeeuwse bronnen 14] intimus
boezemvriend 1847 [
kku
] intonatie
stembuiging 1910 [
wnt
] intranet
besloten computernetwerk 1996 [De Coster 1999] intransitief
onovergankelijk 1669 [
mey
] intraveneus
in de ader geschiedend 1912 [
kku
intrigant
arglistig mens 1795 [
wnt
klanteren] intrigeren
slinks te werk gaan 1824 [
wei
] intrigeren
nieuwsgierig maken 1888 [
wnt
] intrinsiek
wezenlijk 1656 [
wnt
uitwerken] introducé
geïntroduceerde 1912 [
wnt
introduceren z.j.] {3.3}
introduceren
voorstellen 1650 [
mey
] introductie
binnenleiding 1544 [
wnt
] introïtus
inleiding tot de mis 1641 [Aanv
wnt
] introspectie
innerlijke zelfwaarneming 1865 [
kvw
] introvert
naar binnen gekeerd 1947 [
kwt
intuïtie
ingeving 1824 [
wei
] intussen
bijwoord van tijd: inmiddels 1757 [
wnt
voortvaren] invalide
gehandicapt 1726 [
wnt
] invariabel
onveranderlijk 1669 [
mey
] invasie
vijandelijke inval 1524 [
wnt
vangenis] inventaris
boedelbeschrijving 1450 [
hws
inventief
vindingrijk 1669 [
mey
] inversie
omkering van de gewone orde 1650 [
mey
] invertebrata
ongewervelde dieren 1863 [
kku
] inverteren
omkeren 1658 [Aanv
wnt
] investeren
beleggen 1937 [
koe
] invitatie
uitnodiging 1781 [
wnt
] inviteren
uitnodigen 1553 [
wnt
vermaken] in-vitrobevruchting
reageerbuisbevruchting 1984 [
gvd
invloed
inwerking 1282 [
cg i
1, 640] invocatie
aanroeping 1650 [
mey
] involveren
verwikkelen in 1511 [Aanv
wnt
] inwendig
van binnen zittend 1276-1300 [
cg
Kerst.] inwilligen
toestaan 1647 [
wnt
] inzake*
voorzetsel 1890 [
wnt
] {4.2}
ion
elektrisch geladen deeltje 1886 [
kku
ippon
heel punt bij Japanse vechtsport 1992 [
gvd
] irbis
katachtige 1976 [
gvd
] iridium
chemisch element 1872 [
gvd
] iris
plantengeslacht 1608 [
wnt
] iriscopie
alternatieve onderzoeksmethode op basis van de iris 1983 [De Coster 1999]
ironie
lichte spot 1650 [Claes] irrationeel
onberedeneerbaar 1824 [
wei
] irrelevant
niet ter zake 1658 [Aanv
wnt
[pagina 976]
[p. 976]
irreversibel
onomkeerbaar 1912 [
kku
] irrigatie
kunstmatige bevloeiing 1824 [
wei
] irrigator
toestel voor het uitspoelen van lichaamsholten 1901 [
kui
] irrigeren
bevloeien 1847 [
kku
] irritatie
onaangename prikkeling 1614 [
wnt
kreiten] irriteren
prikkelen 1553 [
wnt
kreiten] ischias
heupjicht 1826 [
wnt
typheus] isdn
digitale variant van het telefoonnet 1986 [De Coster 1999] islam
moslimgodsdienst 1820 [
wnt
] isobaar
lijn die plaatsen met gelijke luchtdruk verbindt 1886 [
kku
isoglosse
grenslijn van een taalverschijnsel 1915 [
wnt
verbinden]
isoleren
afzonderen 1799 [
wnt
transcendentaal] isometrie
gelijkheid van maat 1847 [
kku
] isomorf
van dezelfde gedaante 1847 [
kku
isotherm
met constante temperatuur 1950 [
gvd
isotoon
van gelijke spanning 1961 [
gvd
isotoop
elke vorm van eenzelfde element met verschillende atoomkern 1950 [
gvd
issue
onderwerp 1970 [Recht voor raap] it
informatietechnologie 1991 [P.E. Wisse, Integratie van electronische post] item
onderwerp, punt 1970 [Recht voor raap] iteratie
herhaling 1650 [
mey
] iteratief
herhalend 1669 [
mey
] ivoor
materiaal van slagtanden 1240 [Bern.] ja*
tussenwerpsel: uitroep ter bevestiging 1240 [Bern.] {4.3}
jaap
diepe snijwond 1612 [
wnt
jaar*
tijd van 12 maanden 1236 [
cg i
1, 24] {4.1.7}
jaargang
tijdschriftafleveringen van één jaar 1836 [
wnt
woest
] jabroer
die op alles ja zegt 1710 [
wnt
] jacht*
het vervolgen van dieren 1240 [Bern.]
jacht*
vaartuig 1528 [Toll.] {4.1.11}
jack
jasje 1968 [Aanv
wnt
] jacket
kroon over een tand 1940 [Aanv
wnt
] {3.3/5}
jacket
papieromslag van boek 1950 [
gvd
] jackpot
de totale inleg 1979 [Wijnands&Ost] jacquet
pandjas 1897 [
wnt
] jacuzzi
systeem van onderwaterstralen die het lichaam masseren 1992 [De Coster 1999] jade
kostbaar gesteente 1832 [
wei
] jaeger
wollen weefsel voor ondergoed 1899 [
dbl
] {3.3/4.1.9}
jaffa
sinaasappel 1950 [
gvd
] {4.1.2}
jagen*
wild vervolgen 1240 [Bern.]
jaguar
katachtige 1770 [Van Donselaar Tw. 10] jajem
Bargoens: jenever 1844 [Aanv
wnt
] jak
kiel, kort jasje 1350 [
mnw
] jak
herkauwer 1857-1858 [
wnt
] jakhals
hondachtige 1653 [
wnt
] jakkeren*
voortjagen 1850 [
wnt
] {3.1}
jakkes
tussenwerpsel: uitroep van tegenzin 1910 [
wnt
] {1.2.4/4.3}
jakobijn
naam van de eerste dominicanen in Noord-Frankrijk 1265-1270 [
cg
Lut.K] jakobsladder
over schijven lopende ketting met bakken 1858 [
wnt
stander]
jakobsschelp
schaal van oestersoort 1613 [
wnt
jaloers
naijverig 1300 [
mnw
] jaloezie
afgunst 1300 [
mnw
] jaloezie
optrekbaar zonnescherm 1892 [
wnt
] jam
confiture 1903 [Prick 1903] jam, yam
eetbare wortelknol 1695 [
wnt
] jambe
versvoet 1623 [
wnt
wet
] jamboree
internationaal padvinderskamp 1920 [Aanv
wnt
] jammer*
spijtig, als tussenwerpsel: helaas 1780 [
wnt
tintelen
] {4.3}
jamsession
geïmproviseerde jazzuitvoering 1957 [Enc. van de muziek] jandomme
tussenwerpsel: bastaardvloek 1872 [
gvd
] {4.3}
janhagel
gepeupel 1650 [
wnt
janken*
huilen 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
janklaassen
hansworst 1788 [
wnt
Jan Rap
gespuis 1613 [
wnt
wedergeven]
jansalie
slappe man 1622 [
wnt
] {4.4}
jansenist
aanhanger van een bepaalde godsdienstige leer 1654 [
wnt
] {4.1.8}
januari
eerste maand 1293 [
cg
I3, 1849] jan-van-gent
pelikaanachtige 1619 [
wnt
jap
pejoratief voor Japanner 1926 [
wnt
z.j.] [pagina 977]
[p. 977]
japon
jurk 1717 [
wnt
jargon
groepstaal, vaktaal 1824 [
wei
] jarig*
zijn geboortedag herdenkend 1714 [
wnt
jarretelle
kousenophouder 1913 [Aanv
wnt
] jas
kledingstuk 1733 [Toll.]
jasmijn
plantengeslacht 1350 [
mnw
] jaspis
steensoort 1240 [Bern.] jassen
kaartspel 1738 [
wnt
] {4.1.18}
jasses
tussenwerpsel: uitroep van afschuw 1612 [
wnt
jaszes] {4.3}
jat
hand 1858 [Aanv
wnt
] jatmoos
handgeld 1950 [
gvd
] jatten
gappen 1901 [
wnt
vrede]
jawel*
tussenwerpsel: uitroep ter bevestiging 1615 [
wnt
ja] {4.3}
jazz
moderne muziek met sterk improvisatie-element 1912 [Toll.] je*
persoonlijk voornaamwoord 1618 [Wester-poorts Praatjen in Taal en Tongval 1999, 1, 7] {4.2}
jeans
spijkerbroek 1954 [Aanv
wnt
] jee
tussenwerpsel: uitroep van schrik 1661 [
wnt
] {4.3}
jeep
legerauto 1944 [Ts. Kijk, nr. 2] jegens*
voorzetsel 1292 [
cg i
Middelburg] {4.2}
jekker
korte overjas 1788 [
wnt
jemig
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1897 [Aanv
wnt
] {4.3}
jemig de pemig
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1985 [Sanders 1999] {3.1/4.3}
jeminee
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1613 [
wnt
] {4.3}
jenaplanschool
schoolvorm 1976 [
wp
jenever
alcoholische drank 1606 [Vd Sijs 1998, 137] {4.1.6}
jengelen*
dwingend huilen 1528 [
mnw
] {3.1}
jennen
plagen 1937 [Aanv
wnt
] jeremiade
klaaglied 1802-1803 [
wnt
Bijv.+verb.] jerrycan
benzineblik 1950 [Aanv
wnt
] jersey
gebreide kleding 1889 [Sanders 1995] jet
straalvliegtuig 1956 [R75] jetlag
fysieke ervaring van tijdsverschil op lange vluchten 1984 [
gvd
] jetset
groep rijkelui die de toon zetten in het uitgaansleven 1970 [Recht voor raap] jeu
aardigheid 1719 [
wnt
jeugd*
het jong-zijn 901-1000 [
wps
jeugd*
jongelui 1480 [
mnw
jeugdsentiment
met vertedering terugdenken aan de jeugdjaren 1967 [Van Gelder 1993] {4.4}
jeuïg
fleurig, smeuïg 1915 [
wnt
jeu]
jeuken*
kriebelen 1240 [Bern.]
je-weet-wel-kater
gecastreerde kater 1974 [25 jaar Jan, Jans etc. 14] {4.1.3/4.4}
jezuïet
lid van de Sociëteit van Jezus 1567 [
wnt
uitgeven
] jezusmina
tussenwerpsel: bastaardvloek 1992 [
gvd
] {4.3}
jicht*
pijnlijke gewrichtsontsteking ten gevolge van onder meer een stofwisselingsziekte 1599 [Kil.]
jid
jood 1921 [
moo
] jiffypotje
plantenbakje dat in de grond vergaat 1986 [
koe
jihad
heilige oorlog 1907 [
wp
] jij*
persoonlijk voornaamwoord 1617 [
wnt
aanraken Suppl] {1.3/4.2}
jingle
herkenningsmelodie 1962 [Aanv
wnt
] jioe-jitsoe
Japans worstelen 1931 [Aanv
wnt
] jippie
tussenwerpsel: vreugdekreet 1992 [
gvd
] jitterbug
moderne dans 1945 [Metro 1:14, 36b] jive
Amerikaanse dans 1989 [Peptalk] job
baan 1928 [Aanv
wnt
] jobhopper
iemand die regelmatig van baan verwisselt 1994 [De Coster 1999] jobsbode
ongeluksbode 1560 [
wnt
Job
jockey
pikeur 1824 [
wei
] jodelen
manier van zingen bij de alpenbewoners 1890 [
wnt
] jodium
chemisch element 1834 [
wnt
vereenigen] joechei*
tussenwerpsel: vreugdekreet 1992 [
gvd
] {4.3}
joehoe*
tussenwerpsel: groet 1991 [Hoppenbrouwers] {4.3}
joekel
hond 1873 [
moo
] joekel
kanjer 1965 [Aanv
wnt
joelen*
zich luidruchtig gedragen 1648 [
wnt
] {3.1}
joet, joetje
tientje 1899 [
dbl
] jofel
Bargoens: fijn 1913 [Aanv
wnt
] joggen
hardlopen 1979 [Verschueren, Bijvoegsel, 2495] joh*
tussenwerpsel: aanspreekvorm 1924 [
wnt
smeken] {4.3}
[pagina 978]
[p. 978]
joint
hasj- of marihuanasigaret 1970 [R75] joint venture
samenwerkingsverband 1968 [
kwt
] jojo
klimtol 1872 [
gvd
] joke
grap 1984 [
gvd
] joker
overscharige kaart 1948 [
kwt
] joker
teken om 0 of meer willekeurige tekens te zoeken 1995 [Handleiding
wnt
] jokkebrok
kind dat veel jokt 1872 [
gvd
] {3.1}
jokken
liegen 1635 [
wnt
jol
kleine boot 1567 [
wnt
] jolig*
vol vrolijkheid 1784 [
wnt
jolijt
vrolijkheid 1276-1300 [
cg
Lut.A] Jom Kippoer
Grote Verzoendag 1910 [
wnt
vasten
] jonassen
iem. met zijn tweeën horizontaal vasthouden en heen en weer slingeren 1669 [
wnt
] {4.1.18}
jong*
jeugdig 1100 [Willeram]
jongejannen
het spelen van een groot aantal rollen door één speler 1904 [H. de Vries, Mijn mémoires 52] {4.4}
jongeling*
jonge man 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
jongen*
mannelijk kind 1479 [
hws
] {4.1.4}
jongere oudere*
iemand globaalweg tussen de 50 en 60 of 65 jaar 1985 [Sanders 1999] {4.1.4/4.4}
jongleur
evenwichtskunstenaar 1566 [
wnt
] jongstleden*
vorig 1643 [
wnt
jonk
Chinees schip 1596 [De Jonge
ii
, 337] jonker*
aanspreektitel voor adelborst 1631 [
wnt
] {3.1/4.1.14}
jonkheer*
adellijk predikaat, aanvankelijk: jong edelman 1240 [Bern.] {1.2.3}
jonkvrouw*
adellijk predikaat, aanvankelijk: jonge edelvrouw 1240 [Bern.] {1.2.4}
jood
Israëliet 1270 [
cg i
] jool*
pret, feest 1852 [
wnt
jool
ii
jopper
zeilkiel 1941 [Aanv
wnt
] jota
Griekse letter 1580 [
wnt
] jou*
persoonlijk voornaamwoord 1330 [
mnw
] {4.2}
joule
praktische eenheid van elektrische arbeid, thans ook de officiële warmte-eenheid i.p.v. de calorie 1909 [
wp
journaal
dagboek, nieuwsrubriek 1591 [
wnt
vijand] journaille
persmuskieten 1974 [Aanv
wnt
] {3.3}
journalist
verslaggever 1790 [
wnt
] jouw*
bezittelijk voornaamwoord 1290 [
mnw
] {4.2}
jouwen*
schimpen 1613 [
wnt
joviaal
gulhartig 1642 [
wnt
] joyriding
rijden in een gestolen auto 1939 [
kwt
] J-pop
Japanse popcultuur 2000 [
nrc-h
8/6/2000] jubelen
vreugdekreten aanheffen 1854-1855 [
wnt
] jubilaris
die een jubileum viert 1659 [
wnt
] <
me
Latijn
jubileum
herdenkingsdag van bekleding van ambt 1726 [
wnt
bruiloft] jucht(leer)
soort leer 1609 [
wnt
jucht] judaskus
verraderlijke kus 1470 [
mnw
judicieel
rechterlijk 1570 [
wnt
] judicium
vonnis, oordeel 1687 [
wnt
] judo
verdedigingssport 1948 [Picarta: titel van M. van Nieuwenhuizen] judogi
oefenpak van judoka 1984 [
gvd
] judoka
beoefenaar van judo 1950 [Picarta: titel van H. Hobbema] juffrouw*
(ongehuwde) vrouw 1451-1500 [
mnw
] {1.2.4/3.1/4.1.4}
Jugendstil
een Europese kunststijl 1948 [
wp
(art nouveau)] juichen*
uiting geven aan vreugde 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
juist
billijk, correct 1337-1382 [
mnw
] jujube
vrucht 1351 [Toll.] juk*
trektuig voor dieren 1240 [Bern.]
jukebox
muziekautomaat 1955 [R75] juli
zevende maand 1286 [
cg i
Brugge] juliennesoep
heldere groentesoep 1912 [
kku
] jullie*
persoonlijk voornaamwoord 1601-1700 [Franck/Van Wijk, Etym. wrdb.] {4.2}
jumbo
naam voor olifant 1899 [
dbl
] jumbo
groot exemplaar 1976 [
gvd
] jumbojet
zeer groot straalvliegtuig 1966 [Aanv
wnt
] jumelage
band tussen twee organisaties 1961 [Aanv
wnt
] jumper
damestrui 1937 [
wnt
knallen] junctie
verbinding 1872 [
gvd
] jungle
wildernis 1847 [
kku
] juni
zesde maand 1270 [Toll.] junior
de jongere (achter namen) 1795 [
wnt
volk] [pagina 979]
[p. 979]
junkbond
obligatie met hoog risico 1987 [De Coster 1999] junkie, junk
verslaafde aan drugs 1965 [Aanv
wnt
] junkmail
ongevraagde e-mail met reclame 1992 [De Coster 1999] junta
staatsraad, regeringscomité 1790 [
wnt
verificatie] juridisch
rechtskundig 1751 [
wnt
promoveeren] jurisdictie
rechtsmacht, rechtsgebied 1345 [
mnw
] jurisprudentie
toegepaste rechtspraak 1658 [
mey
] jurist
rechtsgeleerde 1401-1500 [
mnw
] <
me
Latijn
jurk
kledingstuk 1691 [
wnt
] jury
beoordelingscommissie, beëdigd college 1824 [
wei
] jus
vleesnat 1518 [Claes] jus d'orange
sinaasappelsap 1956 [Kolsteren, Prisma-vreemde-wrdb.] justeren
op de juiste maat brengen 1479 [
hws
] justificatie
rechtvaardiging 1467-1490 [
mnw
] justificeren
rechtvaardigen 1499 [
hws
] justitie
rechterlijke macht 1276-1300 [
cg i
1, 40] jute
vezelstof 1858-1859 [
wnt
] jutten
stranddieverij plegen 1912 [Toll.]
juvenaat
school voor aspirant-kloosterlingen 1912 [
kku
] juveniel
jeugdig 1952 [
kwt
] juweel
kostbaar sieraad 1287 [
cg
NatBl] juwelier
handelaar in juwelen 1520 [
wnt
] juxtapositie
het naast elkaar plaatsen 1832 [
wei
] <
me
Latijn
kanker 1964 [Wolkers, Hond met de blauwe tong] telwoord: 1000 1999 [R99] ka
bazige vrouw 1950 [
gvd
kaag*
buitendijks land 1151-1157 [Künzel] {2.3}
kaag*
vaartuig 1588 [Claes] {4.1.11}
kaai
wal 1457 [
mnw
] kaaiman
krokodilachtige 1564 [
wnt
kaaiman
ii
] kaak*
deel van skelet waarin tanden en kiezen zitten 1285 [
cg
Rijmb.]
kaak*
schandpaal 1340 [
mnw
kaakje
koekje 1699 [Claes Tw. 12] kaal*
zonder haar 1240 [Bern.]
kaalkop
iem. met een kaal hoofd 1599 [
wnt
] {3.1}
kaan*
stukje uitgebraden spek 1305-1370 [
mnw
] {1.2.4/4.1.6}
kaan
bootje 1599 [Kil.] kaap
landtong 1567 [Claes] kaapstander
windas 1530 [Toll.]
kaars
vetstaaf met pit voor verlichting 1240 [Bern.] kaart
landkaart 1532 [
wnt
] kaart
speelkaart 1599 [
mnw
] kaarten
kaartspelen 1394 [Janssen, Gesch. speelkaart, 194] {4.1.18}
kaas
zuivelproduct 1240 [Bern.] kaasburger
broodje gehakte biefstuk met kaas 1975 [R75] {1.2.5/4.1.6}
kaasschaaf
schaaf om plakjes van kaas te snijden 1950 [
gvd
kaatsen
balslaan 1374-1394 [
mnw
] kabaal
lawaai 1845 [
wnt
] kabbala
geheime joodse leer 1847 [
kku
] kabbelen*
zacht golven 1631-1634 [
wnt
] {3.1}
kabel
dik touw of staal 1285-1286 [
cg
I2, 1153] kabelaring
kabeltouw 1652-1662 [
wnt
] kabeljauw
beenvis 1101-1200 [Tavernier] kabeltelevisie
televisie waarbij de beelden via een kabel worden overgebracht 1974 [R75] kabinet
meubelstuk 1588 [Claes] kabinet
regering 1858 [
wnt
] kabouter*
aardmannetje 1573 [Plantijn]
kabouter*
lid van politieke groepering die een niet-autoritaire maatschappij nastreeft 1970 [Recht voor raap] {3.1}
kabuki
Japans volkstoneel met mannen in alle rollen 1970 [
wp
(kaboeki)] kachel
verwarming 1591 [Toll.] {4.1.9}
kachel
dronken 1913 [
wnt
kadaster
grondbeschrijving 1828 [Toll.] kadaver
lijk 1662 [
wnt
cadaver] kaddisj
gebed ter herdenking van een dode 1832 [
wei
] kade
wal 1111-1115 [Prisma NPl] kader
frame, lijst 1816 [
wnt
] [pagina 980]
[p. 980]
kadetje
broodje 1823 [
wnt
] {4.1.6}
kadi
rechter 1653 [Aanv
wnt
] kadreren
in een kader plaatsen 1984 [
gvd
] kaduuk
bouwvallig, kapot 1558 [
wnt
] Kaenozoïcum
geologische periode 1933 [De Gaay Fortman en Heidinga, Leerboek der Nat. Hist.
iii
, 284] kaf*
hulzen van aren 1240 [Bern.]
kaf
Bargoens: twintig 1860 [
moo
] kaffer
boer, lomperd 1724 [
moo
] kafferkoren
graansoort 1918 [
wnt
zeebies] kaft
omslag 1861 [
wnt
kaftan
lang opperkleed 1714 [
wnt
ceintuur] kajak
eenpersoonsvaartuigje 1847 [
kku
] kajuit
passagiersverblijf op boten 1455 [Toll.] kak
drek 1376-1400 [
hws
] {4.4}
kakelbont
met vele, niet-harmoniërende kleuren 1603 [De Jonge
iii
, 159] {4.1.5/4.4}
kakelen*
het roepen van kippen 1477 [Teuth.] {3.1}
kakelvers*
gloednieuw 1957 [Aanv
wnt
] {4.4}
kakemono
hangende rolschildering 1891 [Picarta: Kakemono: Japansche tafereeltjes] kaken*
ingewandsverwijdering van haring via de kieuw 1462 [
mnw
kaken*
op het punt staan te braken 1650 [
wnt
] {3.1}
kaketoe
papegaaiachtige 1662 [
wnt
] kaki
stof, uniform daarvan 1912 [
kku
] kakken
poepen 1514 [
mnw
] kakkerlak
insect 1646 [
wnt
] kakmadam
opgedirkte vrouw 1914 [
gvd
kakofonie
herrie 1824 [
wei
] kalander
mangel 1622 [
wnt
kalasjnikov
Russisch geweer 1984 [
gvd
] kalebas
vrucht 1588 [Claes] kalender
tijdoverzicht 1573 [Plantijn] kalf*
jong van een koe 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
kalfaten, kalefaten
herstellen 1530 [
wnt
] kalfsoester
gepaneerd lapje kalfsvlees 1910 [
wnt
kalf
] {4.1.6}
kali
kaliumzout 1583 [Dod. 82]
kali
rivier 1896-1901 [
kui
] kaliber
middellijn van de loop van een vuurwapen 1697 [
wnt
] kalibreren
het kaliber vaststellen 1872 [
gvd
] kalief
titel van de opvolgers van Mohammed 1462 [
hws
] kalium
chemisch element 1847 [
kku
kalk
bouwmateriaal 1240 [Bern.] kalkoen
hoendervogel 1551 [Sanders 1995] {4.1.6}
kalle
Bargoens: meisje, geliefde, hoer 1875 [Polak, Geïllustreerd Politie Nieuws] kalligraferen
schoonschrijven 1871 [
wnt
penneschrijver] kalm
rustig 1568 [
wnt
vrede] kalmte
rust 1602 [
wnt
] {3.1}
kalong
vleermuis 1854 [Junghuhn, Licht- en schaduwbeelden 10a] kalot
mutsje 1677 [
wnt
] kaltstellen
uitschakelen 1994 [
nrc-h
4/7/1994] kam*
gereedschap om haar te ontwarren of bijeen te houden 1240 [Bern.]
kameel
hoefdier 1240 [Bern.] kameleon
hagedis 1240 [Bern.] kamelot
weefsel 1390-1460 [
mnw
] kamenier
vrouwelijke bediende 1240 [Bern.] <
me
Latijn {1.2.4}
kamer
vertrek 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] kamer
wetgevend lichaam: Eerste, Tweede Kamer 1798 [
wnt
] {1.4}
kameraad
makker 1596 [
wnt
mondelijk
] kamerbreed
gesteund door de meerderheid van de (Tweede) Kamer 1982 [R84]
kamerling
kamerheer 1050 [Rey] {2.2}
kamermuziek
muziek die oorspronkelijk in een kleine ruimte werd uitgevoerd 1795 [
wnt
] kamfer
middel tegen motten, geneesmiddel 1351 [
mnw
] kamikaze
zelfmoordpiloot 1945 [Schuurman, De Tweede Wereldoorlog 28] kamille
plantengeslacht 1351 [
hws
] kamizool
kledingstuk 1654 [
wnt
] kamp
stuk land 847 [Claes] kamp
strijd 1240 [Bern.] kamp
legerplaats 1573 [Plantijn] kampen
strijden 1299 [
mnw
[pagina 981]
[p. 981]
kamperen
tijdelijk in tenten verblijven 1688 [
wnt
] kamperfoelie
plant 1567 [Claes] kampioen
de beste in een sport, voorvechter 1340-1350 [
mnw
] kampong
gehucht 1606 [De Jonge
iii
, 215] kan*
pot 1285 [
cg
I2, 1020]
kan
oosterse titel 1462 [
mnw
winnen] kanaal
kunstmatige waterweg 1376-1400 [
mnw
] kanarie
zangvogel 1554 [Sanders 1995] kandeel
warme wijndrank 1351 [
mnw
] <
me
Latijn {4.1.6}
kandelaar
kaarsdrager 1240 [Bern.] kandelaber
kroonluchter 1832 [
wei
] kandidaat
gegadigde 1652 [
wnt
alumnus Suppl] kandideren
zich kandidaat stellen 1912 [
kku
] kandij
soort suikerklontjes 1397 [
hws
] kaneel
specerij 1276-1300 [
cg ii
1 Perch.] kanen*
met smaak eten 1976 [
gvd
] {3.1}
kangoeroe
buideldier 1774 [
wnt
] kanis
Bargoens: hoofd, kop 1906 [Köster Henke]
kanjer
voortreffelijk persoon 1734 [
wnt
] kanjer
iets dat groot is 1897 [
wnt
kanji
Japanse schriftsoort 1992 [
gvd
] kanker
ziekte 1240 [Bern.] kankeren
zich morrend beklagen 1904 [
wnt
kankerweer
zeer slecht weer 1984 [
gvd
] {4.1.1}
kannibaal
menseneter 1566 [
wnt
] kano
bootje 1598 [Toll.] kanoet
steltloper 1763 [
hou i
, 5, 250]
kanon
vuurwapen met lange loop 1574 [Schulten Tw. 9] kanon
een kei, kopstuk 1984 [
gvd
] kanonnade
het schieten met kanonnen 1647 [
wnt
] kans
waarschijnlijkheid 1350 [
mnw
] kansel
preekstoel 1599 [
wnt
] kanselarij
griffie 1530 [
wnt
] <
me
Latijn {3.2}
kanselier
hoogwaardigheidsbekleder 1293 [
mnw
] kant
zijde, rand 1248-1271 [
cg
Antwerps Obituarium] kant
weefsel 1617 [
wnt
] {4.1.9}
kanteel
opstaand deel van muur 1285 [
cg
Rijmb.] kantelen
omkeren 1782 [
wnt
kanteloep
meloen 1779 [
hou ii
, 11, 322] kantine
schaftlokaal 1676 [
wnt
] kantje*
haringvaatje 1872 [
gvd
kanton
onderafdeling van een arrondissement 1827 [
wnt
] kantoor
werkvertrek, bureau 1524 [
wnt
] kanunnik
domheer 1240 [Bern.] kaolien
porseleinaarde 1770 [Papillon] kap
hoofddeksel 1240 [Bern.] <
me
Latijn {1.2.5/4.1.9}
kap
bovendeel 1468-1497 [
mnw
] {1.2.5}
kapel
bedehuisje 1102-1105 [Künzel] kapel
vlinder 1397 [
mnw
kapelaan
hulppriester 1240 [Bern.] <
me
Latijn {4.1.8}
kapen
overmeesteren 1652 [
wnt
] kapitaal
vermogen 1567 [
wnt
] kapiteel
bovenstuk van zuil 1285 [
cg
Rijmb.] kapitein
scheepsgezagvoerder 1351 [
mnw
] kapitein
militaire rang 1562 [Dict. Tetraglotton 289B] kapittel
bijeenkomst van kanunniken 1236 [
cg i
Gent] kapittel
hoofdstuk 1350 [
mnw
] kapittelen
berispen 1301-1400 [
mnw
] <
me
Latijn
kapoen
gecastreerde haan 1240 [Bern.] kapoeres
verloren, dood 1871 [
wnt
] kapok
zaadpluis van kapokboom 1620 [De Jonge
iv
, 239] kapot
stuk 1717 [
wnt
] kapotjas
soldatenjas 1817 [
wnt
] {4.1.14}
kapotje
condoom 1912 [
kku
kappa
de Griekse letter k 1976 [
wp
] kappen*
hakken 1240 [Bern.]
kappen
haar opmaken 1717 [
wnt
kapper
struik, bes 1551 [
wnt
] kapper
haarknipper 1732 [
wnt
] {4.1.13}
kapseizen
omslaan 1856 [
wnt
] kapsel
omhulsel van bv. abces 1904-1905 [
wnt
] kapsones
koude drukte 1906 [
moo
] [pagina 982]
[p. 982]
kapstok
lat om kledingstukken aan te hangen 1669 [
wnt
kapucijn
bedelmonnik 1622 [Bibliotheca 1954, nr. 7057] kapucijner
soort van erwt 1854 [
wnt
] {4.1.6}
kar
voertuig 1240 [Bern.] karaat
eenheid van diamantgewicht en goudgehalte 1400-1434 [
mnw
] karabijn
buks 1582 [Schulten Tw. 9] karaf
tafelfles 1778 [
wnt
] karakter
aard, kenmerk 1764 [
wnt
] karakteristiek
kenmerkend 1792 [
wnt
] karamel
gebrande suiker 1847 [
kku
] karaoke
Japans amusement waarbij telkens één amateur het vocale deel van de muziek invult 1991 [De Coster 1999] karate
verdedigingssport 1961 [Picarta: titel van Fr. Van Haesendonck] karateka
beoefenaar van karate 1984 [Picarta: titel van O. Roethof] karavaan
troep kameelrijders 1659 [
wnt
] karavanserai
gebouw voor huisvesting van karavanen 1652 [
wnt
] karbies
grote handtas 1884 [
wnt
karbonade
stuk vlees 1573 [
wnt
] karbonkel
een edelgesteente 1240 [Bern.] karbonkel
negenoog, grote puist 1287 [
cg
NatBl] karbouw
herkauwer 1786 [
wnt
] kardinaal
hoogwaardigheidsbekleder in de r.-k. kerk 1265-1270 [
cg
Lut.K] kardinaalsmuts
plant 1800 [Flora Batava 1, nr. 72]
kardoes
kruithuls 1593 [Schulten Tw. 9] kardoes
hondensoort 1841 [
wnt
] {4.1.3}
karekiet*
zangvogel 1779 [Sepp en Nozeman, Nederlandsche vogelen
ii
:93] {3.1}
kariatide
vrouwenbeeld als zuil 1733 [Sanders 1995] kariboe
herkauwer 1929 [
kwt
] karig*
schraal, gierig 1477 [Teuth.]
karikatuur
spotbeeld 1785 [
wnt
] karkas
geraamte 1805 [Siegenbeek, Verhandeling Nederduitsche spelling] karma
het bepaald-zijn van iemands lot 1893 [Aanv
wnt
] karmeliet
monnik van de orde der karmelieten 1555 [Luython, Dictionaris in fransoys 12r] <
me
Latijn {4.1.8}
karmozijn
purperverf, rode kleur 1516 [
hws
] karn*
karnton 1351-1400 [
mnw
karnemelk*
gekarnde melk 1301-1350 [
mnw
] {3.1/4.1.6}
karos
rijtuig 1618 [Courante uyt Italien, 14 jun. 1b] karper*
beenvis 1285-1286 [
cg
I2, 1153]
karpet
vloerkleed 1346 [
hws
] karren
smalle gleuven in kalksteen 1961 [
gvd
] karsaai
grof gekeperd laken 1401 [
mnw
] kart
skelter 1961 [Aanv
wnt
] kartel
aaneensluiting van producenten 1824 [
wei
] kartelen*
uittanden 1599 [Kil.] {3.1}
karteren
in kaart brengen 1847 [
kku
] karton
bordpapier 1790 [
wnt
] kartonnage
kartonnen band 1914 [
gvd
] kartuizer
monnik van de orde van Sint-Bruno 1552 [Apherdianus 71r] <
me
Latijn {4.1.8}
kartuizer
kattensoort 1761 [Sanders 1995] {4.1.3}
karveel
schip 1533 [
mnw
] karwats
zweep 1616 [
tntl
1956, 304] karwei
werk 1271-1272 [
cg i
Mechelen] karwij
specerijplant 1351 [
mnw
] kas
contanten 1543 [De Bruijn Tw. 10] kas
broeikas 1717 [
wnt
kashba
Moorse citadel 1886 [
kku
] kasjmier
wollen stof 1835 [Sanders 1995] kassa
loket 1914 [
gvd
] kassei
straatsteen 1300 [
mnw
] kassian
tussenwerpsel: uitroep van medelijden 1867 [
wnt
] kassier
kashouder 1543 [De Bruijn Tw. 10] kast
opbergmeubel 1364-1365 [
mnw
] kastanje
vrucht 1240 [Bern.] kaste
stand binnen het hindoeïsme 1743 [
wnt
] kasteel
burcht 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] kastelein
caféhouder 1733 [
wnt
] [pagina 983]
[p. 983]
kastijden
tuchtigen 1240 [Bern.] kastrol
braadpan 1778 [
wnt
] kasuaris
loopvogel 1763 [
hou i
, 5, 310] kat
katachtige 1210-1240 [
cg i
1, 9] kat
standje 1976 [
gvd
] {1.2.3}
katakana
Japans fonetisch lettergreepschrift 1877 [
wp
, dl. 9 (Japan)] katalysator
in de scheikunde stof die een proces bespoedigt of vertraagt 1903 [
wnt
versnellen] katalyse
ontbinding 1861 [Aanv
wnt
] katapult
werptuig voor jongens 1898 [
gvd
] katenspek
gerookt spek 1972 [Aanv
wnt
] kater
mannetjeskat 1297 [
cg
I4, 2418] {4.1.3}
kater
onaangenaam gevoel na dronkenschap 1906 [
wnt
] katern
deel van boek 1717 [
wnt
] katheder
spreekgestoelte 1778 [
wnt
] kathedraal
hoofdkerk 1875 [
wnt
] kathode
negatieve elektrode 1870 [Gerding, Zakwrdb. Scheik. (anode)]
katholiek
rooms 1567 [Claes] katje
bloeiwijze 1573 [
wnt
katoen
geweven stof 1272 [
cg i
1, 219] katrol
hijsblok 1460 [
mnw
kattebelletje
kort briefje 1662 [
wnt
katten
berispen 1979 [Wijnands&Ost]
katzwijm
kortstondige flauwte 1697 [
wnt
kauw*
zangvogel 1279 [
cg i
1, 431] {3.1}
kauwen*
met de kiezen vermalen 1240 [Bern.]
kauwgum, kauwgom
snoepgoed van suiker, olie en gom 1921 [Van Goor vreemde-woordentolk] {4.1.6}
kavel*
deel, perceel 1240 [Bern.]
kaviaar
viskuit 1481-1485 [
tntl
1943, 135] kazemat
verdedigingsstelling 1588 [Claes] kazerne
gebouw voor huisvesting van soldaten 1710 [
wnt
] kazuifel
deel van misgewaad 1350 [
mnw
] <
me
Latijn
kebab
aan pennen geroosterde stukjes vlees 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] keel*
strot 901-1000 [
wps
keel
rood (in de heraldiek) 1350 [
mnw
] keelstem*
zangstem tussen borst- en kopstem 1855 [
wnt
] {4.1.16}
keep*
kerf 1588 [Claes]
keep*
zangvogel 1650 [
wnt
keep
] {3.1}
keeper
doelverdediger 1871 [Ter Gouw, Volksvermaken 338] keerkring*
cirkel evenwijdig aan de evenaar 1699 [Claes Tw. 12]
kees
hondensoort 1841 [
wnt
] {4.1.3}
keet*
schuur 1287 [
cg
NatBl]
keet*
herrie 1904 [
wnt
keffen*
blaffen 1550 [
wnt
] {3.1}
kefir
melkwijn 1899 [
dbl
] kegel*
conus 1276 [
cg i
1, 311] {3.1}
kegelen*
met een bal kegels omgooien 1425 [
mnw
] {4.1.18}
kei*
rolsteen 1350 [
mnw
keihard*
zeer hard 1872 [
gvd
] {4.4}
keilen*
langs het wateroppervlak werpen 1406 [
mnw
keirin
sprint achter gangmakers 1984 [
gvd
] keiruig*
zeer ruig 1991 [Hoppenbrouwers] {4.4}
keizer
titel van de hoogste vorst 1100 [Willeram] keizersnede
operatieve verlossing 1812 [Weiland, Spelling]
kek
kittig 1974 [R75] keker
kikkererwt, sisser 1477 [Teuth.] kelder
deel van gebouw onder de begane grond 1240 [Bern.] kelim
tapijt 1832 [
wei
] kelk
drinkbeker 1240 [Bern.] kelk
bloemkroon 1766 [
wnt
] kelner
ober 1806 [
wnt
passant
] kempetai
Japanse militaire politie 1986 [
koe
Kempei] kemphaan
steltloper 1641 [
wnt
kenau
manwijf 1660 [
wnt
kendo
stokschermen 1973 [Picarta: titel Budo: (...) Kendo] kenmerk*
merkteken 1764 [
wnt
kennel
hondenhok voor de fok 1886 [
kku
] kennen*
weten 901-1000 [
wps
kennis*
het kennen 1260 [
hws
] {3.1}
kennis*
persoon die men kent 1391-1400 [
mnw
kenpo
Japanse vechtkunst 1972 [Grote Sport Enc.] kenteren
omslaan, veranderen 1671 [
wnt
keper
visgraat (in weefsel) 1717 [
wnt
] kepie
militair hoofddeksel 1886 [
kku
] [pagina 984]
[p. 984]
keppeltje
schedelkapje 1950 [
wnt
veloursen] keramiek
pottenbakkerskunst, producten daarvan 1906 [Picarta: Het museum Willet-Holthuysen: (...) ceramiek] kerel*
man 1271-1272 [
cg i
1, 211]
keren*
wenden 901-1000 [
wps
keren*
vegen 1240 [Bern.]
kerf*
keep 1343-1346 [
mnw
kerfstok*
stokje waarop door kerven wordt aangegeven wat iem. verbruikt (en dus: hoeveel schulden hij heeft) 1240 [Bern.] {3.1}
kerk
bedehuis 777 [Claes] kerker
gevangenis 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] kerkhof
begraafplaats 1240 [Bern.]
kerkmuziek
muziek die in een kerk wordt gespeeld 1754 [
wnt
koor
] {4.1.16}
kermen*
kreunen 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1}
kermis
volksfeest met jaarmarkt 1240 [Bern.]
kern*
binnenste, essentie 1240 [Bern.]
kernenergie
energie die vrijkomt bij de splitsing van atoomkernen 1950 [
gvd
] {4.1.10}
kerngezond
door en door gezond 1889 [
wnt
] kernhem*
Nederlandse kaassoort 1970 [
wp
] {3.1/4.1.6}
kernonderzeeër
door kernenergie voortbewogen onderzeeboot 1979 [Wijnands&Ost] {4.1.11}
kernreactor
toestel dat energie levert door de splijting van atoomkernen 1957 [
wp
jaarboek 1958] {4.1.10}
kerosine
vliegtuigbenzine 1941 [
wnt
vluchtigheid]
kerrie
specerij, daarmee gekruid gerecht 1724 [
wnt
] kers*
kruisbloemige plant, waterkers e.d. 1170 [Rey] {2.2}
kers
vrucht 1240 [Bern.] Kerst
de kerstdagen 1719 [
wnt
] {1.2.4/4.1.7}
kerstenen
dopen 1324-1341 [
mnw
] Kerstmis
feest van Jezus' geboorte 1274 [
cg i
1, 273] {1.2.4/4.1.7}
kerststol
luxe kerstbrood 1961 [
gvd
stol] {4.1.6}
kersvers*
geheel vers 1665 [
wnt
] {3.1}
kervel
plantengeslacht 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] kerven*
insnijdingen maken 1350 [
mnw
ketchup
pikante saus 1950 [
gvd
] ketel
vat 1240 [Bern.] keten
ketting 1240 [Bern.] keten
reeks 1664 [
wnt
ketjap
saus van sojabonen 1910 [Prick 1910] ketsen
afwijzen, afspringen 1717 [
wnt
ketter
die afwijkt van de geloofsleer 1276-1300 [
cg
Lut.A] ketting
samenstel van schakels 1401-1500 [
mnw
kettingroker
iem. die voortdurend rookt 1961 [
gvd
] keu
biljartstok 1770 [
wnt
] keuken
kookvertrek 1236 [
cg i
1, 28] keukenmachine
elektrisch apparaat met hulpstukken 1982 [R84] {4.1.9}
keur*
handvest 1217 [Slicher 125] {2.4}
keur*
het beste, de bloem 1573 [Plantijn]
keurig*
net 1621 [
wnt
keurs
kledingstuk om bovenlijf 1569 [
wnt
] keurslijf
belemmering 1840 [
wnt
keus*
het kiezen 1300 [
mnw
keutel*
drekballetje 1351 [
mnw
] {3.1}
keuter*
kleine boer 1420 [
mnw
] {4.1.13}
keuvelen*
babbelen 1724 [
wnt
kever*
insect 901-1000 [
cg wps
Gloss.]
keyboard
elektronisch muziekinstrument 1984 [Picarta: Orgelwereld en keyboardnieuws] kezen*
neuken 1901 [
wnt
vinder
] {4.4}
kibbelen*
ruzie maken 1477 [Teuth.] {3.1}
kibboets
Israëlische kolonie 1958 [Picarta: titel van J.E. Ellemers] kick
prikkel 1962 [R75] kickboksen
vechtsport met elementen van boksen, judo en karate 1986 [
koe
] kidnap
ontvoering 1953 [Picarta: titel van Piet Bakker] kids
kinderen 1998 [De Coster 1999] kiebitzer
toekijker bij een spel of sport die onnodig advies geeft 1992 [
gvd
] kiekeboe*
tussenwerpsel: uitroep als men te voorschijn komt 1665 [
wnt
] {4.3}
kieken*
jong van een kip 1240 [Bern.]
kiekendief*
roofvogel 1573 [
wnt
kiekje*
amateurfoto 1899 [
dbl
] {1.2.5/4.1.17}
kiel*
boezeroen 1370 [
mnw
kiel*
kielbalk 1527 [
wnt
kiele-kiele*
tussenwerpsel: uitroep als men een kind kietelt 1894 [
wnt
] {3.1/4.3}
kiele-kiele*
bijwoord: op het nippertje 1933 [Aanv
wnt
] {3.1}
kiem*
beginsel, uitloper 901-1000 [
wps
] {3.1}
kien
pienter 1969 [R75] [pagina 985]
[p. 985]
kienen
het kienspel spelen 1846 [
wnt
kienen
iii
] {4.1.18}
kiep*
hengselmand 1477 [Teuth.]
kiepen
omwerpen 1914 [
gvd
] kieperen
vallen, smijten 1897 [
wnt
kier
spleet 1887 [
wnt
] kierewiet*
gek 1937 [Aanv
wnt
] {3.1}
kies*
maaltand 1440 [
mnw
kies*
kieskeurig, welvoeglijk 1610 [
wnt
kiesch]
kies
zwavelverbinding 1780 [
hou iii
, 1, 112] kieskeurig*
veeleisend 1661 [
wnt
kietelen*
een kriebeling opwekken 1240 [Bern.] {3.1}
kieuw*
ademhalingsorgaan van vis 1599 [kil]
kieviet*
steltloper 1287 [
cg
NatBl] {1.2.5/3.1}
kiezel*
grind 1631 [
wnt
wateren] {3.1}
kiezen*
een keus doen 1240 [Bern.]
kif
hasjiesj 1961 [R84] kiften*
ruzie maken 1918 [
wnt
kijken*
zien 1350 [
mnw
kijven*
schelden 1301-1350 [
mnw
kikken*
een geluid voortbrengen 1450 [
mnw
] {3.1}
kikker*
kikvorsachtige 1623 [
wnt
] {3.1}
kikvors*
kikvorsachtige 1627 [
wnt
uits- (uitslibberen)] {3.1}
kil*
koud 1628 [
wnt
kilo
kilogram 1866 [
wnt
] kilogram
1000 gram 1808 [
wnt
] kilometer
1000 meter 1802 [
wnt
] kilt
Schotse rok 1847 [
kku
] kim*
horizon 1658 [
wnt
kimmel
Bargoens: drie 1860 [
moo
] kimono
ochtendkleding 1908 [
wnt
] kin*
deel van de onderkaak 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
kina
boom, bast daarvan 1722 [
wnt
voeding] kina
munteenheid van Papoea-Nieuw-Guinea 1975 [Enc. Munten en Bankbiljetten] kind*
jong mens, zoon of dochter 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
kindsbeen*
vroegste kindsheid 1561 [
wnt
kinematica
leer van de bewegingen 1931 [Picarta: titel van F. Schuh]
kinesitherapie
bewegingstherapie 1934 [
kwt
kinetica
dynamica 1863 [
kku
kinine
extract van kinabast tegen koorts 1826 [
wnt
atonie Suppl] kink*
kronkel 1636 [
wnt
kinkel*
botterik 1544 [
wnt
kinkhoest*
ziekte 1588 [Claes] {1.2.1}
kinkhoorn*
(eetbare) zeeslak 1488 [
mnw
kinnebak*
onderkaak 901-1000 [
wps
] {3.1}
kinnesinne
jaloezie, afgunst 1906 [Aanv
wnt
] kiosk
verkoopstalletje 1885 [
wnt
] kip*
hoendervogel 1588 [Claes] {4.1.6}
kip
politieagent 1906 [
wnt
kip
ii
] kip
munteenheid van Laos 1955 [Enc. Munten en Bankbiljetten] kiplekker*
zeer wel 1950 [
gvd
] {4.4}
kippen
kantelen 1904 [
wnt
kippen
xii
] kippensoep
soep getrokken van kippenvlees 1845 [
wnt
] {4.1.6}
kipper
gebakken haring 1984 [
gvd
] kippig*
bijziend 1790 [
wnt
kir
alcoholische drank 1978 [Complete drankenenc.] kirren*
rollend keelgeluid maken 1599-1607 [Claes] {3.1}
kirsch
likeur 1864 [
wnt
] kiskassen*
steentjes keilen 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 126] {3.1/4.1.18}
kismet
voorbeschikking 1824 [
wei
] kissebissen*
vitten 1784-1785 [
wnt
] {3.1}
kist
bak met deksel 1237 [
cg i
1, 38] kistjes
schoenen in soldatenjargon 1914-1918 [Leen Verhoeff] {4.1.14}
kit
lijm 1860 [
wnt
] kit
zelfbouwpakket 1984 [
gvd
] kitchenette
ingebouwd keukentje 1952 [R75] kits
type zeilschip 1572 [
wnt
] kits
fijn, in orde 1904 [
wnt
] kitsch
schijnkunst 1937 [Aanv
wnt
] kitten
aaneenlijmen 1870-1871 [
wnt
] kitten
jonge kat 1984 [
gvd
] kittig*
levendig 1612 [
wnt
kiwi
loopvogel 1863 [
kku
] kiwi
vrucht 1977 [Picarta: titel van R. Efraimssou] klaar
helder 1200 [
cg ii
1 Servas] klaar
gereed 1651-1652 [
wnt
klaarkomen
gereedkomen, volbrengen 1819 [
wnt
klaarkomen
een orgasme hebben 1914 [
gvd
] {4.4}
klabak
politieagent 1884 [
wnt
pst]
klad*
vlek 1465 [
mnw
klagen*
droefheid uiten 1100 [Willeram]
klak*
klodder, vlek 1451-1500 [
mnw
[pagina 986]
[p. 986]
klakkeloos*
zonder grond 1343-1371 [
mnw
klam*
vochtig 1477 [Teuth.]
klamboe
muskietennet 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 120] klandizie
cliëntèle 1561 [
wnt
] klank*
geluid 1287 [
cg
NatBl]
klant
cliënt 1350 [
mnw
] klap*
slag 1400 [
mnw
] {3.1}
klapekster*
zangvogel 1860 [
wnt
klaploper*
profiteur 1699 [Claes Tw. 12]
klapmuts
zeeroofdier 1843 [
wnt
] {4.1.3}
klappen*
praten 1240 [Bern.] {3.1}
klappen*
klappen geven 1627 [
wnt
klapper
kokosnoot 1678 [
wnt
] klapperen*
klepperen 1540 [
mnw
] {3.1}
klappertanden*
met de tanden klapperen 1648 [
wnt
] {3.1}
klaproos
plant 1543 [Heukels]
klapschaats
scharnierende schaats 1983 [Vd Sijs 1998] {4.4}
klapstuk*
vlees van de klapribben, de korte ribben van geslacht vee 1746 [
wnt
klapstuk
ii
] {4.1.6}
klapwieken*
met de vleugels slaan 1710 [
wnt
] {3.1}
klarinet
blaasinstrument 1790 [
wnt
treffelijk] klaroen
blaasinstrument 1566-1568 [
mnw
] klas
groep 1591 [
wnt
klasse] klassement
onderbrenging in een klasse 1896 [
wnt
] klassiek
antiek 1824 [
wei
classe] klassieke muziek
muziek van klassieke componisten 1961 [
gvd
] {4.1.16}
klassieker
wielerwedstrijd op de weg 1961 [Aanv
wnt
] klateren*
helder klinken 1351-1400 [
mnw
] {3.1}
klatergoud*
vals bladgoud 1641-1642 [
wnt
klauteren*
klimmen 1562 [
wnt
opklauteren] {3.1}
klauw*
nagel 901-1000 [
wps
klauwier
zangvogel 1762 [
hou i
, 4, 221]
klavarskribo
notenschrift voor klavierinstrumenten 1931 [Presentatie in 1931] {4.4}
klavecimbel
toetsinstrument 1519 [Liggeren en andere hist. archieven
, 93] klaver*
plantengeslacht 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.]
klaveren*
kleur in kaartspel 1612 [
wnt
klaveren
] {4.1.18}
klaverjassen
een bepaald kaartspel spelen 1710 [
wnt
] {4.1.18}
klaviatuur
toetsenbord 1795 [
wnt
] klavier
toetsenbord 1567 [Junius] klavier
toetsinstrument, piano 1871 [
wnt
] kledderen*
met iets nats knoeien 1836 [
wnt
] {3.1}
kleed*
stuk weefsel 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
kleermaker*
iem. die als beroep bovenkleren maakt 1342 [
mnw
] {4.1.13}
klef*
kleverig 1648 [Toll.]
klei*
grondsoort 1344 [
hws
klein*
niet groot 1140-1170 [Künzel] {2.3/3.1}
kleindochter*
vrouwelijk kleinkind 1760 [
wnt
] {4.1.4}
kleineren
in waarde verkleinen 1599 [
wnt
kleingeestig
bekrompen 1852 [
wnt
] kleinkunst
cabaretkunst 1920 [
wnt
zwerver] kleinood*
kostbaar voorwerp 1240 [Bern.]
kleinschalig
op kleine schaal 1976 [
gvd
] {3.1}
kleinzoon*
mannelijk kleinkind 1661 [
wnt
] {4.1.4}
klemmen*
vastzetten, knellen 1477 [Teuth.]
klemtoon*
nadruk 1723 [
wnt
klep*
klepper, deksel 1490 [
mnw
klepel*
staaf in klok 1272 [
cg i
1, 202] {3.1}
kleppen*
een kleppend geluid maken 1346 [
hws
] {3.1}
klepper*
paard 1599 [Kil.] {3.1/4.1.3}
klepperen*
een kleppend geluid geven 1636 [
wnt
] {3.1}
kleptomanie
steelzucht 1886 [
kku
klere
tussenwerpsel: uitroep van ergernis 1912 [Aanv
wnt
] {4.3}
klerelijer
ellendeling 1955 [Endt]
kleren*
kleding 1521 [
wnt
voering
ii
klerikaal
geestelijk 1824 [
wei
] <
me
Latijn
klerk
schrijver 1210-1240 [
cg
I4] klessebessen*
babbelen 1984 [
gvd
] {1.4/3.1}
klets*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1599 [
wnt
klets
ii
] {3.1}
kletsen*
geluid maken 1635 [
wnt
kletsen
] {3.1}
kletsen*
praten 1841 [
wnt
kletsen
ii
] {3.1}
kletskop
koekje 1875 [
wnt
] {4.1.6}
kletskous*
praatzieke vrouw 1884 [
gvd
kletteren*
scherpe geluiden maken 1649 [Toll.] {3.1}
kleumen*
kou lijden 1634 [
wnt
kleur
lichtnuance 1567 [
wnt
] kleuter*
klein kind 1569 [
wnt
] {4.1.4}
kleven*
plakken 901-1000 [
wps
] {3.2}
[pagina 987]
[p. 987]
klewang
kort, breed zwaard 1768 [
wnt
] klezmer
traditionele joodse muziek 1992 [Klezmerfestival A'dam] kliek*
voedselrest 1676 [
wnt
kliek
exclusief groepje 1848 [
wnt
podagra] klier*
vochtafscheidend orgaan 1351 [
mnw
] {1.2.3}
klier*
onuitstaanbaar persoon 1906 [
wnt
] {1.2.3}
klieven*
splijten 1290 [
cg ii
1 En.Codex] {3.2}
klif*
steile bodemverheffing 1476-1500 [
mnw
] {3.2}
klik*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1599 [
wnt
klik
ii
] {3.1}
klikken*
overbrengen 1401-1450 [
mnw
] {3.1}
klikspaan*
klikker 1691 [Sewel 159a]
klimaat
natuurlijke gesteldheid van lucht en weer 1485 [
mnw
] klimmen*
klauteren 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.2}
kling
lemmet 1574 [Toll.] klingelen
rinkelen 1746 [
wnt
] kliniek
ziekenhuis 1864-1865 [
wnt
] klinisch
m.b.t. een kliniek 1815 [
wnt
] klink*
kruk, pal 1240 [Bern.]
klinken*
luiden 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
klinken*
vastslaan 1350 [
mnw
klinker*
vocaal 1584 [Ruijs]
klinker*
hardgebakken steen 1599 [Kil.]
klinkklaar
louter 1613 [
wnt
] {3.1}
klip*
rots 1450 [
mnw
] {3.2}
klipdas*
plantenetend zoogdier 1857-1858 [
wnt
klip] {4.1.3}
klipper
type zeilschip 1852 [
wnt
] klipvis*
beenvis 1652-1662 [
wnt
klis*
plantengeslacht 1301-1400 [Glossarium Trevirense]
klisteerspuit
pomp voor darmspoeling 1665 [
wnt
klisteer]
klit*
verwarde massa 1645 [
wnt
klodder*
klonter 1562 [Claes]
kloek*
moedig, flink 1470 [
hws
kloek*
hoendervogel 1886 [
wnt
kloek
iii
] {3.1}
klof, kloffie
Bargoens: pak, kostuum 1860 [
moo
] klok
bel, uurwerk 1237 [
cg i
1, 31] klokhen*
kloek 1599 [Kil.] {3.1}
klokhuis*
zaadhuisje van appels en peren 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
klokkenluider
personeelslid dat misstanden binnen de organisatie openbaar maakt 1987 [Picarta: titel van M. Bovens]
klomp*
kluit, klont 1377 [
mnw
] {1.2.3}
klomp*
houten schoen 1567 [
wnt
] {1.2.3/4.1.9}
klompendans
dans op klompen 1858 [
wnt
boerenbruiloft] {4.1.15}
klont*
kleine samenhangende massa 1477 [
mnw
kloof*
spleet 1240 [Bern.]
klooien*
stuntelen 1961 [
gvd
] {3.1}
kloon
duplicaat 1938 [Picarta: titel van J.H. Bekker] klooster
instelling waar mensen zich terugtrekken voor godsdienstig leven 1200 [
cg ii
1 Servas] kloot*
teelbal 1550 [
wnt
] {4.4}
klootschieten*
een bal rollen 1424 [
mnw
cloot] {4.1.18}
klootzak
scheldwoord 1908-1924 [
wnt
klooten]
klophengst
ruin 1682 [
wnt
] kloppen*
hoorbaar op iets slaan 1276-1300 [
cg
Kerst.] {3.1}
klos
spoel 1630 [
wnt
] klote*
tussenwerpsel: uitroep van ergernis 1927 [Aanv
wnt
] {4.3}
klotebaan*
zeer vervelende baan 1984 [
gvd
] {3.1}
klotsen*
natuurlijke geluid van vloeistoffen maken 1667 [
wnt
] {3.1}
kloven*
(doen) splijten 701-800 [Lex Salica] {2.2}
klucht*
kort grappig toneelstuk 1528 [
mnw
] {4.1.15}
kluif*
bot met vlees 1710 [
wnt
] {4.1.6}
kluis
cel, woning van een kluizenaar 1265-1270 [
cg
Lut.K] <
me
Latijn {3.2}
kluis
brandkast 1659 [
wnt
kluister
boei 1477 [Teuth.] <
me
Latijn
kluit*
massa, klont 1357 [
mnw
kluiven*
met de tanden vlees van bot halen 1451-1500 [
mnw
kluizenaar
heremiet 1301-1400 [
mnw
klunen
met ondergebonden schaatsen lopen 1941 [Aanv
wnt
] klungel*
sukkel 1781 [
wnt
] {3.1}
kluns
sufferd 1949 [Aanv
wnt
] klus*
karwei 1750 [
wnt
kluts
koppeling 1936 [
wnt
] klutsen*
door kloppen dooreenmengen 1410 [
mnw
] {3.1}
kluut*
steltloper 1636 [
wnt
] {3.1}
kluwen*
knot 1240 [Bern.]
klysma
lavement 1836 [
wnt
reliek] [pagina 988]
[p. 988]
knaagdier*
zoogdier met grote snijtanden 1862 [
wnt
knaak
groot muntstuk, een rijksdaalder 1689 [
wnt
] knaap*
jongen 901-1000 [
wps
] {3.2/4.1.4}
knaapje*
klerenhanger 1837 [
wnt
knaap]
knabbelen*
kort op iets bijten 1562 [Claes] {3.1}
knäckebröd
hard brood 1948 [
kwt
] knagen*
kleine stukjes afbijten 1290 [
cg ii
1 En.Codex]
knagen*
een aanhoudende onaangename gewaarwording veroorzaken 1569 [
wnt
knak*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1646 [
wnt
] {3.1}
knakken*
met een knak breken 1599 [Kil.] {3.1}
knakker*
kerel 1984 [
gvd
] {3.1}
knakworst
soort worst 1599 [
wnt
] knallen*
met het geluid van een ontploffing weerklinken 1762 [
wnt
] {3.1}
knalrood
felrood 1903 [
wnt
knallen] knap*
slim, aantrekkelijk 1657 [
wnt
knappen*
een geluid (knap) maken, met een knap breken 1573 [Plantijn] {3.1}
knapzak*
draagzak met etenswaren 1552 [Claes]
knar*
oude kerel 1856 [
wnt
] {4.1.4}
knarsen*
een schurend geluid maken 1461 [
mnw
] {3.1}
knarsetanden*
met de tanden knarsen 1627 [
wnt
] {3.1}
knauwen*
sterk kauwen 1287 [
cg
NatBl]
knecht*
bediende 1240 [Bern.]
kneden*
door knijpen dooreenmengen 1301-1400 [
mnw
kneep*
kunstgreep 1644 [
wnt
kneiterberoemd*
erg beroemd 1991 [Hoppenbrouwers knijter-]
knekel*
doodsbeen 1769-1811 [
wnt
knellen*
drukken 1598 [
wnt
knerpen*
krakend geluid maken 1880 [
wnt
knarpen
ii
] {3.1}
knetteren*
scherpe geluiden doen horen 1630 [
wnt
] {3.1}
knettergek*
helemaal gek 1953 [Aanv
wnt
] {4.4}
knettergoed*
erg goed 1961 [
gvd
] {4.4}
knetterhard*
erg hard 1995 [Groene Boekje] {4.4}
kneu*
zangvogel 1655 [
wnt
] {3.1}
kneuzen*
beschadigen 1348 [
mnw
knevel*
snor 1560 [
wnt
verdichten
knevel*
stokje om het losdraaien te beletten 1567 [Junius 285B] {3.1}
knickerbocker
kniebroek 1929 [
kwt
] knie*
verbinding tussen boven- en onderbeen 1156 [Slicher] {2.4}
knielen*
de knieën tot op de grond buigen 1240 [Bern.]
kniesoor*
iem. die voortdurend kniest 1849 [
wnt
kniezen*
overdreven treuren 1635 [
wnt
knijp
kroeg 1912 [
kku
] knijpen*
druk uitoefenen 1599 [Kil.]
knijpkat
handdynamo 1940-1945 [Nieuwe Taalgids 38, 163ff]
knikkebollen*
dommelend knikken 1573 [
wnt
] {3.1}
knikken*
het hoofd heen en weer bewegen 1300 [
mnw
knikken*
half doorbreken 1607 [
wnt
] {3.1}
knikker*
glazen of stenen balletje als kinderspel 1599-1607 [Kil.] {3.1/4.1.18}
knip*
(vogel)val 1485 [
mnw
knipmes*
zakmes 1697 [
wnt
knipogen*
een ooglid snel sluiten en openen 1710 [
wnt
] {3.1}
knippen*
met een schaar snijden 1477 [Teuth.]
knisteren
een knetterend geluid maken 1864 [
wnt
] knobbel*
bult 1546 [Claes] {3.1/3.2}
knock-out
bewusteloos geslagen 1929 [
kwt
] knoedel*
meelballetje 1778 [
wnt
] {3.1/4.1.6}
knoeien*
morsen 1617 [Toll.]
knoeipot
knoeier 1950 [
gvd
knoeiwerk*
slordig schrijfwerk 1822 [
wnt
] {1.2.6}
knoeper(d)*
joekel 1976 [
gvd
] {3.1}
knoert*
harde slag 1961 [
gvd
] {3.1}
knoertgoed*
heel goed 1962 [Aanv
wnt
] {4.4}
knoerthard*
heel hard 1964 [Aanv
wnt
] {4.4}
knoest*
uitwas aan boom 1301-1350 [
mnw
knoet
zweep 1677 [
wnt
] knoet*
haar 1905 [
wnt
knoet
ii
knoeterhard*
erg hard 1996 [Reker, Dikke woorden]
knoflook*
kruiderij 1240 [Bern.] {1.2.4/3.1/4.1.6}
knokkel*
vingergewricht 1477 [Teuth.] {3.1}
knol*
vlezige wortel 1515 [Claes Tw. 12] {4.1.6}
knol*
(slecht) paard 1710 [
wnt
] {4.1.3}
knook*
bot 1477 [Teuth.]
knoop*
ronde sluiting aan kleding 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.2}
[pagina 989]
[p. 989]
knop*
rond voorwerp als versiering, bescherming of handvat 1240 [Bern.] {3.2}
knorhaan*
beenvis 1710 [
wnt
knorren*
het natuurlijke geluid van varkens maken 1470 [
mnw
] {3.1}
knot*
bosje haar 1477 [Teuth.]
knots*
zware stok 1567 [
wnt
] {4.1.14}
knotsgek*
helemaal gek 1970 [Aanv
wnt
] {4.4/5}
knotsgezellig*
heel gezellig 1984 [
gvd
] {4.4/5}
knowhow
vakkennis, deskundigheid 1968 [
kwt
] knudde*
waardeloos 1925 [
wnt
knuffelen*
liefkozend pakken 1521-1524 [
wnt
] {3.1}
knuist*
harde hand 1552 [
wnt
knul
jongen 1769 [
wnt
] knuppel*
dikke stok 1654 [
wnt
] {3.1}
knurft*
stommeling 1947 [Aanv
wnt
knus*
behaaglijk-vertrouwd 1859 [
wnt
knutselen*
fabrieken 1785 [
wnt
] {3.1}
koala
buideldier 1909 [
wp
] kobalt
chemisch element 1780 [
hou iii
, 1, 76] kobaltblauw
kleurnaam 1908 [
wnt
koning
] {4.1.5}
kobold
aardmannetje 1932 [
wnt
aardmannetje] kodak
camera 1903 [Nuyens, Nuovo dizionario Olandese-Italiano 1049] koddebeier*
veldwachter 1521 [
wnt
koddig*
grappig 1588 [Claes]
kodiakbeer
soort beer 1984 [
gvd
] {4.1.3}
koe*
herkauwer, vrouwelijk rund 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
koedoe
herkauwer 1762 [
hou i
, 3, 267] koeioneren
bedillen 1682 [
wnt
] koek*
zoet gebak 1300 [
mnw
] {4.1.6}
koekeloeren
zonder bezigheid uitkijken 1599 [
wnt
koekoek*
koekoekachtige 1240 [Bern.] {1.1/1.2.5/3.1}
koel*
matig koud 1287 [
cg
NatBl]
koelak
Russische boer 1929 [
kwt
] koelie
dagloner 1642 [
wnt
] koelkast
kast waarin etenswaar koel gehouden wordt 1938 [
wnt
trunk
] {4.1.9}
koelte*
frisheid 1277 [
cg i
Brugge] {3.1}
koemis
gegiste paardenmelk 1847 [
kku
] koen*
dapper 1240 [Bern.]
koepel
halfbolvormige overwelving 1600 [
wnt
] koeren*
het rollende geluid van duiven maken 1599 [
wnt
] {3.1}
koerier
bode 1620 [Courante uyt Italien, 21 aug. 2a] koers
richting, route 1463 [
hws
] koers
prijs van geld, waardepapieren 1497 [
wnt
] koeskoes, couscous
deegwaar van kleine korrels 1681 [
wnt
koeskoes
] koest
tussenwerpsel: rustig! 1722 [
wnt
] {4.3}
koesteren
verwarmen, vertroetelen 1546 [
mnw
koet*
ralvogel 1377-1378 [
mnw
] {3.1}
koeterwaals
onverstaanbare taal 1617 [
wnt
] koets
rijtuig 1536 [Colloquia et Dictionariolum septem linguarum 23] koetsier
bestuurder van een koets 1628 [
wnt
koevoet*
spaak die eindigt in een klauw 1593 [
wnt
] {1.2.3}
kof(schip)*
zeilschip 1750 [
wnt
] {4.1.11}
koffer
reistas 1300 [
mnw
] koffie
drank uit koffiebonen 1640 [
wnt
] koffiezetapparaat
toestel voor het bereiden van koffie 1963 [Aanv
wnt
] {4.1.9}
kog
scheepstype 1252 [
mnw
] <
me
Latijn {4.1.11}
kogel*
projectiel 1599 [
wnt
] {4.1.14}
kogellager
ondersteuning van draaiende as in bus met bolletjes 1924 [Theissen 1978] kohier
register 1462 [
mnw
] koine
gemeenschappelijke taal 1950 [Kleine
wp
804] kok
die spijzen toebereidt 1240 [Bern.] kok
fazantenhaan 1551 [
mnw
] kokarde
onderscheidingsteken op hoofddeksel 1720 [
wnt
Bijv.+verb.] koken
verhitten, spijzen toebereiden 1287 [
cg
NatBl] kokendheet
zeer heet 1714 [
wnt
koken] {4.4}
koker
etui, huls 901-1000 [
wps
] <
me
Latijn {2.5}
koket
behaagziek 1708 [
wnt
coquet] kokhalzen*
op het punt staan te braken 1802 [
wnt
] {3.1}
kokkel
mossel 1900 [
wnt
] kokkerd*
iets groots, grote neus 1864 [
wnt
kokkerellen
allerlei kookseltjes maken 1785 [
wnt
kokmeeuw*
meeuwachtige 1623 [
wnt
] {3.1}
[pagina 990]
[p. 990]
kokosnoot
vrucht van de kokospalm 1602 [
wnt
] {4.1.2}
kol*
feeks 1613 [
wnt
kol
kol*
bles 1672 [
wnt
kola
een West-Afrikaanse noot 1623 [Ruiters, Toortse der Zee-vaert 52] kolbaszworstje
Hongaars worstje 1992 [
gvd
] {4.1.6}
kolchoz
collectief landbouwbedrijf 1931 [
kwt
] kolder
leren harnas 1420 [
mnw
] <
me
Latijn {4.1.14}
kolder
hersenziekte bij vee 1763 [
wnt
] kolder
onzin 1938 [
wnt
] kolere
tussenwerpsel: krachtterm 1950 [
gvd
] kolf*
achterste deel van een hand- of vuistvuurwapen 1240 [Bern.]
kolgans*
eendachtige 1797 [
wnt
kolibrie
kolibrie-achtige 1705 [Meriam, Metamorphosis insectorum Surinamensium] koliek
darmkramp 1555 [Claes] kolk*
maalstroom 1389 [
mnw
kol nidree
joods gebed 1912 [
kku
] kolom
zuil, iets in de vorm van een zuil 1265-1270 [
cg
Lut.K] kolonel
hoofdofficier 1580 [
wnt
] koloniaal
m.b.t. een kolonie 1823 [
wnt
] kolonie
nederzetting 1614 [
wnt
voorschrift] kolos
lichaam of zaak van grote afmetingen 1597 [
wnt
] kolven*
het kolfspel spelen 1360 [Brongers e.a., Kolf, Kolf, kolf] {4.1.18}
kom*
vaatwerk 1277 [
cg i
1, 360]
kombuis
scheepskeuken 1400-1450 [
mnw
] komedie
blijspel 1548 [
wnt
] komeet
staartster 1285 [
cg
Rijmb.] komen*
een plaats bereiken 901-1000 [
wps
komfoor
toestel om iets warm te houden 1491 [Claes] komiek
grappig 1653 [
wnt
komiek
] komijn
plantengeslacht, zaad daarvan 1240 [Bern.] komijnekaas
kaas met komijnzaad 1631 [
wnt
] {4.1.6}
Kominform
organisatie voor de communicatie tussen communistische partijen 1948 [
kwt
] Komintern
de Derde Internationale 1930 [Picarta: De roode diamantbewerker (...) Comintern] komisch
lachlust opwekkend 1808 [
wnt
] komkommer
langwerpige vrucht 1515 [
mnw
] komkommertijd
slappe tijd in de media tijdens de vakanties 1871 [
wnt
] komma
leesteken 1612 [
wnt
] kommer
leed 1265-1270 [
vmnw
] kompaan
kameraad 1301-1350 [
mnw
] kompas
instrument dat de windstreken aanwijst 1384-1407 [
mnw
] kompel
mijnwerker 1948 [Aanv
wnt
] kompres
natte omslag 1599 [
wnt
] kompres
dicht opeen 1682 [
wnt
] Komsomol
bond voor de jeugd in de Sovjet-Unie 1949 [Vd Mandere, Polit. enc.] komst*
het komen 1236 [
vmnw
] {3.1}
konfijten
in suiker inleggen 1340 [
mnw
cubebe]
kongeraal
beenvis 1555 [Claes]
kongsie
firma 1788 [
wnt
] kongsie
ongunstige kliek 1889 [
wnt
konijn
haasachtige 1240 [Bern.] konik
paardachtige 1999 [
gvd
] koning*
regerend vorst 901-1000 [
wps
koningin-moeder*
moeder van de regerende koning(in) 1630 [
wnt
koning] {3.1}
konkelen*
intrigeren 1766 [
wnt
konkelfoezelen
bedrieglijk handelen, samenzweren 1653 [
wnt
konstabel
onderofficier bij de marine 1614 [
wnt
] kont*
achterste 1741 [
wnt
] {3.2/4.4}
konterfeiten
afbeelden 1277 [
cg i
1, 362] konvooi
gewapend geleide 1567 [
wnt
] koog*
buitendijks land 948 [Slicher] {2.4}
kooi
hok, stal 1287 [
cg
NatBl] kooiker
houder van een eendenkooi 1856 [
wnt
touwker] {4.1.13}
kookaburra
scharrelaarachtige 1953 [Vd Sijs 1998, 13] kookplaat
elektrisch kooktoestel 1933 [
wnt
koken] {4.1.9}
kool
plantengeslacht, groente 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] kool*
verkoolde materie, steenkool 1240 [
vmnw
koolmees*
zangvogel 1567 [
wnt
plakker
ii
[pagina 991]
[p. 991]
koolraap
knol als groente 1778 [
wnt
] {4.1.6}
koolrabi
knol als groente 1854 [
wnt
] koolvis*
beenvis 1857-1858 [
wnt
kool
] {1.2.4}
koon*
wang 1488 [
mnw
koor
meerstemmige zangmelodie, zanggroep 1265-1270 [
cg
Lut.K] koor
deel van kerkgebouw 1330 [
mnw
] koord
touw 1277 [
cg i
1, 353] koorde
rechte verbindingslijn van twee punten op een cirkel 1847 [
kku
chorde] koorts*
verhoogde lichaamstemperatuur 1285 [
cg
Rijmb.]
koosjer
ritueel toegestaan 1765 [
wnt
] koosnaam
liefkozende benaming 1984 [
gvd
] koot*
beentje 1445-1455 [
mnw
kop
drinkgerei 1265-1270 [
cg
Lut.K] kop
hoofd 1350 [
mnw
kopal
harssoort 1608 [
wnt
] kopeke
Russische munt 1677 [
wnt
] kopen
door betaling verwerven 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] koper
metaal 1240-1260 [
cg i
1, 68] kopie
afschrift 1295 [
cg
I4, 2248] kopij
handschrift voor de pers 1613 [
wnt
koppel
gordel, band 1252 [
mnw
] koppel
stel, paartje 1599 [
wnt
] koppelen
aan iets verbinden 1350 [
mnw
] koppensneller
die hoofden van lijken rooft 1818 [Cultureel Indië 3, 1914, 4-6]
koppermaandag*
maandag na Driekoningen, feestdag van boekdrukkers 1531 [
wnt
] {4.1.7}
kopra
gedroogd vruchtvlees van de kokosnoot 1596 [
wnt
] kopschuw
schichtig, wantrouwend 1840 [
wnt
kop] kopstem
falset 1885 [
wnt
] koraal
poliepenskelettenmassa 1287 [
cg
NatBl] koraal
kerkgezang 1612 [
wnt
] <
me
Latijn
korakora
groot Moluks vaartuig 1605 [
wnt
] koran
heilige schrift van de moslims 1778 [
wnt
] kordaat
ferm 1658 [
wnt
] kordon
rij van militairen ter afsluiting van een gebied 1760-1777 [
wnt
] koren*
graan 1101-1200 [Tavernier voedercoren] {2.4/4.1.2}
korf
mand 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] korhoen*
hoendervogel 1624 [
wnt
] {3.1}
koriander
plant, specerij 1285 [
cg
Rijmb.] korjaal
Surinaamse boot 1669 [Van Donselaar Tw. 11] kornak
olifantgeleider 1724-1726 [
wnt
] kornet
blaasinstrument 1596 [Linschoten 8, 111] kornet
vaandrig 1663 [Claes (cornet)] kornoelje
plantengeslacht 1562 [Dict. Tetraglotton 76C] kornuit
makker 1570 [
wnt
] <
me
Latijn
korporaal
militaire rang 1578 [Schulten Tw. 9] korrel*
graantje, rond, hard lichaampje 1484 [
mnw
] {3.1}
korset
rijglijf 1318-1319 [
mnw
] korst
rand van iets die taaier is dan de rest 1240 [Bern.] kort
niet lang 976 [Künzel] kortaangebonden
opvliegend 1898 [
gvd
kort]
kortom
bijwoord van modaliteit: om kort te gaan 1611-1620 [
wnt
kortwieken
de slagpennen van een vogel wegnemen 1717 [
wnt
] {3.1}
koruna
munteenheid van Tsjechië en Slowakije 1948 [
kwt
] korvet
oorlogsvaartuig 1798 [
wnt
zee
] korzelig*
ontstemd 1610-1619 [
wnt
kosmisch
het heelal betreffend 1886 [
wnt
avond Suppl] kosmografie
wiskundige aardrijkskunde 1401-1450 [
hws
] kosmonaut
ruimtevaarder 1961 [
wp
jaarboek 1962] kosmopoliet
wereldburger 1776 [
wnt
] kosmos
heelal 1846 [Picarta: titel van A. von Humboldt] kost
uitgave, levensonderhoud 1240 [Bern.]
kosten
voor een bedrag verkrijgbaar zijn 1240-1260 [
cg i
1, 68] koster
kerkbewaarder 1200 [
cg ii
1 Servas] <
me
Latijn {4.1.8}
kostuum
kleding, pak 1799 [
wnt
] kot*
armoedig huis 1038 [Claes] {2.3/3.2}
kotelet
ribstuk 1691 [
wnt
] koten*
met bikkels of koten spelen 1511 [
wnt
] {4.1.18}
[pagina 992]
[p. 992]
koter
Bargoens: kind 1860 [
wnt
] kotomissie
creoolse vrouwendracht 1866 [Van Donselaar 1989] kotsen
braken 1562 [Toll.] kotter
zeilschip 1747-1787 [
wnt
] koud*
guur, kil 1130-1161 [Künzel] {2.3}
koudvuur*
gangreen 1557 [
wnt
kous
sok 1240 [Bern.] kousenband
groente 1944 [Nuttige planten van Suriname] kouten*
praten 1287 [
cg
NatBl]
kouter
ploegijzer 1118 [Claes] kozak
lid van Russisch ruitervolk 1620 [Courante uyt Italien, 21 aug. 1b] kozen
vertrouwelijk praten 1300 [
mnw
kozijn
raamwerk 1384-1407 [
mnw
] kozijn
neef 1599 [
wnt
] kraag*
rand langs halsopening van kledingstuk 1350 [
mnw
kraai*
zangvogel 1240 [Bern.] {3.1}
kraaien*
het natuurlijke geluid van hanen maken 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
kraak
schip 1376-1389 [
mnw
] kraak
grote inktvis 1870 [Vd Sijs 1998] kraakbeen*
buigzaam benig weefsel 1494 [
mnw
kraal
element van sierketting 1480 [
mnw
kraal
omsloten ruimte voor vee 1652 [
wnt
] kraam*
tent waarin koopwaar wordt aangeboden 1213 [Slicher] {2.4}
kraambed*
bed waarin vrouw bevalt 1640 [
wnt
kraan*
hijswerktuig 1244 [Slicher] {2.4}
kraan*
kraanvogel 1287 [
cg
NatBl]
kraan*
tap aan een vat 1354 [
mnw
kraan
flinke vent 1866 [
wnt
] krab*
schaaldier 1287 [
cg
NatBl] {3.2}
krabbelen*
herhaaldelijk krabben 1432-1468 [
mnw
] {3.1}
krabben*
de nagels over iets heen halen 1400 [
mnw
krach
ineenstorting van beurs 1912 [
kku
] kracht*
sterkte 901-1000 [
wps
krachtens
voorzetsel 1817 [Picarta: Reglement of ordonnantie, (...) krachtens het besluit van (...)] krachtig*
sterk 901-1000 [
wps
krakeel
ruzie met rumoer 1562 [Claes]
krakeling*
bros 8-vormig koekje 1330 [Jacobs 17] {4.1.6}
kraken*
een scherp geluid maken 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
kraker*
iem. die een leegstaand huis binnendringt voor bewoning 1970 [Recht voor raap] {3.1}
krakkemikkig*
gammel 1964 [Aanv
wnt
] {3.1}
kram*
bevestigingshaakje, wondhaakje 1367-1372 [
mnw
kramp*
spiersamentrekking 1100 [Rey] {2.2}
kranig
flink 1866 [
wnt
krankzinnig*
gek 1544 [
mnw
krans
ring van gevlochten bloemen 1400 [
mnw
] krant
dagblad 1610 [Picarta: titel Extract wt de laetste courante]
krap*
nauw 1598 [
wnt
krap
vii
krapitalist
iemand met een relatief klein vermogen 1996 [
nrc-h
28/12/1996] kras
sterk, flink 1781 [
wnt
] krasse knar
vitale senior 1993 [Sanders 1999] {4.1.4/4.4}
krassen
een scherp geluid geven, inkervingen maken 1420 [
mnw
] krat*
kist van open latwerk 1911 [
wnt
verpakking]
krater
mond van vulkaan 1844 [
wnt
vulkanisch] krats*
klein bedrag 1916-1917 [
moo
krauwen*
(zacht) krabben 1180 [Rey] {2.2}
krediet
vertrouwen in betalingsmogelijkheid 1549 [Claes Tw. 12] kreeft*
schaaldier 1240 [Bern.] {1.2.5/3.2}
kreeftdicht
retrograde 1584 [
wnt
retrograde
kreek*
smal water 976 [Künzel] {2.3}
kreet*
schreeuw 1265-1270 [
cg
Lut.K]
kregel*
prikkelbaar 1619 [
wnt
krek
bijwoord van hoedanigheid: precies 1708 [
wnt
] krekel*
insect 1240 [Bern.] {3.1}
kreng
aas 1429 [
mnw
] kreng
gemene vrouw of kind 1617 [
wnt
] krenken*
beschadigen, beledigen 1240 [Bern.]
krent
gedroogde druif 1514 [
mnw
] {4.1.6}
krent
achterwerk 1717 [
wnt
] {4.4}
krenterig
schriel 1866 [
wnt
kretologie
het zich-te-buiten-gaan aan ongefundeerde leuzen 1972 [Aanv
wnt
kreuken*
vouwen maken 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
kreunen*
steunen 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1}
kreupel*
mank 1284 [
cg i
Brugge]
[pagina 993]
[p. 993]
kreupelhout*
laag gewas met dooreengegroeide takken 1812 [
wnt
krib*
voederbak 1120 [Rey] {2.2}
kribbig*
prikkelbaar 1573 [
wnt
kriebelen*
krabbelen 1847 [
wnt
] {3.1}
kriegel*
prikkelbaar 1612 [
wnt
kriek
kers 1351-1400 [
mnw
] {4.1.2}
krieken*
aanbreken van de dag 1562-1592 [
mnw
kriel*
hoendervogel 1567 [Claes]
kriel(tje)*
kleine, nieuwe aardappel 1872 [
gvd
] {4.1.6}
krieuwelen*
krioelen 1607 [Toll.] {3.1}
krijg*
oorlog 1265-1270 [
cg
Lut.K]
krijgen*
verwerven 1265-1270 [
cg
Lut.K]
krijgertje*
tikkertje 1860 [
wnt
afranselen] {4.1.18}
krijgshaftig
geneigd tot oorlog 1788 [
wnt
gronden]
krijgsmacht*
gehele gewapende macht 1637 [
wnt
] {4.1.14}
krijsen*
schel schreeuwen 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
krijt*
strijdperk 1265-1270 [
cg
Lut.K]
krijt
kalk 1301-1400 [
mnw
] krijt
tekenmateriaal 1565 [
wnt
vlaamsch]
krijten*
luid roepen 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1}
krik
dommekracht 1950 [
gvd
] krikkemik*
prul, iets gebrekkigs 1655 [
wnt
] {3.1}
krill
plankton 1950 [
gvd
] krimi
detectivefilm, detectiveroman 1984 [
gvd
] krimpen*
zich samentrekken 1287 [
cg
NatBl]
kring*
cirkel 1477 [Teuth.]
kringelen*
tal van kringen vormen 1477 [Teuth.] {3.1}
kringloop*
recycling 1973 [Picarta: Bartels en Rosenzweig: Kringloop huishouding, weg uit milieucrisis] {3.1}
krioelen
wemelen 1561 [
wnt
zeeraaf] kris
langwerpig steekwapen 1596 [
wnt
] kriskras
bijwoord van richting: in alle richtingen 1902 [
wnt
kras
ii
] {3.1}
kristal
glanzend glas, kwarts 1240 [Bern.] kristalliseren
kristallen vormen 1720 [
wnt
zout
] kritiek
beoordeling 1761 [
wnt
subtiliteit] kritisch
geneigd tot beoordelen 1696 [
wnt
] kritisch
op het punt van de ene toestand over te gaan in de andere 1872 [
wnt
] kritiseren
kritiek leveren op 1698 [
wnt
] krocht
spelonk 1240 [Bern.] kroeg
herberg 1586 [
wnt
] kroelen*
dicht tegen elkaar zitten 1896 [
wnt
kroep
ziekte 1832 [
wei
] kroep
achterdeel van paard 1832 [
wei
] kroepoek
viskoekjes 1910 [Prick 1910] kroes
drinkbeker 1425 [
mnw
] kroes*
gekruld 1562 [Deux-aes bijbel 13]
krokant
knapperig 1895 [Broeckaert] kroket
rol gehakt vlees 1863 [Rijnhart] krokodil
krokodilachtige 1521 [
wnt
] krokodillentranen
geveinsde tranen 1596 [Linschoten 152]
krokus
plantengeslacht 1591 [
wnt
vuilboom] krols*
hitsig 1709 [
wnt
krom*
gebogen 875 [Claes] {2.3}
krommunicatie
mislukte of slechte communicatie 1975 [Sanders 1999] {4.4/5}
kroniek
jaarboek 1351-1400 [
mnw
] kronkel*
sterke kromming 1599 [Kil.]
krontjong
snaarinstrument 1910 [Prick 1910] kroon
hoofdsieraad van vorsten 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] kroon
munteenheid van Denemarken en later ook IJsland, Noorwegen en Zweden 1871 [Enc. Munten en Bankbiljetten] kroongetuige
getuige voor de openbare aanklager 1960 [Nagel, Crimineel
abc
kroos*
waterplantje 1484 [
mnw
kroost
kinderen 1639 [
wnt
] kroot
biet 1569 [
wnt
] krop*
voormaag 1080 [Rey] {2.2}
krop*
keelgezwel, struma 1617 [
wnt
krot*
vervallen huis 1663 [
wnt
kruid*
gewas 1100 [Willeram] {1.2.4}
kruid*
specerij 1361-1362 [
mnw
] {4.1.6}
kruidenier
handelaar in kruiderijen en vervolgens ook in grutterswaren 1568 [Kool] {1.2.3/1.2.4/4.1.13}
kruidje-roer-mij-niet*
plant 1581 [De Lobel 318]
kruidnagel*
specerij 1599 [Kil.] {4.1.6}
kruien*
een kruiwagen voortduwen 1300 [
mnw
kruien*
over elkaar schuiven (van ijsschotsen) 1781 [
wnt
kruik*
vat 1240 [Bern.]
[pagina 994]
[p. 994]
kruim*
kruimel, binnenste van brood 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
kruimel*
broodkorreltje 1526 [Liesveltbijbel, Luc. 16c] {3.1}
kruin
bovenste deel van hoofd 1350 [
mnw
] kruipen*
zich op handen en voeten voortbewegen 1240 [Bern.]
kruis
twee balken die elkaar rechthoekig snijden 991-1000 [Künzel] kruisbes*
klapbes 1545 [Fuchs, Nieuwen Herbarius Cap. 68] {4.1.2}
kruiselings*
kruisgewijs 1844 [
wnt
kruisen
een kruis doen vormen, snijden 1350 [
mnw
kruisen
door een andere soort bevruchten 1838 [
wnt
kruiser
oorlogsschip 1634 [
wnt
bijl] {4.1.11}
kruisgang*
gang rond binnenplaats van klooster 1477 [Teuth.]
kruisigen
aan een kruis slaan 1100 [Willeram] {3.1}
kruisjassen
kaartspel 1887 [
wnt
Amsterdamsch Suppl] {4.1.18}
kruit*
ontplofbaar mengsel 1376-1400 [
mnw
] {1.2.4/4.1.14}
kruiwagen*
eenwielig voertuig 1343-1345 [
mnw
] {3.1/4.1.10}
kruizemunt
plant 1551 [
mnw
] kruk*
handvat 1285 [
cg
Rijmb.]
kruk*
stoel zonder leuning 1842 [
wnt
] {4.1.9}
krul*
omgebogen vorm, b.v. van haar 1477 [Teuth.]
kryoliet
ijssteen 1847 [
kku
krypton
chemisch element 1912 [
kku
] kubiek
inhoudsmaat 1599 [Kool] kubisme
richting in de beeldende kunst 1917 [
kwt
] kubus
hexaëder 1625 [
wnt
wijn] kuch*
soldatenbrood 1885 [
wnt
kuch
iii
] {4.1.6}
kuchen*
hoesten 1301-1400 [
mnw
] {3.1}
kudde*
troep 1240 [Bern.]
kuieren*
op zijn gemak lopen 1480 [
mnw
] {3.1}
kuif*
opstaand voorhaar 1600 [
wnt
kuiken*
jong van een kip 1401-1450 [
mnw
kuil*
holte 1131 [Künzel] {2.3}
kuil*
visnet 1252 [Prisma NPl.] {2.3}
kuip
vat 1277 [
cg i
1, 362] kuipen
intrigeren 1290 [
mnw
kuis
rein, ingetogen 1265-1270 [
cg
Lut.K] kuit*
visseneitjes 1437 [
mnw
kuit*
deel van het onderbeen 1494 [
mnw
kuitenflikker*
kromme sprong 1852 [
wnt
kuit
] {4.1.15}
kukelen*
tuimelen 1897 [
wnt
] {3.1}
kul
testikel 1287 [
cg
NatBl] kul
flauwigheid 1901 [
wnt
wederantwoord]
kummel
likeur 1912 [
kku
] kumquat
citrusvrucht 1992 [
gvd
] kuna
munteenheid van Kroatië 1941 [Enc. Munten en Bankbiljetten] kunde*
het kunnen 1240 [Bern.]
kundig*
kunde bezittend 1240 [Bern.]
kungfu
Chinese vechttechniek 1973 [Picarta: titel van M. Macao] kunne*
sekse 901-1000 [
wps
kunnen*
in staat zijn 1100 [Willeram]
kunst*
kunstvaardigheid, creatieve uiting 1100 [Willeram] {3.1/5}
kunstenaar
artiest 1617 [
wnt
kous
kunststof*
chemisch gemaakte stof 1937 [Picarta: Mededeelingen van Kunststoffen-Instituut]
kür
vrije figuur bij het kunstschaatsen 1920 [Guinness Olympische Spelen boek] kuras
borst- en rugharnas 1524 [
mnw
] kurhaus
plaats voor een kuur 1912 [
kku
] kurk
schors van kurkeik, materialen daarvan 1545 [
hws
] kussen*
zoenen 1100 [Willeram]
kussen
gevulde zachte zak 1201-1250 [Tavernier] kust
grens tussen land en zee 1436 [
mnw
] kuster
kustvaartuig 1859-1861 [B. Brommer, Reizen door oost-Indië 112b] kut*
vrouwelijk schaamdeel 1563 [Claes Tw. 12] {3.2/4.4}
kut*
tussenwerpsel: waardeloos! 1989 [Hofkamp&Westerman] {4.3}
kutsmoes
zeer slechte smoes 1968 [Aanv
wnt
kutten*
rotzooien 1991 [Hoppenbrouwers] {3.1}
kutzwager*
man die met dezelfde vrouw geslapen heeft 1975 [Aanv
wnt
] {3.1/4.1.4}
kuur
geneeswijze 1350 [
mnw
] kuur
gril 1539 [
wnt
kuuroord
herstellingsoord 1940 [Aanv
wnt
] kwaad*
slecht, boos 1240 [Bern.]
kwaadaardig*
boosaardig 1599 [
wnt
kwaadschiks*
bijwoord van hoedanigheid: tegen wil en dank 1832 [Bomhoff, Nieuw wrdb. Nederduitsche en Engelsche taal] {3.1}
kwaal*
ziekte, gebrek 1240 [Bern.] {4.4}
[pagina 995]
[p. 995]
kwab*
vetmassa 1544 [Paludanus, Dictionariolum rerum maxime vulgarium]
kwacha
munteenheid van Zambia en Malawi 1968 [Enc. Munten en Bankbiljetten] kwadraat
vierkant 1537 [Kool] kwadrant
cirkelsector met een kwart van de oppervlakte 1745 [
wnt
] kwadratuur
berekenen van kromme figuur in vierkante eenheden 1585 [
wnt
quadratuur] kwajongen*
ondeugende jongen 1787 [
wnt
kwak*
vissersvaartuig 1889 [
wnt
] {4.1.11}
kwakdenken*
afkeurende benaming voor de denktrant dat ziekte een geestelijke kwestie is 1992 [De Coster 1999] {4.4}
kwaken*
het natuurlijke geluid van eenden en kikkers maken 1477 [Teuth.] {3.1}
kwakkel
hoendervogel 1240 [Bern.] <
me
Latijn
kwakkelen*
sukkelen 1888 [
wnt
] {3.1}
kwakken*
hard neersmijten 1588 [Kil.] {3.1}
kwakzalver*
onbevoegd beoefenaar van de geneeskunst 1390-1460 [
mnw
] {4.1.13}
kwal*
holtedier 1727 [
wnt
kwalificatie
toekenning van eigenschap 1777 [
wnt
] kwalijk*
slecht 1237 [
cg i
1, 32]
kwaliteit
hoedanigheid 1573 [Plantijn] kwant
vent 1555-1560 [
mnw
] kwantificeren
hoeveelheid aangeven 1976 [
gvd
] <
me
Latijn
kwantiteit
hoeveelheid 1370-1378 [
mnw
] kwantum
hoeveelheid 1732 [
wnt
] kwanza
munteenheid van Angola 1976 [Enc. Munten en Bankbiljetten] kwark
wrongel 1941 [Theissen 1978] kwart
telwoord: vierde deel 1285-1286 [
cg
I2, 1153] kwartaal
drie maanden 1685 [
wnt
nedergericht] kwartel
hoendervogel 1537 [Pelegromius, Synonymorum Sylva]
kwartelkoning
ralvogel 1763 [
hou i
, 5, 279]
kwartet
muziekstuk voor vier partijen 1824 [
wei
] kwartet
kaartspel met stellen van vier bijeenhorende kaarten 1926 [
wnt
z.j.] kwartier
verblijfplaats 1546 [
wnt
] kwartier
vierde deel van een uur 1582 [
wnt
] kwartje
een vierde gulden 1646 [
wnt
] {4.1.12}
kwarto
boekformaat 1642 [
wnt
] kwarts
delfstof 1770 [Toll.] kwast*
knoest 1567 [Junius 166a-b]
kwast*
verfgereedschap 1665 [
wnt
kwast*
malle vent 1700 [
wnt
kwast
iii
kwast
drank 1893 [Toll.] {4.1.6}
kwatrijn
vierregelig gedicht of strofe 1857 [
wnt
] kwebbelen*
veel en rad praten 1902 [
wnt
] {3.1}
kwee
vrucht 1330 [Jacobs 20] kweek*
tarwegras 1477 [Teuth.]
kweekwee
gebakjes 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 33a] kween*
onvruchtbare koe 1444 [
mnw
] {4.1.3}
kweken*
verbouwen 1671 [
wnt
kwekken*
het natuurlijke geluid van kikkers maken 1552 [
wnt
] {3.1}
kwekken*
kletsen 1914 [
gvd
] {3.1}
kwel*
bron 1657 [
wnt
kwel
ii
kwelder*
buitendijks land 1830 [
wnt
kwelen*
lieflijk zingen 1477 [Teuth.]
kwellen*
pijnigen 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
kwellen*
zwellen 1477 [Teuth.]
kwestie
vraag, zaak 1265-1270 [
cg
Lut.K] kwets
pruim 1758 [
wnt
] kwetsen*
beschadigen, bezeren 1240 [Bern.]
kwetsuur
wond 1370 [
mnw
] kwetteren*
druk geluid maken (van vogels) 1562 [Claes] {3.1}
kwezel*
(overdreven) vroom iemand 1632 [
wnt
kwibus
dwaas 1662 [
wnt
kwiek*
levendig 1897 [
wnt
kwijl*
zever 1440 [
mnw
kwijlebabbe(l)*
scheldwoord voor iemand die altijd kwijlt of kletst 1616 [
wnt
kwijlen]
kwijnen*
verzwakken 1567 [Junius 453b]
kwijt
vrij van, niet meer in het bezit van 1237 [
cg i
1, 33] kwijten, zich
doen, vervullen 1237 [
cg i
1, 37] kwik*
metaal 1699 [Claes Tw. 12] {1.2.4}
kwikstaart*
zangvogel 1518 [Gemmula vocabulorum] {3.1}
kwikzilver*
chemisch element 1287 [
cg
NatBl] {1.2.4/3.1}
kwinkeleren
vrolijk zingen (van vogels) 1556 [
wnt
] {3.1}
kwinkslag*
snaaks gezegde 1410 [
mnw
kwint
vijfde toon 1477 [Teuth.] kwintessens
het voornaamste 1751 [
wnt
] [pagina 996]
[p. 996]
kwintet
muziekstuk voor vijf partijen 1772 [Bouvink] kwispedoor
spuwpotje 1672 [
tntl
1969, 85, 238] kwispelstaarten*
met de staart heen en weer gaan 1629 [
wnt
] {3.1}
kwistig*
royaal 1485 [
mnw
kwitantie
kwijting 1361-1362 [
hws
] kyat
munteenheid van Birma 1948 [Enc. Munten en Bankbiljetten] kynoloog
hondenkenner 1907 [Aanv
wnt
kyrie-eleïson
liturgische smeekbede 1561 [
wnt
worden] la
muzieknoot 1350 [
mnw
laag*
niet hoog 1240 [Bern.]
laag*
hinderlaag 1240 [
vmnw
laag*
hoeveelheid die ergens tussen of boven ligt 1285 [
cg
Rijmb.]
laak*
wetering, poel, plas 723 [Künzel] {2.3}
laan*
weg 1280-1287 [
cg i
1, 506]
laar*
open plaats in het bos 751-800 [Claes] {2.3}
laars*
schoeisel 1240 [Bern.] {3.1/4.1.9/5}
laat*
niet vroeg 1281 [
cg i
1, 564]
laatdunkend*
hooghartig 1617 [
wnt
laatstleden*
laatst verlopen 1376-1400 [
mnw
labbekak*
vreesachtig persoon 1620 [
wnt
label
etiket 1910 [
kwt
] label
platenmerk 1971 [R75] labiaal
lip- 1824 [
wei
] labiel
wankelbaar 1885 [Aanv
wnt
] labiliteit
wankelbaarheid 1950 [
gvd
] labiodentaal
met de onderlip en boventanden gevormd 1886 [
kku
laborant
assistent in een laboratorium 1832 [
wei
] laboratorium
werkvertrek voor technisch onderzoek 1711 [
wnt
vuurwerker] <
me
Latijn {3.2}
labrador
hondensoort 1876 [Sanders 1995] labyrint
doolhof 1650 [
mey
] lachen*
met het gezicht vrolijkheid uitdrukken 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {3.1}
laci
tussenwerpsel: uitroep van smart 1451-1500 [
mnw
] {4.3}
laconiek
doodkalm 1782 [
wnt
koel
] lacrimoso
smartelijk klagend 1772 [Bouvink] lacrosse
balspel 1929 [
kwt
] lactatie
melkafscheiding 1832 [
wei
] lactose
melksuiker 1886 [
kku
lacune
leemte 1824 [
wei
] ladder*
trap 1317 [
mnw
] {1.3}
ladderzat*
zeer dronken 1984 [
gvd
] {1.4/4.4}
lade*
schuifbak 1627 [
wnt
laden*
bevrachten, inladen 1236 [
cg i
1, 20]
laden*
kogels indoen 1599 [
wnt
lady
dame 1824 [
wei
] ladyshave
scheerapparaat voor vrouwen 1979 [Wijnands&Ost] {1.2.5/3.3/4.1.9}
laesie
kwetsing 1565 [
wnt
kwetsing] laf*
vreesachtig 1401-1425 [
mnw
lager
deel van een werktuig waarop de as steunt 1908 [Aanv
wnt
] lagerbier
zomerbier 1886 [
kku
] lagune
strandmeer 1824 [
wei
] lak
een harsachtig product, verf 1573 [Claes] lakei
huisbediende in livrei 1524 [
mnw
] laken*
textiel 1240 [Bern.] {4.1.9}
laken*
afkeuren 1287 [
cg
NatBl]
lakmoes*
kleurstof 1679 [Witgeest, Het Nieuwe Toneel der Konsten, 102]
laks
traag 1897 [
wnt
] lallen*
onduidelijk praten 1580 [
wnt
] {3.1}
lam*
jong van een schaap 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
lam*
verlamd 1376-1400 [
mnw
lama
boeddhistische priester 1824 [
wei
] lama
hoefdier 1847 [
kku
] lamantijn
zeekoe 1718 [Van Donselaar Tw. 12] lambada
Braziliaanse dans 1989 [De Coster 1999] lambda
de Griekse letter l 1767 [
hou i
, 11, 632] lambert
eenheid van lichtsterkte 1953 [Kath. Enc.]
lambiek
biersoort 1865 [
wnt
uitzet] {4.1.6}
lambrisering
houten wandbekleding 1786-1793 [
wnt
] lambrusco
rode wijnsoort 1978 [Born, Wijnlexicon] lamé
weefsel met goud- of zilverdraad 1961 [
gvd
] lamel
dunne strook 1824 [
wei
] lamenteren
jammeren 1384-1407 [
mnw
] lamentoso
klagend 1772 [Bouvink] lamineren
metaal pletten 1824 [
wei
] lamlendig*
futloos 1879 [
wnt
uitstaan]
lammetje
Bargoens: 30 stuivers 1860 [
moo
] [pagina 997]
[p. 997]
lamp
tot verlichting dienend voorwerp 1240 [Bern.] lampet
waterkan 1524 [
mnw
] {3.3}
lampion
feestverlichting 1810 [
wnt
] lamprei
kaakloze vis 1100 [Willeram] lamprei
jong konijn 1301-1400 [
mnw
] lanceren
afvuren 1887 [
wnt
torpedo] lancet
plat mesje 1567 [Junius 287b] land*
grond, bouwland 801 [Künzel] {2.3}
land*
rijk, staat 1200 [
cg ii
1 Servas]
landauer
rijtuig 1832 [
wei
] landbouwer*
boer 1514 [
mnw
] {4.1.13}
landen*
aan land zetten of komen 1450 [
mnw
landerig*
slecht geluimd 1844 [Physiologie van Amsterdam, 43, 90]
landjeveroveren*
spel met een mes om land te veroveren 1929 [Ter Laan, Nieuw Groninger wrdb.] {4.1.18}
landjuweel
wedstrijd van rederijkerskamers 1618 [
wnt
landmacht*
krijgsmachtonderdeel dat strijdt te land 1814 [
wnt
] {4.1.14}
landschap*
landstreek, landelijke omgeving 1240 [Bern.]
landschap*
schilderstuk, geschilderd landschap 1617 [
wnt
landstorm
tak van militaire dienst 1813 [
wnt
] lang*
met een grote lengte 788-789 [Claes] {2.3}
langlaufen
skilopen 1924 [Guinness Olympische spelen boek] langoest
schaaldier 1912 [
kku
] langoureus
kwijnend 1976 [
gvd
] langs*
bijwoord van richting 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
langs*
voorzetsel 1351 [
mnw
] {4.2}
langwerpig*
meer lang dan breed 1585 [Stevin, Dialectike ofte bewysconst]
langzaam*
niet snel 1265-1270 [
cg
Lut.K]
lankmoedig*
toegevend 1450 [
mnw
lanoline
wolvet 1910 [
kwt
] lans
stoot- en werpwapen 1350 [
mnw
] lansier
met een lans gewapende ruiter 1580 [Schulten Tw. 9] lansquenet
kaartspel 1847 [
kku
] lantaarn
verlichtingstoestel 1240 [Bern.] lanterfanten*
zijn tijd verbeuzelen 1573 [Claes] {3.1}
lanthaan
chemisch element 1872 [
gvd
lap*
stuk doek 901-1000 [
wps
lapel
omslag aan jas 1868-1872 [
wnt
] lapidair
kort en kernachtig 1865 [
kvw
] lapjeskat
driekleurige kat 1926 [
wnt
] {4.1.3}
lapsus
vergissing 1714 [
wnt
pissen] laptop
draagbare computer 1986 [Sanders 2001] lapzwans
vent van niks 1928 [Aanv
wnt
] larderen
doorspekken (lett. en later fig.) 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
] laren
beschermgoden van grond en huis 1824 [
wei
] larghetto
bijwoord: enigszins breed 1772 [Bouvink] largo
bijwoord: zeer langzaam 1751 [Aanv
wnt
] lari
munteenheid van Georgië 1995 [2000 Standard Catalog of World Coins] larie
onzin 1787-1789 [
wnt
] lariks
naaldboom 1682 [
wnt
] larmoyant
huilerig 1824 [
wei
] larve
bij dieren met gedaanteverwisseling de vorm waarmee het dier het ei verlaat 1580 [
wnt
] laryngitis
strottenhoofdontsteking 1847 [
kku
] larynx
strottenhoofd 1624 [Aanv
wnt
] las*
verbinding 1409 [
mnw
lasagne
soort pasta 1977 [Picarta: titel van Anna Del Conte] laser
stralingsversterker 1964 [Aanv
wnt
] laserprinter
printer die werkt met laserstralen 1986 [Mini/micro computer dec. 12, 5] lash-schip
zeeschip met lichters voor inlands transport 1979 [Wijnands&Ost] lassakoorts
infectieziekte 1992 [
wp
lassen*
een verbinding maken 1317 [
mnw
lasso
werpkoord met strik 1836 [Muller, Reizen en Onderzoekingen in den Indischen Archipel
, 120b] last*
vracht 1122 [Slicher] {2.4/3.1}
last*
hinder 1301-1400 [
mnw
laster*
kwaadsprekerij 1599 [kil]
lat*
lang stuk hout 1240 [Bern.]
lat
munteenheid van Letland 1991 [2000 Standard Catalog of World Coins] laten*
niet verhinderen, nalaten, afstaan 1236 [
cg i
1, 20]
latent
verborgen 1852 [
wnt
warmte] [pagina 998]
[p. 998]
lateraal
ter zijde 1777 [
mey
] latex
melksap der rubberbomen, rubberachtig materiaal 1931 [
wnt
koelie] lathyrus
plantengeslacht 1773 [
hou ii
, 1, 55] lat-relatie
leefsituatie waarin partners hun zelfstandigheid niet opgeven 1982 [Picarta: titel van
M.C.i.
Geraets] latrine
buitenshuis toilet 1875 [
wnt
] laudanum
opiumtinctuur 1688 [
mey
] lauden
kerkelijk getijde 1629 [Aanv
wnt
] laureaat
bekroond dichter 1847 [
kku
] laurier
sierboom 1562 [Naembouck] lauw*
tussen heet en koud 1240 [Bern.]
lauwer
krans van laurieren 1287 [
cg
NatBl] lava
door vulkanische uitbarsting uitgeworpen stoffen 1778 [
wnt
] lavatory
toilet 1914 [
gvd
] laveloos
stomdronken 1760 [
wnt
tormenteren]
lavement
klysma 1351 [
mnw
] laven
verkwikken 1265-1270 [
cg
Lut.K] lavendel
heestergeslacht, de bloemen daarvan 1350 [
mnw
] <
me
Latijn
laveren
telkens aan de wind overstag gaan 1384 [
mnw
] lawaai
herrie 1803 [
wnt
] lawine
neerstortende sneeuw 1774 [
wnt
wind
] lawntennis
tennis dat oorspronkelijk op grasbanen werd gespeeld 1889 [
wnt
] lawrencium
chemisch element 1976 [
gvd
] laxeren
de stoelgang bevorderen 1477 [Teuth.] lay-out
opmaak 1933 [Aanv
wnt
] lazaret
(veld)hospitaal 1656 [
wnt
] lazarus
stomdronken 1673 [
wnt
lazeren
smijten 1896 [
wnt
leadzanger
belangrijkste zanger in popgroep 1984 [
gvd
leasen
voor lange termijn huren 1974 [Posthumus] leb*
lebmaag 1807 [
wnt
lebberen*
slobberen 1897 [
wnt
] {3.1}
lector
titel aan universiteit 1762-1784 [
wnt
] lectuur
het lezen 1580 [
wnt
renomnie] lectuur
leesstof 1793 [
wnt
] ledematen*
armen en benen 1718 [
wnt
ledenpop
pop met beweegbare leden 1864 [
wnt
] {4.1.18}
ledikant
bed 1545 [
hws
] lee*
watering 820 [Künzel] {2.3}
leed*
verdriet, schade 1100 [Willeram]
leedvermaak*
genoegen over andermans ongeluk 1811 [
wnt
leeftocht*
proviand 1204 [Slicher] {2.4/3.1}
leeg, ledig*
vrij, werkloos, ijdel 1240 [Bern.]
leeg, ledig*
zonder inhoud 1599 [
wnt
leegte*
het leeg-zijn 1847 [
wnt
] {3.1}
leek*
beekje 1076-1100 [Claes] {2.3}
leek
niet-geestelijke 1240 [Bern.] leem*
grondsoort 901-1000 [
wps
] {3.1}
leemte*
tekort 1555 [
wnt
] {3.1}
leemte*
gaping 1864 [
wnt
leen*
wat men voor tijdelijk gebruik ontvangt 1215 [Slicher] {2.4}
leenwoord
woord aan een andere taal ontleend 1910 [Aanv
wnt
] leep*
sluw 1504 [
mnw
leer*
stof uit dierenhuiden 1240 [Bern.] {1.2.4/1.3}
leer*
trap 1488 [
mnw
] {1.3}
leer*
doctrine 1569 [
wnt
] {1.3}
leerdammer*
Nederlandse kaassoort 1977 [Fa. Baars Leerdam] {3.1/4.1.6}
leerkracht
onderwijzer 1905 [
wnt
verbinden] leerling*
iem. die onderwijs krijgt 1496 [
mnw
leest*
schoenvorm 1330 [Jacobs 17]
leest*
gestalte, vorm van het lichaam 1629 [
wnt
leeuw
katachtige 901-1000 [
wps
] leeuwendaalder
munt 1575 [Van Gelder 1965] {4.1.12}
leeuwerik*
zangvogel 1240 [Bern.]
leeuwin
vrouwelijke leeuw 1240 [Bern.]
lef
Bargoens: moed 1860 [
moo
] legaal
wettelijk 1576 [
wnt
locaal
] legaat
gezant 1240 [Bern.] legaat
testamentaire beschikking 1527 [
hws
] legaliseren
voor echt verklaren 1818 [
wnt
] legatie
gezantschap 1480 [
hws
] legato
gebonden, vloeiend 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] legendarisch
tot de legende behorend 1875 [
wnt
] legende
verhaal van een wonder, sage 1446 [
mnw
] [pagina 999]
[p. 999]
leger*
ligplaats (van dier) 1100 [Willeram]
leger*
krijgsmacht te land 1596 [
wnt
] {4.1.14}
legeren*
een verblijfplaats verschaffen 1400 [
mnw
legéren
alliëren 1847 [
kku
] legering
vermenging van metalen 1847 [
kku
] leges
administratieve heffingen 1545 [
hws
] leggen*
doen liggen 1240 [Bern.] {3.1}
leggiero
licht, luchtig 1832 [
wei
] legging
dunne stretchbroek 1989 [Peptalk] leghorn
hoendervogel 1905 [Sanders 1995] legio
zeer talrijk 1637 [Statenvertaling (Marcus 5:9)] legioen
legerafdeling 1285 [
cg
Rijmb.] legionella
legionairsbacterie 1984 [
gvd
] legislatief
wetgevend 1866 [
wnt
steken] legitiem
wettelijk, gewettigd 1301-1350 [
mnw
] legitimeren
wettigen 1540 [
wnt
] legitimist
aanhanger van de leer dat de vorstelijke macht een eigen recht is 1847 [
wnt
] lego
kinderspeelgoed 1984 [
gvd
] leguaan
hagedis 1623 [Van Donselaar Tw. 13] lei
gesteente 1377-1378 [
mnw
] lei
munteenheid van Roemenië en Moldavië 1926 [
kwt
] leiband*
loopband 1698 [
wnt
leiden*
doen gaan, aanvoeren 901-1000 [
wps
leidmotief
leidende gedachte 1850 [Aanv
wnt
] leidmotief
(muz.) grondthema 1896 [
kwt
] leidse*
kaas uit Leiden 1843 [
wnt
kaas] {4.1.6}
leidsel*
teugel 1702 [
wnt
] {3.1/5}
lek
munteenheid van Albanië 1946 [Enc. Munten en Bankbiljetten] lekken*
niet dicht zijn 1440 [
mnw
lekken*
informatie laten uitlekken 1984 [
gvd
] {3.1}
lekker*
aangenaam van smaak of geur 1350 [
mnw
lel*
lapje (bv. van oor) 1573 [Claes Tw. 12]
lel*
oorvijg 1924 [
gvd
lelie
bloem 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] lelijk*
niet mooi 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
lellebel*
slonzige vrouw 1887 [
wnt
vuil
] {3.1}
lemma
trefwoord 1847 [
kku
] lemmet
snijkant van mes 1616 [
wnt
lemmer
lemming
knaagdier 1761 [
hou i
, 2, 446] lempira
munteenheid van Honduras 1926 [Enc. Munten en Bankbiljetten] lemur
halfaap 1824 [
wei
] lende*
deel van rug en zijden 901-1000 [
wps
lenen*
te leen geven of krijgen 1240 [
vmnw
lengte*
langste afmeting 1350 [
mnw
] {3.1}
lenig*
buigzaam 1611-1620 [
wnt
lenigen*
zacht maken 1638 [
wnt
leninisme
vorm van het marxisme 1937 [
koe
lens*
slap, krachteloos 1588 [Claes]
lens
vergrootglas 1744 [Baker, Het microscoop gemakkelyk gemaakt 1] lente*
voorjaar 1050 [
cg ii
1, 122] {1.1/4.1.7}
lentemaand*
maart 1050 [
cg ii
1, 122] {3.1/4.1.7}
lento
bijwoord: langzaam 1772 [Bouvink] leone
munteenheid van Sierra Leone 1960 [Enc. Munten en Bankbiljetten] {4.1.12}
lepel*
eetgereedschap 1240 [Bern.] {3.1}
lepelaar
reigerachtige 1270 [
cg i
1, 161]
leproos
melaats, aan lepra lijdend 1380 [
wnt
leproos
] leproos
melaatse 1542 [
hws
] leptosoom
lichaamstype 1939 [
kwt
.]
leraar
onderwijzer 1240 [Bern.]
leren*
kennis verwerven, onderrichten 901-1000 [
wps
les
onderricht 1240 [Bern.] lesbisch
homoseksueel (gezegd van vrouwen) 1847 [
kku
lessen*
blussen 1350 [
mnw
lessenaar
schuin blad op voetstuk ter ondersteuning van geschrift 1240 [Bern.]
letaal
dodelijk 1597 [Aanv
wnt
] lethargie
geestelijke ongevoeligheid 1882 [
wnt
schijndood] letsel*
kwetsuur 1318 [
mnw
letten*
verhinderen 1236 [
cg i
1, 27]
letter
schriftteken 1236 [
cg i
1, 20] lettergreep
syllabe 1649 [Ruijs]
leugen*
onwaarheid 901-1000 [
wps
leuk*
grappig 1898 [Toll.]
leukemie
bloedkanker 1886 [
kku
leukocyt
wit bloedlichaampje 1912 [
kku
leukoplast
hechtpleister 1910 [
kwt
leukose
leukemie 1949 [Coëlho, Zakwrdb. geneesk.]
leunen*
steunen op of tegen 1439 [
mnw
leuning*
steun voor armen 1654 [
mey
leuren*
venten 1540 [
wnt
[pagina 1000]
[p. 1000]
leus
zinspreuk 1501-1525 [
mnw
] leut*
plezier 1634 [
wnt
leute]
leut*
koffie 1899 [
wnt
leut
ii
] {4.1.6}
leuteren*
kletsen 1809 [
wnt
] {3.1}
lev
munteenheid van Bulgarije 1914 [
gvd
] leven*
niet dood zijn 901-1000 [
wps
levendig*
beweeglijk 1399 [
mnw
levensgevaarlijk*
zeer gevaarlijk 1908 [
wnt
levensgevaar] {4.4}
levensgroot*
zeer groot 1765 [
wnt
] {4.4}
levensloop*
iemands leven 1714 [
wnt
lever*
klier 1240 [Bern.]
leverancier
die waren levert 1640 [
wnt
] {4.1.13}
leveren
verschaffen 1230 [
cg i
1, 19] levertraan*
olie gewonnen uit levers van kabeljauwachtigen 1636 [
wnt
robbetraan] {1.3}
leviathan
monsterachtig waterdier 1622 [
wnt
] levitatie
het uitgeschakeld-zijn van de zwaartekracht 1899 [
dbl
] lexicaal
m.b.t. de woordenschat 1887 [
kwt
lexicograaf
woordenboekschrijver 1745 [
mey
] lexicon
woordenboek 1635 [Aanv
wnt
] lezen*
verzamelen (bv. van aren) 1100 [Willeram]
lezen*
opnemen van schrift 1250 [
mnw
liaan
slingerplant 1770 [Hartsinck, Beschryving Guiana 84] liaison
liefdesbetrekking 1824 [
wei
] libel
schotschrift 1424 [
mnw
] libel
insect 1761 [Toll.] libel
waterpas 1826 [
wnt
] liberaal
ruimdenkend, mild 1461 [
mnw
] liberaal
een democratische regering aanhangend (naar het voorbeeld van de Franse Revolutie) 1823 [
wnt
] liberaliseren
bevrijden van beperkingen 1855 [
kku
] libero
vrije verdediger bij voetbal 1970 [Recht voor raap] libertijn
vrijdenker 1567 [
wnt
anabaptist] libidineus
wellustig 1561 [Aanv
wnt
] libido
geslachtsdrift 1915 [
wnt
uitleven] libratie
schijnbare schommeling van hemellichaam 1824 [
wei
] libretto
operatekst 1855 [
kku
] librium
kalmerend middel 1974 [
koe
licentiaat
gegradueerde 1560 [
wnt
] <
me
Latijn
licentie
verlof 1452-1494 [
hws
] lichaam*
lijf 1100 [Willeram]
licht*
uitstraling van zon e.d. 901-1000 [
wps
licht*
niet donker 1130-1161 [Künzel] {2.3/4.1.5}
licht*
niet zwaar 1177 [Slicher] {2.4}
lichtekooi
hoer 1635 [
wnt
walen
] {4.1.13}
lichten*
optillen 1236 [
cg i
1, 26]
lichter*
vaartuig voor vervoer van lading van zeeschepen 1634 [
wnt
] {4.1.11}
lichterlaaie*
met uitslaande vlam 1810 [
wnt
] {3.1}
lichtmatroos
aankomend matroos 1882 [
wnt
licht
iii
Lichtmis
Vrouwendag, 2 februari 1236 [
cg i
1, 26] {4.1.7}
lichtzinnig
onberaden 1623 [
wnt
kleed] lid*
lichaamsdeel 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
lid*
deksel 1429 [
mnw
lid*
penis 1530 [
wnt
] {4.4}
lidmaat*
lid van een protestants kerkgenootschap 1648 [
wnt
] {4.1.8}
lidwoord*
de, het, een 1723 [
wnt
lied*
gezang 1260-1270 [
cg ii
1 Boeve]
lieden, lui*
mensen 1240 [Bern.]
liederlijk
losbandig 1709 [
wnt
] lief*
bemind, aardig 901-1000 [
wps
liefde*
genegenheid 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
liefdesbaby
buitenechtelijk kind 1992 [De Coster 1999] {4.1.4}
liefdesbrief
minnebrief 1935 [Vd Sijs 1996] liefhebberen*
zich als amateur met een vak bezighouden 1832 [
wnt
liefkozen
lief spreken 1300 [
mnw
liefkozen
strelen 1710 [
wnt
lieftallig*
bevallig 1530-1531 [
mnw
liegen*
onwaarheid spreken 901-1000 [
wps
lier
snaarinstrument 1440 [
mnw
] lier
horizontaal geplaatste kaapstander 1859 [
wnt
lierelauwen*
wauwelen 1873 [
wnt
] {3.1}
liëren
verbinden 1824 [
wei
] lies*
plant 1146 [Prisma NPl.] {2.3}
lies*
plooi tussen onderlijf en bovenbeen 1351 [
mnw
liflaf*
flauwe kost 1793-1796 [
wnt
] {3.1/5}
lift
hijstoestel 1891 [
wnt
] liften
gratis meerijden in andermans auto 1950 [Aanv
wnt
liften
lichaamscorrectie ondergaan 1997 [De Coster 1999] liga
verbond 1824 [
wei
] <
me
Latijn
ligament
band 1595 [
wnt
verrukken] [pagina 1001]
[p. 1001]
ligatuur
afkorting, combinatie van letters 1567 [Plantijn, Françoische t'samensprekinghen, 15] liggen*
uitgestrekt zijn, zich bevinden 1100 [Willeram] {3.1}
light
caloriearm 1983 [Ferrée] light-railtrein
openbaar vervoer tussen trein en tram in 2000 [
nrc-h
16/6/2000] {4.1.10}
liguster
heestergeslacht 1676 [Suriname: Spiegel der vaderlandse kooplieden 51] lij*
zijde die van de wind is afgekeerd 1598 [
wnt
lij
lijden*
verduren, ondergaan 1265-1270 [
cg
Lut.K]
lijf*
lichaam 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
lijfwacht*
bewakers van een belangrijk persoon 1612 [
wnt
] {1.2.5/4.1.14}
lijk*
dood lichaam 1240 [Bern.]
lijk*
touw om rand van zeil 1569 [
tntl
1955, 73, 284]
lijken*
gelijken 1450 [
mnw
lijm*
plakmiddel 1240 [Bern.] {3.1}
lijn*
touw 1240 [Bern.]
lijn*
streep 1477 [Teuth.]
lijnen*
vermageren 1976 [
gvd
] {3.1}
lijntrekken*
opzettelijk langzaam werken 1627 [
wnt
toer]
lijnwaad*
linnen 1285 [
mnw
] {3.1/4.1.9}
lijp*
gek 1970 [Recht voor raap] {3.1}
lijs*
suf persoon 1580 [
wnt
lijst*
rand 1277 [
cg i
1, 353]
lijst*
opsomming, reeks 1581 [
wnt
lijster*
zangvogel 1300 [
mnw
lijzig*
irritant langzaam 1682 [Toll.]
lik
Bargoens: gevangenis 1858 [
moo
] likdoorn*
eksteroog 1301-1350 [
mnw
] {3.1}
likeur
alcoholische drank 1601 [
wnt
] likkebaarden*
watertanden 1672 [
wnt
] {3.1}
likken*
met de tong over iets heen gaan 901-1000 [
wps
liksteen*
zoutsteen voor het vee 1901 [
kui
lila
lichtblauw paars 1833 [
wnt
violet
ii
] lilangeni
munteenheid van Swaziland 1968 [Enc. Munten en Bankbiljetten] lillen*
drillen (van weke massa) 1477 [Teuth.]
lilliputter
dwerg 1813 [
wnt
limerick
vijfregelig grappig versje 1932 [
wnt
vijf
] limiet
grens 1350 [
hws
] limitatie
beperking, begrenzing 1467-1490 [
hws
] limitatief
beperkend 1824 [
wei
] limiteren
beperken 1548 [
hws
] limoen
citroen 1351-1400 [
mnw
] limonade
drank van vruchtensap 1691 [
wnt
thee] limousine
gesloten luxeauto 1910 [
kwt
] limpido
zuiver (van winst) 1747-1787 [
wnt
] linde*
boomsoort 1101 [Claes] {2.3}
lineair
lijnvormig 1847 [
kku
] linea recta
bijwoord: rechtstreeks 1805 [
mey
] lingerie
damesondergoed 1912 [
wnt
] lingua franca
internationale omgangstaal 1899 [
dbl
] linguïst
taalkundige 1824 [
wei
] liniaal
meetlat 1599 [
wnt
] linie
streep, lijn 1240 [Bern.] link*
Bargoens: leep, gevaarlijk 1890 [
wnt
link
schakel 1974 [
koe
] linker*
tegenover rechter 1477 [Teuth.]
linkmichel
Bargoens: lepe kerel 1906 [Köster Henke] links*
aan de linkerzijde 1477 [Teuth.]
links
veld voor golfspel 1917 [
kwt
] linktrainer
nabootsing van vliegtuigcockpit 1942 [
kwt
] linnen*
weefsel van vlas 1236 [
cg i
1, 23] {4.1.9}
linoleum
vloerbedekking 1886 [Toll.] lint
band 1350-1384 [
mnw
] lintworm*
klasse van platwormen 1768 [
hou i
, 12, 138]
linze
plant 1420 [Claes] lip*
rand van mondopening 1100 [Willeram]
liplap
Indo-Europeaan 1622 [
wnt
] liposuctie
wegzuigen van overtollig lichaamsvet 1992 [De Coster 1999] lippizaner
paardensoort 1968 [
kwt
] lipssleutel
type van sleutel 1992 [
gvd
lipstick
lippenstift 1968 [
kwt
] liquida
vloeiklank, l en r 1847 [
kku
] liquide
onmiddellijk vereffenbaar 1537 [
hws
] liquideren
verrekenen, afwikkelen 1544 [
wnt
] liquideren
uit de weg ruimen 1961 [
gvd
] lira
munteenheid van Turkije 1960 [2000 Standard Catalog of World Coins] lire
munteenheid van Italië, San Marino en Vaticaanstad 1824 [
wei
] [pagina 1002]
[p. 1002]
lis*
plant 1240 [Bern.]
lispelen*
onduidelijk uitspreken 1350 [
mnw
] {3.1}
list*
slimheid 1100 [Willeram]
litanie
smeekbeden 1500 [Bibliotheca 1954, nr. 24] litas
munteenheid van Litouwen 1925 [2000 Standard Catalog of World Coins] liter
inhoudsmaat 1802 [
wnt
] literatuur
letterkunde 1676 [
wnt
verscheidenheid] lithium
chemisch element 1847 [
kku
] lithograaf
steendrukker 1858 [
wnt
visitekaartje] lithografie
steendruk 1824 [
wei
] lithosfeer
vaste aardkorst 1898 [
gvd
litoraal
m.b.t. de kust 1847 [
kku
] litotes
retorische figuur waarbij men schijnbaar iets verkleint of ontkent 1720 [
mey
] lits-jumeaux
tweelingbed 1910 [
kwt
] litteken*
teken van een wond 1253 [
cg i
1, 45] {3.1}
liturgie
gebeden en ceremoniën van eredienst 1639 [
wnt
] live
niet van bandopnames 1966 [R75] living
woonkamer 1952 [Aanv
wnt
] {1.2.2/1.2.3/3.3}
living
bestaan 1958 [
kwt
] livre
munteenheid van Libanon 1968 [2000 Standard Catalog of World Coins] livrei
bijzondere kleding 1343-1344 [
mnw
] loafer
slipper 1958 [
wp
jaarboek 1958] lob
kwab 1718 [
wnt
] lob
techniek waarbij men de bal met een boog (over de tegenstander) speelt 1961 [
gvd
] lobbes
goedaardig dier of mens 1646 [
wnt
lobby
pressiegroep 1954 [Aanv
wnt
] lobelia
plantengeslacht 1779 [
wnt
water] lobotomie
operatie in hersensubstantie 1970 [
gvd
Suppl.]
locomotief
treintrekker 1847 [
kku
] loden
dichte stof 1910 [
kwt
] loeder*
gemeen persoon 1592 [Toll.]
loef*
windzijde 1612 [
wnt
loefie
Bargoens: halve cent 1906 [
moo
] loeien*
het natuurlijke geluid van runderen of de wind maken 901-1000 [
cg wps
Gloss.] {3.1}
loeihard*
zeer hard 1976 [
gvd
] {4.4}
loeisterk*
zeer sterk 1984 [
gvd
] {4.4}
loempia
gevuld hartig pannenkoekje 1954 [Aanv
wnt
] loens*
een beetje scheel 1724-1726 [
wnt
loep
vergrootglas 1821 [
wnt
] loeren*
spieden 1477 [Teuth.]
loet*
werktuig 1250 [Rey] {2.2}
loeven*
in de wind opdraaien 1599 [
wnt
lof*
het prijzen 901-1000 [
wps
loftuiting*
het verkondigen van lof 1351-1400 [
mnw
log*
plomp 1627 [
wnt
walscherm]
log
snelheidsmeter van schip 1670 [
wnt
] logaritme
exponent van de macht, waartoe een getal moet worden verheven om een tweede getal te verkrijgen 1626 [
wnt
] logboek
scheepsjournaal 1782 [
wnt
log
iv
loge
plaats in theater 1735 [
wnt
] loge
portiershokje 1909 [
wnt
] logé
gast die blijft slapen 1844 [
wnt
] {3.3}
logement
gelegenheid tot logeren 1540 [
wnt
verlast] logenstraffen
onwaarheid doen blijken 1588 [Claes] logeren
als gast zijn intrek nemen 1285 [
cg
Rijmb.] logger
vaartuig 1796 [Toll.] loggia
overdekte galerij 1886 [
kku
] logica
leer van de wetten van het denken 1500 [
wnt
] logies
onderdak 1476 [
mnw
] logisch
m.b.t. de logica 1735 [
wnt
] logistiek
voorzieningen van troepen 1855 [
kku
] logo
vignet 1982 [R84] logopedie
spraakverbetering 1929 [
kwt
loipe
langlauftraject 1984 [
gvd
] lok*
haar 901-1000 [
wps
lokaal
plaatselijk 1570 [
wnt
] lokaal
vertrek 1825 [
wnt
] lokaliseren
tot een plaats beperken, een plaats toekennen 1847 [
kku
] lokatie
plaats(ing) 1961 [
gvd
] lokatief
plaatsaanduidende naamval 1901 [
kui
] loket
doorgeefraampje 1380 [
mnw
lokken*
aantrekken 1100 [Willeram]
lol*
pret 1897 [
wnt
lolbroek*
grapjas 1976 [
gvd
] {1.4/3.1}
[pagina 1003]
[p. 1003]
lolita
jong meisje dat oudere mannen aantrekt 1958 [Vertaling Lolita] lollepot
lesbienne 1906 [Köster Henke] {1.2.3}
lolly
lekkernij 1927 [Aanv
wnt
] lom
duikerhoen 1612 [
wnt
] lombok
Spaanse peper 1875 [Multatuli, Max Havelaar, 356] lommer
schaduw van gebladerte 1487 [
mnw
] lommerd
pandjeshuis 1429 [
mnw
] lomp*
vod 1588 [Claes]
lomp*
plomp, grof 1615 [
wnt
lompenproletariaat
de allerarmsten (bij Marx) 1920 [Aanv
wnt
] lonen*
opwegen tegen, vergelden 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
long*
ademhalingsorgaan 1240 [Bern.]
longdrink
een drankje in een hoog glas 1953 [
wp
voor de vrouw] lonken*
een lokkende blik toewerpen 1513 [Mak]
lont
koord voor ontsteking 1520 [
hws
] loo*
(open plek in) bos 830 [Künzel] {2.3}
loochenen*
ontkennen 1240 [Bern.]
lood
chemisch element 1240 [Bern.] loodgieter
iem. die lood verwerkt en buizen repareert 1346-1349 [
mnw
] {4.1.13}
loodlijn
lijn die loodrecht op een andere staat, lijn voor het dieplood 1614 [
wnt
loodrecht
zuiver recht 1597 [
wnt
waterpas
loods
schuur 1285 [
cg
Rijmb.] loods
stuurman 1677 [
wnt
loof*
gebladerte 1287 [
cg
NatBl]
loog*
oplossing van soda 1330 [Jacobs 18]
loog
beoefenaar van een van de sociale wetenschappen 1982 [R84] {1.2.4}
looien*
dierenhuiden behandelen 1340 [
mnw
look*
plant 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] {4.1.6}
look
stijl in bv. kleding 1974 [
koe
] lookalike
iem. die sprekend op een ander lijkt 1992 [Peptalk] loom*
traag, mat 1599 [Kil.]
loon*
vergoeding 1080 [Rey] {2.2}
loopbaan*
carrière 1556 [Picarta: B.A. van der Hulst, Die Gheestelijkcke loopbane]
loopgraaf
gang in de grond voor dekking tegen de vijand 1599 [
wnt
] looping
verticale cirkel met vliegtuig 1917 [
kwt
] loops*
ritsig, tochtig 1477 [Teuth.]
loos*
vals, slim 901-1000 [
wps
loos*
leeg 1599 [kil]
loot*
boomscheut 891-892 [Künzel] {2.3}
lopen*
gaan 901-1000 [
wps
lopende*
voorzetsel 1998 [Van der Horst] {4.2}
lor*
vod 1625 [
wnt
] {1.2.3}
lord
titel 1685 [
wnt
water] lording
garen tot het bekleden van touwwerk 1681 [
wnt
] lorentzkracht
natuurkundige kracht 1953 [Kath. Enc.]
lorgnet
knijpbril 1759 [
wnt
kip
ii
] lorgnon
monocle 1847 [
kku
] lori
papegaaiachtige 1682 [
wnt
] lori
halfaap 1847 [
kku
] lorre
naam van papegaai 1698 [
wnt
veer
] lorrie
kiepkarretje 1876 [Toll.] los*
niet gebonden 1277 [
cg i
1, 372]
los*
katachtige 1451-1500 [
mnw
] {4.1.3}
losbandig*
ongeregeld 1698 [
wnt
losbol*
lichtzinnig mens 1696 [
wnt
] {3.1}
loslippig*
dingen vertellend die men moet verzwijgen 1918 [
wnt
los] {3.1}
löss
leemsoort 1912 [
kku
] lossen*
uitladen 1254 [
vmnw
lot*
gemerkt voorwerp waarmee geloot wordt 1140 [Rey] {2.2}
loterij
kansspel met lootjes 1518 [
wnt
] {4.1.18}
lotion
haarwassing, gezichtswater 1910 [
kwt
] lotto
loterij 1824 [
wei
] lotus
waterlelie 1608 [
wnt
] louche
onguur 1917 [
kwt
] louis, louis d'or
gouden munt 1669 [
wnt
] lounge
hal van hotel 1926 [
kwt
] louter
zuiver 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] louvredeur
deur met latjes 1984 [
gnn
louwmaand*
januari 1240 [Bern.] {3.1/4.1.7}
loven*
prijzen 901-1000 [
wps
lover*
gebladerte 1573 [Plantijn]
loverboy
souteneur 2000 [
nrc-h
5/12/2000] loyaal
trouw 1281 [
cg i
1, 562] lozen*
losmaken, verwijderen 1275 [
cg i
1, 282]
lp
langspeelplaat 1950 [
wp
jaarboek 1958] lsd
een hallucinerend middel 1966 [R75] lubberen*
flodderen 1899 [
wnt
] {3.1}
lucht*
gasmengsel van zuurstof en stikstof 1240 [Bern.]
luchtballon
luchtvaartuig waaraan een mand hangt 1831 [
wnt
] {4.1.10}
[pagina 1004]
[p. 1004]
luchter*
lichtkroon 1477 [Teuth.]
luchthartig*
onbekommerd 1731-1735 [
wnt
luchtkasteel
irreëel toekomstbeeld 1735 [
wnt
luchtmacht*
krijgsmachtonderdeel dat strijdt in de lucht 1953 [
wp
] {3.1/4.1.14}
luchtschip*
bestuurbaar luchtvaartuig 1862 [
wnt
] {4.1.10}
lucide
helder 1824 [
wei
] lucifer
vlamhoutje 1847 [
kku
] lucratief
winstgevend 1733 [
wnt
aftroonen] lucullusmaal
heerlijk maal 1899 [
dbl
ludiek
speels 1938 [R75] lues
syfilis 1824 [
wei
] lugerpistool
halfautomatisch pistool 1984 [
gvd
] luguber
somber 1697 [
wnt
] lui*
vadsig 1440 [
mnw
luiaard
tandarm zoogdier 1768 [
wnt
] {4.1.3}
luid*
hard klinkend 1285 [
cg
Rijmb.]
luidruchtig*
lawaaierig 1460 [
mnw
luier*
doek voor kinderen 1350 [
mnw
luieren*
lui zijn 1632 [
wnt
luifel*
afdak 1576 [
wnt
oversteken] {3.1}
luik*
(houten) schot 1552 [
mnw
luiken*
sluiten 1265-1270 [
cg
Lut.K]
luilak*
luiaard 1692 [
wnt
luim
stemming 1605 [
wnt
] luipaard
katachtige 1285 [
cg
Rijmb.] luis*
insect 1285 [
cg
Rijmb.]
luister
glans 1567 [Junius] luisteren*
horen 1357 [
mnw
] {3.1}
luisterlied*
chanson 1962 [
wp
jaarboek 1966] {4.4}
luistervink*
stiekeme luisteraar 1410 [
mnw
luit
snaarinstrument 1300 [
mnw
] luitenant
officier van lagere orde 1576 [
wnt
] luiwagen
bezem 1682 [
wnt
] luiwammes
luiaard 1691 [
wnt
] {1.2.4}
lukken*
slagen 1451-1500 [
mnw
lukraak*
op goed geluk 1638 [
wnt
lul*
scheldwoord: sukkel, sul 1678 [
wnt
lul
iv
lul*
penis 1717 [
wnt
lul
iii
] {4.4}
lullen*
kletsen 1709 [
wnt
lullig*
flauw, vervelend 1928 [Aanv
wnt
lumbaal
m.b.t. de lendenen 1847 [
kku
] lumbecken
inbinden met lijm 1968 [
kwt
] lumen
licht 1526-1540 [
wnt
vermind
ii
] luminescentie
uitstraling 1926 [
kwt
] lumineus
lichtend, prachtig 1824 [
wei
] lummel
onhandige vent 1700 [Toll.] lunapark
soort kermis 1916 [Sanders 1995] lunatiek
maanziek 1650 [
mey
] lunch
maaltijd rond middaguur 1855 [
kku
] lunchroom
lokaliteit waar men gebak kan eten 1910 [
kwt
] lupine
plantengeslacht 1514 [Groten Herbarius] lurken*
hoorbaar zuigen 1611-1620 [
wnt
] {3.1}
lus
tot een oog gedraaid touw 1651-1652 [
wnt
lust*
begeerte 1240 [Bern.]
lustrum
vijfjarig tijdvak 1824 [
wei
] lutetium
chemisch element 1947 [Holleman, Leerboek der organische chemie 533] luthers
volgens de leer van Luther 1528 [
wnt
] {4.1.8}
luttel*
gering 1200 [
cg ii
1 Servas]
luw*
windvrij 1480 [
mnw
lux
licht 1658 [
mey
] luxaflex
jaloezie 1964 [Aanv
wnt
] {1.2.5}
luxe
weelde 1785 [
wnt
] luxueus
weelderig 1889 [
wnt
] luzerne
rupsklaver 1847 [
kku
] L-vormig
de vorm van een L hebbend 1898 [
wnt
zwei
] lyceum
middelbare school met een gemeenschappelijke onderbouw en gedifferentieerde bovenbouw 1909 [
wp
] lychee
vrucht 1670 [
wnt
vermaak] lymfe
weefselvocht 1824 [
wei
] lynchen
zonder berechting doden 1897 [
koe
] lynx
katachtige 1287 [
cg
NatBl] lyriek
lyrische gedichten 1884 [
wnt
] lysol
ontsmettingsmiddel 1900 [Aanv
wnt
maag*
verwant 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.4}
maag*
orgaan 1240 [Bern.]
maagd*
ongerepte jonge vrouw 1100 [Willeram] {4.1.4}
maaien*
afsnijden 1240 [Bern.]
maal*
jonge koe 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
maal*
valies 1100 [Rey] {2.2}
[pagina 1005]
[p. 1005]
maal*
telkens terugkerend tijdstip, keer 1246 [
mnw
maal*
maaltijd 1285 [
cg
Rijmb.]
maal*
melktijd 1726 [
wnt
maal
viii
maalschap*
gemeenschappelijke onverdeelde grond van een gemeente 1227 [Slicher] {2.4}
maalstroom*
ronddraaiende stroming 1595 [
wnt
maaltijd*
eten 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1/4.1.6}
maan*
satelliet 901-1000 [
wps
maand*
twaalfde deel van een jaar 1050 [
cg ii
1, 122] {4.1.7}
maandag*
tweede dag van de week 1253 [
cg i
1, 46] {3.1/4.1.7}
maanzaad*
zaad van de maankop 1477 [Teuth.]
maanziek*
zenuwziek 1332 [
hws
maar
gracht 794 [Künzel] maar*
nevenschikkend voegwoord 1200 [
cg ii
1 Servas] {4.2}
maarschalk*
stalknecht, opperstalmeester 1086 [Rey] {2.2}
maarschalk
officier met een rang boven die van generaal 1626 [
wnt
] maart
derde maand 1240 [Bern.] maas*
oog in netwerk 1301-1400 [
mnw
maaslander*
Nederlandse kaassoort 1980 [Westland Servicelijn] {3.1/4.1.6}
maaswerk*
netwerk 1862 [
wnt
maas
ii
maat*
afmeting 1210-1226 [Slicher] {2.4}
maat*
metgezel 1546 [Naembouck]
maat*
indeling in de muziek 1644 [
wnt
maatjesharing*
haring waarbij hom of kuit nog niet ontwikkeld is 1599 [Kil.]
maatregel
schikking 1734 [
wnt
] maatschap*
samenwerkingsverband 1364-1365 [
mnw
maatschappij
vereniging 1616 [
wnt
maatschappij
samenleving 1724 [
wnt
macaber
behorend bij de dood, griezelig 1847 [
kku
] macadam
wegverharding 1838 [Witsen Geysbeek] macaroni
deegspijs 1778 [
wnt
] macedoine
gemengd gerecht van groenten of vruchten 1866 [Rijnhart] mach
verhouding tussen de snelheid van het geluid en de eigen snelheid 1953 [Kath. Enc.]
macha
stoere, geëmancipeerde vrouw 1994 [De Coster 1999] macher
daadkrachtig persoon 1999 [
gvd
] machete
kapmes 1931 [
kwt
] machiavellisme
gewetenloze staatkunde 1872 [Aanv
wnt
machine
toestel 1693 [
wnt
] machinist
iem. die toezicht houdt op de machines 1847 [
kku
] macho
overdreven zelfbewuste man 1976 [Picarta: titel van N.R.Nash] machoch
dikke, vette vrouw 1599 [Kil.] macht*
vermogen 1236 [
cg i
1, 22]
macht *
product van gelijke factoren 1767 [
wnt
vierde]
machtigen*
volmacht geven 1407-1432 [
mnw
] {3.1}
macis
foelie van nootmuskaat 1599 [De Jonge
ii
, 409] mackintosh
regenjas 1847 [
kku
] maçon
vrijmetselaar 1824 [
wei
] macramé
knoopwerk 1910 [Aanv
wnt
] macro
reeks instructies om geregeld terugkerende handelingen op een computer te verrichten 1986 [Mini/micro computer dec. 12, 41] macrobiotisch
m.b.t. de kunst om het leven te verlengen 1847 [
kku
maculatuur
misdruk 1599 [
wnt
] madam
mevrouw 1566 [
wnt
] made*
weide, hooiland 796 [Claes] {2.3}
made*
larve 1330 [Claes]
madelief
plant 1554 [Dod.] madera
rode wijnsoort 1743 [West Indisch plakkaatboek 506] madonna
de Heilige Maagd 1824 [
wei
] madras
katoenen weefsel 1847 [
kku
] {4.1.9}
madrigaal
liedvorm 1599 [
wnt
] maestoso
plechtig 1772 [Bouvink] maestro
meester 1772 [Bouvink] maf*
gek 1731 [Endt]
maffen*
slapen 1899 [
dbl
maffia
misdadige organisatie 1886 [
kku
] maffie
Bargoens: een munt, een kwartje 1731 [
wnt
] magazijn
bergplaats 1588 [Claes] magazine
periodiek 1929 [
kwt
] mager*
dun 1265-1270 [
cg
Lut.K]
maggi
groente- en vleesextract voor soep 1909 [
wp
] {4.1.6}
magie
toverkunst 1650 [
mey
] magistraal
meesterlijk 1688 [
mey
] [pagina 1006]
[p. 1006]
magistraat
overheid(spersoon) 1586 [
wnt
] magma
gesmolten massa in de aarde 1847 [
kku
] magnaat
iem. met veel invloed 1780 [
wnt
] magneet
stuk magneeterts, gemagnetiseerd metaal 1287 [
cg
NatBl] magnesium
chemisch element 1846 [
wnt
wagneriet] magnetron
oven waarin voedsel door elektromagnetische golven verhit wordt 1987 [De Coster 1999] {4.1.9}
magnificat
lofzang van Maria 1550 [
wnt
vesper] magnifiek
prachtig 1596 [
wnt
] magnolia
plantengeslacht 1831 [
wnt
tulpenboom] magnum
wijnfles van 2 liter 1931 [
kwt
] maharadja
titel van vorst in Voor-Indië 1863 [
kku
] mahatma
Indische titel, in moderne tijd speciaal gegeven aan Gandhi 1912 [
kku
] mahjong
Chinees spel 1931 [
kwt
] mahonie
houtsoort 1784-1785 [
wnt
] maidenspeech
redenaarsdebuut 1886 [
kku
] mail
brievenpost 1847 [
kku
] maillot
tricot 1917 [
kwt
] mainport
belangrijke doorvoerhaven 1996 [Internet: www.mainport-pmr.nl] {3.3}
maintenee
bijzit 1886 [
kku
] {3.3/4.1.4}
maïs
graansoort 1581 [De Lobel] maisonnette
etagewoning 1959 [
wp
jaarboek 1960] {3.3}
maîtresse
bijzit 1650 [
wnt
matres] maïzena
bindmiddel 1886 [
kku
majem
Bargoens: water 1885 [
moo
] majesteit
heerlijkheid 1573 [Plantijn] majestueus
verheven 1778 [
wnt
waarheid] majeur
grotetertstoonschaal 1872 [
wnt
toonsoort] majolica
soort aardewerk 1847 [
kku
] majoor
militaire rang 1624 [
wnt
] majorette
meisje bij optocht van muziekkorps 1970 [
gvd
Suppl.] majoriteit
meerderheid 1847 [
kku
] majuskel
hoofdletter 1867 [Alg. Ned. Enc.] mak*
getemd 1478 [
hws
makaak
hondsaap 1929 [Kruif, Bacteriënjagers] makelaar
tussenpersoon 1270 [
cg i
1, 188]
makelij
constructie 1785 [
wnt
maken*
iets in een bepaalde toestand brengen 901-1000 [
wps
make-up
schoonheidsmiddelen 1942 [Aanv
wnt
] maki
halfaap 1770 [Papillon] makimono
rolschildering 1919 [
kwt
] makke
Bargoens: tegenslag, gebrek 1916-1917 [
moo
] makkelijk*
eenvoudig 1327 [
mnw
makker*
gezel 1562 [
wnt
makreel
beenvis 1270 [
cg i
1, 155] makroon
koekje 1700 [
wnt
] mal*
zot 1477 [Teuth.]
mal
model 1671 [
wnt
mal
] malachiet
donkergroen uitkristalliserende koperverbinding 1778 [
wnt
] malafide
te kwader trouw 1805 [
mey
] malaga
zoete wijnsoort 1747-1787 [
wnt
] malaise
gedruktheid 1847 [
kku
] malapropisme
onbewust verhaspeld woord o.i.v. een daarop lijkend woord 1989 [Onze Taal okt. 1989, 171] malaria
moeraskoorts 1847 [
kku
] malen*
fijnmaken 1240 [Bern.]
malen*
door het hoofd wentelen, onzin praten 1621 [
wnt
malen
ii
malheur
ongeluk 1650 [
mey
] malicieus
boosaardig 1669 [
mey
] malie
metalen ring 1250 [
cg ii
1 Trist.] malie
houten kolf 1637 [
wnt
] maliebaan
terrein voor maliespel 1637 [
wnt
malie
ii
maliën
bal met een kolf wegslaan 1776 [
wnt
malie
ii
] {4.1.18}
maliënkolder
hemd van ijzeren ringetjes 1599 [Kil.] {4.1.14}
malkander*
wederkerig voornaamwoord 1260-1270 [
cg ii
1 Boeve] {4.2}
mallemolen
draaimolen 1611-1620 [
wnt
] {4.1.18}
[pagina 1007]
[p. 1007]
malloot
iemand die mal is 1501-1525 [
wnt
] maloti
munteenheid van Lesotho 1966 [2000 Standard Catalog of World Coins] mals*
zacht 1350 [
mnw
malthusianisme
bevolkingstheorie 1886 [
kku
malversatie
verduistering van gelden 1570 [Aanv
wnt
] mama
moeder 1663 [Claes] mamba
slang 1976 [
gvd
] mambo
dans 1955 [Stoop] mamiering
leren of zeildoeken transportbuis 1681 [
wnt
] mamma
borstklier 1832 [
wei
] mammoet
voorhistorische olifant 1692 [Vd Sijs 1998] mammoetproject
zeer groot project 1974 [R75] mammoettanker
zeer grote tanker 1973 [R75] {4.1.11}
mammon
geldgod 1637 [
wnt
] man*
mens van mannelijk geslacht 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
man*
echtgenoot 1512 [
wnt
] {4.1.4}
management
bestuur van een onderneming 1970 [Recht voor raap] manager
bestuurder van een onderneming 1847 [Aanv
wnt
] mañana
bijwoord van tijd: morgen 1931 [
kwt
] manat
munteenheid van Azerbeidzjan en Turkmenistan 1996 [2000 Standard Catalog of World Coins] manche
onderdeel van een partij of wedstrijd 1929 [
kwt
] manchester
katoenfluweel 1755 [
wnt
wol] {3.3/4.1.9}
manchet
handboord 1731-1735 [
wnt
Bijv.+verb.] manco
gebrek, tekort 1824 [
wei
] mand*
gevlochten korf 1285 [
cg
I2, 1020]
mandaat
lastbrief 1573 [Plantijn] mandarijn
Chinese ambtenaar 1596 [
wnt
] mandarijn
vrucht 1855 [Focke, Neger-Eng. wrdb. 68] mandement
bevelschrift, m.n. van een bisschop 1351-1400 [
mnw
] mandiën
een douche nemen met een emmertje 1875 [Multatuli, Max Havelaar, 379] mandola
snaarinstrument 1839 [Natan] mandoline
snaarinstrument 1806 [
wnt
] mandril
hondsaap 1847 [
kku
] manege
paardrijschool 1760-1767 [
wnt
] manen*
herinneren aan 701-800 [Lex Salica] {2.2}
manen*
nekhaar 1287 [
cg
NatBl]
manga
gewelddadig stripverhaal 1986 [De Coster 1999] mangaan
chemisch element 1847 [
wnt
rhodo] mangel
pers met rollen 1766 [Sewel/Buys, 476b] mangelen
ontbreken 1563 [
mnw
] mangelen
door de mangel halen 1599 [Kil.]
mangen
Bargoens: bedelen 1890 [
moo
] mango
vrucht 1596 [Linschoten in Onze Taal 1997, 220] mangrove
tropische plantenvegetatie 1867 [Alg. Ned. Enc.
ix
] manhaftig
koen 1553 [
wnt
] maniak
iem. die een manie heeft 1914 [Aanv
wnt
] manicure
verzorger van handen en nagels 1912 [
kku
] manie
hartstochtelijke bezetenheid, obsessie 1778 [
wnt
] manier
wijze 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.] maniërisme
gekunsteldheid 1888 [Aanv
wnt
] manifest
zich duidelijk vertonend 1531 [
hws
] manifesteren
openbaren 1451-1500 [
mnw
] maniok
broodwortel 1596 [Aanv
wnt
] manipuleren
hanteren 1824 [
wei
] manis
schubdier 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 33a] manisch
ziekelijk opgewekt 1913 [
wnt
verward]
manisme
verering van afgestorvenen 1929 [
kwt
mank
kreupel 1285 [
cg
Rijmb.] mankeren
missen 1588 [Claes] manmoedig*
dapper 1672 [Hexham-Manly, Het Groot Woorden-Boek]
manna
hemels voedsel 1285 [
cg
Rijmb.] [pagina 1008]
[p. 1008]
mannequin
paspop, ledenpop 1807 [Picarta: titel van B.A. Fallee] mannequin
persoon die nieuwe mode toont 1914 [
gvd
] mannetjesputter
grote, sterke vent 1904 [
wnt
schutter
manoeuvre
handgreep 1824 [
wei
] manometer
drukmeter 1751 [Aanv
wnt
] manou
gladgeschuurd rotan 1984 [
gvd
] mans
Bargoens: geldbakje 1924 [
moo
] mansarde
zolderkamertje 1824 [
wei
] manslag*
het opzettelijk doden zonder voorbedachten rade 701-800 [Lex Salica] {2.2/3.1}
mantel
overjas 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] <
me
Latijn
mantilla
sluier 1847 [
kku
] mantisse
decimale breuk van logaritme 1919 [
wnt
wijzer] mantouxtest
tuberculosetest 1966 [Coëlho, Zakwrdb. geneesk.]
mantra
gebedsformule 1912 [
kku
] manuaal
handboek 1476-1500 [
hws
] <
me
Latijn
manuscript
handschrift 1658 [
mey
] <
me
Latijn
manwijf*
forse, bazige vrouw 1599 [
wnt
] {3.1/5}
manxkat
kattensoort 1984 [
gvd
] {4.1.3}
manzanilla
witte wijnsoort 1953 [
wp
(sherry)] map
omslag 1824 [
wei
] maquette
driedimensionaal model 1865 [
kvw
] maquillage
het schminken 1939 [
kwt
] maraan
scheldnaam voor Spanjaarden die zich uit lijfsbehoud afwendden van islam of jodendom 1549 [
wnt
joderij] maraboe
reigerachtige 1847 [
kku
] marasquin
kersenlikeur 1847 [
kku
] marathon
hardloopwedstrijd over lange afstand 1900 [Sanders 1995] marathondebat
zeer lang debat 1967 [R75]
marcato
in scherp ritme 1847 [
kku
] marchanderen
dingen 1669 [
mey
] marcheren
in ritmische pas gaan 1588 [Claes Tw. 11] marconist
radiotelegrafist 1914 [
gvd
] mare*
bericht 1100 [Willeram]
marechaussee
militair politiekorps 1815 [
wnt
] maretak*
altijd groene struik 1554 [
wnt
margarine
kunstboter 1867 [Alg. Ned. Enc.
, 2] margay
katachtige 1976 [
gvd
] marge
rand van pagina 1391-1392 [
mnw
] marginaal
op de rand aangebracht 1656 [Aanv
wnt
] margriet
plant 1581 [De Lobel] marien
zee- 1650 [
wnt
] marihuana
genotmiddel 1939 [
kwt
] marimba
slaginstrument 1929 [
kwt
] marinade
het doortrekken met kruiden 1847 [
kku
] marine
militair zeewezen 1650 [
wnt
] marineren
in azijn of wijn kruiden 1824 [
wei
] marinier
zeesoldaat 1665 [
wnt
] marinisme
gezwollen stijl 1886 [
kku
marionet
pop 1692 [
wnt
] maritiem
zee- 1863 [
kku
] marjolein
plantengeslacht 1545 [Fuchs, Nieuwen Herbarius] mark*
grens 792-793 [Künzel] {2.3}
mark
oude munt en munteenheid van Duitsland 1210-1240 [
cg i
1, 1] markant
opvallend 1847 [
kku
] markeren
merken 1824 [
wei
] marketentster
vrouw die voedingsmiddelen aan militairen verkoopt 1846 [
wnt
] marketing
afzetplan 1960 [R75] markies
adellijke titel 1350 [
hws
] markies
zonnescherm 1649 [
wnt
] markka
munteenheid van Finland 1864 [Enc. Munten en Bankbiljetten] markt
plaats voor openbare handel 1240 [Bern.] marmelade
jam 1536 [
tntl
1943, 62, 144] marmer
kalkgesteente 1240 [Bern.] marmot
knaagdier 1761 [
hou i
, 2, 455] marokijn
soort leer 1771 [Sanders 1995] maroniet
lid van een groep Syrische christenen 1653 [
wnt
voordragen]
marron
ontvluchte slaaf, bosneger 1770 [Hartsinck, Beschryving Guiana 574] marron
kastanjebruin 1929 [
kwt
] mars
korf van marskramer 1350 [
mnw
] [pagina 1009]
[p. 1009]
mars
(militaire) verplaatsing 1642 [
wnt
] marsala
soort wijn 1867 [Alg. Ned. Enc.
, 22] marsepein
lekkernij 1486 [
mnw
] Marshallhulp
economische hulpverlening na
wo ii
1950 [
gvd
marshmallow
zachte, zoete lekkernij 1968 [
kwt
] marskramer
verkoper langs huis 1729 [
wnt
mars] {4.1.13}
martelaar
die lijdt voor zijn geloof 1240 [Bern.] <
me
Latijn {1.2.6/4.1.8}
martelen
folteren 1276-1300 [
cg
Lut.A]
martellato
gehamerd 1847 [
kku
] marter
marterachtige 1343-1344 [
mnw
] martiaal
krijgshaftig 1612 [
wnt
] martini
alcoholische drank 1936 [Wie Wat Waar 1937, 340] marxisme
politieke leer 1909 [
wnt
revisionisme]
marziale
krijgshaftig 1893 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst,
vi
, 347b] mascara
make-up 1949 [Aanv
wnt
] mascarpone
Italiaanse roomkaas 1992 [
gvd
] mascotte
gelukbrengend voorwerp 1883 [Java-Bode 1/9, 2a] masculinum
mannelijk geslacht 1584 [
wnt
wijflijk] masker
mombakkes 1562-1592 [
mnw
] maskerade
optocht van gemaskerden 1600 [
wnt
Vice-Roy] maskeren
verbergen 1635 [
wnt
] masochisme
het ondergaan van vernederingen voor seksuele bevrediging 1899 [Sanders 1993] massa
toebereide stof 1644 [
wnt
] massa
(grote) hoeveelheid 1866 [
wnt
] massaal
een massa vormend 1851-1900 [
wnt
] massacre
slachting 1650 [
mey
] massage
het masseren 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 41] massematten
Bargoens: handel, gestolen goed 1800 [
moo
] masseren
kneden, wrijven om de bloedsomloop te bevorderen 1847 [
kku
] massief
niet hol 1599 [Kil.] massief
massaal, zeer 1996 [Vd Sijs 1996] massificeren
tot een massa maken 1962 [Aanv
wnt
] {1.2.6}
mast*
paal 1080 [Rey] {2.2}
mast*
varkensvoer 1477 [Teuth.]
mastectomie
borstamputatie 1979 [Wijnands&Ost]
master
meester 1847 [
kku
] mastiff
hondensoort 1869 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] mastitis
borstklierontsteking 1847 [
kku
] mastodont
voorhistorisch zoogdier 1847 [
kku
masturberen
zichzelf seksueel bevredigen 1847 [
kku
] mat
moe 1265-1270 [
cg
Lut.K] mat
kleed van biezen e.d. 1285 [
cg
Rijmb.] mat
in het schaakspel vastgezet 1325 [
mnw
mat
Spaans geldstuk 1613 [Toll.] mat
dof 1778 [
wnt
] matador
stierenvechter 1865 [
wnt
uitbloeden] mataglap
door razernij verblind 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 189] match
sportwedstrijd 1836 [Aanv
wnt
] maté
Zuid-Amerikaanse volksdrank 1863 [
kku
] matelot
strooien hoedje 1910 [
kwt
] materiaal
bouwstof 1545 [
hws
] materie
stof 1240 [Bern.] materieel
stoffelijk 1824 [
wei
] mathematisch
wiskundig 1635 [Cardinael, Mathematische of wisconstighe bewijs-redenen] matig
binnen redelijke maat 1475 [
mnw
] matigen*
temperen 1450 [
mnw
] {3.1}
matinee
morgenbijeenkomst 1863 [
kku
] matineus
gewoon vroeg op te staan 1901 [
koe
] matras
beddenzak 1384-1407 [
mnw
] matriarchaat
rechtstoestand via de vrouwelijke lijn 1893 [Aanv
wnt
matrijs
holle vorm, gietvorm 1567 [Plantijn, Françoische t'samensprekinghen, 11] matrix
getallenschema 1919 [Aanv
wnt
] matroesjka
poppetje waarbinnen een kleiner poppetje, waarbinnen... enz. 1992 [
gvd
] matrone
gehuwde vrouw op leeftijd 1488 [
mnw
] [pagina 1010]
[p. 1010]
matroos
gewoon schepeling 1584 [
tntl
73, 1955, 104-5] matse
ongezuurd brood 1875 [Polak, Geïllustreerd Politie Nieuws] matsen
iem. een voordeeltje gunnen 1974 [Endt] matten
knokken 1950 [
gvd
maturiteit
volwassenheid 1650 [
mey
] mauser
soort geweer 1904 [
wnt
dood
] mausoleum
grafteken 1824 [
wei
] mauve
zacht paars 1897 [Aanv
wnt
] mauwen*
het natuurlijke geluid van katten maken 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
maxi
lange kleding 1968 [Aanv
wnt
] maxim
soort machinegeweer 1915 [
wnt
water] maximaal
het maximum bereikend 1908 [
wnt
watt] maxime
grondstelling 1615 [De Jonge
iv
, 33] maximum
hoogste waarde 1626 [
wnt
] maxwell
eenheid van magnetische krachtstroom 1912 [
kku
mayday
sos
-roep 1989 [Peptalk] mayo
mayonaise 1987 [Kuitenbrouwer] {1.2.4/4.1.6/5}
mayonaise
eiersaus 1847 [
kku
] mazelen*
kinderziekte 1477 [Claes] {3.1}
mazen*
netwerk herstellen 1833 [
wnt
mazurka
dans 1827 [Weikert, Verklaring der meest gebruikelijke muzijkale kunstwoorden] mazzel
geluk 1847 [
kku
] mazzel
als tussenwerpsel: afscheidsgroet 1980 [Onze Taal dec. 1980, 115] m-business
handel via de mobiele telefoon 2000 [Sanders 2001] m-commerce
handel via mobiele telefonie 1999 [Sanders 2000] meander
rivierbocht 1733 [Sanders 1995] mecanicien
werktuigkundige 1895 [Broeckaert] meccano
speelgoed 1914 [De Prins, 14/12] mecenaat
kunstbegunstiging 1959 [
wnt
Renaissance]
mechanica
theoretische werktuigkunde 1740 [
wnt
voorhoofd] medaille
erepenning 1567 [
wnt
] medaillon
sieraad 1775 [
wnt
trommel] mede*
bijwoord van hoedanigheid: samen 1236 [
cg i
1, 20]
mede*
honingdrank 1265 [
mnw
] {4.1.6}
mede*
meekrap 1351-1400 [
mnw
mededingen*
concurreren 1836 [
wnt
mededogen*
barmhartigheid 1400 [
mnw
medeklinker*
consonant 1584 [Ruijs]
medelijden
deernis 1350 [
mnw
] medeplichtig*
opzettelijk behulpzaam bij een misdrijf 1558 [
mnw
medestander*
partijgenoot 1450 [
mnw
media
communicatiemiddelen 1952 [Picarta: titel van het
nipo
] mediaal
naar het midden gelegen 1863 [
kku
] <
me
Latijn
mediaan
zwaartelijn in driehoek 1872 [
gvd
] mediamiek
d.m.v. een medium 1947 [Aanv
wnt
medicament
geneesmiddel 1608 [Van Meteren, Commentarien 23.47.a] medicijn
geneesmiddel 1265-1270 [
cg
Lut.K] medicus
arts 1440 [
mnw
] mediene
provincieplaats, de joden buiten Amsterdam 1916 [
moo
] medio
bijwoord van tijd: midden 1607 [
wnt
venditie] mediteren
peinzen 1360 [
mnw
] mediterraan
m.b.t. de Middellandse Zee 1863 [
kku
] medium
middel 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois, 237] medium
persoon met supranormale vermogens 1874 [
wnt
trance] medium
half doorbakken 1989 [Peptalk] mediweed, mediwiet
op recept verkrijgbare marihuana 1997 [De Coster 1999] {4.1.6}
medley
potpourri 1939 [
kwt
] medoc
rode wijnsoort 1814-1815 [
wnt
] meedenken*
met anderen nadenken over een oplossing 1968 [R75] {3.1}
meedogenloos*
zonder medelijden 1688 [
wnt
verschuldigd]
mee-eter*
verstopt talgkliertje 1824 [
wei
comedones]
meekrap*
plant, kleurstof daaruit 1514 [Groten Herbarius]
meel*
gemalen graan 1240 [Bern.]
meeldauw
plantenschimmel 1666 [Claes] [pagina 1011]
[p. 1011]
meeldraad*
stuifmeel producerend deel van bloem 1773 [
hou ii
, 1, 74]
meent*
gemene weide 1285 [
cg
Rijmb.]
meer*
waterbekken 755-768 [Künzel] {2.3}
meer*
bijwoord van kwantiteit 1100 [Willeram]
meer*
onbepaald telwoord 1100 [Willeram] {4.2}
meerder*
groter 1410 [
mnw
] {4.2}
meerdere
onbepaald telwoord 1859 [
wnt
] meerderjarig*
volwassen 1599 [Kil.]
meerkat*
hondsaap 1477 [Teuth.] {4.1.3}
meerkoet*
ralvogel 1776 [
wnt
] {3.1}
meermin*
zeevrouw 1240 [Bern.] {3.1}
meers*
weide 772-776 [Künzel] {2.3}
meerschuim
delfstof 1793 [
wnt
] meerval*
beenvis 1765 [
hou i
, 8, 88]
meervoud*
vorm van naamwoord voor een aantal 1584 [Ruijs]
meestal*
bijwoord van tijd: bijna altijd 1772 [Picarta: titel van Uitet] {4.1.7}
meester
onderwijzer 1236 [
cg i
1, 21] meesterknecht
eerste knecht 1450 [
hws
meesterwerk
werk van een gildemeester, voortreffelijk werk 1494-1512 [
hws
meet
streep, honk 1618 [
wnt
] meeting
bijeenkomst 1869 [Aanv
wnt
] meetkunde*
geometrie 1704 [Hannot&Hoogstraten]
meetronen*
meelokken 1844 [
wnt
weg
ii
meeuw*
meeuwachtige 1287 [
cg
NatBl]
meewarig*
deelnemend 1599 [Kil.]
megabyte
eenheid van 1.048.576 bytes 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 27] megafoon
versterkende geluidstrechter 1912 [
kku
] {4.1.17}
megahit
zeer grote hit 1985 [De Coster 1999]
megalomanie
grootheidswaan 1929 [
kwt
megastore
zeer groot warenhuis 1999 [
gvd
] mei
vijfde maand 1270 [
cg i
1, 145] meid*
jong meisje 1488 [
mnw
] {4.1.4}
meid*
dienstmeisje 1571 [
wnt
meier
rentmeester 1240 [Bern.] <
me
Latijn
meier
Bargoens: honderd gulden 1680 [
moo
] meieren
zaniken 1913 [Aanv
wnt
meikers
vroegrijpe kers 1778 [
wnt
] {4.1.2}
meikever
insect 1766 [
hou i
, 9, 210]
meineed
valse eed 1240 [Bern.] meisje*
vrouwelijk kind 1629 [
wnt
] {4.1.4}
mejuffrouw*
titel voor meisje of ongehuwde vrouw 1621 [
wnt
verschieten]
mekkeren*
het natuurlijke geluid van geiten maken 1783 [
wnt
] {3.1}
melaats
aan lepra lijdend 1343-1344 [
mnw
melancholie
zwartgalligheid 1240 [Bern.] melange
mengsel 1824 [
wei
] melaniet
granaatsoort 1847 [
kku
] melasse
suikerhoudende massa 1704 [West Indisch plakkaatboek 254] melden*
bekendmaken 1240 [Bern.]
mêlee
strijdgewoel 1824 [
wei
] melig*
flauw 1721 [
wnt
melisme
reeks tonen op één lettergreep 1824 [
wei
] melissavirus
gevaarlijk computervirus 1999 [Sanders 2000] melisse
plant 1543 [
mnw
] melk*
vloeistof uit zoogklieren 1240 [Bern.] {4.1.6}
melkboer*
iem. (oorspr. boer) die melk in het klein verkoopt 1659 [
wnt
] {4.1.13}
melken*
van melk ontlasten 1300 [
cg
I4, 2781/2]
Melkertbaan
gesubsidieerde baan voor iemand die moeilijk werk vindt 1995 [De Coster 1999]
melkmuil*
onvolwassen jongeman 1567 [
wnt
] {3.1}
melkweg*
sterrenstelsel 1634 [
wnt
wolk
melodie
wijsje 1265-1270 [
cg
Lut.K] melodrama
toneelspel met muziek 1855 [
wnt
opgesmukt] meloen
komkommerachtige vrucht 1477 [Teuth.] melomaan
met hartstochtelijke liefde voor muziek 1847 [
kku
] meltdown
het smelten van de lading van een kernreactor 1984 [
gvd
] membraan
vlies 1604 [
wnt
uitsijpen] memme
joodse moeder 1974 [Beem, Uit Mokum en Mediene] memo
korte mededeling 1976 [
gvd
] {1.2.4}
memoires
levensherinneringen 1824 [
wei
] memorabel
gedenkwaardig 1596 [Aanv
wnt
] memorandum
nota 1830 [
wnt
vertrouwelijk] memoreren
herinneren 1901 [
kui
] memorie
geheugen 1290 [
cg ii
1 En.Codex] men*
onbepaald voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
menagerie
verzameling wilde dieren 1836 [
wnt
] [pagina 1012]
[p. 1012]
mendelevium
chemisch element 1955 [
wnt
transuraan] mendelisme
erfelijkheidswetten 1929 [
kwt
meneer*
aanspreektitel voor een man, aanvankelijk van hoge rang 1350 [
mnw
menen*
bedoelen, denken 1265-1270 [
cg
Lut.K]
mene-tekel
dreigende waarschuwing 1901 [
kui
mengelmoes*
mengsel, allegaartje 1617 [
wnt
afkijken Suppl]
mengen*
stoffen door elkaar brengen 1240 [Bern.]
menhir
voorhistorische zuil 1909 [
wp
] menie
rode verfstof 1378 [
mnw
] menig*
onbepaald voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
menigeen*
onbepaald voornaamwoord 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
menigte*
grote hoeveelheid 1280 [
cg i
] {1.2.4}
mening*
opinie 1283 [
cg i
1, 722]
meningitis
hersenvliesontsteking 1847 [
kku
] meniscus
kraakbeenschijf in het kniegewricht 1886 [
wnt
vier
] menist
doopsgezinde 1621 [
wnt
] {4.1.8}
mennen
dieren d.m.v. een leidsel besturen 1240 [Bern.] mennoniet
doopsgezinde 1578 [
wnt
verhaand] {4.1.8}
menopauze
het ophouden van menstruatie 1938 [
wnt
atrophieeren Suppl] menora
liturgische kandelaar 1929 [De Vries, Joodsche riten en symbolen] mens*
(m.) hoogst ontwikkelde wezen 1236 [
cg i
1, 22] {1.2.3/4.1.3}
mens*
(o.) minachtend voor een vrouw 1784-1785 [
wnt
] {1.2.3/4.1.4}
mensa
studentenrestaurant 1910 [
wnt
tombe] mensaap*
primaat 1914 [
gvd
] {1.2.1/4.1.3}
mensendieckgymnastiek
kamergymnastiek 1948 [
kwt
] mens-erger-je-niet*
bordspel 1925 [http:/users.pandora.be/vlaams.spellenarchief] {4.1.18}
mensjaar*
politiek correcte benaming voor manjaar 1983 [R84] {3.1/4.1.7}
mensjewiek
aanhanger van Russische politieke partij 1924 [
gvd
] menstruatie
maandstonden 1846 [
wnt
voetbad] menstrueren
menstruatie hebben 1824 [
wei
] mentaal
m.b.t. de geest 1620 [Aanv
wnt
] menthol
pepermuntolie 1914 [
gvd
] mentor
leidsman 1824 [
wei
spijskaart 1865 [
kvw
] lijst keuzemogelijkheden van een computerprogramma 1984 [De Coster 1999] menuet
dans 1750 [
wnt
] mep*
klap 1787 [
wnt
] {3.1}
meppen*
slaan 1912 [
wnt
trederik] {3.1}
merchandising
marktonderzoek 1968 [
kwt
] merci
tussenwerpsel: bedankt 1847 [Aanv
wnt
] mercurius
kwikzilver 1523 [
wnt
] <
me
Latijn
merel
zangvogel 1240 [Bern.] meren*
een schip vastleggen 1240 [Bern.]
merg*
substantie in beenderen 1287 [
cg
NatBl]
mergel
vettige aarde 1258 [
hws
] <
me
Latijn
meridiaan
cirkel over aardoppervlak 1595 [
wnt
versieren] meridionaal
zuidelijk 1669 [
mey
] meringue
gebakje 1912 [
kku
] merinos
wollen stof 1843 [
wnt
] merite
verdienste 1650 [
mey
] merk*
teken 1323 [Verzameling van Stukken die betrekking hebben tot Overysselsch Regt]
merken*
van een teken voorzien, gadeslaan, opletten 1240 [Bern.]
merrie*
vrouwtjespaard 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
merseybeat
rockmuziek die uit Liverpool kwam 1992 [De Coster 1992] mes*
snijwerktuig 1240 [Bern.]
mesalliance
huwelijk beneden de stand 1816 [Aanv
wnt
] mescal
Mexicaanse sterkedrank 1886 [
kku
] mescaline
drug 1961 [
gvd
] {4.1.6}
mesjogge
Bargoens: gek 1903 [Aanv
wnt
] Mesolithicum
middensteentijd 1937 [Ter Laan, Beknopte Ned. Enc.] meson
materiedeeltje 1956 [Picarta: titel van H.A. Tolhoek]
Mesozoïcum
geologisch tijdperk 1930 [Delsman, Dierkunde 553-554] mess
officiers- en onderofficierseetzaal 1835 [Teenstra, Landbouw in de kolonie Suriname
ii
:125] Messias
de Gezalfde 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] messidor
oogstmaand 1824 [
wei
] messing
geelkoper 1240 [Bern.]
mest*
uitwerpselen 1240 [Bern.]
[pagina 1013]
[p. 1013]
mesten*
vruchtbaar maken door bemesting 1240 [Bern.] {1.2.3}
mesten*
vet maken (van varkens) 1240 [Bern.] {1.2.3}
mesties
halfbloed 1596 [Linschoten 42] met*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
meta
halve rekening 1863 [
kku
] metaal
groep elementen 1240 [Bern.] metabletica
leer der maatschappelijke veranderingen 1956 [
wnt
verandering]
metabolisch
gedaantewisseling ondergaand 1872 [
gvd
metafoor
overdrachtelijke uitdrukking 1786-1793 [
wnt
leenspreuk] metafysica
leer van het bovenzinnelijke 1663 [
mey
] <
me
Latijn
metal
vorm van rockmuziek 1983 [De Coster 1992] metallurgie
leer van de metaalbewerking 1770 [
wnt
wederomstuiten] metamorf
uit ander gesteente ontstaan 1933 [Bos, Geologie voor Natuurvrienden 29]
metamorfose
gedaanteverwisseling 1745 [
mey
] metastase
uitzaaiing 1721 [Aanv
wnt
] meteen*
bijwoord van tijd: dadelijk 1602 [
wnt
] {4.1.7}
meten*
een maat bepalen 1240 [Bern.]
meteoor
verschijnsel in dampkring 1778 [
wnt
] meteorologie
weerkunde 1824 [
wei
] meter
doopmoeder 1330 [
mnw
] <
me
Latijn {4.1.4}
meter
100 centimeter 1802 [
wnt
] metgezel*
reisgenoot 1477 [Teuth.]
methaan
gas 1886 [Aanv
wnt
methadon
vervangingsmiddel van morfine 1984 [
gvd
] methode
vaste manier van handelen 1622 [
wnt
wijdloopig] methodiek
leer der te volgen methoden 1908 [
wnt
toxicoloog] methodist
aanhanger van bepaalde godsdienst 1738 [Picarta: titel van F. Spanhemius] metical
munteenheid van Mozambique 1980 [Enc. Munten en Bankbiljetten] metier
vak 1777 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] m'etje, emmetje
maandstonden 1961 [
gvd
] metrage
lengte in meters 1984 [
gvd
] metrisch
op de versmaat betrekking hebbend 1816 [
wnt
wederkeering] metro
ondergrondse 1929 [
kwt
] metromanie
rijmwoede 1824 [
wei
] metropoliet
hoofd van kerkprovincie 1664 [
wnt
] metropool
wereldstad 1669 [
mey
] metrum
versmaat 1737 [
wnt
] metselaar
iem. die metselen als beroep uitoefent 1343-1346 [
mnw
] {4.1.13}
metselen
bouwen met mortel en stenen 1360 [
mnw
metten
eerste deel van dagelijks breviergebed 1236 [
cg i
1, 25] <
me
Latijn
metterdaad*
bijwoord van modaliteit: werkelijk 1567 [
wnt
wijchgeren]
metworst*
worst van gehakt varkensvlees 1477 [Teuth.] {4.1.6}
meubel
stuk huisraad 1652 [
wnt
] meug*
trek 1421 [
mnw
meun*
beenvis 1862 [
wnt
meuren*
slapen 1978 [Salleveldt, Wrdb. Jan Soldaat] {3.1}
meuren*
winden laten 1984 [
gvd
] {3.1/4.4}
meute
troep, horde 1832 [
wei
] mevrouw*
aanspreektitel voor een vrouw 1431-1436 [
mnw
mezoeza
aan deurpost bevestigd fragment van het
ot
1899 [
dbl
] mezzanine
tussenverdieping 1824 [
wei
] mezzo
bijwoord: half 1772 [Bouvink] mezzosopraan
zangstem tussen sopraan en alt 1824 [
wei
] mi
muzieknoot 1350 [
mnw
mi
Chinees vermicellitype 1976 [
gvd
] miauwen*
het natuurlijke geluid van katten maken 1669 [
wnt
] {3.1}
mica
glimmer 1778 [
wnt
] microbe
zeer klein levend organisme 1888 [
wnt
] microfoon
geluidsversterker 1872 [Aanv
wnt
] micron
0,000001 m 1894 [Aanv
wnt
microprocessor
geïntegreerde schakeling van een computer op één chip 1977 [R84] microscoop
optisch instrument 1744 [Baker, Het microscoop gemakkelyk gemaakt]
microtoom
apparaat om dunne plakjes te snijden 1886 [
kku
[pagina 1014]
[p. 1014]
midasoren
ezelsoren 1856-1859 [
wnt
oor]
middag*
midden van de dag 1236 [
cg i
1] {3.1/4.1.7}
middag*
namiddag 1452-1494 [
hws
] {4.1.7}
middel*
middelste deel, bv. van een lichaam 1102-1105 [Claes] {2.3}
middel*
hulpmiddel 1573 [Plantijn]
middelbaar*
gemiddeld 1354 [
mnw
Middeleeuwen*
tijdperk tussen Oudheid en nieuwe tijd 1756 [
wnt
toneel
middelpunt
centrum 1500 [
hws
middels
voorzetsel 1914 [
gvd
] midden*
punt op gelijke afstand van de uitersten 694 [Gysseling 1960] {2.3}
middenrif*
tussenschot tussen borst- en buikholte 1485 [
mnw
rijf]
middernacht*
twaalf uur 's nachts 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1/4.1.7}
middle of the road
pretentieloze muziek 1992 [De Coster 1992] midgetgolf
miniatuurgolf 1954 [De Vooys] mie
homoseksueel 1976 [
gvd
mier*
insect 1240 [Bern.]
mieren*
zaniken, zeuren 1898 [
gvd
miereneter*
tandarm zoogdier 1761 [
wnt
vier] {4.1.3}
mierenneuker*
pietluttig persoon 1984 [
gvd
] {3.1}
mierik
lepelblad 1351 [
mnw
mies
Bargoens: ongunstig 1916 [
moo
] mieter
scheldwoord 1898 [
gvd
mieters
tussenwerpsel: fijn 1898 [
gvd
] {1.2.1/4.3}
mietje
homoseksueel 1882 [Aanv
wnt
miezemuizen*
kniezen, tobben 1999 [
gvd
] {3.1}
miezerig*
nietig 1784-1785 [
wnt
miezerig*
regenachtig 1897 [
wnt
migraine
schele hoofdpijn 1824 [
wei
] migrant
die naar een ander land verhuist 1956 [Aanv
wnt
] migratie
het zich verplaatsen 1669 [
mey
] migreren
trekken 1650 [
mey
] mihoen
rijstvermicelli 1984 [
gvd
] mihrab
nis in moskee die gebedsrichting aangeeft 1886 [
kku
] mij*
persoonlijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
mijden*
ontwijken 1265-1270 [
cg
Lut.K]
mijl
lengtemaat 1236 [
cg i
1, 25] mijmeren*
peinzen 1481 [
mnw
mijn*
bezittelijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
mijn
plaats waar kolen, ertsen opgegraven worden 1376-1400 [
mnw
] mijn*
afslag 1390-1407 [
hws
mijnheer*
titel voor een man 1289 [
cg
I2, 1359]
mijt*
spinachtige 1287 [
cg
NatBl]
mijt*
muntje 1300 [
mnw
] {4.1.12}
mijt
zorgvuldig opgestapelde hoop hooi of stro 1428 [
mnw
] mijter
hoofddeksel 1240 [Bern.] mik
brood 1384-1428 [
mnw
] mikado
titel van Japanse keizer 1872 [
gvd
] mikado
behendigheidsspel met houtjes 1984 [
gvd
] {4.1.18}
mikken*
richten 1597 [
wnt
mikmak
rommel 1823 [
wnt
] mild*
zachtaardig 1240 [Bern.]
milicien
dienstplichtige 1821 [
wnt
] milieu
omgeving 1888 [Aanv
wnt
] militair
m.b.t. het krijgswezen 1586 [
wnt
] militant
strijdlustig 1862 [Aanv
wnt
] military
bepaalde paardenwedstrijd 1936 [Wie Wat Waar 1937, 270] militie
krijgsmacht gelicht uit de bevolking 1795 [
wnt
] miljard
telwoord 1872 [
wnt
] miljoen
telwoord 1510 [Kool] milkshake
drank 1960 [Aanv
wnt
] mille
telwoord 1824 [
wei
] millennium
tijdperk van 1000 jaar 1886 [
kku
] millenniumbaby
eerste baby die in 2000 is geboren 1998 [Sanders 2000] millenniumbug
probleem dat computers het jaar 2000 niet kunnen verwerken 1997 [Sanders 2001] milligram
0,001 gram 1816 [
wnt
dukaat] millimeter
0,001 meter 1802 [
wnt
] milreis
vroegere Portugese en Braziliaanse munt 1847 [
kku
] milt*
orgaan 1287 [
cg
NatBl]
mime
gebarenspel 1872 [
gvd
] mimicry
camouflage 1895 [Aanv
wnt
] mimiek
kunst om door gebaren uitdrukkingen weer te geven 1838 [
wnt
] mimosa
plantengeslacht 1734 [HubWes] min*
liefde 1100 [Willeram]
[pagina 1015]
[p. 1015]
min*
gering 1236 [
cg i
1, 22]
min*
zoogster 1350 [
mnw
] {4.1.13}
minachten*
geringschatten 1806 [
wnt
verachten]
minaret
toren van een moskee 1698 [
wnt
] minco
minderwaardigheidscomplex 1984 [
gvd
] minder*
kleiner 1287 [
cg
NatBl]
minderbroeder*
franciscaan 1265-1270 [
vmnw
] {4.1.8}
minderjarig*
nog niet mondig 1599 [Kil.]
mineraal
bestanddeel van aardkorst 1596 [
wnt
turbith] mineraalwater
koolzuurhoudend water 1777 [
wnt
] {4.1.6}
minestrone
dikke soep 1968 [
wp
voor de vrouw] mineur
mijnenlegger 1578 [Schulten Tw. 9] mineur
kleinetertstoonschaal 1872 [
gvd
] mini
korte kleding 1968 [Aanv
wnt
] miniatuur
kleine geschilderde illustratie 1612 [
wnt
verlichten
] miniem
zeer klein, gering 1890 [Aanv
wnt
] minima
mensen met een heel laag inkomen 1985 [De Coster 1999]
minimaal
uiterst klein 1904 [
wnt
wet
] minimum
kleinste waarde 1805 [
mey
] minister
eerste staatsdienaar 1698 [
wnt
] ministerie
departement van bestuur 1767 [
wnt
voorspraak
ii
] minister-president
voorzitter van de ministerraad 1863 [
wnt
staatsman] {3.1}
mink
kostbaar bont 1968 [
kwt
] minkukel*
dom persoon 1963 [Mondria, Bommelbibl.] {1.2.5/4.4}
minnekozen
vrijen 1635 [
wnt
minnen*
liefhebben 901-1000 [
wps
minoriteit
minderheid 1650 [
mey
] minst*
kleinste 1100 [Willeram]
minstens
bijwoord: op zijn minst 1850 [
wnt
minst] minstreel
troubadour 1265-1270 [
cg
Lut.K] minuscuul
zeer klein 1929 [
kwt
] minuskel
kleine letter 1867 [Alg. Ned. Enc.] minutieus
zeer nauwkeurig 1858 [Aanv
wnt
] minuut
eerste beknopt schriftelijk ontwerp 1470 [
mnw
] minuut
60e deel van uur 1494 [
mnw
] minzaam
beminnelijk 1348 [
mnw
] Mioceen
geologisch tijdperk 1881 [Aanv
wnt
] mirabel
een pruim 1854 [
wnt
] miraculeus
wonderbaar 1578 [
wnt
] mirakel
wonder 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] mirre
welriekende gomhars 1100 [Willeram] mis
rooms-katholieke kerkdienst 1236 [
cg i
1, 21] mis*
niet raak 1451-1500 [
mnw
misantroop
mensenhater 1697 [
wnt
] misbaar*
geschreeuw 1285 [
cg
Rijmb.]
misdaad*
vergrijp 901-1000 [
wps
misdrijf*
strafbaar feit 1626 [
wnt
miserabel
ellendig 1514 [
mnw
] misère
ellende 1817 [Aanv
wnt
] misericorde
middeleeuwse dolk 1300 [
mnw
] mishagen*
niet aanstaan 1461 [
mnw
misjna
verzameling joodse wetten 1824 [
wei
] miskennen*
niet erkennen 1785 [
wnt
mismoedig*
neerslachtig 1395 [
mnw
mispel
vrucht 1240 [Bern.] mispunt
stuk ongeluk 1874 [
wnt
miss
juffrouw 1824 [
wei
] missaal
misboek 1392 [
mnw
] <
me
Latijn
misschien*
bijwoord van modaliteit: wellicht 1236 [
cg i
1, 23]
misselijk*
onpasselijk 1611-1620 [
wnt
missen*
niet treffen 1200 [
cg ii
1 Servas]
missie
zending 1766 [
wnt
] missionaris
rooms-katholieke zendeling 1777 [Chr. de Beet, Eerste Bonni-oorlog 234] missive
brief 1467-1490 [
hws
] mist*
verdichting van waterdamp 1287 [
cg
NatBl] {4.1.1}
mistletoe
maretak 1912 [
kku
] mistral
bepaalde wind in Zuid-Frankrijk 1847 [
kku
] mistroostig*
neerslachtig 1410 [
mnw
mitella
draagdoek 1832 [
wei
] mitigeren
lenigen 1547 [
hws
] mitrailleur
snelvuurwapen 1894 [
wnt
] {4.1.14}
mits*
onderschikkend voegwoord 1868 [
wnt
] {4.2}
[pagina 1016]
[p. 1016]
mitsgaders*
nevenschikkend voegwoord 1299 [
cg
I4, 272] {4.2}
mixen
mengen 1921 [Aanv
wnt
] mixer
mengtoestel voor in de keuken 1959 [Wonderbaarlijke cycloram voor de huisvrouw] mixture
mengsel 1984 [
gnn
] mixtuur
vloeibaar artsenijmengsel 1598 [
wnt
arsenicum Suppl] mmm*
tussenwerpsel: uitroep van verrukking 1984 [
gvd
] {4.3}
mobiel
voorzien van eigen transportmiddelen 1830 [
wnt
] mobiel(tje)
mobiele telefoon 1994 [
pc
+ 6/10, 17, 11] mobiliseren
troepen in het veld brengen 1847 [
kku
] mobiliteit
beweeglijkheid 1669 [
mey
] mobilofoon
radiotelefoon in vervoermiddelen 1956 [Aanv
wnt
] {4.1.17}
mocassin
indianenschoen 1847 [
kku
] modaal
model staand 1961 [
gvd
] modder*
mengsel van aarde en water 1287 [
cg
NatBl]
modderen*
baggeren, van modder zuiveren 1346-1548 [
mnw
mode
trend 1574 [Claes] model
voorbeeld 1573 [Plantijn] modem
toestel t.b.v. telefoonaansluitingen 1973 [Picarta: titel van Samson Automatiserings Service Centrum N.V.] moderamen
dagelijks bestuur van een classis 1869 [Aanv
wnt
] moderatie
matiging 1443 [
hws
] moderator
geestelijk adviseur 1816 [
wnt
suspenderen] moderator
leider van gesprek of nieuwsgroep 1992 [R99] modern
tot de nieuwere tijd behorend 1617 [
wnt
] moderniseren
modern maken 1816 [
wnt
tweede] modernisme
avant-garde beweging 1914 [
gvd
] modieus
volgens de mode 1717 [
wnt
mode] {3.3}
modificatie
detailverandering 1502 [
wnt
verklaarzen] modificeren
wijzigen 1601-1625 [
wnt
proefjaar] modinette
modenaaister 1956 [Aanv
wnt
] {3.3/4.1.13/5}
modulatie
stembuiging 1669 [
mey
] moduleren
voordragen 1669 [
mey
] modus
wijze, manier 1649 [
wnt
wijze
] moe*
vermoeid 1100 [Willeram]
moed*
flinkheid 1351-1400 [
mnw
] {1.2.3}
moëddzin
oproeper tot gebed 1847 [
kku
] moeder*
vrouw met kinderen 901-1000 [
wps
] {1.2.4/4.1.4}
moederkoek*
nageboorte 1770 [
wnt
vruchtbeginsel]
Moedermaagd*
de maagd Maria 1438 [
mnw
] {3.1}
moedernaakt*
geheel naakt 1290 [
cg ii
1 En.Codex] {4.4}
moederneuker*
scheldwoord 1989 [Heestermans, Luilebol] {3.1}
moedervlek*
huidvlek waarmee men geboren is 1761 [
hou i
, 1, 305]
moederzielalleen
helemaal alleen 1793-1796 [
wnt
] moedjahedien
islamitische vrijheidsstrijders 1992 [
gvd
] moedwil*
boze opzet 1300-1393 [
mnw
] {3.1}
moeflon
herkauwer 1857 [Aanv
wnt
] moefti
islamitisch rechtsgeleerde 1863 [
kku
] moei*
tante 1240 [Bern.] {4.1.4}
moeilijk*
aanleiding gevend tot moeite 1287 [
cg
NatBl]
moeite*
last 1276-1300 [
mnw
moeizaam
met grote moeite 1806 [
wnt
] moer*
veen 771-814 [Claes] {2.3}
moer*
bezinksel 1599 [Kil.]
moer*
bevestiging voor schroef 1811 [
wnt
] {1.2.4}
moeras
drassig land 1599 [Kil.] moerbei
vrucht 1351-1400 [
mnw
] {4.1.2}
moeren*
kapot maken 1872 [
gvd
moeren*
morrelen 1907 [
wnt
moeren
iii
moerhaas*
wijfjeshaas 1642 [
wnt
moer
moes*
brij 901-1000 [
wps
moesson
periodieke wind, jaargetijde waarin deze wind waait 1646 [
wnt
] moet*
vlek 1678 [
wnt
moeten*
verplicht zijn, behoren 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
moezjiek
boer 1863 [
kku
] mof
losse mouw 1451-1500 [
mnw
mof
Duitser 1581 [
wnt
] moffel
oven 1789 [
wnt
] mogelijk*
kunnende gebeuren 1240 [Bern.]
[pagina 1017]
[p. 1017]
mogen*
vrijheid hebben te, vermogen 1200 [
cg ii
1 Servas]
mogendheid*
natie 1526 [
wnt
mohair
weefsel van angorawol 1881 [
wnt
] mohammedaan
volgeling van Mohammed 1617 [
wnt
moiré
gevlamd 1847 [Aanv
wnt
] mok*
kroes 1611-1620 [
wnt
moker*
breekhamer 1657 [
wnt
mokka
beste kwaliteit koffie 1606 [
wnt
] mokkel*
dik kind, mollige vrouw 1721 [
wnt
mokkel
ii
] {3.1}
mokken*
pruilen 1599 [
wnt
] {3.1}
mokum
stad 1769 [
moo
] mol*
insectenetend zoogdier 1270 [
cg i
1, 170] {4.1.3}
mol
verlagingsteken in muziekschrift 1685 [Toll.] mol
spion in een organisatie 1974 [De Coster 1999] molaar
maalkies 1901 [
kui
] molecule
kleinste deel met alle chemische eigenschappen 1847 [
kku
] molen
werktuig tot fijnmalen van m.n. graan 1112 [Claes] molenaar
exploitant van een molen 1266-1267 [
cg i
] <
me
Latijn {1.2.4/4.1.13}
molestatie
overlast 1451 [
mnw
] molesteren
overlast aandoen 1351 [
mnw
] molière
lage schoen 1898 [
gvd
] {1.4/3.3/4.1.9}
molla
islamitisch schriftgeleerde 1824 [
wei
] mollen
doden 1706 [
wnt
] mollig*
zacht, rond 1678 [
wnt
mollusk
weekdier 1865 [
kvw
] molm*
stof van vergaan hout e.d. 1401-1500 [
mnw
] {3.1}
moloch
afgod waaraan alles opgeofferd moet worden 1646 [
wnt
vogel] molotovcocktail
bom bestaande uit fles benzine met lont 1953 [Huizinga] molto
veel 1772 [Bouvink] molton
dik weefsel 1824 [Sanders 1995] molybdeen
chemisch element 1868 [
wnt
waterlood] mom
masker 1477 [Teuth.] mombakkes
(bizar) masker 1649 [
wnt
moment
ogenblik 1485 [
mnw
] mompelen*
binnensmonds spreken 1477 [Teuth.] {3.1}
monade
eenheid 1591 [Kool] monarch
alleenheerser 1605-1616 [
wnt
] monarchie
keizerrijk, koninkrijk 1657 [
wnt
] monastiek
m.b.t. kloosterleven 1563 [Aanv
wnt
] mond*
holte achter de lippen 698-699 [Claes] {2.3}
mondain
werelds 1824 [
wei
] monddood
niet in staat te spreken 1946 [
wnt
aftoffelen Suppl] mondiaal
wereld- 1929 [Aanv
wnt
] mondig*
niet meer onder voogd, zelfstandig kunnende beslissen 1276 [
cg i
1, 301]
mondvoorraad
proviand 1872 [
wnt
vrede] monetair
m.b.t. het geld 1921 [Aanv
wnt
] monetarisme
mening dat de economie het best wordt beheerst door regulering van de geldhoeveelheid 1979 [Wijnands&Ost]
money
geld 1623 [
wnt
moni] monisme
stelsel waarbij regering en volksvertegenwoordiging één macht vormen 1860 [
wnt
web] monitor
beeldscherm 1961 [
wnt
trien] monitoring
controle tijdens technisch proces 1984 [
gvd
] monkelen*
meesmuilen 1599 [Kil.] {3.1}
monnik
kloosterling 890 [Claes] monnikenwerk
moeitevolle arbeid die niets oplevert 1539 [Sartorius, Centuria Syntaxeon 6]
monochroom
eenkleurig 1832 [
wei
] monocle
oogglas 1879 [Aanv
wnt
] monoftong
enkele klinker 1950 [
gvd
monogaam
enkelvoudig huwend (van mens) of samenlevend (van dier) 1912 [Aanv
wnt
] monogram
figuur van dooreengevlochten (begin)letters 1669 [
mey
] monokini
bikini zonder bovenstuk 1964 [Aanv
wnt
] monoliet
bouwdeel uit één stuk steen 1847 [
kku
] monoloog
alleenspraak 1872 [
gvd
] monomanie
op één punt toegespitste waanzin 1847 [
kku
] monopolie
alleenrecht tot verkoop 1698 [
wnt
] [pagina 1018]
[p. 1018]
monopoliseren
tot een monopolie maken 1865 [
kvw
] monopoly
gezelschapsspel 1977 [Larousse Enc.] monotheïsme
geloof in één god 1832 [
wei
] monotoon
eentonig 1824 [
wei
] monseigneur
titel van hoge geestelijken 1832 [
wei
] monsieur
aanspreektitel voor een man, aanvankelijk van hoge rang 1612 [
wnt
] monster
gedrocht 1285 [
cg
Rijmb.] monster
proefstuk 1337 [
mnw
] monsteren
keuren 1376-1400 [
mnw
monstrans
vaatwerk voor de hostie 1557 [
wnt
] <
me
Latijn
monstruositeit
gedrochtelijkheid 1872 [
gvd
] montage
het monteren 1908 [
wnt
dicht
ii
] monter
opgewekt 1599 [Kil.] monteren
in elkaar zetten 1608 [Van Meteren, Commentarien 28.152] montessorionderwijs
een onderwijsmethode 1924 [
gvd
monteur
vakman die machines herstelt 1865 [
kvw
] montuur
inlijsting van een bril 1913 [
wnt
] montycoat
overjas 1955 [Stoop] {4.1.14}
monument
gedenkteken 1665 [
wnt
] mooi
fraai, bevallig 1350 [
mnw
] moonboots
kunststof laarzen met extra isolatie van celstof 1984 [
gnn
] moor*
modder 1259 [
mnw
moord*
doodslag met voorbedachten rade 1260-1280 [
cg ii
1 Nibel.]
moordenaar
die een moord begaat 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {1.2.5}
moordkerel
prima kerel 1996 [Vd Sijs 1996] moordwapen*
instrument om mee te doden 1246 [Slicher] {2.4/3.1}
moorkop
gebakje 1937 [
wnt
appel Suppl] {4.1.6}
moos
Bargoens: geld 1844 [
moo
] moot*
schijf 1665 [
wnt
mop*
grap 1895 [
wnt
mop
dekzwabber 1992 [
gvd
] moped
bromfiets 1984 [
gvd
] mopperen*
brommen 1853-1857 [De Jager, Frequentatieven] {1.4/3.1}
mops*
hondensoort 1778 [
wnt
steen] {4.1.3}
moraal
heersende zeden, zedenleer 1528 [Mak] moraliseren
zedenpreken 1481 [
mnw
] moratorium
uitstel (van betaling) 1847 [Aanv
wnt
] morbide
ziekelijk 1847 [
kku
] mordent
verkorte triller (in de muziek) 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] mordicus
bijwoord: onverzettelijk 1941 [
wnt
trawantelen] moreel
zedelijk 1889 [
wnt
morel
kers 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
] morendo
bijwoord: wegstervend 1832 [
wei
] morene
bergpuin op rand van gletsjer 1872 [
gvd
] mores
zeden 1660 [
wnt
] morfeem
betekeniseenheid 1934 [Aanv
wnt
morfine
bedwelmend middel 1843 [Witsen Geysbeek (opium)] morfologie
vormleer 1832 [
wei
] morgen*
ochtend 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
morgen*
landmaat 1130-1161 [Slicher] {2.4}
morgen*
de dag na vandaag 1240 [Bern.]
morgenland
het Oosten 1729 [
wnt
] mormel
lelijk schepsel of voorwerp 1896 [
wnt
mormeldier]
mormeldier
knaagdier 1542 [Claes Tw. 12] mormoon
lid van een godsdienstsekte 1856 [Picarta: titel van M. Busch] morrelen*
peuteren 1709 [
wnt
] {3.1}
morren*
brommen, zich beklagen 1300 [
mnw
] {3.1}
morsdood
ineens dood 1598 [
wnt
] morse
alfabet voor telegrafisch seinen 1899 [
dbl
] morsebel*
onzindelijke vrouw 1600 [
wnt
morsen*
knoeien 1615 [
wnt
mortaliteit
sterftecijfer 1650 [
mey
] mortel
metselspecie 1240 [Bern.] mortier
vuurmond met zeer korte loop 1488 [
mnw
] mortuarium
rouwcentrum 1955 [Aanv
wnt
] mos*
plantjes 1091-1100 [Rey] {2.2}
mos
gewoonte 1847 [
kku
] moskee
islamitisch bedehuis 1542 [
wnt
] moslim
aanhanger van de islam 1824 [
wei
] [pagina 1019]
[p. 1019]
mossel
weekdier 1253 [
cg ii
1 Gezondh.] mosso
bewogen 1827 [Weikert, Verklaring der meest gebruikelijke muzijkale kunstwoorden] most
nog niet gegist druivensap 1100 [Willeram] mosterd
kruiderij van gemalen mosterdzaad 1240 [Bern.] mot*
insect 1240 [Bern.]
mot*
Bargoens: ruzie 1906 [Köster Henke]
motel
logeergelegenheid voor automobilisten 1954 [Aanv
wnt
] motet
vocale compositie 1300 [
mnw
] motie
uitspraak in een vergadering 1817 [
wnt
] motief
beweegreden 1351-1400 [
mnw
] motief
onderwerp van kunstwerk of muziek 1667 [
wnt
] motiveren
staven 1824 [
wei
] motor
machine die beweegkracht levert, stuwende kracht 1892 [
wnt
dynamometer] motorboot
vaartuig dat wordt voortbewogen door een motor 1914 [
gvd
] {4.1.11}
motorfiets
tweewielig motorvoertuig 1902 [
wnt
automobiel] motoriek
beweeglijkheid in gedrag 1954 [Aanv
wnt
] motoriseren
van motoren voorzien 1942 [Aanv
wnt
] motorrijtuig
officiële benaming voor auto's en motorfietsen 1905 [
wnt
motor] {4.1.10}
motregen*
fijne regen 1658 [
wnt
] {4.1.1}
motto
zinspreuk 1788 [
wnt
verzuimen] mountainbike
terreinfiets 1989 [De Coster 1999] moussaka
gerecht van gehakt, tomatensaus en aubergines 1992 [
gvd
] mousse
gerecht van stijfgeklopte room 1929 [
kwt
] mousseline
los geweven stof 1792 [Sanders 1995] mousseren
schuimen 1824 [
wei
] mout*
ontkiemd graan voor bier 1125 [
mnw
] {2.4/4.1.2}
mouw*
armbekleedsel 1240 [Bern.]
moven
weg wezen 1984 [
gvd
] moveren
tot iets bewegen 1370-1378 [
mnw
] moyenne
gemiddelde 1952 [
kwt
] mozaïek
inlegwerk 1679 [
wnt
] mozetta
bisschopsmantel 1824 [
wei
] mozzarella
zachte Italiaanse kaas 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] mud
inhoudsmaat 1101-1200 [Tavernier] mudvol*
stampvol 1940 [
wnt
stampvol] {4.4}
muf*
onfris 1562 [Naembouck]
muffin
rond cakeje 1989 [Peptalk] mug*
insect 1240 [Bern.] {3.1}
muggenziften*
haarkloven 1630 [
wnt
verkeeren
muil
paardachtige 1240 [Bern.] muil*
bek 1287 [
cg
NatBl]
muil
pantoffel 1588 [Kil.] muildier
paardachtige 1542 [Claes Tw. 12] {4.1.3}
muilpeer
klap in het gezicht 1530 [
mnw
muis*
knaagdier 1240 [Bern.] {4.1.3}
muis*
deel van de hand 1477 [
mnw
muis*
computer-randapparaat 1984 [
hcc
nieuwsbrief dec. 12, 27] {3.1}
muisarm*
aandoening door het gebruik van een computermuis 1994 [Sanders 2001] {3.1}
muisjes*
gesuikerde anijszaadjes 1872 [
gvd
] {1.2.5}
muiten
oproer maken 1358 [
mnw
muiterij
oproer 1350 [
mnw
muizen*
muizen vangen 1287 [
cg
NatBl]
muizenis
zwarigheid waarvan men het hoofd vol heeft 1588 [Claes]
mul*
fijne aarde 1287 [
cg
NatBl]
mulat
kind van neger en blanke 1602 [
wnt
] mulder
molenaar 1287-1288 [
cg i
Oudenaarde] multicultureel
samengesteld uit verschillende culturen 1984 [
gvd
] multimedia
techniek waarin beeld, geluid en tekst zijn geïntegreerd 1990 [De Coster 1999] multipel
veelvoudig 1895 [Broeckaert] multiple sclerose
verlammingsziekte 1976 [
wp
] multiplex
plaatmateriaal uit meerdere lagen 1924 [
gvd
] multiplex
groot bioscoopcomplex 1994 [De Coster 1999] mum
ogenblik 1940 [Aanv
wnt
] {1.2.4}
mummelen*
onduidelijk spreken 1484 [
mnw
] {3.1}
mummie
gebalsemd lijk 1567 [Junius 122a] [pagina 1020]
[p. 1020]
mummificatie
het tot mummie maken 1847 [
kku
] munitie
schietvoorraad 1551 [
wnt
] munster
domkerk 1153 [Künzel] munt
plantengeslacht 1240 [Bern.] munt
geldstuk 1240-1260 [
cg i
1, 69] munten*
doelen op 1504 [
mnw
muntjak
herkauwer 1914 [
gvd
] muon
elementair deeltje in kosmische stralen 1976 [
wp
Murks, Moerks
straattaal waarbij de Marokkaanse of Turkse manier van spreken wordt nagebootst 1999 [Sanders 2000]
murmelen
binnensmonds zeggen 1542 [Claes Tw. 12] murw*
zacht 1240 [Bern.]
mus
zangvogel 901-1000 [
wps
] museaal
m.b.t. musea 1921-1922 [Aanv
wnt
] museum
tentoonstellingsgebouw 1770 [
wnt
vergruizen] musical
zangspel 1961 [Aanv
wnt
] musiceren
muziek maken 1644 [
wnt
] musicus
toonkunstenaar 1635 [
wnt
] muskaat
specerij 1253 [
cg ii
1, 346] muskaatwijn
zoete wijnsoort 1714 [
wnt
muskaat
] {4.1.6}
muskadel
zoete wijnsoort 1253 [
cg ii
1 Gezondh.] musket
ouderwets geweer 1584 [De Bruijn Tw. 10] musketon
ouderwets wapen, zwaarder dan musket 1667 [
wnt
musket] muskiet
insect 1630 [Van Donselaar Tw. 8] muskus
sterk riekende stof van mannelijke muskusdieren 1620 [De Jonge
iv
, 241] müsli
rauwkostgerecht 1968 [
wp
voor de vrouw] must
iets dat absoluut moet 1959 [R75] mustang
paardachtige 1863 [
kku
] mutageen
veranderlijk 1984 [
gvd
] mutant
door mutatie ontstaan individu 1918 [
wnt
afsplitsen] mutatie
verandering 1523 [
hws
] muteren
veranderen 1451-1500 [
mnw
] mutilatie
verminking 1650 [
mey
] mutileren
verminken 1650 [
mey
] muts
hoofddeksel 1373 [
mnw
] <
me
Latijn {4.1.9}
mutsje
oude vochtmaat 1573 [
wnt
] mutualiteit
wederkerigheid 1865 [
kvw
] mutueel
over en weer 1542 [Aanv
wnt
] muur
metselwerk 901-1000 [
wps
] muur*
plant 1350 [Vandewiele en Braekman]
muurschildering
voorstelling op muren 1873 [
wnt
muur
muzak
achtergrondmuziek 1981 [Picarta: titel van F. Celis] muze
zanggodin 1565 [
wnt
] muzelman
moslim 1622 [
wnt
] muziek
toonkunst 1240 [Bern.] muzikant
muziekbeoefenaar 1669 [Claes] mwah*
tussenwerpsel: uiting van aarzeling 1994 [
nhl
-krant 9/3/94] {1.2.1/4.3}
mycelium
zwamvlok 1868 [
wnt
vrucht
] myoom
gezwel van spierweefsel 1948 [
kwt
myriade
telwoord: tienduizendtal 1825 [
wnt
] mysterie
geheim 1639 [
wnt
] mysterieus
geheimzinnig 1659-1673 [
wnt
] mystiek
geheimzinnig 1780-1781 [
wnt
] mystificatie
bedriegerij 1868-1872 [
wnt
] mythe
wereldbeschouwelijke overlevering, fabel 1804-1808 [
wnt
] mythologie
geheel van de mythen van een volk 1777 [
mey
] mytylschool
school voor lichamelijk gebrekkige kinderen 1961 [
gvd
myxomatose
virusziekte van konijnen 1967 [
wp
in kleuren]
na*
voorzetsel 1200 [
cg ii
1 Servas] {4.2}
naad*
voeg 1277 [
cg i
Brugge]
naaf*
middenstuk van wiel waardoor de as gaat 1477 [
mnw
naaien*
met naald en draad maken 1240 [Bern.]
naaien*
geslachtsgemeenschap hebben 1485 [
mnw
] {4.4}
naaimachine
werktuig voor machinaal naaien 1868 [
wnt
uitrusting
ii
] {4.1.9}
naakt*
bloot 1236 [
cg i
1, 27]
naald*
dunne stift om te naaien 1156 [Claes] {2.3}
[pagina 1021]
[p. 1021]
naam*
woord waarmee iem. of iets wordt aangeduid 1236 [
cg i
1, 24]
naamval*
elk der buigingsvormen van een naamwoord 1706 [Moonen, Nederduitsche spraekkunst]
naar*
akelig 901-1000 [Künzel] {2.3}
naar*
voorzetsel 1240 [Bern.] {4.2}
naardien*
onderschikkend voegwoord 1646 [
wnt
] {4.2}
naargeestig*
somber 1762 [
wnt
verfrisschen]
naarstig*
ijverig 1350 [
mnw
] {1.2.4}
naast*
bijwoord van plaats 1285 [
cg
Rijmb.]
naast*
voorzetsel 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
naasten*
in bezit nemen 1351-1400 [
mnw
naastenliefde
liefde tot de medemens 1903 [
wnt
naast] nabauwen*
spottend napraten 1647 [
wnt
] {3.1}
nabij*
bijwoord van plaats 1357 [
mnw
nabij*
voorzetsel 1460 [
mnw
] {4.2}
nabootsen
nadoen 1617 [
wnt
nabuur*
buurman 1331 [Stadb. Zwolle
nachleben
het voortleven in de herinnering 1999 [
gvd
] nacht*
de tijd als de zon onder is 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
nachtbraken*
de nacht doorwerken, de nacht met uitgaan doorbrengen 1599 [Kil.]
nachtegaal*
zangvogel 1240 [Bern.] {3.1}
nachtmerrie*
angstige droom 1484 [
mnw
nachtschade*
bijzonder giftige plant 1351 [
mnw
nada
tussenwerpsel: niets 1989 [De Coster 1999] nadat*
onderschikkend voegwoord 1287 [
cg
NatBl] {4.2}
nadeel*
schade 1578 [
wnt
nadruk
klemtoon 1672 [Hexham-Manly, Het Groot Woorden-Boek] nafta
petroleum 1778 [
wnt
] nagel*
spijker 1240 [Bern.]
nagel*
hoorn op laatste voet- en handkootjes 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
naïef
argeloos, onnozel 1698 [
wnt
] naijver
jaloezie 1635 [
wnt
naira
munteenheid van Nigeria 1991 [2000 Standard Catalog of World Coins] {4.1.12}
naken*
naderen 1240 [Bern.]
nalatenschap
erfenisboedel 1683 [
wnt
] namelijk*
bijwoord van modaliteit: met name 1236 [
cg i
1, 25]
namens
voorzetsel 1829 [H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb.] nandoe
loopvogel 1863 [
kku
] nap*
beker 1100 [Willeram]
napalm
vulling van brandbom 1951 [Aanv
wnt
] nappa
nappaleer 1943 [Sanders 1995] nar
zot 1432-1468 [
mnw
] narcis
sierplant 1553 [Claes] narcisme
liefde voor zichzelf 1933 [Aanv
wnt
] narcose
verdoving 1898 [
gvd
] narcoticum
bedwelmend middel 1624 [
wnt
vomitorium] <
me
Latijn
nardus
plant 1530 [
wnt
] narwal
walvisachtige 1660 [Schierbeek, Schouwburg der dieren 98] nasaal
neus- 1832 [
wei
] nasi
gekookte rijst 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 40a] nasi rames
rijstgerecht 1992 [
gvd
] naslagwerk
boek om dingen in op te zoeken 1846 [
wnt
werk] nat*
vloeibaar, vochtig 901-1000 [
wps
natie
volk 1408 [
mnw
] nationaal
volks-, staats- 1619 [
wnt
] nationaliteit
het behoren tot een bepaalde natie 1829 [H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb.] natrium
chemisch element 1846 [
wnt
wonderzout] naturaliseren
opnemen als staatsburger 1597 [
wnt
] naturalisme
letterkundige stroming 1884 [
wnt
winkel
] naturel
natuurlijk 1580 [
wnt
] natuur
aangeboren neiging 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] natuur
landschap 1697 [
wnt
nautisch
scheepvaart- 1824 [
wei
] nauw*
niet wijd 1285 [
cg
Rijmb.]
nauwelijks*
bijwoord van hoeveelheid: amper 1512 [
mnw
] {3.1}
navel*
lidteken van navelstreng 1240 [Bern.] {3.1}
navenant
bijwoord van modaliteit: overeenkomstig 1514 [
mnw
navigatie
scheepvaart 1549 [
wnt
] navigeren
een schip vakkundig besturen 1613 [
wnt
] navrant
hartverscheurend 1847 [
kku
] nazaat*
nakomeling 1425-1430 [
mnw
] {4.1.4}
nazi
nationaal-socialist 1930 [Toll.] nebbisj
tussenwerpsel: uitroep van medelijden 1950 [
gvd
] [pagina 1022]
[p. 1022]
nebulium
chemisch element waarnaar vergeefs werd gezocht 1924 [
gvd
] necessaire
reisetui 1650 [
mey
] necrofiel
seksuele begeerte naar lijken hebbend 1984 [
gvd
necrologie
lijkrede 1824 [
wei
] necrose
weefselversterving 1904-1905 [
wnt
long: necrosebacillen] nectar
godendrank 1579 [
wnt
] nectarine
soort van perzik 1800 [
wnt
voorleden
] neder, neer*
bijwoord van richting: naar beneden 901-1000 [
wps
nederig
ootmoedig 1562 [
wnt
] nederlaag
het overwonnen worden 1425 [
mnw
] nederpop
Nederlandse popmuziek 1970 [Recht voor raap] {4.1.16}
Nederturks
Nederlands gemengd met Turks 1994 [Sanders 2000] {4.4}
nederwiet
in Nederland geteelde marihuana 1986 [
koe
] {4.1.6}
nee*
tussenwerpsel: uitroep ter ontkenning 1350 [
mnw
] {4.3}
neef*
zoon van broer, zus, oom of tante 1240 [Bern.] {4.1.4}
neen*
tussenwerpsel: uitroep ter ontkenning 1237 [
cg i
Gent] {4.3}
neerslachtig*
bedroefd 1346 [
mnw
neet*
luizenei 1240 [Bern.]
neffens*
voorzetsel 1287 [
cg
NatBl] {4.2}
negatie
ontkenning 1824 [
wei
] negatief
ontkennend 1480 [
hws
] negatief
lichtbeeld waarin licht en donker omgedraaid zijn 1855 [
wnt
positief
iv
] negen*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
negenoog*
kaakloze vis 1477 [Teuth.] {3.1}
negentien*
telwoord 1240-1260 [
cg i
Gent] {4.2}
negentig*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
neger
zwarte 1644 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] negeren
doen of iets of iem. niet bestaat 1864 [
wnt
] negerzoen
met geklopt eiwit gevuld koekje, overtrokken met chocolade 1950 [
gvd
] {4.1.6}
negligé
ochtendkleding 1784-1785 [
wnt
] negligeren
verzuimen 1650 [
mey
] negorij
gehucht 1888 [
wnt
] negotie
handel 1520 [
hws
] negotiëren
onderhandelen 1627 [
wnt
negotie] negroïde
met negerkenmerken 1929 [
kwt
negrospirituals
geestelijke liederen van Amerikaanse negers 1950 [
gvd
] negus
Ethiopische keizerstitel 1832 [
wei
] neigen*
buigen 901-1000 [
wps
nek*
achterste deel van hals 1350 [
mnw
nekken*
doden, de genadeslag geven 1560 [
wnt
nel
troef 1829 [H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb.] nelson
worstelgreep 1968 [
kwt
] nemen*
grijpen, gebruiken 901-1000 [
wps
neodymium
chemisch element 1912 [
kku
] neofiet
nieuwbekeerde 1819 [Aanv
wnt
] Neolithicum
geologische periode 1925 [Aanv
wnt
] neologisme
nieuw gevormd woord 1813 [Agron en Landré, Nederduitsch-Fransch, iv] neomalthusianisme
streven naar beperking van het kindertal 1912 [
kku
neomist
pasgewijde priester 1838 [Aanv
wnt
neon
chemisch element 1901 [
kui
] neonazi
aanhanger van modern nationaal-socialisme 1979 [Wijnands&Ost] neoplasma
gezwel 1948 [
kwt
Neozoïcum
geologische periode 1933 [Reinders, Leerboek der Plantkunde,
ii
, 126] nep
Bargoens: bedrog 1927 [
moo
] nepotisme
begunstiging van familieleden met baantjes en goederen 1659-1673 [
wnt
] neptunium
chemisch element 1947 [Holleman, Leerboek der organische chemie 510] nerd
onhandige, saaie jongen 1994 [De Coster 1999] nerf*
oneffenheid in leer 1599 [Kil.]
nerf
zenuw 1850 [Toll.] nergens*
bijwoord van plaats 1379 [Claes] {3.1}
nering*
bedrijf, broodwinning 1277 [
cg i
1, 354]
nero
wreedaard 1784-1785 [
wnt
] nerts
marterachtige 1909-1910 [Aanv
wnt
] nerveus
zenuwachtig 1844 [
wnt
typheus] nervositeit
zenuwachtigheid 1847 [
kku
] nes*
landtong, schor 918-948 [Künzel] {2.3}
nest*
vogelbroedplaats 1100 [
cg ii
1, 130] {2.5}
[pagina 1023]
[p. 1023]
nestel*
veter, schoudersieraad 1380-1420 [
mnw
nestor
eerbiedwaardige grijsaard 1678 [
wnt
pit
net*
visnet 1240 [Bern.]
net
keurig 1456 [
hws
] netel*
gewas 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
neteldoek*
weefsel 1623 [Ruiters, Toortse der Zee-vaert 9] {4.1.9}
netelig*
lastig 1732 [
wnt
netsuke
gordelknoop 1912 [
kku
] nettiquette
gedragscode voor het gebruik van e-mail en internet 1993 [
nrc-h
25/3/93, 6] netto
bijwoord: na aftrek van kosten 1567 [Kool] neuken*
geslachtsgemeenschap hebben 1762 [Claes] {4.4}
neurasthenie
zenuwzwakte 1847 [
kku
neuriën*
halfluid zingen 1612 [
wnt
] {3.1}
neurose
psychiatrisch ziektebeeld 1863 [
kku
] neus*
reukorgaan 1236 [
cg i
1, 23]
neushoorn*
hoefdier 1691 [Sewel] {4.1.3}
neutje*
borreltje 1897 [Sanders 1997a] {4.1.6}
neutraal
onzijdig 1451-1475 [
mnw
] neutraliteit
onzijdigheid, onpartijdige houding 1542 [
hws
] neutrino
ongeladen materiedeeltje 1961 [
gvd
] neutron
atoomdeeltje 1937 [Aanv
wnt
neutrum
onzijdig geslacht 1584 [
wnt
wijflijk] neuzelen*
door de neus praten 1531-1540 [Claes] {3.1}
nevel*
damp 1300 [
mnw
] {4.1.1}
neven*
voorzetsel 1267 [
cg i
1, 102] {4.2}
new age
holistische levensbeschouwing 1989 [Peptalk] newfoundlander
hondensoort 1834 [Sanders 1995] newton
eenheid van kracht 1950 [
gvd
new wave
vorm van punkmuziek 1977 [R84] ngultrum
munteenheid van Bhutan 1974 [Enc. Munten en Bankbiljetten] nicht*
dochter van broer, zus, oom of tante 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.4}
nicht*
mannelijke homoseksueel 1970 [Recht voor raap] {3.1}
nicotine
alkaloïde in tabak 1847 [
kku
] niëllo
graveerwerk in metaal 1860 [
wnt
] niemand*
onbepaald voornaamwoord 1200 [
cg ii
1 Servas] {1.2.4/4.2}
niemendal*
onbepaald voornaamwoord 1612 [
wnt
toekomen] {4.2}
niente
tussenwerpsel: niets 1991 [Vd Sijs 1996] nier*
een orgaan 1287 [
cg
NatBl]
niet*
ontkennend bijwoord 901-1000 [
wps
] {2.5}
nietig*
onbeduidend, niet geldig 1573 [Plantijn]
nietje*
klinknageltje 1804 [Weiland, Nederduitsch taalkundig wrdb.]
niets*
onbepaald voornaamwoord 1270-1290 [
mnw
] {4.2}
nietswaardig
zonder innerlijke waarde, gemeen 1734 [
wnt
aanplakken Suppl.] nietszeggend
niets bewijzend 1873 [
wnt
uitstooten] niettegenstaande*
onderschikkend voegwoord 1470 [
mnw
] {4.2}
niettegenstaande*
voorzetsel 1484 [
mnw
] {4.2}
niettemin*
onderschikkend voegwoord 1240 [Bern.] {4.2}
nietwaar*
tussenwerpsel: uitroep ter ontkenning 1862 [
wnt
zijleuning] {4.3}
nieuw*
pas ontstaan 1040 [Claes] {2.3}
nieuweling
iem. die net is begonnen of aangekomen 1581 [
wnt
] nieuwerwets*
volgens de laatste mode 1684 [
wnt
roos]
nieuwkomer
nieuweling 1946 [De Vooys] nieuws*
bericht over iets dat nog onbekend is 1656 [
wnt
nieuws
nieuwsgroep
discussieforum op internet 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 21] niezen*
proesten 1240 [Bern.] {3.1}
nigromantie
zwarte kunst 1285 [
cg
Rijmb.] <
me
Latijn
nihil
ontkennend bijwoord 1561 [
wnt
request] nihilisme
de wil om op het niets een nieuwe maatschappij te bouwen 1868 [
wnt
] nijd*
jaloezie, woede 1100 [Willeram]
nijdas
nijdige kerel 1891 [Toll.]
nijgen*
buigen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
nijlpaard
hoefdier 1743 [
wnt
water] {4.1.3}
nijpen*
knellen, kwellen 1360 [
mnw
nijver
naarstig 1561 [
wnt
] {1.2.4}
nikes
merknaam voor sportieve schoenen 1989 [Hofkamp&Westerman] nikkel
chemisch element 1770 [Papillon] nikker*
boze watergeest, duivel 1302 [
mnw
nikker
neger 1828 [Toll.] [pagina 1024]
[p. 1024]
niks
onbepaald voornaamwoord 1784-1785 [
wnt
] nimbostratus
wolkenformatie 1961 [
gvd
] nimbus
regenwolk 1861 [Witsen Geysbeek (wolken)] nimf
wezen dat bossen, rivieren bewoonde 1530 [
wnt
] nimfijn
jong meisje dat oudere mannen aantrekt 1978 [Vertaling Lolita] {4.4}
nimmer*
bijwoord van tijd: nooit 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.7}
nimrod
jachtliefhebber 1639 [
wnt
ninja
Japanse strijder 1995 [De Coster 1999] nintendo
Japans videospel 1981 [Handleiding] niobium
chemisch element 1872 [
gvd
] nippel
metalen mof 1901 [
wnt
] nippen*
een teugje drinken 1644 [
wnt
nippertje*
ogenblik 1872 [
gvd
nipt*
op het kantje 1945 [Aanv
wnt
] {1.2.2}
nirwana
volkomen rust 1872 [
wp
, dl. 4, 172] nis
uitholling 1631 [
wnt
] nitraat
zout van salpeterzuur 1847 [Aanv
wnt
] nitwit
die niets weet 1971 [De Coster 1999] niveau
peil 1847 [
kku
] nivelleren
op één peil brengen 1864 [
wnt
] nivôse
sneeuwmaand 1824 [
wei
] nobel
munt 1406 [
mnw
] nobel
edel 1477 [Teuth.] nobelium
chemisch element 1976 [
gvd
] Nobelprijs
Zweedse prijs 1910 [
kwt
noch*
nevenschikkend voegwoord 901-1000 [
wps
] {1.2.4/2.5/4.2}
nochtans*
bijwoord van causaliteit: evenwel 1275-1276 [
mnw
] {3.1}
nocturne
dromerig muziekstuk 1855 [Aanv
wnt
] node*
bijwoord van modaliteit: onwillig 1240 [Bern.]
noden*
verzoeken 1240 [Bern.]
noedels
gekookte meelballetjes 1912 [
kku
] noemen*
een naam geven 1249 [
cg i
1, 42]
noemer*
onderste getal in een breuk 1508 [Kool]
noen
middag 1236 [
cg i
1, 25] noen
middagmaal 1657 [
wnt
noest
arbeidzaam 1653 [
wnt
] {1.2.4}
nog*
bijwoord van tijd: tot op dit ogenblik, voortdurend 1100 [Willeram] {1.2.4/2.5/4.1.7}
noga
een lekkernij 1860-1875 [
wnt
] nogmaals
bijwoord van tijd: wederom 1659-1673 [
wnt
] noh
oudste vorm van Japans toneel 1936 [Kath. Enc. dl. 14, kol. 474] nok*
hoogste deel van dak 1599 [Kil.]
nolens volens
tegen wil en dank 1838 [
wnt
uitzonderen] nomade
rondzwervende steppe- of woestijnbewoner 1682 [
wnt
snarren] nomen
naamwoord 1638 [Ruijs] nomenclatuur
stelsel van regels voor naamgeving 1834 [
wnt
wortelwoord] nomenklatoera
communistische partijbonzen 1992 [
gvd
] nominaal
de naam betreffende, naamwoordelijk 1872 [
gvd
] nominatie
benoeming, voordracht 1586 [
wnt
:] nominatief
eerste naamval 1633 [Ruijs] non
kloosterzuster 1240 [Bern.] nonchalant
achteloos 1650 [
mey
] nondeju, nondedju
tussenwerpsel: bastaardvloek 1905 [
wnt
zatlap] {4.3}
non-descript
moeilijk te beschrijven 1972 [R75] none
negende toon 1855 [
wnt
undecime] <
me
Latijn
nonet
muziekstuk voor negen instrumenten 1860 [Nieuw beknopt en volledig muziekaal wrdb.] nonkel
oom 1851 [
wnt
zeveren] no-nonsebeleid
beleid met zeer realistische inslag 1987 [De Coster 1999]
nonsens
onzin 1766 [
wnt
] non-valeur
oninbare vordering 1844 [
wnt
uitmaken] non-valeur
waardeloos iemand 1871 [
wnt
vastroesten] nood*
dwang der omstandigheden, gebrek 1100 [Willeram]
nooddruft*
behoefte 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] {1.2.4/3.1}
noodvuur*
vuur met reinigende kracht ontstoken door wrijving 776-800 [
cg ii
1 Heidense prakt.] {2.5/3.1}
nooit*
bijwoord van tijd: op geen enkel tijdstip 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.1.7}
[pagina 1025]
[p. 1025]
noord*
windstreek 790-793 [Claes] {2.3}
noorden*
recht tegenover het zuiden 1240 [Bern.]
noorderlicht*
verschijnsel aan de noordelijke hemel 1736 [
wnt
verheveling] {4.1.1}
noot
aantekening 1240 [Bern.] noot*
vrucht 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.2}
noot
muzieknoot 1287 [
cg
NatBl] nootmuskaat
specerij 1287 [
cg
NatBl] nop*
knoop, propje 1252 [
mnw
nopen*
dwingen 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
nopens*
voorzetsel 1500 [
mnw
] {4.2}
noppes*
onbepaald voornaamwoord 1844 [
moo
] {4.2}
nor*
gevangenis 1881 [
wnt
norbertijn
monnik van de orde van de H. Norbertus 1710 [
wnt
vergelijken] {4.1.8}
norit
actieve kool 1929 [
kwt
norm
richtsnoer 1889 [Picarta: titel van L.W.E. Rauwenhoff] normaal
loodlijn 1824 [
wnt
normaal
ii
] normaal
overeenkomstig de regel 1847 [
kku
] normaliteit
het normaal zijn 1847 [
kku
] normaliter
bijwoord van hoedanigheid: gewoonlijk 1910 [
wnt
warm] normatief
een norm stellend 1832 [
wei
] nors*
stuurs 1350 [
mnw
nostalgie
heimwee 1824 [
wei
] nota
aantekening 1525 [
wnt
wellustig] nota
rekening 1843 [
wnt
] notabel
voornaam 1401-1450 [
mnw
] nota bene
bijwoord van modaliteit: let op 1623 [
wnt
] notaris
openbaar ambtenaar 1290 [
mnw
] notatie
het optekenen 1698 [
mey
] notebook
draagbare computer 1991 [
hcc
nieuwsbrief jan. 1, 39] noteren
aantekenen 1400 [
mnw
] notie
besef 1840 [
wnt
] notificatie
kennisgeving 1570 [
wnt
recolement] notificeren
bekendmaken 1635 [
wnt
] notitie
aantekening 1566 [
wnt
vloed] notoir
bekend, berucht 1497 [
hws
] notoriteit
algemene bekendheid 1670 [Aanv
wnt
] notulen
aantekeningen van vergadering 1592 [
wnt
] nou*
bijwoord van tijd: op het ogenblik 1401-1500 [
mnw
] {4.1.7}
nouveauté
nieuwigheid 1824 [
wei
] nova
ster 1943 [Van Albada, De Bouw van het Inwendige der Sterren, 86-7] novelle
kort prozaverhaal 1864 [
wnt
] november
elfde maand 1266 [Toll.] novice
nieuweling (in klooster) 1865-1870 [
wnt
proef] noviciaat
proeftijd 1776 [Aanv
wnt
] noviteit
nieuwigheid 1568 [Aanv
wnt
] novum
nieuw feit 1912 [
kku
] nozem
branieschopper 1955 [Endt] {4.1.4}
nozemdom
de nozems als totaliteit 1959 [Aanv
wnt
nu*
bijwoord van tijd: op het ogenblik 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
nuance
schakering 1807 [
wnt
kleederdracht] nuchter
niets gegeten of gedronken hebbend 1240 [Bern.] nucleair
kern- 1950 [
wnt
troebel
ii
] nucleon
verzamelnaam voor de deeltjes van atoomkernen 1967 [
wp
in kleuren]
nucleus
kern 1719 [
wnt
typus] nudisme
recreëren zonder kleding 1950 [Aanv
wnt
] nudist
naaktloper 1961 [
gvd
] nuf
ingebeeld meisje 1599 [Kil.] nuk
kuur 1573 [Claes] nul
telwoord 1508 [Kool] numeriek
door getallen uitgedrukt 1847 [
kku
] numerus clausus
gesloten aantal leerlingen 1953 [Huizinga] numerus fixus
gesloten aantal leerlingen 1970 [Recht voor raap] numismaat
munt- of penningkundige 1961 [
gvd
] nummer
cijfer 1350 [
mnw
] nuntius
pauselijk ambassadeur 1602 [Aanv
wnt
] nurks*
knorrig 1841 [
wnt
nut*
voordeel 1505 [
mnw
nutatie
periodieke verschuiving van de hemelpool 1912 [
kku
] nutria
knaagdier 1950 [
gvd
] nuttigen*
spijs gebruiken 1401-1450 [
mnw
] {3.1}
nylon
kunststof 1946 [Aanv
wnt
] o*
tussenwerpsel: uitroep van verrukking, smart e.d. 1350 [
mnw
] {4.3}
[pagina 1026]
[p. 1026]
oase
vruchtbare plaats in woestijn 1824 [
wei
] obediëntie
gehoorzaamheid 1330 [
mnw
] obelisk
gedenknaald 1615 [Aanv
wnt
] o-benen
benen waarvan de knieën naar buiten staan 1872 [
gvd
] ober
kelner 1906 [Aanv
wnt
] obi
Japanse gordel 1933 [Westendorp, Japan] object
voorwerp 1500 [
hws
] objectief
zich bepalend tot de feiten 1847 [
kku
] oblie
dun wafeltje 1380-1420 [
mnw
] obligaat
verplicht 1802-1809 [
wnt
] obligatie
schuldbrief 1370-1378 [
hws
] obligatoir
verplicht 1786 [Aanv
wnt
] obligeren
verplichten 1274 [
cg i
1, 278] obligo
verplichting 1676 [De Bruijn Tw. 10] oblomovisme
extreme lamlendigheid 1999 [
gvd
oblong
langwerpig 1847 [
kku
] obool
muntje 1832 [
wei
] obsceen
oneerbaar 1669 [
mey
] obscuur
duister 1539 [Aanv
wnt
] obsederen
geheel in beslag nemen 1824 [
wei
] observatie
waarneming 1485 [
mnw
] observator
waarnemer 1768 [
wnt
uiteinde] observeren
waarnemen 1524 [
hws
] obsessie
dwangvoorstelling 1824 [
wei
] obsoleet
verouderd 1824 [
wei
] obstakel
hinderpaal 1512 [
hws
] obstetrie
verloskunde 1876 [Med. zakwrd. ned. taal]
obstinaat
halsstarrig 1480 [
mnw
] obstipatie
hardlijvigheid 1847 [Aanv
wnt
] <
me
Latijn
obstructie
tegenwerking, afsluiting 1669 [
mey
] ocarina
blaasinstrument 1885 [Viotta, Lexicon der toonkunst] occasion
koopje 1910 [
kwt
] occidentaal
westelijk 1650 [
mey
] occlusief
plofklank 1950 [
gvd
] occult
verborgen 1669 [
mey
] occupatie
bezigheid 1468 [
hws
] occupatie
verhindering 1503 [
hws
] occuperen
zich bezighouden 1520 [
hws
] oceaan
wereldzee 1595 [
wnt
voute] ocelot
katachtige 1770 [Aanv
wnt
] och*
tussenwerpsel: uitroep van verdriet of medelijden 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.3}
ocharm*
tussenwerpsel: uitroep van medelijden 1300 [
mnw
] {4.3}
ochtend*
(vroege) morgen 1351-1400 [
mnw
] {1.2.4/4.1.7}
octaaf
achtste toon van de grondtoon af 1601 [
wnt
toesein] octaan
koolwaterstof 1937 [A. Viruly, Logboek 54]
octant
hoekmeter 1740 [Aanv
wnt
] octavo
boekformaat 1634 [
wnt
gulden
] octet
muziekstuk voor 8 partijen 1885 [Aanv
wnt
] octogonaal
achthoekig 1847 [
kku
] octopus
inktvis 1881 [Aanv
wnt
] octrooi
patent 1817 [
wnt
] oculair
oog- 1524 [Aanv
wnt
] oculeren
wijze van enten 1670 [Aanv
wnt
ode
lyrisch gedicht 1650 [
mey
] odeur
geur 1669 [
mey
] odium
het hatelijke 1914 [
gvd
] oecumene
algemene kerk 1952 [Aanv
wnt
] oedeem
vochtophoping 1847 [
kku
] Oedipuscomplex
complex waarbij zoons een diepere relatie met de moeder en dochters met de vader hebben 1931 [Aanv
wnt
oef
tussenwerpsel: uitroep van benauwdheid 1808 [
wnt
] oefenen*
door herhaling bekwaam maken of worden 1265-1270 [
cg
Lut.K]
oehoe
uilachtige 1809 [
wnt
uhu] oei*
tussenwerpsel: uitroep van pijn of schrik 1657 [
wnt
] {4.3}
oekaze
bevelschrift 1872 [
gvd
] oelewapper*
waardeloze vent 1931-1940 [
nrc-h
21/2/2001]
oen
scheldwoord: sufferd 1612 [Aanv
wnt
] oenologie
kennis van de wijn 1847 [
kku
oeps
tussenwerpsel: uitroep van verbazing of schrik 1991 [Hoppenbrouwers] oer
ijzerhoudende grond 1764 [
wnt
] oerkomisch
zeer komisch 1924 [
gvd
] {4.4}
oeros
herkauwer 1852 [
wnt
omplompen] oeroud
zeer oud 1909 [
wnt
zog] {4.4}
[pagina 1027]
[p. 1027]
oersted
eenheid van magnetische veldsterkte 1912 [
kku
oester
mossel 1287 [
cg
NatBl] oestron
eierstokhormoon 1946 [Holleman, Leerboek der organische chemie 158] oetlul*
stommeling 1974 [Endt] {3.1}
oeuvre
gezamenlijk werk 1847 [
kku
] oever*
rivierrand, kade 1287 [
cg
NatBl]
of*
onderschikkend voegwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
of*
nevenschikkend voegwoord 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] {4.2}
offday
dag dat men niet in vorm is 1940 [Zandvoort, English in the Netherlands] offensief
aanvallend 1587 [Aanv
wnt
] offer
gave (aan godheid) 1100 [Willeram]
offerande
gave (aan godheid) 1240 [Bern.] offeren
(aan godheid) schenken 901-1000 [
wps
] offerte
aanbieding 1824 [
wei
] officiaal
priester die de mis opdraagt 1492 [Curia Palacium 209, 9, 23] official
officieel afgevaardigde 1909 [Aanv
wnt
] officiant
priester die de mis opdraagt 1599 [Aanv
wnt
] officie
ambt 1503 [
wnt
vertasseeren] officieel
ambtelijk 1816 [Aanv
wnt
] officier
rang bij de marine 1685 [
wnt
] officier
rang bij de landmacht 1784-1785 [
wnt
] officiëren
als priester dienst doen 1819 [Aanv
wnt
] officieus
niet officieel 1842 [Aanv
wnt
] officinaal
in de apotheek verplicht voorhanden 1847 [
kku
] offreren
aanbieden 1562 [Aanv
wnt
] offsetdruk
druktechniek 1912 [Aanv
wnt
ofiologie
studie van de slangen 1872 [
gvd
ofschoon*
onderschikkend voegwoord 1732 [
wnt
uitstaan] {4.2}
ogenblik
zeer korte tijdruimte 1517 [
wnt
raadkamer] ogenschijnlijk
blijkbaar 1841-1845 [
wnt
] ogief
spitsboog 1440 [Claes] oh
tussenwerpsel: uitroep van spijt of droefheid 1704 [Hannot&Hoogstraten] ohm
eenheid van weerstand 1894 [Aanv
wnt
] okapi
herkauwer 1912 [
kku
] oké, okay
tussenwerpsel: goed 1899 [Sanders 1995] oker
gele verf uit bepaalde aardsoort 1567 [Claes] okkernoot
walnoot 1350 [
mnw
] {1.2.4/4.1.2}
oksaal
zangerskoor 1441 [
mnw
] {1.2.4}
oksel*
holte onder de arm 1240 [Bern.]
okshoofd
vloeistofmaat 1475 [
hws
] oktober
tiende maand 1279 [Toll.] olé
tussenwerpsel: uitroep ter aanmoediging 1919 [
kwt
] oleander
sierplant 1608 [
wnt
] olie
vette vloeistof 1100 [Willeram] oliebol
in olie gebakken bol 1884 [
wnt
koek] {4.1.6}
oliedom
uiterst dom 1787-1789 [
wnt
oliesel
sacrament der stervenden 1421 [
mnw
olifant
slurfdier 1240 [Bern.] oligarchie
regering van weinige personen of families 1720 [
mey
] Oligoceen
geologische periode 1886 [
kku
eoceen] oligofrenie
achterlijkheid 1948 [
kwt
olijf
vrucht van olijfboom 1240 [Bern.] olijk*
guitig 1635 [
wnt
olipodriga
uit Spanje afkomstige stoofpot 1654 [Vd Sijs 1998] {3.2/4.1.6}
ollekebolleke*
bepaalde versvorm 1975 [P. Niewint e.a., Potverdriedubbeltjes] {3.1/4.4}
olm
iep 1276 [
cg i
1, 318] oloroso
soort sherry 1953 [
wp
(sherry)] olympiade
vierjaarlijkse internationale sportwedstrijd, tijdvak van vier jaar 1824 [
wei
] olympiajol
zeilboot 1955 [
wnt
rennen
] om*
voorzetsel 1272 [
mnw
] {4.2}
om*
bijwoord van plaats 1287 [
cg
NatBl]
oma
grootmoeder 1872 [
gvd
] {4.1.4}
omber
kleurstof 1642 [
wnt
toets] omber
kaartspel 1735 [
wnt
] ombrengen*
doden 1573 [Plantijn] {4.4}
ombrometer
regenmeter 1824 [
wei
ombudsman
vertrouwensman 1963 [Aanv
wnt
] omdat*
onderschikkend voegwoord 1637 [
wnt
] {4.2}
omega
laatste letter van het Griekse alfabet 1637 [Statenvertaling] [pagina 1028]
[p. 1028]
omelet
eiergerecht 1860 [
wnt
zout
] omen
voorteken 1805 [
mey
] omerta
het zwijgen van maffialeden 1999 [
gvd
] omgeving
kring waarin men zich begeeft 1825 [
wnt
] omheinen*
met een omheining omgeven 1450 [
mnw
omhelzen*
de armen om de hals slaan 1393-1402 [
mnw
omhoog*
bijwoord van plaats: in de hoogte 1486 [
mnw
omineus
een boos voorteken inhoudend 1658 [
mey
] omissie
verzuim 1616 [Aanv
wnt
] omitteren
weglaten 1637 [
wnt
assigneeren Suppl] omkomen*
sterven 1573 [Plantijn] {4.4}
omnibus
openbaar vervoermiddel 1832 [
wei
] omnibus
bundel verhalen 1961 [
gvd
] omnipotent
alvermogend 1376-1400 [
mnw
] omnium
wielerwedstrijd 1950 [
gvd
] omnivoor
alleseter 1865 [
kvw
] omroep*
het radio- en later televisiebedrijf als geheel 1922 [Van der Horst in De Standaard 2/10/98] {4.4}
omscholen
opleiden voor een ander vak 1957 [Aanv
wnt
] omstandigheid*
stand van zaken 1704 [Hannot&Hoogstraten]
omstreden
betwist 1944 [Theissen 1978] omstreeks*
voorzetsel 1776 [
wnt
] {4.2}
omstreeks*
bijwoord van hoedanigheid 1833 [
wnt
] {3.1}
omtrek*
hoofdlijn die grenzen van een figuur bepaalt 1586 [Toll.]
omtrent*
voorzetsel 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.2}
omtrent*
bijwoord van hoedanigheid 1285 [
cg
Rijmb.]
omturnen
een andere wending geven 1966 [R75]
omver*
bijwoord van plaats: ondersteboven 1573 [Plantijn]
omwille van*
voorzetsel 1838 [
wnt
] {4.2}
omzichtig*
behoedzaam 1630 [
wnt
bevreesd]
onager
paardachtige 1832 [
wei
] onaneren
masturberen 1824 [
wei
] {4.4}
onbehagen
misnoegen 1913 [Moortgat] onbeholpen*
onhandig 1853 [
wnt
onbehouwen*
ruw 1458 [
mnw
onbekookt
ondoordacht 1854-1855 [
wnt
onbeschoft
lomp 1588 [Kil.] onbestemd
onbepaald, vaag 1766 [Sewel/Buys] onbestendig
wisselvallig 1637 [
wnt
] onbesuisd*
onbeheerst 1599 [Kil.]
onbevangen
vrijmoedig 1847 [Vd Sijs 1996] onbewimpeld*
openhartig 1477 [Teuth.]
ondanks*
voorzetsel 1420 [
mnw
] {4.2}
onder*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
onder*
bijwoord van plaats 1330 [
mnw
onderbouwen
schragen 1591-1600 [
wnt
] onderdaan*
onderworpene 1265-1270 [
cg
Lut.K]
onderhavig
waarvan op het ogenblik sprake is 1818-1821 [
wnt
] onderhevig*
lijdende aan 1265-1270 [
cg
Lut.K]
onderhuids*
onder de huid 1805 [
wnt
] {3.1/5}
onderkast
kleine letter 1860-1861 [
wnt
onderknuppel*
ondergeschikte 1980 [De Coster 1999] {3.1}
onderling*
onder elkaar 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
onderrichten
onderwijzen 1550 [
wnt
artikel Suppl] ondershands*
bijwoord van hoedanigheid: in het geheim 1764 [
wnt
vendutie] {3.1}
ondertussen*
bijwoord van tijd: inmiddels 1632 [
wnt
] {4.1.7}
onderwerp*
als grammaticale term: zinsdeel dat in persoon en getal met vervoegde werkwoord overeenkomt 1585 [
wnt
onderwerp*
zaak waarover men spreekt 1784-1785 [
wnt
onderwijzer*
leraar 1784-1785 [
wnt
onduleren
golven 1847 [
kku
] oneindig*
geen einde hebbend 1635 [
wnt
zijn
iii
ongans*
ongezond 1287 [
cg
NatBl]
ongeacht*
voorzetsel 1806-1807 [
wnt
] {4.2}
ongedierte*
schadelijke of lastige dieren 1623 [
wnt
] {3.1}
ongekunsteld
ongemaakt 1826 [
wnt
] ongelikt*
ongepolijst, ruw 1720 [
wnt
ongesteld*
in lichte mate ziek 1704 [Hannot&Hoogstraten]
ongesteld*
menstruerend 1961 [
gvd
] {3.1}
ongeveer
bijwoord van hoedanigheid: om en nabij 1599 [Claes] onguur*
schrikaanjagend, ruw 1287 [
cg
NatBl]
[pagina 1029]
[p. 1029]
onhebbelijk
onvriendelijk 1393-1402 [
mnw
] onheus*
onbeleefd 1642 [
wnt
onkosten
kosten 1374 [
mnw
onnozel
onschuldig, dom 1265-1270 [
cg
Lut.K]
onomasticon
lijst van namen 1824 [
wei
] onomatopee
klanknabootsend woord 1824 [
wei
] onpasselijk
misselijk, onwel 1693 [
wnt
wateren]
onraad*
gevaar 1300 [
mnw
ons*
bezittelijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
ons
gewicht 1240 [Bern.] onstuimig
wild 1573 [Claes] ontberen*
missen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontbijten*
ochtendmaal eten 1240 [Bern.] {1.2.5}
ontbreken*
mankeren 1285 [
cg
Rijmb.]
ontdaan*
van streek 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontdooien*
vloeibaar worden van ijs 1602 [
wnt
vlijen]
ontfermen, zich*
uit de nood helpen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontfutselen*
listig ontnemen 1618 [
wnt
ontgelden*
moeten boeten 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontginnen*
bebouwbaar maken 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontgoocheling
ontnuchtering 1874 [Picarta: titel van A. Rutgers v.d. Loeff] onthaasting
het rustiger aan doen 1992 [De Coster 1999] {4.4}
onthalen*
trakteren 1265-1270 [
cg
Lut.K]
onthouden*
niet vergeten 1285 [
cg
Rijmb.]
onthouden*
niet geven 1429 [
mnw
onthutsen*
doen ontstellen 1704 [Hannot&Hoogstraten]
ontiegelijk*
bijwoord van hoedanigheid: enorm, zeer veel 1961 [
gvd
] {3.1}
ontij*
donkere tijd van de dag 1638 [
wnt
ontlasting*
uitwerpselen 1704 [Hannot&Hoogstraten] {4.4}
ontluiken*
(zich) ontsluiten 1348 [
mnw
ontmoeten*
toevallig tegenkomen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontoerekeningsvatbaar
niet verantwoordelijk voor zijn daden 1916 [
wnt
toerekeningsvatbaar] ontogenese
ontwikkeling van een levend wezen 1918 [
wnt
vitalistisch]
ontologie
leer van het zijn 1799 [Aanv
wnt
] ontredderd*
gehavend 1616 [
wnt
ontredderen]
ontrieven*
ongemak veroorzaken 1427 [
mnw
ontroeren*
in het gemoed treffen 1637 [
wnt
ontslapen*
sterven 1637 [
wnt
] {4.4}
ontsnappen*
ontkomen 1648 [
wnt
ontspringen*
ontsnappen aan 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontstaan*
vorm krijgen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontsteltenis*
verwarring 1636 [
wnt
wijlen] {3.1}
ontstentenis*
het niet voorhanden zijn 1783 [Claes] {3.1}
ontucht
onkuisheid 1625 [
wnt
ontvangst*
het ontvangen 1648 [
wnt
] {3.1}
ontvankelijk*
vatbaar voor indrukken 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
ontvreemden*
ontstelen 1333 [
mnw
ontwaken*
wakker worden 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontwaren*
gewaarworden 1790 [Toll.]
ontwerpen*
uitdenken, schetsen 1380 [
mnw
ontwikkelen*
ontvouwen 1679 [
wnt
ontwrichten*
uit zijn verband rukken 1765 [
wnt
zinking]
ontzag*
eerbied 1599 [Kil.]
ontzetten*
verbijsteren 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ontzetten*
bevrijden 1285 [
cg
Rijmb.]
ontzien*
sparen 1236 [
cg i
1, 21]
onverdroten*
niet ontmoedigd 1451-1500 [
mnw
onverhoeds*
plotseling 1445 [
mnw
onverholen*
niet verborgen 1350 [
mnw
onverlaat*
slechte kerel 1589 [Claes Tw. 12]
onverlet*
onbelemmerd, ongedeerd, zonder uitstel 1350-1384 [
mnw
onverminderd*
voorzetsel 1577 [
wnt
] {4.2}
onversaagd
onverschrokken 1285 [
cg
Rijmb.]
onvertogen*
ongepast 1695 [
wnt
onvoorzien*
onverhoeds 1285 [
cg
Rijmb.]
onweer*
donderbui 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.1}
onwijs*
erg goed 1985 [De Coster 1999] {3.1}
onyx
steensoort 1566 [
wnt
] onzalig*
ellendig 1561 [
wnt
onzijdig*
neutraal 1631 [
wnt
] {3.1}
onzijdig*
als grammaticale term: neutrum 1706 [Ruijs]
onzin*
zottenklap 1818 [
wnt
brommen]
ooft*
fruit 901-1000 [
cg wps
Gloss.] {4.1.2}
oog*
gezichtsorgaan 901-1000 [
wps
oogappel*
lieveling 1637 [
wnt
oogappel*
pupil 1776 [
wnt
ooglid*
huidplooi over het oog 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
oogst
het inzamelen van gewassen 1240 [Bern.]
ooi*
wijfjesschaap 1240 [Bern.] {4.1.3}
ooievaar*
reigerachtige 1240 [Bern.]
[pagina 1030]
[p. 1030]
ooit*
bijwoord van tijd: te eniger tijd 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.1.7}
ook*
bijwoord van modaliteit: bovendien 1001-1050 [
cg i
, 118]
oom*
broer van vader of moeder 1240 [Bern.] {4.1.4}
oor*
gehoororgaan 701-800 [Lex Salica] {2.2}
oorbaar*
welgevoeglijk 1841 [
wnt
oorbaar
ii
oord*
plaats, plek 951-1000 [Claes] {2.3}
oord*
munt 1252 [
mnw
] {4.1.12}
oordeel*
mening 1240 [Bern.]
oorgetuige*
iemand die bij een gesprek aanwezig is 1965 [Carmiggelt, Mooi weer vandaag 60] {4.4}
oorkonde
schriftelijke getuigenis 1806 [Picarta: Oorkonden betrekklijk oprigting] oorlam
borrel 1887 [
wnt
] oorlof*
vergunning 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
oorlog*
strijd tussen volkeren of staten 1240 [Bern.]
oorsprong*
aanvang 1301-1400 [
mnw
oortje*
munt 1350 [
mnw
] {4.1.12}
oorvijg*
klap 1599 [
wnt
oorveeg]
oorwurm*
insect 1351 [
mnw
oorzaak
reden 1401-1425 [
mnw
] oost*
windstreek 802-822 [Claes] {2.3}
Oost-Indisch doof
net doen of men niets heeft gehoord 1872 [
gvd
Oost-Indische kers
plantje 1842 [
wnt
kers
ootmoed
nederigheid 1265-1270 [
cg
Lut.K] op*
voorzetsel 777 [Claes] {2.3/4.2}
opa
grootvader 1897 [
wnt
] {4.1.4}
opaal
mineraal 1657 [
wnt
] op-art
kunstrichting 1966 [R75] opblazen*
doen ontploffen 1642 [
wnt
opbrengst*
het voortgebrachte 1808 [
wnt
zuiger] {3.1}
opdat*
onderschikkend voegwoord 1285 [
cg
Rijmb] {4.2}
opdirken*
overdreven mooi maken 1866 [
wnt
] {5}
opdoeken*
opheffen, buiten gebruik stellen 1671 [
wnt
opdoemen*
aan de horizon zichtbaar worden 1696 [
wnt
opdoffen*
oppoetsen 1802 [
wnt
open*
niet gesloten 1240 [Bern.]
openbaar*
algemeen bekend, het algemeen betreffend 1200 [
cg ii
1 Servas]
openen*
ontsluiten 1300 [
mnw
op-en-top*
bijwoord van hoedanigheid: geheel en al 1874 [
wnt
opera
gezongen toneelspel 1668 [
wnt
] operabel
geopereerd kunnende worden 1929 [
kwt
] operateur
die opereert 1771 [
wnt
] operatie
geneeskundige handeling 1637 [
wnt
] operatie
krijgsverrichtingen 1862 [
wnt
] operatief
betrekking hebbend op een operatie 1886 [
kku
operationeel
hanteerbaar 1961 [
gvd
] operator
bedieningsdeskundige 1961 [
gvd
] opereren
te werk gaan 1669 [
mey
] opereren
een operatie verrichten 1805 [
mey
] operette
opera met dialoog 1847 [
kku
] opgefokt
kunstmatig, hysterisch 1979 [De Coster 1999] opgemaakt*
met make-up getooid 1950 [
gvd
opgetogen*
verrukt 1461 [
mnw
ophaalbrug*
brug die opgehaald kan worden 1672 [
wnt
valpoort]
ophanden*
bijwoord van tijd: weldra 1562-1592 [
mnw
] {4.1.7}
ophemelen*
uitbundig prijzen 1723 [
wnt
opiaat
geneesmiddel 1608 [
wnt
] <
me
Latijn
opinie
mening 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] opium
verdovend middel 1554 [
wnt
] opkikkeren*
opbeuren 1872 [
gvd
] {3.1}
opklaren
klaar (doen) worden 1641 [
wnt
oplage
aantal afdrukken van een werk dat bij dezelfde gelegenheid wordt vervaardigd 1799-1811 [
wnt
] oplawaai
klap 1897 [
wnt
opdonder] opleuken*
leuker maken 1988 [De Coster 1999] {3.1}
opname
het opnemen 1828 [
wnt
] opnieuw*
bijwoord van tijd: wederom 1450 [
mnw
] {4.1.7}
opoe*
grootmoeder 1902 [Aanv
wnt
] {4.1.4}
oponthoud
het ergens verblijven, vertraging 1838-1844 [
wnt
] opossum
buideldier 1662 [Van Donselaar Tw. 12] oppassen
opletten 1660 [
wnt
oppeppen
meer pep geven 1958 [Aanv
wnt
opper*
stapel hooi 1348 [
mnw
opper*
aanspreektitel van opperwachtmeester 1898 [
gvd
] {4.1.14}
[pagina 1031]
[p. 1031]
opperen*
te berde brengen 1733 [
wnt
] {3.1}
Opperlands*
Nederlandse woorden en uitdrukkingen met een merkwaardige structuur 1976 [Battus, Opperlandse pagina in
nrc-h
27/8/76] {4.4}
opperman*
helper van metselaar 1285 [
cg
I2, 1009]
oppervlakte*
bovenste vlakte, buitenkant 1704 [Hannot&Hoogstraten]
opponent
die zich verzet, die tegen iets stelling neemt 1478 [
hws
] opponeren
zich verzetten 1465 [
hws
] opportunist
die zonder beginsel handelt 1847 [
kku
] opportuun
van pas 1669 [
mey
] oppositie
tegenstand 1409 [
hws
] oppressie
onderdrukking 1503 [Aanv
wnt
] oprecht*
echt, ongeveinsd 1500 [
mnw
oprispen*
maaginhoud opgeven 1463 [
mnw
oproer
opstand 1537 [Claes Tw. 12] oprotten
ophoepelen 1963 [Aanv
wnt
opruien*
ophitsen 1551-1600 [Claes]
opschepen*
ten laste van een ander laten 1733 [
wnt
opscheppen*
snoeven 1914 [
gvd
opschorten
uitstellen 1285 [
cg
Rijmb.]
opsnijden*
grootspreken 1653 [
wnt
opspelen*
op zijn poot spelen, razen 1806-1807 [
wnt
opstal*
wat boven de grond gebouwd is 1652-1662 [
wnt
optant
die opteert 1912 [
kku
] optatief
wensende wijs 1847 [
kku
] optellen*
bijeentellen 1710 [
wnt
opteren
kiezen 1910 [
wnt
z.j.] optica
deel van de natuurkunde 1566 [
wnt
verdieping] <
me
Latijn
opticien
brillenmaker 1897 [
koe
] optie
vrije keus 1531 [
hws
] optie
recht van voorkeur bij transactie 1602 [
wnt
] optiek
optica, gezichtspunt 1751 [Aanv
wnt
] optimaal
hoogst 1949 [Aanv
wnt
] optimisme
neiging het beste te zien 1860 [
wnt
behandeling] optimum
toppunt 1926 [
wnt
reincultuur] optioneel
de keus latend 1961 [
gvd
] optisch
m.b.t. het zien 1824 [
wei
] optornen*
met moeite tegenin gaan (bij zeilen) 1646 [
wnt
optutten*
opdirken 1961 [
gvd
] {3.1/5}
opus
werk 1663 [
mey
] oraal
m.b.t. de mond 1847 [Aanv
wnt
] orakel
godsspraak 1556 [
wnt
rinnen] orangeade
frisdrank 1832 [
wei
] orangist
aanhanger van het Oranjehuis 1795 [
wnt
] orang-oetan(g)
mensaap 1652-1662 [
wnt
] oranje
kleurnaam 1282 [
cg i
Brugge] oranje(appel)
sinaasappel 1534 [Claes] oranjeklant
aanhanger van het Huis van Oranje 1787 [
wnt
constitutie]
oratie
toespraak 1548 [
wnt
werk
iv
] oratorium
bidvertrek 1650 [
wnt
] orchidee
plant 1847 [
kku
] orde
regelmatige plaatsing, geregelde toestand 1350 [
mnw
] ordentelijk
fatsoenlijk 1702 [
wnt
order
bevel 1599 [
wnt
] ordinaal
m.b.t. rangorde 1950 [
gvd
] ordinaat
meetkundige lijn voor het bepalen van een punt in de ruimte 1740 [Aanv
wnt
] ordinair
plat, alledaags 1784 [
wnt
] ordinarius
gewoon hoogleraar 1847 [
kku
] ordner
map voor het opbergen van correspondentie 1948 [
kwt
] ordonnans
militair die bevelen moet overbrengen 1852 [
wnt
] ordonneren
bevelen 1520 [
hws
] öre
munt 1847 [
kku
] oregano
tuinkruid 1968 [
wp
voor de vrouw] orenmaffia
alternatieve genezers die ziekte als een geestelijke kwestie zien 1992 [De Coster 1999] {4.4}
oreren
redevoering houden 1561 [
wnt
wind
] orgaan
deel van levend organisme 1466 [
hws
] organdie
weefsel 1843 [
wnt
] organiek
organisch voortvloeiend uit 1824 [
wei
] organisator
die organiseert 1929 [
kwt
organisch
m.b.t. een orgaan, van organen voorzien 1847 [
kku
] organiseren
regelen 1862 [
wnt
] organisme
samenhang der delen 1854 [
wnt
] organist
orgelspeler 1240 [Bern.] organizer
elektronische zakagenda 1992 [Trouw 28/11/1992] [pagina 1032]
[p. 1032]
orgasme
het (seksueel) klaarkomen 1824 [
wei
] orgeade
drank 1608 [
wnt
] orgel
toetsinstrument 1350 [
mnw
] {4.1.16}
orgie
losbandig drinkgelag 1824 [
wei
] oriënteren
plaatsen volgens de streken van het kompas 1862 [
wnt
] origami
papiervouwkunst 1964 [Picarta: Origami dieren] origine
oorsprong 1720 [
mey
] origineel
oorspronkelijk 1709 [
wnt
vendu] ork(a)
walvisachtige 1862 [
wnt
ork] orkaan
hevige stormwind 1657 [
wnt
] orkest
groep musici 1765 [
wnt
] orkestmuziek
muziek voor een orkest 1955 [
wnt
requisiet
] {4.1.16}
orkestraal
orkest- 1898 [
wnt
verzorgd] orkestratie
het voor orkest schrijven of bewerken 1851 [
wnt
quatuor] ornaat
ambtsgewaad 1624 [
wnt
] ornament
versiersel 1285 [
cg
Rijmb.] ornamenteren
met ornamenten versieren 1855 [
kku
orogenese
gebergtevorming 1950 [
gvd
orthodontie
tandheelkunde gericht op verbetering van het gebit 1961 [
gvd
orthodox
rechtzinnig 1650 [
mey
] orthografie
de kunst de woorden op de juiste wijze te schrijven 1376-1400 [
mnw
] orthopedie
leer van het verbeteren van afwijkingen aan het bewegingsapparaat 1824 [
wei
] ortolaan
zangvogel 1730 [
wnt
pistache] oryx
herkauwer 1984 [
gvd
] os*
gecastreerde stier 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
oscar
filmonderscheiding 1961 [
gvd
] oscilleren
slingeren 1824 [
wei
] osmium
chemisch element 1831 [Aanv
wnt
] osmose
het zich wederzijds vermengen 1886 [
kku
] Ossie
Oost-Duitser 1996 [Vd Sijs 1996] ossobuco
kalfsschenkel met mergpijp 1968 [
wp
voor de vrouw] ostentatief
uitdagend 1914 [
gvd
ostracisme
schervengericht 1792 [Aanv
wnt
] otoliet
oorsteentje 1929 [
kwt
otter*
marterachtige 830 [Claes] {2.3/4.1.3}
oubaas
eigenaar van een boerenhoeve 1950 [
gvd
] oubollig*
koddig, flauw 1573 [Plantijn]
oud*
reeds lang bestaand, lang geleefd hebbend 893 [Künzel] {2.3/4.1.7}
oudbakken*
niet nieuw meer 1710 [
wnt
ouder*
vader of moeder 1287 [
cg
I2, 1228] {4.1.4}
ouderdom*
leeftijd 1265-1270 [
cg
Lut.K]
oudere jongere*
iemand globaalweg tussen de 30 en 40 of 45 jaar 1985 [Sanders 1999] {4.1.4/4.4}
ouderling*
protestants kerkelijk ambtsdrager 1590 [
wnt
] {4.1.8}
ouderwets*
zoals vroeger gebruikelijk 1635 [
wnt
oudroest*
oud ijzer 1920 [
wnt
z.j.]
ouguiya
munteenheid van Mauritanië 1973 [2000 Standard Catalog of World Coins] outcast
uitgestotene 1867 [Aanv
wnt
] outfit
uitrusting 1896 [
kwt
] outillage
uitrusting 1926 [Aanv
wnt
] outplacement
ontslagbegeleiding 1989 [De Coster 1999] output
uitvoer 1970 [Recht voor raap] ouverture
inleidend orkeststuk 1790 [
wnt
violine] ouvreuse
vrouw die plaats aanwijst 1870 [Aanv
wnt
] ouwehoeren*
praten 1910 [
wnt
oud, hoer z.j.]
ouwel
niet-geconsacreerde hostie 1469 [
mnw
] ouzo
Grieks distillaat 1978 [Complete drankenenc.] ovaal
langwerpig rond 1621 [
wnt
peer] ovarium
eierstok 1824 [
wei
] ovatie
toejuiching 1852 [
wnt
] oven*
plaats om te bakken 1240 [Bern.] {4.1.9}
over*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
overal*
bijwoord van plaats 1240 [
vmnw
overbodig*
overtollig 1717 [
wnt
overdaad*
exces 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
overeenkomstig*
voorzetsel 1793-1796 [
wnt
] {4.2}
overgrootmoeder*
moeder van iemands grootvader of grootmoeder 1573 [Plantijn] {4.1.4}
overgrootvader*
vader van iemands grootvader of grootmoeder 1573 [Plantijn] {4.1.4}
overhand*
grootste macht 1285 [
cg
Rijmb.]
overheid
lichaam waarbij het openbaar gezag berust 1526 [
wnt
] overhoop*
op een hoop, dooreen 1350 [
mnw
[pagina 1033]
[p. 1033]
overigens
bijwoord van modaliteit: voor het overige 1735 [Claes] overlappen
zich uitstrekken over iets anders 1936 [Aanv
wnt
] overlijden*
sterven 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.1/4.4}
overreden
overtuigen 1573 [
wnt
] overrompelen
onverwachts overvallen 1562-1592 [
mnw
] overrulen
overstemmen 1984 [
gnn
] overspel*
echtbreuk 1287 [
cg
NatBl]
overste*
aanspreektitel van een luitenant-kolonel; in België: meerdere in rang 1588 [
wnt
] {4.1.14}
overstelpen*
onder de massa bedelven 1637 [
wnt
overstuur*
in de war 1757-1762 [
wnt
overtollig
boven het juiste aantal aanwezig 1276-1300 [
cg
Lut.A] overtuigen*
iets doen geloven door klem van woorden 1637 [
wnt
overweldigen
met geweld overmeesteren 1477 [Teuth.] ovulatie
uittreding van een eicel 1924 [
gvd
oxer
hindernis in de ruitersport 1974 [
koe
] oxymoron
scherpe, schijnbaar ongerijmde tegenstelling 1663 [
mey
] ozon
een gas 1855 [
kku
paaien
tevredenstellen 1281 [
cg i
1, 577] paaien
paren van vissen 1648 [
wnt
paaien
ii
] paal
stuk hout 1285 [
cg
I2, 1036] paal
mannelijk lid in erectie 1967 [De Coster 1998] {4.4}
pa'anga
munteenheid van Tonga 1967 [Enc. Munten en Bankbiljetten] paap
geestelijke 1181-1210 [Claes] paar
stel, koppel 1274 [
cg i
1, 277] paar
onbepaald telwoord 1731-1735 [
wnt
] {4.2}
paard
hoefdier 1266-1268 [
cg i
1, 130] <
me
Latijn {4.1.3}
paard
gymnastisch toestel 1635 [
wnt
] {1.2.3}
paarlemoer
harde, zilverachtige substantie uit sommige oesterschelpen 1567 [Claes]
paars
kleurnaam 1296 [
cg i
Brugge] paars
omschrijving van coalitie van sociaal-democraten en liberalen 1992 [De Coster 1999]
paasbest
piekfijn 1619 [Brederoo, Klucht van Sijmen sonder soetichheyt, r. 69]
pacemaker
gangmaker in de sport 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 5a] pacemaker
hartstimulator 1967 [
wp
voor de vrouw] pachometer
diktemeter 1847 [
kku
pacht
huur 1249 [
cg i
1, 42] pacificatie
vredesluiting 1516 [
hws
] pacificeren
vrede herstellen 1550 [
wnt
] pact
overeenkomst 1832 [
wei
] pad*
weg 1240 [Bern.]
pad*
kikvorsachtige 1240 [Bern.]
paddestoel*
zwam 1477 [Teuth.]
paddo*
hallucinogene paddestoel 1996 [Onze Taal jan. 1996, 14-16] {1.2.5/3.1/4.1.6}
paella
Spaans rijstgerecht 1968 [
wp
voor de vrouw] paf*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1717 [
wnt
] {3.1}
paf*
opgeblazen 1782 [
wnt
paffen*
hoorbaar tabak roken 1867 [
wnt
] {3.1}
pagaai
roeispaan 1724 [
wnt
] page
hofjonker 1284 [
cg i
1, 770] pagina
bladzijde 1675 [Hexham-Manly, Het Groot Woorden-Boek] pagineren
de bladzijden nummeren 1805 [
wnt
weegen
ii
] pagode
boeddhistische tempel in China 1596 [Linschoten in Onze Taal 1997, 220] paillette
versiering van kleding 1627 [
wnt
] pais, peis
vrede 1265-1270 [
cg
Lut K] pak
bundel 1244 [Slicher] pak
kostuum 1611 [
wnt
] pakken
grijpen 1660 [
wnt
] pakket
klein pak 1599 [
wnt
] pakketboot
veerboot 1650 [
wnt
] pakkie-an
zorg, taak 1950 [Aanv
wnt
] paksoi
Chinese groente 1944 [Nuttige planten van Suriname 11] pal
vast 1611-1620 [
wnt
] pal
pennetje, stuitpin 1671 [
wnt
] paladijn
ridderlijke beschermer, aanhanger 1869 [
wnt
] palankijn
draagstoel 1596 [
wnt
] palataal
gehemelte- 1865 [
kvw
] palaver
bespreking, onderhandeling 1869 [
wnt
] pale ale
licht Engels bier 1912 [
kku
] paleis
vorstelijk verblijf 1240 [Bern.] [pagina 1034]
[p. 1034]
Paleoceen
geologische periode 1933 [Bos, Geologie voor Natuurvrienden 32] Paleogeen
geologische periode 1961 [
gvd
paleografie
de studie van het oude schrift 1824 [
wei
Paleolithicum
oude steentijd 1925 [Aanv
wnt
] paleontologie
bestudering van fossielen 1847 [
kku
Paleozoïcum
geologische periode 1948 [
kwt
] palet
verfplankje 1658 [
wnt
] palfrenier
koetsbediende 1840 [
wnt
] palindroom
woord dat achterstevoren kan worden gelezen 1847 [
kku
] paling
beenvis 1080 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff] palissade
omheining 1576 [Schulten Tw. 9] palissander
houtsoort 1658 [
wnt
paljas
hansworst 1816 [
wnt
] palladium
chemisch element 1843 [
wnt
] pallet
laadbord 1953 [Aanv
wnt
] palliatief
verzachtend middel 1824 [
wei
] palm
boomsoort 1100 [Willeram] palm
binnenkant van de hand 1237 [
cg i
1, 34] palmiet
palmkool 1596 [De Jonge
ii
, 313] palmine
plantenboter 1886 [
kku
palmtop(computer)
zeer kleine computer 1992 [De Coster 1999] palpabel
tastbaar 1650 [
mey
] palperen
met de hand bekloppen 1865 [
kvw
] palpitatie
hartklopping 1624 [Aanv
wnt
] pamflet
geschrift 1790 [Picarta: Iets bijzonders (...) pamfletten tegen Broerius Broets] pampa
boomloze vlakte 1832 [
wei
] pamper
wegwerpluier 1989 [Peptalk]
pan
ketel 1240 [Bern.] <
me
Latijn
panacee
geneesmiddel tegen alle kwalen 1658 [Claes] panacheren
kandidaten van verschillende partijen op één lijst zetten 1912 [
kku
] panama
strooien hoed 1856 [Album der Natuur 71] pancreas
alvleesklier 1669 [
mey
] pand
onderpand 1210-1240 [
cg i
1, 16]
pand
gebouw 1351-1400 [
mnw
pand
slip van jas 1562 [Naembouck] panda
kleine beer 1886 [
kku
pandemisch
overal verbreid (van ziekte) 1824 [
wei
pandemonium
hels lawaai 1899 [Aanv
wnt
] pandit
geleerde hindoe 1912 [
kku
] pandoer
militair van een tegen Turkse opstandelingen geformeerd grenskorps 1831 [
wnt
] pandoer
kaartspel 1873 [
wnt
] pandverbeuren
spel waarbij winnaar een waarborg eist 1830 [
wnt
pand] {4.1.18}
paneel
beschot 1280 [
cg i
1, 486] paneel
bord met schakelaars 1984 [
gvd
panel
groep die discussie leidt 1961 [Elseviers Weekblad 5/8/61, 35] paneren
met ei en beschuit of meel bestrijken 1910 [
wnt
] pang*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1800 [
wnt
] {3.1}
pangolin
schubdier 1976 [
gvd
] paniek
schrik 1872 [
wnt
] panisch
hevig (van schrik) 1726 [Toll.] panne
(gedwongen oponthoud door) motorstoring 1910 [
kwt
] pannenkoek
in pan gebakken plat deegproduct 1280-1290 [
cg i
Rijkhoven Oudenbiezen] {4.1.6}
panopticum
wassenbeeldenspel 1886 [
kku
] panorama
vergezicht 1798 [
wnt
] pantalon
lange broek 1809-1911 [
wnt
] panter
katachtige 1477 [Teuth.] pantheïst
die gelooft dat God het leven van het heelal zelf is 1786-1793 [
wnt
] pantheon
eregebouw voor overleden beroemdheden 1664 [
wnt
versieren
] pantoffel
huisschoen 1492 [
mnw
] pantograaf
tekenaap 1824 [
wei
pantomime
gebarenspel 1698 [
wnt
] pantry
provisiekamer 1886 [
kku
] pantser
harnas 1477 [Teuth.] pantser
tank 1940-1945 [
wnt
] pantserschip
oorlogsschip met pantserplaten 1866-1867 [
wnt
] [pagina 1035]
[p. 1035]
pantserwagen
gepantserde en bewapende auto 1934 [
wnt
troep] panty
nylons met broekje 1970 [Recht voor raap] {3.3}
pap
halfvloeibaar voedsel 1240 [Bern.] papa
vader 1642 [
wnt
] papaja
vrucht 1596 [Linschoten] paparazzo
opdringerige persfotograaf 1985 [De Coster 1999] papaver
plant 1543 [
mnw
] papegaai
papegaaiachtige 1287 [
cg
NatBl] paper
verhandeling 1984 [R84] paperassen
gedrukte papieren 1855 [
wnt
] paperback
gebrocheerde uitgave 1956 [R75] paperclip
klemmetje om papieren bijeen te houden 1950 [
gvd
] papier
beschrijfbaar materiaal 1361-1362 [Toll.] papier-maché
deeg van papierafval met lijm 1824 [
wei
] papil
verhevenheid op tong 1871 [
wnt
verhevenheid] papillot
papiertje om haar te krullen 1697 [
wnt
] paprika
plant, specerij 1902 [Kerner von Marilaun, Leven der planten] papyrus
papierplant 1778 [
wnt
] paraaf
handtekening uit beginletters van naam 1824 [
wei
] paraat
klaar 1570 [
wnt
] parabel
gelijkenis 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] parabellum
soort pistool 1930 [Handboek voor Passage, 40-2] parabool
kegelsnede 1645 [
wnt
wetenschap] paracetamol
koortswerend middel 1992 [
gvd
parachute
valscherm 1806 [Aanv
wnt
] parade
ceremoniële inspectie 1617 [
wnt
] paradentose
zich terugtrekkend tandvlees 1961 [
gvd
paradigma
voorbeeld 1824 [
wei
] paradijs
lusthof 1240 [Bern,] paradox
schijnbare tegenstrijdigheid 1634 [
wnt
paradox
] parafernalia
bij iem. of iets behorende zaken 1961 [
gvd
] <
me
Latijn
paraffine
wasachtige stof 1863 [
kku
] parafrase
omschrijving met eigen woorden 1650 [
mey
] paragnost
helderziende 1950 [Aanv
wnt
paragoge
achtervoeging van klanken 1627 [Aanv
wnt
] paragraaf
onderverdeling van tekst 1393-1402 [
mnw
] paraleipsis
stijlfiguur 1950 [
gvd
] parallax
ogenschijnlijke verplaatsing 1824 [
wei
] parallel
evenwijdig 1596 [
wnt
] parallellogram
meetkundige figuur 1615 [
wnt
] paralogisme
verkeerde gevolgtrekking 1734 [HubWes] paralysie
verlamming 1650 [
mey
] paramedisch
met de geneeskunde samenhangend 1958 [Aanv
wnt
parament
priester- en altaartooi 1265-1270 [
cg
Lut.K] parameter
onbepaalde of veranderlijke grootheid 1847 [
kku
] paranimf
helper bij plechtigheid zoals promotie 1697 [
wnt
] paranoia
geestesziekte 1832 [
wei
] paraplu
regenscherm 1786 [
wnt
] parasiet
die ten koste van andere(n) leeft 1553 [
wnt
] parasol
zonnescherm 1651 [
wnt
] parataxis
nevenschikking 1912 [
kku
] parathion
landbouwgif 1976 [
gvd
paratyfus
benaming van verschillende op buiktyfus lijkende ziekten 1912 [
kku
paravaan
apparaat op de boeg tegen zeemijnen 1929 [
kwt
] parbleu
tussenwerpsel: bastaardvloek 1824 [
wei
] parcours
af te leggen weg 1901 [Boon's Geïllustreerd Magazijn, sept., 224] pardessus
overjas 1863 [
kku
] pardoes
bijwoord van tijd: opeens 1669 [
wnt
] pardon
tussenwerpsel: excuseer! 1840 [
wnt
] pardonneren
vergeven 1627 [
wnt
] parel
klompje paarlemoerstof in oester 1287 [
cg
NatBl] parenthese
tussenzin 1650 [
mey
] pareren
afwenden 1824 [
wei
] par excellence
bij uitnemendheid 1865 [
kvw
] parfait
ijscoupe 1950 [
gvd
] [pagina 1036]
[p. 1036]
parfum
aangename geur 1611-1620 [
wnt
] parhelium
bijzon 1824 [
wei
] pari
bijwoord: tegen de koers van 100 1643 [De Bruijn Tw. 10] paria
verstoteling, iem. van de laagste kaste 1724-1726 [
wnt
] pariteit
gelijkheid 1669 [
mey
] park
beplant (jacht)terrein 1274 [
cg i
1, 274] park
publieke wandeltuin 1661 [
wnt
] parka
pooljak 1959 [
wp
jaarboek 1960] parkeren
een voertuig stallen 1862 [
wnt
] parket
afgeperkte ruimte 1414 [
mnw
] parket
openbaar ministerie 1599 [
wnt
] parket
zitplaats in schouwburg 1792 [
wnt
] parkiet
papegaaiachtige 1623 [Van Donselaar Tw. 13] parking
parkeerterrein 1975 [R75] {3.3}
parlando
bijwoord: meer sprekend dan zingend 1929 [
kwt
] parlement
volksvertegenwoordiging 1883 [
wnt
] parlementariër
lid van het parlement 1924 [Theissen 1978] parlesanten
vloeken 1665 [
wnt
] {3.2}
parmantig
zelfbewust 1642 [
wnt
parmezaan
kaas 1589 [De Bruijn Tw. 10] parochiaal
tot een parochie behorend 1551 [
wnt
indertijd] <
me
Latijn
parochie
kerkelijke gemeente 1240 [Bern.] <
me
Latijn
parodie
spottende nabootsing 1784-1785 [
wnt
] parodiëren
een parodie maken 1824 [
wei
] paroniem
stamverwant woord 1734 [HubWes] parool
leus 1673 [
wnt
] paroxisme
plotselinge verheviging van een ziekte 1799 [Aanv
wnt
] parsec
afstandseenheid voor sterren 1950 [
gvd
part
deel 1350 [
mnw
] parterre
benedenverdieping 1908 [
wnt
] parthenogenese
voortplanting zonder bevruchting 1863 [
kku
participatie
deelneming 1553 [
wnt
] participeren
deelnemen 1408 [
mnw
drossate] participium
deelwoord 1633 [Ruijs] particulier
privaat 1454 [
hws
] partieel
gedeeltelijk 1819 [
wnt
] partij
groep 1266 [
cg i
1, 91] partikel
deeltje 1339-1345 [
mnw
] parti-pris
vooringenomen standpunt 1830 [
wnt
] partituur
volledige notering van orkestbegeleiding 1766 [
wnt
] partizaan
guerrillastrijder 1693 [
wnt
] partner
deelgenoot 1847 [
kku
] parttime
bijwoord: deeltijd 1968 [
kwt
] partus
bevalling 1901 [
kui
] partuur
evenknie, gelijke 1350 [
mnw
] party
ongedwongen feest 1974 [Posthumus] partydrug
op dansfeesten gebruikte drug 1999 [
gvd
] parvenu
iem. van lage afkomst die rijk, maar niet beschaafd is 1824 [
wei
] pas
schrede 1265-1270 [
cg
Lut.K] pas
bijwoord van tijd: zo-even 1669 [
wnt
] {4.1.7}
pas
nationaliteitsverklaring 1688-1696 [
wnt
pasar
markt 1622 [De Jonge
iv
, 285] Pasen
christelijk feest 1236 [
cg i
1, 26] pasja
Turkse titel 1785 [
wnt
] paskwil
spotschrift 1566 [
wnt
] paso doble
dans in 2/4 maat 1976 [
wp
] paspoort
nationaliteitsverklaring 1488 [
mnw
] pass
schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel 1936 [
bvc
-krant 2 okt., 6a] passaat
wind 1637 [
wnt
] passabel
draaglijk 1599 [
wnt
] passacaglia
reeks contrapuntvariaties 1886 [
kku
] passage
doorgang 1285 [
cg
Rijmb.] passage
deel van tekst 1539 [
wnt
] passagier
reiziger 1547-1550 [
hws
] passagieren
aan wal gaan van zeelieden 1872 [
gvd
] passant
voorbijganger 1600 [
wnt
] passato
voorbij, verleden 1581 [De Bruijn Tw. 10] passement
boordsel 1598 [
wnt
] passen
afpassen 1350 [
mnw
passen
zijn beurt voorbij laten gaan 1813 [
wnt
] [pagina 1037]
[p. 1037]
passe-partout
kartonnen raampje of rand 1824 [
wei
] passer
meetwerktuig 1443-1451 [
mnw
passeren
voorbijgaan 1294 [
cg
I3, 2031] passie
lijden van Christus 1265-1270 [
cg
Lut.K] passie
hartstocht 1599 [
wnt
] passiebloem
plantengeslacht 1668 [
wnt
passief
lijdende vorm van het werkwoord 1638 [Ruijs] passief
lijdelijk 1843 [
wnt
] passim
bijwoord: verspreid 1886 [
wnt
vulgariseeren] passionato
hartstochtelijk 1847 [
kku
] passiva
de te betalen bedragen 1703 [
wnt
wissel
] passiviteit
lijdelijkheid 1847 [
kku
] passivum
lijdende vorm van het werkwoord 1732 [
wnt
worden] pasta
deeg, kneedbaar mengsel 1722 [
wnt
reuk] pasta
Italiaanse deegwaren 1984 [
gvd
] pastei
deeg met vlees 1240 [Bern.] pastel
kleurstof 1778 [Toll.] pasteuriseren
door verhitting bacterievrij maken 1898 [
gvd
] pastiche
nabootsing 1824 [
wei
] pastille
tablet 1889 [
wnt
] pastinaak
plant 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] pastis
anijsdrank 1978 [Complete drankenenc.] pastoor
hoofd van parochie 1475 [
mnw
] pastorale
herderslied 1614 [
wnt
] pastorie
pastoorsplaats, woning van pastoor 1532 [
wnt
] <
me
Latijn {3.2}
pat
stand waarop de koning moet spelen en dan schaak komt te staan 1855 [Toll.] pataca
munteenheid van Macau 1952 [Enc. Munten en Bankbiljetten] patakon
munt 1612 [Van Gelder 1965] patas
schip 1624 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] patat
(in België) aardappel 1762 [
wnt
] {4.1.6}
patat
(in Nederland) in vet gebakken reepjes aardappel 1976 [
gvd
] {3.3/4.1.6}
patates frites
in vet gebakken reepjes aardappel 1932 [
wnt
uierboord] patatgeneratie
jonge sporters zonder topsportmentaliteit 1989 [De Coster 1999] {4.4}
patchwork
samenstel van verschillende lapjes 1976 [
wp
] paté
vleespastei 1929 [
kwt
] pateen
schotel voor hostie 1240 [Bern.] patent
octrooi 1588 [Kil.] patent
voortreffelijk 1840 [
wnt
] pater
priester 1469 [
mnw
] paternosterlift
kabellift 1948 [
kwt
patetico
pathetisch 1772 [Bouvink] pathetisch
(overdreven) aandoenlijk 1778 [
wnt
] pathogeen
ziekteverwekkend 1898 [
gvd
pathologie
ziekteleer 1778 [
wnt
] pathos
hoogdravendheid 1778 [
wnt
] patience
kaartspel voor één persoon 1847 [
kku
] patiënt
zieke 1451-1500 [
mnw
] patina
oxidatielaag 1860 [
wnt
] patio
open terras 1842 [Hamelberg, Verzameling van leerzame en onderhoudende stukken 38] patisserie
banketbakkerij 1847 [
kku
] patjakker
gemene kerel 1896 [
wnt
] patjepeeër
parvenu 1934 [Aanv
wnt
patriarch
aartsvader 1265-1270 [
cg
Lut.K] patriciër
aanzienlijke 1792 [
wnt
] patrijs
hoendervogel 1240 [Bern.] patrijshond
hondensoort 1614 [
wnt
patrijs] {4.1.3}
patrijspoort
raam op schip 1863 [
kku
patrimonium
vaderlijk erfdeel 1345 [
mnw
] patriot
die zijn vaderland mint 1579 [
wnt
] patriot
systeem voor luchtafweer 1993 [Picarta: titel van F. Slijper] patrologie
kennis van de kerkvaders 1847 [
kku
patroon
beschermheilige 1200 [
cg ii
1 Servas] patroon
ontwerp 1400 [
mnw
] patroon
huls met projectiel en buskruitlading 1637 [
wnt
] {4.1.14}
patrouille
verkenning 1591 [
wnt
] pats*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1840 [
wnt
] {3.1}
patser
geldsmijter 1901 [
wnt
patstelling
situatie waarin men niet verder kan 1979 [Wijnands&Ost]
pauk
slaginstrument 1717 [
wnt
] pauper
arme 1898 [
wnt
armoede] [pagina 1038]
[p. 1038]
pauperisme
chronische armoede 1847-1848 [
wnt
] paus
hoofd van de r.-k. kerk 1240 [Bern.] pauw
hoendervogel 1240 [Bern.] pauze
rustpoos 1482 [
hws
] pavane
dans 1569 [
wnt
] paviljoen
buitenverblijf 1810 [
wnt
] pavlovreactie
onwillekeurige reactie op een stimulus 1999 [
gvd
pavoiseren
met vlaggen versieren 1912 [
wnt
] pc
personal computer 1986 [De Coster 1999] peau de suède
fijn leer met uiterlijk van fluweel 1909 [Practische Wenken voor Huishouding en Keuken, 248] pecannoot
vrucht 1961 [
gvd
] {4.1.2}
peccadille
kleine zonde 1726 [
wnt
] peccavi
schuldbekentenis: ik heb gezondigd 1799 [
wnt
voorgeborcht(e)] pecco
theesoort 1724-1726 [
wnt
] pech
tegenspoed 1901 [
wnt
] pêche melba
dessert 1942 [Sanders 1995] pechvogel
iem. die altijd pech heeft 1909 [
wnt
pech] pectine
geleivormige stof 1872 [
gvd
pectoraal
borst- 1689 [
wnt
] pecuniën
geld 1824 [
wei
] pedaal
hefboom met de voet bediend 1557 [
wnt
] pedagoog
opvoedkundige 1560 [
wnt
] pedalo
waterfiets 1992 [
gvd
] pedant
verwaand 1723 [
wnt
] peddel
roeispaan 1855 [Focke, Neger-Eng. wrdb.] peddelen
fietsen 1912 [
kku
] pedel
die academische plechtigheden regelt 1592 [
wnt
] pederast
man die seks bedrijft met jongens 1824 [
wei
] pediater
kinderarts 1961 [
gvd
pedicure
voetverzorger 1873 [Aanv
wnt
] pedofilie
een voorkeur voor seks met kinderen 1937 [Aanv
wnt
pedologie
studie van de bovenste aardlaag 1950 [
gvd
pedometer
schredeteller 1824 [
wei
peel*
drassig veenland 1108-1121 [Künzel] {2.3}
peeling
het verwijderen van dode huidcellen 1976 [
wp
] peen
wortel 1514 [Groten Herbarius] peenhaar
geelachtig haar 1898 [
wnt
] peepshow
kijkkast met seksattractie 1979 [R84] peer
vrucht 1240 [Bern.] peer
vader 1682 [
wnt
] peer
lid van het Hogerhuis 1847 [
kku
] peerdrops
zuurtjes 1901 [
wnt
] pees*
uiteinde van spier 1645 [
wnt
peet
peter of meter 1519-1524 [Stadb. Zwolle
iii
] {4.1.4}
peg*
houten pin of spie 1477 [Teuth.]
pegel*
gulden 1906 [
wnt
] {4.1.12}
peignoir
ochtendjas 1697 [
wnt
] peil*
watermerk 1476-1500 [
mnw
peinzen
denken 1240 [Bern.] pejoratief
ongunstig 1912 [
kku
] pek
teerproduct 1240 [Bern.] pekari
hoefdier 1799 [Van Donselaar Tw. 12] pekel*
oplossing van zout in water 1510-1512 [
mnw
] {3.1}
pekelharing*
zoute haring 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
pekelzonde*
oude, kleine zonde 1656 [
wnt
pekinees
hondensoort 1932 [Sanders 1995] pelagisch
m.b.t. de diepe zee 1863 [
kku
] pêle-mêle
overhoop 1824 [
wei
] pelerine
schoudermanteltje 1840 [
wnt
] pelgrim
bedevaartganger 1240 [Bern.] pelgrimage
bedevaart 1291-1300 [
cg i
Brugge] pelikaan
pelikaanachtige 1240 [Bern.] pellagra
tropische ziekte 1847 [
kku
pellen
ontbolsteren 1351 [
mnw
peloton
onderafdeling 1697 [
wnt
] pels
vacht 1240 [Bern.] <
me
Latijn
peluw
kussen 1240 [Bern.] pen
schrijfgereedschap 1351-1400 [
mnw
] pen
vogelveer 1477 [Teuth.] pen, pin
houten nagel 1285 [
cg
Rijmb.] penaal
m.b.t. het strafrecht 1527 [
hws
] penalty
strafschop (bij het voetbalspel) 1914 [Aanv
wnt
] penant
steunpilaar 1291 [
cg
I3, 1568] penarie
nood 1894 [
wnt
penaten
huisgoden 1700 [
wnt
] pendant
tegenhanger 1861 [
wnt
] [pagina 1039]
[p. 1039]
pendel
hanglamp 1919 [Aanv
wnt
] pendel
heen en weer reizen tussen woon- en werkplaats 1963 [
wnt
verbinding] pendule
slingeruurwerk 1692 [
wnt
] penetratie
doordringing 1669 [
mey
] penetreren
doordringen 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois, 98] pengö
vroegere Hongaarse munt 1931 [
kwt
] penibel
pijnlijk 1648 [
wnt
] penicilline
antibioticum 1947 [Aanv
wnt
] penis
mannelijk lid 1595 [
wnt
krabben] penisnijd
afgunst bij de vrouw wegens het ontbreken van een penis 1965 [Vd Sijs 1998] penitent
boeteling 1485 [
mnw
vaster] penitentie
boete 1236 [
cg i
1, 26] pennen
Bargoens: geslachtsgemeenschap hebben 1906 [
moo
] penning
munt 1100 [Willeram] penny
munt 1847 [
kku
] penopauze
overgangsfase van de man 1978 [Picarta: titel van D. Bowskill]
penoze
Bargoens: misdadigersvak, de onderwereld 1906 [Köster Henke] pens
buik 1292 [
cg i
Oudenaarde] penseel
kwastje 1350 [
mnw
] pensioen
uitkering na volbrachte diensttijd 1716 [
wnt
] pension
kosthuis, kostgeld 1889 [
wnt
] pensionaat
kostschool 1796 [
wnt
verslappen] pensionado
gepensioneerde die in een warm land gaat wonen 1998 [De Coster 1999] pensionaris
stadsadvocaat 1391 [
mnw
] <
me
Latijn
pentaëder
prisma met gelijkzijdige driehoeken als eindvlak, vijfvlak 1847 [
kku
] pentagoon
vijfhoek 1734 [HubWes] pentagram
vijfpuntige ster 1847 [
kku
] pentameter
versvorm, namelijk vijfmaat 1710 [
wnt
vijf] pentatlon
vijfkamp 1847 [
kku
quinquertium] penthouse
dakwoning 1984 [
gvd
] pentito
maffioso die samenwerkt met de politie 1999 [
gvd
] pep
energie 1955 [Aanv
wnt
] peper
specerij 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] peperduur
uitermate duur 1810 [
wnt
toe
] {4.4}
pepermunt
lekkernij 1778 [
wnt
] {4.1.6}
peperoni
Spaanse peper 1847 [
kku
] peppel
populier 1604 [Toll.] pepperspray
verblindende spray met peperextract 1998 [De Coster 1999] peppil
stimulerend middel 1966 [Aanv
wnt
] peptalk
opwekkende woorden 1984 [
gvd
] per
voorzetsel 1579 [
wnt
wrak
] perceel
pand, stuk land 1350 [
mnw
] percent
aantal per honderd 1591 [Kool] perceptie
waarneming 1603 [Picarta: Deductie (...) gedaen, jeghens de gepretendeerde perceptie van thienden] percipiëren
waarnemen, begrijpen 1592 [
wnt
vreedzamig] percolator
doorzijgapparaat voor koffie 1961 [
gvd
] percoleren
laten doorsijpelen 1698 [
mey
] percussie
slag 1553 [
wnt
] percussie
slagwerk 1984 [
gvd
] percutaan
door de huid heen 1961 [
gvd
perdendo
langzaam afnemend 1820 [Muzijkaal zak-woordenboek] perestrojka
hervorming 1987 [Picarta: titel van Gorbatsjov] perfect
volmaakt 1479 [
hws
] perfectie
volmaaktheid 1520 [
hws
] perfectief
een voltooiing uitdrukkend 1928 [
wnt
aspect] <
me
Latijn
perfectioneren
tot voltooiing brengen, verbeteren 1661 [
wnt
vorders
] perfectum
voltooid tegenwoordige tijd 1638 [Ruijs] perfide
trouweloos 1902 [
wnt
] perforatie
opening 1669 [
mey
] perforator
apparaat om mee te perforeren 1893 [
wnt
] perforeren
doorboren 1553 [
wnt
] performance
voorstelling, optreden 1912 [
kku
] pergola
terras 1832 [
wei
] periferie
buitenkant 1669 [
mey
] perifrase
omschrijving 1720 [
mey
] perimeter
instrument om het gezichtsveld te meten 1929 [
kwt
[pagina 1040]
[p. 1040]
periode
tijdruimte 1657 [
wnt
] peripetie
onvoorzien geval 1824 [
wei
] periscoop
optisch instrument 1945 [
wnt
venijnig]
peristaltisch
m.b.t. een de inhoud voortstuwende beweging 1824 [
wei
] peritoneum
buikvlies 1568 [
wnt
voorschoot] peritonitis
buikvliesontsteking 1832 [
wei
] perk
afgebakend stuk grond 1169 [Künzel] perkament
geprepareerde dierenhuid 1240 [Bern.] Perm
geologische periode 1911 [Heimans, Ons Krijtland 215]
permafrost
altijd bevroren grond 1961 [
gvd
] permanent
blijvend 1652 [
wnt
] permissie
toestemming 1456 [
hws
] permissief
toegeeflijk 1974 [Posthumus] permit
verlofbriefje 1912 [
kku
] permitteren
toestaan 1546 [
hws
] permutatie
verwisseling 1480 [
hws
] pernicieus
verderfelijk 1598 [
wnt
] peronisme
politiek systeem 1976 [
gvd
peroratie
slotrede 1553 [
wnt
] perpendiculair
loodrecht 1553 [
wnt
] perpetuum mobile
toestel dat, in beweging gezet, eeuwig blijft bewegen 1706 [
wnt
worm
] perplex
onthutst 1481 [
hws
] perrier
soort Frans mineraalwater 1992 [
gvd
] {4.1.6}
perron
platform in station 1871 [
wnt
] pers
drukpers 1641 [
wnt
] pers
oosters tapijt 1961 [
gvd
pers
kattensoort 1971 [Kattenenc.] {4.1.3}
per se
bijwoord: uit het wezen van persoon of zaak zelf, stellig 1684 [
wnt
winstgierig] persen
drukken 1240 [Bern.] pershing
raket 1984 [
gvd
] persico
perziklikeur 1773 [
wnt
vloeipapier] persiflage
karikatuur 1781 [
wnt
] persistent
blijvend 1886 [
wnt
volwassen
ii
] persmuskiet
minachtend voor journalist 1931 [
wnt
pers z.j.]
personage
rol in een toneelstuk 1501-1550 [
wnt
] personalia
persoonlijke bijzonderheden 1931 [
wnt
] personeel
medewerkers 1861 [
wnt
] personificatie
de voorstelling van een zaak als persoon 1872 [
gvd
] persoon
individu 1265-1270 [
vmnw
] persoon
als grammaticale term: klasse van de persoonlijke voornaamwoorden 1576 [Ruijs] perspectief
doorzichtkunde 1599 [Kil.] perspex
doorzichtig plastic 1948 [
kwt
] pertinent
beslist 1531 [
hws
] perturbatie
verwarring 1500 [
hws
] pervers
verdorven 1553 [
wnt
] perverteren
bederven 1561 [Mak] perzik
vrucht 1240 [Bern.] Pesach
joods paasfeest 1637 [
wnt
overschrijden] pesante
zwaarwichtig 1650 [
mey
] peseta
munteenheid van Spanje 1832 [
wei
] peso
munteenheid van verschillende Midden- en Zuid-Amerikaanse landen 1824 [
wei
] pessarium
ring tegen zwangerschap 1778 [
wnt
vos
] <
me
Latijn
pessimisme
neiging alles negatief te zien 1870 [Picarta: titel van W. Scheffer] pest
ziekte 1554 [
wnt
] pesten
treiteren 1583 [
wnt
pesticide
onkruidverdelgingsmiddel 1967 [Aanv
wnt
] pestilentie
epidemische ziekte 1302 [
mnw
] pesto
ongekookte saus van o.m. basilicum, knoflook, olijfolie en geraspte kaas 1999 [
gvd
] pestwijf
zeer vervelende vrouw 1896 [
wnt
pet
hoofddeksel 1806 [
wnt
] pet
waardeloos 1961 [
gvd
] peter
doopvader 1240 [Bern.] <
me
Latijn
peter principle
wetmatigheid dat iedereen een te hoge functie ambieert 1989 [Peptalk] peterselie
gewas 1240 [Bern.] <
me
Latijn {4.1.6}
petieterig
klein 1894 [
wnt
petitfour
minigebakje 1946 [Aanv
wnt
] petitie
verzoekschrift 1427 [
mnw
utehilicken] petoet
gevangenis 1936 [
wnt
remplacant] petrischaal
schaal voor het kweken van micro-organismen 1950 [Kleine
wp
1071]
petroleum
brandstof 1862 [
wnt
] [pagina 1041]
[p. 1041]
petroleummotor
door met lucht vermengde petroleum aangedreven motor 1892 [
wnt
petroleum] {4.1.10}
pets*
klap 1913 [Aanv
wnt
] {3.1}
petticoat
onderrok 1912 [
kku
] petunia
plantengeslacht 1901-1903 [
wnt
] peuk*
kort eindje van sigaar of sigaret 1897 [
wnt
] {4.1.6}
peul*
bolster 1285 [
cg
Rijmb.]
peuren*
roeren, wroeten 1539 [
wnt
peuter*
klein kind 1889 [
wnt
] {4.1.4}
peuteren*
wroeten in 1469 [
hws
] {3.1}
peuzelen*
met genoegen opeten 1599 [
wnt
] {3.1}
pezen*
hard werken 1632 [
wnt
pf*
tussenwerpsel: als blijk van minachting of warmte 1909 [
wnt
wegwerpen] {4.3}
pi
getal dat verhouding tussen middellijn en omtrek van een cirkel uitdrukt 1847 [
kku
pianino
een beetje zacht 1863 [
kku
] pianissimo
bijwoord: zeer zacht 1772 [Bouvink] piano
toetsinstrument 1836 [
wnt
] pianola
mechanische piano 1907 [Aanv
wnt
] pias
hansworst 1842 [Toll.]
piaster
munt 1653 [
wnt
verlossing] piazza
plein 1847 [
kku
] picador
stierenvechter te paard 1847 [Aanv
wnt
] picaresk
van schelmen 1929 [
kwt
] piccalilly
in zuur ingemaakte groente 1929 [
kwt
] piccolo
hoteljongen 1914 [Aanv
wnt
] pickles
ingemaakte augurken 1847 [
kku
] picknick
maaltijd in de open lucht 1893 [
wnt
] pick-up
platenspeler 1931 [
kwt
] {3.3/4.1.17}
pick-up
kleine open vrachtauto 1961 [
gvd
] picobello
bijwoord: prima 1971 [Aanv
wnt
] {3.3}
picrinezuur
bepaald zuur 1886 [
kku
pictogram
beeldschrift 1976 [
gvd
pidgin
omgangstaal 1917 [
wnt
verbasterd] piechem
Bargoens: rare vent 1915 [
wnt
] pied-à-terre
buitenhuisje, gelegenheid tot verblijf van iem. die elders woont 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 78] piëdestal
voetstuk 1599 [Kil.] pief
vent 1974 [Endt] pief-paf-poef*
tussenwerpsel: geluid van een schot 1874 [
wnt
] {3.1}
piek
lans 1292-1293 [
cg
I3, 1867] piek
bergtop 1595 [De Jonge
ii
, 290] piek
gulden 1906 [
wnt
] {4.1.12}
piekeren
peinzen 1887 [
wnt
] piekfijn
zeer fijn 1873 [
wnt
] piel
penis 1898 [
wnt
] {4.4}
piemel*
mannelijk lid 1875 [
wnt
piemelen] {4.4}
piemelnaakt*
geheel naakt 1950 [
gvd
] {4.4}
pienter
slim 1906 [Köster Henke 52] piepen*
hoog geluid geven 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
pieper*
kleine, jonge aardappel 1885 [
wnt
] {4.1.6}
piepjong*
heel jong 1691 [
wnt
] {4.4}
piepklein*
heel klein 1931 [
wnt
piep z.j.] {4.4}
pier*
worm 1401-1450 [
mnw
pier
havendam 1893 [Toll.] piercing
(het aanbrengen van een) ringetje door een lichaamsdeel 1983 [De Coster 1999] pierder
Bargoens: speler (muzikant, gokker) 1731 [Endt]
pieremachochel
logge vrouw 1931 [
wnt
z.j.]
pierement
mechanisch orgel 1890 [
wnt
] {4.1.16}
pieren
Bargoens: spelen (gokken, muziek maken) 1840 [
moo
pierewaaien
uitgaan 1666 [
wnt
] pies*
urine 1898 [
gvd
] {4.4}
piet
luis 1898 [
wnt
] piet
vogel 1899-1906 [
wnt
piëta
voorstelling van Maria met de dode Jezus 1847 [
kku
] piëteit
eerbied 1862 [
wnt
] pietepeuterig*
overdreven nauwkeurig 1910 [
wnt
] {3.1}
pieterman
beenvis 1599 [Kil. (pieterman
)]
pieterman
gulden 1906 [
wnt
] {4.1.12}
piëtisme
richting in het protestantisme 1824 [
wei
] pietje
munt ter waarde van 1/8 zilveren dukaat 1762 [Van Gelder 1965] {4.1.12}
pietlut
kleingeestig mens 1892 [
wnt
[pagina 1042]
[p. 1042]
pietsje
kleinigheid 1682 [
wnt
] pieus
vroom 1597 [
wnt
] pigment
kleurstof 1861 [
wnt
weede
] pij
kledingstuk van grove wollen stof (tegenwoordig vooral van monniken) 1481 [
mnw
] pijl
projectiel voor een boog 1373-1376 [
mnw
] pijler
steunpilaar 1430 [
mnw
] pijlsnel
zeer snel 1844 [
wnt
] {4.4}
pijn
lichamelijk lijden, smart 1236 [
cg i
1, 21] pijnboom
naaldboom 1240 [Bern.]
pijnigen
folteren 1434-1436 [
mnw
] {3.1}
pijp
buis 1240 [Bern.] <
me
Latijn {3.2}
pijp
rookgerei 1693 [
wnt
] {4.1.6}
pijpen
fluiten 1287 [
cg
NatBl] pijpen
afzuigen 1976 [
gvd
] {4.4}
pik*
houweel 1350 [
mnw
pik
teerproduct 1390 [
mnw
] pik*
penis 1900 [
wnt
] {4.4}
pikant
prikkelend 1617 [
wnt
] pikdonker
zeer donker 1560 [
wnt
] {4.1.5}
pikeren
irriteren 1631-1634 [
wnt
] piket
kaartspel 1660 [
wnt
] piket
paaltje 1696 [
wnt
] piket
troep die direct kan uitrukken 1783 [Claes Tw. 12] pikeur
africhter van paarden 1672 [
wnt
] pikkel
mengsel van zuur en zout 1961 [
gvd
] pikken*
stelen 1287 [
cg
NatBl]
pikken
kleven 1905 [
wnt
pikketanissie
borrel 1897 [Sanders 1997a] {4.1.6}
pil
geneesmiddel 1351 [
mnw
] pil
dokter 1866 [
wnt
] <
me
Latijn
pil
anticonceptiepil 1964 [R75] pilaar
pijler 1285 [
cg
Rijmb.] <
me
Latijn {3.2}
pilaster
ornament 1649 [
wnt
] pilau, pilav
gerecht 1698 [
wnt
meuken
iii
] pilo
weefsel 1860 [
wnt
] piloot
vlieger 1924 [
gvd
] pilotstudie
voorlopige studie ter verkenning 1974 [Aanv
wnt
] pils
bier 1884 [Sanders 1995] piment
specerij 1300 [
mnw
] pimpelen*
zuipen 1693 [
wnt
] {3.1}
pimpelmees*
zangvogel 1567 [Claes]
pimpelpaars
hard paars 1610-1619 [
wnt
] {3.1/4.1.5}
pimpernel
plant 1350 [Vandewiele en Braekman] pinacotheek
schilderijenkabinet 1847 [
kku
pinakel
gotisch siertorentje 1360 [
mnw
] pinard
tafelwijn 1978 [Complete drankenenc.] pinas
schip 1595 [De Jonge
ii
, 287] pince-nez
lorgnet 1858-1873 [
wnt
] pincet
tangetje 1672 [
wnt
] pincher
hondensoort 1847 [
kku
] pinda
olienootje 1740 [Ontwerp tot beschrijving Surinaamen 16] pindakaas
broodsmeersel van fijngemalen olienoten 1921 [Van der Horst 55]
pineut
dupe 1950 [
gvd
] pingel
pijnboomzaad 1608 [
wnt
pingel
ii
pingelen*
afdingen 1865 [
wnt
ping-ping*
geld 1974 [Endt] {3.1}
pingpong
tafeltennis 1912 [
kku
] pinguïn
pinguïnachtige 1595 [
wnt
] pink
vaartuig 1477 [
mnw
] pink
eenjarig kalf 1514 [
mnw
] pink
vinger 1567 [
wnt
] pinkelen*
wegslaan van een puntig houtje met een stok 1883 [
wnt
] {4.1.18}
Pinksteren
christelijk feest 1282 [
cg i
1, 643] pinnen
geld uit een automaat halen 1991 [Hoppenbrouwers] pinot
een wijnstok 1984 [
gvd
] pint
vochtmaat 1260 [
cg i
1, 74] <
me
Latijn
pin-up
foto van een schoonheid, tegen de muur geprikt 1949 [Aanv
wnt
] pioen
plant 1240 [Bern.] pion
een schaakstuk 1824 [
wei
] pionier
voortrekker 1555 [Luython, Dictionaris in fransoys 12r] pip
vogelziekte 1287 [
cg
NatBl] pipet
glazen buis 1869 [
wnt
] pips
bleek 1710 [
wnt
piqué
weefsel 1843 [
wnt
] piqué
verticale stoot bij biljart 1950 [
gvd
] piraat
zeerover 1562-1592 [
mnw
] piramide
spits grafmonument 1566 [
wnt
] piramidespel
frauduleus geldspel 1997 [De Coster 1999] {4.1.18}
piranha
beenvis 1659 [Keye, Waere onderscheyt tusschen koude en warme landen] pirouette
draai 1824 [
wei
] pis
urine 1330 [Jacobs 20] [pagina 1043]
[p. 1043]
pisang
banaan 1596 [
wnt
] pisnijdig
heel kwaad 1914 [
gvd
] piso
munteenheid van Filippijnen 1967 [Enc. Munten en Bankbiljetten] pissebed
insect 1567 [Junius]
pissen
urineren 1240 [Bern.] pissig
boos 1984 [
gvd
] {1.2.1/1.2.5}
pissoir
pisbak 1865 [
kvw
] pistache
groene amandel 1608 [
wnt
] piste
baan in manege e.d. 1832 [
wei
] pistolet
munt 1554 [
wnt
] pistolet
broodje 1900-1904 [
wnt
] piston
zuiger, ventiel 1824 [
wei
] pistool
vuistvuurwapen 1623 [
wnt
] pistool
munt 1643 [
wnt
] pit
gegraven opening met water 1076-1100 [Claes (put)] {2.3}
pit*
zaadkorrel, merg van bomen, kern 1484 [
mnw
pit
post bij autoraces 1961 [
gvd
] pitabroodje
broodje bij shoarma geserveerd 1991 [Midas Dekker, Eten op je eigen] {4.1.6}
pitbullterriër
hondensoort 1984 [
gvd
] pitcher
die de bal naar de slagman werpt 1958 [Aanv
wnt
] pitten
Bargoens: slapen 1950 [
gvd
] pittoresk
schilderachtig 1838 [Internet (Coster-site): E.J. Potgieter, Het togtje naar ter Ledestein] pizza
hartige koek 1968 [
wp
voor de vrouw] pizzeria
pizzarestaurant 1984 [
gvd
] pizzicato
bijwoord: getokkeld 1772 [Bouvink] plaag
onheil 1240 [Bern.] plaat
plat stuk 1280 [
cg i
1, 527] plaat
prent 1623 [
wnt
plaats
(open) ruimte 1285 [
cg
Rijmb.] placebo
niet-werkzaam, uiterlijk op medicament lijkend middel 1976 [
gvd
] placemat
onderlegger 1954 [Aanv
wnt
] placenta
moederkoek 1727 [
wnt
vel
] plafond
zoldering 1695 [
wnt
] plafonnière
lamphouder tegen het plafond 1929 [
kwt
] {3.3}
plag*
zode 1377 [
mnw
] {3.2}
plagen
speels kwellen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
plagiaat
letterdieverij 1872 [
gvd
] plagiaris
die plagiaat pleegt 1824 [
wei
] plaid
reisdeken 1880 [
wnt
] plak*
muntstuk 1371 [
mnw
] {4.1.12}
plak*
dunne schijf 1761 [
wnt
plaket
munt, medaille 1730 [
wnt
] plakkaat
affiche 1414 [
mnw
] plakken*
(vast)kleven 1599 [Kil.]
plamuur
stopverf 1901 [
wnt
plan
ontwerp, voornemen 1674 [
wnt
] planchet
landmeetkundig instrument 1622 [
wnt
] planeet
hemellichaam 1240 [Bern.] planen
vlak maken 1351 [
mnw
planeren
zweven 1929 [
kwt
] planetarium
toestel dat de bewegingen van het zonnestelsel nabootst 1784 [
wnt
] planetoïde
op een planeet lijkend hemellichaam 1865 [Alg. Ned. Enc.]
planimetrie
vlakke meetkunde 1824 [
wei
] <
me
Latijn
plank
plat stuk hout 1284 [
cg
I2, 780] plankier
bevloering van planken 1574 [Toll.] plankton
zwevende organismen 1910 [
kwt
] planologie
ruimteplanning 1934 [Aanv
wnt
planplan
langzaam 1910 [Prick 1910] plant
gewas 1240 [Bern.] plantage
beplanting 1560 [
wnt
] planten
in aarde zetten 1240 [Bern.] plantsoen
openbare tuin 1773 [
wnt
] plaque
plaatvormige decoratie 1847 [
kku
] plaque
aanslag op de tanden 1976 [
gvd
] plaquette
gedenkplaat 1912 [
kku
] plas*
kuil met water, poel 1285 [
cg
I2, 1039] {3.1}
plasma
vloeibaar deel van bloed e.d. 1847 [
kku
] plasmolyse
het loslaten van protoplasma 1922 [Stomps, De stoffelijke basis der erfelijkheid, 122] plasseks
het ondervinden van lustgevoelens als iem. urineert 1997 [
nrc-h
21/2/97]
plassen*
in water bewegen, klotsen 1599 [
wnt
] {1.2.3/3.1}
plassen*
urineren 1950 [
gvd
] {1.2.3/3.1/4.4}
plassticker
sticker met een afbeelding die verandert als erop wordt geplast 2000 [Sanders 2001] {4.4}
plastic
kunststof 1948 [
kwt
] plastiek
boetseerkunst 1869 [
wnt
] [pagina 1044]
[p. 1044]
plastisch
gekenmerkt door het geven van een vorm 1824 [
wei
] plastron
borstlap 1615 [
wnt
] plat
dun, vlak 1287 [
cg
NatBl] plataan
boomsoort 1360 [
mnw
] platboomd
van een platte bodem voorzien 1595 [
wnt
platbodemd]
plateau
hoogvlakte 1861-1862 [
wnt
] plateau
plaat 1886 [
wnt
] plateservice
het opdienen van een hele maaltijd op bord of blad 1984 [
gvd
] platform
verhoging 1548 [
hws
] platform
politiek programma 1984 [
gvd
] platina
chemisch element 1780 [
hou iii
, 1, 46] platitude
gemeenplaats 1847 [
kku
] platvloers
triviaal 1955 [Aanv
wnt
] {3.1}
plausibel
aannemelijk 1830 [
wnt
] plaveien
bestraten 1534 [Claes]
plavuis
vloertegel 1453 [
mnw
playback
afspelen van een geluidsband waarbij de artiest alleen de gebaren maakt 1965 [R75] playboy
voor zijn plezier levende, rijke jongeman 1965 [Aanv
wnt
] plebejisch
niet-adellijk, vulgair 1844-1851 [
wnt
] plebisciet
volksbesluit 1865 [
kvw
] plebs
het gewone volk 1824 [
wei
] plecht
dek 1376-1400 [
mnw
] <
me
Latijn
plechtig*
statig 1710 [
wnt
plectrum
citerpen 1832 [
wei
] plee
toilet 1898 [
gvd
] {4.4}
pleeboy
houder van toiletrollen 1968 [Aanv
wnt
pleet
metaal dat met laagje edelmetaal is bedekt 1807 [
wnt
] plegen*
gewoon zijn 1200 [
cg ii
1 Servas]
pleidooi
verdedigend betoog, pleitrede 1531 [
wnt
] plein
open ruimte 1285 [
cg
Rijmb.] pleister
specie waarmee gepleisterd wordt 1477 [
wnt
] <
me
Latijn {3.2}
pleister
stukje stof dat over wond gelegd wordt 1567 [
wnt
] <
me
Latijn
pleisteren
de reis onderbreken 1647 [
wnt
Pleistoceen
geologische periode 1927 [Aanv
wnt
pleit
vaartuig 1252 [
mnw
] pleit
rechtsgeding, geschil 1278 [
cg i
1, 415] pleite
bijwoord van richting: Bargoens: weg 1904 [
wnt
] plek*
plaats, punt 1358 [
mnw
plempen*
dempen 1678 [
wnt
] {3.1}
plenair
voltallig 1844 [
wnt
] <
me
Latijn
plengen*
uitgieten 1655 [
wnt
] {3.1}
plenty
in overvloed 1887 [
wnt
plentie] plenum
voltallige vergadering 1847 [
kku
] plenzen*
gieten 1635 [
wnt
] {3.1}
pleonasme
stijlvorm 1872 [
wnt
] plets*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1909 [
wnt
] {3.1}
pletten
platslaan 1477 [Teuth.]
pletteren
vernielen, neergooien 1595 [
wnt
pleura
borstvlies 1663 [
mey
] <
me
Latijn
pleuren*
smijten 1961 [
gvd
] {3.1}
pleuris
ontsteking van borstvlies 1555 [Claes] <
me
Latijn
plexiglas
kunststof 1952 [Aanv
wnt
] plezant
aangenaam 1511 [
wnt
] plezier
genoegen 1574 [Toll.] plicht*
verantwoordelijkheid 1265-1270 [
cg
Lut.K]
plint
voetlijst 1621 [
wnt
] Plioceen
geologische periode 1844 [Aanv
wnt
] plisseren
fijn plooien 1884 [
wnt
] ploeg*
landbouwwerktuig 1240 [Bern.]
ploeg*
groep mensen 1436 [
mnw
ploegpaard
paard dat een ploeg voorttrekt 1407 [
hws
] {4.1.10}
ploert*
patser, gemene kerel 1896 [
wnt
ploeteren*
zwoegen 1856 [
wnt
] {3.1}
plof*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1844 [
wnt
] {3.1}
plokworst
gerookte worst 1929 [
kwt
] plomberen
met lood vullen 1925 [
wnt
] plombière
ijsgerecht 1875 [
wnt
] plomp*
log 1240 [Bern.]
plomp*
waterplant 1554 [Dod.]
plompen*
met een plomp in het water komen 1573 [Plantijn] {3.1}
plompverloren*
bijwoord van hoedanigheid: halsoverkop 1559 [
wnt
plons*
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1772-1779 [
wnt
] {3.1}
plooi
rimpel 1327 [
mnw
.] plopper
Indonesische vrijheidsstrijder 1945-1949 [Salleveldt, Wrdb. Jan Soldaat in Ind.] plot
intrige 1725 [West Indisch plakkaatboek 386] plots*
bijwoord van tijd: eensklaps 1626 [
wnt
] {3.1}
[pagina 1045]
[p. 1045]
plotseling
onverhoeds 1642 [
wnt
wetering] pluche
zware stof 1625 [
wnt
] plug*
wig, prop 1510-1512 [
mnw
pluim
veer, toef 1265-1270 [
cg
Lut.K] pluimage
gevederte 1516 [
wnt
] pluimstrijken
kruiperige complimenten maken 1479 [
mnw
pluis
vlokje 1651 [
wnt
pluizen
pluizen uit elkaar trekken 1573 [Plantijn] plukharen*
vechten 1505 [
mnw
] {3.1}
plukken
lostrekken 1240 [Bern.] plumeau
vederborstel 1889 [
wnt
] plumpudding
soort pudding 1746 [
wnt
] plunderen*
(be)roven 1372 [
mnw
plunje*
kleding 1645 [
wnt
pluralis
meervoud 1576 [Colloquien oft tsamensprekingen (...) in ses spraken] pluriform
veelvormig 1954 [
wnt
veranderlijk] plus
plusteken 1537 [Kool] plusfour
kuitbroek 1931 [
kwt
] plusminus
bijwoord van hoedanigheid: ongeveer 1759 [
wnt
verkleinen] plutonium
chemisch element 1948 [
kwt
] pluvier
steltloper 1272 [
cg i
1, 235] pluviometer
regenmeter 1847 [
kku
] pluviôse
regenmaand 1824 [
wei
] pneumatisch
met lucht werkend 1778 [
wnt
] pneumonie
longontsteking 1824 [
wei
] po
kamerpot voor kinderen om hun behoefte op te doen 1929 [
wnt
] pochen
snoeven 1573 [Plantijn] pocheren
gaar maken beneden het kookpunt of eieren zonder schaal koken 1950 [
gvd
] pochet
zakdoekje 1929 [Aanv
wnt
] pocket
boek in zakuitgave 1959 [
wnt
] {3.3/5}
poco
een weinig 1772 [Bouvink] podium
platform 1844 [
wnt
] podometer
passenteller 1824 [
wei
podsol
schierzand 1941 [Ts. Kon. Ned. Aardr. Genootschap, 2e serie, 58] poed
Russisch gewicht 1708 [
wnt
] poedel
hondensoort 1804 [
wnt
] poedel*
misschot 1887 [
wnt
poedelen*
wassen 1897 [
wnt
] {3.1}
poedelnaakt
geheel naakt 1889 [
wnt
] poeder
gruis 1287 [
cg
NatBl] poëem
gedicht 1609 [
wnt
] poëet
dichter 1287 [
cg
NatBl] poef
zitkussen 1889 [
wnt
poef
iv
] poeh*
tussenwerpsel: uitroep van verbazing of spot 1569 [
wnt
] {4.3}
poeha*
drukte 1891 [
wnt
boeha]
poekelen
Bargoens: te veel praten, doorslaan 1890 [
moo
poel*
plas 918-948 [Claes] {2.3}
poelet
soepvlees 1698-1700 [
wnt
] poelier
handelaar in geslachte vogels en wild 1571 [Toll.] {4.1.13}
poëma
dichtstuk 1609 [
wnt
poëem] poema
katachtige 1770 [Van Donselaar Tw. 10] poen
geld 1698 [
wnt
poen
iii
poepduur*
zeer duur 1991 [Hoppenbrouwers] {4.4/5}
poepen*
zijn gevoeg doen 1889 [
wnt
] {3.1/4.4}
poepielink*
zeer link 1991 [Hoppenbrouwers] {4.4}
Poerim
joods feest 1526 [
wnt
] poes*
vrouwelijke kat 1561 [Toll.] {4.1.3}
poesjenel
hansworst 1697 [
wnt
poeslief*
schijnbaar erg lief 1903 [
wnt
poes] {4.4}
poespas*
drukte 1821 [
wnt
] {3.1}
poessiealbum
album van een meisje met versjes van vrienden en familie 1898 [
gvd
poesta
grassteppe 1886 [
kku
] poet
Bargoens: geld, buit 1906 [
moo
] poets
grap 1671 [
wnt
] poetsen
reinigen 1645 [
wnt
] poezelig*
mollig 1617 [
wnt
poëzie
dichtkunst 1548 [
wnt
] pof*
plooi 1776 [
wnt
poffen*
op krediet kopen 1851 [
wnt
poffertjes*
ronde koekjes 1746 [
wnt
] {4.1.6}
pogen*
proberen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
pogrom
razzia tegen joden 1905 [
wnt
] pointe
strekking 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 110] pointer
hondensoort 1864-1875 [
wnt
] pointillisme
met puntjes schilderen 1947 [
kwt
] poise
eenheid van inwendige wrijving 1952 [
wnt
viscositeit]
pok*
puistje 1401-1500 [
mnw
Pokémon
naam voor een populair spel 1999 [Internet: nrc.nl: april] [pagina 1046]
[p. 1046]
poken*
porren 1450 [
mnw
poker
kaartspel 1912 [
kku
] pokkenweer*
zeer slecht weer 1950 [
gvd
] {4.1.1}
pol
graspol 1764 [
wnt
] polair
pool- 1853 [
wnt
] polariseren
elektrische lading geven 1885-1889 [
wnt
] polariseren
tegenstellingen toespitsen 1976 [
gvd
] polarisraket
tweetrapsraket 1984 [
gvd
] {4.1.14}
polaroid
polariserende kunststof voor zonnebrillen 1939-1940 [De Gedehbode 69] polder*
bemalen land 1130-1161 [Slicher] {1.2.4/2.4}
poldermodel
Nederlandse consensus-politiek 1995 [Hofland in
nrc-h
31/12/99]
Poldernederlands*
gesproken Nederlands met systematische verschuiving van de uitspraak 1997 [Stroop, boektitel] {4.4}
polemiek
twistgeschrift 1872 [
gvd
] polemisch
strijdend 1824 [
wei
] polemologie
de leer van het ontstaan van oorlogen 1970 [Recht voor raap]
polenta
gerecht 1824 [
wei
] poliep
woekering 1906 [
wnt
] polijsten
glad maken 1554 [Toll.]
polikliniek
inrichting voor niet-bedlegerige patiënten 1864-1865 [
wnt
Bijv.+verb.] polio
kinderverlamming 1957 [
wp
jaarboek 1958]
polis
verzekeringscontract 1563 [
wnt
] polis
stad 1976 [
wp
] politbureau
dagelijks bestuur van de communistische partij 1949 [
wnt
regent] politicus
staatsman 1629 [
wnt
] politie
overheidsdienst voor openbare orde 1798 [
wnt
] politiek
staatkundig 1548 [
wnt
] politiek
staatkunde 1855 [
wnt
] politoer
gladheid 1824 [
wei
] polka
dans 1846 [
wnt
] poll
stemming 1847 [
kku
] pollen
stuifmeel 1847 [
kku
] pollens
tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1972 [Van Gelder 1993] {4.3}
pollepel
keukenlepel 1348 [
mnw
] {1.2.4}
pollutie
verontreiniging 1553 [Aanv
wnt
] polo
balspel 1912 [
kku
] polonaise
dans 1787 [
wnt
] polonium
chemisch element 1912 [
kku
] pols
handgewricht 1265-1270 [
cg
Lut.K] polsen
peilen 1410 [
mnw
] polsstok
lange stok 1599 [Kil.]
poltergeist
klopgeest 1992 [
gvd
] polyamide
stikstofhoudende kunststof 1967 [
wp
in kleuren]
polyandrie
huwelijk van vrouw met meerdere mannen 1824 [
wei
polyarchie
regering van velen 1824 [
wei
] polychroom
in verschillende kleuren 1847 [
kku
] polyeder
veelvlak 1832 [
wei
] polyester
kunststof 1961 [Aanv
wnt
] {4.1.9}
polygaam
met meer dan één persoon getrouwd 1926 [
wnt
] polyglot
veel talen sprekend 1866 [
wnt
corrector] polygoon
veelhoek 1652 [
wnt
] polygynie
veelwijverij 1824 [
wei
polymeer
verbinding uit gelijksoortige moleculen 1898 [
gvd
polyptiek
veelluik 1859-1864 [
wnt
] polysemie
verschijnsel dat een woord meerdere betekenissen heeft 1950 [
gvd
] polystyreen
kunststof 1967 [
wp
in kleuren]
polysyndeton
veelverbinding 1663 [
mey
] polytechnisch
het hele gebied van de techniek betreffend 1863 [
wnt
] polytheïsme
veelgodendom 1778 [
wnt
] polyvalent
meerwaardig 1904-1905 [
wnt
stam]
pomelo
pompelmoes 1968 [
kwt
] pomerans
dopje 1850 [
wnt
] pomerol
bordeauxwijn 1949 [
wp
(Bordeaux)] pommade
haarcrème 1697 [
wnt
] pomologie
ooftkunde 1758 [Aanv
wnt
pomp
praal 1439 [
mnw
] pomp
zuig- of persinstrument 1556 [
wnt
] pompelmoes
grapefruit 1648 [
wnt
] pompernikkel
roggebrood 1768 [
wnt
] pompeus
praalziek 1488 [
mnw
] pompoen
vrucht 1562 [Claes] pompon
versiering op kleding 1815 [
wnt
] pomposo
(van muziek) statig 1805 [Muzijkaal Zak-Boekje] pon
nachtkleed 1912 [
wnt
poncho
cape 1847 [
kku
] [pagina 1047]
[p. 1047]
pond
oude munt, tegenwoordig munteenheid van o.a. Cyprus, Egypte, Ierland, Libanon, Malta, Soedan en Syrië 1237 [
vmnw
] pond
gewichtseenheid 1277 [
vmnw
] pond sterling
munteenheid van Verenigd Koninkrijk 1697 [
wnt
pond] ponem, porem
Bargoens: gezicht 1875 [Polak, Geïllustreerd Politie Nieuws] poneren
stellen 1698 [
mey
] pongo
mensaap 1847 [
kku
] ponjaard
dolk 1545 [
wnt
] ponsen
gaatjes slaan 1860-1861 [
wnt
pont
veerpont 1339-1345 [
mnw
] ponteneur
eer(gevoel) 1909 [
wnt
] {1.2.5}
pontifex
priester 1697 [
wnt
assisteeren] pontificaal
opperpriesterlijk 1586 [
wnt
Bijv.+verb.] ponton
vaartuig dat brug ondersteunt 1599 [
wnt
] pony
paardje 1847 [
kku
] pooien
zuipen 1504 [
wnt
pooien
] pooier
souteneur 1413 [Rechtsbronnen van de stad A'dam] {4.1.13}
pook*
rakel 1799-1811 [
wnt
pool
uiteinde van as waarom een lichaam draait 1598 [
wnt
] pool
opstaande haren van tapijt 1718 [Herlein, Beschrijving Volk-Planting Zuriname 184] pool
voetbalpool 1949 [De Vooys] poon
vaartuig 1577 [Toll.] poon
beenvis 1693 [
wnt
] poort
doorgang in muur 901-1000 [
wps
] poort
verbinding met de centrale verwerkingseenheid 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 20] poorter
burger 1236 [
cg i
1, 21]
poos
tijd(je) 1338 [
mnw
] poot
been 1287 [
cg
NatBl] poot
mannelijke homoseksueel 1974 [Endt]
pop
speelgoed 1252 [
mnw
] pop
gulden 1869 [
wnt
] {4.1.12}
pop-art
kunstrichting die gebruik maakt van alledaagse elementen 1964 [Aanv
wnt
] popcorn
gepofte maïs 1979 [Wijnands&Ost] pope
Russisch-orthodoxe priester 1677 [
wnt
] popelen*
in spanning verkeren 1617 [
wnt
] {3.1}
popeline
weefsel 1749 [
wnt
popeline
] popmuziek
moderne, populaire muziek 1968 [Aanv
wnt
] popper
drug die libido versterkt 1986 [De Coster 1999] populair
geliefd 1689 [
wnt
] populariteit
het geliefd zijn bij het volk 1795-1843 [
wnt
] populatie
bevolking 1598 [
wnt
Bijv.+verb.] populier
plantengeslacht 1287 [
cg
NatBl] populisme
stroming in de Franse literatuur met aandacht voor de lagere volksklasse 1961 [
gvd
] poreus
met poriën 1485 [
hws
] porie
kleine opening, o.a. in huid 1867-1872 [
wnt
] pornografie
prikkellectuur 1929-1930 [
wnt
] porositeit
poreusheid 1824 [
wei
] porren*
stoten 1254 [
vmnw
] {3.1}
porselein
wit aardewerk 1596 [
wnt
] port
vrachtgeld voor poststukken 1588 [
wnt
Bijv.+verb.] port
sterke wijnsoort 1808 [
wnt
] portaal
deurnis, gang 1285 [
cg
Rijmb.] portaal
zoekmachine op internet 1999 [R99] portable
lichtgewicht schrijfmachine 1934 [
kwt
] portable
draagbare computer 1984 [
hcc
nieuwsbrief dec. 12, 107] portato
gedragen 1860 [Nieuw beknopt en volledig muziekaal wrdb.] portee
draagwijdte 1872 [
gvd
] portefeuille
opbergmap(je) voor papieren 1784-1785 [
wnt
] portemonnee
geldtasje 1872 [
gvd
] porter
Engels bier 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië] portie
(aan)deel 1265-1270 [
cg
Lut.K] portiek
open portaal 1696 [
wnt
] portier
deurwachter 1301-1400 [
mnw
] portier
deur van voertuig 1667 [
wnt
portlandcement
soort cement 1881 [
wnt
] porto
vrachtgeld voor poststukken 1585 [De Bruijn Tw. 10] portofoon
walkie-talkie 1962 [Aanv
wnt
] {4.1.17}
portret
beeltenis 1662 [
wnt
] [pagina 1048]
[p. 1048]
portwijn
sterke wijnsoort 1847 [
kku
] pos*
beenvis 1287 [
cg
NatBl]
pose
houding 1837-1845 [
wnt
] positie
stelling 1641-1642 [
wnt
] positief
stellig 1663 [
wnt
] positief
afdruk van een negatief 1855 [
wnt
] positivisme
wijsgerige richting, stellige wijsbegeerte 1881 [
wnt
] positivo
altijd (irritant) positief denkend persoon 1982 [Sanders 1999] {4.4}
positron
positief geladen deeltje 1948 [
kwt
] posse
groepje hiphoppers uit één buurt 1987 [De Coster 1999] possessief
bezittelijk voornaamwoord 1625 [Van Heule, Nederduytsche gramm.] post
paal 1240 [Bern.] post
posterijen, briefvervoer 1525 [
hws
] postaal
van de post 1924 [
gvd
] postbode
brievenbesteller 1599 [
wnt
] postelein
plantengeslacht 1659 [
wnt
] {4.1.6}
poster
aanplakbiljet 1912 [
kku
] posteren
plaatsen 1688 [
wnt
posteeren
] poste restante
bijwoord: op postkantoor op afhalen wachtend 1824 [
wei
] posterieur
later 1898 [
gvd
] postiljon
postrijder 1631 [
wnt
] postmodernisme
stijl in de architectuur 1983 [Artikel in De Gids]
postscriptum
naschrift 1784 [
wnt
victorie] postulaat
vooropgestelde stelling 1873 [
wnt
] postuleren
zonder bewijs het bestaan aannemen 1919 [
wnt
] postuum
na de dood 1920 [
wnt
] postuur
houding 1607-1623 [
wnt
] postzegel
frankeerzegel 1850 [
wnt
] {1.4}
pot
vaatwerk 1250 [
cg ii
1 Gen.rec.] pot
lesbienne 1970 [Recht voor raap] {1.2.3}
potassium
kalium 1855 [
kku
] potdicht
helemaal dicht 1844 [
wnt
pot] {4.4}
potdoof
zeer doof 1837 [
wnt
pot] {4.4}
potdorie*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1899 [
wnt
pot
iii
] {1.2.4/4.3}
poten*
planten in de grond steken 1240 [Bern.]
potent
met seksueel vermogen 1961 [
gvd
] potentaat
vorst, iem. die zich laat gelden 1560 [
wnt
] potentiaal
spanning 1888-1890 [
wnt
] potentie
macht 1540 [
wnt
Bijv.+verb.] potentie
seksueel vermogen 1855 [
kku
] potig
gespierd 1802 [
wnt
potlood
schrijfstift 1618 [
wnt
potloodventer
exhibitionist 1986 [De Coster 1999]
potpourri
mengelmoes 1832 [Lulofs, Lessen over de Redekunst,
, 134] pots
grap 1704 [Hannot&Hoogstraten]
potsierlijk
lachwekkend 1714 [Toll.] potver*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1898 [
gvd
] {4.3}
potvis
walvisachtige 1634 [
wnt
] {1.3/4.1.3}
poujadisme
protest van de kleine luiden tegen de grote politieke machinerie 1984 [
gvd
] poule
inzet bij spel 1847 [
kku
] pousseren
vooruit helpen 1651-1652 [
wnt
] pover
arm 1486 [
mnw
] powersturing
het sturen met de schroef 1970 [
gvd
Suppl.] praaien
aanspreken 1651 [Claes] praal
pracht 1573 [
wnt
praam
schuit 1429 [
mnw
] pracht
praal 1569 [Claes] practical joke
poets 1968 [
kwt
] practicum
praktisch werk van studenten 1909 [
wnt
] praeputium
voorhuid 1832 [
wei
] pragmatisch
zakelijk, effectief 1824 [
wei
] pragmatisme
filosofische leer, zakelijke aanpak 1847 [
kku
] prairial
weidemaand 1824 [
wei
] prairie
grasvlakte 1853 [
wnt
] prakken*
eten met een vork fijnmaken 1871 [
wnt
] {3.1}
prakkiseren
(be)denken 1720 [
wnt
praktijk
toepassing 1240 [Bern.] praktikabel
uitvoerbaar 1580 [
wnt
voorbij] <
me
Latijn
praktisch
m.b.t. de toepassing, nuttig 1840 [
wnt
] praktisch
bijwoord van hoedanigheid: bijna 1919 [
wnt
] pralen
pronken 1599 [Kil.] praline
bonbon 1869 [
wnt
] [pagina 1049]
[p. 1049]
pralltriller
korte triller 1912 [
kku
] pram*
vrouwenborst 1642 [
wnt
] {4.4}
prangen*
drukken, knellen 1400 [
mnw
] {3.1}
prat*
trots 1546 [Claes]
praten*
spreken 1440 [
mnw
] {3.1}
prauw
vaartuig 1596 [De Jonge
ii
, 322] preambule
inleiding 1824 [
wei
] precair
hachelijk 1909 [
wnt
] Precambrium
geologisch tijdperk 1945 [Van der Vlerk, Geheimschrift der aarde 229] precedent
eerder plaats gevonden hebbend geval 1503 [Boutillier] precies
nauwkeurig 1537 [
hws
] precieus
gekunsteld 1910 [
wnt
] preciseren
nauwkeurig omschrijven 1872 [
gvd
] predator
roofdier 1912 [
kku
] predestinatie
goddelijke voorbeschikking 1541-1550 [
hws
] predikaat
(loffelijke) bijvoeging 1815 [
wnt
jonkheer] predikaat
gezegde 1846 [
wnt
praedicaat] predikant
protestantse titel, dominee 1557 [
wnt
] prediken
Gods woord verkondigen 1200 [
cg ii
1 Servas] predisponeren
voorbestemmen 1886 [
kku
preek
leerrede 1599 [Kil.] <
me
Latijn
prefab
geprefabriceerd 1951 [De Vooys] prefect
ambtenaar, hoofd 1530 [
mnw
bescermenesse] preferent
bevoorrecht, verkieslijk 1810 [
wnt
] preferentie
voorrang 1541 [
wnt
] prefereren
verkiezen 1518 [
hws
] prefix
voorvoegsel 1578 [Aanv
wnt
] pregnant
scherp geformuleerd, overtuigend 1559 [
wnt
] prei
soort look 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] prelaat
geestelijke met rechtsgebied 1240 [Bern.] preliminair
inleidend, voorbereidend 1696 [
wnt
] preluderen
inleidend spelen, zinspelen 1805 [
wnt
] prematuur
vroegtijdig 1635 [
wnt
Bijv.+verb.] premie
beloning 1624 [
wnt
] premier
eerste minister 1904 [
wnt
] première
eerste opvoering 1884 [
wnt
] premisse
vooropgezette stelling 1777 [
mey
] premium
geschenk aan de klant 1984 [
gvd
] prenataal
vóór de geboorte 1961 [
gvd
prent
door in- of opdrukken verkregen plaat 1294 [
cg
I3, 2075] preoccupatie
waarmee men zich in de geest bezighoudt 1872 [
gvd
] preparaat
door kunstbewerking bereide stof 1808 [
wnt
] prepareren
voorbereiden 1537 [
hws
] prepositie
voorzetsel 1548 [
wnt
mits] prerogatief
voorrecht 1491 [
hws
] presbyter
priester 1535 [
hws
] presbyteriaan
lid van Angelsaksisch kerkgenootschap, dat door presbyters wordt bestuurd 1726 [
wnt
] présence
wijze van zich presenteren 1824 [
wei
] presenning
zeildoek 1598 [
wnt
] presens
tegenwoordige tijd 1638 [Ruijs] present
geschenk 1240 [Bern.] present
aanwezig 1281 [
cg i
1, 595] presentatie
aanbieding, voorstelling 1350 [
mnw
] presenteren
aanbieden, voorstellen 1240 [Bern.] preservatief
condoom 1923 [
wnt
] preses
voorzitter 1591 [
wnt
] president
voorzitter 1477 [Teuth.] president
staatshoofd in republiek 1830 [
wnt
] preskop
hoofdkaas 1950 [
gvd
] pressante
het tempo verhaastend 1860 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] pressen
dwingen tot dienstneming 1591-1602 [
wnt
] pressen
sterk drukken 1617 [
wnt
] presse-papier
zwaar voorwerp om op losse papieren te leggen 1888 [Delinotte en Nolen, Dictionnaire complet] prestatie
verrichting 1586 [
wnt
] presteren
tot stand brengen 1650 [
mey
] prestige
zedelijk overwicht 1795-1843 [
wnt
] prestigieus
met veel prestige 1984 [
gvd
] prestissimo
zeer snel 1772 [Bouvink] presto
bijwoord: snel 1824 [
wei
] pret*
plezier 1600 [
wnt
[pagina 1050]
[p. 1050]
pretenderen
voorgeven 1416 [
hws
] pretentie
aanspraak 1580 [
wnt
] <
me
Latijn
pretentieus
verwaand 1864 [
wnt
] preteritum
verleden tijd 1806 [
wnt
toezetten] pretzel
zoute krakeling 1999 [
gvd
] preuts
(overdreven) kuis 1611-1620 [
wnt
] prevaleren
overwicht hebben 1540 [
hws
] prevelen*
mompelen 1615 [
wnt
revelkallen] {3.1}
preventie
het voorkomen 1503 [Boutillier] <
me
Latijn
preview
voorvertoning 1981 [Foto en film enc.] prieel
begroeid zitje 1285 [
cg
Rijmb.] priegelen*
peuteren 1897 [
wnt
] {3.1}
priem
gebed 1236 [
cg i
1, 25]
priem*
puntig werktuig 1254 [
vmnw
] {3.1}
priemgetal
getal dat alleen deelbaar is door één en door zichzelf 1872 [
gvd
] priester
geestelijke 1236 [
cg i
1, 26] prietpraat*
kletspraat 1841 [
wnt
] {1.2.2/3.1}
prijken*
pronken 1599 [kil]
prijs
kosten 1250 [
cg ii
1 Trist.] prijsgeven
opofferen 1806 [
wnt
prijzen
op waarde schatten 1240 [Bern.] prik*
kaakloze vis 1390-1460 [
mnw
prik*
steek 1611 [
wnt
prikje*
klein bedrag 1838 [
wnt
] {1.3}
prikkelen*
prikken, aansporen 1401-1450 [
mnw
] {3.1}
prikken*
steken 1573 [Plantijn] {3.1}
pril*
jong 1599 [Kil.]
prima
eerste, fijnste 1868 [
wnt
waterproef
ii
] primaat
titel van aartsbisschoppen en de paus 1350 [
mnw
] prima donna
eerste zangeres aan opera, favoriete 1834 [
wnt
verwenschen] primair
voornaamst 1908 [
wnt
] primeur
eerste openbaarmaking van iets nieuws 1885-1886 [
wnt
] primitief
onontwikkeld 1635 [
wnt
Bijv.+verb.] primo
bijwoord van tijd: op de eerste dag van de maand 1324-1341 [Stadb. Zwolle
] primula
plantengeslacht 1777 [
wnt
wolkruid] principaal
voornaam(st) 1277 [
cg i
1, 347] principe
beginsel 1830 [
wnt
] principieel
berustend op principe 1847 [
kku
] prins
vorst, koningszoon, adellijke titel 1265-1270 [
cg
Lut.K] prinses
vrouw van een prins, koningsdochter 1401-1450 [
mnw
] prins-gemaal
man van de regerende vorstin 1889 [
wnt
gemaal z.j.] {3.1}
papierafdruk 1970 [
gvd
Suppl.] printer
drukapparaat 1969 [Dijkman, Computer-
abc
47] printing-on-demand
het op aanvraag drukken van kleine aantallen boeken 1997 [Boekblad 25/9/2000] prion
eiwitachtig infectieus deeltje 1992 [
wp
] prior
kloosteroverste 1265-1270 [
cg
Lut.K] prioriteit
voorrang 1604 [
wnt
] prisma
kantzuil 1778 [
wnt
] privaat
particulier 1350 [
mnw
] privaat
wc 1450-1500 [
mnw
] <
me
Latijn {4.4}
privaatdocent
onbezoldigd docent aan een universiteit 1863-1872 [
wnt
privaat
ii
] persoonlijke vrijheid 1961 [
gvd
] privé
particulier 1512 [
hws
] privilege
voorrecht 1265-1270 [
cg
Lut.K] pro
voorzetsel 1564 [
wnt
artikel] probaat
beproefd 1700 [
wnt
] proberen
beproeven 1440 [
mnw
] proberen
pogen 1724-1726 [
wnt
probleem
vraagstuk, moeilijkheid 1648 [
wnt
] procédé
werkwijze 1897 [
wnt
] procederen
handelen tegen, een proces voeren 1453 [
hws
] procedure
procesvoering 1494-1512 [
hws
] procedure
actie 1537 [
hws
] procent
percent 1636 [
wnt
profiteren
] proces
verloop van een zaak 1265-1270 [
cg
Lut.K] proces
rechtsgeding 1295 [
cg i
] processie
plechtige optocht 1240 [Bern.] processueel
m.b.t. het rechtsgeding in kwestie 1871-1899 [
wnt
proces-verbaal
ambtshalve opgemaakt verslag 1642 [
wnt
] [pagina 1051]
[p. 1051]
proclameren
afkondigen 1548 [
wnt
] proclitisch
toonloos aangesloten aan volgend woord 1929 [
kwt
procrustesbed
pijnlijke positie 1914 [
gvd
procuratie
volmacht 1356 [Moors 184, 6] procurator
beheerder 1392 [Moors 327, 5] procureur
gerechtelijk vertegenwoordiger 1520 [
wnt
] producer
zakelijk, technisch leider van voorstellingen, films e.d. 1968 [
kwt
] produceren
voortbrengen 1697 [
wnt
] product
uitkomst van een vermenigvuldiging 1508 [Kool] product
voortbrengsel 1752 [
wnt
] productief
vruchtbaar, winstbrengend 1862 [
wnt
] proef
onderzoek 1286 [
cg
I2, 1102] proesten*
niezen 1573 [Claes] {3.1}
proesten*
lachen 1808 [
wnt
] {3.1}
proeven
keuren door te eten 1200 [
cg ii
1 Servas] prof
professor 1875 [
wnt
] {1.2.4}
prof
professional 1950 [
gvd
profaan
werelds 1540 [
hws
] profeet
voorspeller 1265-1270 [
cg
Lut.K] professie
beroep 1575 [
wnt
] professioneel
beroeps- 1881-1888 [
wnt
] professor
hoogleraar 1575 [
wnt
] professoraal
m.b.t. een professor 1647 [
wnt
Bijv.+verb] profeteren
voorspellen 1265-1270 [
cg
Lut.K] profetie
het profeteren 1265-1270 [
cg
Lut.K] proficiat
tussenwerpsel: gefeliciteerd 1720 [
wnt
prosit] profiel
zijaanzicht 1617 [
wnt
] profiel
gewenste vaardigheden van een sollicitant 1973 [R75] profijt
voordeel 1265-1270 [
vmnw
] profitariaat
mensen die misbruik maken van sociale regelgeving 1985 [De Coster 1999]
profiteren
voordeel trekken 1451-1500 [
mnw
] profiterole
gevulde soes 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] profylactisch
voorbehoedend 1897 [
koe
] prognose
uitspraak omtrent vermoedelijk verloop 1919 [
wnt
] programma
overzicht van onderdelen, verklaring 1778 [
wnt
] programmatisch
overeenkomstig het programmeren 1914 [
gvd
] progressie
voortgang 1540 [
hws
] project
ontwerp, plan 1613 [
wnt
arresteeren Suppl] projecteren
ontwerpen, bepalen 1650 [
mey
] projectiel
voorwerp met explosieve lading dat wordt afgeschoten 1862 [
wnt
werpen
iii
] projector
projectietoestel 1943 [Aanv
wnt
prol
hufter 1949 [
wnt
prol
iv
proleet
hufter 1897 [
wnt
] prolegomena
inleiding 1663 [
mey
] prolepsis
het logisch te vroeg noemen 1950 [
gvd
] proletariër
bezitloos arbeider 1870 [
wnt
] proletarisch
m.b.t. het proletariaat 1894-1908 [
wnt
] proliferatie
woekering 1847 [
kku
] prolongatie
verlenging 1572 [
wnt
] prolongeren
verlengen 1494-1512 [
hws
] proloog
voorrede 1240 [Bern.] promenade
wandelweg 1689 [
wnt
] promesse
verhandelbare schuldbekentenis 1519 [
wnt
Bijv.+verb.] promethium
chemisch element 1976 [
gvd
] promillage
duizendste deel 1961 [
gvd
prominent
vooraanstaand 1824 [
wei
] promiscue
een vrij seksueel leven leidend 1984 [
gvd
] promoten
verkoop bevorderen 1972 [Aanv
wnt
] promotie
bevordering in rang 1586 [
wnt
] promotie
verkoopbevordering 1971 [R75] promotor
die een doctorandus begeleidt voor zijn promotie 1631 [
wnt
] <
me
Latijn
promoveren
bevorderen 1276-1300 [
cg
Lut.A] prompt
vlot 1548 [
wnt
] pronken*
pralen 1440 [
mnw
pronomen
voornaamwoord 1626 [
wnt
] prooi
buit 1265-1270 [
cg
Lut.K] proosdij
waardigheid van proost 1296 [
mnw
provestie]
proost
voorzitter van kapittel 1200 [
cg ii
1 Servas] [pagina 1052]
[p. 1052]
proost
tussenwerpsel: gezondheid! 1880 [
wnt
] prop*
bal 1420 [
mnw
propaan
gasmengsel 1902 [Kerner von Marilaun, Leven der planten] propaganda
reclame 1850 [
wnt
] propedeuse
eerstejaarsprogramma 1898 [
wnt
] propeller
schroef voor het voortdrijven van vaartuigen 1846 [
wnt
Bijv.+verb.] proper
keurig, zindelijk 1573 [Plantijn] proportie
evenredigheid, verhouding 1477 [Teuth.] proportioneel
evenredig 1681 [
wnt
] propositie
voorstel 1488 [
mnw
] proppen*
ineenduwen 1484 [
mnw
] {3.1}
propvol*
helemaal vol 1617 [
wnt
] {4.4}
prosit
tussenwerpsel: gezondheid! 1720 [
wnt
] prosodie
leer van de versbouw 1633 [Ruijs] prosodisch
m.b.t. de prosodie 1824 [
wei
] prospectus
drukwerk als aankondiging 1786 [
wnt
Bijv.+verb.] prostaat
voorstanderklier 1923 [
wnt
] prostituee
hoer 1878 [
wnt
] prostitutie
seksueel verkeer als beroep 1797 [
wnt
] prosument
persoon die producent en consument tegelijk is 1996 [De Coster 1999] protactinium
radioactief chemisch element 1961 [
gvd
protagonist
voorvechter 1961 [
gvd
] protectie
bescherming 1397 [
hws
] protectionisme
bescherming van de eigen economie d.m.v. invoerrechten e.d. 1851 [
wnt
Bijv.+verb.] protégé
beschermeling 1813 [
wnt
] proteïne
eiwitstof 1846 [Aanv
wnt
protest
(uiting van) verzet 1582 [
wnt
] protestant
hervormd 1579 [Toll.] protesteren
verzet uiten 1400 [
mnw
] prothese
kunstledemaat 1929 [
kwt
] protocol
akte(n) 1477 [Teuth.] proton
positief elektrisch deeltje 1929 [
kwt
protoplasma
mengsel van stoffen waaruit de cellen zijn opgebouwd 1912 [
kku
protozoön
eencellig diertje 1847 [
kku
provenu
opbrengst 1608 [Van Meteren, Commentarien 28] proviand
mondvoorraad 1596 [Linschoten 61] provider
organisatie die toegang verleent tot internet 1994 [
pc
+ 6/10, 17, 36] provincialisme
kleinsteedse bekrompenheid 1869 [
wnt
] provincie
gewest 1330 [
mnw
] provisie
mondvoorraad 1500-1537 [
mnw
] provisie
percentueel loon 1642 [
wnt
] provisorisch
voorlopig 1847 [
kku
] provo
opstandige jongere 1965 [R75] {1.2.1/4.1.4/4.4}
provoceren
uitdagen 1567 [
wnt
] provoost
opzichter 1240 [Bern.] proza
ongebonden stijl 1617 [
wnt
tragicomedie] prozac
antidepressivum 1995 [De Coster 1999] prozaïsch
niet-verheven 1790 [
wnt
] pruik
vals haar 1560 [
wnt
] pruilen*
mokken 1475 [
mnw
] {3.1}
pruim
vrucht 1377-1378 [
mnw
] pruimedant
gedroogde pruim 1825 [
wnt
] pruimen
tabak kauwen 1779 [
wnt
pruimtabak
tabak om op te kauwen 1821 [
wnt
] {4.1.6}
prul*
vod 1583 [
wnt
] {1.2.3}
prullaria
waardeloze dingen 1844 [
wnt
prunel
kleine pruim 1698 [
wnt
] prut*
brij 1614 [
wnt
] {3.1}
prutsen*
knutselen 1896 [
wnt
] {3.1}
pruttelen*
geluidjes maken 1649 [
wnt
] {3.1}
przewalskipaard
paardachtige 1885 [Album der Natuur 6] {4.1.3}
psalm
godsdienstig lied 901-1000 [
wps
] psalter
Boek der Psalmen 901-1000 [
wps
] pseudoniem
schuilnaam 1837 [
wnt
] psoriasis
huidziekte 1624 [Aanv
wnt
] pst*
tussenwerpsel: geluid waarmee men de aandacht trekt 1857 [
wnt
] {4.3}
psychedelisch
bewustzijnsveranderend 1969 [R75]
psychiater
zenuwarts 1847 [
kku
psychisch
geestelijk 1824 [
wei
] psychoanalyse
methode waarbij de psychiater het onderbewuste bewust maakt 1924 [
wnt
autisme Suppl] [pagina 1053]
[p. 1053]
psychologie
wetenschap die zich bezighoudt met de ziel 1679 [
wnt
] psychopaat
met afwijkend gedrag 1910-1911 [
wnt
] psychose
zielsziekte 1887 [
wnt
traumatisch] psychosomatisch
lichaam en ziel als een geheel gezien 1955 [Aanv
wnt
pub
kroeg 1939 [
kwt
] puber
kind in periode van volwassenwording 1938 [
wnt
] pubis
venusberg 1847 [
kku
] publicatie
uitgave, kennisgeving 1451 [
hws
] publiceren
door druk in het licht geven 1902 [
wnt
] public relations
het onderhouden van goede betrekkingen met zijn kring 1956 [Aanv
wnt
] publiek
openbaar 1548 [
wnt
publiek
] puck
schijf bij ijshockey 1938 [Bruck, IJshockey, 36-7] pudding
dessert van stijf geworden vla 1842 [
wnt
] pudenda
uitwendige schaamdelen 1908 [Elffers/Viljoen, Beknopt Nederlands wrdb. voor Zuid-Afrika] pueblo
dorp 1886 [
kku
] puffen*
blazen 1481 [
mnw
] {3.1}
pugilist
vuistvechter 1847 [
kku
] pui
onderste deel van gevel 1787 [
wnt
] puik*
voortreffelijk 1406 [
mnw
puilen*
zwellen 1351 [
mnw
puimsteen
poreuze steen 1518 [Claes]
puin
vergruisde steen 1443 [
mnw
] puist*
pukkel 1285 [
cg
Rijmb.]
puitaal*
beenvis 1599 [Kil.]
puk
hondensoort 1889 [
wnt
] puk*
kleintje 1897 [
wnt
] {4.1.4}
pukkel*
bobbeltje 1567 [Claes Tw. 12] {3.1}
pul
kannetje 1469 [
mnw
] {1.2.4}
pul*
jong van een eend 1599 [Kil.]
pula
munteenheid van Botswana 1976 [Enc. Munten en Bankbiljetten] pulken*
peuteren 1706 [
wnt
pulley
riemschijf 1924 [
gvd
] pullman
spoorrijtuig 1899 [
dbl
] pullover
gebreid kledingstuk dat over het hoofd moet worden aangetrokken 1931 [
wnt
] pulp
fijngewreven vruchtvlees 1596 [
wnt
] pulque
alcoholische drank 1847 [
kku
] puls
stoot 1604 [
wnt
volkomen
ii
] pulsar
bron van kosmische straling 1976 [
wp
] pulseren
kloppen 1901 [
wnt
] pulver
poeder 1250 [
cg ii
1 Gen.rec.] pummel*
lomperd 1865-1870 [
wnt
pump
soort schoen 1915 [
wnt
] punaise
pinnetje 1883 [
wnt
] punch
drank met wijn of rum 1721 [
wnt
] punch
stoot 1946 [De Vooys] punctie
prik 1521 [
wnt
] punctualiteit
stiptheid 1644 [
wnt
] punctueel
stipt 1635 [
wnt
] punk
subcultuur 1978 [R84] punk
provocerende rockmuziek 1984 [
gvd
] punker
jongere met sterk anti-maatschappelijke opvattingen 1979 [R84] punniken*
peuteren 1896 [
wnt
] {3.1}
punniken*
kurkje breien 1897 [
wnt
punt
stip 1284 [
cg
I2, 805] punt
spits 1534 [Dilucidissimus dictionarius]
punt
munteenheid van Ierland 1990 [2000 Standard Catalog of World Coins] puntdicht
epigram 1644 [
wnt
punter
vaartuig 1864 [Calisch] {4.1.11}
puntkomma
leesteken 1769 [
wnt
] {3.1}
pup
jonge hond 1940 [
wnt
] pupil
oogappel 1351 [
mnw
] pupil
minderjarige onder voogdij 1643 [
wnt
] puppy
jonge hond 1950 [
gvd
] puree
fijngestampt gerecht 1544 [Paludanus, Dictionariolum rerum maxime vulgarium] purgatorium
vagevuur 1896 [
kwt
] <
me
Latijn
purgeren
het lichaam zuiveren 1285 [
cg
Rijmb.] purist
taalzuiveraar 1731 [
wnt
] puritanisme
levenshouding van de puriteinen 1874 [
wnt
] puritein
strenge protestant 1608 [Van Meteren, Commentarien, register] purper
paarsrode kleur 1285 [
cg
Rijmb.] pur sang
van zuiver ras 1895 [Broeckaert] purser
administrateur op schip of vliegtuig 1935 [
wnt
] pus
etter 1755 [
wnt
vleesch] [pagina 1054]
[p. 1054]
push
stuwkracht 1950 [
gvd
] put
gegraven opening met water 855 [Claes] puts
scheepsemmer 1445 [
mnw
putsch
staatsgreep 1912 [
kku
] puttee
beenwindsel 1912 [
kku
] putter
zangvogel 1555 [
wnt
putter
golfstick 1961 [
gvd
] putti
naakte kinderfiguurtjes 1912 [
wnt
] puur
zuiver 1265-1270 [
cg
Lut.K] puzzel
raadsel 1895 [
wnt
] pvc
polyvinylchloride 1953 [
wp
voor de vrouw (plastic)] pygmee
dwerg 1862 [
wnt
winstgevend] pyjama
nachtkleding 1912 [
kku
] pyloon
hoge constructie 1911 [Couperus, Antiek toerisme] pyriet
zwavelijzer 1287 [
cg
NatBl]
pyromanie
ziekelijke neiging tot brandstichten 1912 [
wnt
] Pyrrusoverwinning
overwinning ten koste van dusdanige verliezen dat men eraan ten onder gaat 1913 [
wnt
Pyrrhus-overwinning]
python
slang 1622 [
wnt
qat
hallucinogene boomblaadjes waarop gekauwd wordt 1992 [
gvd
] qua
voorzetsel 1824 [
wei
] quadrille
dans van vier paren 1806 [
wnt
] quaestor
Romeins beheerder van de schatkist 1669 [
wnt
] quaker
lid van godsdienstige sekte 1655 [
wnt
] qualitate qua
ambtshalve 1646 [
wnt
] quant
energieportie 1937 [
wnt
quantum]
quantité négligeable
te verwaarlozen hoeveelheid 1929 [
kwt
] quarantaine
afzondering 1664 [
wnt
] quark
subatomair deeltje met een lading van +1/3 of -2/3 van het elektron 1970 [Recht voor raap] quartair
vierde (tijdperk) 1862 [
wnt
] quasar
verschijnsel in kosmos 1968 [
wp
jaarboek 1969] quasi
bijwoord: zogenaamd 1671 [
wnt
] quatre-mains
vierhandig 1847 [
kku
] quatsch
onzin 1940 [Aanv
wnt
] queeste
speurtocht 1301-1350 [
mnw
] querulant
klager 1847 [
kku
] questionaire
vragenlijst 1947 [
wnt
questionnaire] queteletindex
manier om overgewicht te bepalen 1999 [
gvd
quetzal
munteenheid van Guatemala 1925 [2000 Standard Catalog of World Coins] queue
wachtrij 1847 [
kku
] quiche
gerecht 1984 [
gvd
] quickstep
dans 1961 [
gvd
] quisling
verrader 1950 [
gvd
quitte
wederzijds niets meer schuldig 1563 [
wnt
] quiz
vraag- en antwoordspel 1952 [Toll.] quorum
aantal leden dat voor stemming aanwezig moet zijn 1886 [
kku
] quota
aandeel 1542 [
hws
] <
me
Latijn
quoteren
van volgnummers voorzien 1577 [
wnt
quoteeren
ii
] <
me
Latijn
quotiënt
uitkomst van een deling 1537 [Kool] quotum
evenredig deel 1847 [
kku
] raad*
advies, adviserend college 901-1000 [
wps
raadsel*
puzzel 1240 [Bern.] {4.1.18}
raadzaam*
welberaden 1515 [
wnt
Suppl]
raaf*
zangvogel 1100 [Willeram] {3.1}
raaf
opperrabbijn 1875 [Polak, Geïllustreerd Politie Nieuws] raak*
het doel treffend 1641 [
wnt
raam*
lijst(werk) 1277 [
cg i
1, 353]
raap
plantensoort 1240 [Bern.] raar
vreemd 1393-1402 [
mnw
] raaskallen*
onzin praten 1613 [
wnt
raat*
bouwsel van was in bijenkorf 901-1000 [
wps
rabarber
een gewas, gerecht daarvan 1351 [
mnw
] <
me
Latijn {4.1.6}
rabat
korting 1265-1270 [
cg
Lut.K] rabauw
schurk 1460 [
mnw
] rabbi
joods godsdienstleraar 1526 [
wnt
vertalen] rabbijn
joods godsdienstleraar 1548 [
wnt
] <
me
Latijn
rabiës
hondsdolheid 1901 [
kui
] race
wedstrijd 1827-1830 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 46a] rachitis
Engelse ziekte 1778 [
wnt
] raciaal
ras- 1976 [
gvd
] rack
stapelkastje voor audioapparatuur 1982 [R84] [pagina 1055]
[p. 1055]
racket
voorwerp om ballen mee te slaan 1898 [
wnt
] racket
organisatie van afpersers 1950 [
gvd
] raclette
maaltijd 1968 [
wp
voor de vrouw] rad*
wiel 1300 [
mnw
rad*
vlug 1451-1500 [
mnw
rad
Bargoens: grote munt 1858 [
wnt
] radar
plaatsbepaling van voorwerp d.m.v. teruggekaatste radiogolven 1950 [
wnt
vliegen] radbraken*
voor straf de ledematen breken 1340-1350 [
mnw
raddraaier*
aanstoker 1830 [
wnt
raden*
gissen, adviseren 1100 [Willeram]
radiaal
straalboog 1918 [Aanv
wnt
radiatie
straling 1669 [
mey
] radiator
verwarmingslichaam 1908 [
wnt
] radicaal
totaal, consequent 1787 [
wnt
] radijs
eetbare wortel 1484 [
hws
] radio
draadloze omroep 1904 [Van der Horst 365] radioactiviteit
het uitstralen van energie zonder uitwendige oorzaak 1908 [
wnt
] radiocassetterecorder
radio met ingebouwde cassetterecorder 1976 [
gvd
] {3.1/4.1.17}
radium
chemisch element 1910 [
kwt
] radja
Indische vorst 1610 [De Jonge
iii
, 304] radon
chemisch element 1947 [Holleman, Leerboek der organische chemie 417]
rafel*
draad 1653 [
wnt
] {3.1}
raffelen*
vlug spreken 1672 [
wnt
] {3.1}
raffia
bindsel van vezels 1902 [Kerner von Marilaun, Leven der planten] raffineren
zuiveren 1581 [
wnt
] rag*
spinnenweb 1599 [
wnt
rage
bevlieging 1844 [
wnt
] ragebol*
borstel aan lange stok 1644 [
wnt
raggen*
wild heen en weer lopen 1836 [
wnt
raglan
kledingstuk met speciaal aangeknipte mouwen 1899 [
dbl
] ragout
gerecht 1699 [
wnt
] ragtime
gesyncopeerde dansmuziek 1919 [Aanv
wnt
] raï
popmuziek van Algerijnse oorsprong 1986 [De Coster 1999] raid
inval 1912 [
kku
] raiffeisenbank
boerenleenbank 1899 [
dbl
rail
spoorstaaf 1839 [
wnt
] rak*
vaarwater 788-789 [Claes] {2.3}
rakel*
hark 1834 [
wnt
rakelen*
harken 1588 [Claes] {3.1}
rakelings*
bijwoord van hoedanigheid: zo dat het bijna raakt 1832 [
wnt
] {3.1}
raken*
treffen 1285 [
cg
Rijmb.]
rakende*
voorzetsel 1672 [
wnt
zoetelaar] {4.2}
raket
voorwerp om ballen mee te slaan 1525 [
wnt
] raket
vuurpijl 1740 [
wnt
] raket
projectiel met eigen voortstuwing 1950 [
gvd
] raketaandrijving
aandrijving van lucht- of ruimtevaartuig d.m.v. raketten 1961 [
gvd
] {4.1.10}
raketten
soort badminton 1776 [
wnt
] {4.1.18}
raki
Turkse brandewijn 1824 [
wei
] rakker
deugniet 1865-1870 [
wnt
] rallentando
langzamer 1820 [Muzijkaal zak-woordenboek] rally
sterrit 1940 [Posthumus] ram*
mannelijk schaap 1223 [
cg i
] {4.1.3}
ram*
stormram 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.14}
ram
hydraulische ram 1875 [
wnt
] ramadan
islamitische vastenmaand 1603 [F. de Houtman, Spraeck ende Woord-boek] rambam
Bargoens: denkbeeldige ziekte 1918 [Sanders en Tempelaars] {3.1}
rambo
mannetjesputter 1987 [De Coster 1999] ramen*
schatten 1384 [
mnw
rammelaar
mannetje van konijn of haas 1573 [
wnt
rammelaar
rinkelbel voor baby's 1682 [
wnt
] {4.1.18}
rammelen*
ratelen 1528 [
wnt
] {3.1}
rammelen*
paren van hazen en konijnen 1573 [Plantijn]
rammen
beuken 1637 [
wnt
rammenas
soort radijs 1658 [
wnt
] ramp*
onheil 1285 [
cg
Rijmb.]
rampetampen*
neuken 1970 [Recht voor raap] {3.1/4.4}
rampokken
roven 1739 [
wnt
] rampspoed*
onheil 1330 [
mnw
] {3.1}
rampzalig*
ellendig 1479 [
mnw
ramsj
Bargoens: ongeregelde handel 1918 [
wnt
] ranch
landgoed 1912 [
kku
] [pagina 1056]
[p. 1056]
rancune
wrok 1361 [
mnw
] rand*
kant 1285 [
cg
Rijmb.]
rand
munteenheid van de Republiek van Zuid-Afrika 1961 [Sanders 1995] Randstad*
aaneengroeiend stedencomplex in de westhoek van Nederland 1954 [Aanv
wnt
] {3.1}
rang
trede in hiërarchie, klasse 1575 [
wnt
] rangeren
treinen of spoorwagons in volgorde plaatsen 1876 [
wnt
] rangschikken
indelen in groepen 1785 [
wnt
ranja
limonadesiroop 1926 [
wnt
] {1.2.5/4.1.6}
rank*
stengel van klimplant 1285 [
cg
Rijmb.]
rank*
slank 1410 [
mnw
ranonkel
plant 1773 [Claes] rans
ranzig 1599 [
wnt
] ransel
rugtas 1758 [
wnt
] ranselen
onbarmhartig slaan 1760 [
wnt
] ransuil*
uilachtige 1488 [
mnw
rantsoen
portie 1598 [
wnt
] ranzig
sterk smakend 1807 [
wnt
] rap*
vlug 1477 [Teuth.]
rap
ritmische manier van praten 1986 [De Coster 1999] rapaille
gepeupel 1437 [
mnw
] rapen*
oppakken, verzamelen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
rapier
lange, puntige degen 1524 [
mnw
] rapport
verslag 1476 [
mnw
] rapsodie
vrije muzikale compositie 1635 [
wnt
] rara*
tussenwerpsel: raad eens 1788 [
wnt
] {3.1/4.3}
rariteit
merkwaardigheid 1600 [
wnt
] ras*
snel 1265-1270 [
cg
Lut.K]
ras
ondersoort 1665 [
wnt
Bijv.+verb.] ras
stamhoofd 1886 [
kku
] rasp
vijl 1546 [Claes] rastafarikapsel
kapsel dat in gevlochten lokken wordt gedragen 1992 [
gvd
raster
lat, hekwerk 1343-1346 [
mnw
] raster
netwerk van kruisende lijnen 1919 [
wnt
] rat*
knaagdier 1240 [Bern.] {4.1.3}
rataplan
rommel 1898 [
wnt
] ratatoelje, ratatouille
gerecht 1833 [
wnt
ratjetoe] ratel
marterachtige 1884 [
gvd
] ratelaar
plant 1896 [
wnt
ratelen*
korte harde geluiden maken 1569 [
wnt
ratelen
] {3.1}
ratificeren
bekrachtigen 1449 [
hws
] <
me
Latijn
rating
handicap van wedstrijdjachten 1984 [
gvd
] ratio
rede 1665 [
wnt
uiteinde] rationaliseren
rationeel maken 1847 [
kku
] rationalisme
het doelmatig maken 1823 [
wnt
] rationeel
redelijk 1857 [
wnt
] ratjetoe
gerecht, mengelmoes 1833 [
wnt
] {4.1.6}
rats
gerecht 1883 [
wnt
] {4.1.6}
rauw*
niet gekookt 1266-1268 [
cg i
1, 130]
rauwkost
rauw toebereid gerecht 1930 [
wnt
] rauzen*
Bargoens: wild tekeergaan 1903 [
wnt
ravage
verwoesting 1566 [
wnt
] ravigotesaus
bepaalde saus 1847 [
kku
] {4.1.6}
ravijn
bergkloof 1852 [
wnt
] ravioli
gerecht 1910 [Aanv
wnt
] ravissant
verrukkelijk 1924 [
wnt
] ravitailleren
bevoorraden 1862 [
wnt
] ravotten
stoeien 1550 [
wnt
rayon
kring 1862 [
wnt
] rayon
kunstzijde 1931 [
kwt
] razen*
woeden 1250 [
cg ii
1 Gen.rec.]
razendsnel*
zeer snel 1963 [
wnt
vlam] {4.4}
razernij
woest optreden 1573 [Plantijn]
razzia
drijfjacht 1863 [
wnt
] re
muzieknoot 1479 [
mnw
reaal
munt 1343 [
mnw
] reactie
tegenbeweging 1734 [
wnt
] reactionair
strevend naar behoud 1861 [
wnt
] reactor
toestel waarin chemische, fysische of nucleaire reactie plaatsheeft 1950 [
wp
jaarboek 1951] reader
bundel artikelen 1984 [
gvd
] ready
bijwoord: klaar 1912 [
kku
] reageerbuis
glazen buis voor scheikundige proeven 1862 [
wnt
reageeren]
reageren
reactie vertonen 1847 [
kku
] real
munteenheid van Brazilië vanaf 1994 1994 [Enc. Munten en Bankbiljetten] realia
concrete zaken 1763 [
wnt
] <
me
Latijn
realiseren
verwezenlijken 1810 [
wnt
] realisme
filosofische stroming 1824 [
wnt
] [pagina 1057]
[p. 1057]
realiteit
iets dat werkelijk waar is 1698 [
wnt
realiteit
] realpolitiek
politiek die uitgaat van de feitelijke toestanden 1929 [
kwt
] reanimatie
het weer tot leven wekken 1961 [
gvd
] rebbe
joodse godsdienstleraar 1878 [
wnt
] rebel
opstandeling 1530 [
wnt
] rebound
terugkaatsing 1938 [Bruck, IJshockey, 94] rebus
figuurraadsel 1832 [
wnt
] recalcitrant
weerspannig 1830 [
wnt
] recapituleren
samenvattend herhalen 1567 [
wnt
] receiver
ontvanger 1912 [
kku
] recensent
die beoordelingen geeft 1787 [
wnt
] recenseren
bespreken van kunstwerken in krant 1788 [
wnt
] recensie
kritische beschouwing van iets 1631 [
wnt
] recent
van kort geleden 1831 [
wnt
] recentelijk
bijwoord van tijd: onlangs 1932 [
wnt
] recept
(bereidings)voorschrift van geneesmiddel of gerecht 1451-1500 [
mnw
] <
me
Latijn
receptie
ontvangst 1517 [
hws
] receptief
gevoelig voor indrukken 1901 [
wnt
] receptionist
iem. belast met de ontvangst van bezoekers 1956 [Aanv
wnt
] receptuur
leer van het voorschrijven van medicijnen 1847 [
kku
] reces
vakantie van bestuurscollege 1632 [
wnt
] recessie
economische teruggang 1958 [
wp
jaarboek 1959] recette
ontvangen geld 1824 [
wnt
] rechaud
schotelwarmer 1832 [
wei
] recht*
niet gebogen 901-1000 [
wps
recht*
gerechtigheid 901-1000 [
wps
rechten*
een rechterlijke uitspraak doen 1289 [
vmnw
rechten*
rechtbuigen 1351-1400 [
mnw
rechter*
lid van een rechtbank 1240 [Bern.]
rechter*
tegenover linker 1240 [Bern.]
rechter-commissaris
rechter aan wie het voorbereidend onderzoek is opgedragen 1837 [
wnt
commissaris] {3.1}
rechthoek*
vierhoek met rechte hoeken 1659 [
wnt
rechtmatig
rechtvaardig 1604 [
wnt
] rechts*
aan de rechterzijde 1477 [Teuth.]
rechtschapen
deugdzaam 1454-1473 [
mnw
] rechtstreeks*
zonder omwegen 1624 [
wnt
rechtvaardig*
handelend naar billijkheid 1350 [
mnw
rechtzinnig*
orthodox 1616 [
wnt
recidivist
die fouten herhaalt 1850-1851 [
wnt
] recipiëren
ontvangen 1553 [
wnt
] recital
soloprogramma 1885 [
wnt
] recitando
half zingend, half sprekend 1839 [Natan] recitatief
het zingend spreken 1885 [
wnt
] reciteren
voordragen 1265-1270 [
cg
Lut.K] reclame
bezwaar, beklag 1701 [
wnt
] reclame
openbare aanprijzing 1872 [
gvd
] reclameren
bezwaar maken 1650 [Claes] reclasseren
terugbrengen in de maatschappij 1910 [
wnt
] recombinant
cel met vreemd stukje erfelijk materiaal 1984 [
gvd
] recommanderen
aanbevelen 1467-1490 [
hws
] reconstructie
wederopbouw 1853 [
wnt
] record
beste prestatie 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 14b] recorder
toestel voor weergave van geluid 1897 [Aanv
wnt
] recreatie
ontspanning 1451-1500 [
mnw
] recreëren
zich ontspannen 1540 [
wnt
] rectaal
m.b.t. de endeldarm 1923 [
wnt
rectificeren
rechtzetten 1553 [
wnt
] <
me
Latijn
recto
bijwoord: op de voorkant van het blad 1824 [
wnt
] rector
hoofd van een klooster of een onderwijsinrichting 1320 [
mnw
] rectum
endeldarm 1777 [
wnt
] reçu
ontvangstbewijs 1808 [
wnt
] recupereren
terugwinnen, herstellen 1400 [
mnw
] recycling
het terugwinnen uit afval 1974 [Posthumus] redactie
het opstellen van een stuk, de inkleding 1796 [
wnt
] redden*
uit gevaar helpen 1471 [
mnw
redderen*
in orde brengen 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1}
rede*
denkvermogen 1200 [
cg ii
1 Servas]
rede*
ankerplaats 1318 [
mnw
rede*
wat men zegt 1350 [
mnw
[pagina 1058]
[p. 1058]
rededeel*
zinsdeel 1748 [
wnt
rede
redekavelen*
discussiëren 1584 [
wnt
redemptorist
monnik van de orde van de Allerheiligste Verlosser 1880 [
wnt
] reden*
oorzaak, motief 1350 [
mnw
redenaar
iem. die een rede houdt 1599 [Kil.] redeneren
praten, argumenteren 1611-1620 [
wnt
reder*
scheepsexploitant 1409 [
mnw
rederijker
beoefenaar van de retorica 1596 [
wnt
redetwisten*
disputeren 1691 [
wnt
redigeren
in goede vorm op schrift krijgen 1520 [
wnt
] reduceren
terugbrengen 1504 [
hws
] reductie
vermindering 1504 [
hws
] redundant
meer dan nodig 1973 [Aanv
wnt
] ree*
herkauwer, wijfjeshert 1100 [Willeram] {4.1.3}
reeds*
bijwoord van tijd: al 1658 [
wnt
] {1.3/3.1}
reeds*
betekenisloos tussenwerpsel 1972 [Van Gelder 1993] {4.3}
reëel
werkelijk 1732 [
wnt
] reef*
inneembare strook in zeil 1407 [
hws
reeks*
rij 1613 [
wnt
reel
molen van een hengel 1950 [
gvd
] reep*
smalle strook 726 [Claes] {2.3}
reet*
nauwe opening 1281 [
cg i
1, 572]
reet*
billen 1898 [
wnt
] {4.4}
referaat
voordracht 1824 [
wei
] referee
scheidsrechter 1912 [
kku
] referendum
(volks)stemming 1892 [
wnt
] referent
die een referaat houdt 1832 [
wei
] refereren
verwijzen 1503 [
wnt
] referte
verwijzing 1798 [
wnt
post] reflatie
(deels) ongedaan maken van deflatie of inflatie 1937 [
wnt
reflecteren
terugkaatsen 1627 [
wnt
verdichten
] reflex
onwillekeurige reactie 1860 [
wnt
] reflex
weerschijn 1895 [
wnt
] reflexief
wederkerend 1846 [
wnt
] reformatie
kerkhervorming 1595 [
wnt
] reformkleding
kleding overeenkomstig de reformbeweging 1902 [
wnt
] refractie
straalbreking 1658 [
wnt
] refrein
gelijke woorden aan eind van ieder couplet 1448 [Mak] refter
eetzaal in klooster 1236 [
cg i
1, 28] refugié
vluchteling 1690 [
wnt
] regaal
koninklijk 1521 [
wnt
] regatta
roeiwedstrijd 1702 [
wnt
] regel
lijn 1236 [
cg i
1, 20] regel
gewoonte 1573 [Plantijn] regelen
schikken, inrichten 1522 [
wnt
] regelmaat
orde in opeenvolging 1709 [
wnt
regelmatig
met vast ritme 1661 [
wnt
] regelneef
iem. met een overdreven organisatiedrift 1977 [Van Gelder 1993] {1.2.2/4.4}
regen*
neerslag 901-1000 [
wps
] {4.1.1}
regenboog*
boog aan de hemel 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1/4.1.1}
regent
bestuurder 1440 [
mnw
] regenworm*
aardworm 1563 [
wnt
Bijv.+verb.]
regeren
besturen 1322 [Moors 271, 44] reggae
moderne muziek van Jamaicaanse afkomst 1982 [R84] regie
leiding 1767 [
wnt
] regime
staatsbestel 1820 [
wnt
] regiment
militaire eenheid 1591 [
wnt
] regio
gebied 1933 [Kath. Enc.] regiolect
regionale omgangstaal 1990 [Picarta: titel van C. Hoppenbrouwers] {4.4}
regionaal
m.b.t. een regio 1922 [
wnt
] regionalisme
het cultiveren van streektradities 1943 [
wnt
] regisseren
de regie voeren 1908 [
wnt
regisseur
artistiek leider 1824 [
wnt
] lijst 1397 [Moors 151, 37] <
me
Latijn
reglement
geheel van bepalingen 1516 [
wnt
] regressie
teruggang 1898 [
wnt
] regulator
regelaar 1832 [
wnt
] <
me
Latijn
reguleren
regelmatig maken 1451 [
hws
] regulier
geregeld 1669 [
wnt
] rehabiliteren
herstellen, zuiveren 1503 [
wnt
] rei
reidans 1360 [
mnw
] reidans
rondedans 1634 [
wnt
] {4.1.15}
reiger*
reigerachtige 1285 [
cg i
] {1.2.5}
reiken*
(de hand) uitstrekken naar 1265-1270 [
cg
Lut.K]
reikhalzen*
vurig verlangen 1701 [
wnt
] {3.1}
reilen*
varen 1698 [
wnt
rein*
zuiver 797 [Claes] {2.3/3.1}
reïncarnatie
wedergeboorte 1898 [
wnt
reine-claude
soort pruim 1763 [
wnt
] [pagina 1059]
[p. 1059]
reinigen*
schoonmaken 1437 [
mnw
] {3.1}
reis*
tocht 1240 [Bern.]
reis
munteenheid van Portugal en Brazilië 1596 [
wnt
] reiziger
die reist 1599 [Kil.] rek*
gestel van latten 1287 [
cg
NatBl]
rekel
deugniet 1552 [
wnt
] rekel
mannetjeshond 1661 [
wnt
] rekenen*
tellen 1220-1240 [
cg i
1, 69]
rekest
verzoekschrift 1456 [
hws
] rekken*
strekken 1240 [Bern.]
rekruteren
in dienst roepen 1668 [
wnt
recruteeren] rekstok
stok voor gymnastische oefeningen 1861 [
wnt
rekwireren
vorderen 1518 [
hws
] rekwisiet
benodigdheid 1508 [
wnt
] rekwisitie
vordering 1522 [
wnt
] rel*
opstootje 1559 [
wnt
relaas
verslag 1444 [
mnw
relais
tussenstation voor elektrische stroom 1853 [
wnt
] relateren
in verband brengen 1510 [
wnt
] relatie
betrekking 1568 [
wnt
] relatief
in verband met, betrekking hebbend op 1598 [
wnt
] relativeren
de betrekkelijkheid erkennen 1923 [
wnt
relativiteit
betrekkelijkheid 1847 [
wnt
] relaxatie
ontspanning van spieren 1366 [
mnw
] relaxen
zich ontspannen 1958 [Carmiggelt, Kraaltjes rijgen] release
het opnieuw uitbrengen 1965 [R75] releveren
ontheffen, doen uitkomen 1464 [
hws
] relict
overblijfsel 1832 [
wei
] reliëf
het verheven-zijn van een voorstelling 1659 [
wnt
] reliek
overblijfsel van heilige 1516 [
wnt
] religie
godsdienst 1480 [
mnw
] relikwie
overblijfsel van heilige 1265-1270 [
cg
Lut.K] reling
leuning 1856 [
wnt
] relipop
religieuze popmuziek 1984 [R84] relmuis*
knaagdier 1573 [Plantijn] {4.1.3}
remake
nieuwe versie van bv. een plaat 1956 [R75] rembours
verrekenpakket 1734 [
wnt
] remedie
geneesmiddel 1375 [
mnw
] remigratie
terugkeer van emigratie 1952 [
wnt
] remise
stalling voor voertuig 1771 [
wnt
] remise
onbeslist (bij spelen zoals schaken, dammen) 1792 [
wnt
remmen*
tot stilstand brengen 1477 [Teuth.]
remonstrant
lid van protestants kerkgenootschap 1618 [Courante uyt Italien, 23 nov.] <
me
Latijn {4.1.8}
remouladesaus
een koude saus 1866 [Rijnhart] {4.1.6}
remous
beweging in luchtlaag 1911 [
wnt
] remslaap
fase in de slaap waarin men droomt 1984 [
gvd
] ren*
kippenloop 1540 [
wnt
Renaissance
stijlvernieuwing 1844 [
wnt
] rendabel
winst opleverend 1906 [
wnt
] rendang
rundvleesgerecht met kokos 1992 [
gvd
] rendement
opbrengst 1721 [
wnt
] renderen
winst opleveren 1638 [
wnt
] rendez-vous
afgesproken samenkomst 1581 [
wnt
] rendier
herkauwer 1714 [
wnt
] renegaat
afvallige 1598 [
wnt
] <
me
Latijn
renet, reinette
appel 1656 [
wnt
renet
] renium
chemisch element 1950 [
gvd
] rennen*
hard lopen 1240 [Bern.]
renoveren
vernieuwen 1522 [
wnt
] rentabiliteit
winstgevendheid 1847 [
wnt
] rente
interest 1230-1231 [
cg i
1, 19] rentenier
die van zijn renten leeft 1616 [
wnt
rentree
herintrede 1913 [
wnt
] renvooi
verwijzing 1548 [
hws
] repareren
herstellen 1520 [
wnt
] repatriëren
naar zijn vaderland terugkeren 1639 [
wnt
] repel*
vlaskam 1695 [
wnt
] {3.1}
repercussie
onaangenaam gevolg 1947 [
wnt
] repertoire
lijst van stukken van kunstenaar(s) 1823 [
wnt
] repertorium
register 1623 [
wnt
] repeteren
herhalen 1437 [
mnw
] repetitie
herhaling 1458 [
hws
] repetitie
proefwerk 1626 [
wnt
] repetitor
die met studenten de leerstof doorneemt 1786 [
wnt
] [pagina 1060]
[p. 1060]
replay
opnieuw gespeelde wedstrijd 1979 [Wijnands&Ost] replica
kopie 1951 [
wnt
] repliceren
antwoorden 1370-1378 [
hws
] repliek
antwoord 1411 [
hws
] reporter
verslaggever 1847 [
kku
] reppen, zich*
zich haasten 1477 [Teuth.]
represaille
vergeldingsmaatregel 1486 [
hws
] representant
vertegenwoordiger 1657 [
wnt
] repressie
onderdrukking 1553 [
wnt
verhouding] reprimande
uitbrander 1604 [
wnt
] reprise
herhaling 1824 [
wnt
] reproduceren
weer voortbrengen 1814 [
wnt
] reptiel
kruipend dier 1777 [
wnt
] republiek
bepaalde staatsvorm 1582 [
wnt
] republikein
aanhanger van de republiek 1710 [
wnt
] reputatie
faam 1529 [
hws
] requiem
dodenmis 1510 [
wnt
] requisitoir
eis, betoog 1548 [
wnt
] rescontreren
vereffenen (termijnhandel) 1610 [
wnt
] research
onderzoek 1940 [
wnt
] reseda
plantengeslacht 1544 [
wnt
] reservaat
wijkplaats 1933 [
wnt
reserveren
bewaren 1276-1300 [
cg i
1, 40] resideren
wonen 1467 [
hws
] residu
overblijfsel 1488 [
mnw
] resigneren
een ambt neerleggen 1546 [
wnt
] resolutie
besluit 1549 [
hws
] resoluut
vastberaden 1601 [
wnt
] resonantie
het meetrillen 1502 [
wnt
] resoneren
meeklinken 1548 [
wnt
] respect
eerbied 1637 [
wnt
walgen] respectievelijk
onderscheidenlijk 1541 [
hws
] respijt
uitstel 1294 [
cg
I3, 2029] respons
antwoord, weerklank 1265-1270 [
cg
Lut.K] ressentiment
wrok 1633 [
wnt
] ressort
rechtsgebied 1566 [
wnt
] rest
overschot 1452 [
hws
] restant
overschot 1377 [
mnw
] restaurant
eethuis 1862 [
wnt
] restaureren
herstellen 1440 [
mnw
] resteren
overblijven 1503 [
wnt
] restitueren
teruggeven 1228-1349 [
mnw
] restrictie
beperking 1492 [
mnw
] resulteren
voortvloeien uit 1595 [
wnt
] resumeren
samenvatten 1824 [
wnt
] resusfactor
antigene factor in het bloed 1966 [Coëlho, Zakwrdb. geneesk.]
retegaaf*
zeer gaaf 1994 [De Coster 1999] {4.4}
retentie
ophouding 1568 [
wnt
] retenuto
ingehouden 1898 [
gvd
] retestrak*
zeer strak 1991 [Hoppenbrouwers] {4.4}
retina
netvlies 1734 [
wnt
] <
me
Latijn {3.2}
retirade
terugtocht 1654 [
wnt
] retirade
openbaar toilet 1732 [
wnt
] retorica
redekunst 1508 [
wnt
] retort
distilleerkolf 1595 [
wnt
] retouche
het bijwerken 1847 [
wnt
] retour
bijwoord van richting: terug 1508 [
wnt
] retraite
het terugtrekken 1581 [
wnt
] retriever
hondensoort 1940 [
wnt
] retrograde
kreeftdicht 1511 [
wnt
] retsina
witte harswijn 1978 [Complete drankenenc.] return
revanchepartij 1963 [
wnt
] reu
mannetjeshond 1285 [
cg
Rijmb.] reuk*
geur, reukvermogen 1240 [Bern.]
reuma
aandoening 1514 [
wnt
] reünie
bijeenkomst van oud-collega's 1679 [
wnt
] reus*
gigant 1285 [
cg
Rijmb.]
reut
troep 1876-1900 [
wnt
reutelen*
rochelend ademen 1351 [
mnw
] {3.1}
reutemeteut
troep, bende 1974 [
wnt
reut
ii
] {3.1}
reuzegeleerd*
zeer geleerd 1844 [
wnt
reuze-] {4.4}
reuzel*
vet 1461 [
mnw
] {4.1.6}
reuzeleuk*
zeer leuk 1921 [
wnt
reuze-] {4.4}
revalidatie
het herstellen van patiënt 1948 [Picarta: titel van een rapport]
revaluatie
herwaardering 1950 [
gvd
revanche
genoegdoening 1599 [
wnt
] reveil
opleving in het godsdienstig leven 1845 [
wnt
] reveille
sein om troepen te wekken 1578 [
wnt
] {3.3}
reven*
(zeilen) kleiner maken 1644 [
wnt
[pagina 1061]
[p. 1061]
revenuen
inkomsten 1391-1392 [
mnw
wille] revérence
buiging 1824 [
wei
] revers
kraagomslag van een jas 1847 [
wnt
] revier
terrein, jachtgebied 1734 [
wnt
] review
tijdschrift 1847 [
kku
] reviseren
herzien 1634 [
wnt
] revisor
controleur, herziener 1726 [
wnt
revival
herleving 1843 [
wnt
] revocatie
herroeping 1370-1378 [
hws
] revolte
opstand 1591 [
wnt
] revolutie
politieke of staatkundige ommekeer 1654 [
wnt
] revolutionair
oproerig 1797 [
wnt
] revolver
vuistvuurwapen met draaiende kamer 1855 [
wnt
] revue
show 1898 [Te Winkel 335] rez-de-chaussee
benedenwoning 1804 [
wnt
] rhythm and blues
soort jazzmuziek 1969 [
wp
Suppl 1969] riant
aantrekkelijk 1858-1873 [
wnt
] rib*
dun been in borstkas 1240 [Bern.]
ribbel*
verhoging 1897 [
wnt
] {3.1}
ribcord
op ribfluweel lijkend weefsel 1970 [
gvd
] {3.3/4.1.9}
ribes
plantengeslacht 1500 [Herbarius in Dietsche, Cap. 120] ricambio
retourwissel 1824 [
wei
] richel
rand 1530-1531 [Claes]
richten*
rechtmaken, in een bepaalde richting laten gaan 1100 [Willeram]
richting
het richten, kant waarheen iem. gaat 1786 [
wnt
] richting
voorzetsel 1984 [Van der Horst] {4.2}
ricocheren
ketsen 1912 [
kku
] ridder*
adellijke titel 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {1.2.3}
ridderspoor*
plant 1514 [Groten Herbarius]
ridicuul
belachelijk 1650 [
mey
] riedel*
klankenreeks, woordcombinatie 1957 [Aanv
wnt
] {3.1}
riek*
mestvork 1350 [
mnw
rieken*
een geur geven of opnemen 901-1000 [
wps
] {1.2.4}
riel
munteenheid van Cambodja 1955 [Enc. Munten en Bankbiljetten] riem
roeispaan 1240 [Bern.] riem*
leren band 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
riem
hoeveelheid papier 1384 [
mnw
] riesling
witte wijnsoort 1950 [
wp
(Frankrijk)] riet*
plant 901-1000 [
wps
rif
bank in zee 1595 [De Jonge
ii
, 296] riff
type muziekmotief 1984 [
gnn
] rifraf
rapaille, tuig 1569 [
wnt
] rigide
(overdreven) streng 1776 [Aanv
wnt
] rigoroso
streng in de maat 1839 [Natan] rigoureus
zeer streng 1503 [Aanv
wnt
] rij*
reeks 1343-1346 [
mnw
rijden*
zich voortbewegen in of op een voertuig 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
rijgen*
aan een snoer hechten 1330 [
mnw
rijk
staat 901-1000 [
wps
] rijk
vermogend 901-1000 [Künzel] {2.3}
rijkdom
het rijk-zijn 901-1000 [
wps
rijksdaalder
vijftig stuivers 1606 [Van Gelder 1965] {4.1.12}
rijkswacht
nationale politie in België 1932 [Vd Sijs 1996, 154] {1.2.1}
rijm*
bevroren dauw 1150 [Rey] {2.2/3.1/4.1.1}
rijm
gelijke klank 1240 [Bern.] rijp*
geschikt voor de oogst 1100 [Willeram]
rijp*
bevroren dauw 1240 [Bern.] {4.1.1}
rijs*
takje 918-948 [Claes] {2.3}
rijst
graansoort 1252 [
mnw
] rijsttafel
hoofdmaaltijd met rijst 1883 [Java-Bode 1/9, 1d] {4.1.6}
rijt*
uitwatering 901-1000 [
wps
rijten*
scheuren 1477 [Teuth.]
rijtuig*
door paarden getrokken voertuig voor mensen 1681 [
wnt
] {4.1.10}
rijwiel*
fiets 1869 [Sanders 1997b] {4.1.10/4.4}
rijzen*
zich oprichten 1285 [
cg
Rijmb.]
rijzig
lang 1477 [Teuth.] rikketik*
hart 1984 [
gvd
] {3.1}
rikketikken*
vlug tikken 1889 [
wnt
] {3.1}
riksja
door man getrokken karretje 1912 [
kku
] rillen*
trillen 1678 [
wnt
rimboe
wildernis 1875 [Multatuli, Max Havelaar, 379] rimpel*
plooi 1554 [
wnt
] {3.1}
rimram*
gedaas 1607-1623 [
wnt
] {3.1}
rinforzando
in sterkte toenemend 1772 [Bouvink] ring*
kringvormig voorwerp 901-1000 [
wps
ringeloren*
op de kop zitten 1640 [
wnt
] {3.1}
ringel-s
benaming voor een bepaald Duits s-teken 1971 [Treebus, Zetten vreemde talen 8] [pagina 1062]
[p. 1062]
ringgit
munteenheid van Maleisië 1875 [Multatuli, Max Havelaar, 379] ringsteken*
te paard of wagen naar een ring steken 1660 [
wnt
] {4.1.18}
rinkelen*
een hel, onderbroken geluid geven 1599 [Kil.] {3.1}
rinkelrooien*
pierewaaien 1560 [
wnt
] {3.1}
rinkinken*
rinkelen 1654 [
wnt
] {3.1}
rinoceros
hoefdier 1654 [
wnt
vrek
] rins
zuurachtig 1514 [Toll.]
rioja
rode wijnsoort 1953 [
wp
(Spanje)] riool
afvoerkanaal 1380 [
mnw
] riotgun
geweer tegen opstootjes 1989 [Peptalk] riposteren
gevat antwoorden 1824 [
wei
] rips*
geribde stof 1861 [
wnt
] {4.1.9}
risee
mikpunt van spot 1929 [
kwt
] risico
gevaar voor schade 1525 [De Bruijn Tw. 10] riskant
gewaagd 1824 [
wei
] riskeren
wagen 1777 [
mey
] risotto
rijstgerecht 1929 [
kwt
] rist
bundel (van vlas e.d.) 1380 [
mnw
] ristorno
herstel van een foutieve boeking 1643 [De Bruijn Tw. 10] rit
het rijden 1558 [
wnt
] rit
eitjes van kikvorsen 1599 [Kil.] rite
ritueel gebruik 1791 [Aanv
wnt
] ritenuto
ingehouden 1860 [Nieuw beknopt en volledig muziekaal wrdb.] ritme
wisseling in beweging 1734 [
wnt
rhytme] ritmeester
officier van de cavalerie 1588 [
wnt
] ritornel
herhalingsthema 1772 [Bouvink] rits
insnijding 1351-1400 [
mnw
] ritselen*
een zacht, onregelmatig geluid maken 1644 [
wnt
] {3.1}
ritssluiting*
treksluiting 1937 [Van der Horst 53] {3.1}
rituaal
voorschrift voor een kerkelijke handeling, boek met teksten voor het toedienen van sacramenten 1822 [
wnt
tempel
] ritueel
volgens de rite 1872 [
gvd
] ritus
geheel van rituele gebruiken 1844 [
wnt
voor
ii
] rivaal
mededinger 1669 [
mey
] rivier
waterstroom 1240 [Bern.] riyal
munteenheid van o.a. Iran, Jemen, Oman, Qatar en Saoedi-Arabië 1886 [
kku
] roadster
open tweepersoons sportauto 1936 [Wie Wat Waar 1937, 223] rob*
zeeroofdier 1514 [
wnt
Bijv.+verb.] {4.1.3}
robbedoes
wild mens, m.n. wild kind 1793 [
wnt
] robber
reeks partijen (bij bridge, whist) 1810 [
wnt
] robe
japon 1824 [
wei
] robijn
rood edelgesteente 1287 [
cg
NatBl] <
me
Latijn
robot
kunstmens 1931 [
kwt
] robuust
krachtig 1619 [
wnt
Bijv.+verb.] rochelen*
rauw keelgeluid maken 1370 [
mnw
] {3.1}
rock
muzieksoort 1965 [R75] rockabilly
combinatie van rock en country 1984 [
gvd
] rock-'n-roll
muzieksoort 1956 [R75] rococo
bouwstijl 1872 [
gvd
] roddelen
kwaadspreken 1865-1870 [
wnt
] rodekool
koolsoort 1554 [Dod. 591] {4.1.6}
rodelen
een helling af sleeën 1914 [
gvd
] rodeo
bijeenkomst van cowboys 1931 [
kwt
] rodium
chemisch element 1847 [
kku
] rododendron
heester 1777 [
wnt
rhodo-] roebel
munteenheid van de voormalige Sovjet-Unie, Rusland, Wit-Rusland en Tadzjikistan 1677 [
wnt
] roede*
twijg 1240 [Bern.]
roede*
mannelijk lid 1596 [
wnt
] {4.4}
roedel
kudde 1940 [Aanv
wnt
] roef*
overdekt deel van schip 1285 [
mnw
roeiboot
boot die door riemen wordt voortbewogen 1642 [
wnt
] roeien*
met riemen een vaartuig voortbewegen 1240 [Bern.]
roek*
zangvogel 1220 [Rey] {2.2/3.1}
roekeloos*
onberaden 1236 [
cg i
1, 28]
roekoeën*
het natuurlijke geluid van duiven maken 1599 [
wnt
] {3.1}
roem
lof 1526 [
tntl
1957, 116] roemen*
een kaartcombinatie melden 1717 [
wnt
roemer
groot wijnglas 1556-1559 [
wnt
roemruchtig*
vermaard 1641 [
wnt
[pagina 1063]
[p. 1063]
roepen*
schreeuwen 901-1000 [
wps
roepia
munteenheid van Indonesië 1700 [De Haan, Oud Batavia, Platen Album, doc. xixa] roepie
munteenheid van India 1968 [
kwt
] roer*
stuur van schip 1240 [Bern.]
roer*
geweer 1450 [
mnw
] {4.1.14}
roerdomp*
reigerachtige 1562 [Toll.] {3.1}
roeren*
dooreenmengen 1240 [Bern.]
roes
bedwelming 1622 [
wnt
] roesje
oplegsel aan kleding 1984 [
gvd
] roest*
metaaluitslag 1287 [
cg
NatBl]
roet*
koolstofneerslag 1287 [
cg
NatBl]
roetsjen
glijden 1961 [
gvd
] roezemoezen*
gonzen 1524 [
wnt
] {3.1/5}
roffelen*
op de trommel slaan 1825-1833 [
wnt
rog*
kraakbeenvis 1287 [
cg
NatBl]
rogge
graansoort 1240 [Bern.] rohypnol
slaapmiddel dat met drugs het geweten uitschakelt 1992 [
gvd
] rok*
kledingstuk 1100 [Willeram] {1.2.3}
rokade
dubbele zet in schaakspel 1875 [Aanv
wnt
] roken*
rook afgeven 1240 [Bern.]
roken*
de rook van tabak genieten 1668 [
wnt
tabak] {1.3}
rokken*
onderdeel van spinnewiel 1240 [Bern.]
rol
opgerold stuk 1280-1290 [
cg i
] rollade
opgerold stuk vlees 1828 [
wnt
] rollator
looprek 1999 [
gvd
] rollebollen*
tuimelen, buitelen 1873 [
wnt
] {3.1}
rollen
zich wentelend voortbewegen 1285 [
cg
Rijmb.] rollerskate
rolschaats 1992 [De Coster 1999] rolmops*
opgerolde haring 1910 [
wnt
rollen]
rolschaats
schaats op wieltjes 1888 [
wnt
] {4.1.10}
roltrap*
rollende trap voor personenvervoer 1927 [Van Gelderen, Duitsch wrdb.]
roman
verhaal 1642 [
wnt
] romance
volkslied 1485 [
mnw
] romance
liefdesavontuur 1961 [
gvd
] romancier
romanschrijver 1824 [
wei
] romantiek
romantische richting in de literatuur 1847 [
kku
] romantisch
tot de verbeelding sprekend, onwerkelijk 1835 [
wnt
] rombus
scheve vierhoek 1658 [
wnt
] römertopf
ongeglazuurde stoofpot 1984 [
gvd
] rommel*
bende 1866 [
wnt
rommelen*
een dof geluid maken 1461 [
hws
] {3.1}
romp*
torso 1357 [
mnw
rompslomp*
lastige drukte 1901 [
wnt
] {3.1}
rond
bolvormig 1236 [
cg i
1, 24] rond
voorzetsel 1836-1838 [
wnt
] {4.2}
rondborstig
openhartig 1704 [Hannot&Hoogstraten]
ronde
rondgang van patrouille 1485 [
mnw
] rondeau
rondeel 1824 [
wei
] rondedans
dans in een kring 1599 [
wnt
] {4.1.15}
rondeel
kort gedicht 1501-1525 [Mak] rondo
muziekstuk 1772 [Bouvink] rondom*
voorzetsel 1488 [
mnw
] {4.2}
rondom*
bijwoord van plaats 1550 [
mnw
rondwaren*
ronddwalen 1812 [
wnt
ronken*
snorren 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {3.1}
ronselen
werven 1720 [
wnt
] röntgenstralen
kortgolvige elektromagnetische straling 1896 [Aanv
wnt
rood*
kleurnaam 1156 [Claes] {2.3/4.1.5}
roodborstje*
zangvogel 1494 [
mnw
] {3.1}
roodhuid*
indiaan 1884 [
wnt
] {3.1/5}
roodvonk*
ziekte 1672 [
wnt
roof*
wondkorst 1351 [
mnw
roofbouw
roekeloze exploitatie 1868 [
wnt
] roofdier*
zoogdier dat van vlees leeft 1761 [
wnt
roofvogel*
vogel die van vlees leeft 1573 [
wnt
rooien*
ontwortelen 976-1000 [Künzel] {2.3}
rook*
damp 901-1000 [
wps
rookworst*
gerookte worst 1746 [
wnt
] {4.1.6}
room*
vette deel van melk 1286 [
cg
I2, 1094] {3.1/4.1.6}
roomboter
van room gemaakte boter 1710 [
wnt
] {4.1.6}
roos
bloem 1240 [Bern.] roosten*
roosteren 1350 [
mnw
rooster*
raamwerk 1240 [Bern.]
roosteren*
op een rooster braden 1715 [
wnt
] {3.1}
roquefort
schapenkaas 1863 [Rijnhart] rorschachtest
psychologische test 1961 [
gvd
ros
paard 1401-1450 [
mnw
] ros
kleurnaam 1546 [Claes] rosarium
rozentuin 1891 [
wnt
remontant] [pagina 1064]
[p. 1064]
rosbief
geroosterd rundvlees 1692 [
wnt
] rossen*
woest rijden 1590 [
wnt
rossen
afranselen 1659 [
wnt
rossen
roskammen 1692 [
wnt
rossinant
knol 1669 [
wnt
] rot
rij militairen van opzij gezien 1285 [
cg
Rijmb.] rot*
bedorven 1407 [
hws
rotan
Spaans riet 1596 [
wnt
] rotatie
het ronddraaien 1813 [
wnt
wissel
] roten*
stengels vochtig houden 1287 [
cg
NatBl]
roteren
ronddraaien 1897 [
wnt
uiteengaan] rotgans
eendachtige 1504 [Toll.] roti
brood 1912 [
kku
] rotisserie
grillrestaurant 1984 [
gvd
] rotje*
vuurwerk 1871 [
wnt
rotogravure
reproductieprocédé 1926 [
wnt
aquatint]
rotonde
verkeersplein 1976 [
gvd
] rotor
schroef 1907 [Aanv
wnt
] rots
steenmassa 1285 [
cg
Rijmb.] <
me
Latijn
rotten*
verrotten 1287 [
cg
NatBl]
rotting
wandelstok 1634 [Toll.] rottweiler
hondensoort 1928 [Sanders 1995] rotzak
scheldwoord 1692 [
wnt
rotzooi*
bende 1924 [
wnt
rot]
rouge
rode schmink 1779 [Aanv
wnt
] rouleren
in omloop zijn, wisselen 1706 [
wnt
] roulette
hazardspel 1738 [
wnt
] route
weg 1643 [
wnt
wel
] routeplanner
elektronisch reisboekje 1996 [De Coster 1999]
routine
vaardigheid, sleur 1781-1782 [
wnt
] routinier
iemand die over grote ervaring beschikt 1824 [
wei
] rouw*
smart 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
rouwdouw
ruwe kerel 1961 [
gvd
] roux
saus van gebruinde boter 1863 [Rijnhart] roven*
wegnemen 1130 [Rey] {2.2}
royaal
onbekrompen, gul 1672 [
wnt
] royalty
aandeel in de opbrengst 1912 [
kku
] royeren
als lid schrappen 1721 [
wnt
] roze
kleurnaam 1485 [
mnw
] rozemarijn
heester 1515 [Claes Tw. 12] rozenkrans
gebedenreeks 1451-1500 [
mnw
rozennobel
munt 1520 [
wnt
] rozet
ornament 1859 [
wnt
] rozijn
gedroogde druif 1288 [
cg
I2, 1337] rsi
muisarm 1994 [Sanders 2001] rubato
met vrije tempobehandeling 1839 [Natan] rubber
caoutchouc 1903 [Prick 1903] rubidium
chemisch element 1886 [
kku
] rubriek
opschrift 1599 [Kil.] rubriek
afdeling 1884 [
wnt
] ruche
geplooid oplegsel 1896 [Aanv
wnt
] rudiment
eerste begin 1650 [
mey
] rufiyaa
munteenheid van Malediven 1960 [Enc. Munten en Bankbiljetten] ruft*
scheet 1974 [Endt] {3.1/4.4}
rug*
achterzijde 901-1000 [
wps
rugby
balspel 1879 [Sanders 1995] ruggelings*
op de rug, achterover 1666 [
wnt
] {1.2.4}
ruggengraat*
wervelkolom 1573 [
wnt
ruggespraak
overleg tussen afgevaardigden en lastgevers 1655 [
wnt
] rugzak
op de rug gedragen zak 1924 [
wnt
z.j.] ruien
periodiek haren verliezen 1567 [
wnt
ruif
traliewerk waarachter hooi ligt 1696 [
wnt
] ruig*
ruw 1292 [
cg
I3, 1786]
ruigpoot
scheldwoord voor mannelijke homoseksueel 1961 [
gvd
ruiken*
een geur geven of opnemen 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.4}
ruilen*
verwisselen 1506 [
mnw
ruim*
uitgestrekt 698-699 [Künzel] {2.3}
ruimschoots*
rijkelijk 1787 [
wnt
ruimte*
plaats om zich te bewegen 1564 [
wnt
] {3.1}
ruimteveer*
raketvliegtuig voor buitenaards verkeer 1982 [R84] {3.1/4.1.10}
ruin*
gecastreerde hengst 1460-1486 [
mnw
] {4.1.3}
ruïne
bouwval 1350 [
mnw
] ruïneus
verderfelijk 1653 [
wnt
] ruisen*
geluid van een stroom maken 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
ruisvoorn*
beenvis 1710 [
wnt
[pagina 1065]
[p. 1065]
ruit
plantengeslacht 1253 [
cg ii
1 Gezondh.] ruit
scheef vierkant 1447 [
mnw
ruit
vensterruit 1573 [Plantijn]
ruiten
kleur in kaartspel 1612 [
wnt
klaveren
] {4.1.18}
ruiter
paardrijder 1573 [Plantijn] <
me
Latijn
ruiterij
cavalerie 1599 [Kil.] ruizemuizen*
gonzen 1865-1870 [
wnt
] {3.1}
rukken*
trekken 1376-1400 [
mnw
rul*
korrelig 1714 [
wnt
rum
drank van suikerriet 1750 [
wnt
] rumba
dans 1922 [Aanv
wnt
] rumoer
lawaai 1380 [
mnw
] run
stormloop 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] rund*
herkauwer 1377-1378 [
mnw
] {4.1.3}
rune
Oudgermaans schriftteken 1799-1811 [
wnt
] runnen
exploiteren 1961 [Elseviers weekblad 5/8/61, 12] runner-up
in de laatste ronde verslagen mededinger 1912 [
kku
] rups*
vlinderlarve 1240 [Bern.]
ruptuur
breuk 1650 [
mey
] ruraal
landelijk 1847 [
kku
] rus*
bies 1174 [Claes] {2.3}
rus
rechercheur 1906 [
moo
rush
paniekbestorming 1912 [
kku
] rust*
stilte, ontspanning 1240 [Bern.]
rusten*
uitrusten, rust nemen 1240 [Bern.]
rustend*
pensioen trekkend 1894 [
wnt
rusten] {4.1.4}
rustiek
landelijk 1924 [
wnt
] rustig*
bedaard, kalm 1475 [
mnw
ruthenium
chemisch element 1872 [
gvd
] rutherford
eenheid van radioactiviteit 1978 [
wp
techn. enc.]
ruw*
ruig 1199 [Claes] {2.3}
ruwaard
landvoogd 1265-1270 [
cg
Lut.K] ruzie
twist 1644 [
wnt
saai
weefsel 1277 [
cg i
1, 352] saai
vervelend 1844 [
wnt
sabayon
een nagerecht 1984 [Blue Band Basiskookboek] sabbat
joodse rustdag 1253 [
cg i
1, 44] sabbelen*
kluivend zuigen 1591 [
wnt
] {3.1}
sabel
zwart bont, sabelbont 1260-1280 [
cg ii
1 Nibel.] sabel
zwart (in de heraldiek) 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.5}
sabel
slagwapen 1602 [
wnt
] sabeldier
marterachtige 1761 [
wnt
vos
] {4.1.3}
saboteren
belemmeren uit protest 1920 [
wnt
] sabra
in Israël geboren Israëliër 1986 [
koe
] sacharine
zoetstof 1888 [
wnt
] sachertaart
taartsoort 1992 [
gvd
] sachet
zakje 1912 [
kku
] sacraal
heilig 1919 [Aanv
wnt
sacrament
(r.-k.) wijding 1236 [
cg i
1, 26] sacramenteel
tot het sacrament behorend 1888 [
wnt
verzevenen] sacreren
heiligen 1285 [
cg
Rijmb.] sacrificie
offer 1285 [
cg
Rijmb.] sacristie
kerkvertrek 1350 [
mnw
] sacrosanct
heilig 1925 [Aanv
wnt
] sadisme
lust tot kwellen 1898 [
gvd
] sado
rijtuigje waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten 1912 [
kku
] {4.1.10}
sadomasochisme
geslachtsverkeer, gepaard met kwelling 1970 [Recht voor raap]
safari
karavaantocht 1947 [Aanv
wnt
] safe
veilig 1886 [
kku
] saffie
sigaret 1937 [Van Bolhuis] {4.1.6}
saffier
edelgesteente 1240 [Bern.] saffraan
specerij 1287 [
cg
NatBl] saffraan
gele kleur 1287 [
cg
NatBl] saga
naam van een literair genre dat in de 13e eeuw op IJsland tot bloei kwam 1847 [
kku
] sage
volksverhaal 1483 [
mnw
] sago
voedingsmiddel 1646 [De Jonge
ii
, 394] sahib
heer 1992 [
gvd
] saillant
opvallend 1824 [
wei
] sajet
gesponnen wol 1599 [Kil.] sajoer
groentesoep 1912 [
kku
] sake
alcoholische drank, (rijst)wijn 1676 [
wnt
rijst
] sakkerju
tussenwerpsel: bastaardvloek 1984 [
gvd
] sakkerloot
tussenwerpsel: bastaardvloek 1612 [
wnt
] {4.3}
salade
slagerecht 1544 [Dod.] [pagina 1066]
[p. 1066]
salamander
tweeslachtig dier 1287 [
cg
NatBl] salami
soort worst 1847 [
kku
] salaris
bezoldiging 1282 [
cg i
1, 639]
saldo
overschot 1569 [De Bruijn Tw. 10] sales manager
verkoopleider 1970 [Recht voor raap] salie
plantengeslacht 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] salinisch
zilt 1847 [
kku
] saliniteit
zoutheid 1976 [
gvd
] salmiak
soort drop 1936 [
wnt
z.j.] salmonella
bacterie 1934 [De Bruine Ploos van Amstel, Medische Enc.] salomonszegel
plant 1543 [Heukels]
salon
ontvangkamer 1863-1872 [
wnt
] saloondeuren
halfhoge naar twee kanten klappende verticaal gescheiden deuren 1984 [
gvd
salopette
tuinbroek 1976 [
gvd
] salpeter
kaliumnitraat 1373 [
mnw
] <
me
Latijn
salsa
muzieksoort 1991 [Spectrum Muziek lexicon] salto
sprong 1772 [Bouvink] salueren
militair groeten 1861 [
wnt
] saluki
hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] saluut
militaire groet 1822 [
wnt
] saluut
tussenwerpsel: groet 1866 [
wnt
] salvo
het gelijktijdig afvuren van vuurwapens (ter begroeting) 1592 [Schulten Tw. 9] samarium
chemisch element 1912 [
kku
] samba
dans 1949 [Aanv
wnt
] sambal
kruiderij 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 32] samoerai
Japanse ridderstand 1929 [
kwt
] samojeed
hondensoort 1950 [
gvd
] {4.1.3}
samowa(a)r
toestel om thee te zetten 1886 [
kku
] sampan
kustvaartuig 1658 [
wnt
] sample
staaltje 1967 [Aanv
wnt
] samsam
bijwoord van hoedanigheid: samen 1934 [Aanv
wnt
] sanatorium
herstellingsoord 1907 [
wnt
tuberculose] sanctie
goedkeuring 1818 [
wnt
] sanctie
dwangmiddel 1910 [
kwt
] sanctioneren
goedkeuren 1830 [
wnt
wettig
] sanctuarium
heiligdom 1600 [
wnt
vurenhout] sandaal
schoeisel 1477 [Teuth.] sandelhout
houtsoort 1595 [
wnt
sander
beenvis 1804 [
wnt
] sandhi
assimilatie in doorlopende rede 1912 [
kku
] sandinist
Nicaraguaanse vrijheidsstrijder 1979 [Verschueren]
sandwich
twee sneetjes brood met beleg 1910 [
wnt
] saneren
gezond maken 1935 [
wnt
koopje] sangfroid
koelbloedigheid 1865 [
kvw
] sangria
soort bowl 1779 [
wnt
punch] sanhedrin
Hoge Raad 1622 [
wnt
nergens] sanitair
m.b.t. de gezondheid 1879-1880 [
wnt
prostitutie] sansculotte
revolutionair uit Franse revolutie 1824 [
wei
] sanseveria
plant 1855 [Sanders 1993] sant
heilige 1265-1270 [
cg
Lut.K] santé
tussenwerpsel: gezondheid! 1872 [
gvd
] sap*
vocht 1240 [Bern.] {4.1.6}
sappelen
ploeteren 1898 [
wnt
] sapperloot
tussenwerpsel: bastaardvloek 1793 [
wnt
sapper-] {4.3}
sapristi
tussenwerpsel: krachtterm 1918 [
wnt
tuiten
ii
] sarabande
dans 1670 [
wnt
] sarcasme
bijtende spot 1806 [
wnt
gesnor] sarcofaag
doodkist 1872 [
gvd
] sarcoom
kwaadaardig gezwel 1604 [
wnt
uitwassching] sardine
beenvis 1377 [
mnw
] sardonisch
boosaardig grijnzend 1847 [Aanv
wnt
] sardonyx
gesteente 1287 [
cg
NatBl] sari
vrouwenkledingstuk 1886 [
kku
] sarong
kledingstuk 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 39b] sarren
plagen 1357 [
mnw
] [pagina 1067]
[p. 1067]
sas
sluis 1551 [Toll.] sas
mengsel voor vuurwerk 1785 [Toll.] sassafras
een laurierachtige 1608 [
wnt
] sassen*
pissen 1950 [
gvd
] {3.1/4.4}
Satan
duivel 1285 [
cg
Rijmb.] saté
geroosterd vlees aan stokje 1910 [Prick 1910] satelliet
hemellichaam dat een ander begeleidt 1763 [
wnt
wachter] satelliet
kunstmaan 1961 [
gvd
] sater
halfgod 1563 [
wnt
trekken] satijn
glanszijde 1599 [Kil.] satire
hekelschrift 1811 [
wnt
stekelig] satirisch
hekelend 1838 [
wnt
] satisfactie
voldoening, genoegdoening 1498 [
hws
] satraap
Perzisch stadhouder 1615 [
wnt
krijg] saturatie
verzadiging 1780 [
hou iii
, 1, 151] saucijs
worstsoort 1477 [Teuth.] saumon
zalmkleurig 1929 [
kwt
] sauna
stoombad 1951 [Aanv
wnt
] sauriër
voorhistorische hagedis 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 58]
saus
soort jus 1240 [Bern.] sauteren
snel bruin bakken 1866 [Aanv
wnt
] sauveren
de hand boven het hoofd houden 1839 [
wnt
afkomen] savanne
grasvlakte 1630 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] savooiekool
koolsoort 1599 [Kil.] {4.1.6}
savoureren
met smaak genieten 1844 [Aanv
wnt
] sawa
nat rijstveld 1706 [
wnt
] saxofoon
blaasinstrument 1870 [Aanv
wnt
] S-bocht
S-vormige bocht 1950 [
gvd
] scabiës
schurft 1761 [
wnt
waterblaas] scabreus
gewaagd 1650 [
mey
] scala
reeks 1772 [Bouvink] scalp
schedelhuid met haar 1847 [
kku
] scalpel
mes 1806 [
wnt
] scampi
garnalen 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] scanderen
het metrum doen uitkomen 1824 [
wei
] scandium
chemisch element 1886 [
kku
] scanner
optisch apparaat dat beeld e.d. aftast 1961 [
gvd
] scapulier
schouderkleed 1477 [Teuth.] scarabee
mestkever 1847 [Aanv
wnt
] scarificatie
insnijding van de huid 1597 [
wnt
kop
ii
] scarlatina
roodvonk 1832 [
wei
] scat
betekenisloze reeks klanken bij het zingen 1986 [
koe
] scenario
draaiboek 1832 [
wei
] scène
deel van toneelstuk 1800 [
wnt
] scepsis
twijfel 1847 [
kku
] scepter
koningsstaf 1287 [
cg
NatBl] sceptisch
geneigd tot twijfel 1840 [
wnt
] schaaf*
gereedschap 1401-1500 [
mnw
schaakmat
het schaak staan van de koning 1709 [
wnt
] schaal*
schil 1174-1176 [Rey] {2.2}
schaal*
schotel 1302 [
mnw
schaal
maatstaf voor verhouding 1864 [
wnt
] schaamdeel*
geslachtsdeel 1724 [
wnt
] {4.4}
schaamte*
gevoel van onbehagen over gemaakte fouten 1285 [
cg
Rijmb.]
schaap*
herkauwer 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
schaar*
aandeel in de meent 855 [Slicher] {2.4}
schaar*
menigte 1080 [Rey] {2.2}
schaar*
werktuig om te knippen 1240 [Bern.]
schaarde*
kerf 1165 [Rey] {2.2}
schaars
weinig voorhanden 1351-1400 [
mnw
] schaats
ijzeren voetsteun om over ijs te gaan 1567 [Claes] schacht*
stok, kokervormig omhullend deel 901-1000 [
wps
schade*
nadeel, beschadiging 1237 [
cg i
1, 34]
schaduw*
silhouet, schim 1300 [
mnw
] {1.3}
schaffen
tot stand brengen, bezorgen 1350 [
mnw
] schaften*
eten tijdens werkonderbreking 1886 [
wnt
schakel*
kettingring, verbinding 1376 [
mnw
] {3.1}
schaken*
een vrouw ontvoeren 1181-1190 [Rey] {2.2}
schaken
schaakspelen 1340 [
mnw
] {4.1.18}
schakeren
met afwisseling schikken 1340 [
mnw
schakering
kleurnuance 1681 [
wnt
vloer
schalk*
grappenmaker 1782 [
wnt
] {1.2.3}
schallen*
krachtige klank voortbrengen 1477 [Teuth.] {3.1}
[pagina 1068]
[p. 1068]
schalm*
schakel 1697 [
wnt
] {3.1}
schalmei
blaasinstrument 1351-1400 [
mnw
] schamel*
armoedig 1265-1270 [
cg
Lut.K]
schamen*
generen 901-1000 [
wps
schampen
afglijden 1350 [
mnw
] schamper*
spottend 1477 [Teuth.]
schandaal
aanstoot 1566 [Toll.] schande*
oneer 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
schans
versterkingswerk 1566-1568 [
wnt
] schap*
plank 1433 [
mnw
schappelijk*
redelijk 1599 [Kil.]
schar*
beenvis 1567 [Claes]
scharen*
toewijzen van aandeel in de markgronden 1404 [
mnw
scharlaken
rode stof, rood 1263 [
cg i
1, 81] <
me
Latijn {4.1.9}
scharminkel
zeer mager mens of dier 1621 [
wnt
scharnier
beweeglijke verbinding 1732 [
wnt
] scharrelboer*
boer die scharreldieren houdt 1991 [Van Dale Synoniemenwrdb.] {3.1/4.1.13}
scharrelen*
rommelen 1783 [Claes] {3.1}
schat*
waardevol bezit 1240 [Bern.]
schateren*
helder weerklinken 1350 [
mnw
] {3.1}
schatrijk
zeer rijk 1635 [
wnt
schattebout*
liefkozende benaming 1929 [
wnt
po]
schaven*
gladmaken 1240 [Bern.]
schavot
stellage voor lijfstraf 1340-1350 [
mnw
] schavuit*
schelm 1599 [Kil.]
schede*
omhulsel 1240 [Bern.]
schede*
vagina 1807 [
wnt
] {4.4}
schedel*
hersenpan 901-1000 [
wps
] {3.1}
scheef*
schuin 1477 [Teuth.]
scheel*
loens 1240 [Bern.]
scheen*
voorzijde van onderbeen 1080 [Rey] {2.2}
scheer
rotseilandje 1617 [
wnt
] scheerling*
plant 1240 [Bern.]
scheet*
wind 1440 [Glossarium Harlemense] {4.4}
scheiden*
verbinding verbreken 1100 [Willeram]
scheikunde
chemie 1772 [Toll.] scheil*
darmvlies 1769-1811 [
wnt
schel*
bel 1240 [Bern.]
schel*
luid klinkend 1626 [
wnt
schelden*
tieren 901-1000 [
wps
scheleend*
eendachtige 1872 [
gvd
schelen*
afwijken 1290 [
cg ii
1 En.Codex]
schelf*
hoop hooi e.d. 1377-1378 [
mnw
schellak
gomlak 1766 [Sewel/Buys]
schellen*
bellen 1100 [Willeram] {3.1}
schelling*
zesstuiverstuk 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.12}
schellinkje*
laagste schouwburgrang 1872 [
gvd
schelm
deugniet 1557 [Dod.] schelp*
schaal (van weekdier) 1287 [
cg
NatBl]
schelvis*
beenvis 1101-1200 [Tavernier] {2.4/3.1}
schema
overzicht 1648 [
wnt
voorbijgaan] schemeren*
tussen licht en donker zijn 1285 [
cg
Rijmb.]
schenden*
schade berokkenen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
schenkel*
onderbeen 1267 [
cg i
] {3.1/4.1.6}
schenken*
gieten 1100 [Willeram]
schenken*
geven 1100 [Willeram]
schennis*
het schenden 1301-1400 [
mnw
] {3.1}
schepel*
inhoudsmaat 1343-1345 [
mnw
] {3.1}
schepen*
overheidspersoon 1165 [Rey] {2.2}
scheppen*
putten 1100 [Willeram]
scheppen*
creëren 1240 [Bern.]
scheren*
baard afsnijden 1100 [Willeram]
scheren*
ordenen, ketting inscheren 1120 [Rey] {2.2}
scherenkust
kust met insnijding 1924 [
gvd
scherf*
stuk van gebroken voorwerp 1240 [Bern.]
schering*
ketting van een weefsel 1240 [Bern.]
scherm*
bescherming 1401-1450 [
mnw
] {3.1}
schermen*
vechten met degen 1240 [Bern.] {4.1.18}
schermutselen
kleine gevechten houden 1704 [Hannot&Hoogstraten] scherp*
puntig 901-1000 [
wps
scherprechter*
beul voor doodstraffen 1454-1473 [
mnw
scherts
gekheid 1477 [Teuth.] scherzo
vrolijk muziekstuk 1832 [
wei
] schets
ontwerp 1617 [
wnt
] schetteren*
schel geluid geven 1556 [
wnt
] {3.1}
scheur*
barst 1265-1270 [
cg
Lut.K]
scheurbuik
gebreksziekte 1554 [Dod.] scheut*
loot 1285 [
cg
Rijmb.]
scheut*
korte pijn 1808 [
wnt
schibbolet, sjibbolet
herkenningswoord 1805 [
wnt
] schicht*
pijl 1240 [Bern.] {4.1.1}
schicht*
oude auto 1998 [R99] {4.1.10/4.4}
[pagina 1069]
[p. 1069]
schichtig*
schuw 1599 [
wnt
schielijk*
haastig 1475 [
mnw
schier*
wit, grijs, grauw 901-1000 [
wps
] {4.1.5}
schier*
bijwoord van hoedanigheid: snel, bijna 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
schiereiland
deel van continent dat aan één kant uitsteekt 1852 [
wnt
schieten*
projectiel met werktuig werpen 901-1000 [
wps
schieten*
snel bewegen 1285 [
cg
Rijmb.]
schietgebed*
kort, haastig gebed, vooral in noodsituaties 1649 [
wnt
schiften*
sorteren 1296-1297 [Claes Tw. 12]
schiften*
door stremmend eiwit ongelijkmatig worden 1573 [Plantijn]
schijf*
platrond voorwerp 1240 [Bern.]
schijnen*
stralen 1100 [Willeram]
schijnwerper
zoeklicht 1937 [
wnt
vleugel
] schijten*
poepen 1360 [
mnw
] {4.4}
schik*
pret 1802 [
wnt
] {1.1}
schikgodin*
godin die over leven en dood beslist 1671 [
wnt
schikken]
schikken*
regelen, ordenen 1357 [
mnw
schil*
buitenste bekleding van een vrucht 1285 [
cg
Rijmb.]
schild*
verdedigingswapen, plaat 1100 [Willeram] {4.1.14}
schilder*
verver 1270 [
cg i
1, 176] {4.1.13}
schilderen*
verven 1485 [
mnw
] {3.1}
schilderij
schilderstuk 1617 [
wnt
schildklier*
klier die tegen het schildvormige kaakbeen ligt 1865 [
wnt
schildpad*
schildpadachtige 1611-1620 [
wnt
schilfer*
afgebroken blaadje 1546 [Claes]
schillen*
van de schil ontdoen 1240 [Bern.]
schillenboer*
iem. die aardappelschillen voor veevoer ophaalt 1912 [
wnt
schil
] {4.1.13}
schillerhemd
hemd met open kraag 1950 [
gvd
schilling
munteenheid van Oostenrijk 1930 [Oosthoek's geïll. enc. 2] schim*
schaduw 1437 [
mnw
schimmel*
uitslag door vocht 1477 [Teuth.] {3.1}
schimmel
wit paard 1567 [Claes] schimpscheut*
hatelijke toespeling 1599 [Kil.]
schip*
vaartuig 1076-1100 [Claes] {2.3/4.1.11}
schip*
deel van kerkgebouw 1438 [
mnw
schipperen*
naar omstandigheden handelen 1908 [
wnt
schipperke*
hondensoort 1914 [
gvd
] {4.1.3}
schisma
scheuring 1872 [
gvd
] schitteren*
glinsteren 1617 [
wnt
] {3.1}
schizofrenie
gespletenheid in de persoonlijkheid 1930 [Vd Sijs 1998] schlager
successtuk 1912 [
kku
] schlemiel
slappeling 1906 [Aanv
wnt
] schmink
grimeersel 1906 [Aanv
wnt
] schnabbelen
bijverdienen (van artiest) 1961 [
gvd
] schnautzer
hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] schnitzel
gepaneerd vlees 1968 [
kwt
] schobbejak
schurk 1619 [
wnt
] schobberdebonk*
bonnefooi 1908 [
wnt
revolutie]
schoeien*
van schoenen voorzien 1265-1270 [
cg
Lut.K]
schoelje
schurk 1700 [
wnt
] schoen*
voetbekleedsel 1240 [Bern.] {1.2.4/4.1.9}
schoener
schip 1809 [Toll.] schoenmaker*
die oude schoenen oplapt 1288 [
cg
I2, 1340] {4.1.13}
schoep*
schuin bord op rad 1827 [
wnt
schoffel*
tuingereedschap 1651 [
wnt
] {3.1}
schofferen
onteren 1285 [
cg
Rijmb.] schoft
schouder 1573 [Claes] schoft
gemene vent 1690 [Toll.] schok*
telwoord: 60 (in houthandel), 20 (van eieren) 1477 [Claes] {4.2}
schokken*
stoten, schudden 1562 [Dict. Tetraglotton]
schokker
schip 1590 [
wnt
] {4.1.11}
schokschouderen*
de schouders ophalen 1839 [
wnt
] {3.1}
schol*
beenvis 1346 [
mnw
schol*
drijvend stuk ijs 1395 [
mnw
] {4.1.1}
scholastiek
schoolse wijsheid 1631 [
wnt
] scholier
leerling 1248-1271 [
cg
Antwerps Obituarium] schollevaar*
pelikaanachtige 1287 [
cg
NatBl]
schommel*
opgehangen speeltuig waarop men heen en weer kan gaan 1714 [
wnt
] {4.1.18}
schommelen*
(zich) heen en weer bewegen 1501-1550 [
wnt
schommelen
schonk*
bot 1626 [
wnt
schoof*
bundel halmen 1240 [Bern.]
schooien*
bedelen 1708 [
wnt
school
onderwijsinstelling 1240 [Bern.] school
schare, groep 1287 [
cg
NatBl]
schoon*
rein, mooi 901-1000 [
wps
] {1.3/3.1/5}
schoonbroer*
zwager 1555 [Claes] {4.1.4}
[pagina 1070]
[p. 1070]
schoondochter*
behuwddochter 1477 [
mnw
] {4.1.4}
schoonmoeder*
behuwdmoeder 1477 [
mnw
] {4.1.4}
schoonvader*
behuwdvader 1477 [
mnw
] {4.1.4}
schoonzoon*
behuwdzoon 1470 [
mnw
] {4.1.4}
schoonzuster*
behuwdzuster 1555 [Claes] {4.1.4}
schoor*
steunbalk 1343-1346 [
mnw
schoorsteen*
rookkanaal 1240 [Bern.] {3.1}
schoorsteenveger*
iem. die schoorstenen schoonmaakt 1596 [
wnt
] {4.1.13}
schoorvoetend*
aarzelend 1609 [
wnt
] {3.1}
schoot*
deel van lichaam 777 [Claes] {1.2.3/2.3}
schoot*
kledingstuk 1440 [
mnw
schoot*
lijn die onderaan de buitenkant van de zeilboom aangrijpt om de stand ervan te regelen 1567 [Junius 253a-b] {1.2.3}
schop*
schep 1370 [
mnw
schoppen*
met de voet treffen 1390 [
mnw
schoppen*
kleur in kaartspel 1612 [
wnt
klaveren
] {4.1.18}
schopstoel*
strafwerktuig 1366 [
mnw
schor*
aangeslibd land 918-948 [Künzel] {2.3}
schor*
hees 1617 [
wnt
] {3.1}
schorem
uitvaagsel 1906 [Köster Henke] schoren*
steunen 1423 [
mnw
schorpioen
spinachtige 1287 [
cg
NatBl] schorr(i)emorrie*
uitschot 1698-1700 [
wnt
] {3.1}
schors
bekleding van gewas 1240 [Bern.] schorsen
uitstellen 1300 [
mnw
] schorseneer
plant 1663 [Claes] schort*
boezelaar 1442 [
mnw
schorten
ontbreken 1429 [
mnw
] schot*
belasting 1176 [Rey] {2.2}
schot*
het schieten 1819 [
wnt
schotel
schaal 1240 [Bern.] <
me
Latijn
schots*
ijsschol 1599-1607 [Kil.] {4.1.1}
schotschrift
schimpschrift 1638 [
wnt
schouder*
deel van romp tussen arm en hals 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
schout*
bestuursambtenaar 1137 [Studia Frisica 1969, 41] {2.4/3.1}
schout-bij-nacht*
vlagofficier 1610 [
wnt
] {4.1.14}
schouw*
bezichtiging 1284 [
mnw
schouw*
boot 1317 [
mnw
] {4.1.11}
schouw
schoorsteen 1546 [
mnw
] schouwburg*
theater 1637 [
wnt
schouwen*
kijken 901-1000 [
wps
schouwspel*
tafereel 1598 [
wnt
afgrijselijk Suppl]
schraag*
draagconstructie 1294 [
cg i
Brugge]
schraal*
mager 1599 [Kil.]
schram*
kras 1342 [
mnw
schram*
gecastreerd jong varken 1886 [
wnt
] {4.1.3}
schrammelmuziek
Oostenrijkse populaire muziek 1950 [Kleine
wp
1203] schrander*
slim 1621 [
wnt
schransen
overvloedig eten 1599 [kil] schrap*
inkrassing 1573 [Plantijn]
schrapen*
afkrabben, bijeenbrengen 1439 [
mnw
schrappen*
(weg)strepen 1406 [
mnw
schrede*
stap 1240 [Bern.]
schreef*
streep 1350 [
mnw
schreeuwen*
luid roepen 1479 [
mnw
] {3.1}
schreien*
huilen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
schriel*
mager 1810 [
wnt
schriel*
gierig 1866 [
wnt
schrift
het schrijven, het geschrevene 1240 [Bern.]
schriftuur
geschrift 1240 [Bern.] schrijden*
waardig lopen 1276-1300 [
cg
Lut.A]
schrijfmachine
typemachine 1875 [
wnt
typewriter]
schrijfsel
geschrift 1923 [
wnt
schrijven]
schrijlings*
met de benen uiteen 1615 [
wnt
schrijn
kistje 1240 [Bern.] schrijnen
pijnlijk zijn 1648 [Toll.] schrijven
lettertekens neerzetten 1100 [Willeram] schrikkeljaar*
jaar dat met een dag verlengd is 1301-1400 [
mnw
] {3.1/4.1.7}
schrikken*
ontstellen 1599 [kil]
schril*
scherp 1630 [Toll.] {3.1}
schrobben*
schoonboenen 1477 [Teuth.] {3.1}
schrobbering*
uitbrander 1784-1785 [
wnt
schrobzaag*
handzaag 1863 [
wnt
schroef
staafje met schroefdraad 1573 [Plantijn] schroeien*
oppervlakkig verbranden 1618 [
wnt
schrokken*
gulzig eten 1715 [
wnt
schromen*
aarzelen 1357 [
mnw
schroot*
reep gezaagd hout 1827 [
wnt
schroot
oud ijzer 1855-1856 [
wnt
] schub*
plaatje op bv. vissenhuid 1480 [Lezen in Geld. en Overijs. bronnen 65]
schubdier*
insectenetend zoogdier 1761 [
wnt
] {4.1.3}
schuchter
bedeesd 1803 [Toll.] schuddebollen*
knikkebollen 1617 [
wnt
] {3.1}
[pagina 1071]
[p. 1071]
schudden*
heen en weer bewegen 1240 [Bern.]
schuier
borstel 1623 [
wnt
schuifelen*
zich schuivend voortbewegen 1671 [
wnt
] {3.1}
schuilen*
zich verbergen 1240 [Bern.]
schuilgaan*
zich verschuilen 1710 [
wnt
schuim*
blaasjes op vloeistof 1240 [Bern.] {3.1}
schuimbekken
schuim op de mond vormen 1618 [
wnt
] {3.1}
schuimplastic
kunststof met schuimige structuur 1955 [Aanv
wnt
schuimrubber
rubberproduct 1950 [Aanv
wnt
schuin*
scheef 1599 [
wnt
schuit*
vaartuig 1163 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff] {2.4/4.1.11}
schuiven*
voortbewegen zonder op te tillen 1287 [
cg
NatBl]
schuld*
verplichting 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
schulp*
schaal van weekdier 1351 [
mnw
schulpen*
schelpvormig uitsnijden 1860-1861 [
wnt
schunnig
obsceen 1843 [
wnt
] schuren
drukkend wrijven 1287 [
cg
NatBl] <
me
Latijn
schurft*
huidziekte 1351 [
mnw
schurk
boef 1701 [Toll.] schurken
(zich) wrijven 1623 [
wnt
schutten*
tegenhouden 1240 [Slicher 136] {2.4}
schutten*
sluizen 1477-1485 [
mnw
schutter*
persoon die schiet 1240 [Bern.]
schutterig*
onhandig 1806 [
wnt
schuur*
loods 1240 [Bern.]
schuwen*
bang zijn, vermijden 1100 [Willeram]
schwalbe
val in het strafschopgebied om een penalty toegekend te krijgen 1997 [De Coster 1999] schwung
vaart 1938 [Aanv
wnt
] science
natuurwetenschap 1974 [Posthumus] sciencefiction
toekomstverhaal met technische uitvindingen als uitgangspunt 1955 [Aanv
wnt
] sclerose
weefselverharding 1939 [
wnt
angina Suppl] scone
Engelse cakesoort 1989 [Peptalk] scontro
kladkasboek 1847 [
kku
] scoop
primeur (van nieuws) 1968 [
kwt
] scooter
tweewielig motorvoertuig 1951 [De Vooys] scope
strekking 1989 [Peptalk] score
uitslag 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] scotch
Schotse whisky 1978 [Complete drankenenc.] scout
padvinder 1912 [
kku
] scrabble
letterpuzzel 1957 [
wp
jaarboek 1958] scrambler
spraakvervormer 1984 [
gvd
] screenen
nauwkeurig onderzoeken 1954 [De Vooys] screensaver
computerprogramma dat het beeldscherm beschermt 1997 [De Coster 1999] screwdriver
wodka met sinaasappelsap 1974 [Culinaire Enc.] scribent
schrijver 1571 [
wnt
] script
manuscript van film e.d. 1961 [
gvd
] scriptie
wetenschappelijk opstel 1959 [
wnt
reiziger] scrotum
balzak 1604 [
wnt
waterbreuk] scrupuleus
nauwgezet 1611-1620 [
wnt
] scudo
munt 1847 [
kku
] scudraket
Russische raket 1991 [M. Pam] {4.1.14}
sculler
roeiboot 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 12a] sculptuur
beeldhouwwerk 1824 [
wei
] seance
bijeenkomst waar vreemde gebeurtenissen worden getoond 1926 [
wnt
] sec
droog 1567 [Junius 108b] secans
rechte lijn die kromme snijdt 1856 [
wnt
trigonometrisch] secco
droog 1847 [
kku
] secondant
helper bij tweegevecht 1824 [
wei
] {3.3}
seconde
60e deel van minuut 1784-1785 [
wnt
] seconderen
helpen 1602 [Aanv
wnt
] secreet
geheim 1240 [Bern.] secreet
schijthuis 1450 [
mnw
] {4.4}
secreet
mispunt 1904 [
wnt
secreet
afscheiding van klieren 1904-1905 [
wnt
] secretaire
schrijfmeubel 1785 [
wnt
] secretarie
ambtelijk bureau 1580 [
wnt
] <
me
Latijn {3.2}
secretaris
griffier 1477 [Teuth.] <
me
Latijn
secretie
afscheiding 1824 [
wei
] sectie
afdeling 1861 [
wnt
] sectie
insnijding 1904-1905 [
wnt
] sector
afdeling 1740 [
wnt
uitsnede] [pagina 1072]
[p. 1072]
seculariseren
verwereldlijken 1859 [
wnt
] seculier
wereldlijk 1350 [
mnw
] secundair
in de tweede plaats komend 1863 [
wnt
wortel] secuur
zorgvuldig 1672 [
wnt
] sedan
een auto 1929 [
kwt
] sedatief
kalmerend 1824 [
wei
] sedentair
zittend 1824 [
wei
] sedert*
voorzetsel 1318 [
mnw
] {1.2.4/4.2}
sedert*
onderschikkend voegwoord 1410 [
mnw
] {4.2}
sediment
bezinksel 1824 [
wei
] seffens*
bijwoord van tijd: tegelijkertijd 1561 [
wnt
] {3.1}
segment
cirkeldeel 1740 [
wnt
afsnijding Suppl] segno
teken 1772 [Bouvink] segregatie
afzondering 1553 [Aanv
wnt
] seider
joodse godsdienstoefening 1924 [
gvd
] seigneur
heer 1650 [
mey
] sein
teken 1601 [De Jonge
ii
, 485] seismograaf
toestel voor het registreren van aardbevingen 1898 [
gvd
seizoen
jaargetijde 1265-1270 [
cg
Lut.K] séjour
verblijf 1669 [
mey
] seks
seksuele omgang 1976 [
gvd
] sekse
natuurlijk geslacht 1485 [
mnw
] seksisme
discriminatie op grond van geslacht 1987 [De Coster 1999] seksualiteit
geslachtsverkeer 1870 [
wnt
] seksueel
m.b.t. het natuurlijk geslacht 1886 [
wnt
sexueel] sekt
schuimende wijnsoort 1847 [
kku
] sektariër
aanhanger van een sekte 1950 [
gvd
] sekte
aanhangers van gezindte 1531 [
wnt
] selderie
plant 1635 [
wnt
] selderij
plant 1873 [
wnt
staal
iii
] select
uitgelezen 1824 [
wei
] selectie
keuze 1669 [
mey
] selenium
chemisch element 1847 [
kku
] selfmade
eigengevormd 1912 [
kku
] selfsupporting
zichzelf bedruipend 1949 [De Vooys] selterswater
mineraalwater 1778 [Sanders 1995] semafoor
seintoestel 1865 [
kvw
] semantiek
betekenisleer 1903 [
koe
] semasiologie
leer van de betekenisverandering der woorden 1886 [Claes Tw. 12] semester
halfjaar 1824 [
wei
] seminarie
inrichting tot opleiding van geestelijken 1608 [Van Meteren, Commentarien, 27.128] semiotiek
tekenleer in de filologie en logica 1979 [Wijnands&Ost] semtex
ontplofbare stof 1992 [
gvd
sen
honderdste deel van een yen 1886 [
kku
] senaat
Eerste Kamer 1858 [
wnt
] senang
lekker 1910 [Prick 1910] senator
lid van senaat 1350 [
mnw
] seniel
aan de ouderdom eigen 1847 [
kku
] senior
de oudste, oudere (achter namen) 1807 [
wnt
transitoir] senior
65-plusser 1992 [
gvd
] sennhut
zomerhut op de Alpen 1912 [
kku
] sensatie
gewaarwording 1796 [
wnt
] sensatie
opzien 1861 [
wnt
] sensibel
gevoelig 1650 [
mey
] sensitiviteit
gevoeligheid 1897 [Aanv
wnt
sensitivitytraining
groepsgewijs leren praten over gevoelens 1976 [
wp
] sensor
apparaat dat reageert op natuurkundige omstandigheden 1974 [Posthumus] sensueel
zinnelijk 1872 [
gvd
] sentiment
gevoel 1748 [
wnt
] sepia
kalkachtige rugplaat van inktvis 1861 [
wnt
] seponeren
niet vervolgen 1652 [
wnt
juist] sepsis
rotting 1847 [
kku
] september
negende maand 1240 [Bern.] septet
muziekstuk voor zeven partijen 1824 [
wei
septic tank
beerput 1912 [
kku
] Septuagint(a)
de oudste Griekse bijbelvertaling 1824 [
wei
] sequentie
opeenvolging 1976 [
gvd
] sequoia
boomsoort 1879 [
wnt
reus
] serafijn
engel van hoge rang 1265-1270 [
cg
Lut.K] serail
paleis van de Turkse sultan 1698 [
wnt
] sereen
kalm 1892 [Aanv
wnt
] [pagina 1073]
[p. 1073]
serenade
muzikale hulde 1665 [
wnt
] serendipisme
gave om door toeval te ontdekken 1984 [
gvd
serge
weefsel 1300 [
mnw
] sergeant
onderofficier 1611-1620 [
wnt
] serie
reeks 1885 [
wnt
] serieus
ernstig 1650 [
mey
] sering
plantengeslacht uit de familie der olijfachtigen 1608 [Claes] <
me
Latijn
sermoen
preek, betoog 1236 [
cg i
1, 26] seropositief
met een positieve serumreactie 1987 [De Coster 1999]
serpent
slang 1287 [
cg
NatBl] serpentine
strook gekleurd papier 1912 [
wnt
] serre
glazen veranda 1889 [
wnt
] serum
bloedvloeistof met antistoffen 1898 [Te Winkel 332] serval
katachtige 1872 [
gvd
] serven
de eerste bal opslaan 1929 [
kwt
] server
netwerkcomputer 1989 [
hcc
nieuwsbrief nov. 11, 138] serveren
opdienen 1929 [
kwt
] servet
tafeldoekje 1551 [
mnw
] service
bediening 1824 [
wei
] serviel
slaafs 1669 [
mey
] servies
stel vaatwerk 1710 [
wnt
] serviliteit
slaafse geest of houding 1847 [
kku
] servituut
erfdienstbaarheid 1350 [
mnw
] sesam
gewas, het zaad daarvan 1568 [
wnt
] sessie
zitting 1566-1600 [
wnt
] sestertie
Romeinse munt ter waarde van 2¼ as 1824 [
wei
] set
deel van tennispartij 1908 [Neerlandia] set
stel 1939-1940 [De Gedehbode 60] settelen
vestigen 1956 [Aanv
wnt
] setter
hondensoort 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 9a] setting
achtergrond 1971 [R75] sèvres
porselein 1899 [
dbl
] sext
de zesde toon van de diatonische toonladder 1809 [
wnt
verwisseling] sextant
instrument voor plaatsbepaling 1809 [
wnt
sextet
stuk voor zes musicerende personen 1824 [
wei
] sfeer
gebied rond de aarde 1548 [
wnt
] sfeer
stemming 1866 [
wnt
] sfinx
mythisch monster 1566 [
wnt
] sforzando
sterker wordend 1847 [
kku
] sfragistiek
zegelkunde 1824 [
wei
shabby
sjofel 1961 [
gvd
] shag
sigarettentabak 1900 [Aanv
wnt
] shaken
schudden 1956 [Aanv
wnt
] shampoo
haarwasmiddel 1950 [
gvd
] shanghaaien
ronselen 1974 [Sanders 1995] shanty
ritmisch zeemanslied 1957 [Enc. van de muziek] share
aandeel 1912 [
kku
] sharia
aan de koran ontleende wetgeving 1992 [
gvd
] sharpie
type zeilboot 1927 [Aanv
wnt
] shaver
scheerapparaat 1970 [Recht voor raap] sheet
vel papier 1968 [
kwt
] sheetfeeder
automatische papierdoorvoerder 1985 [
hcc
nieuwsbrief nov. 10] shelter
schuilplaats 1976 [
gvd
] sheltie
hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] sheriff
hoofd van politie 1824 [
wei
] sherry
witte wijn 1855 [Kramers, Geografisch Wrdb., 438b] shift
ploegendienst, ploeg 1989 [Peptalk] shii-take
vleeszwam 1992 [
gvd
] shilingi
munteenheid van Tanzania 1964 [Enc. Munten en Bankbiljetten] shilling
oude Engelse munt, munteenheid van Oeganda, Kenia en Somalië 1832 [
wei
] shintoïsme
Japanse godsdienst 1929 [
kwt
sintoisme]
shirt
hemd 1913 [Lengs en Zonen, Tegelen, Prijscourant, 98] shit
rotzooi, onzin, ook tussenwerpsel: uitroep van ergernis 1964 [Aanv
wnt
] shitfilm
heel slechte film 1986 [De Coster 1999]
Shoa
moord op het joodse volk in
wo ii
1985 [Vd Sijs 1996] shoarma
vleesgerecht 1981 [De Coster 1999] shogi
Japans schaak 1986 [De Coster 1999] shogun
opperbevelhebber in Japanse strijdkrachten 1898 [
wnt
handel
] shop
winkel 1847 [
kku
] [pagina 1074]
[p. 1074]
shoppen
bij winkels of zaken langsgaan en het aanbod vergelijken 1925 [Aanv
wnt
] shopping
winkelen 1950 [De Vooys] shorts
korte broek 1925 [Aanv
wnt
] shot
foto- of filmopname 1955 [Aanv
wnt
] shot
injectie van drugs 1968 [
kwt
] shovel
laadschop op rupsbanden 1989 [Peptalk] show
voorstelling, tentoonstelling 1912 [
kku
] shrapnel
projectiel dat kogels verspreidt 1832 [
wei
] shredder
papierversnipperaar 1989 [Peptalk] shuttle
badmintonbal 1936 [Zak-Almanak voor Nederlandsch-Indië, 25] shuttle
ruimteveer 1974 [Posthumus] si
muzieknoot 1561 [Aanv
wnt
siamees
kattensoort 1934 [Sanders 1995] sibbe*
familie 1300 [
cg i
Brugge]
sibille
profetes 1477 [Teuth.] sic
bijwoord van hoedanigheid: aldus 1824 [
wei
] sickbuildingsyndroom
ziekte door ongezond werkklimaat 1988 [De Coster 1999] sidderen
trillen 1477 [Teuth.] sidewinder
supersonische raket 1968 [
kwt
] sief
geslachtsziekte 1976 [
gvd
] {1.2.4/4.4}
siemens
eenheid van elektrische geleiding 1898 [
gvd
siepel
ui 1228-1349 [
mnw
] sier
onthaal 1410 [
mnw
] sieraad
versiering 1537 [Claes Tw. 12] siësta
middagslaapje 1839 [
wnt
] sifon
hevel(fles) 1881 [
wnt
] sigaar
rol tabak om te roken 1808 [
wnt
] sigarenboer
sigarenwinkel(ier) 1951 [Aanv
wnt
] {4.1.13}
sigaret
rol tabak in papier om te roken 1869 [
wnt
] sightseeing
vluchtige bezichtiging 1876 [Aanv
wnt
] sigma
de Griekse letter s 1847 [
kku
] signaal
teken 1588 [Claes] signalement
karakteristiek 1811 [
wnt
] signatuur
handtekening 1610 [
wnt
] signeren
tekenen 1379 [
hws
] significant
veelbetekenend 1650 [
mey
] sijpelen*
onmerkbaar doorlekken 1653 [
wnt
] {3.1}
sijs
zangvogel 1494 [
mnw
] sijs
snaak, spotzieke grappenmaker 1857 [
wnt
sijs
ii
sik
geit 1773 [
wnt
sik
dun baardje 1798 [
wnt
sikh
lid van hindoesekte 1863 [
kku
] sikkel
zeis 1240 [Bern.] sikkel
munt, gewicht 1301-1400 [
mnw
] sikkeneurig
narrig 1870 [
wnt
] {1.2.5}
sikkepit
klein beetje 1709 [Stoett p. 258]
sikker
dronken 1810 [
wnt
] silhouet
schaduwbeeld 1824 [
wei
] silicium
chemisch element 1847 [
kku
] silicone
synthetisch silicium bevattende stof 1949 [Aanv
wnt
] silo
pakhuis voor stortgoed zoals graan 1895 [
wnt
] Siluur
geologische periode 1910 [Van Hoepen, De bouw van het Siluur van Gotland]
sim
aap 1240 [Bern.] simmen*
jengelen 1872 [
gvd
] {3.1}
simpel
eenvoudig 1265-1270 [
cg
Lut.K] simplex
enkelvoud(ig woord) 1826 [
wnt
verveelvuldigen] simplistisch
al te eenvoudig 1928 [Aanv
wnt
] simsalabim
tussenwerpsel: toverspreuk 1976 [
gvd
] {4.3}
simuleren
veinzen 1540 [
wnt
] simultaan
gelijktijdig 1847 [Aanv
wnt
] <
me
Latijn
sinaasappel
zuidvrucht 1682 [Sanders 1995] {4.1.2}
sinds*
voorzetsel 1570 [
wnt
] {4.2}
sinds*
onderschikkend voegwoord 1823 [
wnt
] {4.2}
sinecure
gemakkelijk baantje 1859 [
wnt
] singel
(weg langs de buitenzijde van een) stadsgracht 1271 [
cg i
1, 193] singel
buikriem 1573 [Plantijn] single
enkelspel bij tennis 1919 [Aanv
wnt
] single
grammofoonplaatje met één nummer per kant 1950 [
wp
jaarboek 1958 (langspeelplaat)] single
vrijgezel 1989 [Peptalk] singlet
onderhemd 1954 [Aanv
wnt
] [pagina 1075]
[p. 1075]
singularis
enkelvoud 1584 [
wnt
veel
iv
] singulier
zonderling 1420 [
hws
] sinister
onheilspellend 1669 [
mey
] sinjeur
heer 1616 [
wnt
] sinologie
studie van het Chinees 1877 [Inaugurele rede G. Schlegel]
sint
heilige 1200 [
cg ii
1 Servas] sint-bernardshond
hondensoort 1835 [Sanders 1995] {4.1.3}
sintel
uitgebrand stuk steenkool 1436-1523 [
mnw
] Sinterklaas
heilige die kinderen op zijn verjaardag geschenken geeft 1564 [
wnt
sint-juttemis
verzonnen heiligendag 1577 [
wnt
jutmis] {4.1.7}
sinus
verhoudingsgetal 1614 [
wnt
wezen
] sinus
holte 1847 [
kku
] sip*
beteuterd 1636 [Toll.]
Sire
titel 1644 [
wnt
vertrouwen
] sirene
demonisch wezen, half vrouw, half vogel 1287 [
cg
NatBl] sirih
blad van plant waarop men kauwt 1596 [
wnt
] sirocco
droge wind 1824 [
wei
] siroop
dikke vloeistof 1500-1525 [Jansen/Van Winter, Keuken in late
me
] sirtaki
Griekse dans 1969 [
wp
Suppl 1969 (lichte muziek)] sisal
weefsel van bladvezel 1905 [Aanv
wnt
] {4.1.9}
sissen*
scherp geluid maken 1437 [
mnw
] {3.1}
sisser
erwt 1779 [
hou ii
, 10, 216] sisyfusarbeid
nutteloos werk zonder einde 1847 [
kku
sitar
snaarinstrument 1957 [Enc. van de muziek] sitcom
komische televisieserie in huiselijke kring 1992 [De Coster 1999] sit-in
zitstaking 1966 [R75] sits
bont katoen 1659 [Claes] situatie
positie, toestand 1495 [
wnt
afdaling] sjaal
omslagdoek 1822 [Van Wijk, Alg. Aardrijkskundig Wrdb. dl. 2, 569] sjabloon
modelvorm 1824 [
wei
] sjacheren
minderwaardige handel drijven 1676 [
wnt
] sjah
koning 1847 [
kku
] sjalom, sjaloom
tussenwerpsel: joodse groet 1970 [Recht voor raap] sjalot
uitje 1682 [Nylandt, Nederlandtse Herbarius, 315] sjamaan
toverpriester 1863 [
kku
] sjamberloek
huisjas 1691 [
wnt
] sjanker
venerische ziekte 1778 [
wnt
] sjans
succes (in de liefde) 1929 [
wnt
polkahaar] sjasliek
aan een spit geroosterde stukjes vlees 1975 [R75] sjees
rijtuigje 1677 [
wnt
] sjeik
hoofd (bv. van bedoeïenenstam) 1847 [
kku
] sjekel
munteenheid van Israël 1980 [Enc. Munten en Bankbiljetten] sjekkie
sigaret van shag 1984 [
gvd
] {4.1.6}
sjerp
band als waardigheidsteken 1621 [
wnt
] sjezen
zakken voor examen 1850 [
wnt
sjezen
hard rijden 1917 [
wnt
sjiiet
aanhanger van bepaalde islamitische sekte 1847 [
kku
] sjikse
niet-joods meisje 1824 [
wei
] sjilpen*
piepend geluid geven (van vogels) 1725 [
wnt
] {3.1}
sjoege
begrip, verstand 1906 [Köster Henke] sjoel
synagoge 1899 [
dbl
] sjoelbak
lange bak voor gezelschapsspel 1912 [
kku
] sjoelen
met de sjoelbak spelen 1895-1896 [Waling Dykstra, uit Friesland's volksleven] sjoemelen
knoeien 1971 [Aanv
wnt
] sjofar
ramshoorn, bazuin 1912 [
kku
] sjofel
armoedig 1802-1809 [
wnt
kostganger] sjokken
slepend lopen 1844 [
wnt
] sjorren
trekken 1671 [
wnt
] sjouwen
met inspanning dragen 1671 [
wnt
] sjtetl
kleine joodse gemeenschap in Oost-Europa 1999 [
gvd
] sjwa
toonloze e 1929 [Aanv
wnt
] ska
Jamaicaanse muziek, voorloper van reggae 1991 [Spectrum Muziek lexicon] skate
rolschaats 1999 [
gvd
] skateboard
schaatsplank 1984 [R84] [pagina 1076]
[p. 1076]
skatescooter
step met één wieltje voor en achter 2000 [
nrc-h
17/8/2000] skeeler
soort rolschaats 1969 [
nrc
28/2/69, 16] skelet
geraamte 1778 [
wnt
] skelter
motorwagentje 1959 [
wp
jaarboek 1960] sketch
kort toneelstuk 1940 [De Telegraaf 8/12, 13] ski
sneeuwschaats 1874 [Sanders
nrc-h
16/3/98] skiff
roeivaartuig 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 12a] skiffle
muzieksoort met primitieve instrumenten als een wasbord 1979 [Wijnands&Ost] skinhead
kaalgeschoren jongere uit subcultuur 1970 [Recht voor raap] skippybal
springbal 1970 [Recht voor raap] skunk
marterachtige 1912 [
kku
] skûtsjesilen
wedstrijdzeilen met vrachtscheepjes 1947 [Aanv
wnt
] skybox
vip-loge boven een stadion 1992 [
gvd
] sla
plant, gerecht daarvan 1599 [
wnt
] {4.1.6}
slaaf
lijfeigene 1285 [
cg
Rijmb.] <
me
Latijn
slaan*
slagen toebrengen 901-1000 [
wps
slaap*
deel van zijvlak van het hoofd 1240 [Bern.]
slab*
morsdoekje 1546 [Claes]
slabakken*
verslappen, niet flink werken 1562-1592 [
mnw
slaboon
prinsessenboon 1746 [
wnt
] {4.1.6}
slachten*
doden voor consumptie 1477 [Teuth.]
slachtoffer
iem. die het offer is van de belangen van een ander 1556 [
wnt
] slag*
klap 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
slag*
soort 1638 [
wnt
slaan]
slagen*
gelukken 1596 [
wnt
slager*
iemand die beroepsmatig dieren slacht en verhandelt 1573 [Plantijn] {4.1.13}
slagroom
vette, stijfgeklopte room 1910 [
wnt
] slagschaduw*
scherp omlijnde schaduw 1740 [
wnt
slak*
weekdier 1240 [Bern.]
slak
metaalafval 1588 [Claes] slaken*
losmaken 1287 [
cg
NatBl]
slaken*
uiten 1528 [
wnt
slalom
afdaling met hindernissen (bij skiën) 1947 [
kwt
] slamat
tussenwerpsel: groet 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 54] slampampen*
brassen, leeglopen 1532 [Toll.] {3.1}
slang*
reptiel 901-1000 [
wps
slang*
buigzame buis of pijp 1687 [
wnt
] {1.2.3}
slang
groepstaal 1891 [Aanv
wnt
] slangenkop
Chinese mensensmokkelaarsbende of lid daarvan 1996 [Sanders 2001]
slank*
rank 1276-1300 [
cg ii
1 Perch.]
slap*
niet strak 1265-1270 [
cg
Lut.K]
slapen*
in slaap, rust zijn 901-1000 [
wps
slapstick
gooi- en smijtopvoering 1967 [Kolsteren, Prisma-vreemde-wrdb.] slash
typografisch teken 1992 [Peptalk] slash
nevenschikkend voegwoord: of 1999 [R99] slavink*
vlees met spek erom 1961 [Aanv
wnt
] {3.1/4.1.6}
slecht*
niet goed 1573 [Plantijn] {1.2.3}
slechten*
vlak maken 1240 [Bern.]
slechthorend*
min of meer doof 1884 [
wnt
lip] {3.1}
slechtvalk
roofvogel 1636 [
wnt
Bijv.+verb.]
slede, slee*
voertuig op ribben 1266 [
cg i
1, 90] {4.1.10}
sleedoorn*
soort heester 1225 [Versl. en med. der Kon. Vlaamsche Ac. 1930, 203] {3.1}
sleepruim
heester, vrucht daarvan 1599 [Kil.] {4.1.2}
slem
al de slagen (bij kaartspel) 1832 [
wei
] slempen*
overdadig (eten en) drinken 1546 [Claes]
slenteren*
langzaam lopen 1701 [
wnt
] {3.1}
slepen*
voorttrekken 1285 [
cg
Rijmb.]
slet*
ontuchtige vrouw 1599 [Kil.] {1.2.3}
sleuf*
smalle groef 1625 [
wnt
sleur*
door herhaling ontstane gewoonte 1642 [
wnt
sleuren*
slepen 1539 [
mnw
sleutel*
werktuig om slot te openen of te sluiten 1240 [Bern.] {3.1}
sleutelbeen*
verbinding tussen borstbeen en schouderblad 1645 [
wnt
sleutelbloem*
primula 1514 [Groten Herbarius]
slib*
bezinksel 1528 [
mnw
slick
profielloze band 1979 [Wijnands&Ost] sliding
glijdende beweging bij voetbal 1946 [Aanv
wnt
] sliding
glijdend bankje in roeiboot 1950 [
gvd
] [pagina 1077]
[p. 1077]
sliert*
sleep, slap hangend iets 1897 [
wnt
slijk*
modder 1240 [Bern.]
slijm*
kleverig vocht 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
slijpen*
gladmaken door wrijven 1287 [
cg
NatBl]
slijtage
mate waarin iets slijt 1652-1662 [
wnt
slijten*
door wrijving doen afnemen 1285 [
cg
Rijmb.]
slik*
modder 1212-1214 [Slicher] {2.4}
slikken*
door het keelgat doen gaan 1351-1400 [
mnw
slim*
schrander 1602 [
wnt
] {1.2.3}
slingeren*
(zich) heen en weer bewegen 1585 [
wnt
] {3.1}
slingeruurwerk
uurwerk waarvan de gang door een slinger wordt geregeld 1736 [
wnt
] {4.1.10}
slinken*
minder worden 1351 [
mnw
slinks*
arglistig 1477 [Teuth.]
slip*
afhangend deel van een kledingstuk 1342 [
mnw
slip
onderbroekje 1957 [
wp
jaarboek 1958] {3.3}
slippen*
wegglijden 1588 [Claes Tw. 12]
slipper
pantoffel zonder hiel 1935 [Aanv
wnt
] slissen*
lispelen 1914 [
gvd
] {3.1}
slivovitsj
pruimenbrandewijn 1843 [
wnt
vrucht 1] slobberen*
slordig en hoorbaar eten 1599-1607 [Claes] {3.1}
slobberen*
ruim zitten 1903 [
wnt
] {3.1}
slobkous
sok zonder zool 1769 [
wnt
slochter*
doorgang door ijs, vaargeul 1001-1100 [Prisma NPl.] {2.3}
sloddervos
slordig mens 1693 [
wnt
sloeber*
stakker 1924 [
wnt
sloep
vaartuig 1588 [Claes] sloerie*
slet 1681 [
wnt
slof*
pantoffel 1476-1500 [
mnw
] {4.1.9}
sloffen*
slepend lopen 1769-1811 [
wnt
slogan
slagzin 1929 [
kwt
] slokken*
doorzwelgen 1488 [
mnw
slome duikelaar
sul 1899 [
wnt
slons*
slordige vrouw 1623 [
wnt
] {1.2.3}
sloof*
voorschoot met korte mouwen 1481 [
mnw
sloof*
zwoegende huisvrouw 1634 [
wnt
sloom*
suf 1884 [
gvd
sloop*
kussenovertrek 1444 [
mnw
sloot*
gegraven water 966 [Claes] {2.3}
slop*
steeg 1381 [
mnw
slopen*
afbreken 1377-1378 [
mnw
slordig*
niet verzorgd 1599 [
wnt
slot*
sluiting, einde 1240 [Bern.]
slot
kasteel 1527 [
wnt
opplunderen]
sloven*
hard werken 1610 [
wnt
slowfood
met zorg klaargemaakt voedsel 1990 [Website Slow Food Stichting] sluier
doorzichtige doek 1527 [
hws
] sluik*
glad (van haar) 1840 [
wnt
sluimeren*
dutten 1450 [
mnw
] {3.1}
sluipen*
zich onopgemerkt voortbewegen 1285 [
cg
Rijmb.]
sluis
waterkering 1139 [Claes] sluiten*
toedoen 1240 [Bern.]
slungel
lange jongen 1785 [
wnt
] slurf*
verlengde snuit 1540 [
mnw
slurpen*
hoorbaar opzuigen 1477 [Teuth.] {3.1}
sluw
listig 1818 [
wnt
] smaad*
laster 1350 [
mnw
smaak*
zintuig om te proeven 1100 [Willeram]
smaakmaker*
product dat of persoon die smaak aan iets geeft, ook figuurlijk 1974 [R75] {4.4}
smachten*
kwijnen 1477 [Teuth.] {1.2.2}
smak*
scheepstype 1527 [
wnt
] {4.1.11}
smakken*
smijten 1450 [
mnw
smakken*
klappend geluid met lippen maken 1624 [
wnt
] {3.1}
smal*
niet breed 1100 [Willeram]
smalen*
met geringschatting spreken 1573 [Plantijn]
smalspoor
smalle spoorbaan 1912 [
wnt
] smalt
kobaltglas 1618 [
wnt
] smaragd
edelgesteente 1475 [
mnw
] smart*
verdriet 1254 [
vmnw
smartdrug
preparaat dat het denken bevordert 1992 [De Coster 1999] smartlap*
sentimenteel lied 1961 [
wp
jaarboek 1962] {3.1}
smartshop
winkel voor smartdrugs 1996 [De Coster 1999] smash
harde slag 1950 [
gvd
] smeden*
metaal bewerken 1240 [Bern.]
smeer*
vet 901-1000 [
wps
smeerkaas
smeerbare kaas 1950 [
gvd
] smeerlap*
scheldwoord 1721 [
wnt
smegma
een zeepachtige klierafscheiding 1847 [
kku
] smeken*
nederig verzoeken 1240 [Bern.] {1.2.6}
smelten*
vloeibaar (doen) worden 1240 [Bern.]
smeren*
met een vettige stof bestrijken 1240 [Bern.]
smeris
Bargoens: agent van politie 1844 [
wnt
smeulen*
zacht branden 1340 [
mnw
smid*
metaalbewerker 1138-1139 [Claes] {2.3/4.1.13}
[pagina 1078]
[p. 1078]
smiecht*
smeerlap 1899 [
wnt
smient*
eendachtige 1508 [
hws
smiespelen*
fluisteren 1874 [
wnt
] {3.1}
smijten*
werpen 1340-1350 [
mnw
smikkelen*
snoepen 1898 [
wnt
] {3.1}
smiley
gezichtje gemaakt van leestekens en symbolen dat een gevoel uitdrukt 1997 [De Coster 1999] smoel*
bek 1557 [
wnt
smoes
uitvlucht 1901 [
wnt
] smoezelig*
beduimeld 1846 [
wnt
smog
vervuilde mist 1963 [Aanv
wnt
] smoken*
roken 1429 [
mnw
smoking
geklede herenjas 1897 [
wnt
] {3.3/5}
smokkelen*
heimelijk vervoeren 1615 [
wnt
] {3.1}
smoorheet*
zeer heet 1694 [
wnt
] {4.4}
smoren*
verstikken 1287 [
cg
NatBl]
smörgåsbord
koud buffet 1984 [
gvd
] smørrebrød
plakje brood met boter en beleg 1968 [
wp
voor de vrouw] smorzando
wegstervend 1820 [Muzijkaal zak-woordenboek] smous
scheldnaam voor jood 1657 [
wnt
] smousjassen
kaartspel 1866 [
wnt
] {4.1.18}
smout*
vet 1140 [Rey] {2.2/4.1.6}
sms
tekstbericht via mobiele telefoon 1994 [Sanders 2001] smullen
met welbehagen eten 1501-1525 [
mnw
] smurfentaal
straattaal op basis van Nederlands met woorden uit allochtone talen en Engels 1997 [Sanders 2000]
smurrie*
vuil 1920 [
wnt
snaaien
stelen 1897 [
wnt
] snaak*
grappenmaker 1625 [
wnt
vies]
snaar*
snoer 1265-1270 [
cg
Lut.K]
snaar*
schoondochter 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.4}
snack
hartig hapje 1964 [Aanv
wnt
] snackbar
snelbuffet 1950 [
gvd
] snailmail
conventionele postbestelling 1998 [De Coster 1999] snakken*
heftig begeren 1548 [
wnt
] {3.1}
snaphaan
geweer 1680 [F. van der Doe, Indianen in Zeeuwse bronnen] snappen*
babbelen 1437 [
mnw
] {3.1}
snapshot
momentopname 1914 [Aanv
wnt
] snateren*
een druk geluid maken (van vogels) 1437 [
mnw
] {3.1}
snauw*
type schip 1670 [F. van der Doe, Indianen in Zeeuwse bronnen 5] {3.1/4.1.11}
snauwen*
bits spreken 1477 [
mnw
] {3.1}
snavel*
vogelbek 1287 [
cg
NatBl] {1.2.5/3.1}
sneakers
schoenen met zachte zolen 1987 [De Coster 1999] sneb*
snavel 1518 [Claes] {3.1}
sneep*
beenvis 1682 [
wnt
] {3.1}
sneer
honende opmerking 1847 [
kku
] snees*
telwoord: twintigtal, twintig als landmaat 1301-1350 [
mnw
] {4.2}
sneeuw*
neerslag in bevroren vlokken 901-1000 [
wps
] {4.1.1}
sneeuwgans*
eendachtige 1599 [
wnt
snel*
vlug 1240 [Bern.]
snelbuffet
buffet waar men staand kan eten 1950 [
gvd
] snellekweekreactor
kernreactor die werkt met snelle neutronen 1974 [R75] {4.1.10}
snerpen*
een pijnlijk aandoend geluid maken 1623 [
wnt
] {3.1}
snert*
erwtensoep 1768 [
wnt
] {4.1.6}
snertvent*
vervelende man 1914 [
gvd
sneu*
jammer 1910 [
wnt
sneu*
meelijwekkend 1989 [Hofkamp&Westerman] {3.1}
sneuvelen*
omkomen 1620 [
wnt
] {3.1/4.4}
sneven*
omkomen 1285 [
cg
Rijmb.] {4.4}
snijden*
met een scherp werktuig scheiden 1100 [Willeram] {1.2.5/3.1}
snikheet*
smoorheet 1635 [
wnt
snikkel
penis 1968 [Aanv
wnt
] snikken*
krampachtige bewegingen maken, krampachtig ademen 1552 [Claes] {3.1}
snip*
steltloper 1280-1287 [
cg i
1, 507]
snip*
schuit (met puntige steven) 1741 [
wnt
] {3.1/4.1.11}
sniper
sluipschutter 1989 [Peptalk] snipperen*
tot snippers snijden 1588 [Claes] {3.1}
snipverkouden*
erg verkouden 1950 [
gvd
] {4.4}
snit
wijze waarop iets gesneden is 1816 [
wnt
] snob
parvenu 1904 [
wnt
] snoeien*
inkorten (van takken) 1367-1372 [
mnw
] {1.2.5/3.1}
snoeihard*
zeer hard 1956 [Aanv
wnt
] {4.4}
snoeiheet*
zeer heet 1969 [Aanv
wnt
] {4.4}
snoek*
beenvis 1286 [
cg i
2, 1181] {3.1}
snoepen*
lekkernijen eten 1573 [Plantijn] {3.1}
snoepreisje*
plezierreisje buiten de vakantie 1710 [
wnt
snoepen]
[pagina 1079]
[p. 1079]
snoer*
koord, draad 1286 [
cg i
2, 1161]
snoes*
lieftallig persoon 1864 [
wnt
snoeshaan
snuiter 1617 [Toll.] snoet*
vooruitspringend deel van kop 1784-1785 [
wnt
] {3.1}
snoeven*
opscheppen 1645 [
wnt
snol*
hoer 1612 [
wnt
] {3.1/4.1.13}
snood*
misdadig 1350 [
mnw
snooker
Engels biljartspel 1989 [Peptalk] snor
haar op de bovenlip 1844 [Toll.]
snorder
illegale taxichauffeur die onderweg vrachtjes oppikt 1932 [
wnt
snorren] snorfiets
fiets met hulpmotor 1975 [
wp
jaarboek 1976] snorkel
luchtpijpje bij het zwemmen 1957 [
wp
jaarboek 1958] snorken*
keelgeluid maken 1401-1450 [
hws
] {3.1}
snorren*
een brommend geluid maken 1588 [Claes] {3.1}
snorren
los werk zoeken 1974 [Endt]
snot*
neusvocht 1351 [
mnw
snotolf*
beenvis 1599 [Kil.]
snowboarden
op een plank van een besneeuwde helling af glijden 1989 [Peptalk] snuffelen*
lucht opsnuiven 1629 [
wnt
] {3.1}
snufje*
nieuwigheid 1561 [
wnt
snuf]
snugger*
schrander 1599 [Kil.] {3.1}
snuiftabak
fijngemalen tabak om te snuiven 1658 [
wnt
] {4.1.6}
snuisterij
sieraad van weinig waarde 1596 [Toll.]
snuit*
vooruitspringend deel van kop 1477 [Teuth.] {1.2.5/3.1}
snuiter*
kwant 1872 [
gvd
snuiven*
hoorbaar door de neus ademen 1351 [
mnw
] {3.1}
snurken*
keelgeluid maken in de slaap 1573 [Plantijn] {3.1}
soap opera
sentimentele vervolgserie 1984 [
gvd
] sober
niet overvloedig 1351 [
mnw
] soccer
voetbal 1968 [
kwt
] sociaal
maatschappelijk 1805 [
wnt
] socialisatie
het socialiseren 1908 [
wnt
vakbeweging] socialiseren
ten bate van allen doen strekken 1930 [
wnt
] socialisme
bepaalde maatschappijvorm 1850 [
wnt
] sociëteit
vereniging 1587 [
wnt
] society
de hogere kringen 1929 [
kwt
] soda
een zout 1717 [
wnt
] sodeju
tussenwerpsel: bastaardvloek 1904 [
wnt
] {4.3}
sodemieter
scheldwoord 1853 [
wnt
sodium
natrium 1834 [
wnt
verhouding] soebatten
vleiend vragen 1641 [
wnt
] soefi
beoefenaar van de islamitische mystiek 1886 [
kku
] soek
bazaarstraat 1886 [
kku
] soelaas
vertroosting 1287 [
cg
NatBl] soenniet
orthodoxe islamiet 1847 [
kku
] soep
vloeibare kost 1745 [
wnt
] soepel
buigzaam 1899 [
wnt
] soepjurk
lange wijde jurk 1885-1886 [
wnt
soep]
soera
hoofdstuk van de koran 1886 [
kku
] soes
gebak 1791 [
wnt
] {4.1.6}
soesa
drukte 1875 [Multatuli, Max Havelaar, 379] soeverein
vorst 1265-1270 [
cg
Lut.K] soeverein
oppermachtig 1566 [
wnt
] soeverein
munt 1612 [Van Gelder 1965] soezen*
suffen 1858 [
wnt
sof
Bargoens: tegenvaller 1904 [
wnt
] sofa
bank 1698 [
wnt
zoldering] sofist
die scherpzinnige drogredenen aanvoert 1621-1625 [
wnt
] soft
zacht 1983 [R84] softdrink
niet-alcoholische drank 1956 [R75] softdrug
niet-verslavende drug 1973 [R75] software
computerprogramma's 1967 [Kruseman Aretz, Vallen en opstaan 16] soigneren
verzorgen 1539 [
hws
] soiree
avondpartij 1854 [Kappler, Nederlandsch-Guyana 81] soit
tussenwerpsel: het zij zo! 1865 [
kvw
] soja
pikante saus 1670 [
wnt
] sok
korte kous 1805 [
wnt
] sok
metalen mof ter verbinding van twee buizen 1870 [
wnt
] sokkel
voetstuk 1850 [
wnt
zuil
] sol
muzieknoot 1350 [
mnw
[pagina 1080]
[p. 1080]
sol
munteenheid van Peru 1914 [
gvd
] solarium
inrichting voor (kunstmatig) zonnebad 1912 [
kku
] soldaat
militair zonder rang 1562 [Dict. Tetraglotton] solde
uitverkoopartikel 1950 [
gvd
] solderen
metaal aaneenhechten 1438 [
mnw
] soldij
loon van een soldaat 1469 [
mnw
soleren
als solist optreden 1970 [Recht voor raap]
solex
bromfiets met voorwielaandrijving 1953 [Aanv
wnt
] {4.1.10}
solfège
toonladders zingen 1916 [
wnt
vocaal] solidair
door saamhorigheid verbonden 1822 [
wnt
] solide
stevig 1553 [Vd Werve] solingklasse
klasse van zeilboten 1986 [
koe
solipsisme
een filosofische leer 1886 [
kku
solist
die alleen uitvoert 1872 [
gvd
] solitair
eenzaam 1650 [
mey
] sollen
heen en weer trekken 1655 [
wnt
solliciteren
naar een betrekking dingen 1617 [
wnt
] solo
bijwoord: als zanger of speler alléén 1782 [
wnt
] solo
vrijgezel 1991 [De Coster 1999] so long
tussenwerpsel: afscheidsgroet 1989 [Peptalk] solstitium
zonnestilstand 1634 [
wnt
winter] solutie
oplossing 1531 [
hws
] solutie
bandplakmiddel 1914 [
gvd
] solvabel
in staat om te betalen 1822 [
wnt
] solvabiliteit
vermogen om te betalen 1872 [
gvd
] solvent
in staat om te betalen 1476-1500 [
mnw
] som
totaal 1236 [
cg i
1, 22] som
rekenkundig vraagstuk 1717 [
wnt
] som
munteenheid van Kirgizië en Oezbekistan 1993 [Enc. Munten en Bankbiljetten] soma
lichaam 1961 [
gvd
] somatisch
lichamelijk 1847 [
kku
] somber
bedrukt 1642 [
wnt
] somberman
pessimist 1985 [Picarta: titel van R. Campert] {4.4}
sombrero
hoed met brede rand 1872 [Aanv
wnt
] somma
bedrag 1596 [
wnt
] sommatie
aanmaning om te betalen 1502 [
hws
] sommeren
aanmanen 1299 [
cg i
4, 2663] sommige*
onbepaald voornaamwoord 1236 [
cg i
1, 23] {4.2}
soms*
bijwoord van tijd: weleens 1777 [Toll.] {3.1}
sonar
echopeiling 1952 [Aanv
wnt
] sonate
muziekstuk voor één instrument 1697 [
wnt
] sonatine
kleine sonate 1824 [
wei
] sonde
peilstift 1865 [
wnt
] sonnet
lyrisch gedicht 1565 [
wnt
] sonoor
helder klinkend 1824 [
wei
] soort
categorie, kwaliteit 1350 [
mnw
] soortgelijk*
aanwijzend voornaamwoord 1787 [
wnt
] {4.2}
sop*
zeepwater 1611-1620 [
wnt
sophisticated
getuigend van intellect 1951 [De Vooys] sopraan
hoogste vrouwenstem 1824 [
wei
] sorbet
ijsdrank 1669 [
wnt
] sordino
demper op muziekinstrument 1847 [
kku
] sores
Bargoens: zorgen 1906 [Aanv
wnt
] sorghum
kafferkoren 1859 [
wnt
uitstoelen] soroptimisten
vrouwenvereniging 1929 [
kwt
] sorry
tussenwerpsel: excuseer! 1931 [Aanv
wnt
] sorteren
uitzoeken 1599 [
wnt
] sos
noodsein 1937 [
wnt
vliegveld] sostenuto
bijwoord: volhoudend 1805 [Muzijkaal Zak-Boekje] sotternie
Middelnederlands kluchtspel 1350 [
mnw
] {4.1.15}
sotto voce
bijwoord: met ingehouden stem 1772 [Bouvink] sou
stuiver 1793 [
wnt
] soubrette
hoofdrol van operette 1824 [
wei
] soufflé
gerecht met geklopt eiwit 1863 [Rijnhart] souffleren
voorzeggen 1808 [
wnt
] soul
negermuziek 1960 [R75] sound
kenmerkend geluid 1965 [R75] soundbite
kort geluidsfragment 1996 [De Coster 1999] souperen
avondmalen 1764 [
wnt
] [pagina 1081]
[p. 1081]
souplesse
buigzaamheid 1847 [
kku
] sourdine
demper op muziekinstrument 1872 [
wnt
] sousbras
zweetlapje in oksels van kleding 1883 [Java-Bode 1/9, 2a] soutane
priestergewaad 1905 [
wnt
] souteneur
pooier 1881 [
wnt
] souterrain
ondergronds bewoonbaar deel van een gebouw 1824 [
wei
] souvenir
aandenken 1837 [
wnt
] souvlaki
geroosterd vlees aan pennen 1996 [Vd Sijs 1996] sovchoz
staatslandbouwbedrijf 1945 [Revue van buitenlandse stemmen 9, 18/8 1b] sovereign
Engels gouden pond 1548 [
wnt
souverein] sovjet
raad 1863 [
kku
] sowieso
bijwoord van modaliteit: in elk geval 1968 [
kwt
] spa
mineraalwater 1734 [Sanders 1995] {4.1.6}
spaak*
verbinding tussen naaf en velg 1351-1400 [
mnw
spaan*
afgespleten hout 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
spaan*
gereedschap 1350 [
mnw
spaander*
afgespleten houtje 1542 [
wnt
spaat
mineraal met bladerige structuur 1782 [
wnt
] spaceshuttle
ruimteveer 1982 [R84] spade*
schop 1240 [Bern.]
spadrille
schoen met touwzool 1961 [
gvd
] spagaat
spreidzit 1970 [
gvd
Suppl.] spaghetti
meelproduct 1929 [
kwt
] spalk*
hout om gebroken ledematen onbeweeglijk te bevestigen 1351 [
mnw
spam
ongevraagde mail 1997 [De Coster 1999] span*
lengtemaat 1150 [Rey] {2.2}
span*
voorgespannen dieren, wagen met bespanning 1630 [
wnt
] {4.1.10}
spaniël
hondensoort 1865 [
kvw
] spanjolet
draairoede aan deuren 1877 [
wnt
vuur
] spanjool
geringschattend voor Spanjaard 1550 [
wnt
verschenen
ii
] spanking
seksuele variant met slaan 1984 [R84] spannen*
strak trekken, vastmaken aan 1091-1100 [Rey] {2.2}
spant*
balk tegen de nok 1662 [
wnt
spar*
staak 1175 [Rey] {1.2.3/2.2}
spar*
boomsoort 1714 [
wnt
] {1.2.3}
sparen*
bewaren 1240 [Bern.]
spareribs
varkensrib 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] sparren
boksen zonder doorstoten 1986 [
koe
] sparringpartner
oefenpartner (bij boksen) 1948 [Sport, 12 april] spartaans
sober en hard 1634 [
wnt
wedden] spartelen*
met armen en benen heen en weer slaan 1240 [Bern.] {3.1}
spastisch
krampachtig 1847 [
kku
] spatel
platte lepel 1351 [
mnw
] <
me
Latijn
spatie
woordscheiding 1892 [
wnt
] spatten*
in kleine deeltjes (doen) rondvliegen 1642 [
wnt
speakeasy
clandestiene drinkgelegenheid 1931 [
kwt
] specerij
smaakgevende stof, kruid 1330 [Jacobs 22] specht*
spechtvogel 1287 [
cg
NatBl]
speciaal
bijzonder 1265-1270 [
cg
Lut.K] specie
muntgeld 1621 [De Jonge
iv
, 252] specificatie
gedetailleerde opgave 1468 [
hws
] specificeren
afzonderlijk opgeven 1395 [Moors 200, 30] <
me
Latijn
spectaculair
opzienbarend 1947 [Aanv
wnt
] spectator
toeschouwer 1565 [Mak] spectrum
kleurenband, scala 1858 [
wnt
wandelend] speculaas
sinterklaaskoek 1898 [Toll.] {4.1.6}
speculeren
gokken (op) 1866 [
wnt
] speculum
spiegel 1847 [
wnt
oorarts] speech
redevoering 1688-1696 [
wnt
] speed
drugs 1970 [Aanv
wnt
] speeksel*
mondvocht 1351 [
mnw
speelruimte
ruimte van beweging 1813 [
wnt
] speen*
tepel 1236 [
cg i
Gent]
speenkruid*
plant 1543 [Heukels]
speenvarken*
jong varken 1253 [
vmnw
] {3.1/4.1.3}
speer*
steekwapen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.14}
spek*
vet 1108 [Künzel] {2.3/4.1.6}
spek*
een soort suikergoed 1873 [
wnt
] {4.1.6}
spektakel
schouwspel 1501-1525 [
hws
] spektakel
herrie 1787-1789 [
wnt
[pagina 1082]
[p. 1082]
spel*
bezigheid tot ontspanning 1240 [
cg i
1] {4.1.18}
speld
middel om iets vast te steken, ook als sieraad 1350 [
mnw
] spelen*
zich vermaken 1236 [
cg i
1]
speleologie
holenonderzoek 1960 [Aanv
wnt
speling*
speelruimte 1351 [
mnw
spellen*
uit letters vormen 1050 [Rey] {1.2.4/2.2}
spelonk
grot 1451-1500 [
mnw
] spelt*
soort tarwe 1280 [
cg i
Rijkhoven Oudenbiezen] {4.1.2}
spencer
mouwloze trui 1805 [Bergen op Zoomsch Nieuws-blad, 47, 30 nov., 148] spenderen
besteden 1659-1673 [
wnt
] <
me
Latijn
spenen*
van de borst nemen 1285 [
cg
Rijmb.]
spergebied
afgesloten gebied 1944 [Theissen 1978] sperma
mannelijk zaad 1685 [
wnt
voortkomen] spermaceti
witte amber 1705 [
wnt
vuil
] <
me
Latijn {1.3}
spermatocyt
stadium in de vorming van zaadcellen 1922 [Stomps, De stoffelijke basis der erfelijkheid, 199]
sperwer*
roofvogel 701-800 [Lex Salica] {2.2}
sperzieboon
soort boon 1821 [
wnt
] {4.1.6}
spetteren*
in kleine deeltjes wegspringen 1881-1895 [
wnt
] {3.1}
speuren*
nasporen 1276-1300 [
cg
Lut.A]
spiccato
iedere toon afzonderlijk aangestreken 1805 [Muzijkaal Zak-Boekje] spichtig*
lang en dun 1637 [
wnt
spie*
pin 1562 [Claes]
spie
Bargoens: cent, geld 1906 [
wnt
] spieden*
uitkijken 1080 [Rey] {2.2}
spiegel
beelden terugkaatsend voorwerp 1240 [Bern.] <
me
Latijn
spiegelei
gebakken ei met heel gebleven dooier 1701 [
wnt
] {4.1.6}
spieken
afkijken 1934 [
wnt
] spier*
lichaamsweefsel 1621 [
wnt
spiering*
beenvis 1210-1240 [
cg i
1, 6]
spiernaakt*
geheel naakt 1859 [
wnt
] {4.4}
spierwit*
zeer wit 1645 [
wnt
] {4.1.5/4.4}
spies, spiets
lange speer 1485 [
mnw
] spijbelen
school verzuimen 1762 [
wnt
] spijker*
nagel 1284 [
cg i
2, 780]
spijkerbroek*
jeans 1954 [Aanv
wnt
] {3.1}
spijl*
staaf 901-1000 [Claes] {2.3}
spijs
voedsel 1236 [
cg i
1, 25] spijs
amandelpers 1950 [
wnt
amandelbrood] {1.2.3/4.1.6}
spijt
berouw 1436 [
mnw
] spike
sportschoen met ijzeren punten 1961 [
gvd
] spikkel*
vlekje 1485 [
mnw
] {3.1}
spiksplinternieuw*
fonkelnieuw 1805 [
wnt
] {4.4}
spil*
pen, as 1163-1177 [Tavernier] {2.4}
spillen*
nutteloos besteden 1599 [Kil.]
spin*
spinachtige 1240 [Bern.]
spin
tolbeweging 1961 [
gvd
] spinaal
m.b.t. de ruggengraat 1847 [
wnt
vlok
] spinazie
groente 1377-1378 [
mnw
] spindel
spinklos 1917 [
wnt
afsluiter Suppl] spindokter
mediamanager die het nieuws manipuleert 1997 [De Coster 1999] spinel
edelgesteente 1562 [De Bruijn Tw. 10] spinet
snaarinstrument 1599 [
wnt
] spinnaker
een bijzeil 1946 [Aanv
wnt
] spinnen*
een draad vormen 1240 [Bern.]
spinnen*
snorrend geluid maken (van katten) 1850 [
wnt
] {3.1}
spinnewiel*
toestel om wol te spinnen 1573 [Plantijn]
spin-off
positief neveneffect of -product 1989 [Peptalk] spint*
buitenste jaarringen van bomen 1445 [
mnw
spint*
spinsel van een mijt 1909 [
wnt
spion
verspieder 1653 [
wnt
] spionage
het bespieden 1886 [
kku
spiraal
krullijn, schroeflijn 1872 [
gvd
] spiraal(tje)
voorbehoedsmiddel 1970 [Recht voor raap]
spiril
schroefbacterie 1922 [De Koning, Boschbescherming 108] spirit
fut 1903 [Prick 1903] spiritisme
geloof in contact met overledenen 1884 [
wnt
eeuw
] spiritualiën
sterkedrank, geestrijk vocht 1872 [
gvd
] spiritualisme
opvatting die de ziel voor onsterfelijk verklaart 1888 [
wnt
] spiritualiteit
onstoffelijkheid, geestigheid 1553 [Aanv
wnt
] spiritueel
onstoffelijk, geestig 1378 [
mnw
] [pagina 1083]
[p. 1083]
spirituoso
bijwoord: vurig 1772 [Bouvink] spiritus
alcohol 1714 [
wnt
] spirometer
ademhalingsmeter 1855 [Aanv
wnt
spit*
braadspit 1240 [Bern.]
spit*
pijn in de rug 1567 [
wnt
spits
puntig 1542 [Dasypodius] spits
hondensoort 1867 [
wnt
] spits
meest aanvallende voetballer 1970 [Recht voor raap]
spitsboef
grote schelm 1787-1789 [
wnt
] spitsmuis
insectenetend zoogdier 1599 [Kil.] spitsroede
dunne roede gebruikt om te straffen 1672 [
wnt
] spitsvondig
scherpzinnig 1617 [
wnt
] spitten*
uitgraven 1350 [
mnw
spleen
lichte depressiviteit 1824 [
wei
] spleet*
kier 1342 [
mnw
splijten*
kloven 1240 [Bern.]
splinter*
afgesprongen deeltje 1285 [
cg
Rijmb.]
splinternieuw*
helemaal nieuw 1724-1726 [
wnt
] {4.4}
split
whisky met sodawater 1897 [
wnt
] split*
insnijding in kleding 1903-1904 [
wnt
splitsen*
verdelen 1570 [
wnt
spoed*
haast 1265-1270 [
cg
Lut.K]
spoedig*
binnen korte tijd, binnenkort 1637 [
wnt
] {1.3}
spoel*
klos 1477 [Teuth.]
spoelen*
afwassen 1270 [
cg i
1, 186]
spoetnik
kunstmaan 1957 [R75] spoiler
constructie aan vliegtuigen en auto's ter vermindering van brandstofverbruik 1968 [
kwt
] spon
tap 1477 [Teuth.] sponde
beddenplank, bed 1265-1270 [
cg
Lut.K] spondeus
versvoet 1824 [
wei
] sponning
gleuf 1671 [
wnt
spons
zwam 1285 [
cg
Rijmb.] spons
schoonmaakdoek 1605 [
wnt
sponsor
die de kosten draagt 1961 [
gvd
] spontaan
impulsief, uit een opwelling voortkomend 1888 [
wnt
weerslag
iii
] spook*
bovennatuurlijke verschijning 1477 [Claes] {1.2.2}
spoonerism
verspreking door verwisseling van klanken 1984 [
gvd
] spoor*
prikkel 1080 [Rey] {2.2}
spoor*
voetindruk 1100 [Willeram]
spoorslags*
bijwoord van tijd: in allerijl 1599 [Kil.] {3.1}
sporadisch
zelden 1863 [
kku
] spore
voortplantingscel 1868 [
wnt
] sporozoön
protozoön dat zich door sporevorming vermenigvuldigt 1912 [
kku
sport*
trede van ladder 1301-1400 [
mnw
sport
lichamelijke bezigheid 1847 [
kku
] spot
reclameboodschap 1965 [R75] spot
lamp 1973 [R75] spotten*
de draak steken met 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
spotten
ontdekken 1982 [R84] spouwen*
kloven 1407-1432 [
mnw
spraak*
het vermogen te spreken 901-1000 [
wps
spraakwater*
lust tot spreken 1731 [
wnt
sprankelen*
fonkelen 1808 [
wnt
spray
te verstuiven vloeistof 1879 [Aanv
wnt
] spreadsheet
boekhoudkundig computerprogramma 1984 [
hcc
nieuwsbrief dec. 12, 31] spreekwoord
spreuk 1524 [
tntl
1957, 104] spreeuw*
zangvogel 1287 [
cg
NatBl]
sprei*
dek op bed 1600 [
wnt
spreiden*
uiteenplaatsen, gelijkmatig verdelen 1240 [Bern.]
spreken*
praten 901-1000 [
wps
sprenkel*
spat 1477 [Teuth.] {3.1}
spreuk*
zegswijze 1287 [
cg
NatBl]
spriet*
spruit van een plant 1260-1280 [
cg ii
1 Nibel.]
spriet*
ralvogel 1860 [
wnt
springen*
zich in de lucht verheffen 1240 [Bern.]
springstof
ontplofbare stof 1906 [Aanv
wnt
] springveer
veer van matrassen e.d. 1731-1735 [
wnt
sprinkhaan*
insect 1301-1400 [Glossarium Trevirense] {3.1}
sprinklerinstallatie
blusinrichting 1947 [Aanv
wnt
sprinten
hard gaan over korte afstand 1925 [Toll.] sprits
baksel waarvan het deeg in heet vet wordt gespoten 1580 [Toll.] {4.1.6}
sproeien*
in fijne stralen uitstorten 1657 [
wnt
[pagina 1084]
[p. 1084]
sproet*
huidvlekje 1240 [Bern.]
sprokkelen*
takken bijeenzamelen 1357 [
mnw
] {3.1}
sprokkelmaand
februari 1298 [
cg i
4, 2481] {4.1.7}
sprong*
het springen 1100 [Willeram]
sprookje*
verzonnen vertelling 1610 [
wnt
sprot*
beenvis 1293 [
cg i
3, 1921]
spruit*
loot 1351-1400 [
mnw
spruit*
kind 1437 [
mnw
] {4.1.4}
spruiten*
loten vormen 1285 [
cg
Rijmb.]
spruitje*
groente 1778 [
wnt
] {4.1.6}
spruw*
slijmvliesontsteking 1557 [Claes Tw. 12]
spugen*
door de mond uitwerpen 1657 [
wnt
] {3.1}
spuien*
lozen 1828 [
wnt
spuiten*
met kracht naar buiten persen 1401-1500 [
mnw
spul*
bezitting 1781 [
wnt
spurt
sprint 1886 [
wnt
] sputteren*
pruttelende geluiden maken 1912 [
wnt
] {3.1}
sputum
speeksel 1901 [
kui
] spuug*
speeksel 1717 [
wnt
verdrinken]
spuwen*
door de mond uitwerpen 1240 [Bern.] {3.1}
squadron
basiseenheid bij de luchtmacht 1961 [Aanv
wnt
] squash
balspel 1953 [De Vooys] squaw
indiaanse vrouw 1912 [
kku
] sst*
tussenwerpsel: uitroep om tot stilte te manen 1778 [
wnt
] {4.3}
staaf*
stang 1599 [Kil.] {1.2.4/1.3}
staag*
aanhoudend 1596 [
wnt
staak*
paal 1165 [Künzel] {2.3}
staal*
metaal 1240 [Bern.]
staal
monster 1350 [
mnw
] staan*
overeind zijn 901-1000 [
wps
staande*
voorzetsel 1435 [
mnw
] {4.2}
staar*
oogziekte 1778 [
wnt
staart*
achterste gedeelte 1197 [Claes] {2.3}
staat
toestand 1265-1270 [
cg
Lut.K] staat
land 1599 [Kil.]
staatsie
pracht 1602 [Toll.]
stabiel
vast staande 1619 [De Jonge
iv
, 185] stabij
hondensoort 1961 [
gvd
] stabilisatie
het stabiel maken 1929 [
kwt
] stabilisator
middel om stabiliteit te verbeteren 1911 [Aanv
wnt
] stabiliseren
duurzaam maken 1886 [
kku
] stabiliteit
bestendigheid 1824 [
wei
] staccato
bijwoord: kort aangehouden (van noten) 1772 [Bouvink] stad*
grote plaats 857 [Claes] {2.3}
stadhouder*
plaatsvervanger van vorst 1350 [
mnw
stadion
sportterrein 1920 [
wnt
] stadium
tijdperk 1869 [
wnt
] staf*
stok 1110 [Claes] {1.2.4/1.3/2.3}
staf*
leidinggevend personeel 1766 [
wnt
staffel
berekeningswijze waaruit bij elke wijziging het saldo blijkt 1912 [
kku
] stafylokokken
kogelvormige bacteriën 1912 [
kku
] stag*
staand want 1600 [
wnt
stage
proeftijd 1912 [
kku
] stagflatie
hoge inflatie en geringe economische groei 1974 [R75] stagiair
die een stage doormaakt 1912 [
kku
] stagneren
stilstaan 1824 [
wei
] staken*
stopzetten, het werk neerleggen 1573 [Plantijn]
staketsel
rij palen 1573 [Plantijn]
stakker(d)
stumper 1871 [
wnt
] stal*
verblijf van dieren 701-800 [Lex Salica] {2.2}
stal(letje)*
staanplaats op markt 1080 [Rey] {2.2}
stalactiet
druipsteen (naar beneden hangend) 1734 [HubWes]
stalagmiet
druipsteen (naar boven gericht) 1781 [
wnt
stalactiet]
stalinisme
variant van het communisme als door Stalin toegepast 1935 [
wnt
tsaar]
stalker
iem. die een ander onafgebroken lastigvalt 1997 [De Coster 1999] stallen*
pissen 1477 [Teuth.]
stalles
rang van plaatsen in schouwburg e.d. 1872 [
gvd
] stam*
deel van boom 1350 [
mnw
stamelen*
gebrekkig spreken 1240 [Bern.] {3.1}
staminee
kroeg 1701-1800 [
wnt
] stamkroeg*
café van een habitué 1950 [
gvd
stampen*
stoten 1225 [Rey] {2.2}
stampij
herrie 1265-1270 [
cg
Lut.K]
stampvoeten*
met de voeten stampen 1681 [
wnt
] {3.1}
stampvol*
helemaal vol 1857 [
wnt
] {4.4}
stance
strofe 1835 [
wnt
rekken
] stand*
gesteldheid 1343-1346 [
mnw
stand*
houding 1615 [
wnt
stand
plaats op een tentoonstelling 1929 [
kwt
] standaard
voetstuk 1278 [
cg i
1, 389] [pagina 1085]
[p. 1085]
standaard
maatstaf 1850 [
wnt
] standaardisatie
het standaardiseren 1927 [
wnt
] standaardiseren
brengen tot een eenheid 1950 [
gvd
] standing
vooraanstaande positie in de maatschappij 1930 [Aanv
wnt
] standje*
reprimande 1855 [
wnt
standrecht
snelle berechting door militaire rechters 1740 [
wnt
] stand-up comedian
improviserende cabaretier 1992 [Peptalk] stang*
spijl 1494 [
mnw
stanniool
bladtin 1785 [
wnt
] stansen
uit metaal slaan 1909 [Aanv
wnt
] stanza
strofe 1623 [
wnt
tuit
iii
] stapel*
hoop 1046 [Claes] {2.3}
stapelgek*
volslagen gek 1640 [
wnt
] {4.4}
stappen*
lopen 1350 [
mnw
star
strak, stijf 1824 [
wei
] star
beroemd acteur 1931 [
kwt
] staren*
strak kijken 1276-1300 [
cg
Lut.A]
starten
beginnen 1893 [De Vooys 1953] Star Wars
Amerikaans defensieprogramma 1989 [Peptalk] state
landgoed 1551 [
wnt
] statement
uitspraak 1968 [Aanv
wnt
] stater
oude Griekse munt 1734 [HubWes] statica
evenwichtsleer van lichamen in rust 1824 [
wei
] statie
elk van de veertien afbeeldingen die in de r.-k. kerk de kruisweg vormen 1841 [
wnt
] statief
voetstuk 1867 [
wnt
] statig
voornaamheid weerspiegelend 1599 [Kil.]
station
plaats waar treinen stoppen 1839 [
wnt
] stationair
op de plaats blijvend 1869 [
wnt
stationnair] stationcar
personenauto met uitgebreide achterzijde 1953 [Aanv
wnt
] {3.3/4.1.10}
stationeren
een vaste standplaats geven 1809 [
wnt
stationneeren] statisch
niet beweeglijk 1868 [
wnt
] statistiek
methode om door middel van cijfers inzicht in verschijnselen te krijgen 1807 [
wnt
] status
stand, toestand 1745 [
mey
] status
maatschappelijk aanzien 1959 [Aanv
wnt
] statutair
volgens de statuten 1752 [
wnt
] statuut
voorschrift 1270 [
vmnw
] staven*
bevestigen 1661 [
wnt
stayer
wielrenner op de lange baan achter gangmaker 1897 [
koe
] steak
biefstuk 1912 [
kku
] stearine
bestanddeel van vet 1872 [
gvd
] stechelen, steggelen
ruziën 1865-1870 [
wnt
steeds*
bijwoord van tijd: altijd 1451-1500 [
mnw
] {3.1}
steeg*
straatje 1210-1240 [
cg i
1, 6]
steek*
driekantige hoed 1807 [
wnt
] {4.1.9}
steekpartij
gevecht met steekwapens 1940 [
wnt
stooten z.j.]
steekpenning
smeergeld 1437 [
mnw
] steekproef
willekeurige proef 1914 [
gvd
] steel*
stengel 1344 [
mnw
steelband
band die speelt op instrumenten uit olievaten 1957 [
wp
jaarboek 1958] steels*
heimelijk 1804 [
wnt
steen*
harde delfstof 918-948 [Künzel] {2.3}
steenbreek*
plant 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.] {3.1}
steengoed*
heel goed 1947 [Aanv
wnt
] {4.4}
steenhard*
zeer hard 1573 [Plantijn] {4.4}
steenoud*
zeer oud 1350 [
mnw
] {4.4}
steenrijk
zeer rijk 1868 [
wnt
steen] steeplechase
hindernisren 1865 [
kvw
] steevast*
bestendig 1401-1450 [
mnw
steg*
smalle weg 1477 [Teuth.]
steiger*
aanlegplaats, stelling 1270 [
cg i
1, 146]
steigeren*
op de achterbenen gaan staan (van paarden) 1839 [
wnt
] {3.1}
steil*
sterk hellend 1285 [
cg
Rijmb.]
stek*
loot 1659 [
wnt
stekeblind*
helemaal blind 1534 [
mnw
] {4.4}
stekel*
puntig uitgroeisel 1181-1220 [Claes] {2.3/3.1}
stekelvarken*
knaagdier 1761 [
wnt
] {4.1.3}
steken*
prikken 1236 [
cg i
1, 28]
stekezot
stapelgek 1610-1622 [
wnt
steke-] {4.4}
stekker
steekcontact 1926 [Theissen 1978] stel*
onderstel 1343 [
mnw
stel*
paar 1656-1657 [
wnt
stelen*
heimelijk wegnemen 1240 [Bern.]
stellage
termijnaffaire 1263-1267 [
cg i
, 105]
stellage
houten verhoging 1285-1286 [
cg i
Dordrecht]
stellair
de sterren betreffend 1936 [Aanv
wnt
] stellen*
plaatsen 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
[pagina 1086]
[p. 1086]
stellig*
zeker 1761 [
wnt
stelling*
stellage 1285 [
mnw
stelling*
these 1681 [
wnt
stelpen*
doen ophouden 1240 [Bern.]
stelsel*
stel 1691 [
wnt
stelt*
loopstok 1276 [
cg i
1, 318] {4.1.18}
stem*
door spreken voortgebracht geluid 901-1000 [
wps
stemgember
de fijnste soort van gember 1934 [
wnt
] stemmig*
ingetogen 1534 [
mnw
stempel*
werktuig om te drukken 1573 [Plantijn] {3.1}
stencilen
afdrukken maken 1940 [Posthumus] steng*
houten staak 1401 [
mnw
stengel
deel van een plant 1573 [Plantijn] stengun
machinepistool 1945 [Sanders 1995] stenigen*
met stenen doodgooien 1477 [
mnw
] {3.1}
stennis
ophef 1937 [Van Bolhuis] stenografie
snelschriftmethode 1849 [
wnt
stentor
iem. met een zware stem 1808 [
wnt
step
danspas 1929 [
kwt
] step
autoped 1935 [
wnt
step
ii
] {4.1.10}
step-in
jarretellegordel waar men in stapt 1937 [Aanv
wnt
] steppe
uitgestrekte grasvlakte 1780 [
hou iii
, 1, 52] ster*
hemellichaam 1240 [Bern.]
ster*
beroemdheid 1763 [
wnt
steradiaal
eenheid van ruimtehoek 1961 [
gvd
stère
kubieke meter 1802 [
wnt
] stereo
ruimtelijk klinkend 1967 [R75]
stereoscoop
optisch instrument 1872 [
gvd
stereotiep
onveranderlijk 1858 [
wnt
stereo-] stereotypie
vervaardiging van gegoten drukvormen 1847 [
kku
] steriel
onvruchtbaar 1724 [
wnt
] sterilisatie
vrijmaking van ziektekiemen 1915 [
wnt
] sterilisatie
onvruchtbaarmaking 1935 [
wnt
] steriliseren
vrijmaken van ziektekiemen 1904-1905 [
wnt
] steriliseren
onvruchtbaar maken 1935 [
wnt
] steriliteit
onvruchtbaarheid 1548 [
wnt
] sterk*
krachtig 901-1000 [
wps
sterkedrank*
alcoholische drank 1540 [
wnt
] {4.1.6}
sterkte*
kracht 1434-1436 [
mnw
] {3.1}
sterlet
beenvis 1847 [
kku
] sterling
muntnaam 1276-1300 [
mnw
] stern
meeuwachtige 1761 [
wnt
] sterven*
doodgaan 1100 [Willeram] {4.4}
stethoscoop
hoorbuis 1824 [
wei
stetson
cowboyhoed 1989 [Peptalk] steunen*
stutten 1420 [
mnw
steunen*
kermen 1810 [
wnt
] {3.1}
steur*
beenvis 1059 [Rey] {2.2}
steven*
uiteinde van een schip 1350 [
mnw
stevig*
sterk, fors 1477 [Teuth.]
steward
hofmeester 1824 [
wei
] sticht*
klooster, bisdom 1281 [
mnw
stichten*
grondvesten, doen ontstaan 901-1000 [
wps
stichten*
stemmen tot vroomheid 1546 [
wnt
sticker
plakker 1969 [Aanv
wnt
] stickie
marihuanasigaret 1966 [R75] stiefelen
lopen 1961 [
gvd
] stiefmoeder*
tweede moeder 1240 [Bern.] {4.1.4}
stiefvader*
tweede vader 1240 [Bern.] {4.1.4}
stiefzoon*
zoon uit eerder huwelijk 1240 [Bern.] {4.1.4}
stiekem
heimelijk 1875 [Polak, Geïllustreerd Politie Nieuws] stiel
ambacht 1572 [
mnw
stier*
mannelijk rund 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
stierlijk*
bijwoord van hoedanigheid: in hoge mate 1910 [
wnt
stift
staafje 1477 [Teuth.] stigma
merkteken 1660 [
wnt
karakter] stigmatiseren
brandmerken 1824 [
wei
] stijf*
moeilijk buigbaar 1240 [Bern.]
stijg*
telwoord: twintigtal 1425 [
mnw
] {4.2}
stijgen*
omhooggaan 1100 [Willeram]
stijl
verticale paal 1284 [
cg i
1, 780] stijl
wijze van uitdrukken 1393-1402 [
mnw
] stijldans
dans met een bepaalde stijl van uitvoering 1976 [
gvd
] {1.2.2/4.1.15}
stikdonker*
volkomen donker 1688 [
wnt
] {4.1.5/4.4}
stikken*
naaien 1366 [
mnw
stikken*
smoren 1477 [Teuth.]
stikstof
een gas 1869 [
wnt
stikvol*
zeer vol 1599 [Kil.] {4.4}
stil*
geruisloos, roerloos, bedaard 814-815 [Künzel] {2.3}
[pagina 1087]
[p. 1087]
stilb
vroegere eenheid van helderheid 1950 [
gvd
stileren
in stijlvorm brengen 1863-1872 [
wnt
] stiletto
mes met scharnierend lemmet 1680 [
wnt
stilet] stilist
schrijver 1882-1884 [
wnt
] stilistiek
stijlleer 1847 [
kku
] stilistisch
m.b.t. de stilistiek 1847 [
kku
] stillen*
doen ophouden 1285 [
cg
Rijmb.]
stilletje*
emmer om je behoefte op te doen 1649 [
wnt
] {4.4}
stilleven*
genre in de schilderkunst 1650 [De Pauw-de Veen, Bijdrage studie wrdschat schilderkunst 41]
stilte*
het stil-zijn 1573 [
mnw
] {3.1}
stilton
kaassoort 1855 [Sanders 1995] stimulatie
prikkel 1650 [
mey
] stimuleren
aansporen 1669 [
mey
] stinkdier*
marterachtige 1761 [
wnt
stinken] {4.1.3}
stinken*
kwalijk ruiken 901-1000 [
wps
stins
adellijke Friese woning 1739-1795 [
wnt
] stip*
punt 1408-1414 [
mnw
stipendium
toelage 1667 [
wnt
requireren] stippelen*
stippels vormen 1680 [
wnt
stipt*
nauwgezet 1704 [Hannot&Hoogstraten]
stipulatie
het stipuleren 1501 [
hws
] stipuleren
bedingen 1498 [
hws
] stirlingmotor
soort motor 1974 [
wp
] {4.1.10}
stock
voorraad, kapitaal 1824 [
wei
] stockcar
gewone auto, gebruikt in races 1984 [
gvd
] stoeien*
dartelen 1573 [Claes]
stoel*
zitplaats 901-1000 [
wps
] {4.1.9}
stoelgang*
ontlasting 1477 [Teuth.] {4.4}
stoep*
trottoir 1258 [
hws
stoepa
boeddhistisch heiligdom 1912 [
kku
] stoer*
potig 1767 [
wnt
stoet
optocht 1375 [
mnw
] stoet*
broodsoort 1494 [
mnw
] {4.1.6}
stoeterij
paardenfokkerij 1778 [
wnt
] stoethaspel*
onhandig mens 1786 [
wnt
stof*
fijne deeltjes 1240 [Bern.]
stof
materie 1302 [
mnw
] stoffen
pochen 1562 [Claes] stofferen
met stof bekleden 1430 [
mnw
] stofzuiger*
huishoudelijk apparaat dat stof opzuigt 1934 [
wnt
afbetalen] {1.2.1/4.1.9}
stoïcijn
die leed onverstoorbaar draagt 1824 [
wei
] stok*
tak, staaf 1197 [Künzel] {2.3}
stokbrood*
dun langwerpig Frans brood 1971 [Aanv
wnt
] {3.1/4.1.6}
stokdoof*
volledig doof 1764 [
wnt
] {4.4}
stoken*
opruien 1240 [Bern.]
stoken*
laten branden 1350 [
mnw
stokken
blijven steken 1806 [
wnt
] stokoud*
zeer oud 1599 [Kil.] {4.4}
stokpaardje
iemands favoriete onderwerp 1783 [
wnt
stokstijf*
helemaal stijf 1660 [
wnt
] {4.4/5}
stokstil*
helemaal stil 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.4}
stokvis*
gezouten vis 1366 [
mnw
stola
sjaal over de schouders 1934 [
wnt
] stollen*
stremmen 1546 [
mnw
stolp*
deksel 1568 [
wnt
stom*
niet kunnende spreken, dom 1240 [Bern.]
stoma
huidmondje 1895 [Aanv
wnt
] stoma
kunstmatige darmopening 1961 [
gvd
] stomdronken*
zeer dronken 1835 [
wnt
] {4.4}
stommelen*
dof gedruis maken 1626 [
wnt
] {3.1}
stomp*
niet scherp 1400 [
mnw
stomp*
geknot voorwerp 1479 [
mnw
stomp*
stoot 1866 [
wnt
stomtoevallig*
geheel bij toeval 1940 [
wnt
stom z.j.] {4.4}
stomverbaasd*
zeer verbaasd 1934 [
wnt
stom] {4.4}
stond(e)*
tijd(stip) 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
stoned
onder invloed van drugs 1968 [R75] stoof*
voetwarmer 1300 [
mnw
stool
schouderband van priester 1236 [
cg i
1, 22] stoom*
damp van water 1669 [
wnt
] {4.1.1}
stoomboot
door stoom voortbewogen vaartuig 1816 [
wnt
] stoommachine
door stoom aangedreven machine 1779 [
wnt
] {4.1.10}
stoop*
vloeistofmaat 1101-1200 [Tavernier] {2.4}
stootvogel*
roofvogel die zich op zijn prooi stort 1836 [
wnt
stooten]
stop
afdichting 1368 [
mnw
] stopfles*
type fles 1888 [
wnt
stoppel
na maaien overblijvende deel van halm 1240 [Bern.] stoppen*
dichtmaken 901-1000 [
wps
[pagina 1088]
[p. 1088]
stoppen
stilstaan 1849 [
wnt
] storen*
hinderen 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
storm*
hevige wind 1240 [Bern.] {3.1/4.1.1}
stormen*
hard waaien 1240 [Bern.]
storten*
met geweld (laten) vallen 1236 [
cg i
1, 29]
story
verhaal 1968 [
kwt
] stoten*
een duw geven, schokken 1240 [Bern.]
stotteren
hakkelen 1781 [
wnt
] stout*
vermetel, dapper 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
stout*
ondeugend 1612 [
wnt
stout
donker bier 1884 [
gvd
] stouwen*
bergen 1477 [Teuth.]
stoven*
gaar worden of maken op zacht vuur 1451-1500 [
mnw
straal*
smalle lichtbundel 1263-1267 [
cg i
1, 105]
straalbezopen*
zeer dronken 1932 [Aanv
wnt
] {4.4}
straaljager*
jachtvliegtuig met straalmotor 1953 [Aanv
wnt
] {3.1/4.1.10}
straalmotor
door sterk verhitte gassen aangedreven motor 1950 [
gvd
] {4.1.10}
straat
weg 1210-1240 [
cg i
1, 14] straat
zee-engte 1595 [
wnt
] straatarm
zeer arm 1888 [
wnt
straat]
stradivarius
bepaald soort viool 1899 [
dbl
straf*
stijf, krachtig 1401-1450 [
mnw
straf
maatregel tegen overtreding 1542 [Claes Tw. 12] straight
ronduit 1984 [
gnn
] strak*
niet plooiend, star 1400 [
mnw
strak*
erg goed 1987 [De Coster 1999] {3.1}
straks*
bijwoord van tijd: dadelijk 1597 [
wnt
] {3.1}
stralen*
zakken voor examen 1935 [
wnt
stram
stijf 1550 [
wnt
] stramien
weefsel 1555 [Claes Tw. 12]
stramien
patroon, model 1898 [
gvd
strand*
kustgebied met zand 1368 [
mnw
strapatsen
ongemakken 1778 [
wnt
] strapless
zonder schouderbandjes 1953 [De Vooys] strateeg
veldheer 1867 [
wnt
] strategie
kunst van oorlogvoering, beleid 1872 [
gvd
] stratificatie
laagvorming 1847 [
kku
] stratigrafie
beschrijving van aardlagen 1929 [
kwt
] stratosfeer
bovenste deel van de atmosfeer 1914 [
gvd
] stratus
laag wolkendek 1861 [Witsen Geysbeek (wolken)] streaken
naakt over straat rennen 1974 [R75] streamer
eenregelige kop in grote letter 1989 [Peptalk] streber
eerzuchtige 1912 [
kku
] streek*
gebied 1595 [
wnt
streektaalfunctionaris
ambtenaar die een streektaal onderzoekt en het gebruik ervan bevordert 1983 [Provinciaal rapport] {4.4}
streep*
lijn 918-948 [Künzel] {2.3}
strekken*
strak maken of worden 1266 [
cg i
1, 90]
strelen*
aaien 1450 [
mnw
stremmen*
stollen 1287 [
cg
NatBl]
streng*
koord, bundel draden 1177-1187 [Claes] {2.3}
streng*
niet toegeeflijk 1437 [
mnw
streptomycine
geneesmiddel dat bacteriën doodt 1948 [
kwt
stress
spanning 1961 [
gvd
] stretch
rekbaar 1979 [Wijnands&Ost] stretcher
vouwbed 1970 [Recht voor raap] streven*
zich beijveren 1276-1300 [
mnw
stribbelen*
zich verzetten 1630 [
wnt
] {3.1}
strictuur
vernauwing van lichaamskanaal 1840 [
wnt
was
ii
] striem*
streep op de huid 1350 [
mnw
] {3.1}
strijd*
gevecht 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
strijkage
diepe buiging 1642 [
wnt
strijken*
met de hand gaan langs, glad maken 1250 [
cg ii
1 Gen.rec.]
strijk-en-zet*
bijwoord van hoedanigheid: schering en inslag 1561 [
wnt
strijkijzer
warm gemaakt metalen voorwerp waarmee men linnen glad strijkt 1684 [
wnt
] {4.1.9}
strijkstok*
stok om muziekinstrument mee te bespelen, om maat mee af te strijken 1567 [Junius 362b]
strik*
lus 901-1000 [
wps
strikt
nauwkeurig, streng 1636 [
wnt
] string
gegevenstype dat uit een reeks tekens bestaat 1980 [
hcc
nieuwsbrief nov. 19] string
minuscuul broekje dat van achter slechts uit een koordje bestaat 1983 [De Coster 1999] stringendo
langzaam versnellend 1805 [Muzijkaal Zak-Boekje] stringent
dwingend 1824 [
wei
] strip
(metalen) strook 1908 [
wnt
] strip
beeldverhaal 1949 [De Vooys] {3.3}
striptease
dans waarbij de danser of danseres zich ontkleedt 1948 [Aanv
wnt
] [pagina 1089]
[p. 1089]
stripteaseuse
stripteasedanseres 1970 [Aanv
wnt
] stro*
gedorst koren 901-1000 [
wps
stroboscoop
toestel dat snel beelden toont 1847 [
kku
] stroef*
ruw, niet vlot 1750 [
wnt
strofe
couplet 1857 [
wnt
] stroken*
overeenkomen 1760 [
wnt
stroman*
iem. die voor een ander handelt 1908 [
wnt
stroming*
beweging, partij 1886 [
wnt
verpletteren]
strompelen*
met moeite lopen 1437 [
mnw
] {3.1}
stronk*
boomstomp 1350 [
mnw
] {3.2}
stronken
stoned en dronken 2000 [Sanders 2001] stront*
drek 1191-1200 [Rey] {2.2/4.4}
stronteigenwijs
bijzonder eigengereid 1961 [
gvd
] {4.4}
strontium
chemisch element 1847 [Sanders 1995] strooien*
verspreid neerwerpen 1287 [
cg
NatBl]
strook*
reep 1604 [
wnt
strook
stroom*
bewegende massa vloeistof 1240 [Bern.] {3.1}
stroom*
hoeveelheid elektriciteit 1787 [
wnt
stroop
dikke vloeistof 1514 [
wnt
violet
] strootje
sigaret 1897 [
wnt
] strop
strik 1350 [
mnw
] stropdas
hoge, nauw om de hals sluitende das 1733 [
wnt
] stropen*
villen 1287 [
cg
NatBl]
stropen*
roven 1342 [
mnw
stroppen*
blijven steken 1851 [
wnt
strot*
voorkant van de hals 1567 [Junius]
structuralisme
het zien van de verschijnselen als voortkomend uit de structuur 1935 [Reichling, Het woord] structureel
de structuur betreffend 1946 [Aanv
wnt
] structuur
wijze van opbouw 1494-1512 [
hws
] struif*
omelet 1460 [
mnw
struik*
heester 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.2}
struikelen*
misstappen 1240 [Bern.] {3.1}
struinen*
rondsnuffelen 1572 [
wnt
struis*
kloek 1836-1838 [
wnt
struis(vogel)
loopvogel 1287 [
cg
NatBl]
struisvogelpolitiek
handeling die de ogen sluit voor het gevaar 1916 [Stoett]
struma
kropgezwel 1661 [Aanv
wnt
] struweel
struikgewas 1450 [
mnw
] strychnine
giftig alkaloïde 1847 [
kku
stuc
pleisterkalk 1604 [
wnt
wit
] student
iem. die studeert 1350 [
mnw
] studentikoos
zoals past bij studenten 1650 [
wnt
] studeren
leren 1265-1270 [
cg
Lut.K] studie
bestudering van bepaald vak 1350 [
mnw
] studio
atelier 1886 [
kku
] stuf*
vlakgom 1914 [
gvd
stuff
drugs 1966 [R75] stug*
stijf 1350 [
mnw
stuip*
convulsie 1350 [
mnw
stuit*
achterste 1567 [Junius 61a]
stuiten*
tot staan brengen 1573 [Plantijn]
stuiteren*
knikkeren 1706 [
wnt
stuiter] {3.1}
stuiven*
waaien 1350 [
mnw
stuiver*
munt 1380 [Claes] {4.1.12}
stuk*
brok 1240 [Bern.]
stuk*
kapot 1819 [
wnt
stuka
duikbommenwerper 1950 [
gvd
] stukadoor
plafondwerker 1750 [
wnt
] stulp*
deksel 1599 [
wnt
stulpen*
een stulp plaatsen over 1357 [
mnw
stumper(d)*
stakker 1287 [
cg
NatBl]
stunt
bravourestuk 1946 [De Vooys] stuntel*
kluns 1922 [
wnt
stuntelen]
stunten
kunstvliegen 1936 [Aanv
wnt
] stupide
dom 1669 [
mey
] sturen*
doen gaan (in bepaalde richting) 1432 [
mnw
] {1.3}
stutten*
stuiten, steunen 1364 [
mnw
stuurboord*
van achter naar voren gezien de rechterzijde van het schip 1532 [
wnt
stuurs*
nors 1612 [
wnt
stuwadoor
lader en losser van zeeschepen 1905 [
wnt
] stuwen*
voortduwen, stroom tegenhouden 1348 [
mnw
styliet
pilaarheilige 1847 [
kku
] styling
vormgeving 1974 [Posthumus] subcutaan
onderhuids 1904 [
wnt
filtraat] subiet
bijwoord van tijd: direct, ineens 1488 [
mnw
] subito
plotseling 1772 [Bouvink] subject
onderwerp 1671 [
wnt
] subjectief
tot het subject behorend 1835 [
wnt
] subjectiviteit
het subjectief zijn 1871 [
wnt
] [pagina 1090]
[p. 1090]
subjonctief
aanvoegende wijs 1961 [
gvd
] subliem
groots 1784 [
wnt
] sublimaat
zwaar vergiftigde antiseptische stof 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois 244] sublimatie
het verdampen van vaste stof 1778 [
wnt
] sublimeren
naar een hoger niveau brengen 1784-1785 [
wnt
] subliminaal
onder de bewustzijnsdrempel 1961 [
gvd
submissie
onderwerping 1432-1468 [
mnw
] subordinatie
ondergeschiktheid 1706 [
wnt
] subordineren
ondergeschikt zijn of maken aan 1759 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] subsidiabel
in aanmerking komend voor subsidie 1960 [Aanv
wnt
subsidiair
vervangend 1830 [
wnt
] subsidie
geldtoelage 1586 [
wnt
] subsidiëren
subsidie geven aan 1678 [
wnt
substantie
stof 1350 [
mnw
] substantieel
voedzaam 1871 [
wnt
] substantief
zelfstandig naamwoord 1576 [Colloquien oft tsamensprekingen (...) in ses spraken] substituut
plaatsvervanger 1486 [
hws
] substraat
onderlaag 1847 [
kku
] subtiel
fijn 1240 [Bern.] suburbia
het gebied der voorsteden 1847 [
kku
] <
me
Latijn
subversief
ontwrichtend 1781 [Aanv
wnt
] succes
welslagen 1690 [
wnt
] successie
opvolging 1524 [
wnt
] succulent
vetplant 1902 [Kerner von Marilaun, Leven der planten
:398] sucre
munteenheid van Ecuador 1884 [Enc. Munten en Bankbiljetten] sudderen*
pruttelend koken 1897 [
wnt
] {3.1}
suède
fijn leer 1921 [Sanders 1995] suffen*
soezen 1285 [
cg
Rijmb.]
suffix
achtervoegsel 1824 [
wei
] suffragette
voorstander van vrouwenkiesrecht 1912 [
kku
] suggereren
opperen 1843 [
wnt
] suggestibel
vatbaar voor suggestie 1950 [
gvd
] suggestie
voorstel 1650 [
mey
] suïcide
zelfmoord 1757 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] suiker
zoetstof 1253 [
cg ii
1 Gezondh.] suikerij
plant 1562 [Claes]
suikerwerk
lekkernij 1714 [
wnt
] {4.1.6}
suite
ineenlopende kamers 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 105] suizebollen*
duizelig zijn 1598 [
wnt
] {3.1}
suizen*
zacht ruisen 1599 [Kil.] {3.1}
sujet
persoon (minachtend) 1803 [
wnt
] sukade
gekonfijte schil van cederappel 1480 [
mnw
] sukiyaki
Japans gerecht van groenten met vlees, kip of vis 1992 [
gvd
] sukkelen*
ziekelijk zijn 1350 [
mnw
] {3.1}
sul
sufferd 1644 [
wnt
] sulky
tweewielig eenpersoonswagentje 1888 [Nieuwsblad van het Noorden 1:1, 2 juni, 3a] sultan
oosterse vorst 1325 [
mnw
] sultane
gemalin van een sultan 1717 [
wnt
] summier
bondig 1830 [
wnt
] sumo
traditionele Japanse vorm van worstelen 1996 [Vd Sijs 1996] super
tussenwerpsel: geweldig! 1992 [R75] superbe
prachtig 1610 [
wnt
] superfijn
heel fijn 1872 [
gvd
superieur
hogere in rang 1609 [
wnt
] superioriteit
geestelijke meerderheid 1909-1910 [
wnt
] superlatief
overtreffende trap 1633 [Ruijs] supermarkt
winkel met zelfbediening 1948 [De Vooys] supernova
ster die met grote helderheid explodeert 1955 [
wnt
transparant
superplie
koorhemd 1906 [
wnt
rocquet] <
me
Latijn
supersonisch
sneller dan het geluid 1952 [Aanv
wnt
supplement
aanvulling 1614 [
wnt
vervulsel] suppletie
aanvulling 1658 [
mey
] <
me
Latijn
suppletoir
aanvullend 1680 [
wnt
] suppoost
zaalwachter 1961 [
gvd
] supporter
aanhanger 1946 [De Vooys] suprageleiding
vermindering van elektrische weerstand bij lage temperatuur 1911 [Vd Sijs 1998] {1.2.2/4.4}
suprematie
oppergezag 1847 [
kku
] surfen
plankzeilen 1969 [Aanv
wnt
] surfen
rondhangen op het internet 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 15] [pagina 1091]
[p. 1091]
surimono
Japanse nieuwjaarsprent 1950 [B.D. Swanenburg, Algemene kunst enc. 262] surplus
overschot 1370-1378 [
hws
] surprise
verrassing 1599 [
wnt
] surrealisme
richting in de kunst 1931 [
kwt
] surrogaat
vervangingsmiddel 1824 [
wei
] surseance
opschorting 1564 [
wnt
] surveilleren
toezicht houden 1810 [
wnt
] survey
onderzoek 1951 [De Vooys] survivaltocht
overlevingstocht 1989 [De Coster 1999]
sushi
rijstballetje met rauwevisreepjes in zeewier 1989 [De Coster 1999] suspect
verdacht 1480 [
hws
] suspense
spanning 1970 [Recht voor raap] suspensie
opschorting 1370-1378 [
hws
] sussen
kalmeren 1501-1550 [
mnw
] s.v.p.
tussenwerpsel: verzoek 1840 [
wnt
voortzenden] swami
hindoegodsdienstonderwijzer 1984 [
gvd
] swap
wederzijdse geldoverdracht door internationale banken 1984 [
gvd
] swastika
hakenkruis 1847 [
kku
] sweater
trui 1903 [Prick 1903] sweepstake
wedren met inleggeld als prijs 1929 [
kwt
] swingen
dansen 1949 [De Vooys] switch
schakelaar 1989 [Peptalk] syfilis
geslachtsziekte 1859-1864 [
wnt
] {1.2.4}
syllabe
lettergreep 1568 [Ruijs] syllabus
samenvatting 1901 [
kui
] syllogisme
sluitrede 1650 [
mey
] symbiose
samenleving 1886 [
kku
] symbolisch
zinnebeeldig 1824 [
wei
] symbool
zinnebeeld, voorstelling 1553 [Vd Werve] symfonie
veelstemmig muziekstuk 1824 [
wei
] symfonisch
van de aard van een symfonie 1847 [
kku
] symmetrie
evenredigheid 1549 [
wnt
volgen] sympathie
medegevoel 1634 [
wnt
] sympathiek
sympathie opwekkend 1901 [
wnt
] sympathisant
die met iets of iem. sympathiseert 1950 [
gvd
] sympathisch
op sympathie berustend 1847 [
kku
] sympathiseren
eenstemmig denken met een ander 1784 [
wnt
sympathiseeren] symposium
wetenschappelijke bijeenkomst 1838 [
wnt
latiniteit] symptomatisch
een symptoom vormend 1824 [
wei
] symptoom
(ziekte)verschijnsel 1778 [
wnt
] synagoge
Israëlitisch bedehuis 1285 [
cg
Rijmb.] synchronistisch
gelijktijdig 1824 [
wei
] synchroon
gelijktijdig 1847 [
kku
] syncope
uitstoting van een letter in het midden van een woord 1638 [Ruijs] syncretisme
vermenging van begrippen 1847 [Aanv
wnt
] syndicaat
combinatie van zakenlieden 1886 [
wnt
] syndroom
complex van ziekteverschijnselen 1734 [HubWes] synecdoche
retorische figuur 1698 [
mey
] synergie
samenwerking 1847 [
kku
] synesthesie
verbinding tussen voorstellingen uit verschillende zintuigsferen 1961 [
gvd
synode
kerkvergadering 1590 [
wnt
] synoniem
gelijkbetekenend (woord) 1800 [
wnt
synoniem
ii
] synonymie
het synoniem zijn 1895-1896 [
wnt
] synopsis
overzicht 1688 [
mey
] synoptisch
beknopt 1824 [
wei
] synovia
vloeistof in gewrichten 1847 [
kku
] syntactisch
volgens de syntaxis 1847 [
kku
] syntaxis
leer van rede- en zinsdelen 1584 [Ruijs] synthese
samenstelling 1875 [
wnt
voorop] synthesizer
elektronisch muziekinstrument 1957 [Enc. van de muziek] systeem
stelsel, methode 1735 [
wnt
] systematisch
stelselmatig 1766 [
wnt
] taai*
sterk samenhangend, hardnekkig 1286 [
cg i
2, 1177]
taaitaai*
koek 1787-1789 [
wnt
] {3.1/4.1.6/5}
taak
opdracht 1573 [Plantijn] [pagina 1092]
[p. 1092]
taal*
systeem van spraakklanken 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
taan
ontsmettende verfstof, aftreksel van eikenschors 1456 [
hws
] taart
gebak 1302 [
mnw
] tab
uitstekend strookje 1950 [
gvd
] tabak
gedroogde planten die gerookt worden 1577 [
wnt
] tabasco
kruiderij 1976 [Complete kookboek voor de goede keuken] tabbaard, tabberd
bovenkleed 1297 [
cg i
3, 2382] tabby
kat met cyperse tekening 1961 [
gvd
] tabee
tussenwerpsel: groet 1906 [
moo
] tabel
geordende lijst 1399 [Stadb. Zwolle
ii
] tabellarisch
in tabelvorm 1847 [
kku
] tabernakel
kastje op altaar met hosties, tent van de ark des verbonds 1285 [
cg
Rijmb.] tableau
tafereel 1845 [
wnt
troffel
] tablet
plak, pastille 1680 [
wnt
] taboe
verboden, verbod 1847 [
kku
] taboeret
stoeltje zonder leuning 1778 [
wnt
] tabulator
mechanisme aan schrijfmachine dat kolommen doet verspringen 1913 [Lengs en Zonen, Tegelen, Prijscourant, 59]
tachtig*
telwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
tachymetrie
snelle methode van landmeetkunde 1920 [Aanv
wnt
tackelen
beentje lichten 1951 [Aanv
wnt
] taco
Mexicaanse maïspannenkoek 1983 [Ferrée] tact
gevoel voor wat passend is 1838 [
wnt
] tacticus
die de tactiek weet toe te passen 1872 [
gvd
tactiek
strategie, gericht beleid 1767 [
wnt
] tactisch
m.b.t. tactiek 1847 [
kku
] Tae Bo
combinatie van sport- en fitnessoefeningen 1999 [Sanders 2000] taekwondo
vechtsport 1984 [
gvd
] taël
Chinees gewicht, munt ter waarde van hetzelfde gewicht in zilver 1603 [De Jonge
iii
, 150] taf
lichte stof 1592 [
wnt
] {4.1.9}
tafel
meubelstuk 901-1000 [Claes] tafelen
ketelmuziek maken 1882 [
wnt
tafereel
schildering 1450 [
mnw
] taffetas
lichte stof 1473 [
mnw
] tagliatelle
pastasoort 1984 [Blue Band Basiskookboek] tahin
sesampasta 1992 [
gvd
] tahoe
sojakoek 1984 [
gvd
] taiga
streek met naaldwouden 1930 [Oosthoek's geïll. enc. 2 (Siberïe)] tai-ji, tai chi
Chinese bewegingsleer 1986 [
koe
] taikoen
titel van de shogun 1863 [
kku
] taille
middel van het lichaam 1254 [
mnw
] tailleur
kleermaker 1824 [
wei
] tak*
spruit 1275 [
cg i
1, 291]
taka
munteenheid van Bangladesh 1975 [2000 Standard Catalog of world coins] take
filmshot 1981 [Foto en film enc.] takel*
hijswerktuig 1376-1400 [
mnw
takkewijf
zeer vervelende vrouw 1984 [
gvd
takki-takki
denigrerende benaming voor Sranangtongo 1888 [Van Donselaar 1989] taks
vastgestelde hoeveelheid 1389 [
mnw
] taks
hondensoort 1838 [
wnt
] tal*
(grote) hoeveelheid 1285 [
cg
Rijmb.]
tala
munteenheid van West-Samoa en Tokelau-eilanden 1978 [2000 Standard Catalog of world coins] talen*
verlangen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
talent
natuurlijke gave 1400 [
mnw
talent
geldswaarde 1400 [
mnw
] taler
munt 1832 [
wei
] talg
huidsmeer 1922 [
wnt
] talie
takel 1657 [Claes] taling*
eendachtige 1378 [
mnw
talisman
voorwerp dat geluk brengt 1778 [
wnt
] talk*
vet van dieren (o.a. voor kaarsen gebruikt) 1397 [
mnw
talk
(gemalen) speksteen 1770 [
wnt
] talkshow
televisieshow waarin met gasten wordt gesproken 1983 [R84] tallith
joods kerkkleed 1847 [
kku
] talmen*
dralen 1647 [
wnt
talmoed
misjna plus commentaar daarop 1557 [
wnt
koran] [pagina 1093]
[p. 1093]
talon
bewijs voor nieuw couponblad 1855 [
kku
] talrijk
vele(n) in getal 1642 [
wnt
] talud
helling van aardwerken 1658 [Claes] tam*
niet wild 1287 [
cg
NatBl]
tamagotchi
interactief knuffeldier 1997 [De Coster 1999] tamari
sojasaus 1986 [
koe
] tamarinde
boomsoort 1596 [
wnt
] tamboer
trommelaar 1642 [
wnt
] tamboerijn
slaginstrument 1550 [
wnt
] tamelijk*
redelijk 1573 [Plantijn]
tampon
wattenprop 1920 [
wnt
] tamponneren
met een tampon dichtstoppen 1872 [
gvd
] tamtam
slaginstrument 1867-1879 [
wnt
] tand*
uitsteeksel in kaak om mee te bijten 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
tandem
tweepersoonsfiets 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 15a] tandoori
bereidingswijze 1992 [
gvd
] tanen
bruinen 1446 [
mnw
tanen
(in glans) achteruitgaan 1612 [
wnt
tang*
gereedschap 1285 [
cg
Rijmb.]
tang
kwaadaardige vrouw 1862 [
wnt
] tanga
zeer klein zwembroekje, slipje 1976 [
gvd
] tangens
getal dat verhouding uitdrukt van rechthoekszijde tegenover die hoek tot de aanliggende rechthoekszijde 1614 [
wnt
wezen
] tango
dans 1914 [Veth, Gids voor Padvinders, 39] tangram
Chinese legpuzzel 1976 [
gvd
] tank
vloeistofreservoir 1889 [
wnt
] tank
legervoertuig 1916 [
wnt
] tanker
tankboot 1936 [Aanv
wnt
] tannine
looizuur 1847 [
kku
tantalium
chemisch element 1847 [
kku
] tante
(schoon)zuster van vader of moeder 1782 [
wnt
] tante-Betjestijl
onbeholpen stijl met inversie van onderwerp en gezegde 1917 [Burger en De Jong 54] {4.4}
tantième
aandeel in winst 1887 [
wnt
] tant pis
tussenwerpsel: pech gehad! 1912 [
kku
] taoïsme
wijsgerig stelsel 1912 [
kku
tap*
afsluiter 1233 [Slicher] {2.4}
tapas
borrelhapjes 1997 [De Coster 1999] tapdans
een dans 1950 [
gvd
] tape
strook 1947 [
wnt
tikker
ii
] taperecorder
bandopnemer 1953 [Aanv
wnt
] tapijt
kleed 1240 [Bern.] tapioca
meel uit cassaveknol 1843 [
wnt
] tapir
hoefdier 1682 [
wnt
] tapisserie
wandtapijt 1488 [
mnw
] taps*
kegelvormig 1861-1865 [
wnt
taptemelk*
ondermelk 1750 [
wnt
room] {4.1.6}
taptoe*
signaal om naar kwartieren te gaan 1688 [
wnt
tapuit*
zangvogel 1860 [
wnt
tarantella
Zuid-Italiaanse dans 1834 [Sanders 1995] tarantula
spinachtige 1595 [
wnt
aardspin] tararaboemdiejee
tussenwerpsel: het geluid van de fanfare 1892 [Sanders, Tararaboemdiee en de blikken dominee] tarbot
beenvis 1448 [
mnw
] target
omzetdoelstelling 1989 [Peptalk] tarief
prijslijst 1806 [
wnt
] tarot
kaartspel 1879 [
wnt
tarok] tarra
verschil tussen bruto- en nettogewicht 1590 [
wnt
] tartaar
rauwe gehakte biefstuk 1932 [Aanv
wnt
] tartan
Schotse wollen ruit 1847 [
kku
] tarten*
prikkelen 1550 [
mnw
tarwe*
graangewas 1189 [Claes] {2.3/4.1.2}
tas*
stapel 1285 [
cg
Rijmb.]
tas*
buidel 1291 [
cg i
3, 1569]
tas
kopje 1836-1838 [
wnt
] tasten
bevoelen 1240 [Bern.] tatami
judomat 1984 [
gvd
] tater*
mond 1865-1870 [
wnt
tateren
ii
tateren*
kwebbelen 1567 [Plantijn, Françoische t'samensprekinghen, 9] {3.1}
tatoeëren
figuren in de huid aanbrengen 1836 [Muller, Reizen en Onderzoekingen in den Indischen Archipel
, 122] taugé
jonge katjangplantjes 1932 [Klok, Bij Ien, Iet en Broer 33] taupe
donkergrijs 1952 [
kwt
] [pagina 1094]
[p. 1094]
tautologie
herhaling met een andere uitdrukking 1698 [
mey
] taverne
herberg 1240 [Bern.] taxatie
schatting 1361 [
mnw
] taxeren
schatten 1288 [
cg i
2, 1258] taxfree
belastingvrij 1984 [
gnn
] taxi
huurauto met chauffeur 1911 [
wnt
Bijv.+verb.] taxis
beweging van vrij levende organismen 1847 [
kku
] taxus
heester 1663 [Claes] t.b.c., t.b.
infectieziekte 1919 [
wnt
verbindend] te*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
te*
bijwoord van graad 1236 [
cg i
Gent]
teach-in
openbare discussie 1966 [R75] teak
boom, hout daarvan 1854 [
wnt
] team
ploeg 1909 [Aanv
wnt
] tearoom
theesalon 1929 [
kwt
technetium
een kunstmatig scheikundig element 1976 [
gvd
] techneut
technisch aangelegd persoon 1988 [De Coster 1999]
technicolor
procédé voor vervaardiging van kleurenfilms 1942-1943 [Nederlandsch Jaarboek voor Fotokunst, 14b] technicus
deskundige in de techniek 1872 [
gvd
] techniek
bewerkingen die behoren tot de industrie, vaardigheid 1868 [
wnt
zwavelen] technisch
op het gebied van techniek 1778 [
wnt
] techno
elektronische dansmuziek 1988 [De Coster 1999] technocraat
aanhanger van de technocratie 1950 [
gvd
] technologie
leer van de fabricagemethoden 1824 [
wei
] teckel
hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] tectyl
antiroestmiddel 1975 [R75]
teddybeer
kinderspeelgoed 1914 [
wnt
afsluiten Suppl] teder*
zacht 1287 [
cg
NatBl]
tee
plaats voor afslag van een hole 1961 [
gvd
] teef*
wijfjeshond 1240 [Bern.] {4.1.3}
teek*
insect 1518 [Claes Tw. 12]
teelt*
het telen, het geteelde 1599 [
wnt
teen*
vinger van de voet 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.4}
teen*
twijg 1288 [
cg i
2, 1337]
teenager
tiener 1955 [R75] teer*
distillaat van kool 1240 [Bern.]
teerling
dobbelsteen 1210-1240 [
cg i
1, 5]
teetotaller
geheelonthouder 1847 [
kku
] tegader*
bijwoord van hoedanigheid: gezamenlijk 1236 [
cg i
1, 22]
tegel
vloersteen 1100 [Claes] tegen*
voorzetsel 1284 [
cg i
2, 808] {4.2}
tegendeel*
het tegenovergestelde 1620 [
wnt
tegengif*
neutraliserend middel 1599 [
wnt
tegenover*
voorzetsel 1613 [
wnt
] {4.2}
tegenspoed*
pech 1437 [
mnw
tegenstelling*
plaatsing tegenover, contrast 1573 [Plantijn]
tegenvoeter*
iem. die aan de andere kant van de aarde woont 1624 [
wnt
] {3.1}
tegenwoordig*
aanwezig, nu bestaande 1200 [
mnw
teil
bak 1260-1280 [
cg ii
1 Nibel.]
teint
kleur 1680 [
wnt
] teisteren*
schaden 1638 [
wnt
] {3.1}
teken*
blijk, merk 901-1000 [
wps
tekenen*
schilderen 1367 [
mnw
tekenen*
een handtekening zetten 1573 [Plantijn]
tekst
bewoordingen 1400 [
mnw
] tekstueel
de tekst betreffend 1865 [
kvw
] tekstverwerker
computer of -programma voor het bewerken van teksten 1986 [Mini/micro computer dec. 12, 36] {1.3/4.1.17}
tektonisch
m.b.t. verstoring van de aardlaag 1914 [Aanv
wnt
] teleferiek
stoeltjeslift 1952 [
kwt
] telefoon
toestel voor geluidsoverdracht op afstand 1875 [
wnt
] telegraaf
sein- en ontvangtoestel om tekens over grote afstand over te brengen 1843 [H.Zn. Cantzlaar, Algemeen Denkbeeld] telegram
per telegraaf overgebracht bericht 1860 [Picarta: titel van A.v.d. Does de Bye] telekinese
paranormaal verplaatsen 1939 [
kwt
telemark
beweging om te remmen of te sturen bij skiën 1938 [
wp
] telemarketing
verkoop via de telefoon 1988 [De Coster 1999] telen*
kweken 1240 [Bern.]
teleologie
doelmatigheidsleer 1802 [Aanv
wnt
telepathie
supranormale overbrenging 1907 [Aanv
wnt
] telescoop
verrekijker 1740 [
wnt
] teletekst
systeem waardoor men tekst op tv-scherm krijgt 1986 [Mini/micro computer dec. 12, 16] [pagina 1095]
[p. 1095]
teleurstellen*
niet vervullen 1539 [
wnt
televisie
overbrenging van beelden 1914 [Aanv
wnt
] telex
seintoestel 1932 [
wp
] telg*
spruit 806 [Claes] {2.3/4.1.4}
telganger*
dier dat bij het draven afwisselend de rechter- en linkerpoten gelijk verzet 1724-1726 [
wnt
telkens*
bijwoord van tijd: iedere keer 1613 [
wnt
] {3.1}
tellen*
rekenen, optellen 901-1000 [
wps
tellurium
chemisch element 1824 [
wei
] teloorgaan*
verloren gaan 1635 [
wnt
temeie
Bargoens: hoer 1906 [
moo
] temen
zeuren 1614-1615 [
wnt
temmen*
tam maken 1240 [Bern.]
tempel
bedehuis 1271-1272 [
cg i
1, 210] tempelier
ridder van geestelijke orde 1269 [
cg i
Brugge] tempera
verf 1847 [
kku
] temperament
gemoedsaard 1634 [
wnt
] temperatuur
warmtegraad 1793 [
wnt
zoutzuur
] temperen
matigen 1240 [Bern.] tempo
relatieve snelheid 1839 [
wnt
verkorten] tempo doeloe
tijd van vroeger 1910 [Prick 1910] temporeel
tijdelijk 1540 [
wnt
] temporiseren
aan tijd(en) binden 1637 [
wnt
trekken] temptatie
kwelling 1290 [
cg ii
1 En.Codex] tempus
tijd 1633 [
wnt
wezen
] ten*
voorzetsel + lidwoord 1236 [
cg i
1, 21] {4.2}
Tenach
Oude Testament 1912 [
kku
] tendens
bedoeling 1824 [
wei
] tendentie
streven, strekking, neiging 1672 [
wnt
tuimelgeest] <
me
Latijn
tendentieus
met vooropgezette bedoeling 1929 [
kwt
] tender
kolenwagen achter locomotief 1839 [
wnt
] tender
emissie 1950 [
gvd
] tenderen
een bepaalde strekking hebben 1566 [
wnt
] teneinde*
onderschikkend voegwoord 1781 [
wnt
] {4.2}
teneur
geest, strekking 1961 [
gvd
] tenge
munteenheid van Kazachstan 1993 [Enc. Munten en Bankbiljetten] tengel*
houten strook 1848 [
wnt
] {3.1}
tenger
slank, teer 1616 [
wnt
] tengevolge van*
voorzetsel 1840 [
wnt
] {4.2}
tennis
slagbalspel 1901 [
wnt
club] tenno
titel van Japanse keizer 1948 [
kwt
] tenor
hoogste mannenstem 1591 [
wnt
vlijen] tensie
spanning 1824 [
wei
] tent
tijdelijk verblijf uit licht materiaal 1240 [Bern.] tent
horecagelegenheid 1950 [
gvd
tentakel
vangarm 1916 [Aanv
wnt
] tentamen
(voor)examen 1654 [
wnt
vigileeren] tentoonstelling*
uitstalling 1807 [
wnt
tenue
uniform, kostuum 1862 [
wnt
] tenuto
aangehouden 1805 [Muzijkaal Zak-Boekje] tenzij*
onderschikkend voegwoord 1453-1497 [
mnw
] {4.2}
tepel*
uitmonding van melkklier 1477 [Teuth.] {3.1}
tequila
alcoholische drank van de agave 1954 [Aanv
wnt
] terbium
chemisch element 1870 [Gerding, Zakwrdb. Scheik.] terdege*
bijwoord van hoedanigheid: flink, goed 1540 [
mnw
teren*
in zijn levensonderhoud voorzien 1539 [
wnt
tergen*
kwellen 1477 [Teuth.]
tering*
tuberculose 1485 [
mnw
teringlijer
ellendeling 1955 [Endt]
teriyaki
gerecht met soja 1992 [
gvd
] terlenka
kunststof 1957 [
wp
jaarboek 1958] {4.1.9}
term
uitdrukking 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] termiet
insect 1854 [Van Donselaar Tw. 13] termijn
tijdruimte 1226-1250 [
cg i
1, 40] terminaal
eind- 1865 [
kvw
] terminal
eindstation 1973 [Aanv
wnt
] terminologie
woordkeus 1824 [
wei
] terp
heuvel 1597 [
wnt
] terpentijn
vloeibare hars 1401-1450 [
mnw
] [pagina 1096]
[p. 1096]
terracotta
ongeglazuurd aardewerk 1872 [
gvd
] terrarium
bak met reptielen, planten e.d. 1929 [
kwt
terras
vlak zitje, horizontaal stuk grond 1691 [
wnt
] terrazzo
vloerbedekkingsmateriaal 1886 [
kku
] terrein
stuk grond 1809 [
wnt
] terreur
schrikbewind 1824 [
wei
] terriër
hondensoort 1847 [
kku
] terrine
kom van aardewerk of gerecht daarin 1761 [
wnt
] territoir
staatsgebied 1564 [
wnt
] territoriaal
tot het gebied behorend 1819 [
wnt
] territorium
grondgebied, woongebied 1582 [
wnt
] terroriseren
terreur uitoefenen 1865 [
kvw
] terrorist
iem. die gewelddaden pleegt 1799 [Aanv
wnt
] tertiair
in de derde plaats komend 1866-1870 [
wnt
] Tertiair
geologische periode 1900-1908 [
wnt
] terts
afstand tussen twee tonen 1665 [
wnt
] terug*
bijwoord van richting: achteruit, retour 1376-1400 [
mnw
terwijl*
onderschikkend voegwoord 1629 [
wnt
] {4.2}
ter wille van*
voorzetsel 1875 [
wnt
] {4.2}
terzet
muziekstuk voor drie partijen 1772 [Bouvink] terzine
dichtvorm 1894 [
wnt
wezen
ii
] tesla
eenheid van magnetische inductie 1912 [
kku
test
kom 1367 [
mnw
] test
toets, proef 1832 [
wei
] testament
beschikking voor na de dood 1240 [Bern.] testamentair
bij testament 1598 [
wnt
] testen
door middel van een test onderzoeken 1940 [Posthumus] testeren
getuigen, bij testament beschikken over 1527 [
hws
] testikel
zaadbal 1595 [
wnt
buidel] testimonium
getuigenis 1692 [
wnt
] testosteron
mannelijk geslachtshormoon 1949 [Coëlho, Zakwrdb. geneesk.]
tetanus
tonische kramp 1734 [HubWes] tête-à-tête
gesprek onder vier ogen 1732 [Aanv
wnt
] tetteren*
druk praten 1934 [
wnt
tateren z.j.] {3.1}
teug*
slok 1287 [
cg
NatBl]
teugel*
toom 1240 [Bern.] {3.1}
teut*
dronken 1665 [
wnt
tevens*
bijwoord van hoedanigheid: daarbij 1470 [
mnw
] {3.1}
tevoorschijn*
zichtbaar 1350 [
mnw
textiel
geweven stoffen 1896 [
wnt
] textuur
vezelstructuur 1697 [
wnt
] thallium
chemisch element 1872 [
gvd
] thans*
bijwoord van tijd: nu 1435 [
mnw
] {3.1}
theater
schouwburg 1566-1568 [
wnt
] theater
toneelspel 1904 [
wnt
] {4.1.15}
theatraal
overdreven 1784 [
wnt
] thee
aftreksel van bladeren 1637 [
wnt
] theeroos
gekweekte roos 1903 [
wnt
] theïsme
een geloof in God 1847 [
kku
] thema
schoolopgaaf 1717 [
wnt
] thema
onderwerp 1837 [
wnt
] thematiek
gekozen thema 1976 [
gvd
] thematisch
een bepaald thema behelzend 1847 [
kku
] theocratie
staat met godheid als gezagsdrager 1824 [
wei
] theologie
godgeleerdheid 1330 [
mnw
] theorema
uitspraak berustend op andere, eerder geaccepteerde stellingen 1650 [
mey
] theoreticus
kenner van de theorie 1805 [
mey
] theoretisch
m.b.t. de theorie 1694 [
wnt
wel
] theorie
leer, stelling 1566 [Claes] theosofie
mystiek-filosofische wereldbeschouwing 1872 [
gvd
] therapeut
geneeskundige 1847 [
kku
] therapeutisch
geneeskundig 1846 [Aanv
wnt
] therapie
geneeswijze 1824 [
wei
] thermaal
m.b.t. warme baden 1847 [
kku
thermen
Romeinse publieke baden 1824 [
wei
] thermidor
warmtemaand 1824 [
wei
] thermiek
opstijgende luchtstroom 1936 [Aanv
wnt
[pagina 1097]
[p. 1097]
thermisch
m.b.t. warmte 1933 [Aanv
wnt
] thermometer
temperatuurmeter 1636 [Wynandt van Westen, Mathematische vermakelyckheden 133] thermostaat
warmteregelaar 1886 [
kku
] thesaurier
penningmeester 1551-1600 [
wnt
] thesaurus
filologisch verzamelwerk 1824 [
wei
] these
stelling 1782 [
wnt
] thesis
stelling 1650 [
wnt
wepelen] thomisme
leerstelsel 1899 [
dbl
thora
Mozaïsche wet 1824 [
wei
] thorax
borstkas 1832 [
wei
] thorium
chemisch element 1834 [Aanv
wnt
] thriller
spannende film of boek 1929 [
kwt
] thuisland
zelfstandig woongebied van de Bantoes 1976 [
gvd
] thuja
geslacht van coniferen 1886 [
kku
] thulium
chemisch element 1912 [
kku
] tiara
hoofdtooi 1630 [
wnt
] tic
spiertrekking 1824 [
wei
] tichel
vloersteen 1285 [
cg
Rijmb.]
ticket
kaartje 1847 [
kku
] tiebreak
extra slagen na onbesliste tennisset 1984 [
gvd
] tien*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
tiener*
iemand in de leeftijd tussen 10 en 19 jaar 1959 [R75] {3.1/4.1.4}
tiepelen*
jongensspel met stokjes 1929 [
wnt
] {4.1.18}
tierelantijn
overdreven versiersel 1861 [
wnt
tierelieren*
kwinkeleren 1616 [
wnt
] {3.1}
tieren*
razen 1350 [
mnw
tieren*
gedijen 1350 [
mnw
tiet*
kip 1600 [
wnt
tiet*
borst 1858-1870 [
wnt
tig
onbepaald telwoord 1984 [
gvd
] tij*
eb en vloed 1532 [Toll.]
tijd*
opeenvolging van momenten, moment 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
tijdens*
voorzetsel 1868 [
wnt
] {4.2}
tijgen*
trekken, beginnen 1477 [Teuth.]
tijger
katachtige 1240 [Bern.] tijgerin
wijfjestijger 1822 [
wnt
wonderkind]
tijk
kussenovertrek 1163 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff] tijm
plantengeslacht 1567 [Junius 158b] tikken*
kloppen 1622 [
wnt
] {3.1}
tikkertje*
spel waarbij de deelnemers getikt moeten worden 1950 [
gvd
] {4.1.18}
tiktak*
tussenwerpsel: geluid van slingeruurwerk 1653 [
wnt
] {3.1}
til
duivenhok 1623 [
wnt
] tilbury
rijtuigje 1843 [
wnt
vertikken] tilde
diakritisch teken 1847 [
kku
] tillen*
opheffen 1451-1500 [
mnw
] {1.3}
tilt
standhoek 1963 [Aanv
wnt
] timbre
klankkleur 1870 [
wnt
] timide
verlegen 1733 [
wnt
] timmeren*
bouwen (van hout) 1240 [Bern.]
timmerman*
iem. die timmeren als beroep uitoefent 1240 [Bern.] {4.1.13}
timpaan
fronton 1913 [
wnt
] timpen*
wegslaan van een puntig houtje met een stok 1898 [
wnt
timp] {4.1.18}
timtim*
Bargoens: zilver 1860 [
wnt
] {3.1}
tin*
chemisch element 1240 [Bern.]
tinctuur
oplossing in alcohol 1401-1500 [
mnw
] tingelen*
korte, heldere geluiden maken 1789 [
wnt
] {3.1}
tingeltangel
slechte piano 1892 [
wnt
] tinne*
kanteel 1285 [
cg
Rijmb.]
tinnef
slechte waar, tuig 1906 [
moo
] tint
kleur 1551 [
wnt
] tintelen*
prikkelen 1340-1350 [
mnw
] {3.1}
tintelen*
flikkeren, flonkeren 1480 [
wnt
] {3.1}
tip*
uiteinde 1477 [Teuth.]
tip
wenk 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 3c] tip
fooi 1968 [
kwt
] tippel*
stippeltje 1873 [
wnt
] {3.1}
tippelen*
met korte pasjes gaan 1840 [
wnt
] {3.1}
tippelen
de baan opgaan (van hoeren) 1906 [
moo
] tipsy
aangeschoten 1840 [Kolfin, Van de slavenzweep 157] tiptop
uitstekend 1924 [
gvd
] tirade
omhaal van woorden 1844 [
wnt
] tiramisu
nagerecht met lange vingers en mascarpone 1991 [Midas Dekker, Eten op je eigen] tiran
despoot 1265-1270 [
cg
Lut.K] [pagina 1098]
[p. 1098]
tirannie
onwettig verkregen alleenheerschappij 1485 [
mnw
] tiranniek
van een tiran 1598 [
wnt
] tiranniseren
overheersen als een tiran 1553 [
wnt
Bijv.+verb.] tissue
absorberend doekje 1984 [R84] titaan
chemisch element 1835 [
wnt
wolframium] titan
reus 1626 [
wnt
verzamen] titel
opschrift, naam 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] titreren
gehalte van oplossing bepalen 1841 [
wnt
] tittel
puntje 1477 [Teuth.]
titulair
als eretitel voerend 1660 [
wnt
] titularis
die titel voert 1678 [
wnt
titulatuur
betiteling 1753 [
wnt
tja*
tussenwerpsel: uiting van berusting of onzekerheid 1924 [
wnt
] {4.3}
tjalk
zeilvaartuig 1860 [
wnt
] tjaptjoi
Chinees gerecht 1968 [
kwt
] tjiftjaf*
zangvogel 1605 [
wnt
] {1.1/3.1}
tjilpen*
zacht geluid geven (van vogels) 1839 [
wnt
] {3.1}
tjitjak
huishagedis 1910 [Prick 1910] tjokvol
propvol 1890 [
wnt
] tjotter
vaartuig 1872 [
gvd
] T-kruising
kruising waarbij een weg loodrecht op een andere staat 1970 [
gvd
] tl-buis
lichtgevende buis 1953 [Aanv
wnt
] tmt
technologie, media en telecom 2000 [Sanders 2001] toast
heildronk 1807 [
wnt
] toast
sneetje geroosterd brood 1912 [
kku
] tobbe*
kuip 1252 [
mnw
tobben*
piekeren 1612 [
wnt
toccata
stuk voor (toets)instrumenten met snelle figuur 1772 [Bouvink] toch*
bijwoord van causaliteit: evenwel 1452 [
mnw
tocht*
reis 1599 [Kil.]
tod*
lor 1650 [
wnt
toe*
bijwoord van richting 901-1000 [
wps
toeclip
beugel aan pedaal van racefiets 1913 [Lengs en Zonen, Tegelen, Prijscourant, 40] toedeloe
tussenwerpsel: afscheidsgroet 1991 [Hoppenbrouwers] toef
pluk 1605 [
wnt
] toekan
spechtvogel 1596 [Van Donselaar Tw. 13] toekomstmuziek
utopie 1914 [
wnt
] toen*
bijwoord van tijd 1451-1500 [
mnw
] {4.1.7}
toen*
onderschikkend voegwoord 1636 [
wnt
] {4.2}
toename
het groeien 1893 [
wnt
] toendra
mossteppe 1856 [Witsen Geysbeek] toepen
kaartspel 1884 [
wnt
toppen
vii
] toer
kunststukje 1287 [
cg
NatBl] toer
reis, tocht 1530 [
wnt
] toer
omwenteling 1655 [
wnt
] toerisme
het reizen voor zijn plezier 1911 [
wnt
] toerist
die reist voor zijn genoegen 1847 [
kku
] toeristisch
het toerisme betreffend 1923 [
wnt
] toermalijn
mineraal 1734 [
wnt
] toernooi
steekspel 1240 [Bern.] toeslag
bijgevoegd bedrag 1909 [Vd Sijs 1996] toestand
gesteldheid 1648 [
wnt
] toet*
mond 1655 [
wnt
toetakelen*
aftuigen 1770 [
wnt
toeten*
op een hoorn blazen 1600 [
wnt
] {3.1}
toeter*
hoorn 1664 [
wnt
toets
proef 1338 [
mnw
] toets
aanslagstuk van klavierinstrument 1624 [
wnt
] toeval*
onvoorzien geval 1477 [Teuth.]
toeval*
aanval van vallende ziekte 1852 [
wnt
] {4.4}
toeven*
tijd doorbrengen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
tof
goed 1824 [
wei
] toffee
snoepje van karamel 1906 [
wnt
] toffel
huisschoen 1413 [
mnw
] {1.2.2/4.1.9}
toffelemone
Bargoens: katholiek 1858 [
wnt
] tofoe
sojakoek, tahoe 1992 [
gvd
] toga
kleed 1734 [
wnt
tunica] toges
Bargoens: achterste 1887 [
wnt
] toilet
kleding 1813 [
wnt
] toilet
wc 1914 [
wnt
] toi toi toi
tussenwerpsel: uiting om succes te wensen 1961 [Aanv
wnt
] tokayer
zoete wijnsoort 1734 [
wnt
] [pagina 1099]
[p. 1099]
tokkelen*
snaarinstrument bespelen 1583 [
wnt
] {3.1}
toko
winkel 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 71] tol
doortochtgeld 973 [Claes] tol*
speelgoed 1437 [
mnw
] {4.1.18}
tolar
munteenheid van Slovenië 1990 [Enc. Munten en Bankbiljetten] tolerabel
draaglijk 1555 [
wnt
] tolerantie
verdraagzaamheid 1548 [
wnt
] tolereren
dulden 1904 [
wnt
] tolk
mondeling vertaler 1477 [Teuth.] tolueen
methylbenzeen 1941 [Holleman, Leerboek der organische chemie 408]
tomaat
vrucht 1608 [
wnt
] tomahawk
strijdbijl van Indianen 1804 [
wnt
] toman
Perzische gouden munt 1832 [
wei
] tomatensoep
soep van tomaten 1910 [
wnt
tomaat] {4.1.6}
tombak
koperlegering 1778 [
wnt
] tombe
praalgraf 1265-1270 [
cg
Lut.K] tombola
loterijspel 1856 [
wnt
] tomen*
beteugelen 1350 [
mnw
tommy
Brits soldaat 1899 [
dbl
] tompoes
gebakje 1875 [
wnt
] {3.3/4.1.6}
ton
vat 1285 [
cg i
Gent] <
me
Latijn
ton
telwoord: 100.000 (oorspronkelijk van guldens gezegd) 1640 [
wnt
] {4.2}
tonaal
m.b.t. de toon 1885 [
wnt
] tonaliteit
toongehalte 1890 [
wnt
] tondel*
licht ontvlambare stof 1691 [
wnt
tondeuse
haarknipapparaat 1901 [
wnt
] toneel
podium, verhoging in schouwburg 1539 [Claes]
toneel
toneelspel, voorstelling 1921 [
wnt
] {4.1.15}
tonen*
laten zien 1240 [Bern.]
tong*
orgaan in de mond 901-1000 [
wps
tong*
beenvis 1401-1500 [
mnw
tong-tong
seinblok 1810 [EWB1] tonic
spuitwater 1955 [Aanv
wnt
] tonica
grondtoon van een toonsoort 1809 [
wnt
] tonicum
versterkend middel 1734 [
wnt
] tonijn
beenvis 1351-1400 [
hws
] tonisch
spanning vertonend 1922 [
wnt
] tonnage
grootte van een schip uitgedrukt in tonnen 1907 [
wnt
] tonsil
keelamandel 1568 [
wnt
] tonsuur
geschoren kruin 1503 [
wnt
] toog
soutane 1669 [
wnt
toog*
gewelfde bovenkant, overdekking 1681 [
wnt
tooien*
versieren 1530 [
wnt
toom*
teugel 901-1000 [
wps
] {3.1}
toon
klank 1410 [
mnw
] toonaangevend
tot voorbeeld strekkend 1921 [
wnt
] {3.1}
toondicht
muzikale compositie 1884 [
wnt
toon
ii
toorn*
woede 1240 [Bern.]
toorts
fakkel 1376-1400 [
mnw
] top*
bovenstuk 1130 [Rey] {2.2}
top
tussenwerpsel: akkoord! 1704 [Claes] topaas
halfedelsteen 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] topic
onderwerp van gesprek 1875 [Multatuli, Max Havelaar, 365] topisch
plaatselijk 1709 [
wnt
] topless
de boezem bloot latend 1964 [Aanv
wnt
] topografie
plaatsbeschrijving 1809 [
wnt
] <
me
Latijn
topos
plaats met vaste argumenten in bv. redevoeringen 1961 [
gvd
] topper
korte damesmantel 1948 [
wnt
] topper
het of de beste in zijn soort 1956 [R75] toppie joppie*
tussenwerpsel: uitroep van enthousiasme 2000 [Sanders 2001] {3.1/4.3}
toppunt
hoogste punt 1608 [
wnt
toque
baretvormig hoedje 1542 [
wnt
] tor*
insect 1437 [
mnw
] {3.1}
toreador
stierenvechter 1791 [
wnt
] toren
hoog bouwwerk 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris] torenhoog
zeer hoog 1819 [
wnt
] {4.4}
torero
stierenvechter 1847 [
wnt
] tornado
windhoos 1832 [
wei
] tornen*
losgaan van naaisel 1450 [
mnw
torpedo
onderzeese bom 1824 [
wnt
] torr
eenheid van druk 1976 [
gvd
[pagina 1100]
[p. 1100]
torsen
met moeite dragen 1240 [Bern.] torsie
het wringen 1287 [
cg
NatBl] torso
romp 1824 [
wnt
] tortelduif
duifachtige 1100 [Willeram]
tortilla
gerecht 1984 [
gvd
] toss
opgooi 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] tosti
geroosterd brood met beleg 1967 [Aanv
wnt
] tot*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
totaal
geheel 1482 [
hws
] <
me
Latijn
totalisator
toestel dat het totaal aan inzetten bij weddenschappen op races registreert 1886 [
wnt
] totalitair
het geheel omvattend, dictatoriaal 1938 [
wnt
] totaliteit
alles bij elkaar 1814 [
wnt
] totdat*
onderschikkend voegwoord 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
totebel*
slordige vrouw 1600 [
wnt
totem
vereerd symbool 1862 [
wnt
] toto
systeem van wedden 1944 [
wnt
] tot ziens*
tussenwerpsel: afscheidsgroet 1866 [
wnt
zien] {4.3}
touch
karakteristiek trekje 1984 [
gvd
] touché
tussenwerpsel: raak, die zit 1984 [
gvd
] toucheren
licht aanraken 1228-1349 [
mnw
] touperen
tegenkammen 1847 [
wnt
toupet
haarstukje 1732 [
wnt
] tour
rondrit 1667 [
wnt
] touringcar
autobus voor toeristische reizen 1937 [
wnt
] tournedos
biefstuk van de haas 1912 [
kku
] tournee
rondreis 1815 [
wnt
] tourniquet
draaikruis 1824 [
wnt
] touw*
koord 1286 [
cg i
2, 1173]
touwtjespringen*
spel waarbij men springt over een ronddraaiend touw 1793 [
wnt
] {4.1.18}
toveren*
zwarte kunst beoefenen 1240 [Bern.]
toxisch
vergiftig 1896 [
wnt
tra*
brandgang in bos 1350 [
mnw
traag*
langzaam 1240 [Bern.]
traan*
oogvocht 1265-1270 [
cg
Lut.K]
traan*
visolie 1413 [
mnw
tracé
afgetekende aslijn van ontworpen weg of bouwwerk 1740 [
wnt
] traceren
nasporen 1901 [
wnt
] trachea
luchtpijp 1886 [
wnt
weivat] trachten
proberen 1588 [Kil.] track
spoor van magneetband 1966 [R75] tractie
het voorttrekken 1886 [
wnt
] tractor
trekker van voertuigen 1928 [
wnt
] traditie
overlevering 1553 [
wnt
] traditioneel
berustend op overlevering 1824 [
wnt
] tragedie
treurspel 1485 [
mnw
] tragiek
het treurige 1920 [
wnt
] tragisch
treurig 1579 [
wnt
] trailer
oplegger 1938 [
wnt
] trainee
iem. in opleiding 1957 [R75] trainen
oefenen 1573 [
wnt
Bijv.+verb.] traineren
op de lange baan schuiven 1574 [
wnt
] traiteur
uitzendkok 1824 [
wei
] traject
wegverbinding 1746 [
wnt
] traktaat
verhandeling, verdrag 1437 [
mnw
] traktatie
onthaal 1847 [
wnt
] traktement
bezoldiging 1575 [
wnt
] <
me
Latijn
trakteren
onthalen 1785 [
wnt
] tralie
spijl 1317 [
mnw
] tram
openbaar vervoermiddel 1884 [
gvd
] traminer
witte wijnsoort 1950 [
wp
(Frankrijk)] trammelant
drukte, narigheid 1897 [
wnt
tramp
zwerver 1912 [
kku
] trampoline
verend net 1886 [
kku
] trance
geestvervoering 1874 [
wnt
] trancheren
in stukken snijden 1734 [
wnt
] tranquillamente
(in muziek) rustig 1772 [Bouvink] tranquillizer
kalmerend middel 1959 [R75] transactie
overeenkomst 1483 [
wnt
Bijv.+verb.] transcendent
bovenzinnelijk 1775 [
wnt
] transcriberen
overschrijven 1553 [
wnt
] transcriptie
overzetting 1456 [
hws
] transept
kruisbalk 1855 [
wnt
] transfer
overdracht 1912 [
kku
] transfereren
overbrengen 1470 [
mnw
] transformatie
omzetting 1541-1550 [
hws
] transformator
omzetter van elektrische stroom 1891 [
wnt
[pagina 1101]
[p. 1101]
transformeren
een andere vorm geven 1483 [
mnw
] transfusie
overbrenging van bloed 1668 [
wnt
] transistor
kristalversterker, radio die daarop werkt 1953 [
wnt
] transit
doorvoer 1833 [
wnt
] transitie
overgang 1658 [
wnt
] transitief
overgankelijk (werkwoord) 1824 [
wnt
] transito
doorvoer van handelswaren 1725 [
wnt
] transmigratie
verhuizing 1350 [
hws
] transmissie
overbrenging 1553 [
wnt
] transmittor
machinedeel dat zorgt voor transmissie 1984 [
gvd
] transparant
doorzichtig 1663 [
wnt
] transpiratie
het zweten 1824 [
wnt
] transpireren
zweten 1824 [
wnt
] transplanteren
overplanten 1824 [
wnt
] transponeren
overbrengen 1553 [
wnt
] transport
het vervoeren, overdracht 1506 [
hws
] transporteren
in eigendom overdragen 1503 [
hws
] transporteren
vervoeren 1539 [
hws
] transporteur
vervoerder 1910 [
wnt
] transseksueel
iemand die naar zijn of haar gevoel met de verkeerde geslachtskenmerken is geboren 1970 [Aanv
wnt
transversaal
overdwars 1573 [
wnt
] <
me
Latijn
trant*
wijze, manier 1638 [
wnt
trap*
trede 1236 [
cg i
1, 26]
trap*
als grammaticale term: trap van vergelijking 1633 [Ruijs]
trapeze
zweefrek 1874 [
wnt
] trapezium
vierhoek met twee evenwijdige zijden 1654 [
wnt
] trapgans
kraanvogel 1477 [Teuth.] {1.2.4}
trappelen*
de voeten snel beurtelings optillen 1535 [
wnt
] {3.1}
trappen*
de voet neerzetten, schoppen 1470 [
mnw
trapper
vallenzetter 1855 [
wnt
] trapper*
fietspedaal 1897 [
wnt
trappist
monnik van een orde die bij de cisterciënzers hoort 1824 [
wnt
] tras
gemalen tufsteen 1516 [
wnt
] trassi
ingrediënt bij rijsttafel 1765 [EWB1] trauma
psychische stoornis 1924 [
wnt
] travaat
korte stortbui 1598 [
wnt
] traverso
blaasinstrument 1734 [
wnt
traverse] travertijn
steensoort 1847 [
wnt
] travestie
verkleding (vooral als andere sekse) 1847 [
wnt
] trawant
handlanger 1510 [
wnt
] trawler
treiler 1886 [
wnt
] trecht
overvaart, doorwaadbare plaats 300 [Künzel] trechter
kegelvormig voorwerp met tuit 1330 [Jacobs 24] tred*
stap 1400 [
mnw
treden*
lopen 901-1000 [
wps
treffen*
raken 1409 [
mnw
treife
Bargoens: onrein, ongunstig 1844 [
wnt
] trein
vervoermiddel over spoorrail 1839 [
wnt
] treintaxi
goedkope taxi in aansluiting op treinreis 1991 [De Coster 1999] {4.1.10}
treiteren
plagen 1733 [
wnt
trekkebekken
een raar gezicht trekken 1906 [
wnt
] {3.1}
trekken*
naar zich toe halen, naar een andere plaats gaan 1240 [Bern.]
trekpaard
paard dat een voertuig voorttrekt 1422 [
hws
] {1.3/4.1.10}
trekschuit*
door mensen of paarden voortgetrokken vaartuig 1656 [
wnt
] {4.1.11}
trema
deelteken 1769 [
wnt
] trembleren
vibreren 1609 [
wnt
] tremolo
triller 1734 [
wnt
] tremor
voortdurende trilling 1624 [
wnt
] tremuleren
een tremolo uitvoeren 1754 [
wnt
] trenchcoat
regenjas 1927 [Aanv
wnt
] trend
tendens 1940 [
wnt
] tres
boordsel 1791 [
wnt
] treurbuis
minachtende benaming voor de televisie 1978 [De Coster 1999] {1.2.1/4.4}
treuren
verdrietig zijn 1350 [
mnw
] treurspel*
tragedie 1584 [
wnt
] {4.1.15}
treuzelen*
talmen 1659 [
wnt
] {3.1}
trezoor
schat 1265-1270 [
cg
Lut.K] tri
oplosmiddel 1936 [
wnt
triade
groep van drie 1847 [
wnt
] trial
proef 1961 [
gvd
] triangel
slaginstrument 1287 [
cg
NatBl] trias
groep van drie 1832 [
wnt
] Trias
geologische periode 1844 [
wnt
[pagina 1102]
[p. 1102]
triatlon
tak van sport bestaande uit zwemmen, fietsen en hardlopen 1989 [
wp
Enc. Jaarboek] tribaal
stam- 1976 [
gvd
] tribunaal
gerecht 1503 [
wnt
] tribune
zitplaatsen voor toeschouwers 1805 [
wnt
] tribuun
Romeinse leider 1553 [
wnt
] tribuut
heffing 1350 [
mnw
] triceps
driehoofdige spier 1669 [
wnt
] tricot
weefsel 1847 [
wnt
] tricotage
machinale vervaardiging van breiwerk 1832 [
wnt
] trien
depreciërend voor een vrouw 1636 [
wnt
triest
treurig 1553 [
wnt
] trigonaal
driehoekig 1676 [
wnt
] trigonometrie
driehoeksmeting 1654 [
wnt
] trijp
velours 1538 [
wnt
] triktrak
spel met dobbelstenen 1693 [
wnt
] trilateraal
driezijdig 1824 [
wnt
triljard
telwoord 1959 [
wnt
] triljoen
telwoord 1591 [Kool] trillen*
beven 1434-1436 [
mnw
triller
versiering in zang en muziek 1754 [
wnt
] trilogie
drievoudig letterkundig product 1847 [
wnt
] trimester
periode van drie maanden 1824 [
wei
] trimmen
haar van een dier bijknippen 1940 [
wnt
] trimmen
lichamelijke oefeningen doen 1969 [Aanv
wnt
] trio
drietal (vooral in muziek) 1567 [
wnt
] triode
elektronenbuis met drie elektroden 1937 [
wnt
] triomf
zegepraal 1509 [
wnt
] triomfaal
triomfantelijk 1540 [
wnt
] triomfator
hij die een triomf viert 1828 [
wnt
] triomferen
zegevieren 1511 [
wnt
] triool
drie noten met tijdswaarde van twee of vier noten 1754 [
wnt
] trip
tochtje 1914 [
wnt
] trip
tijd waarin men onder invloed van drugs is 1970 [R75] tripartiet
drieledig 1777 [
wnt
] tripel
trappistenbier 1913 [
wnt
] triplet
stel van drie 1856 [
wnt
] triplex
hout in drie gelijmde lagen 1918 [
wnt
trippelen*
met vlugge pasjes gaan 1562 [
wnt
] {3.1}
triptiek
drieluik 1862 [
wnt
] triste
droevig 1650 [
mey
] tritium
waterstofisotoop 1949 [
wnt
] trits
drietal 1634 [
wnt
] triumviraat
driemanschap 1599 [Van Meteren, Historien, 16] triviaal
onbeduidend 1553 [
wnt
] triviant
gezelschapsspel 1990 [Picarta: Computer triviant] {4.1.18}
trocheus
versvoet (lang-kort) 1734 [
wnt
] troebel
onzuiver 1521 [
wnt
] troef
kaart die andere kaarten slaat 1508 [
mnw
] troel*
benaming voor een vrouw 1896 [
wnt
troela*
benaming voor vrouw 1948 [
wnt
troel]
troep
menigte, bende 1583 [
wnt
] troetelen*
koesteren 1515 [
mnw
] {3.1}
trofee
zegeteken 1597 [
wnt
] troffel
metselaarsgereedschap 1557 [Meurier, Vocabulaire françois-flameng]
trog*
(voer)bak 1240 [Bern.]
troggelen*
listig verkrijgen 1566 [
wnt
] {3.1}
trojka
rijtuig met driespan 1907 [
wnt
] trojka
driemanschap 1952 [
wnt
] trol
demon 1513 [H. Pleij] trolley
wagentje dat langs kabel rijdt 1911 [
wnt
] trolleybus
elektrische bus met bovengrondse leiding 1931 [
wnt
] trom
slaginstrument 1507 [
wnt
] trombocyt
bloedplaatje 1946 [Jongbloed, Overzicht physiologie van den mensch 65]
trombone
blaasinstrument 1754 [
wnt
] trombose
bloedstolsel in bloedbaan 1860 [
wnt
] trommel
slaginstrument 1538 [
wnt
] trompe-l'oeil
bedrieglijk realistische schilderkunst 1824 [Van Moock, Nouveau dict. fr.-holl. 1312] trompet
blaasinstrument 1350 [
mnw
] tronen*
meelokken 1501-1525 [
mnw
tronie
gezicht (tegenwoordig minachtend) 1468 [
mnw
] [pagina 1103]
[p. 1103]
tronk
afgeknotte boomstam 1287 [
cg
NatBl] troon
staatsiezetel van vorst 1240 [Bern.] troost*
opbeuring 1240 [Bern.] {1.2.3}
troostmeisje*
gevangen vrouw die in
wo ii
door de Japanners tot prostitutie werd gedwongen 1993 [De Coster 1999] {3.1/4.1.13}
tropisch
bij of tussen de keerkringen 1822 [
wnt
] troppo
te veel 1772 [Bouvink] tros
legertros 1542 [Claes Tw. 12] tros*
bundel druiven 1554 [Dod.]
trot
draf 1583 [
wnt
] trots
fierheid, hoogmoed 1562 [
wnt
] trots
voorzetsel 1615 [
wnt
] trotseren
het hoofd bieden 1628 [
wnt
trottoir
stoep 1799 [
wnt
] trotyl
springstof 1909 [
wnt
troubadour
Provençaalse minnezanger 1732 [
wnt
] troubleshooter
iem. die moeilijke problemen oplost 1971 [Aanv
wnt
] trouvaille
vondst 1800 [
wnt
] trouw*
loyaal 1291 [
mnw
trouwen*
huwen 1285 [
cg
Rijmb.] {1.3}
trouwens*
bijwoord van modaliteit: overigens 1541 [
wnt
] {1.2.4/3.1}
truc
handigheid 1540 [
hws
] trucage
toepassing van trucs 1913 [
wnt
] truck
vrachtwagen 1931 [
wnt
] truffel
paddestoelsoort 1514 [
mnw
] trui
kledingstuk 1477 [Teuth.] trust
vorm van bedrijfsconcentratie 1896 [
wnt
] trustee
vertrouwensman 1778 [
wnt
] trut*
zeurderige vrouw 1899 [
wnt
try-out
het proefdraaien 1966 [Aanv
wnt
] tsaar
Slavische vorst 1676 [
wnt
] tsarevitsj
zoon van de tsaar 1671 [
wnt
] tseetsee
insect 1857 [
wnt
] T-shirt
truitje 1959 [R75] tsjakka, tjakka*
tussenwerpsel: uitroep van enthousiasme 1989 [Van Gelder 1993] {4.3}
Tsjernobylvirus
gevaarlijk computervirus 1999 [Sanders 2000]
tsoenami
vloedgolf 1992 [
gvd
] tuba
blaasinstrument 1832 [
wei
] tube
buisje 1624 [
wnt
] tubeless
zonder binnenband 1979 [Wijnands&Ost] tuberculeus
van de aard van tuberculose 1840 [
wnt
] tuberculose
infectieziekte 1879 [
wnt
] tuberkel
knobbel 1844 [
wnt
] tubifex
borstelworm 1976 [
gvd
tucht
discipline 1558 [
wnt
] tuchtigen
kastijden 1500 [
hws
] tuffen*
geluid tuftuf maken 1905 [
wnt
] {3.1}
tufsteen
steensoort 1562 [
wnt
] tugrik
munteenheid van Mongolië 1925 [2000 Standard Catalog of World Coins] tuig*
toestel, gerei 1500-1536 [
mnw
tuigage
wat hoort bij de optuiging van een schip 1755 [
wnt
tuil*
bundel bloemen 1555 [
wnt
tuimelaar
walvisachtige 1588 [
wnt
] {4.1.3}
tuimelen*
buitelen 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.] {3.1}
tuin*
gaard 901-1000 [
wps
tuinder*
groente- en fruitkweker 1723 [
wnt
] {4.1.13}
tuit*
punt 1340 [
wnt
tuiten*
toeten 1240 [Bern.] {3.1}
tuk*
dutje 1779 [
wnt
tulband
hoofddeksel 1601 [
wnt
] tulband
soort gebak 1769 [
wnt
] {4.1.6}
tule
weefsel 1807 [
wnt
] tulp
plantengeslacht 1581 [
wnt
] tumbler
bekerglas zonder voet 1893 [
wnt
] tumor
zwelling 1663 [
wnt
] tumtum
snoepgoed 1920 [
wnt
] tumult
lawaai 1265-1270 [
cg
Lut.K] tumultueus
rumoerig 1553 [
wnt
] tune
herkenningsmelodie 1951 [De Vooys] tungsteen
chemisch element 1770 [
wnt
] tunica
gewaad 1734 [
wnt
] tuniek
korte uniformjas 1864 [
wnt
] tunnel
kunstmatige doorgang 1834 [
wnt
] turbine
schoepenrad 1838 [
wnt
] turbo
krachtversterker 1907 [
wnt
[pagina 1104]
[p. 1104]
turbotaal
modieus taalgebruik 1987 [Kuitenbrouwer] {4.4}
turbotrut
buitengewoon vervelende vrouw 1991 [Hoppenbrouwers]
turbulent
woelig 1553 [
wnt
] tureluur*
steltloper 1636 [
wnt
] {3.1}
tureluurs*
dol, gek 1810 [
wnt
] {3.1}
turen
scherp kijken 1504 [
wnt
] turf*
veen als brandstof 1200 [Rey] {2.2}
turf
renbaan 1895 [Broeckaert] turingmachine
denkbeeldige rekenmachine 1976 [
gvd
] turkoois
blauwgroen 1626 [
wnt
] turnen
gymnastische oefeningen doen 1856 [
wnt
] turven*
tellen met een groep van streepjes 1911 [
wnt
tussen*
voorzetsel 1249 [
cg i
1, 42] {4.2}
tut*
tussenwerpsel: uitdrukking van ongeduld 1567 [
wnt
] {4.3}
tut*
onnozel meisje 1822 [
wnt
tuthola
trut 1961 [
gvd
tutor
studentenbegeleider 1976 [
gvd
] tutoyeren
met ‘je’ aanspreken, jijjouwen 1855 [
wnt
] tuttifrutti
vruchtenmengsel 1886 [
kku
] {3.1/3.3/4.1.6}
tutu
rokje van danseres 1899 [
wnt
] tuub
fietsband 1989 [Peptalk] tuut*
politieagent 1899 [
wnt
twaalf*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
twee*
telwoord 222-235 [Claes] {2.1/4.2}
tweed
weefsel 1908 [
wnt
] tweedekker*
vliegtuig 1909 [Burger en De Jong 11] {4.1.10}
tweedens
rangschikkend bijwoordelijk telwoord: ten tweede 1855 [
wnt
tweede] tweedracht*
twist 1383 [
mnw
tweeduizend*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
tweehonderd*
telwoord 1240 [Bern.] {4.2}
tweejarig*
twee jaar oud 1240 [
vmnw
] {3.1/5}
tweekamp
tweegevecht 1666 [
wnt
twee] {4.1.18}
tweeling*
twee in één dracht geboren kinderen 1240 [Bern.]
tweeluik*
schilderij met twee panelen 1904 [
wnt
twee]
tweespalt
twist 1555 [
wnt
] tweesprong*
wegsplitsing 1567 [
wnt
tweetaktmotor
motor waarbij de zuiger eenmaal op- en neergaat bij elke explosie 1915 [
wnt
] tweevoud*
twee maal zo grote hoeveelheid 1236 [
cg i
Gent]
tweewieler*
rijwiel of ander voertuig met twee wielen 1869 [
wnt
twee] {3.1/4.1.10}
twen
twintiger 1961 [
wp
jaarboek 1962] {3.3/4.1.4}
twijfel*
aarzeling 1240 [Bern.]
twijg*
tak 1336 [
mnw
twijn*
gedubbeld garen 1285 [
mnw
] {4.1.9}
twinkelen
flonkeren 1903 [
wnt
] twinset
damesjumper met vest 1951 [De Vooys] twintig*
telwoord 1236 [
cg i
1, 25] {4.2}
twist*
ruzie 1237 [
vmnw
twist*
katoengaren 1820 [
wnt
twist
dans 1961 [
wp
jaarboek 1962] twistappel*
punt van geschil 1738 [
wnt
two-seater
voertuig met twee zitplaatsen 1950 [
gvd
] tycoon
magnaat 1989 [Peptalk] tyfoon
wervelstorm 1824 [
wei
] tyfus
ziekte 1778 [
wnt
] tyfuslijer
ellendeling 1955 [Endt]
type
vorm, soort 1824 [
wnt
] typemachine
schrijfmachine 1930 [
wnt
tikken]
typen
met schrijfmachine schrijven 1911 [Sanders
nrc-h
11/6/98] typisch
kenmerkend 1833 [
wnt
typiste
die op een schrijfmachine werkt 1906 [
wnt
] typografie
boekdrukkunst 1658 [
wnt
] typologie
leer der typen 1824 [
wei
] tzatziki
gerecht met yoghurt, komkommer en knoflook 1996 [Vd Sijs 1996] t.z.t.
te zijner tijd 1840 [
wnt
voortzenden] u*
persoonlijk voornaamwoord 1550 [
wnt
Bijv.+verb.] {4.2}
U-balk
balk met U-vormig profiel 1935 [
wnt
vélocipède] überhaupt
bijwoord van modaliteit: alles in aanmerking genomen 1919 [
kwt
] übermensch
supermens 1899 [
wnt
] U-bocht
bocht van 180 graden 1992 [De Coster 1999] U-boot
onderzeeër 1919 [
kwt
] ufo
vliegende schotel 1964 [Aanv
wnt
] ugli
citrusvrucht 1984 [
gnn
] [pagina 1105]
[p. 1105]
uh*
tussenwerpsel: uitdrukking van aarzeling 1900 [
wnt
pieter
ii
] {4.3}
ui
bolgewas 1488 [
mnw
] uiensoep
soep getrokken van uien 1729 [
wnt
ui] {4.1.6}
uier*
melkklier 1434-1436 [
mnw
uil*
uilachtige 1240 [Bern.] {3.1}
uilenspiegel
grapjas 1561 [
wnt
] uit*
voorzetsel 870 [Claes] {2.3/4.2}
uitbaten*
exploiteren 1863 [
wnt
uitbrander*
scherpe berisping 1846 [
wnt
uitbuiten
volledig benutten 1870 [
wnt
] uitbundig
bovenmatig 1642 [
wnt
] uitdraai*
papierafdruk 1975 [R84] {1.3/3.1}
uitdrager*
handelaar in gebruikt huisraad, kleren e.d. 1458 [
mnw
] {4.1.13}
uitdrukkelijk
bepaald 1569 [
wnt
] uitentreuren*
bijwoord van hoedanigheid: tot vervelens toe 1872 [
gvd
uiterlijk*
visueel waarneembaar 1350 [
mnw
uitermate*
bijwoord van hoedanigheid: in hoge mate 1265-1270 [
cg
Lut.K]
uiterwaard*
buitendijks rivierland 1483 [
mnw
uitgekookt
sluw 1948 [Aanv
wnt
] uitgeven*
publiceren 1537 [
wnt
uitgever*
iemand die beroepsmatig geschriften vermenigvuldigt en verkoopt 1566 [
wnt
zaaier]
uitgezonderd*
voorzetsel 1470 [
mnw
] {4.2}
uitheems*
buitenlands 1246 [
mnw
uitkeren*
het rechtmatige deel betalen 1525 [
wnt
uitmergelen
uitputten 1470 [
hws
uitmunten
uitsteken 1591 [
wnt
uitnemend*
uitmuntend 1287 [
cg
NatBl]
uitproberen
op bruikbaarheid testen, op de proef stellen 1932 [Theissen 1978] uitroeien*
tot het laatste exemplaar verdelgen 1526 [
wnt
uitrusten*
van het nodige voorzien 1517 [
wnt
uitslag*
afloop, resultaat 1525 [
wnt
uitslag*
huidaandoening, puistjes 1694 [
wnt
] {4.4}
uitsliepen*
bespotten door met de wijsvingers over elkaar te strijken 1772 [
wnt
uits-]
uitvaardigen*
afkondigen 1803 [
wnt
] {3.1}
uitvaart*
begrafenis 1276 [
mnw
uitveteren
berispen 1858 [
wnt
uitvoeren*
tot stand brengen 1580 [
wnt
uitvoerig
omstandig 1834 [
wnt
] uitweiden*
in den brede behandelen 1644 [
wnt
uitwerpselen*
ontlasting 1704 [Hannot&Hoogstraten] {4.4}
uitzoomen
met een zoomlens het beeld verder weg brengen 1973 [Aanv
wnt
] uk*
dreumes 1897 [
wnt
] {4.1.4}
ukelele
snaarinstrument 1929 [Aanv
wnt
] ukkepuk*
klein kind 1897 [
wnt
] {3.1/4.1.4}
ulaan
lansier 1794 [
wnt
] ulevel
suikerwerk 1769 [
wnt
] ultiem
uiterst, laatst 1921 [
wnt
] ultimatief
op de wijze van een ultimatum 1924 [
gvd
] ultimatum
laatste voorwaarde 1694 [
wnt
] ultimo
bijwoord van tijd: op de laatste dag van de maand 1542 [De Bruijn Tw. 10] ultra
bijwoord: verder dan, aan gene zijde van, zeer 1574 [
wnt
triomfant
] ultra
extremist 1820 [
wnt
] ultrafijn
heel fijn 1976 [
gvd
ultramarijn
helderblauw 1615 [
wnt
] <
me
Latijn {4.1.5}
ultramontaan
extreem pausgezinde 1825 [
wnt
] umer
melkproduct 1992 [
gvd
] {4.1.6}
umlaut
vocaalwijziging o.i.v. een klank in de volgende lettergreep 1846 [
wnt
] umpire
scheidsrechter 1914 [
wnt
] umts
bepaald telecommunicatiesysteem 1990 [
nrc-h
16/1/90] unaniem
eenstemmig 1553 [
wnt
] unanimiteit
eenstemmigheid 1553 [
wnt
] unbeschriejen
tussenwerpsel: afkloppen! 1974 [Endt] underdog
die altijd verliest 1951 [De Vooys] underground
milieu dat zich verzet tegen de gevestigde maatschappij 1970 [
gvd
Suppl.] understatement
zeer gematigde uitdrukking 1947 [De Vooys] unfair
onsportief 1887 [
wnt
] unheimisch
onheilspellend 1880 [
wnt
] uni
effen 1824 [
wnt
] unicum
enig in zijn soort 1847 [
wnt
] unie
vereniging 1524 [
wnt
] uniek
enig 1553 [
wnt
] uniform
eenvormige dienstkledij 1745 [
wnt
] uniformeren
eenvormig maken 1824 [
wei
uniformiteit
gelijkvormigheid 1721 [
wnt
] [pagina 1106]
[p. 1106]
unilateraal
eenzijdig 1824 [
wei
] unisono
bijwoord: gelijkluidend 1772 [Bouvink] unit
eenheid 1910 [
wnt
] unitair
gebaseerd op eenheid 1976 [
gvd
] unitarisme
het standpunt der unitariërs 1906 [
wnt
] universalia
algemene begrippen 1847 [
wnt
universale] universalisme
leer van de algemeenheid 1884 [
wnt
] universeel
algemeen 1521 [
wnt
] universitair
m.b.t. een universiteit 1909 [
wnt
] universiteit
instelling voor wetenschappelijk onderwijs 1300 [
mnw
] universum
heelal 1832 [
wei
] unster
weegtoestel 1472 [
hws
unverfroren
bijwoord: brutaalweg 1968 [
kwt
] updaten
actueel maken 1992 [
gvd
] upgraden
op een hoger peil brengen 1989 [
hcc
nieuwsbrief nov. 11, 75] uraan
chemisch element 1856 [
wnt
] uraniër
mannelijke homoseksueel 1903 [
wnt
] uranium
chemisch element 1828 [
wnt
] urbaan
stads-, steeds 1553 [
wnt
] urbanisatie
verstedelijking 1950 [Kleine
wp
1337] urgent
dringend 1562 [
wnt
] urgentie
dringende noodzaak 1803 [
wnt
] uriasbrief
brief die brenger in verderf stort 1552 [
wnt
urinaal
pisglas 1521 [
mnw
] <
me
Latijn
urine
pis 1287 [
cg
NatBl] urineren
wateren 1595 [
wnt
] urinoir
pisbak 1858 [
wnt
] urmen*
tobben 1844 [
wnt
urn
lijkbus 1660 [
wnt
] urologie
leer van het urinestelsel 1912 [
wnt
] ursuline
kloosterzuster 1778 [
wnt
] usance
gewoonte 1483 [
mnw
] uso
wisselgebruik 1578 [De Bruijn Tw. 10] usurpatie
wederrechtelijke inbezitneming 1510 [
wnt
] usurperen
overweldigen 1525 [
wnt
] ut
eerste toon van de toonschaal 1567 [
wnt
] uterus
baarmoeder 1686 [
wnt
] utilitair
nuttigheids- 1873 [
wnt
] utopie
droombeeld 1830 [
wnt
] uur
bepaalde tijdseenheid (60 minuten) 1240 [Bern.] uw*
bezittelijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
uzi
machinepistool 1977 [In publicatie Kon. Landmacht] vaag
onduidelijk 1798 [
wnt
woest
] vaak*
slaap 1240 [Bern.]
vaak*
bijwoord van tijd: dikwijls 1324-1341 [
mnw
] {4.1.7}
vaal*
bleek 1287 [
cg
NatBl] {4.1.5}
vaalt*
vuilnisbelt 1217 [Prisma NPl.] {2.3}
vaam*
lengtemaat 1480 [
hws
vaan*
vlag, banier 1170 [Rey] {2.2}
vaandel*
vlag 1567 [
wnt
vaandrig
aspirant-reserveofficier 1546 [
wnt
] vaar*
bout met schroefdraad, passend in moer met inwendige schroefdraad 1736 [
wnt
] {1.2.4}
vaardig*
bedreven 1265-1270 [
cg
Lut.K]
vaars*
tweejarig vrouwelijk rund 1240 [Bern.] {4.1.3}
vaart*
snelheid 1330 [
mnw
vaart*
het varen 1598 [
wnt
vaartuig*
schip 1625 [
wnt
] {4.1.11}
vaarwel*
tussenwerpsel: afscheidsgroet 1573 [
wnt
] {4.3}
vaas
kunstig vaatwerk 1553 [
wnt
] vaat*
borden e.d. die afgewassen moeten worden 1914 [
wnt
va-banque
uitroep bij kansspel 1824 [
wei
] vacant
onbezet 1569 [
wnt
] vacature
openstaande betrekking 1569 [
wnt
] <
me
Latijn
vaccin
entstof 1805 [
wnt
] vaccinatie
inenting met koepokstof 1824 [
wei
] vaccineren
inenten met koepokstof 1824 [
wei
] vaceren
onbezet zijn 1381 [
mnw
] vacht*
haarkleed 1288 [
cg i
2, 1330]
vacuole
blaasvormige holte in protoplasma 1880 [
wnt
] [pagina 1107]
[p. 1107]
vacuüm
luchtledig 1627 [
wnt
] vadem*
een maat 1286 [
cg i
2, 1172] {3.1}
vademecum
naslagwerkje 1515 [
wnt
] <
me
Latijn
vader*
verwekker 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {1.2.4/2.5/4.1.4}
vaderland*
land van de voorvaderen 1599 [Kil.]
vadsig
traag 1599 [Kil.]
va-et-vient
heen-en-weergeloop 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 110] vagant
zwervende student 1528 [
wnt
] vagebond
landloper 1536 [
wnt
] vagevuur*
plaats waar zielen gelouterd worden 1240 [Bern.] {3.1}
vagina
schede 1722 [
wnt
uitzakken] vaginaal
m.b.t. de schede 1847 [
kku
] vak*
begrensd deel 1319 [
mnw
vak*
beroep 1808 [
wnt
vakantie
vrije tijd 1575 [
wnt
] <
me
Latijn
val
Bargoens: deur 1769 [
wnt
] valabel
geldig 1596 [
wnt
Bijv.+verb.] valentie
verbindingswaarde van het atoom van een element 1865 [
wnt
] valeriaan
plant, geneesmiddel daaruit 1305 [
hws
valide
gezond 1668 [Koerbagh] valideren
rechtsgeldig zijn 1597 [
wnt
] validiteit
geldigheid 1597 [
wnt
Bijv.+verb.] valies
koffer 1645 [
wnt
] valium
kalmeringsmiddel 1976 [
wp
valk
roofvogel 918-948 [Claes] valkenier
die valken africht 1410 [
mnw
] vallei
dal 1330 [Jacobs 24] vallen*
omlaaggaan 901-1000 [
wps
] {3.1}
valreep*
touwladder om aan boord te klimmen 1612 [
wnt
vals
onjuist, gemeen 1237 [
cg i
1, 35] valuta
betaalmiddel, wisselwaarde 1669 [De Bruijn Tw. 10] vamp
verleidelijke vrouw 1932 [
wnt
] vampier
dode die bloed uitzuigt 1824 [
wnt
] van*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
vanadium
chemisch element 1835 [
wnt
] vanaf*
voorzetsel 1828 [
wnt
] {4.2}
vandaag*
bijwoord van tijd: heden 1488 [
wnt
] {1.3/4.1.7}
vandalisme
vernielzucht 1825 [Sanders 1995] vaneen*
bijwoord van plaats 1625 [
wnt
vangen*
pakken 1279 [
cg i
vangst*
het vangen 1600 [
wnt
] {3.1}
vanille
specerij 1734 [
wnt
] vanuit*
voorzetsel 1626 [
wnt
] {4.2}
vanwege*
voorzetsel 1598 [
wnt
] {4.2}
varaan
hagedis 1858 [
wnt
] varen*
over water gaan (in of van een vaartuig) 901-1000 [
wps
] {5}
varen*
plant 1226-1250 [
cg ii
1 Pl.gloss.]
varia
mengelwerk 1824 [
wnt
] variabel
in staat van gesteldheid te wisselen 1538 [
wnt
] variant
afwijking van de norm 1824 [
wnt
] variatie
afwisseling 1553 [
wnt
] variëren
veranderen, wisselen 1467-1490 [
mnw
] variété
voorstelling met afwisselend programma 1919 [
wnt
] variëteit
afwijkende vorm van een soort 1637 [
wnt
] varken*
hoefdier 1155 [Gysseling 1960: 1005] {2.3/4.1.3}
varsity
roeiwedstrijd tussen universiteiten 1903 [
wnt
] vasculair
m.b.t. de vaten 1949 [Coëlho, Zakwrdb. geneesk.] vasectomie
verwijdering van de uitvoergang van de zaadbal 1949 [Coëlho, Zakwrdb. geneesk.]
vaseline
zalf 1886 [
kku
] vast*
niet beweeglijk, zeker, blijvend 1100 [Willeram]
vasten*
niet eten of drinken 1240 [Bern.] {1.2.3}
Vastenavond*
vooravond van de grote vasten 1264 [
cg i
1, 82] {3.1/4.1.7}
vastgoed*
onroerend goed 1886 [
wnt
portefeuille]
vat*
ton 1100 [Willeram]
vat*
greep 1451-1500 [
wnt
vatten*
(be)grijpen 1351 [
mnw
vatu
munteenheid van Vanuatu 1980 [Enc. Munten en Bankbiljetten] vaudeville
luchtig toneelstuk 1837 [
wnt
] vazal
leenman 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] <
me
Latijn
vechten*
strijden 901-1000 [
wps
vector
natuurkundige grootheid 1704 [
wnt
] veda
hindoeboeken 1651 [
wnt
] vedel
snaarinstrument 1240 [Bern.] <
me
Latijn {4.1.16}
vedette
ster in film of sport 1931 [
wnt
] [pagina 1108]
[p. 1108]
veduta
landschaps- of stadsgezicht 1847 [
kku
] vee*
dieren, gehouden om hun producten 701-800 [Lex Salica] {2.2}
veeboer*
boer die leeft van veeteelt 1867 [
wnt
] {4.1.13}
veeg*
ten dode gedoemd 1276-1300 [
wnt
veehouder*
boer die leeft van veeteelt 1769 [
wnt
] {4.1.13}
veel*
onbepaald telwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
veelvraat
marterachtige 1710 [
wnt
] veelvuldig*
vele malen 1477 [Teuth.]
veem*
vennootschap voor het opslaan van goederen 1501-1600 [
mnw
] {3.1}
veen*
grondsoort 1103 [Claes] {1.2.4/2.3}
veer*
huidbekleedsel van vogel 901-1000 [
wps
] {1.2.4}
veer*
pont 1174 [Claes] {2.3/4.1.11}
veer*
spiraalvormig opgewonden stalen strook voor aandrijving van mechanismen 1623 [
wnt
veer
] {4.1.10}
veermechanisme
door een veer aangedreven mechanisme 1901 [
wnt
veer
veertien*
telwoord 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.2}
veertig*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
veest*
buikwind 1458 [
wnt
] {3.1/4.4}
veganisme
streng vegetarisme 1947 [
wnt
] vegen*
bezemen 1240 [Bern.]
vegetariër
die geen dierlijke producten eet 1875 [
wnt
] vegetatie
plantenleven 1720 [
wnt
] vegetatief
de groei bevorderend 1778 [
wnt
] vegeteren
een plantenleven leiden 1824 [
wnt
] vehikel
voertuig 1824 [
wnt
] veil*
te koop 1417 [
mnw
veilen*
openbaar verkopen 1482 [
mnw
veilig*
beschermd 1401-1423 [
mnw
veiling*
openbare verkoping 1385 [
wnt
veinzen
huichelen 1240 [Bern.] vel*
huid 901-1000 [
wps
velaar
klank geproduceerd door contact met het zacht gehemelte 1902 [
wnt
] veld*
akker, vlakte 802-817 [Claes] {2.3}
veldspaat
gesteente 1782 [
wnt
] velen*
verdragen, dulden 1440 [
wnt
velerlei
onbepaald voornaamwoord 1556 [
wnt
] {4.2}
velg*
buitenrand van wiel 1364 [
mnw
vellen*
doen vallen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {3.1}
vélocipède
primitieve fiets 1867 [
wnt
] velodroom
wielerbaan 1895 [
wnt
] velours
fluweel 1659 [
wnt
] velvet
weefsel 1884 [
wnt
] ven*
meertje 918-948 [Künzel] {1.2.4/2.3}
vendel*
vlag 1556 [
wnt
] {3.1}
vendémiaire
wijnmaand 1824 [
wei
] vendetta
bloedwraak 1847 [
wnt
] vendu
openbare verkoping 1524 [
hws
] venerabel
eerbiedwaardig 1553 [
wnt
] venerisch
m.b.t. geslachtsziekte 1803 [
wnt
] venerologie
leer van de geslachtsziekten 1938 [
wnt
] veneus
aderlijk 1846 [
wnt
] venijn
gif 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] venijn
boosaardigheid 1301-1400 [
mnw
] venkel
plant 1225 [Claes] venndiagram
wiskundige figuur die een verzameling aangeeft 1976 [
wp
] vennoot*
partner in vennootschap 1401 [
wnt
venster
raam 1100 [Willeram] vent*
kerel 1437 [
wnt
] {3.1}
vent
luchtuitlaat 1950 [
gvd
] venten
in het klein verkopen aan de deur 1277 [
cg i
1, 354]
venter
verkoper langs huis 1819 [
wnt
] {4.1.13}
ventiel
luchtklep 1641 [
wnt
] ventilatie
luchtverversing 1553 [
wnt
] ventilator
toestel voor het ventileren 1754 [
wnt
] ventileren
lucht verversen 1833 [
wnt
] ventileren
in het openbaar uiten 1947 [
wnt
] ventôse
windmaand 1824 [
wei
] ventrikel
orgaanholte 1568 [
wnt
] ventriloquist
buikspreker 1847 [
wnt
ver*
op grote afstand 901-1000 [
wps
veranda
uitgebouwde galerij 1827 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië, 39a] verassureren
verzekeren 1563 [
wnt
] {1.2.5}
verbaal
mondeling 1548 [
hws
] verbaliseren
bekeuren 1886 [
wnt
] verbasteren
vervormd worden, bedorven worden 1597 [
wnt
verbazen*
verwonderen 1658 [
wnt
verbeten*
met inspanning ingehouden 1605 [
wnt
verbeuren*
als straf verliezen 1237 [
cg i
Gent]
[pagina 1109]
[p. 1109]
verbieden*
door een gebod ontzeggen 1236 [
cg i
1, 28]
verbijsteren*
verwarren 1361 [
mnw
verbintenis*
overeenkomst 1299 [
vmnw
] {3.1}
verbloemen*
vergoelijken 1480 [
hws
verbolgen*
boos 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
verbouwereerd
onthutst 1562 [
mnw
] {1.2.5}
verbreiden*
verspreiden 1450 [
mnw
verbrijzelen
vermorzelen 1622 [
wnt
verbruien*
verknoeien 1662 [
wnt
verbum
(werk)woord 1552 [
wnt
] verdagen*
tot een andere dag uitstellen 1201-1300 [
mnw
verdedigen*
afweren, weerleggen 1573 [Plantijn]
verdelgen
vernietigen 901-1000 [
wps
verderven*
rotten, te gronde richten 901-1000 [
wps
verdienste*
wat men ontvangt 1360 [
mnw
] {1.2.5}
verdieping*
ruimte tussen twee vloeren 1553 [
wnt
verdikkeme*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1895 [
wnt
wel
] {4.3}
verdikkie*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1898 [
gvd
] {4.3}
verdoemenis*
eeuwige veroordeling 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
verdomme*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1899 [
wnt
] {4.3}
verdommen*
vervloeken 1240 [Bern.]
verdommen*
vertikken 1810 [
wnt
verdonkeremanen*
verduisteren 1740 [
wnt
verdorie*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1889 [
wnt
] {4.3}
verdrag*
overeenkomst 1483 [
mnw
verdrieten*
leed doen 1240 [Bern.]
verdwijnen*
weggaan 1290 [
cg ii
1 En.Codex]
vereffenen*
schikken, betalen 1291-1292 [
vmnw
verenigen*
samenvoegen 1351-1400 [
mnw
] {3.1}
verf*
kleurstof 1375 [
mnw
verflensen*
slap worden 1615 [
wnt
rollen]
verfoeien*
verafschuwen 1539 [
wnt
verfomfaaien
in wanorde brengen 1710 [
wnt
] vergallen*
bederven 1350 [
mnw
vergeefs*
vruchteloos 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
vergen*
eisen 1350 [
mnw
vergenoegd*
weltevreden 1601 [
wnt
vergeten*
niet meer weten 901-1000 [
wps
vergiet*
teiltje met gaten 1901 [
wnt
vergif*
schadelijke stof 1485 [
mnw
vergiffenis*
het vergeven 1320 [
mnw
] {3.1}
verguizen*
beschimpen 1450 [
mnw
verguldsel*
sierlaag van bladgoud 1576 [
wnt
verhalen*
vertellen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
verhapstukken*
regelen 1885 [
wnt
verhakstukken]
verhaspelen*
verwarren 1794 [
wnt
verhemelte*
gehemelte 1494 [
mnw
verheugen*
blij zijn of maken 1265-1270 [
cg
Lut.K]
verhippen*
naar de maan lopen 1887 [
wnt
verificatie
echtheidsonderzoek 1467-1490 [
hws
] verifiëren
de echtheid onderzoeken 1467-1490 [
hws
] verisme
literaire stroming 1961 [
gvd
] verkapt
verholen 1854 [
wnt
] verkassen
verhuizen 1708 [
wnt
plomp
iii
Verkavelingsvlaams*
gesproken Nederlands in België tussen dialect en standaardtaal 1989 [De Coster 1999] {4.4}
verkeer
voertuigen en personen die de openbare weg gebruiken 1843 [
wnt
] verkeerd*
niet goed 1265-1270 [
cg
Lut.K]
verkikkerd*
verliefd 1837 [
wnt
verklappen*
vertellen wat geheim had moeten blijven 1300 [
mnw
verkneukelen, zich*
zich stiekem verheugen 1812 [
wnt
verknocht*
gehecht 1654 [
wnt
verknollen*
verknoeien 1612 [
wnt
verkommeren
wegkwijnen 1887 [
wnt
] verkondigen*
bekendmaken 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.4/3.1}
verkoper
iem. die waren verkoopt 1240 [Bern.] {1.3/4.1.13}
verkouden*
kou gevat hebbend 1762 [
wnt
verkrampen*
door kramp samentrekken 1669 [
wnt
verkwikken*
verfrissen 1281 [
cg i
1, 310]
verkwisten*
verspillen 1330 [
mnw
verlakken
bedriegen 1521-1525 [
wnt
verlangen*
begeren 1265-1270 [
cg
Lut.K]
verlegen*
bedeesd 1704 [
wnt
verleiden*
van de rechte weg afleiden 1265-1270 [
cg
Lut.K]
verleppen*
verwelken 1619 [
wnt
verlet*
verhindering 1337 [
mnw
verliezen*
kwijtraken 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
verlinken*
Bargoens: verraden 1906 [Köster Henke]
verlof*
vergunning 1361 [
mnw
verloven*
door trouwbelofte verbinden 1634 [
wnt
[pagina 1110]
[p. 1110]
verluchten*
(een geschrift) versieren 1401-1450 [
mnw
vermaard*
befaamd 1265-1270 [
cg
Lut.K]
vermaken*
anders maken 1276-1300 [
cg
Lut.A]
vermaken*
amuseren 1591 [
wnt
vermaledijen
vervloeken 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {1.2.4/1.2.5}
vermeien, zich
zich vermaken 1301-1350 [
mnw
vermenigvuldigen*
een getal zo vaak nemen als door een ander is aangegeven 1562 [
wnt
vermenigvuldigen*
afdrukken van een tekst maken 1793 [
wnt
vermetel*
stoutmoedig 1475 [
mnw
vermicelli
draadvormige meelpijpjes 1683 [De Bruijn Tw. 10] vermiljoen
helderrode verfstof 1339 [
mnw
] verminken*
beschadigen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
vermits*
onderschikkend voegwoord 1440 [
mnw
] {4.2}
vermoeden*
veronderstellen 1254 [
vmnw
vermogen*
macht, kracht 1291-1292 [
vmnw
vermorzelen
verbrijzelen 1532 [
wnt
vermout
alcoholische drank met alsem 1871 [
wnt
] vernachelen*
beetnemen 1910 [
wnt
vernemen*
horen, te weten komen 1100 [Willeram]
verneuken*
bedriegen 1795 [
wnt
] {1.2.2}
vernielen*
stukmaken 1329 [
mnw
vernietigen*
vernielen, tenietdoen 1557 [
wnt
] {3.1}
vernikkelen
van een laag nikkel voorzien 1870 [
wnt
vernikkelen
verkleumen 1872 [De Coster 1998]
vernis
doorzichtige lak 1384-1407 [
mnw
] vernuft
verstand 1400 [
mnw
] veronal
slaapmiddel 1910 [Sanders 1995] veronderstellen*
als waar aannemen 1755 [
wnt
verzwelgen]
verontreinigen*
vuil maken 1553 [
wnt
] {3.1}
verontrusten*
in onrust brengen 1605 [
wnt
verontschuldigen*
van schuld vrijpleiten 1459 [
mnw
] {3.1}
verontwaardigd*
gekrenkt 1699 [Claes Tw. 12]
verorberen*
nuttigen 1710 [
wnt
veroveren*
bemachtigen 1526 [
wnt
verpachten
in pacht geven 1280 [
vmnw
] {1.2.5}
verpatsen
Bargoens: beneden de prijs verkopen 1860 [
moo
verpieteren
bederven 1661 [
wnt
verpieteren
verkommeren 1793 [
wnt
verpleegster*
ziekenverzorgster 1857 [
wnt
] {4.1.13}
verpletteren
te pletter drukken 1588 [
wnt
verraden*
verklappen, trouweloos handelen 1240 [Bern.]
verrassen*
overrompelen 1254 [
mnw
verrassen*
onverwacht verblijden 1784 [
wnt
verrekijker*
instrument om over grote afstanden te kijken 1624 [
wnt
verrekken*
lichaamsdeel ontwrichten 1562 [
wnt
verrekken
sterven 1779 [
wnt
] verrel*
vierde deel 1511 [
wnt
apotheek Suppl] {3.1}
verreweg*
bijwoord van hoedanigheid: in ieder opzicht, bij lange 1451-1500 [
mnw
verre]
verrichten*
uitvoeren 1329 [
mnw
verrinneweren
vernielen 1882 [
wnt
verruïneeren] {1.2.5}
verroest*
tussenwerpsel: bastaardvloek 1908 [
wnt
] {4.3}
verrukt
opgetogen 1635 [
wnt
] vers
dichtregel 1100 [Willeram] vers*
fris 1240 [Bern.]
versagen
de moed verliezen 1265-1270 [
cg
Lut.K] verschaffen
bezorgen 1534 [
wnt
] verschalen
geur- en krachteloos worden 1469 [
hws
] verschalken*
(door list) vangen 1320 [
mnw
verscheiden*
sterven 1236 [
cg i
1, 26] {4.4}
verscheidene*
onbepaald voornaamwoord 1516 [
wnt
] {4.2}
verschiet*
verte 1610 [
wnt
verschijnen*
zich vertonen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
verschil*
onderscheid 1485 [
mnw
verschillende*
onbepaald voornaamwoord 1808 [
wnt
] {4.2}
verschonen*
van schoon goed voorzien, mooier maken 1248 [
mnw
verschonen*
excuseren 1560 [
wnt
versie
uitvoering 1831 [
wnt
] versieren
tooien 1285 [
cg
Rijmb.]
versificatie
versbouw 1782 [
wnt
] versificeren
verzen maken 1838 [
wnt
] versjacheren
verkwanselen 1665 [
wnt
versjteren
verknoeien 1906 [
wnt
] verslag*
mededeling 1451-1500 [
mnw
verslinden*
verzwelgen 1240 [Bern.]
versnapering*
lekkernij 1637 [
wnt
verso
bijwoord: op de achterzijde 1563 [
wnt
] [pagina 1111]
[p. 1111]
verspenen*
verplanten om afstand tussen de plantjes te krijgen 1856 [
wnt
versperren*
afsluiten door het plaatsen van een hindernis 1338 [
mnw
verstaan*
horen, begrijpen 1200 [
cg ii
1 Servas]
verstand*
denkvermogen 1345 [
mnw
verstandskies*
elk der vier achterste kiezen 1868 [
wnt
verstek*
afwezigheid bij rechtszitting 1551-1600 [
wnt
verstek*
schuine stootnaad aan houtwerk 1702 [
wnt
inloopen]
versteld*
verbaasd 1635 [
wnt
verstellen*
repareren van kleding 1412 [
mnw
verstoken*
zonder 1750 [
wnt
verstokt*
verhard 1573 [Plantijn]
verstolen*
heimelijk 1240 [Bern.]
verstoppertje*
spel waarbij iemand zich verstopt 1853 [
wnt
] {4.1.18}
versus
voorzetsel 1937 [Ter Laan, Beknopte Ned. Enc. 645a] vertalen*
van de ene taal in de andere overbrengen 1526 [
wnt
vertebraal
tot de wervels behorend 1832 [
wei
] <
me
Latijn
vertebraat
gewerveld dier 1886 [
wnt
vertegenwoordigen*
handelen in naam van een ander 1798 [
wnt
verteren*
in de maag verwerken 901-1000 [
wps
verticaal
loodrecht 1614 [
wnt
] vertier*
bedrijvigheid, afleiding 1806 [
wnt
vertikken*
weigeren te doen 1884 [
gvd
vertrek*
kamer 1567 [
wnt
vertrekken*
weggaan 1287 [
cg
NatBl]
vertrossing
steeds meer op amusement en minder op educatie gericht zijn 1973 [Van Gelder 1993] {4.4}
vertrouwen*
rekenen op 1556 [
wnt
vertrouwensman
iem. die in vertrouwen als tussenpersoon optreedt 1909 [
wnt
] vervaard*
bevreesd 1240 [Bern.]
vervangen*
de plaats innemen van 1273 [
cg i
1, 225]
verve
geestdrift 1847 [
wnt
] vervelen*
niet boeien, te veel zijn 1350 [
mnw
verven*
een kleur geven 1165 [Rey] {2.2}
verwaand*
hoogmoedig 1270-1290 [
cg ii
Nederrijns Moraalb.]
verwaarlozen
veronachtzamen 1532 [
wnt
] verwant
geparenteerd 1588 [
wnt
] verwarren*
in de war brengen, in de war maken 1285 [
cg
Rijmb.]
verwaten*
trots 1679 [
wnt
Verweggistan
denkbeeldig ver land 1971-1975 [Donald Duck-redactie] {4.4}
verwelken*
verflensen 1351-1400 [
mnw
verweren*
aangetast worden door het weer 1678 [
wnt
verweren, zich*
zich verdedigen 1254 [
vmnw
verwezen*
onthutst, verslagen 1544 [
wnt
verwijderen*
op een afstand plaatsen 1642 [
wnt
verwijlen
vertoeven 1580 [
wnt
] verwittigen*
doen weten 1511 [
wnt
] {3.1}
verwoed*
fervent 1921 [
wnt
verzadigen*
ten volle voeden 1562 [
wnt
] {3.1}
verzaken*
zich afkeren, afvallig worden 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
verzamelen
vergaren 1444 [
mnw
] verzenen*
hielen 901-1000 [
wps
verzet*
tegenstand 1850 [
wnt
verzetje*
ontspanning 1806 [
wnt
verzuimen*
nalaten 1240 [Bern.]
vesper
voorlaatste daggetijde van brevier 1236 [
cg i
1, 25] vest
kledingstuk 1685 [
wnt
] vestiaire
garderobe 1914 [
wnt
] vestibule
voorportaal 1782 [
wnt
Bijv.+verb.] vestigen*
stichten, nederzetten 1323 [
mnw
] {3.1}
vesting*
versterkte plaats 1267 [
cg i
1, 96]
vet*
weefsel tussen vlees 1287 [
cg
NatBl] {4.1.6}
vet*
bijwoord van hoedanigheid: in hoge mate 1989 [Hofkamp&Westerman] {1.2.1/3.1}
vete*
traditionele haat 1265-1270 [
cg
Lut.K]
veter*
koord 1191-1200 [Rey] {2.2}
veteraan
oud-militair 1823 [
wnt
] veteranenziekte
soort longontsteking 1983 [Picarta: titel van H.C. Bartlema]
veterinair
diergeneeskundig 1824 [
wnt
] veto
verbod 1778 [
wnt
] ve-tsin
uit soja-eiwit gewonnen poeder 1992 [
gvd
] veulen*
jong paard 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
vezel*
draadvormig deeltje 1588 [
wnt
] {3.1}
V-hals
V-vormig uitgesneden hals 1958 [Aanv
wnt
] via
voorzetsel 1847 [
wnt
] viaduct
brug 1844 [
wnt
viagra
erectiepil 1998 [De Coster 1999] via via
door een tussenpersoon 1952 [
wnt
] {3.1}
vibrafoon
slaginstrument 1934 [
wnt
] {4.1.16}
[pagina 1112]
[p. 1112]
vibratie
trilling 1740 [Stammetz-La Bordus, Wisk. Wrdb.] vibrato
bijwoord: trillend 1847 [
wnt
] vibrator
trillend lichaam 1906 [
wnt
] <
me
Latijn
vibreren
trillen 1824 [
wnt
] vicariaat
ambtsgebied van een vicaris 1864 [
wnt
] vicaris
plaatsvervanger van bisschop of pastoor 1240 [Bern.] vice-admiraal
bevelhebber van oorlogsvloot staande onder de admiraal 1552 [
wnt
] vice versa
bijwoord: heen en terug 1621 [
wnt
] vicieus
gebrekkig 1553 [
wnt
] victoria
type damesrijtuig 1872 [Sanders 1993] victorie
overwinning 1470 [
mnw
] victualie
levensmiddelen 1280 [
cg i
1, 520] vicuña
hoefdier 1777 [
wnt
] vide
leegte (in bouwkunde) 1964 [Aanv
wnt
] videoclip
promotiefilmpje voor een popsong 1990 [De Coster 1999] videorecorder
apparaat dat tv-programma's opneemt 1970 [Recht voor raap] vief
levendig 1735 [
wnt
] vier*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
vieren
feesten 1285 [
cg
Rijmb.] vieren
een touw laten uitlopen 1567 [
wnt
] viering
middenstuk van kruiskerk 1907 [
wnt
] vierschaar*
rechtbank 1153 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff] {2.4/3.1}
viertel*
een maat 1083 [Slicher] {2.4/3.1}
viervoetig*
met vier voeten 1240 [
vmnw
] {3.1}
vies
vuil 1617 [
wnt
] vieux
Hollandse cognac 1961 [Van Riel, Kroegwoordenschat] {4.1.6}
viewer
optisch toestel 1961 [Aanv
wnt
] viezevazen*
wissewasjes 1437 [
mnw
] {3.1}
vigeren
gelden 1553 [
wnt
] viggen*
big 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
vigilante
huurrijtuig 1843 [
wnt
] vignet
boekversiering, embleem 1520 [
wnt
] vijand*
persoon die een ander haat 901-1000 [
wps
vijf*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
vijfenvijftigplusser, 55+'er
iemand die boven de 55 jaar is 1974 [R75] vijfenzestigplusser, 65+'er
iemand die boven de 65 jaar is 1974 [R75] vijfledig*
met vijf geledingen 1477 [
mnw
] {3.1}
vijftien*
telwoord 1237 [
cg i
Gent] {4.2}
vijftig*
telwoord 1236 [
cg i
1, 25] {4.2}
vijg
schijnvrucht 1100 [Willeram] vijl*
slijpwerktuig 1240 [Bern.]
vijver
waterbekken 1336-1339 [
mnw
] vijzel
windas 1465 [
mnw
vijzel*
stampvat 1478 [
mnw
] {3.1}
vilein
gemeen 1301-1350 [
mnw
] villa
landhuis 1824 [
wei
] villanella
lied over eenvoudig onderwerp 1847 [
kku
] villen*
huid afstropen 1240 [Bern.]
vilt*
stof van haren 1091-1100 [Rey] {2.2/4.1.9}
vin*
zwemorgaan van vis 1285 [
cg
Rijmb.]
vinaigrette
saus 1847 [
kku
] vinden*
aantreffen 901-1000 [
wps
vinger*
grijporgaan aan hand 1100 [Willeram]
vink*
zangvogel 1270 [
cg i
] {3.1}
vinnig*
scherp, bijtend 1285 [
cg
Rijmb.]
vinyl
kunststof 1950 [
wnt
] {4.1.9}
violent
heftig 1485 [
mnw
] violet
kleurnaam 1240 [Bern.] violino
snaarinstrument 1628 [
wnt
] violist
vioolspeler 1664 [
wnt
] violoncel
snaarinstrument 1747 [
wnt
] viool
plant 1240 [Bern.] viool
snaarinstrument 1555 [
wnt
] vip
zeer belangrijk persoon 1949 [Aanv
wnt
] virginaal
maagdelijk 1553 [
wnt
] viriel
mannelijk 1555 [
wnt
zwerk] viriliteit
mannelijkheid 1669 [
mey
] virtueel
innerlijk of schijnbaar aanwezig 1847 [
wnt
] virtueel
schijnbaar bestaand dankzij software 1993 [De Coster 1999] virtuoos
uitblinker 1824 [
wnt
] virtuositeit
meesterschap 1824 [
wnt
] virulent
venijnig 1690 [
wnt
] virus
ziekteverwekker 1663 [
wnt
] virus
schadelijk computerprogramma dat ongewild wordt gekopieerd 1989 [De Coster 1999] vis*
in water levend koudbloedig dier met kieuwen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
[pagina 1113]
[p. 1113]
visagist
adviseur voor gezichtsopmaak 1970 [
gvd
] vis-à-vis
voorzetsel 1776 [
wnt
] viscose
grondstof voor kunstvezels 1907 [
wnt
] viscositeit
kleverigheid 1832 [
wei
] visie
kijk 1276-1300 [
cg
Lut.A] visioen
innerlijk gezicht 1265-1270 [
cg
Lut.K] visionair
ziende in visioenen 1824 [
wei
] visitatie
onderzoek 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.] visite
bezoek 1630 [
wnt
] visiteren
bezoeken, onderzoeken 1240 [Bern.] viskeus
stroperig 1553 [
wnt
] visotter*
marterachtige 1781 [
wnt
] {4.1.3}
vista
gezicht 1579 [De Bruijn Tw. 10] visualiseren
zichtbaar maken 1936 [
wnt
] visueel
m.b.t. het gezicht 1847 [
kku
] visum
reisvergunning 1950 [
gvd
vitaal
levenskrachtig 1553 [
wnt
] vitalisme
leer van het bestaan van een specifieke levenskracht 1886 [
kku
] vitaliteit
levenskracht 1824 [
wnt
] vitamine
voor organisme noodzakelijke stof 1918 [
wnt
vitrage
glasgordijn 1858 [
wnt
inkijk] vitrine
glazen kast 1875 [
wnt
] vitriool
zwavelzuur 1351 [
mnw
] vitten*
kleingeestige aanmerkingen maken 1682 [
wnt
viva
tussenwerpsel: leve! 1688 [
wnt
] vivace
levendig 1772 [Bouvink] vivisectie
proefneming op levende dieren 1847 [
wnt
vizier
helmklep 1350 [
mnw
] vizier
grootwaardigheidsbekleder 1625 [
wnt
] vla*
dik melkgerecht 1779 [
wnt
] {4.1.6}
vlaag*
plotselinge windstoot 1287 [
cg
NatBl] {4.1.1}
vlaag*
opwelling 1450 [
mnw
vlaai*
gebak 1540 [
mnw
] {4.1.6}
vlaflip
nagerecht 1963 [Burger en De Jong 161] {4.1.6/4.4}
vlag*
stuk doek als onderscheidingsteken 1415 [
mnw
vlak*
platte kant 1561 [
wnt
vlakte*
vlak terrein 1637 [
wnt
] {3.1}
vlam
tongvormig verbrandingsverschijnsel 1265-1270 [
cg
Lut.K] vlammenwerper
wapen dat een vlam spuit 1917 [
wnt
] vlas*
plantengeslacht 1240 [Bern.]
vlassen*
vlas bereiden 1415 [
mnw
vlecht*
gevlochten hoofdhaar, streng 1240 [Bern.]
vleermuis*
handvleugelig zoogdier 1240 [Bern.] {3.1/4.1.3}
vlees*
spierweefsel 901-1000 [
wps
] {4.1.6}
vleet*
net 1535 [
wnt
vlegel
lange stok, dorsvlegel 1351 [
mnw
] vlegel
lomperd 1657 [
wnt
] {1.2.3}
vleien*
flemen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
vlek*
smet 1240 [Bern.]
vlerk*
vleugel 1285 [
cg
Rijmb.]
vlerk*
vlegel 1840 [
wnt
vlet*
vaartuig 1287 [
mnw
] {4.1.11}
vleug*
haarrichting 1769 [
wnt
vleug*
zweempje 1785 [
wnt
vleugel*
lichaamsdeel om mee te vliegen 1240 [Bern.] {3.1}
vlieboot
scheepstype 1575 [
wnt
] vlieden*
vluchten, voorbijgaan 1240 [Bern.] {1.2.4}
vlieg*
insect 1240 [Bern.]
vliegas
stuifas 1842 [
wnt
] vliegen*
zich in de lucht voortbewegen 901-1000 [
wps
vliegenier
piloot 1910 [De Vooys 1911]
vliegensvlug*
bijwoord: zeer snel 1840 [
wnt
vliegenzwam*
giftige paddestoel 1848 [
wnt
vlieger*
latwerk met papier 1625 [
wnt
] {4.1.18}
vliegtuig*
vliegmachine met vaste vleugels 1911 [
wnt
] {1.1/1.2.3/4.1.10}
vlier*
plantengeslacht uit de kamperfoeliefamilie 639 [Claes] {2.3}
vliering
verdieping boven een zolder 1617 [
wnt
vlies*
vel, membraan 1288 [
cg i
2, 1337]
vliet*
stroompje 918-948 [Claes] {2.3}
vlieten*
stromen 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
vlijen*
ordelijk of gemakkelijk neerleggen 1343-1346 [
mnw
vlijt*
ijver 1285 [
cg
Rijmb.]
vlijtig liesje
plant 1941 [
wnt
] vlinder*
insect 1567 [
wnt
vlizotrap
uittrekbare trap naar vliering of zolder 1955 [Bouwk. enc., ‘Informatief gedeelte’] vlo*
insect 1287 [
cg
NatBl]
vloed*
wassend water, stroom 901-1000 [
wps
[pagina 1114]
[p. 1114]
vloeien*
stromen 1240 [Bern.]
vloeistof*
vocht 1736 [
wnt
vloeken*
godslasteringen gebruiken 1240 [Bern.]
vloer*
bodem 1265-1270 [
cg
Lut.K]
vlok*
plukje 1240 [Bern.]
vlonder*
losse houten brug 1580 [
wnt
vloot*
samen varende schepen 1376-1400 [
mnw
] {4.1.11}
vloot*
tobbetje, kuipje 1376-1400 [
mnw
vlot*
drijvend plankier 1485 [
mnw
] {4.1.11}
vlot*
drijvend, vloeiend 1517 [
wnt
vlotten*
drijven 1240 [Bern.]
vlotten*
voorspoedig verlopen 1636 [
wnt
vlucht*
ontvluchting 901-1000 [
wps
vlucht*
het vliegen 1287 [
cg
NatBl]
vluchten*
weggaan van gevaar 1285 [
cg
Rijmb.]
vluchtig*
vergankelijk 1485 [
mnw
vlug*
snel 1287 [
cg
NatBl]
vlugschrift
pamflet 1830 [
wnt
] vocaal
klinker 1240 [Bern.] vocabulaire
woordenboek, woordenschat 1553 [
wnt
] vocaliseren
vocalises oefenen 1739 [
wnt
] vocalist
optredend zanger 1751 [
wnt
] vocatief
naamval van de aangesproken persoon, vijfde naamval 1638 [Ruijs] vocht*
vloeistof 1477 [Teuth.] {4.1.6}
vod*
lor 1552 [
wnt
voeden*
voedsel geven 1240 [Bern.]
voeder*
voedsel 1160 [Rey] {2.2}
voederen*
van voer voorzien 1400 [
mnw
] {3.1}
voedsel*
spijs 1287 [
cg
NatBl]
voedster*
vrouw die voedt 1287 [
cg
NatBl] {4.1.13}
voeg*
naad waar stenen bijeenkomen 1522 [
wnt
voegen*
verbinden 1100 [Willeram]
voegwoord*
conjunctie 1666 [
wnt
voelen*
via tastzin gewaarworden 1350 [
mnw
voer*
wagenvracht 1285 [
mnw
voer*
voedsel 1519 [
wnt
voeren*
leiden, vervoeren 1240 [Bern.]
voeren*
van binnen bekleden 1376-1400 [
mnw
] {1.2.5}
voertuig*
gestel op wielen voor vervoer 1707 [
wnt
] {4.1.10}
voet*
lichaamsdeel waarop men staat 901-1000 [
wps
voetbal
leren bal voor de voetbalsport 1648 [
wnt
] voetbal
voetbalsport 1879 [
wp
] voetlicht
lampen aan de onderkant van het voortoneel 1792 [
wnt
] voetstoots*
bijwoord van modaliteit: zomaar 1862 [
wnt
] {3.1}
voetveeg*
iem. die alles moet verduren 1561 [
wnt
vogel*
gewerveld dier met veren 701-800 [Lex Salica] {2.2}
vogelbekdier
waterzoogdier 1803 [
wnt
vogel] {4.1.3}
vogelen*
neuken 1287 [
cg
NatBl] {4.4}
vogelvrij
rechteloos 1681 [
wnt
] vogue
mode 1602 [
wnt
] voicemail
antwoordapparaat ingebouwd in het telefoonnetwerk 1996 [De Coster 1999] voice-over
commentaarstem bij een film 1989 [Peptalk] voice portal
telefonische toegang van abonnees tot informatieforums op internet door middel van stemherkenning 2000 [Sanders 2001] voilà
tussenwerpsel: ziedaar 1847 [
kku
] voile
sluier 1689 [
wnt
] vol*
gevuld 901-1000 [
wps
vol-au-vent
pastei 1866 [
wnt
] volbloed*
van onvermengd ras 1849 [
wnt
] {3.1}
voldaan*
tevreden 1350 [
mnw
volgen*
achternagaan 1240 [Bern.]
volgens*
voorzetsel 1599 [
wnt
] {4.2}
volharden*
doorgaan met 1240 [Bern.]
volhouden*
handhaven 1458 [
hws
volière
vogelhuis 1694 [
wnt
] volk*
stam, bewoners van een staat 901-1000 [
wps
volkomen*
geheel 1240 [Bern.]
volkorenbrood
brood van ongebuild meel 1951 [
wnt
vitamine] volksdans
regionale of nationale dans 1841 [
wnt
volk] {4.1.15}
volksetymologie
vervorming van woorden om ze begrijpelijk te maken 1941 [
wnt
verbasteren] volksgenoot
die tot hetzelfde volk behoort 1844 [
wnt
] volkslied
lied dat leeft bij het volk en door overlevering wordt voortgegeven 1812 [
wnt
] volkslied*
nationale hymne 1815 [
wnt
volksmuziek
regionale muziek 1862 [Aanv
wnt
] {4.1.16}
volledig*
geheel 1729 [
wnt
[pagina 1115]
[p. 1115]
vollen
wol bewerken 1276-1300 [
cg i
4, 2882] volleren
een bal terugslaan voordat deze de grond raakt 1924 [Aanv
wnt
] volley
terugslaan van een bal voor hij de grond geraakt heeft 1890 [
wnt
] volleybal
balspel 1938 [Aanv
wnt
] volmacht*
lastgeving 1372 [
mnw
volmondig*
zonder restrictie 1611 [
wnt
volontair
vrijwilliger 1596 [
wnt
] volslagen*
volkomen 1613 [
wnt
volslank
slank met enigszins geronde vormen 1958 [Aanv
wnt
] volstaan*
volharden, voldoende zijn 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
volstrekt*
onbeperkt, absoluut 1664 [
wnt
volt
eenheid van spanning 1894 [
wnt
wisselstroom]
volta
wending 1847 [
kku
] voltage
spanning uitgedrukt in volt 1930 [Brandt en De Haan] voltaire
fauteuil 1848 [
wnt
] voltallig*
compleet 1727 [
wnt
volte
wending 1654 [
wnt
] voltooien*
afmaken 1561 [
wnt
voltreffer
projectiel dat het doel precies raakt 1933 [
wnt
rail] voltrekken*
volvoeren 1368 [
mnw
volume
boek 1529 [
wnt
] volume
inhoud 1587 [
wnt
] volumineus
omvangrijk 1690 [
wnt
] voluptueus
wulps 1548 [
wnt
] volwaardig
de volle waarde hebbend 1622 [
wnt
] volwassen*
volgroeid 1376 [
mnw
] {4.1.4}
vomeren
braken 1654 [
wnt
] vondeling*
gevonden kind 1350 [
mnw
] {4.1.4}
vondst*
het vinden, het gevondene 1844 [
wnt
] {3.1}
vonk*
vuursprank 1348 [
mnw
vonnis*
rechterlijke uitspraak 1237 [
cg i
1, 30] {3.1}
voodoo
religieuze tovenarij 1938 [Aanv
wnt
] voogd
belangenbehartiger van minderjarige 1237 [
cg i
1, 39] <
me
Latijn {4.1.4}
voogdij
functie van voogd 1252 [
mnw
voor*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
vooravond
begin van de avond 1566 [
wnt
] voorbarig*
te haastig 1605 [
wnt
] {1.2.3}
voorbeeld*
beeld om nagedaan te worden 1526 [
wnt
voorbij*
bijwoord van richting 1267 [
vmnw
voorbij*
voorzetsel 1445 [
mnw
] {4.2}
voordat*
onderschikkend voegwoord 1524 [
wnt
] {4.2}
voorde*
doorwaadbare plaats 779 [Claes] {2.3}
voordeel*
winst 1240 [Bern.] {3.1}
voorgeborchte*
voorportaal van de hel 1464 [
mnw
voorhanden*
beschikbaar 1560 [Bijbel van Biestkens]
voorhoede*
voorste deel (van een leger) 1470 [
mnw
] {4.1.14}
voorhuid
huidplooi die de eikel bedekt 1526 [
wnt
] voorjaar*
lente 1401-1500 [
mnw
] {4.1.7}
voorlopig
voorshands 1788 [
wnt
] voorn*
beenvis 1377-1378 [
mnw
voornaam*
aanzienlijk 1556 [
wnt
vooroordeel*
op neiging berustend oordeel 1562 [
wnt
voorraad
voorhanden hoeveelheid 1562 [
wnt
] voorspellen*
profeteren 1330 [
mnw
voorspoed*
succes 1301-1400 [
mnw
] {3.1}
voort*
bijwoord van richting: vooruit 901-1000 [
wps
voorts*
bijwoord van modaliteit: bovendien 1288 [
cg i
Eeklo] {3.1/5}
voortvarend*
snel doorzettend 1603 [
wnt
voortvluchtig*
vluchtend 1516 [
wnt
voorwaar*
bijwoord van modaliteit: stellig 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
voorwaarde*
beding 1260 [
cg i
1, 72] {3.1}
voorwerp*
zaak 1461 [
mnw
voorwoord
woord vooraf 1838 [
wnt
] voorzaat*
voorvader 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1/4.1.4}
voorzetsel*
prepositie 1649 [Ruijs]
voorzichtig*
behoedzaam, omzichtig 1583 [
wnt
voorzienigheid*
het tevoren beschikken 1287 [
cg
NatBl]
voorzitter*
leider van vergadering 1477 [Teuth.]
voorzover*
onderschikkend voegwoord 1747 [
wnt
] {4.2}
voos*
bedorven 1579 [
wnt
vorderen*
eisen 1100 [Willeram]
vorderen*
vooruitkomen 1477 [Teuth.]
vore*
insnijding van ploeg 1240 [Bern.]
vork
getand werktuig 1240 [Bern.] vorm
uiterlijke gedaante 1236 [
cg i
1, 21] vormen
het vormsel toedienen 1433 [
mnw
vormen
gestalte geven 1461 [
mnw
vormsel
een sacrament 1410 [
mnw
[pagina 1116]
[p. 1116]
vors*
kikvorsachtige 1240 [Bern.]
vorsen
onderzoeken 1416 [
mnw
] vorser
wetenschappelijk onderzoeker 1924 [Aanv
wnt
] vorst
bos, woud 856 [Claes] <
me
Latijn {2.3}
vorst*
nok van een dak 1135 [Rey] {2.2}
vorst*
monarch 1240 [Bern.]
vorst*
vriezend weer 1240 [Bern.] {4.1.1}
vos*
hondachtige 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
voteren
stemmen 1685 [
wnt
] votum
gelofte, uitspraak 1593 [
wnt
] voucher
tegoedbon 1929 [Aanv
wnt
] vouwen*
delen over elkaar leggen 1277 [
cg i
1, 362]
vouwstoel*
opvouwbare stoel 1080 [Rey] {2.2/3.1/4.1.9}
voyeur
gluurder 1923 [Aanv
wnt
] voyeurisme
het optreden als voyeur 1953 [Aanv
wnt
] vozen
neuken 1937 [Aanv
wnt
] vraagbaak
iemand die antwoord kan geven op moeilijke vragen 1635 [
wnt
vracht*
lading, last 1286 [
cg i
2, 1162]
vragen*
verzoeken 1100 [Willeram]
vrede*
toestand van rust 815 [Slicher] {2.4}
vreemd*
uitheems, zonderling 1237 [
cg i
1, 35]
vreemdeling
onbekende 1525 [
wnt
] vreemdgaan
overspel plegen 1931-1935 [
wnt
] vrees*
angst 1240 [Bern.]
vrek*
gierigaard 1265-1270 [
cg
Lut.K]
vreten*
(gulzig) eten 1437 [
mnw
vreugde*
blijdschap 1348 [
mnw
vrezen*
bang zijn voor 1285 [
cg
Rijmb.]
vriend*
kameraad 1100 [Willeram]
vrieskast
apparaat om levensmiddelen in te vriezen 1914 [Aanv
wnt
] {4.1.9}
vriezen*
het heersen van vorst 1240 [Bern.]
vrij*
niet belemmerd, niet onderworpen of bezet 701-800 [Lex Salica] {2.2}
vrijage
vrijerij 1573 [
wnt
vrijbuiter*
kaper, avonturier 1572 [
wnt
vrijdag*
zesde dag van de week 1263 [
cg i
1, 81] {3.1/4.1.7}
vrijdenker*
die het denken los wil maken van het kerkgezag 1789 [Holtrop, New Engl. and Dutch dict. (free-thinker)]
vrijen*
minnekozen 1240 [Bern.]
vrijen*
seksuele omgang hebben 1969 [Haring Arie, Tweede Boek] {3.1/4.4}
vrijgezel*
ongehuwde man of vrouw 1747 [
wnt
] {4.1.4}
vrijhandel*
handel vrij van overheidsbelemmeringen 1851 [
wnt
vrijmetselaar
lid van de vrijmetselarij 1776 [
wnt
vrijmoedig*
niet beschroomd 1598 [
wnt
vrijpostig
brutaal 1656 [
wnt
vrijstaat
vrije republiek 1719 [
wnt
wel
] vrijthof*
omheinde plaats 901-1000 [
wps
] {3.1}
vrijwaren*
behoeden 1376 [
mnw
vrijwillig
niet gedwongen 1526 [
wnt
] vrijzinnig
ondogmatisch 1830 [
wnt
] vrille
tolvlucht 1930 [Brandt en De Haan] vroed*
wijs 1210-1240 [
cg i
1, 8]
vroedvrouw*
verloskundige 1374-1394 [
mnw
] {4.1.13}
vroeg*
aan het begin, tijdig 1240 [Bern.]
vrolijk*
blij 1200 [
cg ii
1 Servas]
vroom*
godvruchtig 1567 [
wnt
] {1.2.3}
vroon*
aan de landsheer behorend viswater 918-948 [Claes] {2.3}
vrouw*
mens van vrouwelijk geslacht 1240 [Bern.] {4.1.4}
vrouw*
echtgenote 1512 [
wnt
] {4.1.4}
vrouw*
naam van een speelkaart 1720 [
wnt
] {4.1.18}
vrouwspersoon*
vrouw (meestal minachtend) 1554 [
wnt
vrucht
ooft, ongeboren jong 901-1000 [
wps
] vruchtbaar
vruchten, jongen of resultaten voortbrengend 1301-1400 [
mnw
vruchten*
vrezen 901-1000 [
wps
] {1.2.4}
vruchtgebruik
recht op de opbrengst van andermans goed 1581 [
wnt
V-snaar
drijfriem met V-vormige doorsnee 1952 [Aanv
wnt
] vuig*
gemeen 1618 [
wnt
vuil*
vies 1200 [Künzel] {2.3}
vuilak*
smeerpoets 1568 [
wnt
vuilik]
vuilnis*
vuil, afval 1400 [
mnw
] {1.2.4/3.1}
vuist*
dichtgesloten hand 1237 [
cg i
1, 34]
vuistregel
globale regel 1944 [Aanv
wnt
] Vulgaat, Vulgata
door r.-k. Kerk aanvaarde bijbelvertaling van Hiëronymus 1732 [
wnt
] vulgair
laag bij de grond 1836 [
wnt
] vulgarisme
vulgaire uitdrukking 1847 [
kku
] vulgariteit
platheid 1824 [
wei
] vulkaan
vuurspuwende berg 1401-1450 [
mnw
] vullen*
vol maken 1240 [Bern.]
[pagina 1117]
[p. 1117]
vullis*
vuilnis als scheldwoord 1644 [
wnt
] {1.2.4}
vulpen
pen met inktreservoir 1898 [
wnt
vulva
schaamspleet 1726 [
wnt
vrouwelijk] vuns*
muf, verdorven 1401-1425 [
mnw
vuren
van vurenhout 1285 [
mnw
] vutter
iemand die vervroegd met pensioen is 1982 [R84] vuur*
lichtend verschijnsel bij brand 901-1000 [
wps
vuurwerk
lichtgevende, ontploffende voorwerpen die bij feestelijke gelegenheden worden aangestoken 1591-1600 [
wnt
] waag*
weegtoestel 901-1000 [
wps
waaghals*
iemand die alles durft 1482 [
tntl
1956, 308]
waai*
kolk 1139 [Künzel] {2.3}
waaien*
blazen (van wind) 1100 [Willeram]
waal*
poel, kolk 901-1000 [
wps
waanzin
krankzinnigheid 1832 [
wnt
] waar*
bijwoord van plaats 1237 [
cg i
1, 30]
waar*
echt 1240 [Bern.]
waar*
koopwaar 1285 [
cg
Rijmb.]
waarborg*
onderpand of andere zekerheid 1328 [
mnw
] {3.1}
waard*
laag liggend land 1062 [Claes] {2.3}
waard*
de genoemde prijs hebbend 1100 [Willeram]
waard*
kastelein 1240 [Bern.] {4.1.13}
waardepapier
papier met geldswaarde 1920 [
wnt
waarde
] waarnemen*
bemerken 1200 [
cg ii
1 Servas]
waarnemen*
tijdelijk bekleden (van ambt) 1734 [
wnt
waarschijnlijk*
bijwoord en bijvoeglijk naamwoord: denkelijk 1540 [
wnt
waarschuwen*
op gevaar opmerkzaam maken 1285 [
cg
Rijmb.]
waas*
nevelsluier 1817 [
wnt
] {4.1.1}
wablief*
tussenwerpsel: vragende uitroep 1887 [
wnt
] {4.3}
wacht*
het waken 1080 [Rey] {2.2}
wacht*
groep personen die iets of iemand bewaakt 1522 [
wnt
] {4.1.14}
wachten*
blijven 1080 [Rey] {2.2}
wachtmeester
onderofficier 1556 [
wnt
] {4.1.14}
wad*
doorwaadbare plaats 107 [Claes] {2.1}
wade*
kleed om iets te bedekken 1327 [
mnw
waden*
door ondiep water gaan 1265-1270 [
cg
Lut.K]
wadjan(g)
Indonesische braadpan 1974 [Culinaire Enc.] wafel*
gebak 1450 [
mnw
] {3.1/4.1.6}
wagen*
voertuig 838 [Claes] {2.3/4.1.10}
wagen*
riskeren 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
wagenwijd
bijwoord van hoedanigheid: zeer wijd 1729 [
wnt
] waggelen*
wankelen 1430 [
hws
] {3.1}
wagon
spoorwagen 1835 [
wnt
] wagon-lit
slaapwagen 1912 [
kku
] wajang
Javaans poppenspel 1642 [
wnt
] wak*
open plek in ijs 1451-1500 [
mnw
wakaman
kerel die stoer rondloopt en leeft van hosselen 1979 [E. Cairo, Temekoe 40] waken*
niet (gaan) slapen 901-1000 [
wps
wakker*
niet slapend 1240 [Bern.]
wal
verhoging 1240 [Bern.] waldenzen
godsdienstige sekte 1566 [
wnt
uitbarsten] <
me
Latijn {4.1.8}
waldhoorn
blaasinstrument 1655 [
wnt
] walgen*
afkeer voelen 1240 [Bern.]
walhalla
paradijs 1800 [
wnt
wederom] walken*
vollen 1351 [
mnw
walkie-talkie
portofoon 1953 [Aanv
wnt
] walkman
cassetterecorder met koptelefoon 1979 [Prisma audio/video] wallaby
buideldier 1968 [
kwt
] walm*
damp 1287 [
cg
NatBl] {3.1/4.1.1}
walnoot
okkernoot 1477 [Teuth.] {4.1.2}
walrus
zeeroofdier 1594 [
tntl
1975, 91, 6] wals
machine om te pletten 1750 [
wnt
] wals
dans en muziek in driedelige maatsoort 1811 [
wnt
] walschot*
spermaceti, witte amber 1470 [
mnw
walvis*
walvisachtige 1163 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff] {1.2.6/1.3/2.4/3.1/4.1.3}
wam
tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1970 [Recht voor raap: wham] wambuis
kledingstuk 1317 [
mnw
] wan
mand voor korenzuivering 847 [Claes] wand*
afscheiding 901-1000 [
wps
wandaad*
slechte daad 1790 [
wnt
wandelen*
lopen 1240 [Bern.] {3.1}
wanen*
zich verbeelden 901-1000 [
wps
wang*
zijkant van gezicht 1240 [Bern.]
wankel*
niet vast 1285 [
cg
Rijmb.]
[pagina 1118]
[p. 1118]
wankelen*
onvast gaan 1240 [Bern.]
wankelmotor
motor met draaiende zuigers 1976 [
gvd
] {4.1.10}
wanneer*
onderschikkend voegwoord 1300 [
mnw
] {4.2}
wanneer*
bijwoord van tijd 1321 [
mnw
] {4.1.7}
want*
nevenschikkend voegwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
want*
handschoen zonder vingers 1080 [Rey] {2.2}
want*
touwwerk 1494-1512 [
hws
wantrouwen*
mistrouwen, achterdocht 1573 [
mnw
wants
wandluis 1766 [
wnt
] wap
mobiele internetcommunicatie 1999 [Sanders 2000] wapen*
strijdwerktuig 1237 [
cg i
1, 32] {1.3/4.1.14}
wapitihert
herkauwer 1950 [
gvd
] {1.2.4/1.2.5/4.1.3}
wapperen*
fladderen 1479 [
mnw
] {3.1}
waratje*
bijwoord van modaliteit: waarachtig 1694 [
wnt
waren*
dwalen 1613 [
wnt
warenhuis
grootwinkelbedrijf 1906 [
wnt
] warm*
met hoge temperatuur 1240 [Bern.]
warmte*
het warm-zijn 1301-1350 [
mnw
] {3.1}
warrant
volmacht 1684 [
wnt
] warrelen*
zich door elkaar bewegen 1660 [
wnt
] {3.1}
warrigal
hondachtige 1968 [
kwt
] wars*
afkerig 1573 [Plantijn]
was*
bijenwas 901-1000 [
wps
wasbeer*
kleine beer 1857 [
wnt
wasschen] {4.1.3}
wasem*
damp 1351 [
mnw
] {3.1/4.1.1}
wasmachine
toestel dat kleding of groenten mechanisch schoonmaakt 1838 [
wnt
wasschen] {4.1.9}
wassen*
met water reinigen 901-1000 [
wps
wassen*
groeien 901-1000 [
wps
wasserette
waar men tegen betaling kan wassen 1959 [Merkenblad 1964]
wat*
vragend voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
water*
vloeistof 901-1000 [
wps
] {4.1.6}
wateren*
urineren 1588 [
wnt
] {4.4}
waterglas*
natriumsilicaat 1843 [
wnt
watergruwel
nagerecht van gort met o.a. rozijnen 1695 [
wnt
] {4.1.6}
watermolen
door water aangedreven molen 1271 [
mnw
] {4.1.10}
waterproof
ondoordringbaar voor water 1832 [
wnt
] waterstof
chemisch element 1793 [
wnt
waterzooi*
gerecht 1642 [
wnt
] {4.1.6}
waterzucht*
waterophoping 1351 [
mnw
watje
sukkel 1987 [Kuitenbrouwer]
watjekouw
opstopper 1857 [
wnt
watt
elektrische eenheid 1894 [
wnt
watten
verbandmiddel 1655 [
wnt
] <
me
Latijn
wau-wau
mensaap 1889 [Veth, Uit Oost en West] wauwelen*
kletsen 1701-1750 [
wnt
] {3.1}
wave
golfbeweging op tribune 1987 [De Coster 1999] waxine
een wasproduct 1901 [Boon's Geïllustreerd Magazijn]
wc
watercloset 1906 [
wnt
watercloset] web*
netwerk van bv. spin 1240 [Bern.]
web
volledige hypertekstsysteem waarvan internet gebruik maakt 1994 [
pc
+ 3/11, 19, 15] webcam
camera waarvan het beeld rechtstreeks op internet verschijnt 1998 [De Coster 1999] weber
eenheid van inductieflux 1948 [Aanv
wnt
weblog
digitaal dagboek met korte recensies van bezochte websites 2000 [Sanders 2001] webmaster
iemand die een website onderhoudt 1996 [Web magazine, winter 1996, 46] website
plaats waar bepaalde informatie zich op internet bevindt 1996 [De Coster 1999] wecken
(levensmiddelen) conserveren 1913 [
wnt
] wedde*
bezoldiging 1130 [Rey] {2.2}
wedden*
gokken 1237 [
cg i
Gent] {4.1.18}
weddenschap*
overeenkomst van wedden 1666 [
wnt
weder, weer*
bijwoord van tijd: opnieuw 901-1000 [
wps
] {4.1.7}
wederdoper*
aanhanger van een protestantse beweging die volwassenendoop voorstaat 1544 [
wnt
] {4.1.8}
wederik*
plantengeslacht 1543 [
wnt
wederrechtelijk
onrechtmatig 1596 [
wnt
] wedervaren*
gebeuren 1404 [
mnw
wederwaardigheid*
(onaangename) ervaring 1400 [
mnw
wedgwood
aardewerk 1858 [
wnt
] wedijver
rivaliteit 1841 [
wnt
] [pagina 1119]
[p. 1119]
wedstrijd
wedijver, i.h.b. in sport 1650 [
wnt
] weduwe*
vrouw van wie de echtgenoot is overleden 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
weduwnaar
man wiens vrouw is overleden 1405-1422 [
mnw
] {4.1.4}
wee*
smart, tussenwerpsel ter uitdrukking van smart 1265-1270 [
cg
Lut.K] {4.3}
wee*
samentrekking van baarmoeder 1552 [
wnt
weed
marihuana 1962 [R75] weefgetouw*
toestel waarmee garen tot weefsel gevlochten wordt 1477 [Teuth.]
weefsel*
geweven stof 1477 [Teuth.]
weegschaal
weegtoestel 1514 [
mnw
week*
zeven dagen 1236 [
cg i
1, 22] {4.1.7}
week*
zacht 1240 [Bern.]
weekend
zaterdag en zondag 1920 [
wnt
] weelde*
overdaad 1240 [Bern.]
weemoed
melancholie 1814 [
wnt
] weer*
wal, muur 777-866 [Slicher] {2.4}
weer*
gecastreerde ram 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
weer*
landerijen tussen twee sloten, de zogenaamde weersloten 1214 [Slicher] {2.4}
weer*
atmosferische gesteldheid 1240 [Bern.] {4.1.1}
weerbarstig*
stug 1619 [
wnt
weerga*
gelijke 1371-1378 [
mnw
weergeld*
zoengeld 701-800 [Lex Salica] {2.2/3.1}
weerlicht*
bliksem 1351 [
mnw
] {4.1.1}
weerpijn
pijn op andere plaats dan de oorzaak 1607 [
wnt
weerwolf*
mens die zich in wolf verandert 1165 [Rey] {1.2.1/2.2/3.1}
wees*
kind zonder ouders 901-1000 [
wps
] {4.1.4}
weg*
baan 838 [Claes] {2.3}
weg*
verdwenen 1285 [
vmnw
wegen*
zwaar zijn, de zwaarte bepalen 1240 [Bern.]
wegens*
voorzetsel 1589 [
wnt
] {4.2}
wegge, weg*
broodje 1360 [De Man, Bijdrage tot syst. gloss. Brab. oorkondentaal 1956, 289] {4.1.6}
wegscheren, zich*
ophoepelen 1811 [
wnt
wei*
restvloeistof bij kaasmaken 1330 [Claes]
weide*
grasland 901-1000 [
wps
weidelijk*
in overeenstemming met de jachtregels 1915 [
wnt
weiden*
doen grazen 1135 [Rey] {2.2}
weids*
groots 1588 [Claes]
weifelen*
aarzelen 1562-1592 [
mnw
] {3.1}
weigeren*
afwijzen 1289 [
cg i
2, 1408]
weight watcher
lijner 1983 [Ferrée] weiland*
grasland waar vee graast 1252 [
mnw
] {3.1}
weinig*
onbepaald telwoord 1260-1280 [
cg ii
1 Rein. G] {4.2}
weitas*
jagerstas 1555 [
wnt
weivlies*
vlies van gekruist bindweefsel 1840 [
wnt
wekamine
opwekkende stof 1950 [Aanv
wnt
wekken*
wakker maken 1100 [Willeram]
wel*
bron 1001-1100 [Claes] {2.3}
wel*
bijwoord van modaliteit: goed 1140 [Rey] {2.2}
weldra*
bijwoord van tijd: spoedig 1615 [
wnt
] {4.1.7}
weleer*
bijwoord van tijd: voorheen 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.7}
welfare
welzijn 1948 [Aanv
wnt
] welgevallen*
goeddunken 1573 [Plantijn]
welig*
rijkelijk 1350 [
mnw
welk*
vragend voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
welkom*
gelegen komend, ook als tussenwerpsel 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.] {4.3}
wellen*
opborrelen 1350 [
mnw
wellen*
laten koken, verhitten 1476-1500 [
mnw
wellicht*
bijwoord van modaliteit: misschien 1678 [
wnt
wellust
zingenot 1350 [
mnw
] welnee*
tussenwerpsel: uitroep ter ontkenning 1567 [
wnt
] {4.3}
welp*
jong van hond, wolf, leeuw e.d. 901-1000 [
wps
] {4.1.3}
weltergewicht
gewichtsklasse van boksers 1949 [Aanv
wnt
] welterusten*
tussenwerpsel: wens bij het slapen gaan 1852 [
wnt
] {4.3}
weltschmerz
het lijden onder de realiteit 1880 [
wnt
] welven*
zich buigen 1285 [
cg
Rijmb.]
wemelen*
krioelen 1546 [Naembouck] {3.1}
wen*
verouderd onderschikkend voegwoord 1420 [
mnw
] {4.2}
wenden*
keren 1100 [Willeram]
wenen*
huilen 1240 [Bern.] {1.3}
wenkbrauw*
haarboog boven oogkas 1625 [
wnt
] {1.2.4/1.2.5}
wenken*
een teken geven 1181 [Rey] {2.2}
wennen*
gewoon raken 1287 [
cg
NatBl]
wens*
verlangen 1285 [
cg
Rijmb.]
wentelen*
zich wenden 1240 [Bern.] {3.1}
wentelteefje*
in melk met ei gebakken snee brood 1623 [
wnt
] {4.1.6}
[pagina 1120]
[p. 1120]
wenteltrap*
spiraalvormige trap 1533 [
wnt
werdegang
ontwikkelingsgang 1987 [Kuitenbrouwer] wereld*
de aarde, kosmos 901-1000 [
wps
wereldberoemd
zeer beroemd 1750 [
wnt
wereld] wereldbeschouwing
geheel der denkbeelden aangaande het mensdom 1720 [
wnt
] wereldmuziek
niet-westerse muziek 1988 [De Coster 1999] {4.1.16}
wereldtijd*
heel goede tijd (in wedstrijd) 1984 [
gvd
] {3.1}
wereldwijd
wereldomvattend 1879 [
wnt
] weren*
tegenhouden 1050 [Rey] {1.3/2.2}
werf*
onbebouwde ruimte rond een huis 1001-1050 [Claes] {2.3}
werf*
keer 1240 [Bern.]
werf*
werkplaats voor schepen 1567 [
wnt
werk*
arbeid 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
werk*
vlasvezels 1240 [Bern.]
werkelijkheid*
realiteit 1799 [
wnt
werken*
arbeiden 901-1000 [
wps
werktuig*
instrument 1573 [Plantijn]
werpen*
gooien 901-1000 [
wps
] {1.3}
werst
afstandsmaat 1714 [
wnt
] wervel*
beentje van ruggengraat 1568 [
wnt
] {3.1}
wervelen*
ronddraaien 1477 [Teuth.] {3.1}
wervelwind
cycloon 1599 [Kil.] werven*
verwerven 1350 [
mnw
werven*
in dienst nemen 1466 [
mnw
werwaarts*
bijwoord van richting: waarheen 1552 [
wnt
] {3.1}
weshalve
bijwoord van causaliteit: waarom 1560 [
wnt
] wesp*
insect 1240 [Bern.]
Wessie
West-Duitser 1996 [Vd Sijs 1996] west*
windstreek 822-825 [Künzel] {2.3}
westenwind*
wind die uit het westen waait 1001-1050 [
cg ii
1 Orosiusglossen] {3.1/4.1.1}
western
wildwestfilm 1964 [Ferrée, In en uit 66] wet*
rechtsregel 901-1000 [
wps
weten*
kennis hebben, begrijpen 901-1000 [
wps
wetenschap*
het weten, de kennis 1300 [
mnw
wetenschapper
wetenschapsbeoefenaar 1976 [
wnt
] wetering*
stroom 1155 [Slicher] {2.4}
wethouder*
lid van dagelijks bestuur van gemeente 1440 [
mnw
wetsuit
kleding voor plankzeilen e.d. 1984 [
gvd
] wetten*
scherpen 1240 [Bern.]
wettigen*
wettig maken 1608 [
wnt
] {3.1}
weven*
dooreenvlechten van draden 1240 [Bern.]
wezel*
marterachtige 1240 [Bern.] {3.1/4.1.3}
wezen*
aard, natuur 1265-1270 [
cg
Lut.K]
wezen*
schepsel 1461 [
mnw
wherry
roeiboot 1671 [
wnt
] whiplash
beschadiging van nekspier door verkeersongeval 1995 [De Coster 1999] whippet
hondensoort 1923 [Aanv
wnt
] whisky
sterkedrank 1824 [
wnt
] whist
kaartspel 1762 [
wnt
] whizzkid
jongere die uitblinkt, vooral met computers 1989 [Peptalk] whodunit
detectiveverhaal 1970 [De Coster 1999] wichelen*
voorspellingen doen uit bepaalde tekens 1477 [Teuth.] {3.1}
wicht*
wezen, klein kind, meisje 1285 [
cg
Rijmb.] {4.1.4}
wicket
doel bij cricketspel 1648 [
wnt
] wie*
vragend voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
wiebelen*
wankelen 1847 [
wnt
] {3.1}
wieberen
weggaan 1972 [
wnt
wieberig]
wiedemaand*
juni 1050 [
cg ii
1, 122] {3.1/4.1.7}
wieden*
onkruid verwijderen 1284 [
cg i
2, 831]
wiedes
bijwoord van causaliteit: begrijpelijk 1897 [
wnt
wieg*
kinderledikant 1240 [Bern.] {4.1.9}
wiegelen*
heen en weer bewegen 1477 [Teuth.] {3.1}
wiegen*
schommelen 1351-1400 [
mnw
wiegendruk*
druk van voor 1500 1880 [
wnt
wieg]
wiek*
vleugel 1561 [
wnt
wiel*
kolk 1187 [Claes] {2.3}
wiel*
rad 1285 [
cg
Rijmb.]
wielewaal*
zangvogel 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
wielrijder*
fietser 1869 [Sanders 1997b] {4.4}
wier*
zeegras 1466 [
mnw
wierde*
terp 944 [Künzel] {2.3}
wierook*
welriekende rook als reukoffer 1100 [Willeram] {3.1}
wiewauwen*
wiebelen 1619 [
wnt
] {3.1}
wig*
keg, keil 1046 [Claes] {2.3}
[pagina 1121]
[p. 1121]
wigwam
indianentent, indianenhut 1778 [
wnt
] wij*
persoonlijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
wijd*
ruim 1100 [Willeram]
wijdbeens*
met de benen ver gespreid 1869 [
wnt
] {3.1}
wijden*
zegenen 901-1000 [
wps
] {1.2.4}
wijden*
besteden 1793 [
wnt
wijdlopig*
breedvoerig 1612 [
wnt
wijf*
vrouw (pejoratief) 1100 [Willeram] {1.2.3/4.1.4}
wijk
stadsdeel 855 [Claes] wijken*
zich terugtrekken 1240 [Bern.]
wijl*
tijdsverloop 1100 [Willeram]
wijl*
onderschikkend voegwoord 1628 [
wnt
wijl
iii
] {4.2}
wijlen*
overleden 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
wijlen*
toeven 1850 [
wnt
wijn
drank van gegiste druiven 901-1000 [
wps
] wijngaard
plaats voor druiventeelt 1100 [Willeram]
wijs*
manier 1050 [Rey] {2.2}
wijs*
verstandig 1201-1225 [
cg ii
1 Floyris]
wijsbegeerte*
wetenschap der begrippen in hun hoogste algemeenheid 1857 [
wnt
wijsgeer*
filosoof 1701 [
wnt
wijsneus*
betweter 1670 [
wnt
] {3.1}
wijten*
ten laste leggen 1240 [Bern.]
wijting*
beenvis 1286 [
cg i
1, 1175]
wijzen*
aanduiden (met de vinger) 901-1000 [
wps
wijzigen*
veranderen 1811 [De Jager, Frequentatieven] {3.1}
wikkelen
inrollen 1576 [Claes] wikken*
wegen, overwegen 1401-1450 [
mnw
wild*
in de natuurstaat, woest 1174 [Slicher] {2.4}
wildbraad*
gebraden vlees van wild 1253 [
cg ii
1 Gezondh.] {3.1/4.1.6}
wildebras
wild kind 1833 [
wnt
wildeman*
woesteling 1510-1512 [
mnw
wildernis*
woest gebied, plek waar alles in het wild groeit 1185 [Künzel] {2.3/3.1}
wildplassen*
in het openbaar urineren 1995 [Sanders 2001] {3.1/4.4}
wildvreemd
geheel vreemd 1782 [
wnt
] wilg*
boomsoort 1287 [
cg
NatBl]
willekeur*
believen, grilligheid 1611-1620 [
wnt
willen*
wensen 901-1000 [
wps
Willie Wortel
(wereldvreemde) uitvinder 1952 [Picarta: strip Donald Duck] wimpel*
lange smalle vlag 1140 [Rey] {2.2/3.1}
wimper*
ooghaartje 1835 [
wnt
] {1.2.5/3.1}
winchester
automatisch geweer 1919 [
kwt
] wind*
luchtstroming 1001-1050 [
cg ii
1 Orosiusglossen] {4.1.1}
wind*
buikwind, scheet 1501-1525 [
wnt
] {4.4}
windas
lier 1273 [
mnw
] windbuil
snoever 1679 [
wnt
] winde*
windas 1390-1460 [
mnw
winde*
slingerplant 1477 [Teuth.]
windei*
ei zonder kalkschaal 1287 [
cg
NatBl] {3.1}
winden*
wikkelen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
windhond*
hondensoort 1567 [Junius 49a] {1.2.4/4.1.3}
windjak
overjasje 1930 [Aanv
wnt
] windjammer
zeilschip 1930 [Aanv
wnt
] windmolen
door de wind aangedreven molen 1248-1271 [
vmnw
] {3.1/4.1.10}
wingerd
wijnstok 1300 [Claes] {3.1}
winkel*
verkoopplaats 1101-1200 [Claes] {2.3}
winkelhaak*
gereedschap 1477 [Teuth.]
winkelhaak*
scheur 1720 [
wnt
winkelier
man die een winkel drijft 1614 [
wnt
] {4.1.13}
winnen*
verwerven 1237 [
cg i
1, 37]
winnen*
overwinnaar zijn 1350 [
mnw
winst*
voordeel 1569 [Kool] {3.1}
winter*
jaargetijde 1050 [
cg ii
1, 122] {1.1/4.1.7}
winterkoninkje*
zangvogel 1477 [Teuth.]
wintermaand*
december 1050 [
cg ii
1, 122] {3.1/4.1.7}
winti
tussengod 1770 [Van Donselaar 1989] wip*
wipplank 1813 [
wnt
] {4.1.18}
wippen*
op en neer gaan 1477 [Teuth.]
wippen*
paren 1829 [
wnt
] {4.4}
wipwap*
wip 1887 [
wnt
] {3.1/4.1.18}
wirwar*
dooreenwarreling 1820 [
wnt
] {3.1}
wis*
zeker 1289 [Toll.]
wis*
teen, twijg, strobos 1384 [
mnw
wisent*
herkauwer 1145 [Künzel] {2.3/4.1.3}
wiskunde*
mathematica 1711 [Picarta: titel van François Halma]
wispelturig*
grillig 1556 [Claes]
wissel*
wisselbrief, getekend stuk voor de overdracht van geld 1573 [
wnt
wisselen*
ruilen 1240 [Bern.]
wissen*
vegen 1240 [Bern.]
wissewasje*
nietigheid 1650 [
wnt
] {3.1}
wit*
kleurnaam 901-1000 [
wps
] {4.1.5}
wit*
doelwit, schijf 1475 [
mnw
[pagina 1122]
[p. 1122]
witheet*
zeer heet 1905 [
wnt
zonnevlak] {4.4}
witheet*
woedend 1976 [
gvd
] {4.4}
wittekool
koolsoort 1514 [
wnt
] {4.1.6}
witz
grap 1840 [
wnt
] wodka
Russische brandewijn 1847 [
wnt
] woede*
razernij 1588 [Claes]
woeker*
onmatig hoge rente 1285 [
cg
Rijmb.]
woelen*
zich onrustig bewegen 1350 [
mnw
woelrat*
knaagdier 1901-1910 [
wnt
] {4.1.3}
woelrat*
homojongen 1972 [R99] {4.4}
woensdag*
vierde dag van de week 1260 [
cg i
1, 72] {3.1/4.1.7}
woerd*
laaggelegen omdijkt land 850 [Prisma NPl.] {2.3}
woerd*
mannetjeseend 1380 [
mnw
woest*
wild 901-1000 [
wps
woestijn*
barre landstreek 901-1000 [
wps
wok
Indonesische braadpan 1984 [
gvd
] wokkel
bepaald soort zoutje 1990 [De Coster 1999]
wol*
haren van sommige dieren 1240 [Bern.] {4.1.9}
wolf*
hondachtige 1001-1100 [Claes] {2.3/4.1.3}
wolfraam
chemisch element 1720 [
wnt
] wolfsklauw*
plantengeslacht 1543 [
mnw
wolfsmelk*
plantengeslacht 1514 [
wnt
wolk*
massa waterdruppels in atmosfeer 901-1000 [
wps
] {4.1.1}
wolvin*
wijfjeswolf 1287 [
cg
NatBl]
wombat
buideldier 1861 [
wnt
] won
munteenheid van Zuid- en later Noord-Korea 1966 [2000 Standard Catalogue of world coins] wond*
kwetsuur 901-1000 [
wps
wonder*
mirakel 901-1000 [
wps
wonderbaar
verbazingwekkend 1573 [Plantijn] wonderschoon*
zeer mooi 1755 [
wnt
] {4.4}
wonderveel*
zeer veel 1590 [
wnt
] {4.4}
wonen*
gehuisvest zijn 901-1000 [
wps
woonachtig*
wonende 1279 [
cg i
1, 423]
woord*
klank met eigen betekenis 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
woordenboek*
dictionaire 1584 [Toll.]
worcestersaus
kruidige saus 1900 [Sanders 1995] worden*
in de genoemde toestand raken, hulpwerkwoord van de lijdende vorm 901-1000 [
wps
workaholic
die verslaafd is aan zijn werk 1989 [Peptalk] workshop
bijeenkomst ter bespreking 1970 [Recht voor raap] worm*
ongewerveld dier 1100 [Willeram] {3.1}
worp*
het werpen 1240 [Bern.]
worst*
met vleeswaar gevulde darm 1240 [Bern.] {3.1/4.1.6}
worstelen*
strijden 1240 [Bern.]
wort*
aftreksel van mout 1383-1474 [
mnw
wortel*
onderste deel van gewas 1240 [Bern.] {3.1}
wortel*
groente 1410 [
mnw
] {4.1.6}
wortel*
in de wiskunde 1445 [Kool]
woud*
natuurlijk bos 793 [Claes] {2.3}
woudloper*
rondzwervend jager (in de bossen van Noord-Amerika) 1885 [
wnt
woud]
would-be
zogenaamd 1842 [
wnt
] wout
Bargoens: politieagent 1682 [
wnt
wout
ii
] wouw*
roofvogel 1287 [
cg
NatBl]
wow
tussenwerpsel: uitroep van verbazing of ontzag 1984 [
gvd
] wraak*
vergelding 901-1000 [
wps
wrak*
onbruikbaar voer- of vaartuig 1368 [
mnw
wrak*
met gebreken 1383-1474 [
mnw
wraken*
afkeuren 1265-1270 [
cg
Lut.K]
wrang*
zuur 1287 [
cg
NatBl]
wrat*
huiduitwas 1150 [Claes] {2.4}
wreed*
meedogenloos 1240 [Bern.]
wreed*
tof, leuk 1987 [Kuitenbrouwer] {3.1}
wreef*
hoogste deel van voet 1773 [
wnt
wreken*
vergelden 1236 [
cg i
1, 28]
wrevel*
misnoegen 1573 [Claes]
wriemelen*
zich kronkelen 1410 [
mnw
] {3.1}
wrijven*
strijken 1240 [Bern.]
wrikken*
heen en weer bewegen 1623 [
wnt
wringen*
draaiend samenknijpen 1265-1270 [
cg
Lut.K]
wrochten*
werken 1798 [
wnt
wroeten*
woelen 1350 [
mnw
wrok*
rancune 1550 [
wnt
Bijv.+verb.]
wrongel*
gestremde melk 1350 [
mnw
] {3.1/4.1.6}
wuft*
frivool 1562 [Claes]
wuiven*
zwaaien 1663 [
wnt
wulk
(eetbare) slak 1400-1401 [
mnw
] wulp*
steltloper 1595 [Van Groen, Steltlopers 74]
wulps*
wellustig 1611-1620 [
wnt
] {1.2.3}
wurgen, worgen*
de keel dichtknijpen 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
wybertje
ruitvormig dropje 1966 [Aanv
wnt
] {4.1.6}
[pagina 1123]
[p. 1123]
als teken voor een onbekende grootheid 1694 [
wnt
] xantippe
boze vrouw 1649 [
wnt
band]
x-benen
benen waarvan de knieën naar binnen staan 1898 [
gvd
] xenofobie
vrees voor wat vreemd is 1929 [
kwt
xenon
edelgas 1902 [
wnt
xeres(wijn)
sherry 1841 [Nederlandsch Magazijn 334] xerografie
droog reproductieprocédé 1950 [Aanv
wnt
xerox
kopie 1984 [
gvd
x-stralen
röntgenstralen 1898 [
gvd
xtc
een hallucinerend middel 1987 [De Coster 1999] xylofoon
slaginstrument 1912 [
kku
] {4.1.16}
xylografie
houtgravure 1824 [
wei
] yakult
melkachtige drank 1992 [Internet: yakult.nl] yakuza
Japanse maffia 1992 [De Coster 1999] yaleslot
veiligheidsslot 1908 [Aanv
wnt
yang
het actieve beginsel in de kosmos 1934 [Aanv
wnt
] yankee
spotnaam voor Noord-Amerikanen 1836 [
wnt
] yard
lengtemaat 1778 [
wnt
] yell
kreet 1947 [
kwt
] yen
munteenheid van Japan 1886 [
kku
] yes
tussenwerpsel: uitroep ter bevestiging 1984 [
gvd
] yeti
verschrikkelijke sneeuwman 1976 [
gvd
] yin
het passieve beginsel in de kosmos 1934 [Aanv
wnt
] yo
tussenwerpsel: groet van rappers e.d. 1988 [De Coster 1999] yoga
Indische mystiek 1906 [
wnt
] yoghurt
melkspijs 1912 [
kku
] yogi
beoefenaar van yoga 1596 [Linschoten] yperiet
mosterdgas 1929 [
kwt
] ypsilon
Griekse letter 1847 [
kku
] ytterbium
chemisch element 1870 [Gerding, Zakwrdb. Scheik.] yttrium
chemisch element 1834 [
wnt
] yuan
munteenheid van China 1980 [Enc. Munten en Bankbiljetten] yucca
sierplant 1596 [Linschoten 102] yuppie
jeugdige carrièremaker met een hoge, trendgevoelige levensstandaard 1986 [De Coster 1999] zaad*
kiem, teelvocht 1240 [Bern.]
zaag*
getand werktuig 1101-1200 [Tavernier] {2.4}
zaaien*
zaad strooien 1240 [Bern.]
zaak*
rechtszaak 701-800 [Lex Salica] {2.2}
zaak*
voorwerp, handeling 901-1000 [
wps
] {1.2.3}
zaal*
groot vertrek 639 [Claes] {2.3}
zabaglione
een nagerecht 1968 [
wp
voor de vrouw] zacht*
niet hard 901-1000 [
wps
zachtboard
vezelplaat van beperkte hardheid 1951 [Aanv
wnt
] zadel
zitting 1270-1290 [
cg i
] zaïre
munteenheid van voormalig Zaïre (nu Democratisch Kongo) 1971 [2000 Standard Catalog of World Coins] {4.1.12}
zak
verpakkingsmiddel 1100 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff] zak
scheldwoord: onaangename vent 1961 [
gvd
zakdoek
doek om de neus in te snuiten 1775 [
wnt
zakdoekje leggen*
kinderspel 1916 [
wnt
] {4.1.18}
zakjapanner
zakrekenmachine 1992 [
gvd
zakken
dalen, zinken 1611-1620 [Taal en Tongval 1996, 2]
zakken
niet slagen voor een examen 1897 [
wnt
zakkenrollen
uit zakken stelen 1781 [
wnt
Bijv.+verb.]
zakkenwasser
sufferd 1968 [R75]
zalf*
smeersel 1100 [Willeram]
zalig*
lekker, zedelijk gelukkig 901-1000 [
wps
zalm
beenvis 1270 [
cg i
1, 161] zambo
kind van neger en indiaanse 1847 [
kku
] zand*
steenstof 893 [Claes] {2.3}
zang*
het zingen 901-1000 [
wps
zaniken*
zeuren 1809 [
wnt
zappen
voortdurend naar een ander televisieprogramma overschakelen 1989 [De Coster 1999] Zappi*
doorzichtig materiaal met de mechanische eigenschappen van aluminium 1988 [Items 26] {1.2.5/1.3/4.4}
zat*
verzadigd van eten of drinken 901-1000 [
wps
[pagina 1124]
[p. 1124]
zat*
dronken 1546 [
wnt
zaterdag
laatste dag van de week 1240 [
vmnw
] zavel
grondsoort 1345 [
mnw
] ze*
persoonlijk voornaamwoord 1350 [
mnw
] {4.2}
zeboe
herkauwer 1770 [
wnt
] zebra
paardachtige 1596 [
wnt
] zebra
oversteekplaats 1955 [Stoop]
zecchino
munt 1768 [
wnt
] zede*
gewoonte 901-1000 [
wps
zee*
oceaan 793 [Claes] {2.3}
zeef*
werktuig om te zeven 1240 [Bern.]
zeeg*
gebogen lijn 1697 [
wnt
zeehond*
zeeroofdier 1293 [
cg i
] {3.1/4.1.3}
zeekoe*
zeezoogdier 1287 [
cg
NatBl] {3.1/4.1.3}
zeeleeuw
zeeroofdier 1619 [
wnt
] {4.1.3}
zeelt
beenvis 1420 [Claes] zeem*
honing 1240 [Bern.] {3.1}
zeem
zeemleer 1420-1421 [
mnw
] zeemacht*
krijgsmachtonderdeel dat strijdt ter zee 1670 [
wnt
] {4.1.14}
zeemeermin*
mythisch wezen uit de zee 1623 [
wnt
zeen*
pees 1350 [
mnw
] {4.1.6}
zeep*
reinigingsmiddel 1288 [
cg i
2, 1337]
zeepaardje*
beenvis 1562 [
wnt
zeer*
pijnlijk 901-1000 [
cg wps
Gloss.]
zeer*
smart 901-1000 [
wps
zeer*
bijwoord van hoedanigheid: in hoge mate 1236 [
cg i
1, 1337]
zeeschuimer*
zeerover 1569 [
wnt
zeestraat
zee-engte 1816 [
wnt
wijdberoemd]
zege*
overwinning 901-1000 [
wps
zegel
stempel 1240 [Bern.] zegen
visnet 1240 [Bern.] zegen
kerkelijke zegening 1567 [
wnt
] zegevieren*
triomferen 1767 [
wnt
zegge*
plantengeslacht 1578 [
wnt
zegge*
aanwijzing van het bedrag in letters 1865 [
wnt
zeggen*
spreken 1260-1270 [
cg ii
1 Boeve]
zegsman*
bron van informatie 1654 [
wnt
zeiken*
plassen 1240 [Bern.] {4.4}
zeil*
doek (aan mast) 1240 [Bern.]
zeilschip*
schip dat door windkracht vaart 1573 [
wnt
] {4.1.11}
zeis*
maaiwerktuig 1340-1350 [
mnw
zeker
veilig, stellig 1240 [Bern.] zeker
onbepaald voornaamwoord 1299 [
cg i
Brugge] {4.2}
zekering
metaaldraad die bij overbelasting stroom onderbreekt 1911 [
wnt
] zelden*
zeer weinig 1240 [Bern.]
zeldzaam
schaars 1556 [
wnt
] zelf*
aanwijzend voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
zelfbedieningswinkel*
winkel waar men zelf de artikelen pakt 1948 [Aanv
wnt
zelfbeheersing
het in toom houden van zijn gevoelens 1801 [
wnt
] zelfbewust
met besef van eigen waarde 1865 [
wnt
] zelfkant
buitenkant 1573 [Plantijn]
zelfmoord
suïcide 1731-1735 [
wnt
belangneming] zelfs*
bijwoord van hoedanigheid: tegen de verwachting in 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
zelfvertrouwen
geloof in zichzelf 1784 [
wnt
] zelfzucht
egoïsme 1803 [
wnt
] zeloot
ijveraar 1285 [
cg
Rijmb.] zemel
vlies van graankorrels 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] zemelachtig
zenuwachtig, zeurig 1905 [
wnt
] {1.2.4}
zemelen*
zeuren 1633 [
wnt
zen
vorm van het boeddhisme 1934 [Kath. Enc. dl. 5, kol. 456] zenden*
sturen 901-1000 [
wps
] {1.3}
zengen*
schroeien 1415 [
mnw
zenit
toppunt 1595 [
wnt
] zenuw*
verbindingsdraad tussen zintuigen of spieren en centrale zenuwstelsel 1285 [
cg
Rijmb.]
zenuwachtig*
nerveus 1839 [
wnt
] {1.2.4}
zeper(d)
strop, loer 1950 [
gvd
] zeppelin
luchtschip 1909 [
wnt
luchtschipper] zerk
grafsteen 1265-1270 [
cg
Lut.K] {1.2.4}
zero
telwoord 1578 [Kool] zes*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
zestien*
telwoord 1240 [Bern.] {4.2}
zestig*
telwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
zetbaas*
die voor rekening van een ander een zaak beheert 1749 [
wnt
zetel*
zitplaats 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1/4.1.9/5}
zetmeel*
reservevoedsel van planten 1813 [
wnt
zetpil*
pil die in de endeldarm gebracht wordt 1642 [
wnt
zetten*
plaatsen, doen zitten 901-1000 [
wps
] {3.1}
zetten*
tekst opmaken om te drukken 1567 [
wnt
zetter*
tekstopmaker 1567 [
wnt
] {4.1.13}
zeug*
vrouwtjesvarken 1287 [
cg
NatBl] {4.1.3}
zeugma
stijlfiguur 1778 [
wnt
] [pagina 1125]
[p. 1125]
zeulen*
voortslepen 1667 [
wnt
zeuren*
zaniken 1777 [
wnt
zeurkous
iemand die zanikt 1855 [
wnt
] {1.2.1}
zeurpiet
iemand die zanikt 1936 [
wnt
seuteren z.j.]
zeven*
telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
zevenslaper*
knaagdier 1781 [
wnt
] {4.1.3}
zevensprong*
oude volksdans 1777 [
wnt
] {4.1.15}
zeventien*
telwoord 1240-1260 [
cg i
Gent] {4.2}
zeventig*
telwoord 1240 [Bern.] {4.2}
zever*
kwijl 1350 [
mnw
zich
wederkerend voornaamwoord 901-1000 [
wps
] zicht*
soort zeis 1350 [
mnw
zicht*
het zien 1410 [
mnw
zichtbaar
met het oog waarneembaar 1557 [
wnt
] zichzelf
wederkerend voornaamwoord 1515 [
wnt
] {4.2}
zieden*
koken 1240 [Bern.]
ziedendheet*
zeer heet 1642 [
wnt
zieden] {4.4}
ziegezagen*
zeuren 1870 [
wnt
] {3.1}
ziek*
niet gezond 1236 [
cg i
1, 23]
ziekte*
het ziek-zijn 1343-1344 [
mnw
] {3.1}
ziel*
geest 901-1000 [
wps
zielknijper*
schertsend voor een psychiater 1862 [
wnt
ziel
(zieleknijper)] {4.4}
zieltogen*
op sterven liggen 1477 [Teuth.] {4.4}
zien*
met het oog waarnemen 1200 [
cg ii
1 Servas]
zier*
zweem, kleinigheid 1287 [
cg
NatBl]
ziesel
knaagdier 1860 [
wnt
] ziezo*
tussenwerpsel: uitdrukking van voldoening 1693 [
wnt
] {4.3}
ziften*
zeven 1461 [
mnw
zigzag
lijn met scherpe hoeken 1767 [
wnt
] zij*
persoonlijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
zijde*
zijkant 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
zijde
textiel 1240 [Bern.] zijdenhemdje
soort appel 1717 [Sanders 1995] {4.1.2}
zijgen*
langzaam neerdalen 1291-1300 [
cg
Luiks Diat.]
zijl*
waterlozing, sluis 1280-1287 [Prisma NPl.] {2.3}
zijn*
bestaan 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5}
zijn*
bezittelijk voornaamwoord 901-1000 [
wps
] {4.2}
zilt*
zout 1588 [Claes]
zilver
chemisch element 901-1000 [
wps
] zin*
zintuig, begrip 1100 [Willeram]
zin*
reeks woorden 1584 [Ruijs]
zindelijk*
schoon, proper 1612 [
wnt
zindelijk*
(van kinderen en dieren) de natuurlijke behoeften kunnende beheersen 1780 [
wnt
zinderen*
gloeiend trillen 1511 [
wnt
zingen*
met de stem muziek voortbrengen 901-1000 [
wps
zink
chemisch element 1736 [
wnt
] zinken*
(weg)zakken 1260-1280 [
cg ii
1 Wrake R.]
zinnebeeld
symbool 1614 [Picarta: titel van D.P. Pers] zinnelijk*
de zinnen bevredigend 1461 [
mnw
zinnen
peinzen over 1480 [
mnw
] zinnen*
naar de zin zijn, bevallen 1840 [
wnt
zinnespel*
allegorisch toneelstuk 1562 [
wnt
] {4.1.15}
zintuig*
orgaan dat prikkels van buiten waarneemt 1678 [
wnt
zionisme
streven naar eigen joodse staat 1899 [
wnt
] zirkonium
chemisch element 1834 [
wnt
] zirkoon
mineraal 1832 [
wei
] zitten*
gezeten zijn, zich bevinden 1240 [Bern.] {1.2.5/3.1}
zloty
munteenheid van Polen 1832 [
wei
] zo*
bijwoord van hoedanigheid: op die manier, als 901-1000 [
wps
zoals*
onderschikkend voegwoord 1482 [
mnw
] {4.2}
zodanig*
aanwijzend voornaamwoord 1276-1300 [
cg
Kerst.] {4.2}
zodat*
onderschikkend voegwoord 1285 [
cg
Rijmb.] {4.2}
zode*
plag 1287 [
cg
NatBl]
zodiak
dierenriem 1514 [
mnw
] zodra*
onderschikkend voegwoord 1575 [
wnt
] {4.2}
zoeaaf
Frans infanteriesoldaat 1855 [Sanders 1995] zoeaaf
lid van de Vaticaanse ordedienst 1863 [Sanders 1995] zoeken*
trachten te vinden 901-1000 [
wps
zoel*
lauw 1576 [Toll.]
zoemen*
gonzend geluid maken 1889 [
wnt
] {3.1}
zoen*
kus 1544 [
wnt
zoet*
niet zout, aangenaam 901-1000 [
wps
[pagina 1126]
[p. 1126]
zoetekauw*
die veel van zoetigheden houdt 1618 [
wnt
zoetelaar
marketenter 1546 [Toll.] zoetsappig*
geveinsd vriendelijk 1784 [
wnt
zoeven*
voortgonzen 1855 [
wnt
] {3.1}
zog*
moedermelk 1287 [
cg
NatBl]
zogen*
laten zuigen 1240 [Bern.] {3.1}
zoiets*
onbepaald voornaamwoord 1862 [
wnt
] {4.2}
zolang*
onderschikkend voegwoord 1598 [
wnt
] {4.2}
zolder
bovenste verdieping 1237 [
cg i
1, 338] zombie
opgestaan lijk 1954 [Aanv
wnt
] zomer*
jaargetijde 1236 [
cg i
1, 25] {1.1/4.1.7}
zomerzotheid
dwaze verliefdheid, dwaasheid 1927 [Picarta: titel van C. van Marxveld] {4.4}
zomp*
moerasland 1177-1187 [Claes] {2.3}
zon*
lichtend hemellichaam 901-1000 [
wps
zondag*
eerste dag van de week 1236 [
cg i
1, 26] {3.1/4.1.7}
zonde*
overtreding 901-1000 [
wps
zondebok
die van alles de schuld krijgt 1844 [
wnt
] zonder*
voorzetsel 901-1000 [
wps
] {2.5/4.2}
zonderling*
vreemd 1605 [
wnt
] {1.2.3}
zondigen*
zonde begaan 1240 [
vmnw
] {3.1/5}
zondvloed
grote vloed 1562 [
wnt
] zone
streek 1595 [
wnt
] zonnebloem*
plant 1581 [
wnt
zoo
dierentuin 1824 [
wei
] zoogdier*
dier dat zijn jongen met melk voedt 1811 [
wnt
zooi, zoo(i)tje*
(grote, ongeregelde) hoeveelheid 1633 [
wnt
zool
onderste deel van voet of schoen 1240 [Bern.] zoölogie
dierkunde 1720 [
mey
] zoom*
boord (van weefsel) 1240 [Bern.] {3.1}
zoomlens
lens met variabele brandpuntsafstand 1958 [Aanv
wnt
] {4.1.17}
zoon*
mannelijk kind t.o.v. de ouders 776-800 [
cg ii
1 Utr. doopbelofte] {2.5/4.1.4}
zoopje, zopie*
drank, teug sterkedrank 1645 [
wnt
zoop] {4.1.6}
zorg*
toewijding 901-1000 [
wps
zorg*
ongerustheid 1285 [
cg
Rijmb.]
zorgvuldig
zorgdragend 1511-1520 [
wnt
] zorgwekkend*
grote zorg veroorzakend 1828 [
wnt
zorg] {3.1}
zorilla
marterachtige 1909-1910 [
wnt
] zorillo
marterachtige 1861 [
wnt
] zot
dwaas 1240 [Bern.] zotel
kliniek bij een hotel 1992 [De Coster 1999] zout*
keukenzout, natriumchloride 1001-1100 [Claes] {2.3}
zowel als*
nevenschikkend voegwoord 1598 [
wnt
] {4.2}
z.o.z.
zie ommezijde 1914 [
gvd
] zozo*
bijwoord van hoedanigheid: matig 1839 [
wnt
zoo
ii
] {3.1}
zucchetti
komkommervormige groente 1944 [Aanv
wnt
] zucht*
ziekte, ziekelijke neiging 1240 [Bern.]
zucht*
sterke uitademing 1350 [
mnw
zuchten*
hoorbaar uitademen 1240 [Bern.] {3.1}
zuid*
windstreek 918-948 [Künzel] {2.3}
zuidwester*
breedgerande hoed 1673 [
wnt
] {4.1.9}
zuigeling
kindje dat nog gezoogd wordt 1526 [
wnt
] zuigen*
(met de mond) naar zich toe trekken 1100 [Willeram] {3.1}
zuil*
pilaar 901-1000 [
wps
zuinig*
spaarzaam 1612 [
wnt
zuipen*
(onmatig) drinken 1240 [Bern.] {1.2.3/3.1}
zuivel*
melkproducten 1288 [
cg i
2, 1340] {4.1.6}
zuiver
puur, helder 1236 [
cg i
1, 20] zulk*
aanwijzend voornaamwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
zullen*
hulpwerkwoord van de toekomende tijd 901-1000 [
wps
zullie*
persoonlijk voornaamwoord 1701-1800 [
wnt
zijlieden] {4.2}
zult*
hoofdkaas 1446 [
mnw
] {4.1.6}
zuring*
plantengeslacht 1281 [
cg i
1, 560]
zus*
bijwoord van hoedanigheid: zo 1265-1270 [
cg
Lut.K] {3.1}
zuster*
vrouwelijk kind m.b.t. kinderen van dezelfde ouders 1100 [Willeram] {4.1.4}
zuster*
verpleegster 1905 [
wnt
] {4.1.13}
zuur*
wrang 1130 [Rey] {2.2}
zuurkool
ingemaakte wittekool 1676 [
wnt
] {4.1.6}
zuurpruim
onvriendelijk mens 1924 [
gvd
zuurstof
chemisch element 1793 [Kasteleijn, Chemische Oefeningen]
zuurtje*
snoep om op te zuigen 1898 [
wnt
] {4.1.6}
[pagina 1127]
[p. 1127]
zuurzak
vrucht 1689 [J. Brinkman, Surinaamse planten, bijl.
] zwaaien*
heen en weer bewegen, wuiven 1611-1620 [
wnt
] {1.2.5/3.1}
zwaan*
eendachtige 1139 [Claes] {2.3}
zwaar*
veel wegend 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol]
zwaard*
recht steekwapen 901-1000 [
wps
] {4.1.14}
zwaarmoedig*
treurig gestemd 1477 [
mnw
] {3.1}
zwaarte*
het zwaar-zijn 1453-1497 [
mnw
] {3.1}
zwabber*
dweil aan een stok 1612 [
wnt
zwabberen*
zwaaien, zwieren 1868 [
wnt
] {3.1}
zwachtel*
windsel 1421 [
mnw
] {3.1}
zwad*
snede koren of gras 1165 [Claes] {2.3}
zwager*
schoonbroer 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.4}
zwak*
krachteloos 1451-1500 [
mnw
zwakstroom
elektrische stroom van lage spanning 1901 [
wnt
] zwakte*
het zwak-zijn 1635 [
wnt
] {3.1}
zwakzinnig
zwak van verstand 1909 [
wnt
] zwalken*
ronddolen 1784-1785 [
wnt
mieren
ii
] {3.1}
zwaluw*
zangvogel 1240 [Bern.]
zwam*
sporeplant 1477 [Teuth.]
zwammen*
kletsen 1882 [
wnt
zwanenzang*
het laatste lied van een dichter 1630 [
wnt
zwang*
gebruik 1573 [
mnw
zwanger*
een kind dragend 1542 [Claes Tw. 12]
zwangerschap*
het zwanger-zijn 1811 [
wnt
zwart*
kleur waarbij licht niet wordt teruggekaatst 1001-1100 [Claes] {2.3/4.1.5}
zwartepieten
kaartspel 1898 [
wnt
zwart] {4.1.18}
zwartgallig*
zwaarmoedig 1722 [Toll.]
zwavel*
chemisch element 1450 [
mnw
zweem*
vleugje 1773 [Claes] {3.1}
zweep*
karwats 1285 [
cg
Rijmb.] {3.1}
zweer*
ontsteking 1240 [Bern.]
zwelgen*
zich te buiten gaan aan 1240 [Bern.]
zwellen*
uitzetten 1240 [Bern.]
zwembad*
zwembassin 1720 [
wnt
zwembadpas*
pas om vlug naar het zwembad te lopen 1923 [Thijssen, Kees de Jongen] {4.4}
zwemen*
enige gelijkenis hebben 1615 [
wnt
] {3.1}
zwemmen*
drijven, zich drijvend houden 1240 [Bern.]
zwendelaar
oplichter 1789 [
wnt
] zwendelen
oplichten 1775 [
wnt
zwengel*
slinger 1371 [
mnw
] {3.1}
zwenken*
van richting veranderen 1451-1500 [
mnw
] {3.1}
zweren*
een eed afleggen 901-1000 [
wps
zweren*
etteren 1340-1350 [
mnw
zwerk*
hemel 1285 [
cg
Rijmb.]
zwerm*
drom 1261 [
cg i
1, 75] {3.1}
zwerven*
ronddolen 1588 [Kil.]
zwet*
grenssloot 1125-1150 [Künzel] {2.3}
zweten*
transpireren 1240 [Bern.]
zwetsen
onbedachtzaam spreken 1477 [Teuth.] zweven*
drijven 1100 [Willeram] {3.1}
zwezerik*
borstklier van een kalf (gegeten als delicatesse) 1701 [
wnt
] {4.1.6}
zwichten*
wijken 1401-1450 [
mnw
zwiepen*
veerkrachtig doorbuigen 1802 [
wnt
] {1.2.5/3.1}
zwieren*
zich heen en weer bewegen 1588 [Claes] {1.2.5/3.1}
zwijgen*
niet spreken 1236 [
cg i
1, 26]
zwijm*
flauwte 1351-1400 [
mnw
] {3.1}
zwijmelen*
duizelig worden, in een roes zijn 1477 [Teuth.] {3.1}
zwijmen*
in zwijm vallen 1376-1400 [
mnw
zwijn*
hoefdier 1220-1240 [
cg ii
1 Aiol] {4.1.3}
zwijnen
boffen 1899 [
wnt
] zwijnjak
schoelje 1872 [
gvd
] zwijntje
(gestolen) fiets 1906 [Endt]
zwik
houten pen 1573 [Claes] zwikken*
verstuiken 1573 [Claes] {3.1}
zwikken*
kansspel met kaarten 1906 [
moo
] {4.1.18}
zwin*
kreek 1028 [Prisma NPl.] {2.3}
zwoegen*
hijgen 1567 [Toll.] {3.1}
zwoegen*
zwaar werk verrichten 1648 [
wnt
zwoel*
benauwd 1611-1620 [
wnt
tocht]
zwoerd*
spekrand 1562 [
wnt
] {4.1.6}
zydéco
volksmuziek uit Louisiana 1986 [De Coster 1992] zygoot
cel ontstaan uit de versmelting van twee gameten 1896 [
wnt
] zymase
sap uit gistcellen 1900-1908 [
wnt
] zymose
gisting 1907 [
kwt
zzz*
tussenwerpsel: nabootsing van zoemend geluid 1963 [Aanv
wnt
] {3.1}
Vorige
Volgende
Over het gehele werk
titels
over
Woordenboek der Nederlandsche taal
over
Middelnederlandsch woordenboek (11 delen)